Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
akke.beakke.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Berichten van 1 januari 2012 tot 31 december 2012

Uit de Handelingen van de Apostelen

Uit de Handelingen van de Apostelen
1, 1-11

In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden en het onderricht van Jezus beschreven, vanaf het begin tot aan de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij de apostelen die Hij door de heilige Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was.
Na zijn lijden en dood heeft Hij hun herhaaldelijk bewezen dat Hij leefde; gedurende veertig dagen is Hij in hun midden verschenen en sprak Hij met hen over het koninkrijk van God.
Toen Hij eens bij hen was, droeg Hij hun op: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van Mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest.’
Zij die bijeengekomen waren, vroegen Hem: ‘Heer, gaat U dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’
Hij antwoordde: ‘Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’
Toen Hij dit gezegd had, werd Hij voor hun ogen omhoog geheven en opgenomen in een wolk, zodat ze Hem niet meer zagen.
Terwijl Hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal
op dezelfde wijze terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan.’

In het boek van de Handelingen zet Lucas het verhaal van zijn evangelie verder. Tijdens de ontmoetingen met zijn leerlingen tussen zijn verrijzenis en zijn hemelvaart heeft Jezus het met hen herhaaldelijk gehad over hun zending en verantwoordelijkheid in de komst van het koninkrijk van God. Wanneer Jezus er niet meer is, zal de Kerk onder leiding van de heilige Geest op haar eigen benen moeten staan om haar opdracht tot een goed einde te brengen.

Uit het evangelie volgens Mattëus
28, 16-20

De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen had onderricht, en toen ze Hem zagen bewezen ze Hem eer, al twijfelden enkelen nog.
Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:08 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de Handelingen van de Apostelen

Uit de Handelingen van de Apostelen
16, 22-34

De verzamelde menigte keerde zich tegen Paulus en Silas, waarna de stadsbestuurders hun de kleren van het lijf lieten scheuren en bevel gaven hen met stokslagen te straffen. Nadat ze een groot aantal slagen hadden gekregen, werden ze opgesloten in de gevangenis, waar de gevangenbewaarder opdracht kreeg hen streng te bewaken. Overeenkomstig dit bevel bracht hij hen naar de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok.
Om middernacht waren Paulus en Silas aan het bidden en zongen ze lofliederen voor God. De andere gevangenen luisterden aandachtig naar hen. Plotseling deed zich een hevige aardschok voor, zodat de gevangenis op haar grondvesten trilde; alle deuren sprongen open en bij iedereen schoten de boeien los.
De gevangenbewaarder schrok wakker, en toen hij zag dat de deuren van de gevangenis openstonden, trok hij zijn zwaard om zelfmoord te plegen, want hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. Maar Paulus riep hem luidkeels toe: ‘Doe uzelf niets aan, we zijn immers nog allemaal hier!’ De bewaarder vroeg om een fakkel, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas op de grond.
Hij bracht hen naar buiten en vroeg: ‘Zegt u mij, heren, wat moet ik doen om gered te worden?’
Ze antwoordden: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden, u en uw huisgenoten.’
En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan iedereen die bij hem woonde.
Hoewel het midden in de nacht was, nam hij hen mee en maakte hun wonden schoon. Meteen daarna werden hij en zijn huisgenoten gedoopt. Hij bracht hen naar zijn woning boven de gevangenis en zette hun daar een maaltijd voor. Hij en al zijn huisgenoten waren buitengewoon verheugd dat hij nu in God geloofde.

Christus laat zijn leerlingen niet in de steek: ook Petrus werd op wondere wijze bevrijd uit een kerker. Het laatste zinnetje uit deze lezing stelt ons de vraag of wij wel echt blij zijn in ons geloof... Of hebben wij iets verloren laten gaan van die fristheid en de vreugde van het jonge christendom...

Paulus en Silas hebben voor zich een duidelijke keuze gemaakt. In de gevangenis geworpen, blijven ze vertrouwen op de belofte van de Heer. Zij nemen niet de methode over van hen die hen gefolterd hebben. Ze gaan op hun beurt niet over tot geweld. Zij kiezen voor het stille verzet, in de lijn van de gekruisigde Christus. In de stilte van hun donkere cel vertrouwen zij zich aan God toe, bidden tot Hem, danken Hem omdat ze door hun lijden iets mogen bijdragen tot het heil en het geluk van de wereld.

Wanneer ze dan ook nog beginnen te zingen, verstaan de gevangenen er niets meer van. Dat is vaak zo.

Waarom zingen en juichen christenen eigenlijk ?
Wat valt er te zingen in een wereld vol haat ?
Wel, er valt te zingen omdat er een uitweg bestaat uit al het kwaad en omdat het kwaad niet hoeft te overwinnen.
Daarom valt er te zingen !

Het wordt tijd nieuwe zangers de wereld in te zenden met het lied van Gods bevrijding op de lippen.
Eigenlijk zouden we moeten zingen alsof het de lust van ons leven is.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
15, 9-17

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.
Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad.
Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden. Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat Ik zeg.
Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem Ik jullie, omdat Ik alles wat Ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb.
Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar Ik jullie, en Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht.
Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal Hij je geven.
Dit draag Ik jullie op: heb elkaar lief.'

'Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar Ik jullie'

Het is Christus die ons kiest. En door het feit dat Hij kiest dragen wij een roeping in ons.
Dat Hij kiest, daar hebben we het doorgaans niet zo moeilijk mee, integendeel. We kunnen er ons toe gevleid voelen. Maar dat Hij ook roept… da’s heel andere koek. Want roeping veronderstelt een antwoord; in dit geval een ja-woord.

Daar de mens fundamenteel vrij is (ook voor God!) kan hij in plaats van ‘ja’ ook ook ‘nee’ zeggen. Wat jammer zou zijn, want dan ontlopen we onszelf en staan we niet toe dat we onze diepste identiteit vinden (die enkel in God te vinden is).
Wie ‘ja’ zegt op Jezus’ roep laat toe dat Hij ons vormt. Het is geen vanzelfsprekende weg, eerder een geheimnisvol gebeuren dat zich dag op dag steeds dieper in ons zal voltrekken. Het is een voortdurend sterven aan ons oppervlakkig ‘ik’ (dat wilt leven vanuit zichzelf) om meer en meer tot leven te komen in God, zijn ware ‘ik’. Wie dit klaarspeelt zal uiteindelijk zich thuis weten in de woorden uit het boek Genesis: ‘Ik heb u geschapen naar mijn beeld en gelijkenis’.

Gebed, biddend leven, is dé sleutel om deze weg te gaan. Het is ons door God laten opnemen, Hem er door ons laten zijn. Het is je laten verenigen met Christus in de liefde van de Geest om beeld van de Liefde te kunnen worden.

Laat ons niet enkel bidden, laat ons gebed zijn… om vrucht te dragen, zoals de Heer ons vandaag zegt: blijvende vrucht

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
15, 9-17

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader Mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.
Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad. Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.
Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat Ik zeg. Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem Ik jullie, omdat Ik alles wat ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb.
Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar Ik jullie, en Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht.
Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal Hij je geven.
Dit draag Ik jullie op: heb elkaar lief.'

'Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.'

Een christen is geroepen in de vreugde van de Heer te leven; niet alleen drager te zijn van deze vreugde, maar ook uitdrager. In de vreugde verheerlijkt hij niet enkel de Vader, maar getuigt hij ook van de diepe vreugde die de Vader, de Zoon en de Geest met elkaar voortdurend delen. Aan de tafel van deze Drie-ene liefde is de christen geroepen plaats te nemen om te delen in Gods vreugde.

Deze deelname is het gevolg van het liefhebben. Of beter gezegd: het gebeurt tegerlijkertijd. Wie in de Heer blijft en alzo liefheeft, tafelt op die moment met de Drie-eenheid en deelt in hun vreugde. Net zoals de Vader, de Zoon en de Geest elkaar voortdurend liefde geven en ontvangen, zo zal de christen ook voortdurend liefde ontvangen van Hen en deze ook steeds teruggeven. De christen zal volkomen delen in de vreugde van de Drie-ene God.

Concreet betekent dit dat wij geroepen zijn hier op deze wereld alles en allen (allen !) te beminnen vanuit en in de liefde van Christus, het kruis in ons dragend als bron van genade om te kunnen liefhebben. Dan zal onze vreugde volkomen zijn...

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:46 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
15, 18-21

Jezus sprak tot zijn leerlingen :
'Wanneer de wereld je haat, bedenk dan dat ze Mij eerder haatte dan jullie.
Als jullie bij de wereld zouden horen, zou ze jullie hebben liefgehad als iets van haarzelf, maar jullie horen niet bij haar, want Ik heb jullie uit de wereld weggeroepen. Daarom haat ze jullie.
Denk aan wat Ik gezegd heb: een slaaf is niet meer dan zijn meester. Ze hebben Mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen; maar wie zich aan mijn woorden gehouden heeft, zal zich ook aan jullie woorden houden.
Dit alles zullen ze jullie vanwege mij aandoen, want ze kennen Hem niet die Mij gezonden heeft.

‘Als jullie bij de wereld zouden horen, zou ze jullie hebben liefgehad als iets van haarzelf, maar jullie horen niet bij haar, want Ik heb jullie uit de wereld weggeroepen.’

Wie zijn christen-zijn ter harte neemt, zal het kruis van de Heer altijd aan zijn zijde weten. Vroeg of laat komt men immers in conflict met de 'wereld' waar de drang naar macht en geld, status, het spel der competitie, de verheelijking van het 'ik', heel dikwijls de overhand heeft. Het vraagt moed om daar afstand van te nemen en te houden.

We moeten ons daarvoor richten naar de Heer diep in onszelf, naar zijn aanwezigheid in de ander die vraagt om liefde, naar de Kerk van waaruit ons Hij wil bevruchten met zichzelf. Deze drie zijn in wezen één.

Laten we ons geven aan de Heer, Hij geeft zich aan ons. Laat ons één worden met Hem opdat we zijn liefde mogen worden, groeiend in Hem.

Laat ons heel bewust mét Hem leven in deze wereld, zonder van haar te zijn.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:34 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes

        15, 16-17

'Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar Ik jullie,

        en Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan

        en vrucht te dragen, blijvende vrucht.

        Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal Hij je geven.

        Dit draag Ik jullie op: heb elkaar lief.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteus 25.40

Uit het  evangelie volgens Matteus 25.40

'Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben

        voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders

        of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.'

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
15, 1-8


'Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer.
Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt Hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit Hij bij, opdat hij meer vruchten draagt.
Jullie zijn al rein door alles wat Ik tegen jullie gezegd heb.
Blijf in mij, dan blijf Ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven.
Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en Ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen.
Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand.
Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren.
De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn.'

Dit evangelie helpt ons het antwoord te vinden op de vraag van de eerste lezing. Christen zijn, is ingeënt zijn op Christus, de wijnstok. Jezus in ons en wij in Hem. Geen sprake van besnijdenis, ras, kleur, cultuur. Geloof in Jezus: er is geen andere weg om christen te zijn.

: 'Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en Ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen.'

Als wij in de Heer blijven, en Hij in ons, zullen we dus vele vruchten dragen.
Het zullen niet onze vruchten zijn, maar de vruchten van de Heer. Door ons heen zal Hij zijn vruchten voortbrengen.

Wilt dit zeggen dat we onze persoon in Hem moeten verliezen, dat we onze persoonlijkheid helemaal moeten prijsgeven ?
Vraag is waar onze persoonlijkheid te vinden is.
Het evangelie leert ons dat onze ware identiteit te vinden is in Christus. Met andere woorden, wie in Christus leeft zal zijn ware identiteit vinden.
Ons ware ik, waarvan God gezegd heeft dat Hij het geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis, zal meer en meer tot bloei komen in de Heer.
Ons valse ik, dat leeft voor zichzelf, zal afsterven in Christus om met Hem te verrijzen tot ons ware ik.
Dàt ik, dat leeft in eenheid met de Heer, zal vrucht dragen, véél vrucht.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:31 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
14, 27-31a

'Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan.
Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.
Jullie hebben toch gehoord dat Ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat Ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan Ik.
Ik vertel jullie dit nu, voordat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer het zover is.
Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser van deze wereld is al onderweg. Hij heeft geen macht over mij, maar zo zal de wereld weten dat Ik de Vader liefheb en doe wat de Vader me heeft opgedragen.'

De Heer geeft zijn vrede. Hoe ouder een mens wordt, des te meer hij inziet dat de ware vrede en rust van het hart wellicht pas na de dood voor ons zijn weggelegd. Toch geeft Jezus zijn vrede nu reeds. Wat er ook gebeurt in ons leven, die vrede, die rustige zekerheid, moet steeds de bovenhand hebben over onrust en twijfel.

De Heer vraagt niet of wij zijn vrede willen. Hij geeft en schenkt ons zijn vrede, Hij laat haar ons na.
En een geschenk van de Heer kan men toch niet afwijzen...

Dikwijls denken we dat we Gods vrede moeten zoeken. Enerzijds is dat natuurlijk waar, anderzijds ook niet.
Het is niet waar, omdat wat gegeven wordt niet moet gezocht worden. Gods vrede is ons gegeven. De levenskunst bestaat erin ons te ruste te leggen in deze vrede, om door haar opgenomen haar uit te dragen in al ons doen en laten.
Anderzijds moeten we haar ook zoeken, in de zin dat het een act van ons vraagt om ons te ruste te leggen in haar. Dat vraagt een houding, een levenshouding, een gebedshouding. Het vraagt liefde voor stilte, voor tijd, voor woestijn, voor geduld.

Vanuit deze gekregen vrede mogen we dan leven, mogen we zingen, kiezen, mensen ontmoeten, werken, ontspannen, ons verwonderen,… Wie Gods Vrede kan bewaren zal zich niet zo snel van de wijs laten brengen. Of om het met woorden van Paulus te zeggen: niets zal hem nog kunnen scheiden van de liefde van Christus.

Kun je je een mooier leven inbeelden ?
Wel een makkelijker, maar geen mooier !

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:22 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
15, 1-8

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt Hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit Hij bij, opdat hij meer vruchten draagt. Jullie zijn al rein door alles wat Ik tegen jullie gezegd heb.
Blijf in mij, dan blijf Ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven.
Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en Ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen.
Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand.
Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren. De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn.
'

Met een beeld uit de wijnbouw maakt Jezus duidelijk hoe innig Hij met zijn Vader en met zijn leerlingen verbonden is. God is de wijnbouwer, Jezus de wijnstok en de leerlingen zijn de takken, die de druiven dragen. Dit laatste kan maar wanneer zij verbonden blijven met Hem. Gesnoeid door de beproeving zullen zij nog meer vruchten dragen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
14, 1-6

Jezus sprak: 'Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij.In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou Ik anders gezegd hebben dat Ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom Ik terug. Dan zal Ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben. Jullie kennen de weg naar waar Ik heen ga.’
Toen zei Tomas: ‘Wij weten niet eens waar U naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?’
Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.

Ieder van ons zoekt zijn weg naar het ware geluk, elke mens streeft naar waarheid, ieder wil ten volle leven. En dan horen we die prachtige woorden van Jezus: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven'. Gaan we met Hem mee ?

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:36 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Numeri 6, 24-26

Uit het boek Numeri 6, 24-26

Moge de Heer u zegenen en u beschermen,

        moge de Heer het licht van zijn gelaat over

        u doen schijnen en u genadig zijn,

        moge de Heer u zijn gelaat toewenden

        en u vrede geven

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
12, 44-50

Jezus verklaarde met luide stem:
‘Wie in mij gelooft, gelooft niet in mij, maar in Hem die mij gezonden heeft, en wie mij ziet, ziet Hem die mij gezonden heeft.
Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen, opdat iedereen die in mij gelooft niet meer in de duisternis is.
Als iemand mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal Ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden.
Wie mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat Ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen.
Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat Ik moest zeggen en hoe Ik moest spreken.
Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent.
Alles wat Ik zeg, zeg Ik zoals de Vader het mij verteld heeft.’

Christus is licht, vreugde, leven. Hij veroordeelt niet maar brengt liefde en verlossing. Zijn boodschap brengt leven en geen dood

Jezus is het licht dat door de Vader naar de wereld gezonden is. Wie in Hem gelooft, wie zich aan Hem geeft, leeft en beweegt in dit licht. Hij ziet de wereld en God vanuit en in dit licht. Hij weet zich verlost van elke vorm van duisternis opdat hij zich weet opgenomen door het licht, door Christus zelf.
Dit is voor de mens echter geen wit-zwart gebeuren. Hoewel hij ten diepste verlost is, zal hij moeten toegroeien naar dit licht.
Deze groei bestaat in het zich toevertrouwen aan de Heer, aan zijn leven in ons.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:42 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
10, 22-30

In Jeruzalem werd het feest van de Tempelwijding gevierd; het was winter.
Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo. Daar kwamen de Joden om Hem heen staan, en ze vroegen hem: ‘Hoe lang houdt U ons nog in het onzekere? Als U de Messias bent, zeg het ons dan ronduit.’
Jezus antwoordde: ‘Dat heb Ik u al gezegd, maar u gelooft het niet. Wat Ik namens mijn Vader doe getuigt over mij, maar u wilt me niet geloven, omdat u niet bij mijn schapen hoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, Ik ken ze en zij volgen mij. Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader mij gegeven heeft gaat alles te boven, niemand kan het uit de hand van mijn Vader roven, en de Vader en Ik zijn één.

Christen-zijn, Christus volgen, kan men alleen in geloof, in overgave aan de levende Heer. Wij moeten kiezen tussen echt geloof en schijngeloof. Geloven in het eeuwig leven betekent, dat eeuwig leven hier op aarde reeds beginnen te leven, of anders gezegd: nu reeds leven in de Heer.
In dit evangelie wordt ook uitdrukkelijk gezegd dat christendom niet alleen medemenselijkheid is, maar ook medegoddelijkheid.

De herder roept en blijft roepen. Ook al zal de roep van de Heer niet op alle momenten van het leven even duidelijk of expliciet zijn, Hij blijft roepen. Alles zal Hij gebruiken: de stilte in ons gebed, de bijbel, ontmoetingen, kunst, natuur, momenten van vrede en vreugde, stormen, woestijnervaringen, eenzaamheid, ziekte,... in alles roept Hij: 'Kom, en volg mij'.

Laten we gevoelig worden voor zijn stem. Laten we haar liefhebben en diep koesteren.
Dat zijn stem ons van binnenuit in beweging mag zetten ons te laten opnemen in Gods liefde.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:13 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes
10, 11-18

'Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een huurling en de schapen kunnen hem niets schelen.
Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.
Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder.
De Vader heeft mij lief omdat Ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen.
Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen; dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.'

Omdat de schapen hem niet toebehoren, laat de huurling hem gemakkelijk in de steek. Christus is de Goede Herder. Hij kent zijn schapen en Hij zorgt voor hen. De Vader wil dat zijn schapen een nieuw leven leiden. En omdat de Vader zo met ons begaan is, zal de Zoon in alle vrijheid zijn leven geven.

Jezus is de herder die naar God leidt. Hij brengt zijn schapen naar daar waar hun diepste thuis is: bij God.
Mag Hij voor ons ook die herder zijn? Want laten we niet te snel denken dat wij volledig in God leven. Allemaal hebben we in ons leven plekjes die vervreemd zijn geraakt van God; plekjes die we, merkwaardig genoeg, soms koesteren. Het zijn 'onze' plekjes, die we niet zomaar willen prijsgeven.
Jezus weet dat, en kent als geen ander onze angst om 'alles' prijs te geven. Hij kent onze angst om helemaal van Hem te zijn, want... ja, dan moeten we gaan liefhebben, ook waar het pijn doet.

Mag Jezus onze herder zijn ?

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:38 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
10, 11-18

'Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een huurling en de schapen kunnen hem niets schelen.
Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.
Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder.
De Vader heeft mij lief omdat Ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.'

Liefde betekent hier wederzijdse kennis. De Vader kent de Zoon en de Zoon kent de Vader. Op dezelfde wijze kent de herder, Christus, zijn schapen en zijn schapen kennen Hem. Hij kent er ook nog anderen, die Hem nog niet kennen. Ook voor hen heeft de Heer zijn leven gegeven, opdat ze naar zijn stem zouden luisteren. Dan zal er maar één kudde meer zijn.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:34 Reageer op dit bericht Stuur door

JOH.25-71

JOH.25-71

25 Ze vonden hem aan de overkant van het meer en vroegen: ‘Rabbi, wanneer bent u hier gekomen?’ 26 Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: u zoekt me niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. 27 U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf, heeft hem die volmacht gegeven.’ 28 Ze vroegen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’ 29 ‘Dit moet u voor God doen: geloven in hem die hij gezonden heeft,’ antwoordde Jezus.

30 Toen vroegen ze: ‘Welk wonderteken kunt u dan verrichten? Als we iets zien zullen we in u geloven. Wat kunt u doen? 31 Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’ 32 Maar Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; hij geeft u het ware brood uit de hemel. 33 Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’ 34 ‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen. 35 ‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. 36 Maar ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u me gezien. 37 Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal ik niet wegsturen, 38 want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft. 39 Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft: dat ik niemand van wie hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. 40 Dit wil mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat ik hen op de laatste dag uit de dood zal opwekken.’

41 De Joden begonnen te protesteren omdat hij zei dat hij het brood was dat uit de hemel was neergedaald. 42 ‘Dat is toch Jezus, de zoon van Jozef? We weten toch wie zijn vader en moeder zijn? Hoe kan hij dan zeggen dat hij uit de hemel is neergedaald?’ 43 Jezus zei: ‘Ik hoor u bezwaren maken. 44 Toch kan niemand bij mij komen, tenzij de Vader die mij gezonden heeft hem bij me brengt, en ik zal hem op de laatste dag tot leven wekken. 45 Het staat geschreven in de Profeten: “Zij zullen allemaal door God onderricht worden.” Iedereen die naar de Vader luistert en van hem leert komt bij mij. 46 Niet dat iemand ooit de Vader gezien heeft – alleen hij die van God komt, heeft hem gezien. 47 Waarachtig, ik verzeker u: wie gelooft, heeft eeuwig leven. 48 Ik ben het brood dat leven geeft. 49 Uw voorouders hebben in de woestijn manna gegeten en toch zijn zij gestorven. 50 Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet. 51 Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’

52 Nu begonnen de Joden heftig met elkaar te discussiëren: ‘Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!’ 53 Daarop zei Jezus: ‘Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. 54 Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken. 55 Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. 56 Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem. 57 De levende Vader heeft mij gezonden, en ik leef door de Vader; zo zal wie mij eet, leven door mij. 58 Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet het brood dat uw voorouders aten; zij zijn gestorven, maar wie dit brood eet zal eeuwig leven.’ 59 Dit alles zei hij in de synagoge van Kafarnaüm toen hij daar onderricht gaf.

60 Veel leerlingen die het gehoord hadden zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?’ 61 Jezus wist wel dat zijn leerlingen protesteerden en zei tegen hen: ‘Ergeren jullie je hieraan? 62 Maar als jullie nu de Mensenzoon zouden zien opstijgen naar waar hij eerst was? 63 De Geest maakt levend, het lichaam dient tot niets. Wat ik gezegd heb is geest en leven. 64 Maar sommigen van jullie geloven niet.’ Jezus wist namelijk vanaf het begin wie er niet geloofden en wie hem zou uitleveren. 65 ‘Daarom heb ik jullie gezegd,’ zei hij, ‘dat iemand alleen bij mij kan komen als het hem door de Vader gegeven is.’ 66 Toen trokken veel leerlingen zich terug en gingen niet verder met hem mee.

67 Jezus vroeg nu aan de twaalf: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’ 68 Simon Petrus gaf antwoord: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven, 69 en wij geloven en weten dat u de heilige van God bent.’ 70 Jezus zei: ‘Ikzelf heb jullie alle twaalf uitgekozen, en toch is een van jullie een duivel.’ 71 Hiermee doelde hij op Judas, de zoon van Simon Iskariot, want hij, een van de twaalf, zou hem uitleveren.

Zelfs wie dagelijks met Jezus opgingen stellen zich vragen. Enkelen waren reeds ontrouw terwijl Jezus er nog bij was, omdat ze niet luisterden naar de Geest. Petrus uit zijn zekerheid: 'Naar wie zouden wij gaan ?' Hij gelooft 'in woorden van eeuwig leven'.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de eerste brief van Petrus

Uit de eerste brief van Petrus
5, 5b-14

Dierbaren, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade. Onderwerp u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal Hij u op de bestemde tijd een eervolle plaats geven. U mag uw zorgen op Hem afwentelen, want u ligt Hem na aan het hart.
Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi. Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder hetzelfde leed gebukt gaan.
Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen. Hem komt de macht toe, voor eeuwig. Amen.
Met de hulp van Silvanus, die ik als een betrouwbare broeder beschouw, heb ik u deze korte brief geschreven, om u moed in te spreken en om u er nadrukkelijk van te verzekeren dat het werkelijk de genade van God is die u staande houdt.
De uitverkorenen in Babylon en mijn zoon Marcus groeten u.
Groet elkaar met een kus als teken van uw onderlinge liefde.
Vrede zij met u allen, die één bent in Christus.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:39 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes. 6, 51

Uit het evangelie volgens Johannes.  6, 51

'Ik ben  het levende brood dat uit de hemel is

        neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal

        hij eeuwig leven. En het brood dat Ik zal geven

        voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.'

       

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 16:57 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
6, 22-29

De volgende dag stond de menigte weer aan de oever van het meer. Ze hadden gezien dat er maar één boot was en dat Jezus niet aan boord was gegaan, maar dat zijn leerlingen alleen vertrokken waren.
Nu legden er andere boten uit Tiberias aan, dicht bij de plek waar ze het brood gegeten hadden nadat de Heer het dankgebed had uitgesproken.
Toen de mensen zagen dat Jezus en zijn leerlingen er niet waren, stapten ze in die boten en voeren ze naar Kafarnaüm om Hem te zoeken.
Ze vonden Hem aan de overkant van het meer en vroegen: ‘Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?’
Jezus zei: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: u zoekt me niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf, heeft Hem die volmacht gegeven.’
Ze vroegen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’
‘Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft’, antwoordde Jezus

Na de broodvermenigvuldiging ontvlucht Christus de mensen: zij zijn meer op mirakelen en spektakel belust dan op zijn boodschap. Ze gaan Hem zoeken. Ze willen niet zozeer zijn persoon, maar meer voedsel en welvaart. Jezus geeft hen een harde les. Kunnen ook wij onze verwachtingen corrigeren, als ze verkeerd en te oppervlakkig zijn ?

Vandaag lezen we dat men op zoek was naar Jezus. Dat lezen we op meerdere plaatsen in de evangelies. Dat terugtrekken deed Hij heel dikwijls: 'naar de overkant, in het gebergte, geheel alleen'. Hij trok zich terug bij God.

Het goed om Jezus hierin te volgen. Niet voor de wonderen, maar voor het voedsel dat niet vergaat en dat enkel Hij alleen geven kan.

In het zich voortdurend terugtrekken mogen we een uitnodiging zien van Hem uit aan ons adres; een dringende uitnodiging tot gebed, met Hem, in de eenzaamheid, bij en met Hem.

Ja, enkel Hem. Om vanuit Hem weer op te staan, het leven tegemoet, het volle leven dragend, om verenigd met Hem onze dagtaken te doen, de anderen te ontmoeten, opdat Hij ‘al weldoende’ zou rondtrekken met ons, door ons, in ons.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:27 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
24, 35-48

De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.
Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie.’ Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geestverschijning te zien. Maar Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel? Kijk naar mijn handen en voeten, Ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat Ik heb.’
Daarna toonde Hij hun zijn handen en zijn voeten.
Omdat ze het van vreugde nog niet konden geloven en stomverbaasd waren, vroeg Hij hun: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’ Ze gaven Hem een stuk geroosterde vis. Hij nam het aan en at het voor hun ogen op.
Hij zei tegen hen: ‘Toen Ik nog bij jullie was, heb Ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’
Daarop maakte Hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat Hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem.'

De Verrezene houdt eraan te eten voor het oog van zijn leerlingen. Zij durven er niet in te geloven. Zijn verrijzenis betreft zowel het lichaam als de ziel. Wat een hoop wekt dit niet voor heel de mens, voor alle mensen en het heelal. Als getuigen van deze overweldigende ontmoeting en open voor het verstaan van de Schriften, zullen de apostelen er de vurige bedienaars van worden voor heel de wereld.

Van vreugde konden de leerlingen niet geloven dat Jezus daar werkelijk was...
En wij, zo dikwijls verdeeld tussen twijfel en geloof, kunnen wij in Hem geloven ? Kunnen wij vandaag nog de Levende ontmoeten ?
De zondagse samenkomst is de plaats waar wij Hem erkennen. Het samenkomen onder zijn leiding, het in herinnering brengen van zijn woorden en van de hele Schrift, het opnieuw verhalen van de getuigenissen van hen die gezien hebben, het breken van het brood in vreugde en het dan weer vertrekken naar de wereld om de kleine vlam, ontstoken met Pasen, door te geven van de een aan de ander: dat zijn voortaan de tekens van de Verrijzenis.
Er zijn geen bewijzen van het leven buiten het leven zelf.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
6, 16-21

Bij het vallen van de avond daalden Jeuzs' leerlingen af naar het meer; ze stapten in een boot en zetten koers naar de overkant, naar Kafarnaüm.
Het was al donker geworden, en Jezus was nog niet naar hen toe gekomen. Er stak een hevige wind op en het meer werd onstuimig.
Toen ze vijfentwintig of dertig stadie geroeid hadden, zagen ze plotseling Jezus over het meer lopen; Hij was dicht bij de boot en ze werden bang.
Maar hij zei: ‘Ik ben het, wees niet bang.’
Ze wilden Hem aan boord nemen, maar meteen kwam de boot aan land op de plaats waar ze naartoe wilden

Zelfs een diep gelovig mens zal wel eens twijfelen als in zijn leven storm en verwarring woedt. 'Ik ben er, wees niet bang', klinkt Jezus' woord. De leerlingen maken zo'n krisis door. Geloof vraagt een zich volledig toevertrouwen, zonder reserves, zonder twijfel. Dit woord van Jezus zal hen opnieuw moed geven

We zijn bang ons eigen ik te verliezen, bang om in Gods liefde te treden.
Jezus kent ons egoïsme en biedt ons de genade aan ontvankelijk te worden voor zijn liefde om ons te genezen van onze die ik-gerichtheid.

In Hem zullen we onze meest ware identiteit vinden.

Laten we ons schenken aan Hem.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:01 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de eerste brief van Petrus 4.12

Uit de eerste brief van Petrus 4.12

Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft,

        gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het

        goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
3, 31-36

Jezus sprak tot Nikodemus:
'Hij die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards en spreekt de taal van de aarde. Hij die uit de hemel komt en boven allen staat, getuigt van wat Hij gezien en gehoord heeft, en toch wordt zijn getuigenis door niemand aanvaard. Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bevestigt daarmee dat God betrouwbaar is.
Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, en God schenkt de Geest in overvloed.
De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan Hem overgedragen.
Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.
’

Wie gelooft in Gods Zoon heeft het eeuwig leven. Wie niet echt gelooft, kan dat leven niet zien. We hebben misschien ooit gemeend dat het eeuwig leven iets is voor na de dood. Jezus’ woorden zijn klaar genoeg: het eeuwig leven begint hier reeds voor wie gelooft. Eeuwig leven is God. Geloven is God liefhebben. Christen-zijn is het eeuwig leven in zich dragen en het reeds nu beleven.

Wie leeft in ontmoeting met de Heer, zal de Heer en zijn liefde steeds meer leren verstaan. Niet zozeer vanuit een louter menselijk denken dat steeds om bewijzen en ervaring vraagt, maar vanuit de warmte van de heilige Geest die ons geschonken is. Doorgaans hechten we aan dit laatste te weinig belang en daardoor geven veel mensen het op, of geraken in een twijfel waar ze niet meer uitgeraken. Het geloof is dan abstract geworden, misschien nog in stand gehouden door bepaalde rituelen of zelfs vormen van liefdadigheid, maar de levende overgave en de blijheid van het leven in Gods aanwezigheid zijn zoek geraakt…

Het gebed van en met het hart is mijn inziens de sleutel om weer tot een levendig geloof te komen; een geloof dat ons leven bevrucht en ons aanzet dragers en uitdragers te zijn van Gods Blijde Boodschap.

Laat ons bidden, er ons van bewust zijnde dat de Heer ons bevrucht met zijn liefde.
Laat ons in het bidden veel stil zijn, met zeer veel geduld en discipline.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:29 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
3, 16-21

Jezus sprak tot Nikodemus:
'God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden.
Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.
Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht.
Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.'

Geloven in Christus wil zeggen: geloven dat Hij midden ons ons werd gezonden uit pure liefde, omdat God liefde is. Zo een geloof geeft licht aan het leven dat soms zo duister is. Dat licht is God zelf. Wie leeft in dit licht wordt licht voor anderen.

'Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.'

Liefde en kwaad zijn tegengesteld, zoals licht en duisternis dat zijn. Wie kwaad doet, leeft in tegenstelling met de liefde en leeft in de duisternis.
Wie oprecht tracht te leven en daardoor het licht

opzoekt, zal getuigen van Gods Liefde, want hij leeft in de Liefde en de Liefde spreekt van God.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:26 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de brief van Paulus aan de Galaten 6, 8-9a

Uit de brief van Paulus aan de Galaten    6, 8-9a

      

Wie op de akker van zijn zondige

        natuur zaait oogst de dood,

        maar wie op de akker van de Geest

        zaait oogst het eeuwige leven.

        Laten we daarom het goede doen,

        zonder op te geven

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:34 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
3, 1-8

Er was onder de Farizeeën iemand die Nikodemus heette. Hij kwam in de nacht naar Jezus toe. ‘Rabbi’, ‘zei hij, ‘wij weten dat U een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die U verricht.’
Jezus zei: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’
‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ vroeg Nikodemus. ‘Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?’
Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest. Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. Wees niet verbaasd dat Ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten worden. De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.’

Het verhaal van de ontmoeting tussen Jezus en Nikodemus leert ons de diepere zin van het doopsel: herboren worden, nieuwe mens worden . De mens is meer dan vlees en bloed en stof. Hij is in het doopsel als het ware opnieuw geboren. Elke gedoopte is een kans voor Jezus om weer mens te worden onder de mensen. Het doopsel eist dat wij elke dag als gedoopten leven.

Biologisch gezien zijn wij uiteraard uit een mens geboren. Een wonderlijk gebeuren dat haar wortels vindt in God zelf !
De roeping van de christen echter is in zijn leven een diepere dimensie van geboorte ontdekken, namelijk een geboren of herboren worden in de heilige Geest.

Jezus zegt daarover vandaag: 'De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.'
Jezus spiegelt het leven van een gedoopte hier aan het bestaan van de wind: je hoort zijn geluid maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat.
Een christen valt doorgaans niet zo op. Men hoeft ook niet van elkaar de hele voorgeschiedenis te kennen om een goed christen te zijn. Dikwijls is het zelfs goed om je bedeesd te houden in het kenbaar maken van die voorgeschiedenis, omdat dat in wezen een zaak is tussen God en jou.
Waar de christen zijn weg zal eindigen is al even onbekend voor de buitenwereld, zelfs voor de mens in kwestie. En da's een goede zaak. Het gaat om vandaag, om de wijze van ons christen-zijn op deze dag. En morgen... da's voor morgen.
De diepere inhoud van dit 'niet-weten' is het geheimnisvol handelen van God in ons leven. Wie leeft doorheen de Geest, laat zich leiden door het leven van Christus in hem. Of om het met de woorden van Paulus te zeggen: 'Het is niet meer ik, maar het is Christus die leeft in mij'.

Het gaat om een volledige beschikbaarheid jegens God, een overgave aan Christus' aanwezigheid in ons, een zich toevertrouwen aan zijn leven in ons bestaan. Zo zal Hij door ons heen al weldoende rondtrekken en zoals de wind waaien waar God ons naar toe zendt.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:43 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
20, 19-31

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden.
Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’
Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen.
Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’
Na deze woorden blies Hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’
Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’

Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij.
Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei Hij, en daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’
Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’
Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’

Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.

Niets of niemand kan de Verrezene nog beletten de zijnen te bezoeken. Hij brengt hen zijn Geest met de vruchten ervan: vrede, vreugde en de macht om zonden te vergeven. In de persoon van Tomas, die de Heer wilde zien en Hem heeft aangeraakt, lijkt Hij aan de christenen van alle tijden te zeggen: wees er zeker van , Ik ben het werkelijk, geloof ook jij dan.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:51 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
16, 9-15

Nadat Jezus vroeg op de eerste dag van de week uit de dood was opgestaan, verscheen Hij eerst aan Maria uit Magdala, bij wie Hij zeven demonen had uitgedreven. Ze ging het nieuws vertellen aan de mensen die Hem hadden vergezeld en die nu om Hem treurden en rouwden. Toen ze hoorden dat Hij leefde en dat zij Hem had gezien, geloofden ze het niet.
Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen toen ze buiten de stad aan het wandelen waren. Ze gingen terug en vertelden het aan de anderen; maar ook zij werden niet geloofd.
Ten slotte verscheen Hij aan de elf terwijl ze aan het eten waren, en Hij verweet hun hun ongeloof en halsstarrigheid, omdat ze geen geloof hadden geschonken aan degenen die Hem hadden gezien nadat Hij uit de dood was opgewekt.
En Hij zei tegen hen: 'Trek heel de wereld rond en maak
aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.'

Zij die geloven kennen soms twijfel, zelfs de apostelen. Er zit tenslotte in elke mens een stuk geloof en een stuk ongeloof. Dit evangelie leert ons, dat ook zij die aanvankelijk geen geloof kunnen opbrengen, tot geloof geroepen blijven, om daarna in volle kracht te getuigen. Dat is tevens de eindbalans van deze paasweek. God heeft tijd. Maar als de tijd er is, moet de mens zich helemaal gewonnen geven en geloven

Jezus sprak: 'Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.'

Het goede nieuws bekend maken, de blijde boodschap verkondigen, getuigen van Jezus, betekent niet de mensen met dit alles rond de oren slaan. Het betekent op de eerste plaats bereid zijn, net zoals Jezus, broederschap te vormen met allen zonder uitzondering. Niet vanuit een drang anderen te willen bekeren, maar vanuit een Vrede die de ander laat aanvoelen dat God bestaat en van elke mens houdt, dat Hij in Christus de mensheid verlost heeft en daarmee ieder de gelegenheid geeft te leven in zijn Zoon.

Uiteraard mag hierover ook met woorden gesproken worden, maar dit hoeft niet altijd. God is groter dan onze woorden. Vanuit zijn Vrede die Hij in ons legt benadert Hij de ander. Deze wijze van naar de ander toegaan is soms veel krachtiger dan het gebruik van eigen woorden die dikwijls meer iets over ons zeggen dan over God.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:59 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
21, 1-14

Jezus verscheen weer aan de leerlingen, nu bij het meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt.
Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat betekent ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen.
Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’
‘Wij gaan met je mee’, zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets.
Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever, al wisten de leerlingen niet dat het Jezus was.
Hij riep: ‘Hebben jullie soms iets te eten?’
‘Nee’, antwoordden ze.
‘Gooi het net aan stuurboord uit’, riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’
Ze wierpen het net uit en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken.
De leerling van wie Jezus hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’
Zodra Simon Petrus dat hoorde, schortte hij zijn bovenkleed op–meer had hij niet aan–en sprong in het water.
De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el.
Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood.
Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie net gevangen hebben.’
Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet.
Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’
Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de Heer was.
Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en Hij gaf hun ook vis.
Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat hij uit de dood was opgestaan.

Na de dood van Jezus hebben de apostelen hun gewone bezigheden hernomen. Tijdens de maaltijd, zien ze de Heer weer. Jezus openbaart zijn aanwezigheden in het alledaagse. Als we maar willen zien met open ogen en met open hart


Wij hebben wel eens de neiging om de Heer te gaan zoeken in het buiten-gewone, alsof Hij zich enkel zou openbaren buiten het alledaagse leven.
Het evangelie van vandaag toont aan dat Jezus zijn aanwezigheid openbaart in het alledaagse, in onze dagelijkse bezigheden, in de gewone dingen van elke dag.
We hoeven Hem echt niet ver te zoeken.

Wie Hem in de kleine dingen van elke dag aanwezig weet, en de levenskunst verstaat zich te laten opnemen door Hem, zal deze kleine dingen als grote dingen ervaren, omdat hij ze zal beleven als gezegend en geleid door Christus zelf.

Onze dagelijkse maaltijden, onze arbeid, onze omgang met echtgenoot of kinderen of collega's of wie dan ook, ons gemeenschappelijk en persoonlijk gebed, onze verwondering over de pracht van de natuur, enz... in alles openbaart Hij zijn aanwezigheid en krijgen wij van Hem de uitnodiging ons te laten opnemen in zijn Liefde voor allen en alles.

Laat ons eenvoudig, fris en blij naar Hem toegaan. Hij is in je hart, zie je het niet ?

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:05 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
24, 35-48

35 Toen vertelden zij wat hun onderweg was overkomen en hoe ze hem hadden herkend toen hij het brood brak.

36 En terwijl ze erover aan het praten waren, stond hij opeens zelf in hun midden. ‘Vrede,’ zei hij. 37 Ze waren verstijfd van angst en dachten dat ze een geest zagen. 38 Maar hij zei: ‘Waarom schrikken jullie zo? En waarom komen zulke gedachten in jullie op? 39 Kijk, mijn handen, mijn voeten: ik ben het zelf; raak me aan: een geest heeft geen vlees en botten, en ik wel, zoals jullie zien.’ 40 Bij die woorden liet hij hun zijn handen en zijn voeten zien. 41 Toen ze het van blijdschap en verbazing nog niet konden geloven, vroeg Jezus hun: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’ 42 Ze gaven hem een stuk gebakken vis. 43 Hij nam het aan en at het voor hun ogen op.

44 Hij zei tegen hen: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik jullie dit gezegd: alles wat in de wet van Mozes, bij de profeten en in de psalmen over mij geschreven staat, moet in vervulling gaan.’ 45 Toen opende hij hun de ogen voor de Schrift, zodat ze de betekenis ervan begrepen.

46 En hij vervolgde: ‘Dit staat er geschreven: de Christus zal lijden en op de derde dag uit de dood opstaan, 47 en in zijn naam zal aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem, worden verkondigd dat ze zich tot God moeten keren en dat hun zonden vergeven zullen worden. 48 En jullie zullen hiervan getuigen.

Het is niet zo vanzelfsprekend het feit van de verrijzenis zonder meer te aanvaarden. Zelfs de leerlingen twijfelen. Jezus moet hen duidelijk maken dat Hij het inderdaad is. Het zich toevertrouwen aan eenvoudig en echt geloof, vervult de mens echter met vreugde, het brengt een rustige zekerheid. Geloven is niet zozeer een intellectueel aanvaarden dan wel een zich geven aan Jezus. Ten volle geloven is dan, dit geloof ook door heel zijn levenswijze waarmaken.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
24, 13-35

Op de eerste dag van de week gingen twee van de leerlingen op weg naar een dorp dat Emmaüs heet en zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen.
Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee, maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze Hem niet herkenden.
Hij vroeg hun: ‘Waar loopt u toch over te praten?’
Daarop bleven ze somber gestemd staan.
Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: ‘Bent U dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’
Jezus vroeg hun: ‘Wat dan?’
Ze antwoordden: ‘Wat er gebeurd is met Jezus uit Nazaret, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk. Onze hogepriesters en leiders hebben Hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. Wij leefden in de hoop dat Hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen zeggen dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat Hij leeft. Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’
Toen zei Hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’
Daarna verklaarde Hij hun wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de Profeten.
Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof Hij verder wilde reizen. Maar ze drongen er sterk bij Hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging mee het dorp in en bleef bij hen.
Toen Hij met hen aan tafel aanlag, nam Hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun.
Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze Hem. Maar Hij werd onttrokken aan hun blik.
Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’
Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen, die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en Hij is aan Simon verschenen!’
De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.

Zoals de leerlingen van Emmaüs kunnen wij Jezus pas ervaren, zien, in onze wereld, in onze menselijke relaties, als we echt geloof hebben, als we alles met nieuwe ogen bekijken. Alles rondom ons, de opbloeiende natuur, de openbloeiende mensen, onze eigen ervaringen, leiden naar Hem. Dat geloof is altijd een tasten. Want als we Hem herkennen, verdwijnt Hij dikwijls weer uit ons gezicht.

De leerlingen keerden Jeruzalem de rug toe, weg van de stad van lijden, dood en verrijzenis. Maar de Heer liep met hen mee, wilde hen ontmoeten, maakte zich kenbaar. En meteen draaide de leerlingen zich om en gingen terug naar Jeruzalem, terug naar de stad van lijden, dood en verrijzenis. Ook wij lopen wel eens weg van het kruis, weg van de liefde. Enerzijds omdat we dikwijls zo weinig begrijpen van de liefde, anderzijds omdat deze weg ons beangstigt; ons bang maakt onszelf te verliezen.
Maar de Heer kent onze twijfels, doorziet onze angst. En ook ons komt Hij tegmoet. Ook met ons loopt Hij mee. Ook ons wilt Hij ontmoeten. Ook aan ons wilt Hij zich kenbaar maken.

Sluiten we onze ogen en ons hart voor deze ontmoeting, of heten we de Heer welkom, opdat onze twijfels, onze zwakheden, ons ongeloof, kan omgebogen worden naar zijn licht.

Laten we niet weglopen van Jeruzalem, maar er voor goed onze woonst in vinden. Want in deze stad, daar in het diepst van onze ziel, het nieuwe Jeruzalem, zullen we de genade ontvangen
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:58 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
20, 11-18

Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen.
‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar.
Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem naartoe gebracht hebben.’
Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was.
‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’
Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’
Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’
Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!‘ (Dat betekent ‘meester’.)
‘Houd me niet vast’ , zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat Ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’
Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’
En ze vertelde alles wat Hij tegen haar gezegd had.

De verrezen Heer laat zich maar herkennen door de mens die Hem met liefde zoekt. Het verhaal van Maria Magdalena toont ons aan dat Jezus ontdekt wordt waar Hij niet verwacht wordt. We moeten dus Jezus leren zien waar Hij is. Hij is overal waar mensen elkaar de kans geven nieuw te zijn

Meer dan we vermoeden spreekt Jezus ook ons aan zonder dat we Hem daarbij onmiddellijk herkennen.

Wanneer je het Bijbelcitaat of de 'lezingen van de dag' zojuist las was het wel degelijk de Heer die tot je sprak. Ja, we weten dat gelovig wel, maar ontvangen we in het Woord Hem ook werkelijk. Laten we toe dat Hij doorheen zijn Woord ons ten diepste aanraakt, opdat er genezing mag plaatsvinden daar waar dit nodig is, daar waar God dit nodig acht.

Ook doorheen zoveel ontmoetingen met mensen, doorheen talrijke situaties, in de stilte van ons gebed, komt en spreekt Hij., spreekt Hij ons toe, neemt ons in zich op, maakt Hij ons tot gemeenschap in Hem.
Maar ook in het ruisen van de wind, in het kabbelend beekje, in het gekwetter van de vogels,... spreekt Hij tot ons.

Laten we zijn spreken liefhebben, diep koesteren, opdat het ons ten diepste mag raken en brengen in het lied van zijn eeuwige liefde.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:03 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
28, 8-15

Ontzet en opgetogen verlieten de vrouwen haastig het graf om het aan Jezus' leerlingen te gaan vertellen.
Op dat moment kwam Hij hun tegemoet en groette hen.
Ze liepen op Hem toe, grepen zijn voeten vast en bewezen Hem eer.
Daarop zei Jezus: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze mij zien.’
Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkele van de bewakers naar de stad. Daar vertelden ze de hogepriesters alles wat er gebeurd was. Die vergaderden met de oudsten en besloten de soldaten een flinke som geld te geven en hun op te dragen: ‘Zeg maar: “Zijn leerlingen zijn ‘s nachts gekomen en hebben Hem heimelijk weggehaald terwijl wij sliepen.” En mocht dit de prefect ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven.’
Ze namen het geld aan en deden zoals hun was opgedragen. En tot op de dag van vandaag doet dit verhaal onder de Joden de ronde

Het lege graf van Jezus is voor sommigen bron van verbazing, geloof, vreugde en hoop, voor anderen bron van ergernis, ongeloof en tegenwerking. Maar elke mens moet tenslotte stelling nemen. Wie gelooft, zoals de vrouwen, brengt ook vandaag de boodschap van vandaag naar de mensen. Als men louter met het verstand tracht te zien, gelooft men evenwel nog niet. Men moet zich gewonnen geven aan en in de Geest, met het hart. En ernaar leven...

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:59 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
20, 1-9

Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze Hem nu neergelegd hebben.’
Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek.
Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat Hij uit de dood moest opstaan.

Jezus leeft! Petrus, het hoofd van het apostelcollege, is als eerste het graf binnengegaan en heeft het officieel vastgesteld. Maar het is Johannes, de leerling die Jezus liefhad, die met zijn intuïtieve liefde het teken van het lege graf onmiddellijk verstaat.

Uit de Handelingen van de Apostelen
10, 34a + 37-43

Petrus nam het woord en zei:
'U weet wat er in heel het Joodse land is gebeurd, hoe het begon in Galilea, hoe God, na de doop waartoe Johannes opriep, Jezus uit Nazaret met de heilige Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond Hem bij. Wij zijn de getuigen van alles wat Hij gedaan heeft, in het land van de Joden en ook in Jeruzalem.
Zeker, ze hebben Hem gedood door Hem aan een kruishout te hangen, maar God heeft Hem op de derde dag weer tot leven gewekt en Hem aan de mensen laten verschijnen, niet aan het hele volk, maar aan enkele getuigen die daartoe door God waren aangewezen, aan ons namelijk, die samen met Hem gegeten en gedronken hebben nadat Hij uit de dood was opgestaan.
Hij heeft ons opgedragen daarvan getuigenis af te leggen en aan het volk bekend te maken dat Hij het is die door God is aangesteld als rechter over de levenden en de doden. Van Hem getuigen alle profeten dat iedereen die in Hem gelooft door zijn Naam vergeving van zonden krijgt.'

Alleen een kleine groep mensen kon getuigen van het paasmysterie. Zij waren niet enkel de getuigen geweest van Jezus' openbaar leven maar ook van zijn verrijzenis. En als wij vandaag geloven, dan is dat in de kracht van hun ervaring zn hun geloof.

Elkaar vandaag een gelukkige of zalige hoogdag toewensen is een mooie en zinvolle gewoonte. Deze paaszondag is immers dé Dag des Heren bij uitstek. Het is de 'Dag die de Heer heeft gemaakt!' Daarom kunnen wij blij zijn en jubelen: 'Alleluia, Christus is verrezen, alleluia!'
Ook wijzelf kunnen delen in die vreugde. Hij, Christus Jezus, heeft ons immers radicaal nieuw gemaakt. Met Hem verrezen tot een nieuw leven, zijn wij ook uitgenodigd mét Hem te leven! Daarom kunnen wij vandaag, als dankbare, gelovige kinderen, de Vader jubelend danken voor zoveel goedheid.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:31 Reageer op dit bericht Stuur door

Het is volbracht

Het is volbracht

Weinig uitspraken in de geschiedenis van de mensheid hebben zulke verstrekkende gevolgen gehad als deze triomfkreet van de Here Jezus, zo kort voor Zijn sterven. Alles wat God verlangde, was volbracht. De Here Jezus heeft de wil van God volkomen geopenbaard. Hij heeft alles gezegd wat gezegd moest worden, alles gedaan wat gedaan moest worden. Hij was helemaal klaar met de taak die Zijn Vader Hem opgedragen had. De Zoon des mensen die geen steen had om Zijn hoofd op te laten rusten, kon het hoofd buigen en Zich overgeven in de handen van Zijn Vader. Hij wist dat alles volbracht was. In deze drie woorden ligt onze behoudenis voor eeuwig verankerd.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
13, 1-15

Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat Hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die Hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan.
Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden.
Jezus, die wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven, dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die Hij omgeslagen had.
Toen Hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’
Jezus antwoordde: ‘Wat Ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’
‘O nee’, zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’
Maar toen Jezus zei: ‘Als Ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen’, antwoordde hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’
Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein–maar niet allemaal.’ Hij wist namelijk wie Hem zou verraden, daarom zei Hij dat ze niet allemaal rein waren.
Toen Hij hun voeten gewassen had, deed Hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats.
‘Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg Hij.
‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben Ik ook. Als Ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen.

'Als Ik je voeten niet mag wassen kun je niet bij mij horen.'

Dit gaat tegen alle wereldse logica in. God zelf knielt voor de mens om de voeten te wassen, om hem te reinigen. Dat kan Christus omdat Hij een en al Liefde is. De Liefde gaat nooit boven de ander staan, maar treedt de naast tegemoet als een mindere. Dat is Liefde.
Wie deze daad van de Heer niet toelaat, zo zegt Hij, kan niet bij Hem horen. Hij zal nooit Jezus' deelgenoot kunnen zijn. Het is in de reiniging dat Christus ons in zich opneemt.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:25 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten