Uit het evangelie volgens Matteüs
Uit het evangelie volgens Matteüs
26, 14-25
Eén van de twaalf, die met
de naam Judas Iskariot, ging naar de hogepriesters en zei: ‘Wat krijg ik van u
als ik Hem aan u uitlever?’
Ze betaalden hem dertig zilverstukken.
Vanaf dat moment zocht hij een gunstige gelegenheid om Hem uit te leveren.
Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood kwamen de leerlingen
naar Jezus toe en vroegen: ‘Waar wilt U dat wij voorbereidingen treffen zodat U
het pesachmaal kunt eten?’
Hij zei: ‘Ga naar de stad en zeg tegen de persoon die jullie bekend is: “De
meester zegt: ‘Mijn tijd is nabij, bij jou wil Ik met mijn leerlingen het
pesachmaal gebruiken.’”’
De leerlingen deden wat Jezus hun had opgedragen en bereidden het pesachmaal.
Toen de avond was gevallen, lag Hij samen met de twaalf aan voor de maaltijd.
Onder het eten zei Hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij
uitleveren.’
Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: ‘Ik toch niet,
Heer?’
Hij antwoordde: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij
uitleveren. De Mensenzoon zal heengaan zoals over Hem geschreven staat, maar
wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem
zijn als hij nooit geboren was.’
Toen zei Judas, die Hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’
Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’
Men is vaak het meest ontgoocheld in zijn beste vrienden. Judas pleegt verraad aan zijn vriendschap met Jezus. De andere leerlingen zijn er zich zeer goed van bewust dat ook zij nog geen echte volgelingen van Jezus zijn. 'Ik toch niet, Heer?', vraagt elk van hen. Jezus kiest voor de trouw aan de wil van zijn Vader.
Op
een van de grootste momenten uit de geschiedenis, daar waar Jezus zichzelf zal
schenken in brood en wijn, is het kwaad op z'n sterkst aanwezig.
De Heer en de duivel in Judas... samen aan dezelfde tafel. De Heer, een en al
liefde... en Judas, bezeten van zijn boze bedoelingen.
Waar christelijke liefde is, is de duivel nooit ver af. Dat deze laatste mee aan tafel zit, dwingt ons steeds op de hoede te zijn en de houding van innerlijke onthechting aan te nemen.













