Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
akke.beakke.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Berichten van 1 januari 2012 tot 31 december 2012

Uit de brief van Jakobus

Uit de brief van Jakobus
2, 1-9

Broeders en zusters,
het geloof in Jezus Christus, onze glorierijke Heer, staat niet toe dat u mensen op hun uiterlijk beoordeelt.
Stel dat uw samenkomst wordt bezocht door iemand die prachtige kleren en gouden ringen draagt, en tegelijkertijd door een arme in vodden. Als u dan de eerste met alle zorg omringt en tegen hem zegt: 'Neemt u plaats, hier zit u goed', terwijl u tegen de tweede zegt: 'Ga daar maar staan, of ga maar bij mijn voetenbank op de grond zitten', maakt u dan geen ongeoorloofd onderscheid en wordt uw oordeel niet door verkeerde overwegingen bepaald?
Luister, geliefde broeders en zusters: heeft God niet juist hen die naar wereldse maatstaven arm zijn, uitgekozen om rijk te zijn door het geloof en deel te krijgen aan het koninkrijk dat Hij heeft beloofd aan wie Hem liefhebben? Maar u behandelt arme mensen met minachting. Zijn het dan niet de rijken die u onderdrukken en u voor de rechter slepen? Zijn zij het niet die de voortreffelijke naam die over u is uitgesproken, door het slijk halen?
Wanneer u echter het koninklijke gebod volbrengt dat de Schrift geeft: 'Heb uw naaste lief als uzelf', dan handelt u juist. Maar als u op het uiterlijk afgaat, begaat u een zonde en bestempelt de wet u als overtreders.

Geloven in Christus sluit volgens Jakobus partijdigheid uit. Het sluit eveneens bezorgdheid voor de arme in. Rijken en welgestelden met eerbied en achting benaderen en armen aan hun lot overlaten of zelfs verachten, is in strijd met het evangelie. Bedenken wij daarbij dat God de armen heeft uitverkoren om rijk te zijn in hun geloof

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de brief van Jokobus

Uit de brief van Jokobus
1, 19-27

Geliefde broeders en zusters,
onthoud dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden. Want de woede van een mens brengt niets voort dat in Gods ogen rechtvaardig is. Wees daarom zachtmoedig en leg alle verdorvenheid en elk denkbaar wangedrag af. En aanvaard zo de boodschap die in u is geplant en die u kan redden.
Vergis u niet: alleen horen is niet genoeg, u moet wat u gehoord hebt ook doen. Want wie de boodschap hoort maar er niets mee doet, is net als iemand die het gezicht waarmee hij is geboren in de spiegel bekijkt: hij ziet zichzelf, maar zodra hij wegloopt is hij vergeten hoe hij eruitzag. Wie zich daarentegen spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt, en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt; hem valt geluk ten deel, juist om wat hij doet.
Wie meent dat hij God dient, terwijl hij zijn tong niet kan beteugelen, zit op een dwaalspoor, en heel zijn godsdienst is vergeefse moeite.
Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven

Het woord van God ligt aan de grondslag van ons christelijk bestaan. Ons antwoord zal er in bestaan overeenkomstig die roeping te leven. Wij moeten onze eigen woorden hiermee in overeenstemming brengen en metterdaad het evangelie beleven.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:22 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
10, 1-9

De Heer stelde tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan. Hij zei tegen hen:
'De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.
Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven.
Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand.
Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!” Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren.
Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard.
Ga niet van het ene huis naar het andere.
En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet, genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.”

De oogst is groot.

Uit de Handelingen van de Apostelen
13, 46-49

Paulus en Barnabas zeiden onomwonden:
‘De boodschap van God moest het eerst onder u worden bekendgemaakt, maar aangezien u die afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig acht, zullen we ons tot de heidenen wenden. Want de Heer heeft ons het volgende opgedragen: “Ik heb je bestemd tot een licht voor alle volken om redding te brengen, tot aan de uiteinden van de aarde.”’
Toen de heidenen dit hoorden, verheugden ze zich en spraken ze vol lof over het woord van de Heer, en allen die voor het eeuwige leven bestemd waren aanvaardden het geloof.
Het woord van de Heer verspreidde zich over de hele streek.

Gods woord ook voor de heidenen

Vandaag zegt Jezus ons: 'Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!”'

Wie de Vrede van God wil uitdragen zal eerst deze Vrede zelf moeten dragen, wat wil zeggen: de Heer dragen.
Wie leeft vanuit de aanwezigheid van Christus, zal een vrede-vol iemand zijn.
Wie zich verwijdert van Christus, verwijdert zich ook van de in hem gelegde Vrede, en zal nog moeilijk in staat zijn die Vrede uit te dragen.
Laten we ons daarom niet uit Hem verwijderen, maar in Hem blijven, zoals Hij in ons is.
Laten we het samen-zijn met de Heer koesteren, opdat we zijn Vrede zelf mogen zijn en kunnen doorgeven

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
8, 11-13

Enkele Farizeeën kwamen op Jezus af en begonnen met Hem te discussiëren.
Om Hem op de proef te stellen, verlangden ze van Hem een teken uit de hemel.
Jezus slaakte een diepe zucht en zei: ‘Waarom verlangt uw soort mensen een teken? Ik verzeker u: aan mensen als u zal zeker geen teken gegeven worden!’
Hij liet hen staan waar ze stonden, stapte weer in de boot en voer naar de overkant

Zoals de Farizeeën vragen ook wij dikwijls om een teken als bewijs voor de zending van Jezus. Toch had Hij pas twee wonderen verricht: de broodvermenigvuldiging en de genezing van een stomme. Nu dit nog niet voldoende blijkt, weigert Jezus nog langer op hun hardnekkigheid in te gaan..

Bij een wonder denken wij al vlug aan een of andere lichamelijke genezing.
En natuurlijk zijn dat ook wonderen, die - waarom niet - aan ieder van ons kunnen gebeuren.
Maar het gevaar bestaat er in dat we ons blind staren op dat soort wonderen, en daarin, en enkel daarin, Jezus' kracht gaan zoeken.

Alle lichamelijke wonderen die ooit gebeurd zijn en nog zullen gebeuren verwijzen naar een veel dieper wonder, namelijk het wonder van Gods bestaan, én de wijze waarop Hij bestaat. Hij bestaat als een Drie-ene God van liefde die liefheeft zoals enkel Hij dat kan. Zijn naam is 'barmhartigheid', 'vrede', 'trouw', 'kruisdood', 'Pasen'. Dat is het wonder van zijn bestaan.

Het is goed om verwonderd te blijven om Gods bestaan. Dit houdt ons in het 'gebed zonder ophouden' en het waakt over ons hart dat op deze wijze niet naar zichzelf gekeerd zal zijn, maar steeds gericht naar Hem waarvan alle leven komt.

Laten we dragers en uitdragers zijn van Gods wonderlijk bestaan

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Leviticus

Uit het boek Leviticus
13, 1-2 + 45-46

De Heer zei tegen Mozes en Aäron: ‘Als iemand een zwelling, uitslag of een lichte plek op zijn huid heeft die aan huidvraat doet denken, moet hij naar de priester worden gebracht, naar Aäron of een van diens nakomelingen. Wie door huidvraat aangetast is, moet zijn kleren scheuren, zijn haar los laten hangen, baard en snor bedekken en “Onrein, onrein!” roepen. Zo iemand blijft onrein zolang de aandoening duurt. Als onreine moet hij apart wonen en buiten het kamp verblijven.'

Melaatsheid, of huidvraat, schrikt af; haar verwoestingen zijn afstoteljik. De maatschappij heeft lange tijd geen ander middel gevonden om haar te bestrijden dan aan melaatsen elk contact met de levenden te verbieden. Om het sociale verbod te versterken, heeft Israël er nog een godsdienstig verbod aan toegevoegd: melaatsheid werd aanzien als de straf bij uitnemendheid voor de zonde

Uit het evangelie volgens Marcus
1, 40-45

In die tijd kwam iemand naar Jezus toe die aan huidvraat leed; hij smeekte Hem om hulp en zei, terwijl hij op zijn knieën viel: ‘Als U wilt, kunt U mij rein maken.’
Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’ En meteen verdween zijn huidvraat en hij was rein.
Jezus stuurde hem weg met de ernstige waarschuwing: ‘Denk erom dat u tegen niemand iets zegt, maar ga u aan de priester laten zien en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven, als getuigenis voor de mensen.’
Maar toen de man vertrokken was, ging hij overal breeduit rondvertellen wat er gebeurd was, met als gevolg dat Jezus niet langer openlijk in een stad kon verschijnen, maar op eenzame plaatsen buiten de steden moest blijven.
Toch bleven de mensen van alle kanten naar Hem toe komen.

De manier waarop Jezus met een melaatse omgaat, verschilt danig van de primitieve 'wettische' godsdienstbeleving van de Joden. Hij aarzelde niet de traditionele reinheidsvoorschriften te overtreden door de melaatse aan te raken om hem te genezen.

Een melaatse! Melaatsheid was in Jezus' tijd wat vroeger bij ons tbc (tuberculose) was en wat tegenwoordig kanker is. Het erge van melaatsheid was dat het besmettelijk was, waardoor degenen die die ziekte hadden, in een isolement verkeerden, en bijvoorbeeld in gescheurde kleren rondliepen, zodat iedereen het aan hen kon zien. En als het niet te zien was, moesten ze het laten weten door hardop te roepen: 'Onrein, onrein!' Zo lang de ziekte duurde, was zo iemand onrein en moest hij apart wonen, hoorde hij er niet bij. Dat was toen nog veel erger dan nu. Onze maatschappij is geïndividualiseerd, de mensen leven als enkeling. Maar toen was de samenleving nog hecht, ze leefden niet volgens het 'ik-patroon', maar als 'wij', wij samen. Het was dus heel erg voor een melaatse dat hij zich uit de gemeenschap moest terugtrekken, om een solitair leven te beginnen.

Wij hoeven niet beslist melaats te zijn om ons een melaatse te voelen, of om anderen als melaatsen te behandelen. Mensen zeggen wel eens: 'Het lijkt wel of ik een melaatse voor hem ben.' Of ik ga anderen uit de weg, zij zijn als melaats voor mij, ik sluit ze buiten. En dan is er nog een soort melaatsheid waarbij mensen zichzelf buitensluiten. Dat is gewoonlijk een gevolg van een zichzelf niet kunnen aannemen zoals ze zijn, of bepaalde eigenschappen niet kunnen aannemen. Als ze een paar mensen zien praten, denken ze al snel: 'Die hebben het over mij', of als ze iemand zien lachen als ze eraan komen: 'Ze lachen me uit', of als iemand zijn gezicht vertrekt, zoeken ze de reden meteen bij zichzelf. Het is niet eenvoudig uit zo'n duivelskring van zelfverwerping en uitgesloten worden, los te komen. Wie zichzelf afwijst, maakt zichzelf tot een melaatse.

Zo'n melaatse komt nu bij Jezus. Eigenlijk mag een melaatse helemaal niet bij een gezond iemand komen, maar de man kán gewoon niet anders. Hij overtreedt alle regels die hem zijn opgelegd en hij komt bij Jezus. Eindelijk wil hij wel eens uit die duivelskring verlost worden. Hoe? Dat had hij zich waarschijnlijk al menig maal afgevraagd. Opeens schiet het hem te binnen dat Jezus hem kan redden. Hij, die van top tot teen ziek is, dodelijk ziek, uitzichtloos ziek, heeft één gave plek: zijn geloof. "Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen."

Hoe doet Jezus dat, hem genezen? De evangelist beschrijft Jezus' therapie in vier stappen: medelijden - hand uitstrekken - aanraken - het genezende woord spreken. Hij had mede-lijden met de man. Nu staat er in de oorspronkelijke tekst voor dat woord 'medelijden' een woord dat zoveel betekent als: tot in het diepst van zijn innerlijk geraakt, uit de grond van zijn hart. Hij reageert niet zo van: die man is ziek, die heeft een probleem, en omdat Ik God ben en de macht heb, kan Ik hem genezen. Nee, Hij handelt vanuit zijn medelijden. De macht van Jezus bestaat uit zijn barmhartigheid. Hij laat het leed van de melaatse diep in zijn Hart binnenkomen, Hij voelt zijn verbittering, zijn eenzaamheid en vertwijfeling, Hij neemt er deel aan, Hij lijdt er aan.

Laat God Zich op deze wijze ook niet als eerste kennen in de heilsgeschiedenis? Is zijn eerste Woord niet: "Ik heb het schreien van mijn volk in Egypte gehoord. Ik ken zijn lijden" (Ex 3,7)? En daar wordt niet een abstract kennen mee bedoeld, een theoretische kennen, maar een hartelijk kennen: Ik vóel zijn lijden.
Eigenlijk bestaat daarin de gehele genezing van de mens, ons gekend zijn door God. Alleen al weten van Gods medelijden, dat je in je hart mag voelen hoe je door God wordt aangevoeld, is voldoende om te genezen. Zegt Jezus ook niet dat wij dat van Hem moeten leren? "Leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart" (Mt 11,29). Zijn werkelijk mee-voelen: dát is de bron, daar gaat het van uit, van zijn Hart.

Vanuit zijn Hart komt er beweging in zijn hand. "Hij stak zijn hand uit", Hij biedt de melaatse zijn hand aan, steekt hem die toe; Hij biedt hem relatie aan, Hij overbrugt de grote afstand die er is tussen de gezonde en de zieke wereld, waarin de melaats door religieuze regels werd vastgehouden. En nadat Hij dat gedaan heeft, raakte Hij hem aan.

Een melaatse heeft iets walgelijks, boezemt iemand afschuw in, tot misselijk makend toe. Franciscus van Assisi heeft eens beschreven hoe hij zich voelde toen hij een melaatse zag. Hij werd door Jezus, door zijn Geest, uitgenodigd, om hem niet alleen aan te raken, maar zelfs te omhelzen. Wat hij toen in zich voelde, was alsof zijn maag in zijn lijf omdraaide. (Wat eerst bitter was, werd zoet... zo schreef hij later over deze ervaring)
Maar ook een mens die in zichzelf verbitterd is, doet ons terugwijken, terugdeinzen, want we hebben angst voor die innerlijke radeloosheid waardoor mensen kunnen worden bevangen. Bang om, door daarmee in aanraking te komen, ook zelf wanhopig te worden. Bang om niet alleen onze handen te verontreinigen, maar ook onze ziel. Een soort troosteloos worden door de troosteloosheid van de ander. We zijn bang dat als we een geestelijk zieke naderen, al het vuil in zijn binnenste naar buiten zal breken, zijn haat, zijn verziekt zijn, zijn verbitterdheid, zijn zelfontkenning.

Maar Jezus kent geen aanrakingsangst. Hij weet Zichzelf zo vast verankerd in zijn eigen Hart, in zijn betrekking tot zijn Vader, want die gevoelens van medelijden worden door de Vader in Jezus' Hart opgewekt. Hij werd door medelijden bewogen, door de Vader, door de heilige Geest van de Vader. Dat is dan ook van waaruit Jezus het genezende woord spreekt: "Ik wil, word rein.” Jezus doet in alles alleen maar de wil van de Vader. “Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede" (Lc 22,42).

Wat betekent dat alles nu voor ons? Jezus' wil is een barmhartige wil. "Ik wil liever barmhartigheid dan offers” (Mt 9,13; 12,7).
Op die barmhartige wil kunnen wij nog steeds een beroep doen. De Jezus van tweeduizend jaar geleden is nu onder ons met zijn wilsbeschikking, met zijn testament, zijn nieuwe testament.

Laten we Hem welkom heten in onze samenleving, is al wat melaats is, rondom ons en in ons. En laat ons geloven, laten we ons schenken aan Hem om zijn genezing ten volle te kunnen ontvangen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:08 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Spreuken

Uit het boek Spreuken

        18, 4

De woorden van een goed mens

        zijn als diepe wateren,

        ze zijn een sprankelende beek,

        een bron van wijsheid.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:25 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
7, 31-37

Jezus vertrok weer uit de omgeving van Tyrus en ging via Sidon naar het Meer van Galilea, dwars door het gebied van Dekapolis.
Daar werd iemand bij Hem gebracht die doof was en gebrekkig sprak, en men smeekte Hem om deze man de hand op te leggen.
Hij nam de man apart, weg van de menigte, stak zijn vingers in diens oren en raakte met speeksel zijn tong aan. Hij sloeg zijn blik op naar de hemel, zuchtte diep en zei tegen hem: ‘Effata!‘, wat betekent: ‘Ga open!’
Meteen gingen zijn oren open, zijn tong kwam los en hij kon normaal spreken.
Hij beval de omstanders om aan niemand te vertellen wat er gebeurd was; maar hoe strenger Hij het hun verbood, hoe meer ze het rondvertelden.
De mensen waren geweldig onder de indruk en zeiden: ‘Alles wat Hij doet is goed: zelfs doven laat Hij horen en stommen laat Hij spreken.’

Marcus ziet de doofstomme als een beeld van de mensheid die zich afsluit voor de stem van God en niet meer in staat is Hem te loven. Zo gezien is het betekenisvol dat juist een heiden wordt genezen. Het uitverkoren volk weigert te zien en te luisteren. De nauwkeurige beschrijving van het ritueel dat Jezus hierbij gebruikte, roept voor ons het doopritueel op. Bij de nieuwe schepping, die bij de messiaanse tijden begint, zullen de mensen weer luisteren in geloof. De tongen zullen loskomen om voor de wereld te getuigen van de waarheid

In het evangelie van vandaag zien wij aan de doofstomme hoe de verlossing geschiedt. De doofstomme is het beeld van de mens in zonde. Doordat de mens niet wilde luisteren, niet wilde gehoorzamen, raakte hij in zichzelf opgesloten. Het innerlijk gesprek met God staakt: "de mens en zijn vrouw verborgen zich voor God.", lezen we in Genesis.
Jezus leidt de doofstomme buiten de kring van het volk, waar Hij alleen met hem is, en met Jezus alleen wordt de doofstomme opgenomen in Jezus' verhouding met zijn Vader: "Hij sloeg zijn blik op naar de hemel". Hij herstelt de zonde door het herstel van de ongezonde verhoudingen: Hij verricht het wonder in afhankelijkheid. Jezus geeft door deze hemelse oogopslag te kennen dat Hij het leven niet uit zichzelf heeft en dat Hij het verlossende woord niet uit zichzelf spreekt. Vanuit deze fundamentele nederigheid, vanuit deze waarachtigheid klinkt het machtswoord: "Effeta, ga open," word vrij van de machten die een ban leggen op je bestaan, die je opsluiten in jezelf.

En toch een spreekverbod? Ja, want wat het wonder deed geschieden, was niet de eigen kracht van Jezus, maar die van zijn Vader: het was ontvangen kracht. Die dimensie zou in het doorvertellen verloren gaan; Jezus zou een mirakeldoener geworden zijn, een God zonder nederigheid, geen Zoon van God.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het eerste boek Koningen

Uit het eerste boek Koningen
11, 4-13

Op zijn oude dag verleidden de vrouwen Salomo ertoe andere goden te gaan dienen en was hij de Heer, zijn God, niet meer met hart en ziel toegedaan zoals zijn vader David dat was geweest. Salomo zocht zijn heil bij Astarte, de godin van de Sidoniërs, en Milkom, de gruwelijke god van de Ammonieten. Hij deed wat slecht is in de ogen van de Heer en was de Heer niet zo trouw als zijn vader David. Zo liet hij op een heuvel in de buurt van Jeruzalem een offerplaats maken ter ere van Kemos, de gruwelijke god van Moab, en ter ere van Moloch, de gruwelijke god van de Ammonieten. Voor al zijn buitenlandse vrouwen maakte hij eigen offerplaatsen, zodat zij wierook konden branden en offers konden brengen voor hun goden.
De Heer werd woedend op Salomo, omdat hij ontrouw was geworden aan Hem, de God van Israël, die hem tot tweemaal toe was verschenen en hem uitdrukkelijk had verboden zich met andere goden in te laten. Omdat Salomo zich niet hield aan wat de Heer hem bevolen had, zei de Heer tegen hem: ‘Het is met jou zo ver gekomen dat je het verbond met mij niet in acht neemt en je niet houdt aan de bepalingen die Ik je heb opgelegd. Daarom zal Ik het koningschap van je losscheuren en het aan een van je ondergeschikten geven. Maar omwille van je vader David zal Ik wachten tot na je dood, en pas je zoon het koningschap ontnemen. En omwille van mijn dienaar David en omwille van Jeruzalem, de stad die Ik heb uitgekozen, zal Ik je zoon niet het hele koninkrijk ontnemen; één stam zal Ik hem laten houden.’

De vele contacten van koning Salomo met andere werelden brachten allerlei mannen en vrouwen naar Jeruzalem. Door sommige vrouwen werd Salomo verleid ook andere godsdiensten binnen te laten. Zo bracht hij het Verbond met de éne, ware God in het gedrang

Uit het evangelie volgens Marcus
7, 24-30

Jezus vertrok naar de omgeving van Tyrus. Daar nam Hij zijn intrek in een huis, en hoewel Hij niet wilde dat iemand dat te weten zou komen, lukte het Hem niet onopgemerkt te blijven.
Integendeel, er kwam al meteen een vrouw die over Hem gehoord had naar Hem toe, en zij viel voor zijn voeten neer. Ze had een dochter die door een onreine geest bezeten was.
Deze vrouw was van Syro–Fenicische afkomst en geen Jodin; ze smeekte Hem om bij haar dochter de demon uit te drijven.
Hij zei tegen haar: ‘Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te voeren.’
De vrouw antwoordde: ‘Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.’
Hij zei tegen haar: ‘Dat hebt u goed gezegd. Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.’
En toen ze thuiskwam, lag haar kind op bed en bleek de demon verdwenen te zijn.

Jezus is er voor allen. Ook andere volkeren kunnen op Hem rekenen. Al namen sommige Joden dit niet, Hij is goed voor allen. De genezing van de dochter van de heidense vrouw wil dit ook onderlijnen. Durven wij goed zijn voor iedereen? Ook voor uitgestotenen?

"Op zijn oude dag verleidden de vrouwen Salomo ertoe andere goden te gaan dienen."... "Het is met jou zo ver gekomen dat je het verbond met mij niet in acht neemt en je niet houdt aan de bepalingen die Ik je heb opgelegd. Daarom zal Ik het koningschap van je losscheuren." Dat zal pas na Salomo's dood gebeuren, maar het wordt hém aangerekend. Een goede inzet garandeert nog geen goede afloop. Loopt je leven fatsoenlijk af, dan wil dit nog niet zeggen, dat je geen verantwoordelijkheid draagt voor de chaos die na jou losbreekt.

Maar een slechte start leidt nog niet noodzakelijk tot een slechte finish. Dat bewijst de Kananese vrouw. Haar start was in elk opzicht ongelukkig: zij was een vrouw, een heidense, zij had een dochter die door de duivel bezeten was, zij werd door Jezus afgewezen en werd zelfs een hond genoemd: "Eerst moeten de kinderen (de Joden) genoeg te eten krijgen; het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden (de heidenhonden) te voeren."
Met dit woord heeft Jezus het hart van deze vrouw tot op de grond willen omwoelen, zodat zij uit het diepst van haar hart haar geloof uitschreeuwt: "Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen." Jezus wil geloof, een ontmoeting met een gelovige. Hij wil geen wonderdaden verrichten. Hij wil geen geschenken uitdelen, los van zichzelf. In het wonder wil Hij zichzelf geven. Het gaat niet om de gave alleen, het gaat in de gave om de Gever.

Daarom beproeft Hij ons geloof, zodat onze omgang met Hem niet zakelijk zou worden, zaakgericht, omwille van het eigenbelang, maar persoonlijk, persoonsgericht en belangeloos. Het gaat Hem niet om een mooie, ordelijke wereld, maar het gaat Hem erom dat Hij met elke mens, of die nu in een toestand van orde of chaos verkeert, een goede verstandhouding krijgt. Dat gaat doorgaans beter wanneer in een mensenleven eerst de chaos de overhand heeft gekregen op de orde.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:22 Reageer op dit bericht Stuur door

bidden

Bidden is buiten- en binnenkant.

 

De buitenkant helpt ons hart in ontmoeting te treden met God.

Maar wie enkel de buitenkant dient, zal zijn ontmoeting met God ontlopen. Hij zal zichzelf ontmoeten als inpakpapier zonder geschenk.

Laat ons God ontmoeten met het hart

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:35 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus
6, 53-56

Nadat Jezus en zijn leerlingen waren overgestoken, kwamen ze bij Gennesaret aan land en daar legden ze aan.
Toen ze uit de boot stapten, werd Hij meteen herkend.
In het hele gebied ontstond een druk komen en gaan van mensen, die zieken op draagbedden meenamen naar elke plaats waarvan ze hoorden dat Hij daar was.
Overal waar Hij kwam, in dorpen, steden en gehuchten, legden ze de zieken op het plein. Ze smeekten Hem of ze ten minste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En iedereen die Hem aanraakte, werd gered en genas.

Ook in het land van Gennesaret dreigt Jezus slachtoffer te worden van zijn wonderdaden. Ook in het land van de heidenen trok Jezus van dorp tot dorp, van mens tot mens. Het heil is voor iedereen bestemd en zelfs op onvolkomen geloof geeft God antwoord.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:40 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs
9, 16-19 + 22-23

Dat ik het evangelie verkondig is voor mij geen reden om te roemen; ik kan niet anders, en het zou me slecht vergaan als ik het niet zou doen. Als ik het uit eigen beweging zou doen, zou ik recht op betaling hebben. Maar ik doe het niet uit vrije wil; deze opdracht is mij toevertrouwd.
Wat is nu mijn loon? Dat ik het evangelie verkondig zonder er iets voor terug te vragen en dus geen gebruik maak van de rechten die de verkondiging mij geeft.
Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zo veel mogelijk mensen te winnen.
Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden.
Ik doe alles voor het evangelie om ook zelf aan de beloften ervan deel te krijgen.

Paulus verkondigt het evangelie van Christus niet om er loon mee te verdienen of om geëerd te worden, maar omdat God hem daartoe geroepen en gezonden heeft. Hij gaat ervan uit dat de overtuigingskracht van een onthechte verkondiger er des te groter om zal zijn.

Uit het evangelie volgens Marcus
1, 29-39

In die tijd, toen ze uit de synagoge kwamen, ging Jezus met Jakobus en Johannes rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas. Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar. Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind. Toen verliet de koorts haar, en ze begon voor hen te zorgen.
’s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar Hem toe; alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. Hij genas vele zieken van allerlei kwalen en Hij dreef veel demonen uit, maar stond ze niet toe om iets te zeggen, want ze wisten wie Hij was.
Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond Hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden. Maar Simon en de anderen die bij Hem waren, gingen Hem vlug achterna, en toen ze Hem gevonden hadden zeiden ze tegen Hem: ‘Iedereen is naar u op zoek!’ Toen zei Hij: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat Ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben Ik immers op weg gegaan.’
In heel Galilea bracht hij het nieuws in de synagogen en dreef Hij demonen uit

Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar. Wat is Jezus, de onbenaderbare, benaderbaar voor de kleinen en de zwakken! Wat gaan ze vertrouwelijk met Hem om! Hij láát zich ook door hen benaderen, niet om zich te laten verheerlijken, maar om hun zijn barmhartigheid bewijzen en in zijn verrijzeniskracht te laten delen. Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind, deed haar verrijzen. ’s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar Hem toe; alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. Hij genas vele zieken. Wat een overvloed van barmhartigheid!

Paulus lijkt wel een andere Jezus. Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zo veel mogelijk mensen te winnen. Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden. Waar haalt Paulus de motivatie vandaan? Waar halen wij de motivatie vandaan om onszelf te geven zonder te ontvangen, zó te geven dat je er zelf niet beter van wordt, dat je er zelfs niet beter van wordt in je eigen ogen, dat je linkerhand niet weet wat je rechter doet? Paulus zegt: Deze opdracht is mij toevertrouwd, door God. Ik doe het niet uit eigen beweging. De beweegreden of de beweegkracht ligt niet in mij, maar buiten mij, die ligt bij God. En als God iemand ergens toe roept, wordt dat waartoe Hij hem roept hem zo eigen, dat hij niet anders kan. Dat ik het evangelie verkondig is voor mij geen reden om te roemen; ik kan niet anders.
Hier ligt het geheim van het evangelie, het geheim van het Rijk Gods. Het is het geheim van Jezus. Ik doe alles voor het evangelie, ik doe alles voor Jezus, om ook zelf deel te krijgen aan Jezus, aan het andere leven. Het is delen, uitdelen, jezelf wegschenken en je daardoor verrijken. Het is je leven verliezen om het te winnen; vermenigvuldigen door te delen. Je geeft weg, je houdt niets over, en je wordt er toch beter van. Als je weggeeft, krijg je!

Waar haal je dat vandaan? Waar haalt Jezus het vandaan? Het evangelie begon met te zeggen dat Jezus uit de synagoge kwam, Hij doet het dus vanuit het gemeenschappelijke gebed. En aan het einde van de lange werkdag, vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond Hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden. Aan het einde van de lange dag gaat Hij weer terug naar het gebed, terug naar zijn Vader, naar zijn oorsprong, naar zijn roeping, zijn zending.

Als de leerlingen Hem achterop komen en willen dat Hij mee teruggaat, omdat iedereen Hem zoekt, antwoordt Hij: Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat Ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben Ik immers op weg gegaan. Het is dus in het gebed dat Jezus zich zijn oorsprong te binnen brengt. Hij herbront zijn zending, zijn roeping, zijn motivatie, zijn beweegreden en zijn beweegkracht en zo blijft Hij vrij van de vangnetten van de mensen, zo raakt Hij niet in het drijfzand van het succes. Iedereen is naar U op zoek! Ze willen U. Ze willen U vasthouden.
Bij Paulus is het niet anders. Ook hij handelt vanuit dat zendingsbewustzijn, vanuit de taak die hem is toevertrouwd door God. Niet om zich vrij te maken voor zichzelf, maar om zich vrij te maken vóór en zich meer te binden áán anderen.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
6, 30-34

De apostelen kwamen weer terug bij Jezus en vertelden Hem over alles wat ze gedaan hadden en wat ze de mensen onderwezen hadden.
Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’
Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten.
Ze voeren met de boot naar een afgelegen plaats, om daar alleen te kunnen zijn.
Maar hun vertrek werd opgemerkt en velen hoorden ervan, en uit alle steden haastten de mensen zich over land naar die plaats en kwamen er nog eerder aan dan Jezus en de apostelen.
Toen Hij uit de boot stapte, zag Hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder, en Hij onderwees hen langdurig.

Marcus beschrijft hoe Jezus de menigte aantrok en met hen meeleefde. Deze zorg, Gods zorg voor de mensen, ligt aan de basis van Jezus' onvermoeibare prediking. Ook de apostelen, die zo nauw met Christus' missionaire zending verbonden zijn, moeten helemaal opgaan in het werk van de verkondiging, zelfs op ogenblikken dat zij beschouwend bij Hem willen blijven. De eisen van de verkondiging slorpen hen als mens helemaal op

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:49 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
6, 14-29

Koning Herodes hoorde van Jezus, want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: ‘Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’ Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia’, ‘en weer anderen zeiden: ‘Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.’
Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: ‘Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.’
Want Herodes had Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij getrouwd was. Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: ‘U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.’
Sindsdien had Herodias het op hem gemunt en wilde ze hem uit de weg ruimen, maar ze kreeg er de kans niet toe, want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen.
Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea. De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: ‘Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.’ En hij bezwoer haar: ‘Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!’
Ze ging naar haar moeder en vroeg: ‘Wat zal ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’
Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: ‘Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.’
Deze vraag bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen.
Hij stuurde iemand van zijn garde weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes. Hij bracht het hoofd binnen op een schaal en gaf het aan het meisje, en zij gaf het aan haar moeder.
Toen zijn leerlingen hiervan hoorden, gingen ze zijn lijk halen en legden het in een graf

Jezus' optreden wekte verschillende reacties. Iedereen, ook ons, stelt Hij voor de vraag naar zijn persoon. Koning Herodes die Johannes de Doper op een schandelijke manier had geofferd voor een meisje, dacht dat deze Johannes weer was verrezen toen hij hoorde over Jezus. Uit dit verhaal over de dood van Johannes de Doper blijkt duidelijk hoe moeilijk het is om met de waarheid over zijn eigen leven geconfronteerd te worden. Alle middelen zijn dan goed om het gezicht te redden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
5, 1-20

Jezus en zijn leerlingen kwamen aan de overkant van het meer, in het gebied van de Gerasenen.
Toen Hij uit de boot gestapt was, kwam Hem meteen vanuit de grafspelonken een man tegemoet die door een onreine geest bezeten was en in de spelonken woonde. Zelfs als hij vastgebonden was met een ketting kon niemand hem in bedwang houden. Hij was al dikwijls aan handen en voeten geketend geweest, maar dan trok hij de kettingen los en sloeg hij de boeien stuk, en niemand was sterk genoeg om hem te bedwingen. En altijd, dag en nacht, liep hij schreeuwend tussen de rotsgraven en door de bergen en sloeg hij zichzelf met stenen.
Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op Hem af en viel voor Hem neer, en luid schreeuwend zei hij: ‘Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer je bij God: doe me geen pijn!’ Want hij had tegen hem gezegd: ‘Onreine geest, ga weg uit die man.’
Jezus vroeg hem: ‘Wat is je naam?’
En hij antwoordde: ‘Legioen is mijn naam, want we zijn met velen.’ Hij smeekte Hem dringend om hen niet uit deze streek te verjagen.
Nu liep er op de berghelling een grote kudde varkens te grazen. De onreine geesten smeekten hem: ‘Stuur ons naar die varkens, dan kunnen we bij ze intrekken.’
Hij stond hun dat toe. Toen de onreine geesten de man verlaten hadden, trokken ze in de varkens, en de kudde van wel tweeduizend stuks stormde de steile helling af, het meer in, en verdronk in het water. De varkenshoeders sloegen op de vlucht en vertelden in de stad en in de dorpen wat ze hadden meegemaakt, en de mensen gingen kijken wat er was gebeurd.
Ze kwamen bij Jezus en zagen de bezetene daar zitten, gekleed en bij zijn volle verstand, dezelfde man die altijd bezeten was geweest door het legioen, en ze werden door schrik bevangen. Degenen die alles gezien hadden, legden uit wat er met de bezetene en met de varkens was gebeurd. Daarop drongen de mensen er bij Jezus op aan om hun gebied te verlaten.
Toen Hij in de boot stapte, smeekte de man die bezeten was geweest om bij Hem te mogen blijven.
Dat stond Hij hem niet toe, maar Hij zei tegen hem: ‘Ga naar huis, naar uw eigen mensen, en vertel hun wat de Heer allemaal voor u heeft gedaan en hoe Hij zich over u heeft ontfermd.’
De man ging weg en maakte in Dekapolis bekend wat Jezus voor hem had gedaan, en iedereen stond verbaasd.

Het land van de Gerasenen was voor de Joden het land van de heidenen. Deze leefden in de ogen van de Joden in grafspelonken, in graven, als zwijnen. Jezus wil deze hardheid van de Joden doorbreken en laten zien dat Hij ook voor deze mensen gekomen is. De bezetene die Hij geneest wordt uitgenodigd te gaan vertellen wat de Heer voor hem gedaan heeft. Jezus stoot niemand uit. Voor ieder persoonlijk is Hij gekomen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:19 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
4, 35-41

Aan het eind van die dag, toen het avond was geworden, zei Jezus tegen hen: ‘Laten we het meer oversteken.’
Ze stuurden de menigte weg en namen Hem mee in de boot waarin Hij al zat, en voeren samen met de andere boten het meer op.
Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. Maar Hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en zeiden: ‘Meester, kan het U niet schelen dat we vergaan?’
Toen Hij wakker geworden was, sprak Hij de wind bestraffend toe en zei tegen het meer: ‘Zwijg! Wees stil!’
De wind ging liggen en het meer kwam helemaal tot rust.
Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?’
Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het meer Hem gehoorzamen?

Zo iets kan toch niet gebeuren. Stormen en crisis rollen steeds aan in toenemende hevigheid. En de Heer schijnt alles maar te laten begaan. De leerlingen beginnen aan Hem te twijfelen. Als zij Hem in hun angst wekken, krijgen zij verwijten te horen om hun klein geloof. Ze hebben Hem nog steeds niet herkend als hun Messias, als de gezondene van God.


Ook al klinkt het heel cliché... wij allen hebben in ons leven met stormen te maken.
Geloofstwijfel, ongeloof, tegenslag, leed, rouw,... stormen die ons vroeg of laat allen overkomen.
Ze zijn in staat onze hele binnenkant overhoop te gooien.
Hoe moet het verder, in Gods naam...

En waarschijnlijk klinkt ook dit cliché, maar Jezus is niet minder aanwezig in deze stormen van het leven, dan op momenten dat onze levenszee schijnbaar rustig is.
Net zoals de leerlingen zullen we ook van mening zijn dat Jezus slaapt. In zekere zin doet Hij dat misschien ook, maar feit is: Hij is er wel.
En zoals Hij het gezag heeft om de storm te luwen, zo laat Hij schijnbaar ook toe dat het af en toe stormt. Alsof het bij het leven hoort.

En inderdaad, het hoort bij het leven. We hebben het zelfs nodig.
Moesten we de stormen niet nodig hebben... het zou ook niet stormen.

Stormen voeden op. Ze maken ons volwassen in het geloof. Ze bevrijden ons van een zekere kinderachtige en oppervlakkige geloofsbeleving waar de liefde schijnbaar een van de grootste vanzelfsprekendheid is dat er bestaat. Dat is de liefde dus niet.
Liefde is kruis en is dus helemààl niet vanzelfsprekend. Laat het je niet wijsmaken !

Liefde vraagt vertrouwen op en overgave aan de Heer. Dit is tegen de menselijke natuur in die geneigd is z'n eigen buik te volgen.
Christelijke liefde trekt je van je buik weg, en doet je schenken aan Christus die in je woont. Deze Christus zal je trekken in de brand van zijn eigen liefde, in het vuur van zijn totaal gegeven-zijn voor de wereld, in volle overgave aan de wil van de Vader.
Is dat vanzelfsprekend ? Nee !
Is dat onze roeping ? Ja !

Een mens heeft stormen in z'n leven nodig om los te komen van z'n eigen buik.
Hij moet soms de duisternis in om te weten hoe licht de Heer wel is.
Jezus moet zich soms wegsteken om ons uit ons 'kot' te lokken, om onze dorst naar Hem groter te maken.
Jezus zwijgt dikwijls totdat we zelf zwijgen... om Hem op een volwassen wijze (terug) te vinden, sterker dan ooit.

Laten we niet te snel boos zijn op de stormen die ons leven tarten.
Maar laten we de waas van onze ogen verwijderen en de Heer zien, die misschien ook dan tot ons zegt: 'Kom, kleingelovige, Ik zal je sterk maken, in staat om lief te hebben'.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:24 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
4, 26-34

Jezus sprak tot de menigte:
‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe.
De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’
En Hij zei: ‘Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen?
Het is als een zaadje van de mosterdplant, het kleinste van alle zaden op aarde wanneer het gezaaid wordt. Maar als het na het zaaien opschiet, wordt het het grootste van alle planten en krijgt het grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.’
Met zulke en andere gelijkenissen maakte Hij hun het goede nieuws bekend, voorzover ze het konden begrijpen.
Hij sprak alleen in gelijkenissen tegen hen, maar wanneer Hij alleen was met zijn leerlingen, verklaarde Hij hun alles.

'Het is met het Koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe', zegt Jezus ons vandaag in een gelijkenis.

God is de zaaier. Maar dikwijls gebruikt Hij de mens om zijn zaad uit te zaaien. Als Hij aan ons vraagt om lief te hebben, gebruikt Hij ons als zijn instrument om zijn zaad van liefde te zaaien in de situatie die zich aan ons voordoet, die Hij aan ons geeft.

Het gevaar bestaat er echter in dat een mens prat gaat op wat hij doet, dat hij het liefhebben zich toeëigent. Al snel voelt een mens zich de grote weldoener die toch wel veel goeds doet in deze wereld... En hij praat daar zo graag over...
Dat is jammer, omdat dat veel stuk maakt.
Degene die liefheeft verliest dan zijn voeling met God en wordt hoogmoedig. Hij eigent zich toe wat God hem gaf, en speelt als zodanig een beetje god.
Het liefhebben zelf verliest z'n schoonheid, omdat God eruit wordt gehaald. Het liefhebben mag uiterlijk dan wel een mooie daad zijn, doch het is in de diepte van z'n schoonheid beroofd. Je bemint als een lege doos met mooi inpakpapier.
Het liefhebben verliest ook z'n genade. Want doorheen het liefhebben wil God dikwijls genezend werkzaam zijn, wil Hij gemeenschap scheppen, verzoening tot stand brengen, mensen aanraken, enz... Wie bemint los van God bemint zonder deze ingrediënten. Het liefhebben heeft dan wel enige waarde, maar de echte vruchten zoals God ze geven wilt zullen er niet komen. Jammer. Een gemiste kans, zowel voor degene die liefheeft, als voor degene die bemind wordt.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:28 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de Handelingen der Apostelen

Uit de Handelingen der Apostelen
9, 1-22

Saulus bedreigde de leerlingen van de Heer nog steeds met de dood. Hij ging naar .

de hogepriester met het verzoek hem aanbevelingsbrieven mee te geven voor de synagogen in Damascus, opdat hij de aanhangers van de Weg die hij daar zou aantreffen, mannen zowel als vrouwen, gevangen kon nemen en kon meevoeren naar Jeruzalem.
Toen hij onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’
Hij vroeg: ‘Wie bent U, Heer?’
Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta nu op en ga de stad in, daar zal je gezegd worden wat je moet doen.
De mannen die met Saulus meereisden, stonden sprakeloos; ze hoorden de stem wel, maar zagen niemand.
Saulus kwam overeind, en hoewel hij zijn ogen open had, kon hij niets zien. Zijn metgezellen pakten hem bij de hand en brachten hem naar Damascus.
Drie dagen lang bleef hij blind en at en dronk hij niet.
In Damascus woonde een leerling die Ananias heette. In een visioen zei de Heer tegen hem: ‘Ananias!’
Hij antwoordde: ‘Ik luister, Heer.’
Daarop zei de Heer: ‘Ga naar de Rechte Straat en vraag daar in het huis van Judas naar iemand uit Tarsus die Saulus heet. Hij is aan het bidden, en hij heeft in een visioen gezien hoe een man die Ananias heet, binnenkomt en hem de handen oplegt om hem weer te laten zien.’
Ananias antwoordde: ‘Heer, van veel kanten heb ik gehoord over deze man en over al het kwaad dat hij uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. Bovendien heeft hij toestemming van de hogepriesters om hier iedereen die uw naam aanroept in de boeien te slaan.’
Maar de Heer zei: ‘Ga, want hij is het instrument dat Ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten. Ik zal hem tonen hoezeer hij moet lijden omwille van mijn naam.’
Ananias vertrok en ging naar het huis, waar hij Saulus de handen oplegde, terwijl hij zei: ‘Saul, broeder, ik ben gezonden door de Heer, door Jezus, die aan u verschenen is op de weg hierheen, om ervoor te zorgen dat u weer kunt zien en vervuld wordt van de heilige Geest.’
Meteen was het alsof er schellen van Saulus’ ogen vielen; hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen, en nadat hij gegeten had, kwam hij weer op krachten.
Hij bleef enkele dagen bij de leerlingen in Damascus en ging onmiddellijk in de synagogen verkondigen dat Jezus de Zoon van God is.
Allen die hem hoorden waren stomverbaasd en vroegen: ‘Dat is toch de man die in Jeruzalem de volgelingen van die Jezus naar het leven stond, en hij is toch hierheen gekomen om hen gevangen te nemen en uit te leveren aan de hogepriesters?’
Saulus’ optreden werd echter steeds krachtiger, en hij bracht de in Damascus wonende Joden in verwarring door aan te tonen dat Jezus de messias is.

Niet elke bekering gebeurt zo plots, op zo’n overdonderende manier als bij Paulus. Meestal geschiedt zij in stilte, na verloop van veel tijd. Maar God blijkt een hevig man ook stevig aan te pakken. Met dezelfde verbetenheid waarmee hij christenen vervolgde werd Paulus ‘de’ apostel van de jonge kerk. Hoewel hij persoonlijk een taaie doorzetter bleek te zijn, was zijn boodschap evangelisch geduldig en zacht. In weinig tijd gaf zijn grote werkkracht aan de kleine, gesloten kerk van Jeruzalem een open, wereldwijde dimensie.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:31 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
3, 31-35

Jezus' moeder en zijn broers waren aangekomen. Ze stuurden iemand naar binnen om Hem te halen. Zelf bleven ze buiten wachten.
Er zat een groot aantal mensen om Hem heen, en die zeiden tegen Hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken U.’
Hij antwoordde: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’
Hij keek de mensen aan die in een kring om hem heen zaten en zei: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’

Vandaag zegt Jezus: 'Ieder die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.'

Broers en zussen zijn we voor elkaar wanneer we ons bewust zijn dat het evangelie, dat de Kerk, ons roept om gemeenschap met elkaar te vormen. Kerk kun je nooit op je eentje vormen, maar enkel in broederschap met allen die de Heer rond Hem samenbrengt.
Ook kleinere gemeenschappen moeten erover waken dat zij niet louter op zichzelf betrokken geraken, want dan wordt het muf en verliest het alle uitstraling. Ramen open is de boodschap, opdat ieder in en uit kan gaan, en de Geest kan waaien waar Hij wil.
Immers enkel in de Geest kan de wil van de Vader volbracht worden, en blijft een gemeenschap fris, blij en missionair.

Moeder zijn wij voor mekaar wanneer we elkaar in het hart van de Kerk brengen, tot bij Jezus dus. Het is de roeping van ieder christen om op deze wijze bij elkaar te zijn. Zoals een moeder waakt over haar kinderen, en hen liefdevol leidt naar het hart van het leven, zo mogen wij bij elkaar zijn, in een geest van warme broederschap, geleid door God zelf.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen

 


Stel uzelf niet langer in dienst van de
zonde als een werktuig voor het onrecht,
maar stel uzelf in dienst van God.
Denk aan uzelf als levenden die uit de dood
zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van
God als een werktuig voor de gerechtigheid

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:25 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
1, 14-20

Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar Hij Gods goede nieuws verkondigde. Dit was wat Hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het Koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’
Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ Meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem.
Iets verderop zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten, en direct riep Hij hen. Ze lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners achter in de boot en volgden Hem.

Jezus verschijnt regelmatig in het Galilea van ons hart, langs het meer van ons leven. Hij vindt er ons bedrijvig in de sleur van ons dagelijkse werk: altijd maar opnieuw die netten uitgooiend, dikwijls zonder veel te vangen, en dat nog wel heel dicht bij enkele anderen die, een steenworp verder, op dezelfde vis zitten te azen - vervelende concurrenten dus! - en dat terwijl wij moeten meewerken in een bedrijf, waar de daglonersmentaliteit groeit onder de werknemers, die er vooral op uit zijn voordeel te zoeken voor zichzelf. Het leven is hard aan de oever van het meer van ons leven.
Maar zo vindt de Heer ons, wanneer Hij langs komt, wanneer Hij zijn aanwezigheid weer eens laat ervaren, dikwijls vrij onverwachts, in een stille wenk of uitnodiging van iemand die wij ontmoeten.
Dan roept Hij ons op die zware netten los te laten, die kleurloze alledaagsheid, die mentaliteit van eisende werknemers, die onvruchtbare bindingen aan ons eigenbelang en die overdreven zucht naar onafhankelijkheid, die concurrentievrees en die verdeeldheid.
En Hij vraagt dat wij ons durven overgeven aan de dieper
sluimerende verlangens van ons hart die Hij weet wakker te maken: mensen als vissen in een eenheid verzamelen, onszelf met al onze kracht geven in dankbaarheid en werken in verbondenheid met elkaar om anderen samen te brengen tot diezelfde bevrijdende liefdegemeenschap.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:18 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
3, 20-21

Jezus ging terug naar huis, en weer verzamelde zich een menigte, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te gaan eten.
Toen zijn verwanten hiervan hoorden, gingen ze op weg om Hem, desnoods onder dwang, mee te nemen, want volgens hen had Hij zijn verstand verloren.

Volgens hen had Hij zijn verstand verloren...
Wie leeft in de geest van Jezus zal beslist voor de velen in 'de wereld' ook z'n verstand verloren hebben.
Voor 'de wereld' is het immers heel dikwijls niet meer dan normaal dat je die dingen nastreeft die het eigenbelang dienen. Terwijl het evangelie oproept het gemeenschappelijk belang te dienen. Wie deze weg gaat, zwemt dikwijls stroomopwaarts
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
3, 13-19

Jezus ging de berg op en riep al degenen bij zich op wie Hij zijn keuze had laten vallen, en ze kwamen naar Hem toe. Hij stelde twaalf van hen aan als apostel; ze moesten Hem vergezellen, en Hij wilde hen ook uitzenden om het goede nieuws bekend te maken. Ze kregen de macht om demonen uit te drijven.
De twaalf die Hij aanstelde, waren achtereenvolgens Simon, die hij de naam Petrus gaf, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, Johannes, de broer van Jakobus (aan deze twee gaf hij de naam Boanerges, wat ‘zonen van de donder’ betekent), Andreas, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs, Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Taddeüs,
Simon Kananeüs en Judas Iskariot, die hem heeft uitgeleverd.

Jezus kiest uit wie Hij zelf wil. En deze keuze is een balangrijke gebeurtenis in Jezus' leven. De twaalf leerlingen zullen Hem volgen en apostelen zijn, nu het volk en de leiders zich van Hem afkeren. Deze twaalf zullen zijn werk voortzetten als eenmaal zijn taak volbracht is. De jonge Kerk zag in deze aanstelling het begin van haar eigen geschiedenis en roeping.
Jezus ging de berg op en riep al degenen bij zich op wie Hij zijn keuze had laten vallen, en ze kwamen naar Hem toe.

Het evangelie van vandaag gaat over roeping en zending. Maar wat opvalt is dat Jezus voor Hij zendt de leerlingen eerst bij zich roept.
Jezus zal nooit roepen en van op afstand zenden. Hij zal altijd de geroepene eerst bij zich roepen, om vanuit het samenzijn met Hem, te zenden.

Net zoals de leerlingen roept Hij ook ons. Maar Hij roept ons eerst bij zich. Hij vraagt ons een stap te zetten, een keuze te maken. Hij vraagt van ons een beslissing. Hij spreekt ons aan op onze vrijheid, en vraagt heel persoonlijk te kiezen. Naar Hem toegaan is ons eerste ja-woord.
Eenmaal bij Hem zal Hij ons uitnodigen in Hem onze woonst te maken. Hierop ingaan is ons tweede ja-woord.
Vanuit dit ja-woord zal Hij ons in zich opnemen, om ons nadien te zenden. Ook hier moeten we weer 'ja' op zeggen, de derde keer.

Concreet betekent dit dat wij iedere ochtend geroepen worden door Hem. Elke morgen opnieuw mogen we naar Hem toegaan. Ons eerste ja-woord.
Hij zal ons vragen in Hem onze woonst te maken, ons tweede ja-woord.
Hij zal ons in zich opnemen en ons uitnodigen door Hem gezonden te worden. Erop ingaan is ons derde ja-woord.
Dat betekent dat we ervoor kiezen deze dag mét Christus door te gaan. Dat wil zeggen dat we ons engageren om ieder die we die dag ontmoeten lief te hebben met de liefde van de Heer.
We hoeven dit niet alleen te doen, want Christus, in wie wij onze woonst hebben gevonden, zal mét ons beminnen. Ons drievoudig ja-woord tot Hem betekent dat wij instrument zullen zijn van zijn handelen in ons leven. En wel zo, dat we zijn liefde zullen worden.
Met alle goede gevolgen van dien.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
3, 7-12

Jezus week met zijn leerlingen uit naar het meer, en een grote menigte uit Galilea volgde Hem. Ook uit Judea en Jeruzalem, uit Idumea en het gebied aan de overkant van de Jordaan en uit de omgeving van Tyrus en Sidon kwamen veel mensen naar Hem toe, omdat ze hadden gehoord wat Hij allemaal deed.
Hij zei tegen zijn leerlingen dat ze een boot voor Hem gereed moesten houden, om te voorkomen dat Hij door de menigte onder de voet zou worden gelopen.
Allerlei zieken verdrongen zich om Hem aan te raken, want Hij had al veel mensen genezen. Telkens als de onreine geesten Hem zagen, vielen ze voor Hem neer en schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ Hij sprak hen bestraffend toe, en verbood hun bekend te maken wie Hij was.

Jezus week met zijn leerlingen uit naar het meer, en een grote menigte uit Galilea volgde Hem.

Het moet een mooi zicht geweest zijn: Jezus die met zijn leerlingen richting meer trok en die grote menigte die Hem volgde. Wat een dorst moet er geleefd hebben onder de mensen om Hem te willen ontmoeten, om Hem te willen aanhoren.
Ik denk dat het vandaag niet anders zou zijn. Neem dat Jezus plots hier zou staan, in lichamelijke gestalte: woorden sprekend, zieken genezend. Velen zouden Hem willen zien, zijn woorden willen horen. Velen zouden Hem willen aanraken, of door Hem aangeraakt willen worden.

Maar God heeft gewild dat Jezus niet onder die gedaante bij ons is. Zelfs na de weg die Hij moest gaan is Hij als Verrezene maar korte tijd onder de mensen geweest. Na z'n hemelvaart was het gedaan met de zichtbare Jezus.
..

God heeft gewild dat we de weg van het geloof bewandelen, de weg van de overgave aan zijn Zoon in de liefde van zijn Geest.
Deze weg, die in zekere zin een achterlaten is van ons oppervlakkig 'ik', zal ons brengen tot ons meest waarachtige 'ik', het 'ik' waarvan God gezegd heeft en zegt: 'Ik heb je geschapen naar mijn beeld en gelijkenis'.
In Christus zullen we onze ware identiteit ontdekken. Hij zal ons zo in zich opnemen dat we zijn liefde zullen worden, in al ons doen en laten.
Hij zal dat met ieder van ons heel persoonlijk doen, en tegelijkertijd zal Hij op die wijze ons mensen bij elkaar brengen rond Hem. Daar ontstaat Kerk, niet door mensenhanden gemaakt, maar gevormd door Christus zelf.

Waar is de menigte uit Galilea ?
Gaan we Hem enkel volgen wanneer we Hem lichamelijk zien ?
Of gaan we de weg waartoe God ons uitnodigt: de weg van het geloof, de overgave.
Hij is niet minder aanwezig dan toen aan het meer van Galilea.
Laten we blij zijn om zijn aanwezigheid en Hem volgen.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:26 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
3, 1-6

Weer ging Jezus naar de synagoge. Daar was iemand met een verschrompelde hand.
Ze letten op Hem om te zien of Hij die op sabbat zou genezen, zodat ze Hem zouden kunnen aanklagen.
Hij zei tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Kom in het midden staan.’
Aan de anderen vroeg Hij: ‘Wat mag men op sabbat doen: goed of kwaad? Een leven redden of het vernietigen?’ Maar ze zwegen.
Hij keek hen boos aan, maar ook diepbedroefd vanwege hun hardleersheid, en toen zei Hij tegen de man die in het midden stond: ‘Steek uw hand uit.’ Hij stak zijn hand uit en er kwam weer leven in.
De Farizeeën verlieten de synagoge en gingen meteen met de Herodianen overleggen hoe ze Hem uit de weg zouden kunnen ruimen.

De Joodse sabbatwet was tot in het kleinste detail streng uitgewerkt. Door op de sabbat te genezen wil Jezus laten zien dat het Hem op de eerste plaats gaat om de mens. Niet de uiterlijke daad is de eerste norm van goed of kwaad, maar wel de innerlijke gesteltenis waaruit zij voortkomt.

Jezus zei tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Kom in het midden staan.’

Hoeveel mensen lopen er vandaag niet rond met een verschrompelde hand, met een verschrompeld hart... Velen, zeer velen. En misschien horen we er zelf ook wel bij.

Zijn we bereid om net als Jezus, en vanuit Jezus, tot hen te zeggen: 'Kom, kom in het midden staan. Je bent niet uitgesloten, je hoort erbij, ik vind je de moeite waard, voor mij ben je mijn broeder/zuster,...'
Al te vaak komen de verschrompelden over als 'lastige' medemensen, terwijl ze in zekere zin de Heer belichamen die zegt: 'Ik heb dorst'.

Laten we naar hen toe gaan niet als meerderen, maar als broeders en zusters, als één van hen, om samen met hen de Heer te ontmoeten en te verheerlijken in ons samenzijn waarin Hijzelf ons gebracht heeft.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:48 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
2, 18-22

De leerlingen van Johannes en de Farizeeën hadden de gewoonte regelmatig te vasten. Er kwamen mensen naar Jezus toe, die Hem vroegen: ‘Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?’
Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten zolang de bruidegom bij hen is? Nee, zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten. Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is, want dan trekt de nieuwe lap de oude stof kapot en wordt de scheur nog groter. Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken
.

Jezus bracht geen streng systeem of een ascetische godsdienst. Zijn komst wilde vreugde brengen. Iets helemaal nieuw. Niet zo maar een soort commentaar op de oude wet. De nieuwe geest die Hij brengt is helemaal niet verenigbaar met de praktijken van sommige Joden. Hun praktijken zijn maar lompen en oude klederen in vergelijking met wat Hij brengt. De christenen van vandaag genieten de vrijheid die Christus in zijn Kerk bracht.
'Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is, want dan trekt de nieuwe lap de oude stof kapot en wordt de scheur nog groter. Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken'
, zegt Jezus ons vandaag.

De oude wereld heeft bepaalde zingevingen die beperkt zijn. De nieuwe wereld, de nieuwe schepping heeft Jezus als de zin van alles. Hij is het centrum waaromheen zich het leven van de nieuwe mens opbouwt. Jonge wijn in nieuwe zakken. Geen ongekrompen verstellap op een oud kleed. Bij Jezus hoort een nieuwe levenswijze, een nieuw volk, een nieuwe Kerk, want Hij is voor allen die Hem gehoorzamen, dat wil zeggen: die naar Hem luisteren en die hun leven op zijn leven willen afstemmen, oorzaak geworden van eeuwig heil.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten