Ik zal mijn aardse bestaan als verspild beschou- wen als ik mij niet een liefhebbend gezin kan herinneren, een constante investering in de levens van andere mensen en een serieuze poging om de God te dienen die mij geschapen heeft. \'Ieder heeft gaven gekregen. Gebruik die om elkaar te dienen, want zo geeft u de rijkdom van Gods genade aan elkaar door.\' l Petr. 4:10 Het Boek (Dobson)
Na de zondvloed gaf God de regenboog als een teken dat Hij nooit meer de aarde door water zou verdelgen. Uit de wolken kwam de vloed, maar God plaatst in de wolken Zijn kleurrijke boog van beloofte. De regenboog herinnert ons eraan dat er schoonheid in ons leven kan komen dóór de wolken van beproeving heen. In een Duits schilderijenmuseum hangt achter in een lange, donkere zaal een schilderij getiteld: \'Bewolkte weg\'. Op het eerste gezicht lijkt het een lelijke, reusachtige massa van verwarde kleuren - onaantrekkelijk en onheilspellend. Maar bij nader onderzoek zie je een onnoemelijk aantal engelen. Zo ziet een hart dat bevreesd is door een beproeving, vaak niets anders dan een samenhoping van gebroken verwachtingen. Maar als hij de toestand bekijkt vanuit het geloof, zal hij ontdekken dat de wolk Gods wondervolle zegenwagen is, vol engelen van genade. Misschien hangt er vandaag over uw leven ook een zware wolk. Zoek dan de regenboog van de hoop op. U kunt er zeker van zijn dat Gods engelen er zullen zijn om u te ondersteunen.
Wist u dat de Spanjaarden veel minder lijden onder depressiviteit dan bijvoorbeeld de Engelsen? Dit blijkt uit Europees onderzoek. Zo heeft bijvoorbeeld in de Spaanse stad Santander 3% van de inwoners last van depressies, terwijl dat in het Engelse Liverpool 18% is! Volgens wetenschappers leidt de armoedekloof tussen Zuid- en Noord-Europa ertoe, dat de armere gezinnen elkaar door dik en dun bijstaan. De kinderen gaan pas op latere leeftijd uit huis, omdat ze afhankelijk zijn van hun ouders. Ouderen worden niet gemakkelijk in een bejaardentehuis gestopt. Volgens de onderzoekers zijn de nauwe sociale contacten voor de voorkoming van depressiviteit heel belangrijk.
Mozes leefde ongeveer 1400 jaar voor Christus. Ook hij besefte het belang van het gezin. Farao wilde het volk Israël niet vrijlaten uit de slavernij, tenzij de kinderen achterbleven. Maar Mozes stond erop dat het héle volk zou gaan, jong en oud. Zonen en dochters moesten mee. Samen wilden zij God eren, dat was hun doel. Daar zette Mozes zich voor in. Ook vandaag is het gezin nog de beste basis voor ons welzijn, én niet in de laatste plaats ook voor het dienen van God
Toen hij nog jong was, had Von Tischendorf zich voorgenomen met de grootst mogelijke zorg en nauwkeurigheid zoveel mogelijk van de oorspronkelijke tekst van de Bijbel te achterhalen. Hij had vooral belangstelling voor het Nieuwe Testament. Met dit doel voor ogen reisde hij naar Parijs, waar zich twee oude handschriften van het Nieuwe Testament bevonden. Zoals in de oudheid vaak gebeurde, was het perkament waarin het oorspronkelijke schrift verbleekt was, uit zuinigheid opnieuw beschre- ven. De verbleekte tekst was de bijbelse tekst en daar was het om te doen. Heel wat wetenschappers hadden al geprobeerd deze originele tekst te ontcijferen, maar ze waren niet ver gekomen. De handschriften waren volgens de geleerden niet meer te ontcijferen. Von Tischendorf vroeg of hij deze handschriften ook mocht bestuderen. Men gaf het aan hem, met de opmerking: 'Je mag het proberen, maar het zal je ook niet luk- ken.' Von Tischendorf liet zich door deze opmerking niet ontmoedigen. Hij ging aan de slag. Tot grote verwondering van de geleerden, slaagde Von Tischendorf erin eerst de éne en later de andere codex te ontcijferen. God had hem namelijk gezegend met een buitengewoon gezichtsvermogen. Aan de ogen van Von Tischendorf is een geschiedenis verbonden. Kort voordat Tischendorf geboren zou worden, zag zijn moeder een blinde man. Daar was zij zo van onder de indruk, dat ze God bad of haar kind niet blind zou zijn. God verhoorde haar gebed. En Hij deed veel meer dan zij vroeg: haar zoon kreeg bijzonder scherpe ogen. Zo heeft God al voordat hij geboren is, een plan met ieder mens. Een plan dat dient tot zijn ver- heerlijking. De scherpe ogen van Von Tischen- dorf kon Hij gebruiken in de dienst van de Heer om zijn Woord duidelijker te maken. Zonder twijfel heeft God aan ieder van ons iets gegeven, een talent waarmee wij Hem mogen dienen en verheerlijken. Dat is de eerste les die wij van deze geschiedenis kunnen leren. De andere les is, dat God onze gebeden soms boven bidden en denken verhoort, tot zijn verheerlijking.
Als u een wasmachine gaat kopen, een televisie of een videorecorder of iets van dien aard, dan krijgt u er een gebruiksaanwijzing bij. Die moet u dan goed doorlezen, want bij verkeerd gebruik kan het apparaat onherstelbaar worden vernield. Onoordeelkundig gebruik gaat u dan geld kosten, want in zo'n geval geldt de garantie niet. Ook is de garantietermijn van een apparaat slechts een beperkt aantal jaren. Soms zelfs maar één jaar. Als het apparaat dan net na het verstrijken van die termijn kapot gaat, betaalt de fabrikant de herstellingskosten meestal niet. Afgezien van het verspilde, vaak zuurverdiende geld, ergert u zich dan ook nog groen en geel. Nog veel kostbaarder is uw leven! Een mens zit heel ingewikkeld in elkaar. Toch knoeien heel veel mensen maar raak met hun leven. Met de bekende gevolgen: stress, hartproblemen en allerlei soorten ziektes. Deze opsom- ming is gemakkelijk aan te vullen met nog een groot aantal van die 'door
onoordeelkundig gebruik' optredende gebreken. Na korte of langere tijd loopt zo'n leven vast. Dan volgen vaak angst, drankmisbruik, drugs, agressief gedrag, echtscheiding enzovoort. Het zijn de uiteindelijke gevolgen van het verkeerde gebruik van ons lichaam. God, de Schepper van de mens, heeft ons ook een gebruiksaanwijzing gegeven. Dit boek, de bijbel, is een feilloze gids voor ieder mensenleven. Nog belangrijker dan bij een gekocht apparaat is het om uw leven te richten naar deze gebruiksaanwijzing. De bijbel vertelt ons onder meer hoe wij een zinvol leven kunnen ont- vangen, dat niet beheerst wordt door angst, stress, verslaving of depressies.
God garandeert u geen leven zonder moeiten of zorg. Als u Hem echter niet alleen als uw Schepper, maar ook als uw Verlosser erkent, geeft Hij u wel de garantie, dat Hij er altijd bij zal zijn; dat u in alles Zijn hulp en kracht zult ervaren. Ga daarom in op de boodschap van het Evangelie van Jezus Christus, Gods Zoon, die ook voor u stierf op Gogotha's kruis en daar onder meer de schuld boette voor het 'onoordeel- kundig gebruik'van uw leven. De bijbel noemt dat 'zonde'. Jezus' uitnodiging aan u is: "Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven." (Mattheüs 11:28) Wie dat oprecht doet, mag ervaren dat hij/zij een nieuw leven ontvangt. Een leven gevuld met liefde en blijdschap. Een leven waarop de HERE zelf levens- lange garantie geeft; een leven dat na dit aardse bestaan, tot in eeuwigheid verder gaat. Zou u zo'n leven willen ontvangen? Geef dan via een eenvoudig gebed uw leven aan Hem over!
De Bijbel is Gods boek. De HERE God heeft zijn gedachten door mensen op laten schrijven. God is dus zélf de Auteur van dit meest verkochte boek ter wereld. Eigenlijk vinden we op elke bladzijde van dit opzienbarende boek als hoofd- onderwerp een Vader die op zoek is naar zijn kinderen. De HERE God zoekt ook u! Mensen dwalen weg Maar mensen dwalen weg van God, ook vandaag nog. Ze slaan Gods normen en raadgevingen in de wind. In een van de eerste hoofdstukken van de Bijbel lezen we al over dit zoeken van God: "Adam, waar ben je?" vroeg Hij. Dit gaat door tot op de laatste bladzijde. Maar... dan lezen we teslotte dat de HERE in vrede en harmonie bij de mensen woont. Het dwalen van de mensen leidde ertoe dat God zijn enige Zoon naar de aarde zond om mensen die in Hem willen geloven, terug te brengen tot die Vader-God. Het kostte de Here Jezus zijn leven; zijn liefde voor mensen won het van zijn rechtvaardig- heidsgevoel. Hij stierf als straf voor de zonde van de mensen. Geschreven door 40 mensen De Bijbel is door zo'n 40 mensen geschreven over een periode van vele eeuwen. Toch is het een wonder van eenheid en inspiratie. Het boek werd 30 eeuwen lang vertaald en toch is zijn inhoud precies hetzelfde als eeuwen terug. Dit onvernietigbare boek heeft miljoenen mensen in hun diepste ellende troost en weer hoop gegeven en hen de weg tot vergeving van zonden verteld. Ga dit boek lezen, het is geweldig interessant en verrijkend. Je intellect zal er zeker door groeien, maar daar gaat het de HERE God niet in de eerste plaats om, Hij wil je hart bereiken en dat kan alleen als je je aan God zelf overgeeft en het offer van Jezus aan het kruis aanvaardt. Hij stierf in jouw plaats! Dan zal Hij door zijn Geest in je komen
Soms praten mensen over dingen die je niet begrijpt. Ze hebben ervaringen die jij niet kent en het is dan heel moeilijk om te begrijpen wat men bedoelt. Je kunt er niet over meepraten. Zo verging het ons ook. Vaak hadden we mensen horen zeggen: 'We voelden een muur van gebeden rondom ons.' Tot voor kort zeiden die woorden ons weinig. Toen gebeurde er iets waardoor ons levenshuis op zijn fundamenten schudde. Hoe zouden we overeind kunnen blijven? U raadt het al: het was door die muur van gebed, die familie en vrienden bouwden rondom ons. Hoewel het huis schudde, kreeg de stormwind toch geen kans. De beschermende muur hield de zwaarste rukwinden tegen. Het was alsof we in dat noodweer onaantastbaar waren. Zulk noodweer wens je niemand toe; zo'n ervaring wel. Helaas is het ene niet mogelijk zonder het andere. Je moet het allebei hebben meegemaakt om erover te kunnen meepraten. Maar als dat het geval is, ben je er ook niet zomaar over uitgepraat. Want dat God het gebed van Zijn kinderen verhoort en in de zwaarste storm rust en vrede kan geven, ervaar je als zo'n wonder dat je het iedereen graag wilt laten weten. Zelfs als men niet begrijpt wat je bedoelt en voelt.
Johan lag op sterven en wilde alles in orde maken. Hij had onenigheid met Wim die vroeger een van zijn beste vrienden geweest was. Ze hadden jarenlang geen woord tegen elkaar gezegd. Omdat hij het goed wilde maken, vroeg hij Wim bij hem te komen. Wim kwam en Johan zei tegen hem dat hij bang was de eeuwigheid in te gaan met slechte gevoelens tussen hen. Toen stak hij zijn hand uit naar Wim en zei: `Ik vergeef je. Wil je mij vergeven? Wim zei dat hij dat wilde, maar net toen hij op het punt stond de kamer uit te gaan, riep Johan: \'Maar denk eraan, dit geldt niet als ik beter word!\' We glimlachen misschien om dit verhaaltje. Maar het geeft wel een duidelijk beeld van de manier waarop we elkaar soms behandelen. De vergiffenis die we geven, is vaak denkbeeldig. Misschien is het ingegeven door vrees, of door een zelfzuchtig voordeel of om ons geweten te sussen - maar niet uit waarachtige liefde voor God en voor degene die ons benadeeld heeft. Ja, we zeggen misschien wel dat we vergeven, maar er hoeft maar een kleinigheid te gebeuren of onze grieven leven weer op.
In Ef. 4:12 zegt Paulus dat we elkaar moeten vergeven zoals God ons vergeven
Het is heel dubbel om het boekje van Richard Wurmbrand, dat gaat over martelingen van christenen in Roemenië, in mijn tas te stoppen als ik een weekendje naar mijn moeder ga. Ik twijfel dan ook een tijdje, neem andere boekjes ter hand, stop er dan voor de zekerheid een paar bij, maar dat van Roemenië leg ik niet terug.
En dan, als ik in een comfortabele, goed ver-
warmde trein zit, uitgezwaaid door mijn man,
pak ik het boek. \'Wil ik dit wel?\', vraag ik mijzelf
af en mijn blik gaat naar buiten. De zon schijnt
over een landschap dat zich opmaakt voor de
lente. Uitbottende bomen, paarden in de wei,
eenden scharrelend langs de waterkant.
Tegenover me nemen twee dames plaats. Vlotte
zestigers, sportief gekleed in makkelijke wan-
delschoenen en praktische jacks. Kort geknipte
haren en een rugzak. Ze gaan duidelijk een dagje
uit. Aan de andere kant van de coupé praatten
twee\'jonge meisjes honderd uit, zo te horen over
het wel en wee van hun stage bij het onderwijs.
Een man is verdiept in zijn krant. Dan begin ik
in het boekje en ik weet dat ik het mezelf moei-
lijk ga maken. Mijn geest betreedt een heel andere wereld. Ik maak kennis met een eenvoudige Roemeense man. Hij verhuist naar een bepaald dorpje, waarvan er, zoals hij zelf schrijft, \'in Roeme- nië\' twaalf duizend zijn. Maar hij wordt tot dat bepaalde dorpje getrokken en daar komt hij - vlak voor de tweede wereldoorlog - door een oude timmmerman tot geloof. Zijn vrouw komt ook tot bekering en samen brengen ze zoveel mensen tot de Heer dat er een nieuwe Lutherse gemeente ontstaat. Dan komen de Duitsers. Er begint een verdruk- king die nog maar een voorproefje blijkt te zijn van wat er later volgt: Roemenië wordt vele jaren lang met ijzeren hand door het com- munisme geregeerd. Het christendom wordt met man en macht uitgeroeid en onmogelijk gemaakt. Zo ontstaat de ondergrondse kerk, waarvan de leden zwaar worden vervolgd. Als ze worden opgepakt, worden ze vreselijk gemarteld en vermoord. De schrijver van het boekje heeft veertien jaar van gevangenschap overleefd. Hij beschrijft heel aangrijpende situaties, zoals een congres van de communisten met vier- duizend priesters, pastoors en predikanten als vertegenwoordigers van alle christelijke kerken. Als de een na de ander opstaat om te verklaren dat communisme en christendom hetzelfde zijn, zegt zijn vrouw: \'Richard, sta op en wis deze schande van het gelaat van Christus af! Ze spuwen Hem in het gezicht.\' Hij antwoordt dan: \'Als ik dat doe, verlies jij je man\', waarop ze zegt: \'Ik wil geen lafaard als man hebben.\' Toen is hij opgestaan en heeft het congres toe- gesproken. De toespraken in dit congres werden per radio uitgezonden: het hele land heeft vanaf het spreekgestoelte van het communistische parlement de boodschap van Christus kunnen horen. Naderhand heeft hij ervoor moeten boe- ten, \'maar het is het waard geweest\', schrijft hij.
Speciaal voor de Russen, die in die tijd veel in
Roemenië gelegerd waren, heeft hij een zwakke
plek. Hij schrijft erover: \'Ik heb het evangelie verkondigd aan mensen uit allerlei volkeren,
maar nooit heb ik een volk het evangelie zo zien
indrinken als de Russen. Zij hebben zulke dor-
stige zielen.\' In 1948 wordt hij opgepakt en maakt dan onbe- schrijfelijke dingen mee. \'Wat de communisten de christenen hebben aangedaan gaat ieder men- selijk begrip te boven\', schrijft hij. Toch is hij ook in staat om bepaalde ervaringen als \'prachtig\' te beschrijven. Bijvoorbeeld \'het preek-akkoord\'; \'Het was ons ten strengste verboden voor andere gevangenen te preken. Ieder die daarop betrapt werd, zou geducht worden afgeranseld. Een aan- tal van ons besloot deze prijs voor het preken te betalen. Wij accepteerden hun condities. Het was als het ware een akkoord: wij preekten en zij sloe- gen. Wij waren gelukkig in het preken. Zij waren gelukkig als ze sloegen; zo was iedereen gelukkig. Het volgende tafereel heeft zich vaker afgespeeld dan ik mij kan herinneren. Een broeder was aan het preken voor de andere gevangenen, toen plotseling de bewakers binnenstormden en hem midden in een zin verrasten. Ze sleepten hem de gang door naar de \"ranselkamer\". Na een schier eindeloze afranseling brachten ze hem terug en smeten hem op de gevangenisvloer. Hij krab- belde met zijn gebeukte lichaam overeind, trok met een pijnlijk gezicht zijn kleren recht en zei: \"Wel, vrienden, waar was ik gebleven toen ze me in de rede vielen?\", en dan ging hij verder met zijn evangelieprediking!\' Verderop schrijft hij: \'Het is in Rusland geen ongewoon gezicht, dat plaatselijke beambten voor de kerken gaan staan om naar kinderen uit te kijken. Als ze ontdekken dat die naar de kerk gaan, worden ze geslagen en eruit gesmeten. De toekomstige verwoesters van de christenen worden zorgvuldig en stelselmatig opgevoed!\' Mede daardoor waren er geen lauwe christenen. Of men is christen met heel zijn hart, of men is helemaal geen christen, want het kost heel wat om een discipel van de Heer Jezus te zijn. \'Zo was dat in de vijftiger jaren in Rusland, maar nu, in deze eeuw, geldt dit net zo voor bijvoor- beeld China\', denk ik bij mezelf en ik vergelijk het met de leegloop in onze kerken. Terwijl ik een gezellige avond doorbreng met mijn moeder, laat het boekje me niet los. Je krijgt dan de vreemde situatie, dat je in de ene wereld leeft en die telkens vergelijkt met die andere wereld. Ik schep gezellig op van de bami en denk aan de zin uit het boek over christenen die gedwongen werden hun eigen uitwerpselen te eten. Of het gesprek gaat over de rollator die niet meer door het ziekenfonds vergoed wordt, en ik moet denken aan de onteigening van alle bezittingen van de gezinnen van opgepakte christenen. De rest van de avond maken mijn broer en mijn moeder zich druk over de politiek. Ik laat het maar wat langs me heen gaan - niet alleen omdat ik daar niet zo veel van weet... De volgende ochtend gaan we naar de kerk van mijn moeder. Het is een prachtig gebouw, een monument uit de achttiende eeuw. Echt zo\'n ouderwetse dorpskerk, waar kennelijk destijds geld geen rol speelde. Mijn blik gaat naar de koperen kroonluchters aan het plafond, het kolossale orgel en de prachtige eikenhouten preekstoel, opnieuw bekleed met donkergroen pluche. Zeer goed verzorgde dames en heren beginnen de stoelen te vullen en dan zet het orgel in. Het thema is: \'Het brood des levens\'. De liederen zijn zorgvuldig bij het thema geko- zen. Bij het wegsterven van de laatste tonen, blijven de woorden bij me hangen: \'Gij zijt genoeg om van te leven, voor iedereen en voor altijd. Gij voedt ons nog, o hemels brood, met leven midden in de dood.\' Dan hoor ik om mij heen het gekraak van snoeppapiertjes. Links en rechts zie ik handen naar de mond gaan. De preek begint.
Een man die kippen hield, had ook een haan wiens gekraai nu en dan een grote ergenis was voor zijn buurman. Eens op een vroege morgen belde de boze buurman op en mopperde: \'Die ellendige haan van u houdt me de hele nacht uit de slaap.\' \'Daar snap ik niks van,\' was het antwoord van de kippenhouder. \'Hij kraait haast nooit, maar als hij het doet, is het nooit meer dan twee of drie keer.\' \'Dat is mijn probleem niet,\' zei de buurman vinnig. \'Niet hoe vaak hij kraait, irriteert me! Wat me wakker houdt, is dat ik niet weet wanneer hij misschien gaat kraaien!\' Velen van ons lijken op die man. We maken ons zorgen over de moeilijkheden en beangstigende omstandigheden die misschien morgen wel kunnen ontstaan. In plaats van bij de dag te leven en ons te verblijden in Gods genoegzaamheid in het heden, worden we angstig door ons zorgen te maken voor de toekomst. Als u Jezus Christus als uw Heiland kent, mag u Hem vertrouwen. Hij heeft gezegd: \'Wees niet bezorgd voor de dag van morgen, iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.\' Ga niet \'liggen wachten op de haan\'!
Waarom doet God er niets aan? Deze vraag komt bij velen op. Er zijn dan ook problemen genoeg. Neem bijvoorbeeld: ... dat van de onschuldige, die lijdt voor degene die wel schuld heeft; ... of de steeds weer terugkerende oorlogen, de honger in Afrika, het milieu, de natuurrampen; ... de in veel opzichten hopeloze verwarring in de wereld; ... het devalueren van de normen van goed en kwaad. Deze dingen maken dat we God gaan wantrouwen en dat we zelfs gaan twijfelen aan zijn bestaan. Maar als Hij tóch bestaat... waarom doet God er dan niets aan? Waaraan moet God iets doen? Zijn het niet de mensen zelf, die het alles veroorzaken? De wortel van alle pro- blemen is de menselijke natuur. Onze agressie, zelfzucht, jaloezie, hebzucht en oneerlijkheid... die resulteren in haat en geweld. Alleen... Hij begint bij de oorzaak, bij u en bij mij. Hoe staat het met uw zelf- zucht, uw jaloezie, uw egoïsme? Bent u bereid God bij het begin te laten beginnen - bij uzelf? We kunnen gemakkelijk praten over natuurrampen, over oorlogen, over Afrika enzovoort, maar de problemen beginnen al veel dichter bij huis, namelijk in ons eigen leven! Als God alle oorlogen vandaag liet ophouden, zouden ze morgen opnieuw beginnen! Daar zou de agressieve natuur van het menselijk hart wel voor zorgen. Hetzelfde gebeurt als God de rijkdom- men van de aarde eerlijk zou verdelen. Binnen enkele dagen zouden we weer gaan potten en elkaar afzetten. Het unieke van de mens is dat hij een vrije wil heeft. Dat hij een keuze kan maken. Maar dat is juist zijn grootste probleem. Men kan geen vrije wil hebben zonder verantwoordelijk te zijn voor de keuze die men maakt. Waarom doet God er niets aan? God wil de mensen niet veranderen in auto- maten of robots, die alleen maar goede dingen doen. Hij laat ze de vrije keuze. Maar Hij heeft ook de oplossing: Hij maakte het mogelijk dat onze harten veranderd zouden worden! Omdat Jezus voor ons stierf en opstond uit de dood, is Hij in staat het gebed te ver- horen van elke zondaar die bidt: "Schep mij een rein hart, o God, en ver- nieuw in mijn binnenste een vaste geest" (Palm 51:12). Bovendien zal Jezus spoedig terugkeren in deze wereld en zijn rijk stichten - het Rijk waar vrede heerst en gerechtigheid. Zult u daar deel aan hebben? U kunt er nu al deel aan hebben door Jezus in uw leven toe te laten en God toe te staan er "eerst wat aan te doen"... bij uzelf.
Een leraar met een korte gedrongen gestalte stond eens tussen een groep collega\'s die ver boven hem uitstaken. Iemand vroeg: \'Sam,voel jij je niet vreemd als er zoveel lange mensen om je heen staan? \'Hij zei: \'Ja,inderdaad. Ik voel me als een centje tussen een stel euro\'s!\' Gelovige mensen zijn misschien niet \'groot\' in de ogen van anderen en vaak kijkt de wereld op ons neer. Maar in Gods ogen zijn we van grote waarde! De apostel Paulus schreef:\'...niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken. Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen\'(1 Kor.1:26,27) We hebben misschien geen hoge positie in maatschappelijk opzicht, maar in Christus hebben we een positie ver boven de \'groten\' van deze wereld. We zijn kinderen van God...en mede - erfgenamen van Christus (Rom.8:16,17). Hoe klein we ook mogen lijken in vergelijking met anderen, we zijn kostbaar in Gods oog!
Weet je dat je van waarde bent? Weet je dat je een parel bent, een parel in Gods oog?
Hij werd in een onbekend dorp geboren, als kind van een plattelandsvrouw. Hij groeide op in weer een ander dorp, waar Hij tot Zijn dertigste als timmerman werkte.Toen was Hij drie jaar lang rondtrekkend prediker. Hij heeft nooit een boek geschreven. Hij heeft nooit een ambt uitgeoefend. Hij heeft nooit een gezin of een eigen huis gehad. Hij is niet naar de universiteit geweest. Hij heeft nooit verder gereisd dan 300 km van de plaats waar Hij geboren werd. Hij heeft geen van deze dingen gedaan die men doorgaans in verband brengt met grootsheid. Hij had geen referenties behalve zichzelf. Hij was slechts 33 toen de publieke opinie zich tegen Hem keerde. Zijn vrienden holden weg. Hij werd overgegeven aan Zijn vijanden en onderging een schijnproces. Hij werd tussen twee dieven aan een kruis genageld. Toen Hij stervende was, dobbelden Zijn beulen om Zijn klederen, het enige bezit dat Hij op aarde had.Toen Hij dood was, werd Hij vanwege het medelijden van een vriend in een geleend graf gelegd. Twintig eeuwen zijn gekomen en gegaan, en vandaag is Hij de centrale figuur van het menselijk ras, de leider van de voortschrijding van de mensheid. Al de legers die ooit gemarcheerd hebben, al de marineschepen die ooit gevaren hebben, al de parlementen die ooit gezeteld hebben, al de koningen die ooit geregeerd hebben, hebben bij elkaar het leven van de mens hier op aarde niet zo beïnvloed als dat Ene Enkele Leven.
Er zijn twee grote meren in Palestina. Het ene is zoet en bevat vis. De oevers van dit meer zijn getooid met weelderige stukken groen. Bomen spreiden hun takken uit over het wateroppervlak en strekken hun dorstige wortels uit om zich te laven aan het weldadige water. De kinderen spelen langs de oevers, zoals er kinderen speelden toen Hij daar was. Hij genoot ervan. Jezus kon over het zilveren oppervlak kijken als Hij zijn gelijkenissen vertelde. En op een golvende vlakte niet ver daarvandaan, voedde Hij vijfduizend mensen. De rivier de Jordaan voedt dit meer met sprankelend water uit de heuvels, zodat het lacht in de zonneschijn. Mensen bouwen hun huis er dichtbij, vogels bouwen er hun nest, elke vorm van leven is blij dat het meer er is. De Jordaan komt in het zuiden in een ander meer uit. Hier geen geplons van vissen, geen ruisende bladeren, geen gezang van vogels, geen lachende kinderen. Reizigers kiezen een andere route, tenzij zij echt langs het meer moeten. De lucht hangt zwaar boven het water, en mens noch dier drinkt ervan. Wat veroorzaakt toch dit enorme verschil tussen deze buurmeren? Niet de Jordaan; die laat in beide meren hetzelfde goede water stromen. Niet de grond waarin ze liggen, niet het land er omheen. Dit is het verschil: het meer van Galilea ontvangt de Jordaan, maar houdt hem niet vast. Voor elke druppel die erin stroomt, stroomt een andere druppel eruit. Het geven en ontvangen vindt gelijkmatig plaats. Het andere meer is sluwer en houdt het instromende water angstvallig vast. Het is niet te verleiden tot enige vrijgevigheid. Elke druppel die het krijgt, houdt het vast. Het meer van Galilea geeft en leeft. Het andere meer geeft niets. Het wordt de Dode Zee genoemd. Er zijn twee soorten mensen in deze wereld. Er zijn twee meren in Palestina.
Er is een waar verhaal over een kleine jongen van wie de zus een bloedtransfusie nodig had. De dokter legde uit dat ze dezelfde ziekte had waarvan de jongen twee jaar eerder genezen was. Haar enige kans op herstel was een transfusie van iemand die van die ziekte genezen was. Aangezien beide kinderen dezelfde bloedgroep hadden, was de jongen een ideale donor. \"Zou je je bloed aan Mary willen geven?\" vroeg de dokter. De kleine jongen aarzelde. Zijn onderlip begon te trillen. Toen glimlachte hij en zei: \"natuurlijk, voor mijn zus.\"Al spoedig werden de twee kinderen de ziekenhuiskamer binnengereden. Mary, bleek en mager, de kleine Johny, sterk en gezond. Geen van beiden sprak, maar toen hun ogen elkaar ontmoetten, grinnikte Johny. Toen de zuster de naald inbracht in zijn arm, verdween Johny\'s glimlach geleidelijk. Hij keek hoe het bloed door de buis stroomde. Toen de beproeving bijna voorbij was, verbrak Johny\'s stem ietswat trillig, de stilte. \"Dokter, wanneer ga ik dood?\" Toen pas besefte de dokter waarom Johny geaarzeld had, waarom zijn lip getrild had toen hij ermee akkoord ging zijn bloed af te staan. Hij dacht dat het geven van zijn bloed aan zijn zusje zou betekenen dat hij zijn leven gaf. In dat korte moment, had hij zijn grote beslissing genomen. David C.Needham
Dat alles heeft Hij gedaan voor mij!
Vele jaren geleden woonde in de stad Dusseldorf (Duitsland) een jong kunstenaar, Stenburg genaamd, die mooie schilderijen maakte.
Op zekere dag kwam een priester in zijn atetier om een schilderij te bestellen, een groot altaarstuk dat een van de mooie kerken in de stad zou versieren.
Stenburg nam de opdracht aan nadat hij eerst voor zijn schilderij een hoge prijs had bedongen. Het moest de kruisiging van de Heere Jezus voorstellen.
Stenburg ging met ijver aan het werk. In de Jodenwijk van de stad zocht hij personen die hem tot model konden dienen en enige weken arbeidde hij ijverig.
Maar toen kwam het voorjaar en de jonge schilder verlangde naar de vrije, nieuw ontwaakte, heerlijke natuur. Met zijn schetsboek onder de arm zwierf hij rond in de omgeving van de stad, en daar ontmoette hij op zekere dag een zigeunermeisje dat aan de rand van een bos manden zat te vlechten.
Haar vriendelijk gelaat en heel haar levendig voorkomen trokken hem aan, en hij ging haar vragen of zij bij hem in de stad wilde komen om als model te dienen. Het zigeunermeisje nam de uitnodiging aan en er werd een afspraak gemaakt.
Op de bepaalde dag kwam Pepita. De vele mooie schilderijen in het atelier trokken haar opmerkzaamheid en wekten haar bewondering, maar een schilderij was er dat bijzonder haar belangstelling trok: het bijna voltooide altaarstuk. Lang stond zij ontroerd er voor te kijken.
"Wie is dat daar?", vroeg ze ten slotte, terwijl ze naar den Gekruisigde wees.
"Dat is Christus," antwoordde Stenburg achteloos.
"Wat doen ze met Hem?" vroeg zij verder.
"Zij kruisigen Hem," antwoordde de kunstenaar kortaf.
"Wat voor mensen zijn dat daar in het rond, die zo boos kijken?"
"Ja, kijk, ik kan nu niet langer met je praten," zei de schilder. "Blijf zo staan als ik je gezet heb."
Voor dit maal durfde het meisje niets meer te vragen, maar telkens als ze weer in het atelier kwam, werd ze meer aangegrepen door het schilderij. Tenslotte kwam ze weer met een vraag: "Waarom kruisigden ze Hem? Was Hij zo slecht?"
"Neen, Hij was heel goed."
"Maar als Hij goed was, waarom deden zij Hem dat aan?", verstoutte Pepita zich nog te vragen. "Of deden ze het maar voor een korte poos? Maakten ze Hem weer los?"
"Dat gebeurde omdat ..." en de schilder schikte wat terecht aan de kleding van Pepita.
"Nu, dat gebeurde omdat?" herhaalde Pepita.
Haar levendige, vragende blikken wekten het medelijden van de kunstenaar en hij zei: "Luister, dan zal ik je de hele geschiedenis eens vertellen. Maar dan moet je mij ook niet verder vragen."
Daarop vertelde hij haar de oude geschiedenis van de kruisiging van de Heere Jezus die hij uit zijn kInderjaren nog heel goed wist. Hij kon echter het kruis van Christus schilderen, terwijl zijn hart er koud voor bleef. Voor Pepita daarentegen was de geschiedenis geheel nieuw. Haar hart bloedde, en haar grote zwarte ogen vulden zich met tranen.
De beide schilderijen waren tegelijk voltooid, en Pepita kwam voor de laatste keer in het atelier. Stenburg gaf haar haar loon, maar zij bleef staan en zag hem aan met een ernstige blik in haar diepe, schitterende ogen.
"Dank u, mijnheer", zei ze. Maar plotseling vervolgde zij ontroerd: "Dan hebt u Hem zeker heel lief als Hij dat alles voor u gedaan heeft?"
Stanburg werd getroffen door die eenvoudige woorden van het arme zigeunermeisje. Hij trachtte ze te vergeten, doch het gelukte hem niet. Hij verzond het schilderij naar de kerk maar hij kon de woorden: "Dat alles voor u gedaan" niet kwijt worden. De vraag van Pepita: "Dan hebt u Hem zeker heel lief?" drong zich steeds weer aan hem op en eiste een antwoord. Voortdurend werd Stenburg gekweld door onrust zodat hij niet werken kon. Toen kwam God in Zijn barmhartigheid hem tegemoet.
Op zekere dag zag de jonge schilder een aantal personen binnensluipen in een klein, onaanzienlijk huisje, dichtbij de stadsmuur. Hij ging navragen wat in dat huisje uitgevoerd werd, en kon in het begin geen antwoord krijgen. Na een paar dagen vernam hij echter dat daar een Protestants predikant woonde. Stenburg was Rooms-Katholiek. Dusseldorf was toen overwegend Rooms-Katholiek en het Protestantisme werd in die dagen slechts oogluikend toegelaten.
Toch kreeg hij een verlangen om de vergaderingen van de Protestanten te bezoeken, hun woorden te horen, en misschien, als de gelegenheid het toeliet, enige vragen te stellen.
Hij bezocht dus de predikant, en vond in hem een man, wiens gehele persoonlijkheid getuigde dat hij leefde in gemeenschap met zijn Heiland. Stenburgs nieuwe vriend leende hem een Nieuw-Testament, maar dat kon hij slechts korte tijd behouden want de predikant moest de stad verlaten. Toch had de waarheid al wortel geschoten in Stenburgs hart en in zijn hart voelde hij nu een warme wederliefde voor de Gekruisigde. Veel was zijn geest bezig met zijn Zaligmaker en zo gebeurde het hem eens dat hij, zonder er bij te denken, bezig was met een stuk houtskool een hoofd, gekroond met doornen, te tekenen. Plotseling ging hem een nieuwe gedachte door het hoofd. "Ik kan niet heengaan om te prediken," zei hij bij zichzelf, "maar God heeft mij de gave gegeven om te schilderen. Voortaan zal mijn penseel de liefde van de Heere Jezus verkondigen."
De kunstenaar viel op zijn knieen en stortte zijn ziel uit in een ernstig gebed om een waardig beeld van de Gekruisgde te mogen schilderen en daardoor voor de wereld te getuigen van Diens liefde. Daarop begon hij te werken. Dat schilderij werd een heerlijk, een wonderbaar werk. In zijn eerste schilderij over hetzelfde onderwerp had hij in het aangezicht van Christus grote smart en doodsangst geschilderd, maar in de tweede trad Zijn grote liefde, Zijn bereidwilligheid om te sterven op de voorgrond.
Stenburg wilde deze schilderij niet verkopen maar hij gaf ze aan zijn vaderstad ten geschenke. Zij werd in een openbaar museum geplaatst en de inwoners van de stad verdrongen elkaar om het te zien. Velen gingen naar huis met een indruk van de grote liefde van de Heer Jezus en ze herhaalden in hun gedachten de woorden die Stenburg onder het schilderij had geplaatst: "Dat deed Ik voor u. Wat doet u voor Mij?"
Stenburg zelf ging af en toe naar het schilderijenmuseum en als hij daar onopgemerkt in een hoek zat, dan bad hij in stilte tot God dat Hij Zijn zegen mocht doen rusten op die geschilderde prediking. En die zegen liet niet op zich wachten ...
Op zekere dag toen de meeste bezoekers al heengegaan waren, zag hij een meisje dat voor het schilderij stond te huilen. Hij ging naar haar toe en vroeg haar wat er aan scheelde. Het meisje wendde het hoofd om - het was Pepita.
"Ach, mijnheer, Ik wenste dat Hij mij ook zo liefhad," zei ze, terwijl zij opzag naar het liefdevolle gelaat dat op haar scheen neer te blikken. "U heeft Hij lief maar niet zo een als ik ben;" en haar tranen stroomden nog meer dan daarvoor.
"Maar Pepita dat alles was ook voor jou." En weer begon hij te vertellen aan het meisje van het wonderbare leven van de Heer Jezus, van Zijn dood en van Zijn heerlijke opstanding. Maar hoe totaal anders vertelde hij nu dan vroeger. Toen was het puur een geschiedenis uit ver verleden tijden waar hij wel een schilderij van kon maken omdat hij, de schilder, het zich zo levendig kon voorstellen. Nu echter was dezelfde geschiedenis van het kruis van Christus de grootste vreugde van zijn leven, de grond van zijn hoop voor de eeuwigheid. Nu sprak hij van een levende Heiland Die zijn zonden had gedragen en Die hij daarom onuitsprekelijk liefhad. Lang zaten ze daar samen totdat eindelijk het uur gekomen was dat het museum gesloten werd. En toen zij weggingen, was Pepita een gevonden lam, dat rustte in de armen van den Goede Herder.
Twee jaren waren verlopen, sinds het eerste schilderij was besteld en geschilderd. Het was weer winter en de kou was streng. Stenburg had voor deze dag zijn arbeid beeindigd en zat nu voor het warme haardvuur te lezen in het Nieuwe Testament dat hij met moeite had weten te verkrijgen. Daar werd aan de deur geklopt en een oud man kwam binnen. Hij droeg een schapenhuid om de schouders waarop de sneeuw vast gevroren was, en het haar hing hem in donkere lokken om het hoofd.
"Wil mijnheer met mij mee gaan?" zei hij. "Het gaat om een belangrijke zaak."
"Waarheen?" onderzocht Stenburg.
Ja, dat vertelde de oude zigeuner niet. Zigeuners mochten in de nabijheid van Dusseldorf niet wonen en hij was bang dat de politie hun schuilplaats in het bos zou ontdekken en hen zou wegjagen.
"Waarom wilt u dan dat ik met u zal gaan?"
"Dat weet ik niet," antwoordde de man, "maar een stervende wenst u te spreken."
De kunstenaar volgde zijn gids die hem de straten doorleidde tot buiten de stad. De maan scheen en bij haar licht zag Stenburg dat ze naar het bos gingen. Daar was geen pad te ontdekken, maar de gids aarzelde geen ogenblik.
Zwijgend gingen ze voort totdat ze kwamen bij een open plek in het bos waar de zigeuners hun tenten hadden opgeslagen.
"Daar moet u wezen," zei de oude, terwijl hij naar een van de tenten wees. Stenburg ging naar binnen. Daar lag in een bed van droge bladeren een jong meisje wier aangezicht zeer vermagerd was.
"Pepita!"
Op het horen van zijn stem opende het meisje haar donkere ogen. Een glimlach gleed over haar gelaat en zij richtte zich enigszins op.
"Ja," zei ze, "Hij is gekomen om mij te halen. Hij strekt Zijn doorboorde handen naar mij uit. Dat alles heeft Hij gedaan voor mij!"
En met deze woorden nam ze afscheid van de schilder die haar tot de Heiland had gebracht.
Vele jaren later kwam een rijk man in Dusseldorf en hij zag de schilderij. Op hem had ze zulk een uitwerking dat hij besloot zijn hele leven en al zijn bezittingen te stellen in dienst van de Heere Jezus. Die edelman was de bekende Graaf Von Zinzendorf, de stichter van de bekende Broedergemeente. Een man van wie getuigd kan worden dat zijn enig verlangen was zielen te winnen voor het Lam.
Nu bestaat het schilderij niet meer. Bij een brand in het museum is ze vernietigd. Maar al bestaat de geschilderde prediking niet meer, het woord van de prediking blijft bestaan. Ook voor jou, die dit leest!
Onlangs zag ik een huis met deze woorden als opschrift. Ik vond deze naam heel terecht, want het dak van het huis maakte op mij een domi- nerende indruk. Zo zijn er nog heel wat oudere huizen die door hun overstekende dak sterk opvallen. Wie er oog voor heeft, vindt de indruk van veiligheid en beschutting die zo'n dak geeft, weldadig. Zo'n dak ligt als het ware als een grote beschermende hand over de woning en over het
Ruim een eeuw geleden werd een jonge man in India getroffen door een zin uit één van zijn schoolboeken: \'De meester bij uitstek is hij die ons alle dingen leren kan.\' Wat wilde hij graag een leerling zijn van zo\'n meester. Maar nie- mand kon hem zeggen waar hij de meester die alles weet, kon vinden. Hij zocht tevergeefs in alle heiligdommen van zijn land en kwam ont- moedigd terug in zijn eigen dorp. In die tijd vond daar onder leiding van kapi- tein Haig evangelisatiewerk plaats. Elke zondag nodigde deze de mensen uit, om hun de Bijbel voor te lezen en te verklaren. Op dat moment was alleen maar het evangelie van Mattheüs in de taal van het land beschikbaar. De man, die zocht naar de meester die alles weet en die hem alles kon leren, was net aanwezig op het moment dat uit Mattheüs 6 gelezen werd: \'Uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden\' (vs. 4). Hij dacht: \'Wie zelfs belonen kan wat in het geheim is gebeurd, weet zeker alles.\' Hij stond op en vroeg beleefd of hij ken- nis mocht nemen van de hele inhoud van dat boek. Hij ontving het evangelie, las en herlas het, en werd een gelovig en trouw discipel van \'de Meester die alles weet\'.
DE LAMP EN DE SPIEGEL
Iemand beklaagde zich erover dat hij bij andere
mensen zo weinig liefde opmerkte. \'Wat is er
veel liefdeloosheid onder de mensen.\' En met
veel voorbeelden kon hij de juistheid van zijn
mening aantonen.
De man met wie hij sprak, haalde het voorbeeld
aan van de lamp en de spiegel. Hij vroeg de
ander of hij in het donker veel van een spiegel
kon verwachten. De man begreep deze vraag
niet en hij vroeg: \'Wat heeft een spiegel nu met
liefdeloosheid te maken?\' \'Wel\', zei de ander,
\'als je een lamp in de hand hebt-en je schijnt.
ermee in de richting van een spiegel, dan lijkt
het net alsof die lamp op jezelf is gericht. Want
de spiegel kaatst het licht terug. Zo is het ook
met de liefde. Als je je eigen liefde op anderen
richt, dan blijken de anderen spiegels te zijn. De
liefde die jij uitstraalt, wordt teruggekaatst naar
jouzelf. Dan zul je overvloedig door hun liefde
verwarmd en verlicht worden.\'
Dit was een belangrijke les voor de man die geen
liefde bij anderen kon opmerken - en voor ons.
Een zakenman uit New York, hoofd van een Veiligheidsafdeling van een grote onderneming, vertelde mij het volgende indrukwekkende verhaal. Door de ramp van 11 september had de onderneming een groot deel van de medewerkers verloren. Na de ramp kwamen de weinige overlevenden bij elkaar en deelden hun verdriet en hun verliezen. Velen van hen vertelden dat ze normaal gesproken op dat tijdstip ook in de Twin Towers hadden moeten zitten, maar dat om de een of andere reden ze juist die elfde september later dan normaal naar hun werk gingen. Stuk voor stuk waren dit allemaal heel kleine dingen. Bijvoorbeeld het afdelingshoofd dat op 11 september later naar zijn werk vertrok, omdat juist die dag zijn zoontje voor het eerst naar de kleuterschool zou gaan. Of die jongen die alleen in leven was, omdat het toevallig die dag zíjn beurt was om voor alle collega\'s donuts mee te nemen. Maar het verhaal dat mij het meest raakte, was dat van een man die die ochtend naar zijn werk nieuwe schoenen aantrok. Deze nieuwe schoenen waren nog niet goed ingelopen, en er ontstond een pijnlijke blaar. Daarom stopte hij onderweg even bij een drogist, om een pleister te kopen - en dat is de reden waarom hij nu nog in leven is... Dus - als ik nu in de file sta, of het stoplicht springt op rood, of de lift gaat net voor mijn neus dicht, of de telefoon gaat, terwijl ik eigenlijk net weg wilde gaan... - bij al die kleine ergernissen denk ik nu: \'Dit is misschien wel Gods manier om mij voor iets te bewaren.\' Moge God u en mij blijven zegenen juist in al die kleine ergernissen van het leven...
\'Kom gauw, de regenboog!\' Je moet er wel gauw bij zijn, want als de zon verder doorbreekt en het ophoudt met regenen, is hij weer verdwenen. De regenboog is een herinnering aan Gods plechtige belofte aan Noach. De regenboog werd het teken dat God nooit meer zo\'n verschrikkelijke vloed over de aarde zou brengen. Als je de regenboog ziet, denk er dan eens aan dat hij je eigenlijk vertelt dat God zijn woord houdt. God heeft ons in de Bijbel een heleboel beloften gegeven en Hij houdt ze stuk voor stuk. Dat staat net zo vast als zijn belofte aan Noach.
Maria zat 'aan de voeten van Jezus'. Dat is een ouderwetse uitdrukking. Hij komt nog uit de oudheid en betekent dat je iemands leerling bent. Als je 'aan de voeten van' een beroemd- heid had gezeten, dan had je een goede oplei- ding gehad. Zo wordt van Paulus vermeld dat hij 'aan de voeten van Gamaliël' heeft gezeten, een ach- tenswaardige schriftgeleerde in die tijd. Dus Pau- lus heeft op het gebied van het Oude Testament een goede opleiding genoten. Wat opvalt aan deze uitdrukking is de houding die eruit spreekt. Het laat heel duidelijk zien dat je helemaal luistert en je echt openstelt voor de ander, vind ik. 'Aan zijn voeten', dat heeft iets nederigs. Wij houden daar tegenwoordig niet meer zo van. Wij zeggen liever: 'Ik heb bij hem
college gelopen'; dat is meer in onze lijn. En dat
geeft eigenlijk ook al aan wat het verschil is. Dat 'college lopen' klinkt veel vrijblijvender. Dat doe je door in de collegebanken te zitten. Hoe geïnteresseerd je dan de lessen volgt, wordt niet vermeld. Maar aan iemands voeten zitten, dat is iets heel anders: dat is heel dicht bij iemand zijn. Dat kun je niet vrijblijvend doen. Daar is oogcontact, daar is nabijheid en dus is er een belangrijke wisselwerking. Al met al geeft dat 'aan de voeten zitten' dus duidelijk een houding weer van overgave en openheid naar de ander, naar degene die onderwijs geeft. Heel anders dan het luisteren van Martha die - druk doende met haar eigen dingen, hoe goed bedoeld ook - in staat was nu en dan een woord op te vangen. Het is gewoon een heel andere houding. En die houding kan in allerlei situaties soms al een verschil uitmaken van dag en nacht, heb ik gemerkt.
Het gebeurde eens dat er een groep mensen was die zich vissers noemden, en zie, er zat veel vis in de wateren rondom hen. Voorwaar, het hele gebied was omgeven door visrijke beken en meren, en de vissen hadden honger. Week na week, maand na maand, jaar na jaar, kwamen degene die zich vissers noemden samen in vergaderingen om te spreken over hun roeping om te vissen, de overvloed aan vis en de manier van vissen. Jaar na jaar stelden ze zorgvuldige definities van “vissen” op, verdedigenden het vissen als beroep en verklaarden dat vissen de primaire taak was van een visser. Voortdurend zocht men naar nieuwe vismethoden en naar nieuwe en betere definities van vissen. Doch één ding deden ze niet. Ze gingen niet vissen. Er werden grote, uitgebreide en dure toerustingscentra gebouwd met als primaire doel de vissers te leren vissen. Al die jaren werden er cursussen aangeboden over de noodzaak van vissen, de kenmerken van vis, de vindplaats van vis, de indeling van vissen, en de psychologische reacties van vissen. De docenten waren doctor in visologie, maar visten niet. Ze onderwezen alleen maar. Jaar na jaar, na saaie cursussen, haalden velen hun diploma’s en kregen hun visbewijs uitgereikt. Na een bijeenkomst over de noodzaak van vissen verliet een jongeman de bijeenkomst en ging vissen. De volgende dag deelde hij mee dat hij twee bijzondere vissen had gevangen. Hij werd gëeerd vanwege zijn voortreffelijke vangst en hij werd ingedeeld om zoveel mogelijk belangrijke bijeenkomsten te bezoeken, waar hij kon vertellen hoe hij die twee grote vissen aan de haak had geslagen. Dus hield hij op met vissen om tijd vrij te maken om zijn ervaringen met andere vissers te delen en ook om een film te maken over de grote vangst. Hij kwam ook in het hoofdbestuur van de vissersbond vanwege zijn grote bekwaamheid. Het moet gezegd worden dat veel van de ‘vissers’ waarlijk oprecht waren en zich echt opofferden en allerlei moeilijkheden slikten. Ze volgden toch de Meester die gezegd had: “Volg Mij en Ik zal u vissers van mensen maken.” Kunt u zich voorstellen hoe sommigen van hen gekrenkt waren, toen er op een dag iemand opstond en opperde dat degenen die geen vis gingen vangen, eigenlijk helemaal geen vissers waren, hoezeer ze dat ook beweerden.
Een boer had enkele jonge hondjes die hij nog moest verkopen.
Hij schilderde een advertentie op een bord met: 4 puppies te koop en zette dit aan het begin van zijn erf aan de kant.
Net toen hij de laatste spijker in het bord sloeg werd hij aan zijn overalgetrokken.
Hij keek naar beneden in de ogen van een kleine jongen. "Meneer" zei de jongen, "Ik wil een van uw puppies kopen". "Wel", zei de boer, terwijl hij met zijn hand achter in zijn nek wreef, "deze puppies hebben hele goede ouders en kosten aardig wat geld".
De jongen liet voor een moment zijn hoofd hangen. Toen reikte hij diep in zijn broekzak en haalde een handvol kleingeld voor de dag en liet het aan de boer zien.
"Ik heb 39 cent. Is dat genoeg om te kijken?" "Zeker", zei de boer en hij floot een deuntje.
"Dolly", riep hij. Uit het hondenhok en over het erf rende Dolly naar de boer toe gevolgd door 4 kleine bolletjes wol.
De kleine jongen drukte zijn gezicht tegen het hek. Zijn ogen straalde van verrukking.
Terwijl de honden naar het hek toekwamen rennen, zag de jongen nog iets bewegen in het hondenhok.
Langzaam verscheen er nog een bolletje wol, maar deze was zichbaar kleiner dan de andere hondjes.
Op zijn achterpootjes gleed het bolletje het hok uit en op een wat onhandige wijze begon het hondje vooruit naar het hek te hobbelen terwijl het zijn best deed de andere hondjes bij te houden. "Ik wil die hebben", zei het kleine jongetje, terwijl hij naar de waggelende hond wees.
De boer knielde naast het jongetje neer en zei: "zoon, je wil dat hondje echt niet. Het is nooit in staat om te rennen of te spelen zoals de andere hondjes kunnen".
Toen deed de jongen een stap naar achteren, reikte naar beneden en begon een broekspijp op te rollen.
Terwijl hij dit deed werd een stalen beugel zichtbaar aan beide zijden van het beentje van de jongen die vastgemaakt zaten aan zijn speciaal gemaakte schoentje.
De boer aankijkend zei hij: "weet u meneer, ik kan zelf ook niet zo goed rennen en hij heeft iemand nodig die hem begrijpt".
Met tranen in zijn ogen reikte de boer naar beneden en pakte de kleine puppie op. Hij hield het heel voorzichtig vast toen hij de puppie aan de kleine jongen gaf.
"Hoeveel kost het?" vroeg de kleine jongen. "Niets, het is gratis", zei de boer. "Er is geen prijs voor liefde".
De wereld is vol van mensen die iemand nodig hebben die ze begrijpt.
Een tengere en kleine zwarte vrouw van in de zeventig stond in de rechtszaal. Haar gelaat toonde de sporen van haar leeftijd. Er stonden enkele blanke politiemannen terecht voor de moord op haar man en haar zoon. Eerst werd haar zoon doodgeschoten en ergens verbrand. Later werd haar man meegenomen. Ze hoorde niets meer van hem totdat de politieman B., terugkwam om ook de vrouw op te halen. Ze werd naar een plaats aan de rivier gebracht. Daar zag ze haar man terug, vastgebonden, kennelijk mishandeld, liggend op een stapel hout. De laatste woorden van zijn lippen waren “Vader, vergeef hen” toen ze hem overgoten met benzine en in de brand staken.
Politieman B. en enkele helpende collega’s werden schuldig bevonden. Op de dag van de uitspraak vroeg de rechter aan de kleine zwarte vrouw: “Wat zou u willen? Hoe kan er recht worden gedaan aan een man als B., die uw gezin zo gruwelijk heeft vernietigd?”
Het oude vrouwtje zei, na enkele ogenblikken van stilte:
“Ik zou graag drie dingen willen. Ten eerste naar die afgelegen plaats worden gebracht waar mijn man werd verbrand om te zien wat er over is. Wat ik vind wil ik waardig begraven.” Ze pauzeerde en moment en vervolgde toen: “Mijn man en zoon waren mijn enige familie. Daarom wil ik, op de tweede plaats, dat mijnheer B. mijn zoon wordt. Ik zou willen dat hij mij tenminste tweemaal per maand zou bezoeken in de sloppenwijk waar ik woon om daar de dag met me door te brengen, zodat ik de liefde die nog in mij is aan hem kan geven. “Ten derde”, zei ze “Ik wil dat mijnheer B. weet, dat ik hem mijn vergeving aanbied, omdat Jezus Christus stierf om te vergeven. Dit was ook de wens en het gebed van mijn man. Ik wil iemand vriendelijk vragen mij te ondersteunen naar de andere kant van deze zaal, zodat ik mijnheer B. kan omarmen om hem te laten weten dat hij waarlijk vergeving heeft ontvangen.”
Toen een ambtenaar van het gerechtshof de oude vrouw begeleidde naar de andere kant van de grote zaal, viel B., overweldigd door hetgeen hij had gehoord, flauw.
Vanuit het publiek in de rechtszaal, waarin bekenden en buurtbewonders van het oude vrouwtje plaats hadden genomen, klonk zachtjes een melodie, die sterker aanzwelde tot een voluit gezongen lied:
Genade, zo oneindig groot, dat ik, die ’t niet verdien, het leven vond, want ik was dood en blind, maar nu kan ‘k zien.
Want Jezus droeg mijn zondelast en tranen aan het kruis. Hij houdt mij door genade vast en brengt mij veilig thuis.
Dit verhaal speelde zich af op een Middelbare School in Amerika, waar godsdienstles een onderdeel vormt van de opleiding. Een tijdje geleden was er een godsdienstleraar die broeder Antionio werd genoemd, een fijn mens met een groot hart voor jongelui die het moeilijk hadden.De deur van zijn klas stond altijd open voor studenten die bij een andere les eruit gegooid waren. Het enige dat hij van ze verlangde was, dat ze zich aan de regels hielden.
Op een dag was Steve, een tweedejaars, er bij zijn eigen leraar uitgezet. Omdat geen enkele andere leraar hem wilde hebben, ging hij maar bij broeder Antionio in de les zitten. Een van de regels waar hij zich aan moest houden, was dat hij niet te laat mocht komen, dus kwam hij steeds net op het nippertje binnen. Zodra de bel ging ging hij er ook weer als een haas vandoor.
Op een dag vroeg broeder Antonio Steve om na te blijven, zodat hij even met hem kon babbelen.
''Zeg Steve, ik heb je nu een tijdje geobserveerd, maar... je vindt je nogal stoer, hè?'
Steve wendde zijn blik af en antwoordde onverschillig: 'Nou en?'
'Waar ben je eigenlijk goed in? Hou je van sport bijvoorbeeld?'
Steve keek snel even op en sloeg zijn ogen weer neer.
''Ik zit op bodybuilding, en ik train elke avond.' zei Steve, terwijl hij zijn schouders rechtte en zijn benen wat wijder uiteen plantte.
''Toe maar.'
'Elke avond doe ik tweehonderd push ups...'
'Mmm, niet gek...'
Antonio kreeg een idee, 'Zou je er ook 300 van kunnen maken?'
Dat was wel erg veel meer, maar Steve wou zich niet laten kennen en antwoordde cool, dat het hem waarschijnlijk wel zou lukken
''In series van tien, bedoel ik. Je kunt telkens weer even uitrusten.'
Nou dan moest het helemaal lukken, meende Steve. Antonio zei dat Steve dat dan vrijdagmiddag voor de klas moest tonen en Steve ging akkoord.
De vrijdag brak aan en Steve was ruim voor tijd in de klas aanwezig. Dit keer ging hij zelfs vooraan zitten in plaats van op de achterste bank zoals anders.
Toen de les begon haalde Broeder Antonio een grote doos donuts te voorschijn en niet van die goedkope uitgedroogde dingen, nee extra lekkere, met glazuur er op.
Iedereen keek vol verwachting toe, het was vrijdag het laatste uurtje van de week. Misschien kregen ze zelfs wel een vroegertje.
Antonio ging naar het eerste meisje op de eerste bank van de eerste rij en vroeg: 'Cynthia, wil jij een donut?'
Cynthia antwoordde: 'Graag.'
Toen richtte hij zich tot Steve en vroeg: 'Steve, zou jij tien push ups willen doen, zodat Cynthia haar donut kan krijgen?´
´Oké.´riep Steve. Hij deed tien vlugge push ups, een makkie en ging weer zitten. Cynthia kreeg de donut en Antonio vroeg aan de volgende leerling: 'Joe, wil jij een donut?'
Zo ging het de rij langs. Voor iedere donut deed Steve tien push ups. Tot hij bij Scott kwam. Scott was captain van het footballteam en center van het basketbal team. Hij was erg popie en altijd zwermden er meiden om hem heen. Toen hem gevraagd werd of hij een donut wou antwoordde hij: 'Luister goed, man, ik kan mijn eigen push ups wel doen, daar heb ik Steve niet voor nodig.'
Antonio zei: 'Scott, het is mijn klas en mijn donuts. Ik bepaal wat de prijs is en Steve doet voor elke donut tien push ups.'
'Dan hoef ik er geen een,'' antwoordde Scott minachtend.
De leraar richtte zich kalm tot Steve en vroeg: 'Steve, wil je tien push ups doen, zodat Scott een donut kan krijgen die hij niet wil?'
Steve, die inmiddels al wat vermoeid begon te raken deed ook voor Scott tien push ups. Scott schreeuwde: 'He, hallo! Ik wilde geen donut, dat zei ik toch!'
'Hoor es,' was het antwoord van Antonio, ''Je hoeft hem niet te nemen, laat maar liggen. Er is in ieder geval voor betaald.'
Steve raakte langzamerhand behoorlijk vermoeid. Tussen de push ups bleef hij nu op de grond liggen, dat spaarde hem krachten. Je kon zweetdruppels op zijn gezicht zien. De derde rij was nu aan de beurt. Er waren er steeds meer die nee zeiden en al die niet geaccepteerde donuts stapelden zich op. Steve moest nu echt veel moeite doen om zich op te drukken. Hij zag helemaal rood in zijn gezicht. Robert werd aangesteld om erop toe te zien, dat Steve zijn push ups goed afmaakte. De vierde rij was aan de beurt. Broeder Antonio telde vlug de koppen. Het werd een beetje rommelig in de klas, want er waren wat lui bijgekomen uit andere klassen, die bij het raam bleven staan. Snel berekende hij dat het totaal van de push ups die gedaan moesten worden was opgelopen tot 340. Zou Steve het redden?
Zo langzamerhand kreeg iedereen vreselijk medelijden met Steve, die aan het eind van zijn krachten was. Even dreigde het mis te gaan toen er nog een jongen de klas binnen stapte. Iedereen schreeuwde: 'Buiten blijven, idioot!'
Maar Steve steunde: 'Nee, laat ... maar!!'
De klas werd doodstil. Zelfs voor deze jongen werd er een donut betaald, heel langzaam en met de uiterste inspanning. De klas dacht dat Steve er wel dood bij kon neervallen. Zijn armen trilden en het zweet stroomde van zijn gezicht. Eindelijk was het laatste meisje aan de beurt.
'Susan, wil jij een donut? vroeg de leraar.
Susan schudde traag van nee.
'Steve, wil je nog tien keer opdrukken zodat Susan de donut kan krijgen die ze niet wil?'
Een groot protest rees op uit de klas. Kon niemand Steve helpen? Nee, hij moest het helemaal alleen doen. De klas telde mee. Acht, negen.... tien! Hoera!! het was gelukt! Steve bleef liggen, niet in staat zich nog te bewegen.
Toen het gejuich verstomde, hief broeder Antonio zijn hand omhoog.
'Voordat jullie weggaan nog even dit:' zei hij.
'Ik heb jullie vaak verteld van Jezus en het deed jullie niks. Maar nu begrijp je zeker wel wat Hij heeft gedaan voor de wereld. Voor iedereen heeft Hij de hemel verdiend door te lijden aan het kruis. Voor wie wil en voor wie niet wil. Hij volbracht het.'
Wees niet zo hoogmoedig om te denken dat je Hem niet nodig hebt. Als je er nog met me over wilt doorpraten, dan blijf je maar na.'
Er bleef die middag één jongen zitten om met Broeder Antonio te praten en zijn naam was... Steve
Hij was 9- in een zondagsklas van 8- jarigen. Achtjarigen kunnen wreed zijn. De kinderen namen Philip niet op in hun groep. Niet alleen omdat hij ouder was. Hij was \"anders\". Hij had het down-syndroom en dat was duidelijk aan hem te zien: de gelaatskenmerken, trage reacties, symptomen van geestelijke achterstand. Op zekere zondag verzamelde de zondagsschool-onderwijzeres enkele van de plastic eieren die je in het midden uit elkaar kunt trekken het soort waarin sommige damespanty\'s verpakt worden. De onderwijzeres gaf ieder kind een van die plastic eieren. Op die mooie lentedag moest ieder kind naar buiten gaan en voor zichzelf het een of andere symbool van \"nieuw leven\" gaan zoeken en dat symbolische zaad of blad of wat dan ook in het ei stoppen. Ze zouden dan hun eieren een voor een openmaken, en ieder kind zou uitleggen waarom de vondst een symbool van \"nieuw leven\" was. Dus .... Kwamen de jongelui op de afgesproken dag bijeen en legden hun eieren op een tafel, en de onderwijzeres begon ze open te maken. Eén kind had een bloem gevonden. Al de kinderen riepen \"ooo\" en \"aaa\" om het mooie symbool van nieuw leven. In een ander zat een vlinder. \'Prachtig\', zeiden de meisjes. En het is voor een achtjarige niet makkelijk om \"prachtig\" te zeggen. Een ander ei werd opengemaakt en er kwam een steentje uit, sommige kinderen lachten. \"Dat is stom!\" zei één kind. \"Hoe kan een steentje nou een \'nieuw leven\' voorstellen? Meteen zei een jongetje openlijk en onbevreesd: \"Dat is van mij. Ik wist dat iedereen bloemen en bladeren en vlinders en al dat soort dingen zou meebrengen, dus bracht ik een steentje mee om anders te zijn.\" Iedereen lachte. De onderwijzers maakte het laatste ei open, en daar zat niets in. \"Dat is niet eerlijk\", zei iemand. \"Dat is stom\", zei weer een ander. De onderwijzeres voelde een ruk aan haar overhemd. Het was Philip. Terwijl hij omhoog keek zei hij: \"Het is van mij. Ik heb het gedaan. Het is leeg. Ik heb nieuw leven omdat het graf leeg is.\" Het werd stil in de klas. Vanaf die dag hoorde Philip bij de groep. Ze waren aardig tegen hem. Er werd met geen woord meer gerept over wat dan ook waardoor hij anders was. Philips ouders wisten dat hij niet lang meer te leven had; er was gewoon te veel mis met dat piepkleine lichaam. Die zomer overleed Philip nadat hij een infectie had opgelopen. Op de dag van zijn begrafenis werden negen 8- jarige jongens en meisjes met de realiteit van de dood geconfronteerd en stapten met vastberadenheid naar voren in de kerk toe- niet met bloemen. Negen kinderen met hun zondagschoolonderwijzeres legden op het lijkkistje van hun vriend hun geschenk van liefde - een leeg ei
De oude man keerde zich naar mij en vroeg: \"Hoeveel vrienden heeft u?\" Ik antwoorde: \"Hoezo? Ik schat zo’n 30…40...\" Ik noemde er een paar op. Langzaam stond hij op schudde meewarig zijn hoofd. U bent een gelukkig mens dat u zoveel vrienden heeft.\" zei hij.
Maar denk eens goed na over wat je nu zegt, want er is zoveel dat u nog niet weet. Een vriend is niet zomaar iemand die u vriendelijk groet ......
Een vriend is een zachte schouder waar je zacht op kunt huilen, een put waar je al je zorgen in kunt gooien. Iemand de je weer op kan beuren. Een vriend is iemand die je omhoog kan trekken vanuit je wanhoop, vanuit het duister. Daar waar al je andere zogenaamde vrienden je achter hebben gelaten. Een ware vriend is je bondgenoot die niet van je zal wijken, die je niet kunt kopen. Een stem die je naam in leven houd als anderen die allang zijn vergeten. Maar boven alles heeft een vriend een groot hart, is een rots waar je altijd op kunt bouwen. Uit het hart van een vriend komt de grootste liefde aller tijden voort.
Dus… denk nog maar eens goed over mijn woorden na, want elk woord wat ik zei is waar. En geef me dan nog eens een antwoord, m’n kind: Hoeveel vrienden heb jij?\"
En daar stond hij dan en keek me aan, wachtend op mijn antwoord. En zachtjes zei ik: Als ik geluk heb … dan maar een, jij!\"
Het was winter. Hoog boven de Niagarawater- val, op de grens van de Verenigde Staten en Canada, vlogen een paar arenden. Hun ogen speurden naar een prooi. Een dikke sneeuwlaag hield veel dieren in hun holen. Op de rivier dre- ven ijsschotsen in de richting van de waterval. Daar ontdekte een van de arenden een schaap dat doodgevroren op een ijsschots lag. Pijlsnel schoot de arend naar beneden en streek bij het kadaver neer. Met felle snavelhouwen werd het bewerkt. Toen kon de arend met zijn maaltijd beginnen. Af en toe keek hij in de richting van de waterval. Het was of het dier begreep welk gevaar hem bedreigde. Hij zette zijn maaltijd voort. De afstand tot de waterval werd steeds kleiner. Een paar meter voor de waterval spreid- de de arend zijn vleugels uit om zijn prooi te verlaten. Maar helaas, zijn poten zaten inmid- dels vastgevroren aan het ijs. Even later stortte de vogel met de ijsschots naar beneden, de dood tegemoet. Ook voor de mens is uitstellen gevaarlijk. Als u nog niet behouden bent, nu is het nog de tijd om u tot God te keren: Stel niet uit tot het te laat is!
\'Ik heb een hand vol klachten\', zegt ze \'zal ik ze een allemaal opnoemen?\' Ik schuif wat onrustig in mijn stoel. Ach, heden, daar heb je weer zo\'n klaagverhaal! Ik heb er al wat in mijn leven moeten aanhoren....Ik zou een hele \'bijbel\' vol met klaagliederen kunnen schrijven, neem dat maar van mij aan. Maar ja, wat doe je als het je werk is? wat doe je, als je geroepen bent in Jezus naam klaagverhalen aan te horen? Als niemand, helemaal niemand naar je luisteren wil, dan pas ben je écht eenzaam................. \'Nou vooruit\', zeg ik, al mijn moed bij elkaar rapend, \'laat maar eens horen\'. En dan begint ze haar litanie: *Eerste vinger: mijn werkloze man *Tweede vinger: mijn darmklachten *Derde vinger: mijn oogziekte *Vierde vinger: mijn rumoerige buren *Vijfde vinger: mijn jaloerse familie. \"Ziet u wel, een hele hand vol!\"Het klinkt bijna triomfantelijk en als ik goed naar haar gezicht kijk, dan lijkt het wel alsof ze zeggen wil: \"Ziezo, daar heb je niet van terug , hé?\" Ik knik. \'Dat is niet mis\', zeg ik. \'Dat is een hand vol. En die andere hand, als ik vragen mag?\' \'O, dat zijn de zegeningen\' zegt ze- en nu is het alsof haar gezicht begint te stralen. \'Wilt u die ook horen?\' \'Nou, als dat niet te veel gevraagd is, wel graag ja\' zeg ik, nog stomverbaasd over deze onverwachte wending. \'Nou , daar gaan we dan: * Eerste vinger: dat we nog elke dag genoeg te eten hebben. * Tweede vinger: dat we zo\'n mooi huis hebben. * Derde vinger: dat ik niet nog meer ziektes heb. * Vierde vinger: dat er altijd mensen zijn die mij helpen. * Vijfde vinger: dat ik aan de andere kant rustige buren heb. Nou, dat is ook precies een hand vol, ziet u wel? Ik kan het niet ontkennen. In stilte kijk in naar haar beide, naar mij uitgestoken handen. Het zijn twee handen die al heel wat verdriet hebben gedragen. Twee handen die al heel wat tranen hebben weggeveegd. Twee handen die zich vaak tot een vuist hebben gebald. Twee handen die weten wat \'leven\' is.......... \'En weet u, wat ik nou zo mooi vind?\' \'Nou?\'vraag ik. \'Wat gebeurt er als je gaat bidden?\' \'Ja, als je gaat bidden, dan gebeurt er iets met je handen. Kijk, dan gaat mijn rechterhand, die van de zegeningen, naar de linker, ziet u wel?\' \'En dan vouw ik de vingers van mijn linkerhand. En dan komen ze dus eigenlijk, al die zegeningen, tussen de beroerde dingen in te zitten. \'Dan houd ik dus eigenlijk die vervelende dingen tégen met mijn zegeningen, begrijpt u wel, die vijf van mijn rechterhand\'. \'En dan zeg ik tegen God: Dank U wel, Here God, dat ik die andere hand ook nog heb!\' \'En zo bid ik dan , begrijpt u wel? Ik vouw de zegeningen gewoon tussen de beroerde dingen. En dan is het net alsof ze neit zo beroerd meer zijn!. Ik knik opnieuw. Ik vouw mijn handen. En ik gedachte tel ik..........tot tien. Tel uw zegeningen, tel ze, één voor één!
In de oorlog van 1967 werd Jeruzalem weer tot één stad verenigd. Onlangs werd een Arabische vrouw in Israël weduwe. Zij had in een deel van Jeruzalem gewoond tot 1948 en wilde eens gaan kijken bij haar vroegere woning. Na enig zoeken vond ze het huis. Ze klopte op deur en een vrouw deed open. Zij was Joodse en ook weduwe. De Arabische vrouw legde het doel van haar komst uit en werd uitgenodigd binnen te komen. Samen dronken de twee vrouwen koffie. De De Arabische vrouw vertelde dat ze enige kostbaarheden in het huis had verborgen, die er vermoedelijk nog steeds zouden zijn. Ze stelde voor op zoek te gaan en de waarde ervan samen met de Joodse te delen. De Joodse vrouw weigerde. "Als het uw eigendom is dan behoord het helemaal aan u", zei ze pertinent. Na veel discussie erover zochten ze de vermoedelijke plek onder de vloer van de badkamer en vonden een schat aan kostbaarheden. Na overleg met de overheid kreeg de Joodse toestemming alles over te dragen aan de Arabische vrouw. Ze ontmoeten elkaar nu regelmatig en raken zeer goed bevriend. Op een dag vertelt de Arabische vrouw: "Weet je, in 1948 werd hier geweldig gevochten. We waren zo bang dat we in overhaast zijn weggevlucht om ons leven te redden. We grepen rondom ons naar enige bezittingen, namen de kinderen op en in de verwarring van het oorlogsgeweld rondom vluchtte mijn man en ik ieder een kant op. Ons jongste kind was een jongetje van drie maanden. Ik dacht dat mijn man hem meegenomen had, maar hij dacht dat ik hem bij me had. Toen we na enige tijd weer bij elkaar waren in Oost-Jeruzalem drong het tot ons door dat we ons jongste kindje in dat barre oorlogsgeweld verloren hadden. Ons verdriet was mateloos."
De Joodse vrouw luisterde ademloos en verbleekte bij het verhaal. Ze vroeg of ze de datum nog wist waarop dit gebeurde. De Arabische wist de dag en het uur nauwkeurig. De Joodse zei: "Mijn man was één van de soldaten die bij de inname van Jeruzalem was. Toen hij één van de verlaten huizen binnenging vond hij een achtergelaten baby op de vloer van het deels kapotgeschoten huis. Hij vroeg de autoriteiten of hij voorlopig zijn intrek in het huis mocht nemen en de baby in ons gezin mocht verzorgen. In alle verwarring na de oorlog was er toen geen andere oplossing en het werd toegestaan." Juist op dat moment stapte er een twintigjarige Israëlische soldaat in uniform de kamer binnen en de Joodse vrouw brak in tranen uit. "Dit is uw zoon!" Riep ze huilend uit.
De twee vrouwen werden hartsvriendinnen. De Joodse weduwe vroeg op een dag aan de Arabische moeder: "Kijk, we zijn beiden alleenwonende weduwen. Onze kinderen zijn opgegroeid. Dit huis is de plaats van je geluk geweest. Je hebt er bovendien je zoon teruggekregen, of eigenlijk ònze zoon. Waarom blijf je hier niet wonen?" En zo hebben de twee vrouwen besloten.
Hoe kom jij aan water? Uit de kraan? Je kunt de kraan open- en dichtdraaien om het water te laten stromen of juist te laten stoppen. Met het water in de bergen is het heel anders: of het nu een nietig straaltje is of een geweldige stroom, het loopt steeds maar door. De Samaritaanse vrouw had geen water meer en was naar de put gekomen om haar kruik te vullen. Maar Jezus wilde haar laten zien dat Hij haar iets veel waardevollers te geven had. Iets wat méér de moeite waard was dan alles wat ze tot op dat ogenblik meegemaakt had. In tegenstelling tot het bronwater, dat ze steeds weer opnieuw moest putten, bood God haar een nieuw leven aan. Een leven waar geen einde aan komt. Net zoals een bergstroom zou ook deze bron nooit uitdrogen. Ditzelfde biedt God ook ons aan. We hoeven er alleen maar om te vragen!
In het Midden - Oosten heeft men de gewoonte op de bladerkroon van een jonge palmboom een steen te leggen, om te verhinderen dat de boom al te groot wordt. De stam van de boom wordt daardoor sterker, het hout wordt harder en de vruchten worden beter. Een gezegde in verband met deze gewoonte luidt:' De palm groeit onder de druk.' Zo legt de Here ons soms een last op, omdat Hij weet dat dit nuttig is voor ons. Wij worden daardoor innerlijk sterker en zijn beter in staat de invloeden van buitenaf te weerstaan. Ook drijft deze last die ons wordt opgelegd, ons uit tot gebed. Als de inboorlingen van Afrika door een snelstromende rivier moeten trekken, leggen zij een zware steen op hun hoofd als ze geen last hebben te dragen. Het gewicht helpt hen veilig door de rivier te komen. Het maakt hun schreden vast en zo verliezen ze niet gauw hun evenwicht. Zo doet de Here ook vaak met ons. Hij legt ons een last op die bewerkt dat onze gang zekerder wordt en dat we standvastig zijn in de stormen en stromen van het leven. We moeten niet bidden om lichtere lasten, maar om sterkere schouders, opdat Hij zijn doel met ons kan bereiken in ons leven.
De ark van Noach leert me alles wat ik in het leven nodig heb! EEN: Mis de boot niet. TWEE: Denk erom dat we allemaal in dezelfde boot zitten. DRIE: Plan tijdig. Toen Noach aan de ark begon te bouwen, was er niet eens sprake van regen. VIER: Verzorg je lichaam en blijf fit. Het is mogelijk dat je pas op je 60e zult gevraagd worden aan de job van je leven te beginnen. (Zoals Noach). VIJF: Luister niet naar criticasters. Doe de job waarvan je overtuigd bent dat je ze moet doen. ZES: Bouw je toekomst op grote hoogte. ZEVEN: Om je eigen veiligheid reis je beter niet alleen maar minstens met twee. En beman je project met voldoende reisgenoten. ACHT: Snelheid is niet altijd een voordeel. Noach had zowel slakken als jachtluipaarden aan boord. Ieder heeft zo zijn eigenheid om een deel van het werk uit te voeren. NEGEN: Als je ten onder gaat aan stress: ga een tijdje ronddobberen. TIEN: Onthoud dat de ark gebouwd werd door één amateur en de Titanic door tientallen ingenieurs. ELF: Als de storm begint en God is met je, wacht er altijd ergens een regenboog op je.
Er was eens een raam. Het zat in een muur, op zo\'n hoogte dat je er gemakkelijk doorheen kon kijken. En dat hadden de mensen dan ook vaak gedaan. Net zoals bij alle andere ramen, zonder er bij na te denken.
Het raam keek uit op een klein, simpel pleintje. Dat dacht het raam zelf ook. Vroeger werd er nog veel gespeeld door de jongeren. Er werd geknikkerd, gefietst, opgeschept over de voetbalwedstrijd en heel soms, als het al wat schemerig werd, werd er wel eens gekust. Het was dan ook een handig raam voor de moeders die graag hun kinderen in de gaten wilden houden. Maar tegenwoordig kwam er haast niemand meer.
De Glazenwasser kwam regelmatig langs en vroeg dan aan het raam of het gewassen wilde worden. Maar het raam zei dan: \'Nee\'. Waarom zou het ook? Op het pleintje gebeurde wel eens wat, maar eigenlijk nooit meer iets interessants. De laatste tijd werd het zelfs erger. Er werd wel eens ruzie gemaakt op het pleintje. Er waren een paar groepen die het pleintje ideaal vonden om te vechten. En de kussende stelletjes ... Zeg nou zelf, zoiets doe je toch niet buiten. Dat is geen zoenen meer! Het raam kreeg er elke dag meer verdriet van. \'Iedereen die door mij heenkijkt, wordt alleen maar teleurgesteld. Wat ben ik nu voor raam? Wie wil er nog door mij heen kijken?\' Het raam raakte zo diep bedroefd, dat het steeds meer vuil begon aan te trekken. Wind en regen en zand vormden vegen en vlekken op het glas. Zoveel, dat na verloop van tijd haast niet meer te zien was dat er ooit glas in het raam had gezeten. \'Net goed,\' dacht het raam vol wrok. \'Er is toch niets om naar te kijken. Moeten ze maar niet zoveel vechten.\' Het werd herfst en er vlogen bladeren tegen het raam. Ze bleven aan het vuil kleven en bedekten het hele raam. Oei, wat jeukte dat. Maar niemand haalde ze weg. Waarom zouden ze? \'Eigen schuld\', dacht het raam. \'Ik kan niet eens dat doen waarvoor ik gemaakt ben. Ik heb niemand iets te bieden\'. Een storm stak op en er vlogen takken tegen het raam en oude kranten. Oei! Dat schuurde! Hagel en sneeuw sloegen tegen de muur en het raam. \'Help me toch! Haal ze toch weg\', dacht het raam wanhopig. Maar niemand kwam. Wie wist er nu nog dat daar een raam zat? Langzaam, heel langzaam gleden de herfst en de winter voorbij.
Op een dag, vroeg in het voorjaar, kwam de Glazenwasser weer langs. \'Arm raam. Zal Ik jou eens wassen?\' \'Waarom zou je dat doen? Ik ben nutteloos. Ik kan immers niet eens het simpelste doen waarvoor ik gemaakt ben. Het zou beter zijn als je me helemaal weg zou halen\', zei het raam. De Glazenwasser ging er even bij zitten. \'Goed, mooi raam, je bent hier geplaatst door mijn Vader de Venstermaker. Om de mensen in dit gebouw een beetje verlichting te geven. Een beetje uitzicht. Weet je dan niet hoe bijzonder je bent? Vergeet niet: als simpel raam zorg je ervoor dat ook de zon in de huizen kan schijnen. En wanneer je Mij elke keer al het vuil van je laat verwijderen, let maar eens op waar je dan toe in staat bent. Mag Ik?\' Het raam stemde toe en de Glazenwasser begon. Het was een flinke klus, compleet met schuursponzen en krabbers. Maar met elke laag vuil die eraf ging, werd het makkelijker. Tot het raam weer helemaal schoon was. \'Let nu maar eens op\', zei de Glazenwasser en Hij nam een speciale fles en een zachte doek. Met geduld en heel precies wreef Hij het hele raam ermee in. Geen millimeter vergetend. Toe Hij klaar was, deed Hij een stap achteruit om de zon ruimte te geven. De stralen van de zon gleden over het ingewreven raam. Even was het of er een vuurwerk spetterde en toen verschenen er overal in het huis kleine regenbogen, sterren en dansende vonkjes. Het was of het raam met het zonlicht speelde. Kleuren en vormen gleden en dansten door de kamer. Als de zon fel scheen, ontstonden mozaïeken. En als er een wolk voor de zon gleed, werd de kamer gevuld met een warme gloed.
\'Een raam alleen kan dit niet. Maar dat heb Ik ook nooit van je gevraagd. Ik vraag je alleen of Ik je af en toe opnieuw mag wassen en inwrijven, zodat je kunt blijven stralen. Alleen op deze manier kun je meer zijn dan je bent. En alleen op deze manier kun je dat doen waarvoor Mijn Vader je gemaakt heeft\'.
De eerste had mooie kleren aan en droeg een zak. ‘in deze tas’ verklaarde hij,’ zit de rijkdom van een heel leven.’ Hij klopte er met zijn hand op. ‘Hiermee en met wat handig praten moet ik die poort wel door komen, of ik moet me al heel sterk vergissen. En om de godsdienstige invalshoek er ook bij te betrekken, heb ik mijn hart er ook in gestopt. Ze mogen het allemaal hebben als ze willen. Alsjeblieft!’ De tweede was een gelovig uitziende vrouw in eenvoudige, afgedragen kleding. Zij droeg een veel kleinere zak. ‘Ik heb geen grote rijkdom verzameld’, sprak zij met zwakke, bezwaarde stem. ‘Onze Heer heeft ons gezegd schatten in de hemel te vergaren en daarom heb ik mijn hele leven besteed om anderen te dienen.’ ‘Wat zit er in uw tas?’ vroeg de rijke man. ‘Afrekeningen’, antwoordde ze met bescheiden trots. ‘Aantekenboekjes, lijstjes en registers. Alle goede daden en liefdewerken die ik ooit heb gedaan, zijn erin vastgelegd. Ik zal ze overleggen samen met mijn hart, want dat heb ik net als u er ook in gedaan, mocht men daarom vragen.’ De derde was een zenuwachtige, vermoeid uitziende man, die enkel een lendendoek droeg. Hij had niks bij zich. ‘Ik heb niks meegenomen’, hakkelde hij. ‘In mijn leven heb ik geen rijkdom vergaard, ik heb me ook niet zo onzelfzuchtig voor anderen gegeven, zoals u, mevrouw. Maar het ergste is ik heb mijn hart weggegeven -ik kom de hemel niet binnen, ben ik bang.\' De rijke man en de gelovige vrouw liepen met z’n tweeën alvast naar de poort, maar al gauw kwamen ze terug. Hun gezicht stond donker van teleurstelling. ‘Bagage niet toegestaan binnen de poort’, zei de rijke man bedroefd. ‘En we mogen onze tas ook niet buiten de poort laten staan‘, snikte de vrouw. ‘We moeten er voor altijd mee rond lopen!’ Langzaam gingen ze weg. De man in de lendendoek keek hen na en liep toen zelf naar de hemel toe. Goed, hij had dan geen bagage, maar hij was zijn hart kwijt. Wat voor hoop had hij? De engel die de deur open deed nodigde hem met een diepe buiging uit binnen te komen. Toen stopte hij hem iets in de hand. Het glinsterde en glansde als de volmaaktste diamant. ‘Van u geloof ik’,
Tijdens de Franse revolutie speelde een zekere Robespierre een belangrijke rol. Hij was een bruut en stond onverschillig tegenover elke vorm van godsdienst, hoewel hij katholiek opgevoed was. Tijdens de revolutie gebeurden er in Frankrijk verschrikkelijke dingen. Al gauw zag Robespierre in dat het verwerpen van alle godsdiensten een verwoestende uitwerking zou hebben op de hele maatschappij. Daarom begon hij te pleiten ten gunste van een godsdienst. Hij eindigde zijn eerste toespraak over zijn nieuwe ideeën met de woorden: \'Als God niet bestond, zou het nodig zijn Hem uit te vinden.\' Gelukkig hoeft dit laatste niet. God bestaat en Hij heeft Zichzelf geopenbaard aan de mensen, zodat ieder mens Hem kan leren kennen. God heeft Zichzelf geopenbaard in de schepping, maar vooral door zijn Woord. Door in de Bijbel te lezen kunnen we God leren kennen.
Er zijn heel wat Bijbels in de omloop. Het is belangrijk om de verschillen te kennen. Zo kun je zelf voor je eigen kiezen welke Bijbel je wil gebruiken. Wist je dat er zelfs Bijbels bestaan in hedendaags, begrijpbaar Nederlands?
Ik wil graag een overzicht geven van de meest gebruikte Nederlandstalige Bijbels en hun verschillen onderling. Er zijn twee soorten verschillen in de Bijbels: in inhoud en taal.
Verschil in inhoud Verschil in taal Een vergelijking
1. Verschil in inhoud
Hiervoor moet je goed opletten. Omdat ik in dit artikel enkel de verschillende vertalingen wil voorstellen, ga ik niet diep ingaan op het ontstaan van de Bijbel. Toch moet ik een kort overzicht schetsen van de origine van de Bijbel.
De originele Bijbelteksten noemen we de grondtekst. Deze is vaak op boekrollen of perkament geschreven. De geschriften van het Oude Testament (OT) zijn voornamelijk in het Hebreeuws. Die van het Nieuwe Testament (NT) in het Grieks, de toenmalige wereldtaal.
Er zijn niet één of twee boekrollen gevonden waaruit de grondtekst is voortgekomen, neen, er zijn meer dan 5000 boekrollen en perkamenten gevonden die samen de inhoud vormen van de Bijbel! Bijna alle Bijbelgedeeltes komen meerdere malen voor, en steeds blijken ze identiek te zijn. Deze zijn geschreven en overgeschreven door zo\'n 40-tal verschillende schrijvers op totaal verschillende geografische gebieden en over een tijdspanne van zo\'n 1500 jaar. Dat de inhoud van deze geschriften dezelfde is gebleven, toont aan dat het waarheidsgehalte van de beschreven gebeurtenissen zeer hoog is.
Was het dan makkelijk om de Bijbel samen te stellen? Voor het grootste gedeelte wel, omdat men zoveel archeologische documenten heeft. De boeken waarvan men 100% zeker is dat deze betrouwbaar zijn, noemt men canonieke boeken. Deze samen noemen we de canon. Zij vormen zowieso de Bijbel. Dit zijn in totaal 66 boeken en bevatten het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Men is het hierover eens dat deze geschriften door God geïnspireerd zijn.
Maar uit die duizenden documenten zijn er ook een paar boeken waarover men zwaar heeft moeten nadenken of deze wel betrouwbaar zijn. Sommige menen dat deze geschriften wel door God zijn geïnspireerd, anderen menen van niet. Men heeft deze geschriften apocrief of deuterocanoniek genoemd. Het woord \'apocrief\' komt van het Griekse apokruphos dat geheim, verborgen betekent.
Wie erkent deze apocriefe of deuterocanonieke geschriften? Wel, de meeste van deze boeken worden erkend door de Rooms-Katholieke Kerk (RKK). Ik zeg duidelijk \'de meeste van deze boeken\', want niet alle apocriefe geschriften worden erkend door de RKK. Sommige Orthodoxe Kerken echter, geloven dat zo goed als alle deuterocanonieke boeken betrouwbaar en door God geïnspireerd zijn. Het Protestantisme erkent enkel de canon als gezaghebbend en verwerpt de apocriefe boeken als door God geïnspireerd.
Wie heeft nu wat?
Een Katholieke Bijbel = de canon + een groot deel van de apocriefe boeken. Een Protestantse Bijbel = enkel de canon Sommige Orthodoxe Bijbels = de canon + bijna alle apocriefe boeken. De canon is dus voor iedereen dezelfde. Wat ook belangrijk is om te weten, is dat in al deze Bijbels, het Nieuwe Testament hetzelfde is. Enkel bij het OT heeft de één wat meer boeken dan de ander.
Er bestaan wel apocriefe geschriften van het NT, maar die worden door niemand erkend als geïnspireerd door God, bijgevolg vind men deze niet terug in een Bijbel.
De Nederlandstalige Bijbels worden gedrukt door:
Het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) : Protestanste Bijbels De Katholieke Bijbelstichting (KBS) : Katholieke en Orthodoxe Bijbels
Sekten en stromingen. Naast het onderscheid tussen canonniek en apocrief, zijn er nog andere Bijbels in de omloop. Vele sekten hebben zelf een Bijbel, die aangepast is aan hun leer.
Het meest bekende voorbeeld hiervan is \"De nieuwe wereld vertaling\" van de Watchtower Trade Organisation. Ook wel bekend als de getuigen van Yehovah. Zij hebben in hun vertaling woorden weggelaten of toegevoegd die in de grondteksten helemaal niet staan. Dit was de enige oplossing om oa de drieëenheid te ontkennen. Wanneer men hun Bijbel kritisch gaat vergelijken met de brontekst, zijn heel duidelijk hun vervalsingen te zien.
Onlangs gingen mijn vriend en ik op doorreis een klein restaurantje binnen. Terwijl we zaten te praten, wees mijn vriend opeens naar een poster die op de muur achter de toonbank was opgehangen. Het stelde een vredig tafereel op een meer voor. In de vroege morgenmist waren een vader en zoon zichtbaar die in een roeiboot zaten te vissen. Alles was rustig en sereen. De boot bewoog niet op het stille water en de vissers zaten kalm te kijken naar de twee bewegingloze dobbers op het vreedzame meer. Het geheel maakte een indruk van rust en kalmte. In de hoek van de poster waren twee woorden gedrukt: neem tijd. Deze twee woorden klinken in onze oren als een vreemde taal. We spoeden ons vaak net zo snel voort door het leven, als we met onze auto's op de snelweg rijden. En door zo gehaast en snel te leven, vergeten we God vaak. De Heer Jezus zei eens tegen zijn discipelen: 'Rust een beetje.' Laten wij ook tijd nemen om rustig alleen met de Heer te zijn. Laten we tijd nemen om de Bijbel te lezen en te bidden
De Heer Jezus heeft geen behoefte aan geheimagenten die Hem in het verborgene navolgen. Hij zoekt ambassadeurs die Hem in het openbaar willen vertegenwoordigen.
Het recht om iemand te bekritiseren moet ver-
diend worden, zelfs wanneer de kritiek opbou-
wend van aard is. Voordat je het recht hebt om
aan het gevoel van eigenwaarde van een ander
te sleutelen, ben je verplicht om eerst je respect
voor hem als mens te tonen.
Er zijn er, wier gepraat werkt als dolksteken,
maar de tong der wijzen brengt genezing aan.
Spr. 12:18 NBG
(Dobson)
Het hoofdbestanddeel is het zogenaamde maltezerkruis. Het kenteken van de ridders van Malta, een geestelijke ridderorde uit de Middeleeuwen. Het kruis heeft gelijke armen, wijd uiteenlopend aan de top; misschien een figuur, die verkregen is door vier pijlpunten naar het midden te keren.
Het maltezerkruis is door hugenoten aanvaard, omdat men wel christenen wilde zijn, gekenmerkt door het kruis, maar niet door het 'Latijnse' kruis, het 'roomse'. Het maltezerkruis wordt gezien als symbool der wedergeboorte. De acht punten stellen voor de acht zaligsprekingen uit het Evangelie (Mt. 5:310)
De armen van het kruis worden verbonden door een krans van vier lelies (lisbloemen) of harten, symbolen van reinheid en trouw.Het oorspronkelijke aanhangsel onderaan was peervormig, volgens sommigen een kruikje (teken van de zalving van de Franse koningen? of met de Geest?), volgens anderen een traan (teken van het lijden der Franse protestanten). Omstreeks 1688 is dit peervormig aanhangsel vervangen door de duif, het symbool van de Heilige Geest.
Telt men alle punten (parels en lelies) bij elkaar op, dan krijgt men het getal 12, overeenkomstig de 12 artikelen van het 'algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof, waarvan de hugenoten zich belijders wisten.
Een waterdrager in India had twee grote emmers; elke emmer hing aan één kant van een juk dat hij over zijn schouders droeg. Eén van de emmers had een barst en de andere emmer was in perfecte staat. Terwijl die tweede emmer aan het einde van de lange weg tussen de rivier en het huis van de meester een volle portie water afleverde was tegen die tijd de gebarsten emmer nog maar halfvol.
Dat ging zo twee volle jaren verder. De waterdrager leverde altijd maar anderhalve emmer water af in het huis van zijn meester. Natuurlijk was de goede emmer bijzonder trots op zijn prestaties omdat hij perfect voldeed voor het doel waarvoor hij gemaakt was. Maar de arme gebarsten emmer was beschaamd om zijn gebrek en voelde zich ellendig omdat hij maar de helft kon presteren van wat je van hem had mogen verwachten. Nadat hij zich zo twee jaar lang als een mislukking had beschouwd begon hij op een dag bij de rivier tegen de waterdrager te praten.
\"Ik ben beschaamd over mezelf en ik wil me bij jou verontschuldigen.\"
\"Waarom?\", vroeg de waterdrager. \"Waarom ben je beschaamd?\"
\"Omdat ik de laatste twee jaar slechts in staat ben geweest om maar een halve portie water af te leveren. Door die barst in mijn zijwand verlies ik voortdurend water onderweg naar het huis van je meester. Door mijn falen moet jij zo hard werken en krijg je niet het volle loon voor je inspanning\", antwoordde de emmer.
De waterdrager kreeg echt medelijden met de oude gebarsten emmer; hij wilde hem troosten en zei: \"Als we dadelijk teruggaan naar het huis van mijn meester moet je eens goed op die prachtige bloemen letten aan de kant van de weg\".
En inderdaad: toen ze de heuvel opliepen zag de gebarsten emmer de prachtige wilde bloemen langs de kant van de weg en dat bracht hem toch een beetje troost. Maar aan het einde van de reis voelde hij zich toch weer ongelukkig omdat de helft van het water weer was weggelopen en hij verontschuldigde zich opnieuw bij de waterdrager omdat hij weer gefaald had.
De waterdrager bekeek de emmer en zei: \"Heb je dan niet gezien dat er alleen maar bloemen groeien langs jouw kant van de weg en niet langs de kant van de andere emmer?
Dat komt omdat ik altijd al wist dat je een beetje lekte en ik heb daar mijn voordeel mee gedaan. Ik heb bloemzaadjes geplant aan jouw kant van de weg en elke keer we terugkwamen van de rivier heb jij ze water gegeven
En zo heb ik twee jaar lang telkens prachtige bloemen kunnen plukken om de tafel van mijn meester mee te versieren. Als jij niet zou zijn zoals je nu eenmaal bent dan zou zijn huis er nooit zo prachtig uitzien.\"
En zo heeft ieder van ons zijn eigen \"lekken\". We zijn allemaal gebarsten emmers. Maar als wij er open voor staan dan zal de Heer ons falen kunnen gebruiken om de tafel van Zijn Vader op te fleuren.
In Gods grote plan gaat er nooit iets verloren. Wanneer je dus een manier zoekt om elkaar te dienen en als God je voor een bepaalde taak heeft geroepen, maak je dan geen zorgen om je zwakke punten. Wees je er wel van bewust maar geef Hem de mogelijkheid om er Zijn voordeel mee te doen en zo kan jij ook meewerken aan schoonheid langs Zijn weg.
Ga dapper voort en weet dat we in onze zwakheid Zijn sterkte ervaren.
KLIK OP DE FOTO Jezus: niet zomaar iemand: maar Zoon van God! Wie is Jezus volgens u? Zoveel mensen, zoveel zinnen, en zoveel antwoorden op die vraag. Hoe zou dat komen? Ik denk dat het ermee te maken heeft dat mensen bewust of onbewust voelen dat ze in Jezus met een mysterie te maken krijgen. Met een geheim. Want Jezus is niet zomaar iemand, een bijzonder mens die lang geleden heeft geleefd - Hij is de Zoon van God! \'Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien\', heeft Hij gezegd. Zoals Jezus is: rechtvaardig, warmhartig, heilig, liefdevol en machtig - zó is God! Misschien hebt u zo uw eigen mening over Jezus. Maar wilt u écht op zoek gaan naar zijn geheim? Lees dan in de evangelieverhalen wat Hij allemaal heeft gedaan, luister naar wat Hij allemaal heeft gezegd. Als je goed oplet, zie je Gods luister door Hem heen schitteren!
Eens op een keer voer een slagschip, op weg naar de thuishaven in Engeland, dicht langs de kust in een dichte mist.
'Toeoeoet!' blies de misthoorn. Het was een naargeestig geluid. De stuurman en de kapitein moesten heel goed uitkijken waar ze voeren. Er waren uitkijkposten uitgezet om te helpen kijken. Het was immers in de tijd dat er nog geen radar was. Plotseling doemde uit de mist een donker gevaarte op met een zwaaiend licht. De kapitein schrok erg. Hij pakte de grote scheepsroeper en riep: 'Hier kapitein Thompson van de Independence, Ga ogenblikkelijk opzij. Herhaal! Opzij, twintig graden stuurboord.'
De stuurman hield het grote rad stevig in handen en met een verbeten gezicht bleef hij, zoals de kapitein hem beval, rechtdoor varen. Daar klonk van over het water een stem: 'Hier matroos Stevens, U moet opzij, Independence. Twintig graden stuurboord. Herhaal: Ga direct opzij!'
'Wel nou nog mooier,' mopperde de kapitein. 'Zo'n stomme matroos. Waar is zijn kapitein? Laten ze maar gauw maken dat ze weg komen.'
Hij greep naar zijn roeper en schreeuwde: 'Hallo, Stevens... hier kapitein Thompson... Dit is een slagschip, herhaal slagschip. Ga ogenblikkelijk opzij, anders gebeurt er iets verschrikkelijks met jullie... Twintig graden stuurboord!'
Even was het stil! Gespannen trachtte iedereen door de dichte mist heen te kijken. Zou het andere schip opzij gaan? Dan klonk weer de stem van de matroos uit de richting van het donkere gevaarte dat angstwekkend dichterbij kwam.
'Kapitein, ga ogenblikkelijk opzij! U bent dan wel een slagschip, maar dit is een VUURTOREN!
Bliksemsnel gaf de stomverbaasde kapitein het bevel: 'Twintig graden stuurboord!'
Gelukkig konden ze dit verhaal nog na vertellen. Gods Woord is net als die vuurtoren. Het waarschuwt ons voor verkeerde dingen en wijst ons de weg in de duisternis. Sommige mensen denken het beter te weten dan de Bijbel. Ze willen er niet naar luisteren. Toch kunnen ze dat maar beter wel doen. Anders strandt hun levensscheepje nog.
Doe jij wel eens iets verkeerd? Allicht, wie niet? Maar, vind je het ook niet dat het veel gemakkelijker is de fouten bij een ander aan te wijzen, dan zelf toe te geven dat er iets mis is? Bovendien, fouten van een ander lijken altijd groter en ergerlijker. Die van jou.....ach, die vallen wel mee... Als iemand een kritische opmerking maakt, dan kaatsen we de bal graag terug: \"Wat je zegt, ben je zelf!\" Weet je dat dat laatste nog waar is ook? De lelijke dingen van jezelf herken je algauw bij een ander! \"Oho, er zit een splinter in je oog,\" roep je. Maar je besteedt geen aandacht aan je eigen \'splinter\' die misschien wel honderd keer zo groot is. Weet je hoe Jezus zo\'n manier van doen noemt? Huichelarij. Dat wil zeggen, braaf doen, maar ondertussen..... Als we eerlijk naar onszelf kijken, dan zien we dat er nog genoeg voor verbetering vatbaar is. Hoor maar: wees barmhartig, oordeel niet, geef. Kortom: breng goede vruchten voort! Jezus zegt: \"Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen\" (Johannes 15:5)
Als je vandaag zou sterven Wat gebeurt er dan met jou? Morgen is geen belofte. Maar een mogelijkheid. Misschien komt er voor jou geen morgen. Wat komt er na de dood? Waar brengt jij je eeuwigheid door? Krijg jij \'n eeuwig leven bij onze liefhebbende Vader... Of wordt je weggerukt uit de armen van Jezus? Aan jou om te kiezen!
Rachel-- 17 jaar
2 weken voordat ze werd neergeschoten in Columbine H. school USA