Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
akke.beakke.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Berichten van 1 januari 2012 tot 31 december 2012

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
26, 14-25

Eén van de twaalf, die met de naam Judas Iskariot, ging naar de hogepriesters en zei: ‘Wat krijg ik van u als ik Hem aan u uitlever?’
Ze betaalden hem dertig zilverstukken.
Vanaf dat moment zocht hij een gunstige gelegenheid om Hem uit te leveren.
Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood kwamen de leerlingen naar Jezus toe en vroegen: ‘Waar wilt U dat wij voorbereidingen treffen zodat U het pesachmaal kunt eten?’
Hij zei: ‘Ga naar de stad en zeg tegen de persoon die jullie bekend is: “De meester zegt: ‘Mijn tijd is nabij, bij jou wil Ik met mijn leerlingen het pesachmaal gebruiken.’”’
De leerlingen deden wat Jezus hun had opgedragen en bereidden het pesachmaal.
Toen de avond was gevallen, lag Hij samen met de twaalf aan voor de maaltijd.
Onder het eten zei Hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.’
Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: ‘Ik toch niet, Heer?’
Hij antwoordde: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren. De Mensenzoon zal heengaan zoals over Hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’
Toen zei Judas, die Hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’
Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’

Men is vaak het meest ontgoocheld in zijn beste vrienden. Judas pleegt verraad aan zijn vriendschap met Jezus. De andere leerlingen zijn er zich zeer goed van bewust dat ook zij nog geen echte volgelingen van Jezus zijn. 'Ik toch niet, Heer?', vraagt elk van hen. Jezus kiest voor de trouw aan de wil van zijn Vader.

Op een van de grootste momenten uit de geschiedenis, daar waar Jezus zichzelf zal schenken in brood en wijn, is het kwaad op z'n sterkst aanwezig.
De Heer en de duivel in Judas... samen aan dezelfde tafel. De Heer, een en al liefde... en Judas, bezeten van zijn boze bedoelingen.

Waar christelijke liefde is, is de duivel nooit ver af. Dat deze laatste mee aan tafel zit, dwingt ons steeds op de hoede te zijn en de houding van innerlijke onthechting aan te nemen.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:26 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
13, 21-33 + 36-38

Toen Jezus met zijn leerlingen aan tafel aanlag werd Hij diepbedroefd, en Hij verklaarde: ‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden.’
De leerlingen keken elkaar aan en vroegen zich af wie Hij bedoelde.
Een van hen, de leerling van wie Jezus veel hield, lag naast Hem aan tafel aan, en Simon Petrus beduidde hem dat hij moest vragen wie Jezus bedoelde.
Hij boog zich dicht naar Jezus toe en vroeg: ‘Wie, Heer?’
‘Degene aan wie Ik het stuk brood geef dat Ik nu in de schaal doop’, zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot.
Op dat moment nam de duivel bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’
Niemand aan tafel begreep waarom Hij dit zei; omdat Judas de kas beheerde, dachten sommigen dat Jezus bedoelde dat hij inkopen voor het feest moest doen, of dat hij iets aan de armen moest geven.
Judas nam het brood aan en ging meteen weg. Het was nacht.
Toen hij weg was zei Jezus: ‘Nu is de grootheid van de Mensenzoon zichtbaar geworden, en door Hem de grootheid van God. Als Gods grootheid door Hem zichtbaar geworden is, zal God Hem ook in die grootheid laten delen, nu onmiddellijk. Kinderen, Ik blijf nog maar een korte tijd bij jullie. Jullie zullen me zoeken, maar wat Ik tegen de Joden gezegd heb, zeg ik nu ook tegen jullie: “Waar Ik heen ga, daar kunnen jullie niet komen.’
Simon Petrus vroeg: ‘Waar gaat U naartoe, Heer?’
Jezus antwoordde: ‘Ik ga ergens naartoe waar jij nog niet kunt komen, later zul je mij volgen.’
‘Waarom kan ik U nu niet volgen, Heer? Ik wil mijn leven voor U geven!’ zei Petrus.
Maar Jezus zei: ‘Jij je leven voor mij geven? Waarachtig, Ik verzeker je: nog voor de haan kraait zul jij mij driemaal verloochenen
.’

Tijdens het vriendenmaal voorspelt Jezus de komende dagen. Eén van zijn leerlingen, Judas Iskariot, zal Hem verraden. Maar ook de anderen zullen ontredderd zijn. 'Ik ga ergens naartoe waar jij nog niet kunt komen, later zul je mij volgen'.
Zelfs Petrus zal Hem driemaal verloochenen nog eer de haan kraait

Jezus voorspelt aan Petrus dat hij Hem driemaal zal verloochenen. Dit moet Petrus zeer bedroefd hebben. Hij hield immers van zijn Heer. Enkele dagen later zal blijken dat hij inderdaad zijn Heer drie maal zal verloochenen.

En hoe zit dat met ons ?
Moest Jezus aan ons zeggen dat wij Hem binnenkort zullen verloochenen... we zouden ook bedroefd zijn, want we houden van Hem.

En toch...
We leven in een tijd waarin veel christenen zich verbergen, alsof het leven van de Kerk zich afspeelt in een soort catacomben. Wordt het eens geen tijd dat de christen van zich laat horen, niet enkel onder zijn eigen broeders en zusters, maar ook ver daarbuiten, in de wereld waar de Kerk hoort aanwezig te zijn.
Niet om aan anderen te melden dat de christen de waarheid in pacht zou hebben, maar wel om ware broederschap met ieder aan te gaan die doorheen daad en woord aantoont dat God van elke mens houdt en dat Christus ieder verlost heeft.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:59 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de profeet Jesaja

Uit de profeet Jesaja
42, 1-7

'Hier is mijn dienaar, hem zal Ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind Ik vreugde, Ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen.
Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar; het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen.
Ongebroken en vol vuur zal hij het recht op aarde vestigen; de eilanden zien naar zijn onderricht uit.
Dit zegt God, de Heer, die de hemel heeft geschapen en uitgespannen, die de aarde heeft uitgehamerd met alles wat zij voortbrengt, die de mensen op aarde levensadem geeft, en levensgeest aan allen die daar verkeren.
In gerechtigheid heb Ik, de Heer, jou geroepen. Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden, Ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen en maak je tot een licht voor alle volken, om blinden de ogen te openen, om gevangenen te bevrijden uit de kerker, wie in het duister zitten uit de gevangenis.

In vier liederen bezingt Jesaja de 'Dienaar van Jahwe', waarin Jezus de volmaakte verpersoonlijking zal zijn. Het eerste lied spreekt over zijn uitverkiezing. Hij krijgt de opdracht om Israël het heil te brengen. Daartoe werd hij vervuld met de geest. Hij zal in zachtmoedigheid en nederigheid de kracht en het universele licht van de ware God moeten brengen bij de naties.

Vandaag horen we hoe Jesaja profeteert over Jezus: 'Het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven.'

Meer dan wie ook weet Jezus dat vele mensen geknakt door het leven gaan, als een kwijnende vlam.
Zijn Liefde zal erin bestaan dit geknakt-zijn niet te breken, of de kwijnende vlam te doven. Nee, Hij zal de mens optillen, ten diepste genezen, het vuur van overgave terug aanwakkeren.

Meer dan wijzelf, weet Hij dat de zonde het vuur in de mens dooft. Toegeven aan het kwaad verwijdert de mens steeds meer van God, met alle gevolgen van dien voor hemzelf en de samenleving.
Voor hen, voor ons, zal de Heer de weg gaan van het kruis. Hij zal tot in de diepste krochten afdalen om ieder die daar huist de mogelijkheid te bieden zich te laten optillen in het feest van de opstanding

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:59 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
8, 51-59

Jezus sprak: 'Waarachtig, Ik verzeker u: als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien.’
Toen zeiden de Joden: ‘Nu weten we zeker dat U bezeten bent! Abraham is gestorven, en de profeten ook, en U zegt: “Wie mijn woord bewaart zal de dood nooit proeven”! Bent u soms meer dan onze vader Abraham, die gestorven is? Ook de profeten zijn gestorven. Wie denkt u wel dat u bent?’
Jezus antwoordde: ‘Wanneer Ik mezelf zou eren, zou mijn eer niets betekenen, maar het is de Vader die mij eert, de Vader van wie u zegt dat Hij onze God is, hoewel u Hem niet kent. Ik ken hem. Als Ik zou zeggen dat Ik Hem niet ken, zou Ik een leugenaar zijn, net als u. Maar Ik ken Hem wel, en Ik bewaar zijn woord. Abraham, uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was hij blij.’
De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en U zou Abraham gezien hebben?’
‘Waarachtig, Ik verzeker u’, antwoordde Jezus, ‘van voordat Abraham er was, ben Ik er.’
Toen raapten ze stenen op om naar Hem te gooien. Maar Jezus wist onopgemerkt uit de tempel te ontkomen.

Lang en gelukkig leven is de diepe hunker van elke mens. Jezus spreekt van eeuwig leven, indien we zijn woorden onderhouden. Daardoor plaatst Hij zich in de rij van de profeten. Hij laat zelfs vermoeden dan Hij nog groter is dan Abraham. 'Van voor Abraham er was, ben Ik er'. Die uitspraak is te sterk voor zijn toehoorders.

Vandaag verzekert Jezus ons: 'Als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien.'

Christus' woord bewaren betekent leven in Hem, vanuit Hem, door Hem. Het betekent zich door Hem laten opnemen in Hem. Zo zullen we deelgenoot worden van Hem, en dus van het eeuwig leven. Wie leeft in Hem mag in zekere zin nu reeds delen in Christus' onsterfelijkheid.

Daar we Christus in ons mogen dragen, dragen we nu reeds de hemel in ons, en mogen we leven vanuit de glorie van de hemel, mét de engelen, mét de heiligen, met allen en alles wat de hemel kleurt.

Hemel en aarde staan echt niet ver uit elkaar, ze zijn wezenlijk met elkaar verbonden, vloeien naadloos in elkaar over. 'Uw wil geschiede op aarde als in de hemel'... Dat dit een werkelijkheid mogen zijn voor ieder van ons.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:26 Reageer op dit bericht Stuur door

eerste brief van Johannes

 eerste brief van Johannes

        2, 9-11

Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster  haat,

        bevindt zich nog altijd in de duisternis. Wie de ander  liefheeft,

        blijft in het licht en komt niet ten val, maar wie de  ander haat,

        bevindt zich in de duisternis. Hij gaat zijn weg in het  duister,

        zonder te weten waarheen die weg voert, want de  duisternis

        heeft hem blind gemaakt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:02 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
8, 21-30

Jezus sprak tot de Farizeeën: ‘Ik ga weg, en u zult me zoeken. Maar u zult in uw zonde sterven. Waar Ik naartoe ga, daar kunt u niet komen.’
De Joden zeiden: ‘Hij zal toch geen zelfmoord plegen, dat Hij zegt dat Hij ergens naartoe gaat waar wij niet kunnen komen?’
Jezus vervolgde: ‘U bent van beneden, Ik ben van boven; u hoort bij deze wereld, Ik hoor niet bij deze wereld. Ik heb tegen u gezegd dat u in uw zonden zult sterven, want als u niet gelooft dat Ik het ben, zult u inderdaad in uw zonden sterven.’
‘Wie bent u dan?’ vroegen ze.
Jezus zei: ‘Wat Ik vanaf het begin al tegen u gezegd heb. Ik heb veel over u te zeggen, en veel in uw nadeel, maar Ik zeg tegen de wereld wat Ik gehoord heb van Hem die mij gezonden heeft, en Hij is betrouwbaar.’
De mensen begrepen niet dat Hij over de Vader sprak.
‘Wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt’, ging Jezus verder, ‘dan zult u weten dat Ik het ben, en dat Ik niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen spreek zoals de Vader het mij geleerd heeft. Hij die mij gezonden heeft is bij mij; Hij heeft me niet alleen gelaten, omdat Ik altijd doe wat Hij wil.’

Jezus' kruisdood zal velen de ogen openen en doen inzien wie Hij is en door wie Hij gezonden is

Wie zich halsstarrig blijft vastklampen aan zijn eigen duisternis zal het zeer moeilijk hebben de Heer te zien en te leren kennen zoals Hij werkelijk is. Hij zet zich immers vast in z'n eigen gedachtenkronkels die hij bemint als geen ander. Niet willen loskomen van duistere praktijken (kleine en grote) kan de mens helemaal in zichzelf doen keren en steeds verder weg doen drijven van God.

En toch...
Zolang de mens leeft op aarde heeft de duisternis voor God nooit het laatste woord. Zijn liefde voor de zondaar is zo groot dat Hij zijn Zoon zal sturen op de weg van het kruis, om af te dalen daar waar de grootste zondaar huist, om deze op de derde dag op te tillen tot het volle licht.

God is groot !

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 12:56 Reageer op dit bericht Stuur door

Psalm 40, 7-11

Psalm 40, 7-11

Offers en gaven verlangt U niet,
brand– en reinigingsoffers vraagt U niet.
Nee, U hebt mijn oren voor U geopend,
en nu kan ik zeggen: ‘Hier ben ik,
over mij is in de boekrol geschreven.’

Uw wil te doen, mijn God, verlang ik,
diep in mij koester ik uw wet.
Wanneer het volk bijeen is,
spreek ik over uw rechtvaardigheid.

Ik houd mijn lippen niet gesloten,
U weet het, Heer.
Ik zwijg niet over uw goedheid,
maar getuig van uw trouw en uw hulp.
In de kring van het volk verheel ik niet
hoe liefdevol, hoe trouw U bent
.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:43 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
12, 20-33

Er was ook een aantal Grieken naar het feest gekomen om God te aanbidden.
Zij gingen naar Filippus uit Betsaïda in Galilea, en vroegen hem of ze Jezus konden ontmoeten.
Filippus ging dat tegen Andreas zeggen en samen gingen ze naar Jezus.
Jezus zei: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven. Waarachtig, Ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht. Wie zijn leven liefheeft verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwige leven. Wie mij dient moet mij volgen: waar Ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie mij dient zal door de Vader geëerd worden. Nu ben Ik doodsbang. Wat moet Ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan? Maar hiervoor ben Ik juist gekomen. Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader.’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Ik heb mijn grootheid getoond en Ik zal mijn grootheid weer tonen.’
De mensen die daar stonden en dit hoorden, zeiden: ‘Een donderslag!’ Maar er waren er ook die zeiden dat het een engel was die tegen Hem gesproken had.
Jezus zei: ‘Die stem heeft niet voor mij gesproken, maar voor u. Nu wordt het oordeel over deze wereld geveld, nu zal de heerser van deze wereld uitgebannen worden. Wanneer Ik van de aarde omhooggeheven word, zal Ik iedereen naar mij toe halen.’
Daarmee bedoelde hij de wijze waarop hij zou sterven.

Nog voor het kruis voor zijn Zoon werd opgericht, openbaart de Vader er de vruchtbaarheid van. De pogingen van de Grieken, die Jezus wilden zien, kondigen aan dat het uur is gekomen om alle volkeren te verzamelen. De stem uit de hemel belooft aan de Gekruisigde dat Hij zal verheerlijkt worden en Koning zijn.

“Waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.” (v.26b)

Dit zinnetje van Jezus uit het evangelie lijkt mij alles samen te vatten en uit te drukken wat er te zeggen is. “Waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.”Puur, eenvoudig en direct, zonder omwegen wijst Jezus ons de weg naar de kern van ons christen-zijn.

Er is over het christelijk geloof oneindig veel geschreven en gesproken. De meeste woorden zullen wel teveel geweest zijn. Er zijn ook talrijke christelijke kerken opgericht, ieder met zijn eigen waarheid. Helaas vaak muren die de werkelijkheid van Jezus’nabijheid dreigen af te sluiten.

En toch is er zo’n gewoon levensecht antwoord gegeven op de simpele vraag van de griekssprekende joden uit het evangelie. Ze vroegen aan de  Filippus: “Heer, we zouden Jezus graag spreken.” Ze vroegen niet: “ Laat ons de tempel zien” of “ welke leer wordt er nu verkondigd?” Nee, ze wilden Jezus zelf ontmoeten, Hèm leren kennen, bij Hem zijn. In de vraag van de Grieken wordt het diepste verlangen van ieder mens uitgedrukt, hoe onbewust dat ook mag zijn. Het is de vraag naar iemand die je leven helemaal wil delen, die onvoorwaardelijk van je houdt en je ook nooit los zal laten, een verbondenheid die je leven vervult

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:23 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
7, 40-53

Bij het horen van Jezus' woorden zeiden sommigen van het volk: ‘Dit moet wel de profeet zijn.’
Anderen beweerden: ‘Het is de messias’, maar er werd ook gezegd: ‘De messias komt toch niet uit Galilea? De Schrift zegt toch dat de messias uit het nageslacht van David komt en uit Betlehem, waar David woonde?’
Zo ontstond er verdeeldheid in de menigte, en sommigen wilden Hem grijpen, maar niemand deed hem iets.
De dienaren van de hogepriesters en de Farizeeën gingen terug. Toen hun werd gevraagd: ‘Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?’ antwoordden ze: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’
Maar de Farizeeën zeiden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden? Er is toch geen enkele leider of Farizeeër tot geloof in hem gekomen? Alleen de massa die de wet niet kent–vervloekt zijn ze!’
Maar Nikodemus, die destijds bij Jezus was geweest, iemand uit hun eigen kring, zei: ‘Onze wet veroordeelt iemand toch pas als hij gehoord is en als bekend is wat hij heeft gedaan?’
Ze zeiden tegen hem: ‘Kom jij soms ook uit Galilea? Zoek het maar na, dan zul je zien dat er uit Galilea geen profeet kan komen.’
Daarop ging iedereen terug naar huis

Jezus is een betwiste figuur. Voor sommigen is Hij een profeet of zelfs de messias. Het nalezen van de Schriften brengt verwarring. De dienaars van de hogepriesters weten het ook niet meer. Zij hebben een stille bewondering voor Jezus. Nikodemus, een van de Farizeeën, brengt de moed op voor te stellen, Jezus zelf te horen en Hem de kans te geven zich te verdedigen.

Vandaag hoorden we bij Johannes dat de leiders Jezus niet konden aanvaarden als de messias. Ze namen zichzelf, en bijzonder hun eigen redeneren, als norm van het al dan niet aanvaarden van Jezus als de Christus.
Dit laatste is iets zeer actueels, een vrucht van een soort verlichtingsdenken waar het eigen redeneren het centrum is geworden van het persoonlijk verwoorden van wat waarheid is.
Dat is gevaarlijk, want de kans is groot dat men op deze wijze de dingen niet meer ziet zoals ze zijn. Men denkt te leven in wat waar is, maar de werkelijkheid is dat men leeft in de leugen.
We moeten leren de dingen te ontvangen vanuit de dingen zelf, bereid zijnde ons eigen denken en verwoorden achter te laten om ze eventueel opnieuw uit te spreken afgaande op wat de dingen in werkelijkheid zijn.
Dat geldt voor alles wat ons geschonken wordt. Dus ook wat Jezus betreft.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:55 Reageer op dit bericht Stuur door

Kalme woorden breken krachtige tegenstand.

Uit het  boek Spreuken

        25, 15b

        Kalme woorden breken krachtige tegenstand.

Uit het evangelie volgens Johannes
7, 1-2 + 10 + 25-30

Jezus trok door Galilea; in Judea wilde Hij niet komen, omdat de Joden daar Hem wilden doden. Het Joodse Loofhuttenfeest naderde.
Toen zijn broers naar het feest vertrokken waren, ging Hij zelf ook, niet openlijk, maar in het geheim.
Sommige Jeruzalemmers zeiden: ‘Is dat niet die man die ze willen doden? Moet je zien, Hij spreekt vrijuit en ze zeggen niets tegen Hem. Zouden onze leiders werkelijk tot de overtuiging zijn gekomen dat Hij de messias is? Wanneer de messias komt, zal niemand weten waar Hij vandaan komt, maar van Hem weten we wel waar hij vandaan komt.’
Bij zijn onderricht in de tempel zei Jezus luid en duidelijk: ‘U kent mij en u weet waar Ik vandaan kom. Maar Ik ben niet namens mezelf gekomen; Ik ben gezonden door iemand die betrouwbaar is, en Hem kent u niet. Ik ken Hem, omdat Ik bij Hem vandaan kom en Hij mij heeft gezonden.’
Toen wilden ze Hem grijpen, maar niemand deed Hem iets, omdat zijn tijd nog niet gekomen was

Ter gelegenheid van de grote feesten bezochten vele Joden de tempel van Jeruzalem. Jezus treedt op. Sommigen stellen zich de vraag of de overheid nu werkelijk erkend zou hebben dat Hij de messias is. Anderen daarentegen willen zich van Hem meester maken omdat Hij gezegd heeft dat degene die Hem gezonden heeft waarachtig is en dat ze Hem niet kennen

Wie waarachtig leeft als christen zal een tegenspraak zijn voor velen.
Maar wees getroost... je bent in goed gezelschap. Als christen leef je immers met en in Christus en ben je dus samen met Hem die tegenspraak.
Voor de 'wereld' zal dit onbegrijpelijk klinken, maar deze tegenspraak draagt een diepe genade in zich. Niet enkel omdat je ze samen met de Heer beleeft, maar ook omdat het een levende echo is van het kruis van Golgotta, dus inclusief de vruchtbare uitwerking daarvan.
Dus mogen we ons in zekere zin gelukkig prijzen moesten we deze vorm van tegenspraak ervaren.
Uiteraard mogen we de ander nooit gebruiken voor deze vorm van geluk. Het is gewoon een gevolg van onze navolging van de Heer

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:28 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
5, 31-47

'Als Ik nu over mezelf zou getuigen, dan was mijn verklaring niet betrouwbaar, maar iemand anders getuigt over Mij, en Ik weet dat zijn verklaring over Mij betrouwbaar is. U hebt boden naar Johannes gestuurd en hij heeft een betrouwbaar getuigenis afgelegd. Niet dat ik het getuigenis van een mens nodig heb, maar Ik zeg dit om u te redden. Johannes was een lamp die helder brandde, en u hebt zich een tijd in zijn licht verheugd.
Maar ik heb een belangrijker getuigenis dan Johannes: het werk dat de Vader mij gegeven heeft om te volbrengen. Wat Ik doe getuigt ervan dat de Vader Mij heeft gezonden. De Vader die Mij gezonden heeft, heeft dus zelf een getuigenis over Mij afgelegd. Maar u hebt zijn stem nooit gehoord en zijn gestalte nooit gezien, en u hebt zijn woord niet blijvend in u opgenomen, want aan degene die Hij gezonden heeft, schenkt u geen geloof.
U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over Mij, maar bij Mij wilt u niet komen om leven te ontvangen.
Niet dat de mensen Mij moeten eren, maar Ik ken u: u hebt geen liefde voor God in u.
Ik ben gekomen namens mijn Vader, maar u accepteert Mij niet, terwijl u iemand die namens zichzelf komt, wel zou accepteren.
Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? Van elkaar wilt u wel eer ontvangen, maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven.
U moet niet denken dat Ik u bij de Vader zal aanklagen; Mozes, op wie u uw hoop hebt gevestigd, klaagt u aan. Als u Mozes zou geloven, zou u ook mij geloven, hij heeft immers over mij geschreven. Maar als u niet gelooft wat hij geschreven heeft, hoe zou u dan geloven wat

Jezus verdedigt zijn zending tegenover sommige Joden die niet in Hem geloven. Vermits het getuigenis over zichzelf niet aanslaat, beroept Jezus zich op andere getuigen: op Mozes, die over Hem geschreven heeft, op de teksten van de Schriften die over Hem getuigen, op Johannes de Doper, op de Vader zelf die Hem gezonden heeft.

Nergens zegt Jezus: 'uw gevoel heeft u gered', of 'uw inzicht heeft u gered'. Steeds zegt Hij: 'uw geloof heeft u gered'.
Daar gaat het om: geloven in Hem die de Vader gezonden heeft.

Wat we soms durven vergeten is dat geloven in wezen gave is. Het is niet iets dat we zelf kunnen maken, we kunnen het enkel ontvangen. Het is de Geest die het ons schenkt.

Natuurlijk vraagt geloven ook een zekere act van de mens. Het vraagt innerlijke armoede, bereidheid, beschikbaarheid. Het vraagt openheid om het vuur van de Geest te kunnen ontvangen.
Dus de act van de mens bestaat erin je handen, je hart, je hele zijn in stilte en met veel geduld te openen voor de gave van het geloof.

Het zou een vergissing zijn te denken dat we geloven wanneer we met onze lippen belijden dat we geloven. Dit kan zo zijn maar het is niet per definitie zo. Geloof is veel meer dan belijden met de lippen. Het is stille overgave aan Gods aanwezigheid, het is je toevertrouwen aan zijn genade die je geschonken wordt wanneer je je hele zijn laat bevruchten door zijn tegenwoordigheid.

Gebed is de sleutel tot deze overgave. Niet dat soort gebed dat ons in een soort stemming brengt van zoete gevoelens alsof dat het wezen zou zijn van ons geloofsleven. Als je deze gevoelens moest hebben moet je daar uiterst voorzichtig mee omgaan. Gewoonlijk is het een vrucht van ons egoïstisch verlangen; een produkt dus van ons eigen ikje.
Het gebed van overgave gebeurt doorgaans in een volgehouden discipline, dag na dag, de woestijn van je hart beminnend. Als dit gebed dan nog kan doorstromen in onze bezigheden van de dag, in alle eenvoud, blij om het bestaan van God, de medemensen, de schepping,... dan zijn we al een heel eind op weg.
Zo gaan we de weg van het geloof, met veel vallen en telkens weer opstaan, iedere keer weer zeggend: 'Vader, hier ben ik om uw wil te doen. Mij geschiede naar uw Woord.'

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
5, 17-30

Jezus verdedigde zich tegen de Joden met de woorden: ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe Ik dat ook.’
Vanaf dat moment probeerden de Joden Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat ondermijnde, maar bovendien God zijn eigen Vader noemde, en zichzelf zo aan God gelijkstelde.
Jezus reageerde hierop met de volgende woorden: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, Hij kan alleen doen wat Hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier. De Vader heeft de Zoon immers lief en laat Hem alles zien wat Hij doet. Hij zal Hem nog grotere dingen laten zien, u zult verbaasd staan! Want zoals de Vader doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil.
De Vader zelf velt over niemand een oordeel, maar Hij heeft het oordeel geheel aan de Zoon toevertrouwd. Dan zal iedereen de Zoon eer betuigen zoals men de Vader eert. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet die Hem gezonden heeft.
Waarachtig, Ik verzeker u: wie luistert naar wat Ik zeg en Hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.
Ik verzeker u: er komt een tijd, en het is nu al zover, dat de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en dat wie hem horen, zullen leven.
Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in zichzelf; dat heeft de Vader Hem gegeven.
En omdat Hij de Mensenzoon is, heeft Hij hem ook gezag gegeven om het oordeel te vellen.
Wees hierover niet verwonderd, er komt een moment waarop alle doden zijn stem zullen horen en uit hun graf zullen komen: wie het goede gedaan heeft staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden.
Ik kan niets doen uit mijzelf: ik oordeel naar wat Ik hoor, en mijn oordeel is rechtvaardig omdat Ik mij niet richt op wat Ik zelf wil, maar op de wil van Hem die mij gezonden heeft.’

