Het teken van Jona

Mieke MANTELWAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
Het teken van Jona
Mieke MANTEL
VERSCHIJNINGEN LUCAS 24:13--48
Zij hebben mijn Heer weggenomen
Joh. 20:13
1. EERSTE PAASDAG
Vanaf de eerste keer dat ze bij het graf was
geweest, is ze met die ene vraag bezig geweest:
\'Waar hebben ze mijn Heer gelaten?\' Huilend
zocht ze een antwoord op die ene vraag: \'Waar
Is Hij\' Opnieuw inspecteert zij het graf, zonder
Te schrikken van de twee engelen die zij daar
ontdekt. Na haar antwoord gaat ze gewoon
door met haar inspectie. Haar ogen zochten het
voorwerp van haar hart, het aller-kostbaarste,
waarvan alleen nog maar, dacht zij, het dode
lichaam van Jezus als tastbare herinnering was
overgebleven.
Wat een onverdraaglijke pijn! Wat een gemis.
Herkende Maria Hem niet vanwege haar tranen?
Toen Jezus haar naam noemde, klonk die stem
haar als muziek in de oren. Wat is er schoner,
wanneer het gemis en het verdriet je naar de
keel grijpt, je naam te horen noemen door Hem
die je het meest dierbaar is? Wanneer ze zijn
stem herkent, wordt ze compleet verrast. Maria
kan maar een woord bedenken, een woord dat
nauwelijks nog werd gebruikt, maar die uitdruk-
king geeft aan haar diepe genegenheid voor de
Meester: Rabboenie. Het is een vergrootwoord
van het algemeen gebruikte Rabbi (• \'mijn gro-
te\' dat is: mijn Heer). Vrij vertaald: \'Mijn grote
Heer.\' Oneindig groot is Hij die stierf, maar de
dood overwon en nu levend voor haar staat,
vóór haar!
Ook vandaag wil de opgestane en levende Heer
bij je langskomen en jouw naam noemen, om
je te laten weten dat Hij je kent en liefheeft en
je graag wil verlossen uit de macht van de dood
en de satan, net als Maria, bij wie Hij zeven boze
geesten hadden uitgedreven.
KOM TOT MIJ!
... Het is volbracht!
Johannes 19: 28-30
Jezus heeft in Getsemané ten volle begrepen wat voor een enorme zware opdracht Hij de komende uren op Zich zou moeten nemen: Hij alleen kon de wereld redden uit de klauwen van de satan. Als Hij zou falen was de wereld jammerlijk verloren. Nu is de lijdensweg bijna ten einde en heeft Jezus de bespottingen, de geselingen, het verraad, de intense pijn en zelfs drie uren duisternis en totale Godverlatenheid gedragen. Hij weet dat Hij alle aanvallen van satan heeft weerstaan. \'Het is volbracht.\' Gods doel is bereikt.
Dit is de belangrijkste gebeurtenis uit de geschiedenis van de mensheid. Hier heeft Jezus de verbroken relatie tussen mens en God weer hersteld, de weg geopend naar de eeuwigheid! Hier schittert een nieuwe toekomst!
Weg met Hem, laat ons Barabbas los....
Luk.23:19
GOEDE VRIJDAG
Wat betekent een naam? Je zult maar 'zoon van
de vader' heten. Elke man is toch een zoon van
zijn vader? Toch was er iemand met die naam.
Maar dan in het Hebreeuws. De naam van een
oproerkraaier. Bovendien heeft hij een moord
begaan. Bar Abbas heet hij en hij zit in de
gevangenis achter slot en grendel.
Buiten de muren van de kerker is meer lawaai
dan anders. Het straatrumoer dringt naar bin-
nen. Een rel soms? Hoort hij zijn naam roepen?
Hij Is uiterst gespannen. Elk woord wil hij ver-
staan.
Dan zwelt het geluid weer aan. Hij hoort het nu
duidelijk: laat Bar Abbas los, kruist Hem, kruist
Hem. Laat Bar Abbas los.' Daarna verstomt het
rumoer. Het wordt stil. Soldaten rennen af en
aan. Bar Abbas vraagt zich af wat dat allemaal te
betekenen heeft. Dan opeens zwaait de kerker-
deur open. De cipier vcrschijnt in de deurope-
'ning. Ruw verwijdert hij de boeien waaraan Bar
Abbas is vastgeklonken. De cipier snauwt hem
toe: 'Je bent vrij, want een ander zal in jouw
plaats hangen!' 'Wie?', vraagt Bar Abbas. Jezus',
antwoordt de cipier, 'Hij beweert dat God zijn
Vader Is. Hij draagt jouw naam als bijnaam:
zoon van de Vader ? Wel merkwaardig, vind je
niet?' De Zoon van de Vader (Jezus) sterft in de
plaats van de zoon van de vader (Bar Abbas), de
rebel en moordenaar. Na zijn vrijlating Is hij
misschien met de schare naar Golgotha gegaan.
Slechts één gedachte moet hem bezield hebben,
toen hij Jezus zag hangen: Hij sterft In mijn
plaats. Daar had Ik moeten hangen. Hij neemt
mijn plaats In. Ik mag leven ! Ongelooflijk,
onvergetelijk!
Goede VrijdagMattheüs 27, Goede Vrijdag
1 Als het nu morgenstond geworden was, hebben al de overpriesters en de ouderlingen des volks, te zamen raad genomen tegen Jezus, dat zij Hem doden zouden.
2 En Hem gebonden hebbende, leidden zij [Hem] weg, en gaven Hem over aan Pontius Pilatus, den stadhouder.
3 Toen heeft Judas, dien Hem verraden had, ziende, dat Hij veroordeeld was, berouw gehad, en heeft de dertig zilveren [penningen] den overpriesters en den ouderlingen wedergebracht,
4 Zeggende: Ik heb gezondigd, verradende het onschuldig bloed! Maar zij zeiden: Wat gaat ons [dat] aan? Gij moogt toezien.
5 En als hij de zilveren [penningen] in den tempel geworpen had, vertrok hij, en heengaande verworgde [zichzelven].
6 En de overpriesters, de zilveren [penningen] nemende, zeiden: Het is niet geoorloofd, dezelve in de offerkist te leggen, dewijl het een prijs des bloeds is.
7 En te zamen raad gehouden hebbende, kochten zij daarmede den akker des pottenbakkers, tot een begrafenis voor de vreemdelingen.
8 Daarom is die akker genaamd de akker des bloeds, tot op den huidigen dag.
9 Toen is vervuld geworden, hetgeen gesproken is door den profeet Jeremia, zeggende: En zij hebben de dertig zilveren [penningen] genomen, de waarde des Gewaardeerden van de kinderen Israels, Denwelken zij gewaardeerd hebben;
10 En hebben dezelve gegeven voor den akker des pottenbakkers; volgens hetgeen mij de Heere bevolen heeft.
11 En Jezus stond voor den stadhouder; en de stadhouder vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Jezus zeide tot hem: Gij zegt het.
12 En als Hij van de overpriesters en de ouderlingen beschuldigd werd, antwoordde Hij niets.
13 Toen zeide Pilatus tot Hem: Hoort Gij niet, hoevele [zaken] zij tegen U getuigen?
14 Maar Hij antwoordde hem niet op een enig woord, alzo dat de stadhouder zich zeer verwonderde.
15 En op het feest was de stadhouder gewoon den volke een gevangene los te laten, welke zij wilden.
16 En zij hadden toen een welbekende gevangene, genaamd Bar-abbas.
17 Als zij dan vergaderd waren, zeide Pilatus tot hen: Welken wilt gij, dat ik u zal loslaten, Bar-abbas, of Jezus, Die genaamd wordt Christus?
18 Want hij wist, dat zij Hem door nijdigheid overgeleverd hadden.
19 En als hij op de rechterstoel zat, zo heeft zijn huisvrouw tot hem gezonden, zeggende: Heb [toch] niet te doen met dien Rechtvaardige; want ik heb heden veel geleden in den droom om Zijnentwil.
20 Maar de overpriesters en de ouderlingen hebben den scharen aangeraden, dat zij zouden Bar-abbas begeren, en Jezus doden.
21 En de stadhouder, antwoordende, zeide tot hen: Welke van deze twee wilt gij, dat ik u zal loslaten? En zij zeiden: Bar-abbas.
22 Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen [met] Jezus, Die genaamd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden.
23 Doch de stadhouder zeide: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer, zeggende: Laat Hem gekruisigd worden!
24 Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veelmeer [dat er] oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare: zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien.
25 En al het volk, antwoordende, zeide: Zijn bloed [kome] over ons, en over onze kinderen!
26 Toen liet hij hun Bar-abbas los, maar Jezus gegeseld hebbende, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden.
27 Toen namen de krijgsknechten des stadhouders Jezus met zich in het rechthuis en vergaderden over Hem de ganse bende.
28 En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om;
29 En een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten [die] op Zijn hoofd, en een rietstok in Zijn rechter[hand]; en vallende op hun knieen voor Hem, bespotten zij Hem, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden!
30 En op Hem gespogen hebbende, namen zij de rietstok en sloegen op Zijn hoofd.
31 En toen zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den mantel af, en deden Hem Zijn klederen aan, en leidden Hem heen om te kruisigen.
32 En uitgaande, vonden zij een man van Cyrene, met name Simon; deze dwongen zij, dat hij Zijn kruis droeg.
33 En gekomen zijnde tot de plaats, genaamd Golgotha, welke is gezegd Hoofdschedelplaats,
34 Gaven zij Hem te drinken edik met gal gemengd; en als Hij [dien] gesmaakt had, wilde Hij niet drinken.
35 Toen zij nu Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, het lot werpende; opdat vervuld zou worden, hetgeen gezegd is door den profeet: Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld, en hebben het lot over Mijn kleding geworpen.
36 En zij, nederzittende, bewaarden Hem aldaar.
37 En zij stelden boven Zijn hoofd Zijn beschuldiging geschreven: DEZE IS JEZUS, DE KONING DER JODEN.
38 Toen werden met Hem twee moordenaars gekruisigd, een ter rechter-, en een ter linker[zijde].
39 En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden,
40 En zeggende: Gij, Die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelven. Indien Gij de Zone Gods zijt, zo kom af van het kruis.
41 En desgelijks ook de overpriesters met de Schriftgeleerden, en ouderlingen, en Farizeen, [Hem] bespottende, zeiden:
42 Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen, Indien Hij de koning Israels is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven.
43 Hij heeft op God betrouwd; dat Hij Hem nu verlosse, indien Hij Hem [wel] wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.
44 En hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars, die met Hem gekruisigd waren.
45 En van de zesde ure aan werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe.
46 En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTANI! dat is: Mijn God! Mijn God! waarom hebt Gij Mij verlaten!
47 En sommigen van die daar stonden, [zulks] horende, zeiden: Deze roept Elias.
48 En terstond een van hen [toe]lopende, nam een spons, en [die] met edik gevuld hebbende, stak ze op een rietstok, en gaf Hem te drinken.
49 Doch de anderen zeiden: Houd op, laat ons zien, of Elias komt, om Hem te verlossen.
50 En Jezus, wederom met een grote stem roepende, gaf den geest.
51 En ziet, het voorhangsel des tempels scheurde in tweeen, van boven tot beneden; en de aarde beefde, en de steenrotsen scheurden;
52 En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt;
53 En uit de graven uitgegaan zijnde, na Zijn opstanding, kwamen zij in de heilige stad, en zijn velen verschenen.
54 En de hoofdman over honderd en die met hem Jezus bewaarden, ziende de aardbeving, en de dingen, die geschied waren, werden zeer bevreesd, zeggende: Waarlijk, Deze was Gods Zoon!
55 En aldaar waren vele vrouwen, van verre aanschouwende, die Jezus gevolgd waren van Galilea, om Hem te dienen.
56 Onder dewelke was Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus en Joses, en de moeder der zonen van Zebedeus.
57 En als het avond geworden was, kwam een rijk man van Arimathea, met name Jozef, die ook zelf een discipel van Jezus was.
58 Deze kwam tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. Toen beval Pilatus, dat [hem] het lichaam gegeven zou worden.
59 En Jozef, het lichaam nemende, wond hetzelve in een zuiver fijn lijnwaad;
60 En legde dat in zijn nieuw graf, hetwelk hij in een steenrots uitgehouwen had; en een grote steen [tegen] de deur des grafs gewenteld hebbende, ging hij weg.
KASPLANTENKASPLANTEN
Sommige christenen lijken op kasplanten. Als de temperatuur en de vochtigheid van de lucht maar goed is, gedijen
ze goed. Als er maar bijzondere samenkomsten zijn, een goede spreker, een mooi zangkoor of een muziekgroep,
een afwisselende dienst, dan zijn ze er bij, dan zijn ze blij en enthousiast. Maar als alles zijn gewone gang gaat, als er
geen bijzondere dingen gebeuren, als ze geen bijzondere zegen ontvangen, als ze zelf verantwoordelijkheid moeten
dragen, dan blijven ze liever thuis, of ze gaan op zoek naar iets anders, naar iets beters, naar iets dat hun meer
aanspreekt. 2 Timotheüs 4: 3 spreekt over zulke mensen. Wij, christenen, moeten geen kasplanten worden, maar
planten die buiten staan, bij goed en slecht weer, bij droogte en regen, bij kou en bij hitte. Dan gaan onze wortels
diep in de grond, dan zijn we bestand tegen wind, kou en regen.We moeten wat ons geestelijk leven betreft niet te
afhankelijk worden van mensen. We moeten \'ons eigen pak dragen\' (gal.5: 5). Dat wil zeggen dat we voor onszelf
verantwoordelijk zijn; wij kunnen ons niet verschuilen achter mensen, wat zij doen en wat zij zeggen.
Oorsprong van PasenOorsprong van Pasen
Het ontstaan van Pasen heeft weinig met hazen en eieren te maken maar des te meer met de oude Egyptenaren. Of liever gezegd: met een joodse baby die als volwassen man voor een keerpunt in de geschiedenis zou zorgen. Mozes, want over die man gaat het, wordt als baby gevonden door de dochter van de Egyptische farao. Hij wordt grootgebracht binnen de koninklijke familie, maar moet vluchten wanneer hij bij het verdedigen van een (joodse) slaaf een Egyptenaar doodt.
BEVRIJDING UIT DE SLAVERNIJ
Mozes krijgt vervolgens van God de opdracht zijn volk, de joden, te bevrijden van de eeuwenlange onderdrukking door de Egyptenaren. Met hulp van God, die als waarschuwing vele rampen en plagen laat plaatsvinden, laten de Egyptenaren tenslotte het joodse volk gaan. De Israëlieten vieren deze bevrijding uit de slavernij nog elk jaar met het vieren van het paasfeest. Hierbij worden lammetjes geslacht en speciale broden gegeten.
GOEDE VRIJDAG
De joodse geschiedenis blijft zijn stempel op Pasen drukken. Enkele eeuwen later, in dezelfde tijd van het jaar, wordt Jezus namelijk gearresteerd. Judas, één van zijn leerlingen heeft hem aangewezen als de Koning der Joden. Op de vrijdag voor het paasfeest wordt Jezus voorgeleid voor de hogepriesters. Zij veroordelen hem tot de kruisdood. Deze vrijdag is bekend als Goede Vrijdag en staat, ondanks de misleidende naam, in het teken van droefheid. Het lijden van Jezus en zijn opoffering voor de mensheid worden herdacht.
WEDEROPSTANDING
Gelukkig heeft dit verhaal een feestelijker vervolg. Wanneer de volgelingen van Christus enige dagen na de kruisiging het lichaam van Jezus willen balsemen, treffen zij zijn graf leeg aan. Hij is uit de dood opgestaan. Met Pasen wordt sindsdien door Christenen de wederopstanding van Jezus gevierd.
Jezus

TE DRUK! (SLOT)
TE DRUK! (SLOT)
\'Zorg dat in de tijdschriften en op de tv slanke
fotomodellen te zien zijn, zodat de mannen zul-
len gaan geloven dat uiterlijke schoonheid het
belangrijkste is en ze niet langer tevreden zullen
zijn met hun eigen vrouw. Zorg dat vrouwen te
moe zijn om hun mannen lief te hebben. Maak
mannen veeleisend. Zo zal er al snel niet veel
van hun gezinnen overblijven.
Zorg ervoor dat ze zo druk zijn dat ze geen tijd
meer hebben om de natuur in te gaan en over
Gods schepping na te denken. Stuur ze inplaats
daarvan maar naar pretparken, sportwedstrijden,
speeltuinen, concerten en flms. Hou ze bezig,
bezig, bezig, bezig, bezig! En als ze dan toch nog
In hun kerken komen, zorg er dan voor dat ze
zich zullen bezighouden met roddel en onzinnig
gepraat, zodat ze met een bezwaard hart naar
huis zullen gaan.\' Dat was een strak plan !
De demonen gingen aan het werk. Ze zorgden
ervoor dat de christenen het overal verschrik-
kelijk druk kregen en voortdurend overal naar
toe moesten. Ze verloren daarmee hun tijd voor
God en voor hun gezin. Ze hadden geen tijd
meer om anderen over Gods redding in de Heer
Jezus te gaan vertellen.
De vraag aan u is nu: is de duivel In zijn plan
geslaagd? U mag zelf oordelen !
Te druk 2`Overtuig hun vrouwen ervan dat ze vele uren moeten gaan werken de mannen om zes tot zeven dagen per week te werken; liefst tien tot twaalf uur per dag, zodat ze zich' hun lege ' levensstijl' kunnen blijven veroorloven.
Houd ze af om tijd met hun kinderen door te brengen: En als hun gezinnen dan scheuren beginnen te vertonen, zullen ze spoedig niet meer kunnen-ontsnappen aan het vele werk en de zorgen. , Vul hun gedachten met honderduizenden dingen, zodat ze die stille stem van binnen niet meer zullen horen. - -
Zorg dat ze altijd en overal hun radio of CD-speler aanzetten en dat ze thuis altijd hun tv, video, DVD of computer zullen hebben aanstaan: Zorg ervoor dat in ieder restaurant en in iedere winkel onophoudelijk muziek te horen 'is: : Dat zal
hun denkvermogen vermoeien en uitschakelen, zodat hun contact met God verbroken, wordt. Zorg dat er op iedere tafel altijd tijdschriften en kranten liggen, en, plaats overal Langs de weg reclameborden. Vul ook hun mailboxen met junkmail, reclames, koopjes en aanbiedingen, - gratis producten, diensten en allerlei onnodige en bedriegelijke zaken.'
JEZUS LEEFT!
Te Druk (1)Eens riep satan een wereldwijde vergadering bij elkaar, waarbij alle demonen aanwezig waren: In zijn openingsspeech zei hij: `We kunnen de christenen helaas niet weghouden. van hun kerken: We kunnen ze niet weghouden \'van het lezen van de Bijbel. We kunnen ze \'zelfs niet weghouden van hun persoonlijke relatie met hun God en zijn Zoon Jezus. En zodra ze die verbinding met God beginnen te gebruiken, dan is onze macht over hen heIernaal gebroken. Dus laten ze maar, naar hun kerken gaan en laat ze maar bidden, maar beroof hen van hun tijd; zodat ze geen enkele gelegenheid meer vinden om hun relatie met God en Jezus te ontwikkelen.
\'Dit is wat ik wil dat jullie; doen\', zei de duivel: `Leid ze af, zodat ze gedurende de dag geen tijd meer hebben om die levensbrengende verhouding met God te gebruiken.\'
\'Hoe moeten we dat doen?\', vroegen de demonen.
\'Houd ze maar bezig ° met de niet-belangrijke dingen van het leven en vind ontelbare zaken uit die hen voortdurend zullen bezighouden. Verleid ze-om veel geld uit te geven en te lenen, te lenen; en nog meer te lenen.\'
HET WONDER VAN DE PALINGTREK
Wat er in het leven van palingen gebeurt, is zo
merkwaardig dat we van een wonder kunnen
spreken. Als palingen volwassen zijn geworden,
verlaten ze het gebied waar ze leven en gaan
naar de oceaan. De palingen uit Europa bij-
voorbeeld reizen duizenden kilometers. Overal
komen ze vandaan en samen trekken ze naar de
bermuda\'s. Daar, in de diepte van de zeebodem,
vermenigvuldigen zij zich. Daarna sterven ze.
Hun nakomelingen, die dus alle bij| de Bermu-
da\'s zijn geboren, trekken terug naar het land
waar hun ouders vandaan kwamen. En dat niet
alleen, zij vinden precies die stroom, die rivier,
of dat meer terug waar hun ouders geleefd heb-
ben. Als de rivier zich splitst, weten ze precies
welke arm ze moeten kiezen en eventueel welke
zijrivier ze moeten inslaan. Worden ze gevangen
en in een andere rivier weer uitgezet, dan reizen
ze net zo lang tot ze weer terug zijn op de plaats
waar ze \'thuis\' horen.
Wie gaf deze dieren dit zeldzame vermogen zo
hun weg te vinden? Op deze vraag is maar één
bevredigend antwoord te geven: Dit is het werk
van God! \'Hoe talrijk zijn uw werken, o Here, U
hebt ze alle met wijsheid gemaakf (Ps. 104:24).
Maar God zij dank.Maar God zij dank.
1 Kor. 15:57
Dit bijbelgedeelte vertelt ons dat het leven van
Iemand die in Christus gelooft, eindigt in een
glorieuze overwinning. We kunnen de dood dus
moedig onder ogen zien. Het enige dat de dood
vermag, Is ons brengen in het huis van de Vader.
Hl] is dus eerder onze dienstknecht dan onze vij-
and, omdat Christus door zijn verlossingswerk
de dood heeft vernietigd. De dood Is dood, hij Is
verzwolgen in de overwinning. De dood ontdoet
ons slechts van ons verouderd en vergankelijk
kleed en direct daarna bekleedt de Heer ons met
een onvergankelijk kleed. Dat Is pure winst!
buigt u voor Hem neer.buigt u voor Hem neer.
Ps. 45:\'12
_ Dit is geen sprookje. Het gaat over een eeuwige, schitterende Koning: Een die boven alles en iedereen verheven, en voor Gods eigen hart een bron:.van vreugde is. Omdat gedeelde vreugde dubbele vreugde; is, wil God zijn blijdschap over deze Koning, met ons delen.
Van deze koning zegt de-.Bijbel: Hij heeft gerechtigheid lief en. haat goddeloosheid. Psalm 45 beschrijft zijn heerlijkheid en de eer die Hem in de toekomst gebracht za1 worden. Het is dezelfde boven wiens kruis geschreven: stond: Jezus, de koning der Joden: Maar na zijn opstanding en hemelvaart is Hij aan Gods rechterhand gaan zitten.
Ps. 45
Wie had dat ooitWie had dat ooit kunnen bedenken: de verachte man,van Nazareth, de met doornen gekroonde ; \'koning\' zal straks zitten op de troon in Jeruzalem, de stad die Hem tot op het diepst heeft; : vernederd, die < Hem verwierp, omdat zij niet wilden dat hij hun koning zou zijn. De man die voor zijn vijanden bad: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen:\' Maar ook de man die het verlossingswerk volbracht, opdat zijn vijanden gered zouden kunnen , worden en vergeving van zonden zouden ontvangen.
, Diezelfde man zal eens zijn zwaard aangorden en als overwinnaar ten strijde trekken tegen alle onrecht. Maar wie in Hem geloofd.en Hem heeft leren kennen als de man die Zichzelf heeft gegeven omdat Hij ons liefhad, diens hart wordt geraakt en begint te trillen van blijdschap, dankbaarheid en wederliefde. Denkende aan de liefde ,van onze Heiland zeggen wij het de Korachieten. na: \'Heer Jezus, U bent schoner dan de mensenkinderen. Uw woorden zijn woorden van genade. Niemand`is met U te vergelijken.\'
ZONDER LICHT..
HET SPROOKJE VAN HET BAMBOERIET (3)
HET SPROOKJE VAN HET BAMBOERIET (3)
De meester liep naar een grote groep bam-
boestengels, die dicht opeen stonden. \'Ben jij
bereid?\', vroeg hij de eerste. \'Bereid, bereid\',
mopperde de stengel, \'natuurlijk ben ik bereid.
maar dat kan toch niet? Kijk een; wat een goede
gemeenschap wij vormen. Als u mij wegneemt,
valt deze hele groep uit elkaar. Want Ik leid
deze groep.\' De anderen knikten Instemmend.
\'Goed\', antwoordde de meester, \'Ik kan ook
alleen iemand gebruiken die bereid is zichzelf te
verloochenen en zichzelf helemaal aan mij toe
te wijden.\' Zoekend en speurend liep hij verder.
Een beetje aan de kant stond een enkel riet. Hij
was lang niet zo sterk als de anderen, maar wel
heel lang. De meester hield zijn pas in. \'Hoe
denk jij| erover?\', vroeg hij. Even zweeg het bam-
boeriet. Toen fluisterde hij, nauwelijks verstaan-
baar: \'Als u mij kunt gebruiken, neem me dan
maar.\' De andere bamboestengels keken elkaar
veelbetekenend aan. Daar had je hem weer. Een
paar jonge sprietjes proestten het bijna uit van
het lachen. \'Nee, zeg, die? Dat Is toch belache-
lijk\'