Het conflict met de Joodse leiders wordt scherper. Jezus overtreedt publiekelijk de wet op de sabbatrust en noemt zelfs God zijn eigen Vader. Jezus verdedigt zich en verduidelijkt zijn zending. Hij zal levend maken wie Hij wil. Want de Vader heeft Hem alle macht in handen gegeven.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek der psalmen

Uit het boek der psalmen

36, 8-10

Hoe kostbaar is uw liefde, God !

In de schaduw van uw vleugels schuilen de mensen,

zij laven zich aan de overvloed van uw huis,

U lest hun dorst met een stroom van vreugden,

want bij U is de bron van het leven,

door úw licht zien wij licht

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:12 Reageer op dit bericht Stuur door

DE BLOEMBOL

 

Als je een bloembol goed bekijkt, lijkt het maar een dood geval. Stop je hem echter zo'n 20 cm in de grond, dan heb je grote kans dat er in de lente een bloem uit komt. Laat je de bloembol toch nog enkele jaren liggen alvorens hem te planten, zelfs dan is de kans groot dat hij 'vrucht draagt'.

Het zou nogal wat zijn, als er hetzelfde kon gebeuren met de mens. Als je hem niet meer moet hebben, stop je hem in de grond... en ja hoor! daar is een compleet nieuwe mens. Nogal wat vrouwen zouden ieder jaar weer opnieuw hun man in de grond stoppen, tot ze de perfecte man krijgen. Probeer dit echter niet, want zo lukt het niet. De mens heeft niet, zoals de bloembol, alles in zich om nieuw leven voort te brengen. Alleen via het kruis en de opstanding van Christus is dit nieuwe leven mogelijk. 'Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping' (2 Korintiërs 5:7).

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 13:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het  evangelie volgens Johannes

        3, 20-21

     

'Wie kwaad doet, haat het licht;

        hij schuwt het licht omdat anders

        zijn daden bekend worden.

        Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op,

        zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is

        in alles wat hij doet

Uit het evangelie volgens Johannes
3, 14-21


'De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven heeft. Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden. Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.
Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht. Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet

In zijn gesprek met Nikodemus openbaart Jezus wat aan de geleerden van Israël verborgen blijft. De aanwezigheid van de Zoon van God is het definitieve oordeel over de wereld. Alleen wie in de waarheid leeft, heeft geen afschuw van het licht. Hij zal het heil verwerven


'Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet', zegt Jezus

Wie kiest in Christus te leven zal al snel zijn slechte daden duidelijk onder ogen zien. Ze staan immers in schril contrast met het evangelie, en in die zin zullen de slechte daden duidelijk opvallen. Misschien niet zozeer voor de buitenwereld (want een mens is geslepen om z'n slechte daden verborgen te houden voor zijn omgeving), maar wel voor jezelf, tenminste als je eerlijk bent tegenover je eigen geweten (geweten hier als ontmoetingsplaats met God).

Zijn we bereid Christus zo welkom te heten in onze duisternis dat Hij ze kan omkeren naar zijn licht ?

Wie oprecht handelt in het licht van de Heer, zal z'n goede daden ervaren als door God gegeven. Het kruis dat hier eventueel voor moet gedragen worden zal met liefde gedragen worden, één met Christus die de genade zal schenken deze weg te gaan.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:46 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
18, 9-14

Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde Jezus de volgende gelijkenis.
‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een Farizeeër en de ander een tollenaar.
De Farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank U dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.”
De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.”
Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’

Twee soorten mensen worden hier tegenover elkaar gesteld. De eerste keert zich bij zijn bidden in zichzelf, de tweede keert zich naar God. De Farizeeër kan door zijn valse gerechtigheid niet gerechtvaardigd worden. De tollenaar vindt door zijn nederigheid de weg naar genade en vergeving.

Zichzelf vernederen betekent niet zichzelf minachten. Vernedering in de religieuze betekenis van het woord, betekent zich ervan bewust zijn dat je God wel degelijk nodig hebt, en dat je het alleen niet kunt klaarspelen.
God zoekt naar mensen die nederig zijn. In hen kan Hij zijn intrek nemen, door hen heen kan Hij tot leven komen.

Laat ons klein worden, opdat Hij steeds groter mag worden in ons.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:10 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
12, 28b-34

Een schriftgeleerde legde Jezus de volgende vraag voor: 'Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?'
Jezus antwoordde: ‘Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.'
De schriftgeleerde zei tegen Hem: 'Inderdaad, meester, wat U zegt is waar: Hij alleen is God en er is geen andere God dan Hij, en Hem liefhebben met heel ons hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en onze naaste liefhebben als onszelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.'
Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’
En niemand durfde Hem nog een vraag te stellen.

Wat is er wezenlijk voor het christelijk leven? Jezus herinnert ons er aan: de liefde! De christen volgt een dubbel gebod van liefde tot God en tot de naaste. Maar dit vormt slechts één liefde om tot het koninkrijk van God te naderen


Een schriftgeleerde legde Jezus de volgende vraag voor: 'Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?'
Jezus antwoordde: 'Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.'

Twee geboden die eigenlijk één gebod zijn. En toch horen we een zekere hierarchie.
Het eerste is 'bemin God', het tweede 'bemin je naaste'. Ze zijn één, en toch is het goed het ene vanuit het andere te beleven. Wie zijn naaste bemint vanuit het feit dat hij God bemint, weet waarom hij zijn naaste bemint, en vooral van waaruit hij zijn naaste bemint, namelijk vanuit het beminnen van God. Wie God bemint draagt de liefde van de Geest in zich (want de Geest doet God beminnen), en kan dus vanuit deze zelfde Geest ook de naaste beminnen. Eigenlijk bemin je dan je naaste vanuit God die je doet beminnen in zijn Geest.

De meerwaarde van deze vorm van liefhebben zit in het feit dat je beminnen vol van genade zal zijn, omdat je niet bemint vanuit jezelf los van God, maar vanuit God in jezelf.

En ook niet onbelangrijk: je beminnen krijgt een eeuwigheidswaarde.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:27 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
2, 13-25

13 Kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, reisde Jezus naar Jeruzalem. 14 Daar trof hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. 15 Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver 16 en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’ 17 Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.’ 18 Maar de Joden vroegen: ‘Met welk teken kunt u bewijzen dat u dit mag doen?’ 19 Jezus antwoordde hun: ‘Breek deze tempel maar af, en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’ 20 ‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd,’ zeiden de Joden, ‘en u wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’ 21 Maar hij sprak over de tempel van zijn lichaam. 22 Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.

In alle godsdiensten zoeken mensen naar zeer concrete plaatsen waar zij God kunnen ontmoeten. De vorige zondagen hoorden wij hoe het Oude Testament twee plaatsen voorstelde: de woestijn en de berg. Maar door de verdere geschiedenis van het Joodse volk was bij hen het besef gegroeid dat dé plaats waar zij God voorál konden ervaren, toch wel de tempel was, gebouwd op de Sionsberg binnenin Jeruzalem, de samenvatting en het toppunt van alle andere plekken van godsopenbaring.

Op vele generaties joden die de tempel van Jeruzalem bezochten moet die plek een geweldige indruk hebben gemaakt. Als de naderende pelgrims hem van op de omringende heuvels voor het eerst konden zien, dan schoot hun gemoed vol en begonnen ze psalmen te zingen: "Ik was verheugd toen ik het hoorde: "Wij gaan op weg naar het huis van de Heer." En nu staan wij voor uw poorten, op uw grond, Jeruzalem" (ps. 122). De tempel was de ruimte waar God onder zijn mensen aanwezig kwam. Daar konden zij tot Hem bidden en werden zij bewust van zijn grote gaven. "Uw genade beseffen wij, God, hier in het hart van uw tempelberg" (ps 48). Daar konden zij Jahweh hun dankbaarheid tonen. Zij droegen Hem daarom een offer op, een geslacht dier, ieder volgens zijn vermogen. Daarmee toonden zij Jahweh dat zij wilden leven naar zijn wetten. En in het heilige der heilige stond de Ark van het Verbond. Waarlijk, de tempel was gedurende eeuwen dé plek geworden van de "verbondenheid" tussen God en de mensen.

Nu heb ik het toch wel ideaal voorgesteld. Zo was zeker, de oorspronkelijke bedoeling geweest, maar in Jezus' tijd was de werkelijkheid toch wat anders. Toen was de tempel verworden tot een plaats van formalisme, geld en macht. De priesterkaste die baas was binnen de tempelomheining sloot er met haar eigen politiewacht iedereen buiten wie zij wilde. De prachtige psalmgebeden waren tot formules geworden die men afdreunde. En om de offerdieren te kopen - zo hadden de priesters beslist - mocht alleen het eigen joodse tempelgeld worden aanvaard, en niet de gangbare, romeinse munten, die iedereen gebruikte. Daardoor was op het voorplein van die tempel een winstgevende handel ontstaan van kooplui en geldwisselaars. Ook vandaag bestaat nog steeds het gevaar dat op bepaalde religieuze plekken het huis van de ontmoeting met God ontaardt tot een plaats waar priesters, handige kooplui en geld de macht in handen krijgen. Tegen die verwording van de tempel treedt Jezus op, in heftige verontwaardiging en Hij voorspelt de vernietiging van dat soort bouwwerken, die van toen en die van nu.

Frans Mistiaen, sj

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:49 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
15, 1-3 + 11-32

 

1 Alle tollenaars en zondaars kwamen hem opzoeken om naar hem te luisteren. 2 Maar zowel de farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’ 3 Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis:

11 Vervolgens zei hij: ‘Iemand had twee zonen. 12 De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. 13 Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte. 14 Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. 15 Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. 16 Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem. 17 Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. 18 Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, 19 ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” 20 Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader.

Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. 21 “Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.” 22 Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. 23 Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, 24 want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.

25 De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. 26 Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. 27 De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.” 28 Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren. 29 Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. 30 Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” 31 Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. 32 Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.”’

Het 15e hoofdstuk van Lucas is een vreugdelied op Gods geluk wanneer Hij een zondaar terugvindt. De verlijkenis wijst de weg van de bekering: de terugkeer naar de Vader. De weg van de jongste zoon is ook de onze. De oudste zoon, voorbeeld van degelijkheid en fatsoen, schiet te kort. Hij kan het geluk van zijn vader niet begrijpen. Deze parabel leert ons dat God altijd barmhartig is. Centraal in de parabel van de verloren zoon staan volgende woorden: 'Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.'

Deze woorden zeggen hoe God is, hoe Hij omgaat met mensen die zich van Hem verwijderd hebben. Hij kijkt naar hen uit, Hij ziet ze wanneer ze aankomen, Hij voelt hun diep leed mee, Hij rent op hen af, valt hen om de hals en kust hen. Ja, zo is God. Prachtig !
Wat een geluk voor ons.

Echter één voorwaarde: wij moeten bereid zijn terug te keren...

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:31 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs

Uit de eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs

        3, 9b-11

U bent een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak

        die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een

        kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen

        bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij        bouwt,

        want niemand kan een ander fundament leggen dan er al

        ligt: Jezus Christus zelf.

Uit het evangelie volgens Matteüs
21, 33-43 + 45-46

Jezus sprak tot de hogepriesters en de oudsten van het volk:
'Luister naar deze gelijkenis. Er was eens een landheer die een wijngaard aanlegde en hem omheinde. Hij groef er een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Toen verpachtte hij hem aan wijnbouwers en ging op reis.
Tegen de tijd van de druivenoogst stuurde hij zijn knechten naar de wijnbouwers om zijn vruchten in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers grepen de knechten, ze mishandelden er een, doodden een ander en stenigden een derde.
Daarna stuurde de landheer andere knechten, een grotere groep dan eerst, maar met hen deden ze hetzelfde.
Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. Toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: “Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn erfenis opstrijken”, en ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem.
Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met die wijnbouwers doen?'
Ze antwoordden: ‘De onmensen! Laat hij ze op een mensonwaardige manier ombrengen en de wijngaard verpachten aan andere wijnbouwers, die de vruchten wel aan hem afdragen wanneer het daar de tijd voor is.’
Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.” Daarom zeg Ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.'
Toen de hogepriesters en de Farizeeën zijn gelijkenissen hoorden, begrepen ze dat Hij over hen sprak. Ze wilden Hem graag gevangennemen, maar ze waren bang voor de reactie van de volksmassa, daar men Hem voor een profeet hield.

Het Rijk Gods wordt vaak vergeleken met een wijngaard. In de parabel van de misdadige wijnbouwers is Jezus de erfgenaam. Ook Hij wordt gedood, zoals te lezen is in de Schrift: "De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden". In dit verhaal daagt Jezus zijn tijdgenoten uit. Tevens is het een krachtige oproep tot bekering

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
16, 19-31

Jezus sprak tot de Farizeeën:
'Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren. Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten.
Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten.
Ook de rijke stierf en werd begraven. Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.”
Maar Abraham zei: “Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.”
Toen zei de rijke man: “Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt, want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen.”
Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!”
De rijke man zei: “Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.”
Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”'

In deze parabel plaatst Jezus een anonieme rijke tegenover de arme Lazarus, die op God blijft vertrouwen. Tussen beiden ligt een afgrond van onbegrip. Niemand kan een rijke helpen ontsnappen uit de egoïstische kring die hem omsloten houdt. De enige uitweg die God hem biedt is zijn bekering tot de ware liefde voor de armen.


Uit de profeet Jeremia
17, 5-10

Dit zegt de Heer:
'Vervloekt wie op een mens vertrouwt, wie zijn kracht ontleent aan stervelingen, wie zich afkeert van de Heer. Hij is als een struik in een dorre vlakte, hij merkt de komst van de regen niet op. Hij staat in een steenwoestijn, in een verzilt en verlaten land.
Gezegend wie op de Heer vertrouwt, wiens toeverlaat de Heer is. Hij is als een boom geplant aan water, zijn wortels reiken tot in de rivier. Hij merkt de komst van de hitte niet op, zijn bladeren blijven altijd groen. Tijden van droogte deren hem niet, steeds weer draagt hij vrucht.
Niets is zo onbetrouwbaar als het hart, onverbeterlijk is het, wie zal het kennen? Ik, de Heer, ben het die het hart doorgrondt, die nieren toetst, die ieder naar zijn levenswandel beloont, aan ieder geeft wat hij verdient.'

 

Niets is zo ontbetrouwbaar als het hart. Daarom wordt hij, die uitsluitend op mensen vertrouwt, onvruchtbaar als een struik in dorre vlakte. Hij die op de Heer vertrouwt is als een boom geplant aan water, vol leven en vruchtbaarheid. Met deze vergelijking verplicht Jeremia zijn toehoorders een keuze te doen.

Op de Heer vertrouwen betekent bouwen op zijn trouw voor jou.
Het is geloven dat Hij je bewoont met zijn goddelijke liefde.
Het is geloven dat Hij je in die liefde wilt opnemen.
Het is geloven dat Hij dagelijks tot je zegt: 'Ik zal er zijn voor u.'
Het is geloven dat Hij je nooit zal lostlaten.
Het is geloven dat Hij bereid is altijd opnieuw je te vergeven.
Het is geloven dat Hij je steeds wilt genezen indien je gewond raakt.
Het is geloven dat Hij je altijd opnieuw wilt optillen wanneer je valt.
Het is geloven dat je je diepste identiteit zult vinden in Hem.
Het is je geven aan zijn aanwezigheid, opdat Hij jouw leven mag worden.
Op de Heer vertrouwen is puur gebed, dagelijks op je knieën én tussen de kookpotten.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:16 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
20, 17-28

Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf leerlingen apart. Hij zei tegen hen:
‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die Hem ter dood zullen veroordelen. Ze zullen Hem uitleveren aan de heidenen, die de spot met Hem zullen drijven en Hem zullen geselen en kruisigen. Maar op de derde dag zal Hij worden opgewekt uit de dood.’
Daarop kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs met haar zonen naar Hem toe. Ze viel voor Hem neer om Hem een gunst te vragen.
Hij vroeg haar: ‘Wat wilt u?’
Ze antwoordde: ‘Beloof me dat deze twee zonen van mij in uw koninkrijk naast U mogen zitten, de een rechts van U en de ander links.’
Maar Jezus zei hun: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die Ik zal moeten drinken?’
‘Ja, dat kunnen wij’ , antwoordden ze.
Toen zei Hij: ‘Uit mijn beker zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van mij zullen zitten kan Ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.’
Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, werden ze woedend op de twee broers.
Jezus riep hen bij zich en zei: ‘Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn, zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

Jezus spreekt klare taal tot zijn apostelen als Hij het over zijn eigen toekomst heeft. Hij zal de beker drinken, Hij zal gekruisigd worden. Maar de derde dag zal Hij verrijzen. Dat is ook de weg van zijn volgelingen. Wie onder hen groot wil zijn zal de minste moeten zijn, zoals de Mensenzoon.

Was het nu echt niet mogelijk dat dat Pasen kon gebeuren zonder Goede Vrijdag ?
Moest dat lijden nu echt ?
Ja, het moest.

Jezus had kunnen weglopen, Hij had ten strijde kunnen trekken, of Hij had zichzelf van het leven kunnen ontnemen.
Nee, niets van dat. Hij moest de weg gaan ten einde toe die Hij doorheen zo veel woorden en gebaren heeft voorgehouden: liefhebben tot het uiterste.

Liefde zonder lijden is doorgaans geen liefde. Het is hoogstens een streling van het eigen ego, een beminnen van hen die ons sympathiek overkomen, hen tegemoet treden die we nodig hebben,...

Echt liefhebben is je leven geven, in de meest diepe en religieuze betekenis van het woord.
Het zijn de woorden 'Ik zal er zijn voor u' vlees en bloed laten zijn in je leven doorheen de hele kleine dingen van elke dag zoals ook in de grote keuzes van het leven. En dit met een trouw die enkel de liefde geven kan.

Dan kan Pasen gebeuren

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:16 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
23, 1-12

Jezus sprak tot het volk en tot zijn leerlingen:
'De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes. Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar; maar handel niet naar hun daden, want ze doen zelf niet wat ze jullie voorhouden. Ze bundelen alle voorschriften tot een zware last en leggen die de mensen op de schouders, terwijl ze zelf geen vinger uitsteken om die te verlichten. Al hun daden zijn erop gericht om door de mensen gezien te worden. Ze verbreden immers hun gebedsriemen en maken de kwastjes aan hun kleren langer, ze verlangen een ereplaats bij feestmaaltijden en in synagogen, en hechten eraan op het marktplein eerbiedig te worden begroet en door de mensen rabbi te worden genoemd.
Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters.
En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel.
Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias.
De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn.
Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.

Christus wijst op de plichten van zijn volgelingen in de gemeenschap. Opvallend vertoon en ijdelheid zijn uit de boze. De christen zal de nederige dienaar zijn van zijn broeders. Hij zal zich niet de eigenschappen aanmatigen die alleen aan God of aan zijn Zoon toekomen


 'De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn.'

Wie we ook zijn, in welke levensstaat we ook leven, welke functie we ook uitoefenen in Kerk of samenleving,... het is wel degelijk mogelijk om de ander ALTIJD hoger te achten dan onszelf. Dat is evangelie. Enkele op deze wijze kunnen we dienstbaar zijn, in de meest diepe religieuze betekenis van het woord.
Denk aan Jezus die als Zoon van God neerknielde voor zijn leerlingen om hen de voeten te wassen. 'Doe zoals Ik jullie heb voorgedaan', was zijn oproep aan de leerlingen toen. Deze oproep is ook aan ons adres: elkaar de voeten wassen.

In de ander is God aanwezig, in de ander komt God ons tegemoet, in de ander mogen we Hem eer brengen.. Christus is in de ander immers niet minder - ofschoon wel anders - aanwezig. Dus de dienst innig beleven, terwijl we onze naaste verachten is God beminnen en tegelijk flirten met de duivel. Dat kan en mag niet samengaan.

De ander dienen betekent zo met hem omgaan dat we het goede dat God in hem heeft gelegd tot volle leven laten komen, het betekent hem vergeven waar nodig is, het betekent de warme vriendschap van God voor de mensheid in zijn volheid aanbieden doorheen woord en daad, en door onze naaste dagelijks mee te dragen in ons gebed, hem aanbiedend aan God dat hij Hem mag leren kennen, ontmoeten, drager en uitdrager mag worden van zijn Vrede.

Laat ons dienen. Laat ons liefhebben. We zijn in goed gezelschap... de Heer is bij ons.

God is groot

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:16 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
6, 36-38

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is. Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden.
Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.

Jezus roept op tot vergevingsgezindheid tegenover elkaar. God zal onze goedheid altijd overtreffen. Zijn barmhartigheid navolgen is onze roeping. Daarom mogen wij elkaar niet oordelen en zeker niet veroordelen, maar wij moeten elkaar vrijspreken en vergeving schenken.

Weer roept Jezus op te zijn zoals de Vader is.
We zijn immers geschapen naar zijn Beeld en we zijn dus ook geroepen om te leven naar dat Beeld.

'Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is', zegt Jezus ons vandaag.
Barmhartigheid is het hart van elke menselijke relatie. De goede relatie wordt erdoor in stand gehouden, de zieke relatie kent door de barmhartigheid genezing.

Wie barmhartig is voor ieder, in de naam van de Heer, is een genadevol mens. Door hem trekt immers Christus al
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:19 Reageer op dit bericht Stuur door

Psalm 116, 1-6

Psalm 116, 1-6

De Heer heb ik lief,
Hij hoort mijn stem, mijn smeken,
Hij luistert naar mij,
ik roep Hem aan, mijn leven lang.

Banden van de dood omknelden mij,
angsten van het dodenrijk grepen mij aan,
ik voelde angst en pijn.
Toen riep ik de naam van de Heer:
'Heer, red toch mijn leven!’

De Heer is genadig en rechtvaardig,
onze God is een God van ontferming,
de Heer beschermt de eenvoudigen,
machteloos was ik en Hij heeft mij bevrijd

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:31 Reageer op dit bericht Stuur door

Psalm 119, 1 + 2 + 4 + 5 + 7 + 8

Psalm 119, 1 + 2 + 4 + 5 + 7 + 8

Gelukkig wie de volmaakte weg gaan
en leven naar de wet van de Heer.

Gelukkig wie zijn richtlijnen volgen,
Hem zoeken met heel hun hart.

Uw regels hebt U gegeven
opdat wij ons eraan houden.

Laat toch mijn wegen recht zijn,
ik wil mij houden aan uw wetten.

Ik zal U loven met een oprecht hart
als ik uw rechtvaardige voorschriften leer.

Ik zal mij houden aan uw wetten,
verlaat mij dan niet voorgoed.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:02 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Openbaring

Uit het  boek Openbaring

        3, 20

Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn

        stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen,

        en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met mij.

Uit het evangelie volgens Mattëus
7, 7-12

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.
Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen zou geven? Of een slang, als het om een vis vraagt?
Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie hem daarom vragen.
Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.'

 

 

Uit Jezus' eigen mond vernemen we de waarde van elk nederig gebed. God is niet ver weg. Hij luistert naar ons. God is bereidwilliger dan een vader, die zijn eigen zoon geen steen zal geven als hij brood vraagt. Bidden met vertrouwen en volharding is de opdracht van elke christen

Vraag, zoek, klop. Dat is wat wij moeten doen. Dan komt wat God zal doen. Er zal gegeven worden, je zult vinden en er zal worden opengedaan. De nadruk ligt dus op de vervulling van de wensen, van de wensen van het menselijk hart. Maar juist omdat de nadruk ligt op het hart ligt de nadruk evenzeer op de voorwaarden waaraan deze vervulling is gebonden.

Niet het verlangen op zichzelf is voldoende. Er staat niet: 'verlangt en je zal gegeven worden.' Er staat niet: 'als je je bewustzijn maar flink oefent en masseert in de richting van wat je verlangt, dan zal het je gegeven worden.' Er staat ook niet: 'geloof in jezelf, vertrouw op jezelf. Dan zullen de gebraden eenden van het geluk je zomaar in de mond vliegen.'

Nee, je moet uit jezelf weg, je moet juist niet vertrouwen op jezelf. Je moet zoeken, je moet uit je huisje, en je moet kloppen aan een deur waar iemand woont. En die deur kan worden opengedaan door iemand die zijn hart voor je opent. Dus je moet bij iemand aankloppen.

Die Iemand is Jezus zelf. Bij Hem mogen we aankloppen, van Hem mogen we ontvangen, aan Hem mogen we vragen.
Maar een gelovige vraagt vanuit zijn ontmoeting met de Heer. Hij vraagt wat thuis hoort in Gods wil. Al het andere is uit den boze.

God is geen frisdrank-automaat waarin we wat gebedjes moeten steken om onze verlangens ingewilligd te zien.
Nee, God wil ons in ontmoeting brengen met Hem. Hij wil ons vanuit deze ontmoeting tot mensen maken die ‘ja’ zeggen op zijn Liefde.

Laten ons bidden, laat ons aankloppen, laat ons vragen… maar altijd in Gods wil.

Kom heilige Geest.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:16 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Jona

Uit het boek Jona
3, 1-10

Het woord van de Heer wordt tot Jona gericht:‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen met de woorden die Ik je zeg.’
En Jona maakte zich gereed en ging naar Nineve, zoals de Heer hem opgedragen had.
Nineve was een reusachtige stad, ter grootte van drie dagreizen. Jona trok de stad in, één dagreis ver, en riep: ‘Nog veertig dagen, dan wordt Nineve weggevaagd!’
De inwoners van Nineve geloofden God: ze riepen een vasten uit en iedereen, van hoog tot laag, hulde zich in een boetekleed. Toen de profetie de koning van Nineve bereikte, stond hij op van zijn troon, legde zijn staatsiegewaad af en ging, gehuld in een boetekleed, op de grond zitten. En hij liet in Nineve omroepen: ‘Volgens bevel van de koning en zijn edelen is het niemand toegestaan te eten of te drinken, mens noch dier, rund noch schaap of geit. De dieren mogen niet grazen of water drinken. Iedereen, mens en dier, moet zich hullen in een boetekleed en luidkeels God aanroepen. Laat iedereen anders gaan leven en breken met het onrecht dat hij doet. Misschien dat God van gedachten verandert en op zijn besluit terugkomt; wie weet zal Hij zijn woede laten varen, zodat wij niet te gronde gaan.’
Toen God zag dat zij inderdaad anders begonnen te leven, kwam Hij terug op wat Hij gedreigd had hun aan te doen, en Hij deed het niet.

De inwonders van Nineve zijn vreemdelingen, dus heidenen in de ogen van sommige Joden. Toch lezen we dat de profeet Jona de opdracht krijgt, van godswege het woord tot hen te richten. Daarop roepen de Ninevieten een algemene vasten uit. God verhoort hun gebed. Hij schenkt verhoring aan alle mensen van goede wil.

Uit het evangelie volgens Lucas
11, 29-32.

Toen er steeds meer mensen toestroomden, zei Jezus:
'Dit is een verdorven generatie! Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van Jona. Zoals Jona een teken was voor de inwoners van Nineve, zo zal de Mensenzoon een teken voor deze generatie zijn.
Op de dag van het oordeel zal de koningin van het Zuiden samen met de mensen van deze generatie opstaan en hen veroordelen, want zij was van het uiteinde van de aarde gekomen om te luisteren naar de wijsheid van Salomo, en hier zien jullie iemand die meer is dan Salomo!
Op de dag van het oordeel zullen de Ninevieten samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij hadden zich bekeerd na de prediking van Jona, en hier zien jullie iemand die meer is dan Jona!'

Mensen hebben behoefte aan schokkende bewijzen om van iets overtuigd te geraken. Toch kan geloof en bekering niet worden opgedrongen. De mens moet willen zien. Jezus zal geen ander teken geven dan dat van Jona. Als we in Hem niet geloven zijn we er erger aan toe dan de mensen van Nineve.

Geloven in Jezus is meer dan met je lippen zeggen dat je gelooft in Jezus.
Het geloof is op de eerste plaats een gave die God schenkt in de liefde van zijn heilige Geest.
Ieder die ontvankelijk is voor deze gave, zal ze krijgen.
Doch... dat betekent niet dat men dan zomaar kan geloven. Het geloof vraagt ook een beweging van de mens, een binnengaan in Gods Liefde.
Geloof is meer dat zomaar zeggen dat je Jezus als Gods Zoon erkent. Het vraagt een onbetwistbare act van de mens.

In het latijn betekent geloof 'credo', wat is afgeleid van 'cor-dare', wat letterlijk vertaald betekent: 'je geven aan'.
Wanneer je dus zegt dat je gelooft in Jezus, zeg je eigenlijk dat je je hart geeft aan de aanwezigheid van Jezus, wat niet min is.

In die zin is geloof dus in wezen gebed, een ontmoeten van de Heer (daarom niet onmiddellijk voelend of ervarend), een zich geven aan Hem.

Je geven aan Jezus betekent dat Hij jouw leven mag worden, dat jij een instrument wilt zijn van zijn zijn, om alzo in zijn Naam in Gods wil te staan.

Zijn we bereid ons te geven aan de Heer ?
Het zal een onnoemelijke vreugde is ons losweken dat in de diepte 'eeuwig leven' noemt.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
6, 7-15

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden. Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het Hem vragen.
Bid daarom als volgt:
Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel. Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was. En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.'

Het gebed is het antwoord van de mens op het Woord van God. Het is de erkenning van Gods aanwezigheid in ons leven. Bidden is de taal van de gelovige mens. Jezus zelf gaf ons het voorbeeld. In Hem kunnen wij God onze Vader noemen.


Gebed is in wezen deelname aan het leven van de heilige Drieëenheid. Het is leven mét God, in een voortdurend ontvangen en geven. Dat is het in wezen.
Maar Jezus weet, meer dan wie ook, hoe moeilijk het ons valt in alle zuiverheid te bidden.
Hij geeft ons enkele woorden om tot waar gebed te komen, wat wij het 'onze Vader' noemen.
Dit gebed stelt ons in eenvoudige bewoordingen waar het om gaat in ons leven mét God, en de medemens, nu en tot in eeuwigheid

Het gaat om het erkennen van de Vader, om onze roeping zijn Naam te heiligen in ons leven.

 

 

Onze Vader in de hemel,
laat uw Naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Amen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:41 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
25, 31-46

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal Hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon.
Dan zullen alle volken voor Hem worden samengebracht en zal Hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; de schapen zal Hij rechts van zich plaatsen, de bokken links.
Dan zal de Koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want Ik had honger en jullie gaven mij te eten, Ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, Ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, Ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.”
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en opgenomen, U naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat U ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar U toe gekomen?”
En de Koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”
Daarop zal Hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. Want Ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, Ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, Ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet.”
Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor U gezorgd?”
En Hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan.”
Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.'

Jezus geeft een visioen over het oordeel op de laatste dag. Dan zal enkel de manier waarop wij nu leven van belang zijn. Belangrijker is immers de houding tegenover de medemens, vooral dan tegenover de misdeelden. Want Jezus vereenzelvigt zich met hen.

Jezus leert ons vandaag dat wie Hem wilt ontmoeten niet te ver moet zoeken.
Hij vereenzelvigt zich namelijk met al wat dikwijls 'uitgestoten' wordt in deze wereld: degenen die honger en dorst hebben, de vreemdelingen, de naakten, de zieken, de gevangenen,... Wie hen opzoekt, wie zich over hen ontfermt, ontmoet de Heer. Zo eenvoudig is dat.
Zij zijn de bedelaars naar liefde. Door hen heen nodigt Jezus uit te beminnen. Wie hierop ingaat staat niet enkel in de liefde Gods, maar leeft in volle ontmoeting met Christus, zowel in zijn liefdes-daad als in degene die hij liefheeft.
Laten we er waakzaam over zijn dat we ons niet over hen ontfermen als een meerdere, maar als een naaste, als een broer of zus, als een van hen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:19 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
5, 27-32

Jezus zag hij bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette. Hij zei tegen hem: ‘Volg mij!’
Levi stond op, liet alles achter en volgde Hem.
Hij richtte in zijn huis een groot feestmaal voor Hem aan, waarop een groot aantal tollenaars en anderen samen met Jezus aanwezig waren.
De Farizeeën en hun Schriftgeleerden zeiden morrend tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet en drinkt u met tollenaars en zondaars?’
Maar Jezus antwoordde: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar wie ziek is wel; Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar om zondaars aan te sporen een nieuw leven te beginnen.’

Jezus roept iedereen, zelfs tollenaars of andere publieke zondaars. Tijdens de maaltijd bij Levi verduidelijkt Hij zijn zending. Levi zal dat in praktijk brengen en alles achter laten om Jezus te volgen.

'Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar wie ziek is wel; Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar om zondaars aan te sporen een nieuw leven te beginnen.'

Hier raakt Jezus de kern van zijn zending aan, namelijk wat verloren dreigt te gaan nieuw leven in te blazen.
Elke mens, ook ieder van ons, draagt in zich duistere plekken, waar het licht van de Heer geen plaats krijgt. Het zijn plaatsen die we dikwijls moeilijk kunnen of durven loslaten... Meer, soms koesteren we ze zelfs.
Jezus ziet dit gevecht en lijden in ons. Hij ziet de vervreemding tussen ons en de Vader. En juist omdat Hij liefheeft, wilt Hij niet liever dan ieder van ons opzoeken om ons aan te raken in de kern van die duisternis. Deze aanraking kan ons ten diepste genezen. De Heer zelf zal ons in deze aanraking optillen, opvoeden, en leren; leren wat het betekent Hem te volgen, stap voor stap. Hij zal ons leren alles zo achter te laten, dat Hij ons in zich tenvolle kan opnemen, opdat wij niet meer zouden leven vanuit onze allerindividueelste ik los van de Heer, maar vanuit Hem. Hij door ons.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:08 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de profeet Jesaja

Uit de  profeet Jesaja

        58, 6-8a

 

Zo spreekt de Heer :

 

'Is dit niet het vasten dat Ik verkies:

        misdadige ketenen losmaken,

        de banden van het juk ontbinden,

        de verdrukten bevrijden,

        en ieder juk breken ?

        Is het niet: je brood delen met de hongerige,

        onderdak bieden aan armen zonder huis,

        iemand kleden die naakt rondloopt,

        je bekommeren om je medemensen ?

        Dan breekt je licht door als de dageraad,

        je zult voorspoedig herstellen.'

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
9, 22-25

Jezus zei tot zijn leerlingen:
'De Mensenzoon zal veel moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden worden verworpen en gedood, maar op de derde dag zal Hij uit de dood worden opgewekt.'

Tegen allen zei Hij:
'Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis op zich nemen en mij volgen. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden.
Wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld wint, maar zichzelf verliest of schade toebrengt?'

Sprekend over zijn dood en verrijzenis laat Jezus zijn toehoorders iets vermoeden van het geheim van zijn zending: sterven om te leven. Dit is ook de weg die zijn leerlingen moeten gaan: zichzelf verloochenen en elke dag opnieuw Jezus' kruis opnemen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:10 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
9, 30-37

Na de gedaanteverandering vertrokken Jezus en zijn leerlingen weg uit die streek en reisden door Galilea, maar Hij wilde niet dat iemand dat te weten kwam, want Hij was bezig zijn leerlingen onderricht te geven.
Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de mensen. Die zullen Hem doden, maar na drie dagen zal Hij uit de dood opstaan.’
Ze begrepen deze uitspraak niet, maar durfden Hem geen vragen te stellen.
Ze kwamen in Kafarnaüm. Toen ze in huis waren, vroeg hij hun: ‘Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?’
Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was.
Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’
Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar Hem die mij gezonden heeft.’

Wanneer Jezus zijn leerlingen nog eens duidelijk tracht te maken dat zijn dienen zover zal gaan dat Hij zijn leven zal geven, begrijpen zij dit niet. Zij dachten aan een nieuw, aards rijk, waar zij de voornaamste posten zouden innemen. Zij maken zelfs ruzie om de eerste plaats te krijgen. Jezus wijst hen terecht en herhaalt nog eens dat men in zijn rijk niet moet komen om gediend te worden, maar om te dienen met het hart van een kind.

De minste van allen willen zijn, én ieders dienaar... dat is de weg waartoe Jezus ons uitnodigt.
Enkel deze weg maakt de mens groot, maakt hem waardig, maakt hem werkelijk tot Gods kind.

Jezus zelf is ons deze weg voorgegaan. De evangelies tonen dit tijdens vele momenten.
Denken we bijvoorbeeld aan de voetwassing. Jezus, Gods Zoon, knielt neer voor zijn leerlingen om hen de voeten te wassen. Jezus maakt zich kleiner dan zijn leerlingen. Hij knielt voor hen neer en wast hen (naar lichaam en ziel).

Zo mogen wij, naar het voorbeeld van Jezus, en mét Hem, iedere mens benaderen die we ontmoeten: als een dienaar dus, als een mindere, als iemand die bereid is de voeten van die ander te wassen. Dat schept gemeenschap, zo ontstaat Kerk.

Deze weg zal ons behoeden boven de ander te willen staan, of een machtspositie te misbruiken.
Integendeel, we zullen de ander dienen, en dus het leven dienen, God dienen.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
9, 14-29

Toen Jezus na de gedaanteverandering terugkwam bij de andere leerlingen, zag Hij een grote menigte om hen heen staan. Er waren ook schriftgeleerden bij, die met hen aan het discussiëren waren. De mensen waren verbaasd toen ze Hem zagen, en liepen meteen naar Hem toe om Hem te begroeten. Hij vroeg hun: ‘Waarover zijn jullie met hen aan het discussiëren?’
Iemand uit de menigte antwoordde: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar U gebracht omdat hij door een geest bezeten is en niet kan praten; steeds wanneer de geest hem overweldigt, gooit die hem op de grond, en dan komt het schuim hem op de mond te staan, hij knarst met zijn tanden en wordt helemaal stijf. Ik zei tegen uw leerlingen dat ze hem moesten uitdrijven, maar dat konden ze niet.’
Hij zei tegen hen: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig volk, hoe lang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet Ik jullie verdragen? Breng hem bij me.’
Ze brachten de jongen bij Hem. Toen de geest Hem zag, deed hij de jongen meteen stuiptrekken, en met het schuim op de lippen viel hij op de grond en rolde heen en weer.
Jezus vroeg aan zijn vader: ‘Hoe lang heeft hij hier al last van?’
Hij antwoordde: ‘Al vanaf zijn vroegste jeugd, en hij heeft hem zelfs vaak in het vuur gegooid en in het water met de bedoeling hem te doden; maar als U iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons.’
Toen zei Jezus tegen hem: ‘Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft.’
Meteen riep de vader van het kind uit: ‘Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp.’
Toen Jezus zag dat er een grote groep mensen toestroomde, sprak Hij de onreine geest op strenge toon toe en zei: ‘Geest die doof en stom maakt, Ik gebied je: ga uit hem weg en keer niet meer in hem terug.’
Onder geschreeuw en met hevige stuiptrekkingen ging hij uit hem weg; de jongen bleef voor dood achter, zodat de mensen zeiden dat hij was gestorven. Maar Jezus pakte hem bij de hand om hem overeind te helpen en hij stond op.
Hij ging een huis in, en toen ze weer alleen waren, vroegen zijn leerlingen hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’
Hij antwoordde: ‘Dit soort kan alleen door gebed worden uitgedreven.’

Toen ze weer alleen waren, vroegen zijn leerlingen Hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’
Hij antwoordde: ‘Dit soort kan alleen door gebed worden uitgedreven.’

Een mens kan uit zichzelf veel goeds doen.
Met Gods genade kan hij nog méér doen, of de dingen die hij doet, ànders doen.
Doch zijn er dingen die men enkel met gebed tot een goed einde kan brengen. Het zijn zaken waar God wacht op het gebed van de mens om die zaken héél persoonlijk te komen aanraken.
Heel dikwijls gebruikt Hij de mens als instrument om zijn liefde te tonen. Maar soms handelt Hij ook bij wijze van spreken 'alleen'. Het is schijnbaar een zaak tussen dat gebeuren en Hem, zonder een menselijke tussenkomst. Hij wacht op het gebed van de Kerk, van elke gelovige, om die zaak heel rechtstreeks te komen vervullen met zijn genade.

We mogen de kracht van het gebed niet onderschatten. God kan meer met ons gebed dan we doorgaans vermoeden.
We trekken dit dikwijls in twijfel, vooral omdat we ons eigen gebedsleven over het algemeen zo arm vinden.
Maar God is zoveel groter dan dit menselijk getwijfel. Elk gebed, hoe arm en onvolmaakt ook, stijgt tot Hem als wierook bij het altaar.
Met dit gebed van de mens treedt Hij de wereld tegemoet: personen, hele volken en zaken aanrakend met zijn genezende kracht.
Onzichtbaar schenkt Hij op deze wijze leven aan de Kerk, geeft Hij licht aan de wereld, wekt Hij roepingen, schept eenheid onder mensen en godsdiensten, leidt Hij mensen naar de hemel, enz...

Laten we geloven in de kracht van het gebed.
Laat ons dagelijks tijd maken voor deze liefdesdaad voor elkaar, de Kerk en de hele mensheid.

God heeft ons gebed niet nodig om God te zijn.
Anderzijds hunkert Hij naar ons gebed om de wereld heel persoonlijk te komen bezoeken, aan te raken, te genezen daar waar het nodig is.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:50 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
2, 1-12

Toen Jezus enkele dagen later terugkwam in Kafarnaüm, werd bekend dat Hij weer thuis was. Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en Hij verkondigde hun de heilsboodschap.
Er werd ook een verlamde bij Hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd. Omdat ze zich niet door de menigte konden wringen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Jezus zat, en toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’
Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: Hoe durft Hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven! Jezus had meteen door wat ze dachten en dus zei Hij: ‘Waarom denkt u zoiets? Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op, pak uw bed en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei Hij tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging weg.
Allen die dit zagen, stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien,’ zeiden ze.

Jezus heeft aandacht voor het lijden van mensen in al zijn vormen. Zo schenkt Hij de lamme in Gods naam vergiffenis voor zijn zonden en geneest hem vervolgens. Deze wondere begenadiging en genezing is voor de volgelingen een teken dat God in Jezus Christus zijn belofte houdt en de mensen bevrijdt

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:02 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de brief van Jakobus

Uit de brief van Jakobus
3, 1-10

Broeders en zusters,
u moet niet allemaal leraar willen zijn. U weet dat ons leraren een strenger oordeel te wachten staat.
En hoe vaak struikelen we niet allemaal! Wie nooit struikelt in het spreken kan zich een volmaakt mens noemen, die in staat is om zelfs het hele lichaam in toom te houden.
Paarden doen we een bit in de mond om ze te laten gehoorzamen, en zo kunnen we hun hele lijf sturen. En kijk eens hoe reusachtige schepen, voortgestuwd door hevige wind, met een klein roer in de richting worden gestuurd die de stuurman bepaalt.
Zo is ook de tong een klein orgaan, maar wat een grootspraak kan hij voortbrengen! Bedenk eens hoe een kleine vlam een enorme bosbrand veroorzaakt. Onze tong is net zo’n vlam: een wereld van onrecht, die onze lichaamsdelen in brand steekt. Want hij besmet het hele lichaam, hij steekt het rad van het leven in brand, met vuur uit de Gehenna.
De mens heeft alle mogelijke soorten dieren weten te temmen, wilde dieren, vogels, kruipende dieren en zeedieren, maar er is geen mens die de tong kan temmen, dat onberekenbare kwaad, vol dodelijk venijn.
Met onze tong zegenen we onze Heer en Vader, en we vervloeken er mensen mee die God heeft geschapen als zijn evenbeeld. Uit dezelfde mond klinkt zegen en vervloeking. Dat kan toch niet
goed zijn, broeders en zusters?

Jakobus maakt er ons opmerkzaam op welke kracht er kan uitgaan van onze woorden. Voortdurend moeten wij deze onder controle houden. Anders zijn zij de bron van onnoemelijk veel kwaad, dat nog nauwelijks te herstellen is.


Vandaag lezen we bij Jakobus: Met onze tong zegenen we onze Heer en Vader, en we vervloeken er mensen mee die God heeft geschapen als zijn evenbeeld. Uit dezelfde mond klinkt zegen en vervloeking. Dat kan toch niet goed zijn, broeders en zusters ?

Inderdaad... de ene moment bidden we , en  en een uurtje later roddelen we er rustig op los met vrienden of collega's en stellen anderen in een slecht daglicht of voeden de kick van het oordeel. Ik denk dat we er met regelmaat allen tegen zondigen, op welke wijze ook.

Laten we waakzaam zijn wanneer we spreken. Laat ons doorheen onze woorden opbouwen in plaats van neer te halen. Laat ons in ons spreken verzoening brengen in plaats van verdeeldheid. Laat ons fijne humor brengen. Laten we het goede gesprek voeren. Laat ons woorden gebruiken waarin de warmte van God ieder mens mag bereiken tot wie we spreken.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:16 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten