Colossenzen 2:9-10
“Want in Hem woont het hele wezen van God in een menselijke gedaante. In Christus bent u dus volmaakt, want Hij is de hoogste heerser en autoriteit over elke andere macht.”
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
Colossenzen 2:9-10
“Want in Hem woont het hele wezen van God in een menselijke gedaante. In Christus bent u dus volmaakt, want Hij is de hoogste heerser en autoriteit over elke andere macht.”
Jesaja 58:11
De HEER zal je voortdurend leiden, hij zal je verkwikken in dorre streken, hij maakt je botten sterk en krachtig. Je zult zijn als een goed bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt
· Jesaja 58:11
mieke mantel
mieke mantel
Jeremia 32:17 HTB“Oppermachtige HERE! U hebt met Uw grote kracht de hemelen en de aarde gemaakt, niets is voor U onmogelijk!” Jeremia 32:17 HTB
mieke mantel
mieke mantel
Leviticus 19:32
Mattheüs 24:35 HTB“Als deze dingen gebeuren, is het einde van de tijd gekomen. De hemel en de aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zeker niet
psalm 33;12Gelukkig is het volk dat de HERE als zijn God heeft; het volk dat Hij Zich als erfdeel koos
Jeremia 17:9-10 HTB“Het hart is het meest bedrieglijke ding dat bestaat. Het is door en door slecht. Niemand kan ooit precies weten hoe slecht het is! Behalve Ik, de HERE! Ik doorzoek alle harten en toets de meest verborgen gedachten, om zo ieder mens het loon te geven dat hij verdient, afhankelijk van zijn daden en levenswijze.” Jeremia 17:9-10 HTB
Psalm 150Psalm 150
1 Halleluja!
Loof God in zijn heilige woning,
loof hem in zijn machtig gewelf,
2 loof hem om zijn krachtige daden,
loof hem om zijn oneindige grootheid.
3 Loof hem met hoorngeschal,
loof hem met harp en lier,
4 loof hem met dans en tamboerijn,
loof hem met snaren en fluit.
5 Loof hem met klinkende bekkens,
loof hem met slaande cimbalen.
6 Alles wat adem heeft, loof de HEER.
Halleluja
mieke mantel
mieke mantel
Spreuken 18:4Spreuken 18:4
De woorden van een goed mens
zijn als diepe wateren,
ze zijn een sprankelende beek,
een bron van wijsheid.
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens MattheüsUit
het evangelie volgens Mattheüs
6, 19-23
'Verzamel voor jezelf geen schatten op
aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel
schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen
dieven in om ze te stelen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Het oog is de lamp van het lichaam. Dus als je oog helder is, zal heel je
lichaam verlicht zijn. Maar als je oog troebel is, zal er in heel je lichaam
duisternis zijn. Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe groot is dan die
duisternis!'
Onze aandacht is niet zelden verdeeld omdat wij dikwijls alles willen, en daardoor vergeten we soms het voornaamste. Het is onze taak steeds onze inzichten uit te zuiveren om schatten te verzamelen voor het Rijk Gods.
Op de dag van ons sterven zullen we maar één ding kunnen meenemen en aanbieden: namelijk de liefde die we betoond hebben tijdens ons leven.
Laten we leven voor deze schat.
Uit het evangelie volgens Matteüs 6, 7-1Uit het evangelie volgens Matteüs 6, 7-1
'Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voorprevelen
zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord
zullen worden. Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig
hebben, nog vóór jullie het Hem vragen.
Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was. En breng ons niet in
beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook
jullie vergeven. Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je
misstappen evenmin vergeven.5
eEén zaak blijkt duidelijk in het gebed dat
Jezus ons leerde: Wij kunnen slechts oprecht bidden tot de Vader als wij de
kinderen van diezelfde Vader, onze medemensen, steeds weer opnemen en
vergiffenis schenken.
Het christelijk gebed is een geheimnisvol leven met God, een deelnemen aan de
kern van zijn wezen, aan zijn goddelijke, drieëne Liefde.
In het gebed mogen we aanzitten aan de tafel van de Drieëne God, mogen we
drinken van zijn Liefde zoals een kind drinkt aan de borst van zijn moeder.
Heel bijzonder uit zich dat in de woorden die de Heer ons zelf aanleert in het
'Onze Vader'.
Doorheen dit gebed zal Hij ons opnemen in zijn Liefde opdat we zelf Liefde
worden. Hij in ons.
Het is goed het 'Onze Vader' doorheen de dag in de stilte van ons hart met regelmaat te prevelen, te zingen, te overwegen. Meer dan we vermoeden brengt dit gebed ons in zijn leiding over ons leven.
en.
Onze Vader,
die in de hemelen zijt,
geheiligd zij uw Naam.
Uw Rijk kome,
uw wil geschiede
op aarde als in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.
En leid ons niet in bekoring,
maar verlos ons van het kwade.
Want van U is het Koninkrijk,
de kracht en de heerlijkheid,
in eeuwigheid.
Amen.
Uit het evangelie volgens MattheüsUit
het evangelie volgens Mattheüs
6, 1-6 + 16-18
'Let op dat
jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om
door hen gezien te worden. Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.
Dus wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars
doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik
verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als je aalmoezen geeft,
laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. Zo blijft je aalmoes
in het verborgene, en jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor
belonen.
En wanneer jullie bidden, doe dan niet als de huichelaars die graag in de
synagoge en op elke straathoek staan te bidden, zodat iedereen hen ziet. Ik
verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie bidden, trek
je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het
verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor
belonen.
Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars,
want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik
verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was
dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het
vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in
het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
De christelijke praktijken onderhouden om op te vallen bij anderen, is niet de juiste mentaliteit. Dan doen wij het voor onszelf en niet voor God of voor de anderen. Het radicalisme van het evangelie wil niet opvallen. Het handelt alleen vanuit een diepe overtuiging van een waarachtig godsgeloof, en dat werkt in stilte
Het innerlijke gebed verrichten we in ons
binnenste, op elke plaats, op elk moment, zo dikwijls als ons hart zich in
vrijheid tot God verheft. Het is een gehoor geven aan de woorden van Jezus 'Als jullie bidden, trek je dan in
je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is.'
Ons huis is in ons hart, ons
hart is de plaats, heel ons lichaam is de tempel waar we Gods lof mogen zingen.
We dragen het overal mee, en we kunnen er ons op elk moment, ook te midden van
lawaaierige mensen of tijdens de drukte van het werk, in afzonderen en zonder
woorden onze geest tot God verheffen.
Dit kunnen we heel bewust beleven, maar in zekere zin ook onbewust… Zonder het verstandelijk te ‘beleven’ kunnen we bij God vertoeven, van Hem drinken, van Hem ontvangen. Het is de Heilige Geest die onze ziel verheft en doet neigen naar God.
mieke mantel
mieke mantel
Uit het eerste boek KoningenUit het eerste boek Koningen
21, 1-16
De Jizreëliet
Nabot had een wijngaard die grensde aan het paleis dat koning Achab van Samaria
in Jizreël bezat.
‘Sta mij uw wijngaard af’, zei Achab tegen Nabot. ‘Hij ligt naast mijn paleis;
ik kan hem goed gebruiken om er groente te verbouwen. Ik zal u er een betere
wijngaard voor teruggeven, of ik zal u, als u dat liever hebt, de prijs ervan
in zilver uitbetalen.’
Maar Nabot zei tegen Achab: ‘De Heer verhoede dat ik de grond die ik van mijn
voorouders heb geërfd aan u zou afstaan.’
Achab ging terug naar zijn paleis, woedend en terneergeslagen omdat Nabot tegen
hem had gezegd dat hij hem de grond die hij van zijn voorouders had geërfd niet
zou afstaan. Hij ging op zijn rustbed liggen, met zijn gezicht naar de muur, en
weigerde te eten.
Toen kwam zijn vrouw Izebel naar hem toe en vroeg: ‘Wat is er gebeurd, dat je
zo mismoedig bent en niet eten wilt?’
‘Ik heb met de Jizreëliet Nabot gesproken’, antwoordde hij. ‘Ik heb hem
gevraagd mij zijn wijngaard te verkopen. Of, als hij dat liever had, kon hij er
een andere wijngaard voor terugkrijgen. Maar hij weigerde zijn wijngaard aan
mij af te staan.’
Daarop zei Izebel: ‘Wat? Jij bent toch de koning van Israël? Sta op en eet wat,
dat zal je goeddoen. Ik zal ervoor zorgen dat jij de wijngaard van Nabot
krijgt.’
Uit naam van Achab schreef Izebel brieven, verzegelde die met het koninklijke
zegel en stuurde ze naar de oudsten en aanzienlijksten in de stad waar Nabot
woonde.
In die brieven stond het volgende: ‘Kondig een vastendag af en zet Nabot
vooraan wanneer het volk samenkomt. Laat dan twee mannen die nergens voor
terugdeinzen tegenover hem plaatsnemen en hem beschuldigen van godslastering en
majesteitsschennis. Daarop moet u hem buiten de stad brengen en stenigen.’
Nabots stadsgenoten, de oudsten en aanzienlijksten van zijn woonplaats, deden
wat Izebel hun had opgedragen in de brieven die ze had gestuurd.
Ze kondigden een vastendag af en lieten Nabot vooraan zitten toen het volk
samenkwam.
Twee mannen namen tegenover hem plaats en beschuldigden hem ten overstaan van
het volk van godslastering en majesteitsschennis. Daarop werd hij buiten de
stad gebracht en gestenigd.
Ze stuurden Izebel bericht dat Nabot door steniging ter dood was gebracht.
Toen Izebel hoorde dat Nabot dood was, zei ze tegen Achab: ‘Je kunt de
wijngaard die de Jizreëliet Nabot je weigerde te verkopen in bezit nemen, want
Nabot leeft niet meer, hij is dood.’
Al is ze zeer oud, het is een zeer actuele geschiedenis die van koning Achab en de kleine man Nabot. Wanneer deze kleine man de grote koning net ter wille is, laat hij hem uit de weg ruimen om zijn eigen voordeel te doen. De geschiedenis herhaalt zich dagelijks, wellicht ook in ons eigen leven
de tweede brief van Paulus aan de Korintiërsde tweede brief van Paulus aan de Korintiërs
5, 6-10
Broeders en zusters,
wij blijven altijd vol goede moed, ook al weten we dat zolang dit lichaam onze
woning is, we ver van de Heer wonen.
We leven in vertrouwen op God; wat komen gaat is nog niet zichtbaar. We blijven
vol goede moed, ook al zouden we ons lichaam liever verlaten om onze intrek bij
de Heer te nemen.
Daarom ook stellen wij er een eer in te doen wat God wil, zowel in dit bestaan
als in ons bestaan bij Hem.
Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat
ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan,
of het nu goed is of slecht.
Het christelijk leven is nu reeds deelname aan het leven van Christus, maar het brengt nog niet de volledige eenheid met Hem tot stand. Iedere gelovige beleeft deze onvolkomenheid in zichzelf. In afwachting dat hij Christus ten volle zal aanschouwen, is het de bedoeling dat hij alles in het werk stelt om te doen wat God wilt.
mieke mantel
mieke mantel
de brief van Paulus aan de Efeziërs 3, 16-19de brief van Paulus aan de Efeziërs 3, 16-19
Moge de Vader vanuit zijn rijke luister uw innerlijk wezen
kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw
geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld
en gegrondvest blijft in de liefde. Dan zult u met alle heiligen
de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen
begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te
boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.

Job:22.21a
Verzoen je met God
en leef met Hem in vrede.
Uit het eerste boek KoningenUit het eerste boek Koningen
18, 20-39
Koning Achab stuurde boden naar alle stammen van Israël en liet
ook alle profeten bij de Karmel bijeenkomen.
Daar sprak Elia het volk als volgt toe: ‘Hoe lang blijft u nog op twee
gedachten hinken? Als de Heer God is, volg Hem dan; is Baäl het, volg dan hem.’
De Israëlieten zeiden niets.
Toen zei Elia: ‘Ik ben de enige profeet van de Heer die nog over is. De
profeten van Baäl zijn met vierhonderdvijftig man. Breng ons twee stieren. Zij
mogen als eersten een stier uitkiezen. Laten ze die in stukken snijden en op
een brandstapel leggen, maar ze mogen het hout niet aansteken. Ik zal de andere
stier gereedmaken en op een brandstapel leggen, maar ik zal het hout niet
aansteken. U moet de naam van uw god aanroepen, en ik zal de naam van de Heer
aanroepen. De god die antwoordt met vuur, is de ware God.’
Heel het volk stemde met dit voorstel in.
‘Begint u maar, u bent met velen’, zei Elia tegen de profeten van Baäl. ‘Kies
maar een dier en maak het gereed voor het offer. Roep dan de naam van uw god
aan, maar steek het hout niet in brand.’
De profeten namen een van de twee beschikbare stieren en maakten die voor het
offer gereed. De hele morgen lang riepen ze Baäl aan: ‘Baäl, geef ons antwoord!’
Maar het bleef stil en niemand gaf antwoord, hoe ze ook dansten en sprongen
rond het altaar dat daar was opgericht.
Toen het middaguur aanbrak, begon Elia hen te honen: ‘Roep zo hard u kunt! Hij
is toch een god? Hij heeft zeker iets anders te doen. Ik denk dat hij zich even
moest afzonderen. Is hij soms op reis gegaan? Misschien slaapt hij, en moet u
hem wekken!’
De profeten riepen uit alle macht en brachten zichzelf, zoals hun gewoonte was,
met zwaarden en lansen verwondingen toe tot het bloed over hun lijf stroomde.
In vervoering bleven ze schreeuwen, maar ook toen het middaguur allang voorbij
was en het uur voor het graanoffer aanbrak, was er nog steeds geen enkele
reactie gekomen: het bleef stil, niemand gaf antwoord.
Elia zei tegen de Israëlieten dat ze naar hem toe moesten komen. Toen ze bij
hem waren komen staan, bouwde hij het verwoeste altaar van de Heer weer op. Hij
nam twaalf stenen, evenveel als het aantal stammen van Israël, de nakomelingen
van de zonen van Jakob, tot wie de Heer had gezegd: ‘Israël is je nieuwe naam.’
Met die twaalf stenen maakte hij een altaar ter ere van de Heer, en daaromheen
liet hij een geul graven met een lengte van tweehonderd el. Hij stapelde het
brandhout op, sneed de stier in stukken en legde die op de brandstapel. Toen
zei hij: ‘Vul vier kruiken met water en giet die over het offer en het
brandhout uit.’ Toen dat gebeurd was, liet hij het nog een tweede en een derde
keer doen. Het water liep over het altaar heen en de geul eromheen kwam vol
water te staan.
Toen het uur voor het graanoffer was aangebroken, trad de profeet Elia op het
altaar toe en zei: ‘Heer, God van Abraham, Isaak en Israël, vandaag zal blijken
dat U in Israël God bent, en dat ik U dien en dit alles in uw opdracht gedaan
heb. Geef mij antwoord, Heer, geef antwoord. Dan zal dit volk beseffen dat U,
Heer, God bent en dat U het bent die hen tot inkeer brengt.’
Het vuur van de Heer sloeg in en verteerde het brandoffer met brandhout,
stenen, as en al; zelfs het water in de geul likte het op.
Alle Israëlieten zagen het, en allen vielen op hun knieën en riepen: ‘De Heer
is God, de Heer is God!’
Een krachtproef tussen Elia de profeet van de éne, ware God, en de profeten van Baäl laat ons zien hoe wij moeten volhouden te geloven. De goden die wij onszelf maken kunnen niets en zijn slechts schijngoden.
Uit het evangelie volgens MatteüsUit het evangelie volgens Matteüs
5, 13-16
'Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe
kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt
weggegooid en vertrapt.
Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan
niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder
een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht
geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen,
opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.’
De leerlingen van Christus worden het zout van de aarde en het
licht van de wereld genoemd. Zoals het zout het voedsel smaak geeft, moeten zij
de wereld de smaak van de liefde geven. Deze zorg om het Rijk Gods zal hen van
binnenuit stuwen tot getuigenis, tot een licht zijn voor de Het licht waartoe Jezus - het licht dat in wezen Hijzelf is -
ons vandaag oproept moeten wij laten schijnen doorheen al ons doen en laten,
doorheen de gehele totaliteit van ons leven.
Het schijnen van het licht is geen doel op zich, het is eerder een logisch
gevolg van de liefde waaruit we leven en waarin we staan.
Laat ons licht zijn voor elkaar.
.
Uit het evangelie volgens MatteüsUit het evangelie volgens Matteüs
10, 7-13
Jezus sprak tot zijn
leerlingen:
'Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.”
Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf
demonen uit.
Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!
Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor
onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want
een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien.
In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je
te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verder gaat.
Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat.
Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat
niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren.'
Jezus zegt, wanneer Hij zijn
leerlingen de wijde wereld instuurt om te verkondigen:
'Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie vrede over
dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan
die vrede naar je terugkeren.'
Iemand van harte groeten was gebruikelijk in die dagen te Israël. Als conventionele groet wenste je met je groet de ander een algemeen welzijn toe. Maar omdat de groet hier met name genoemd wordt, heeft deze een diepere betekenis. Vrede is niet slechts een formele wens, maar in naam van Jezus brengen de apostelen de sjalom, de vrede van God, wat wil zeggen: het volle heil van God.
Laten we ook elkaar zo ontmoeten, laten
we ook zo elkaars huizen betreden, het gebouw op ons werk, onze school, enz.…
Laten we doorheen onze blik, onze zin voor broederschap, doorheen woord en daad
de Vrede van de Heer elkaar toewensen. Niet formeel, maar diep gemeend, van
harte, biddend dat Gods Vrede de levensstroom mag zijn van ieders mensenhart.

2 Paulus 2.24-26
Een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken,
maar voor iedereen vriendelijk zijn; hij moet een
goede leraar zijn en een verdraagzaam mens, en
zijn tegenstanders zachtmoedig terechtwijzen.
Dan brengt de Heer hen misschien tot inkeer,
zodat zij de waarheid leren kennen en ontsnappen
uit de valstrik van de duivel, die hen levend gevangen
heeft genomen en hen dwingt zijn wil te doen.

Uit de eerste brief van Petrus 4.10
Laat ieder van u de gave die hij van
God gekregen heeft, gebruiken om
de anderen daarmee te helpen, zoals
het goede beheerders van Gods
veelsoortige gaven betaamt.
mieke mantel

'Mijn lichaam is het ware voedsel
en mijn bloed is de ware drank.
Wie mijn lichaam eet en mijn bloed
drinkt, blijft in mij en Ik blijf in hem.
De levende Vader heeft mij gezonden,
en Ik leef door de Vader; zo zal wie mij
eet, leven door mij.
Uit het evangelie volgens MarcusUit het evangelie volgens Marcus
12, 18-27
Er
kwamen enkele Sadduceeën naar Jezus toe; volgens de Sadduceeën is er geen
opstanding uit de dood. Ze vroegen Hem: ‘Meester, Mozes heeft ons het volgende
voorgeschreven: “Als iemand sterft en een vrouw achterlaat, maar geen kinderen,
moet zijn broer die vrouw bij zich nemen en nakomelingen verwekken voor zijn
broer.” Er waren eens zeven broers. De eerste nam een vrouw en stierf zonder
nakomelingen; de tweede nam haar tot vrouw, maar stierf ook zonder
nakomelingen; en met de derde ging het net zo. Geen van de zeven kreeg
nakomelingen. Het laatst van allen stierf de vrouw. Wiens vrouw zal ze dan zijn
bij de opstanding, wanneer ze opstaan uit de dood? Alle zeven zijn ze immers
met haar getrouwd geweest.’
Jezus antwoordde: ‘Dwaalt u niet? U kent blijkbaar de Schriften niet en evenmin
de macht van God. Want wanneer de mensen uit de dood opstaan, trouwen ze niet
en worden ze niet uitgehuwelijkt, maar zijn ze als engelen in de hemel. Wat betreft
de opwekking van de doden, hebt u in het boek van Mozes in het gedeelte over de
doornstruik niet gelezen dat God tegen hem zei: “Ik ben de God van Abraham, de
God van Isaak en de God van Jakob”? Hij is geen God van doden, maar van
levenden; u dwaalt vreselijk!’
Hoewel wij ons niet kunnen voorstellen hoe het verrezen leven eruit zal zien, daarom moeten wij het feit van de verrijzenis zelf nog niet loochenen. Met menselijk vergelijkingsmateriaal komen wij hier niet veel verder. Daarbij komt nog dat onze God geen God is van doden, maar van levenden. Dit is wezenlijk voor onze godsdienst.
Wanneer iemand overleden is, durven wij nogal eens snel zeggen: 'Ach, hij (of
zij) is nu bij haar man (of vrouw). Ze zullen nu samen gelukkig zijn in de
hemel bij God'.
Vraag is of ze inderdaad als man en vrouw (als gehuwd koppel) daar in de hemel
zijn.
Wanneer twee mensen huwen, beloven ze elkaar trouw 'tot de dood ons scheidt'.
In de hemel is er een heel andere orde wat betreft dat
samen-zijn. In de hemel zijn we als engelen, leert Jezus ons vandaag. Daar gaat
het over een blijvende gemeenschap met de Vader. We weten absoluut niet hoe dat
er concreet zal uitzien. En eigenlijk is dat ook niet belangrijk.
Eén ding weten we zeker: We zullen ontvangen worden in die diepe barmhartigheid
die de Vader zo eigen is. Het is een eeuwig leven waarnaar we mogen verlangen,
een eeuwig leven dat ons beloofd is.
Wie nu (hier dus op aarde) de Heer ten diepste volgt, zal diep in zijn hart reeds een voorsmaakje proeven van dat eeuwig leven, in de zin dat hij zich bewoond zal weten, geleid naar datgene wat hem te wachten staat
Uit het evangelie volgens MarcusUit het evangelie volgens Marcus
12, 13-17
Enkele hogepriesters, Schriftgeleerden en oudsten stuurden
enkele Farizeeën en Heroïnen naar Jezus toe om Hem een ongeoorloofde uitspraak
te ontlokken.
Toen ze bij Hem gekomen waren, zeiden ze tegen hem: ‘Meester, we weten dat U
oprecht bent en dat U zich aan niemand iets gelegen laat liggen. U kijkt
niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van
God. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we
betalen of niet?’
Maar omdat Hij hun huichelarij doorzag, antwoordde Hij: ‘Waarom stelt U me op
de proef? Laat me eens een geldstuk zien.’
Ze gaven Hem een munt en Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van
wie is het opschrift?’
‘Van de keizer’, antwoordden ze.
Toen zei Jezus tegen hen: ‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan
God wat God toebehoort.’
En ze waren met stomheid geslagen.
Politiek engagement is 'in' in onze dagen. Ook ten tijde van Jezus waren er mensen die Hem in deze richting wilden drijven. Hij was (waarschijnlijk) niet echt tegen een politiek engagement, maar Hij oriënteerde deze inzet in het plan van zijn Vader, zijn zending. Wij moeten onderscheiden wat van God is en wat van de mensen
'Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’
Als we deze
uitspraak op onszelf betrekken, moeten we ons afvragen: 'Wat staat er in mijn
hart? Van wie is die beeldenaar? Wat is het opschrift? Van wie ben ik?'
Dan zouden we moeten kunnen zeggen: ik ben van God, en alleen van Hem.
En de wereld dan? Die is ondergeschikt aan God. Alles mag als het maar van God
mag.
We moeten de waarde van de dingen niet afmeten aan de waarde die ze voor de
mensen hebben, maar kijken of ze geldig zijn voor God. We moeten de eer van de
mensen laten voor wat ze is, maar ons bekommeren om de eer van Hem wiens
beeldenaar wij dragen in ons hart.
God, die in het verborgene ziet, die de beeldenaar ziet in je hart, die weet
dat je van Hem bent.
Uit het evangelie volgens Marcus
Uit het evangelie volgens Marcus
12, 1-12
Jezus begon tot de
hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten in gelijkenissen te spreken:
‘Een man legde een wijngaard aan en omheinde die. Hij groef een kuil voor de
wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Hij verpachtte de wijngaard aan
wijnbouwers en ging op reis. Na verloop van tijd stuurde hij een knecht naar de
wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst van hen te ontvangen; maar ze grepen
hem vast, mishandelden hem en stuurden hem met lege handen terug.
Daarna stuurde hij een andere knecht naar hen toe, die ze in het gezicht
sloegen en vernederden.
Hij stuurde nog een derde, die ze doodden, en nog vele anderen; sommigen werden
door de wijnbouwers mishandeld en anderen werden door hen gedood.
Ten slotte was alleen nog zijn geliefde zoon over; die stuurde hij als laatste
naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. Maar
de wijnbouwers zeiden tegen elkaar: “Dat is de erfgenaam. Kom op, laten we hem
doden, dan is de erfenis van ons.”
Ze grepen hem vast en doodden hem en gooiden zijn lichaam buiten de wijngaard.
Wat zal de eigenaar van de wijngaard daarna doen? Hij zal zelf komen om de
wijnbouwers om te brengen en hij zal de wijngaard aan anderen geven. Hebt u
deze schrifttekst dan niet gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de
hoeksteen geworden Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te
zien.”’
Daarop wilden ze Hem gevangennemen, want ze wisten dat Hij hen op het oog had
bij het vertellen van deze gelijkenis, maar ze waren bang voor de reactie van
de menigte. Dus lieten ze Hem staan en gingen weg.
In een vergelijking laat Jezus zien hoe God heel de geschiedenis lang bezorgd is geweest voor zijn volk. Hij is werkelijk gegaan tot het uiterste. Al diegenen die Hij heeft ingezet hebben hun zending betaald met de dood. Zelfs zijn geliefde Zoon was hetzelfde lot beschoren.
Al te vaak draait ons leven rond het 'hebben', wat ons opsluit in onszelf, en waarin de ander dikwijls een storend element vormt. Onze samenleving is maar al te dikwijls opgebouwd op het hebben, en alles wat daarin past wordt aanvaard. De mens die daaraan niet meedoet en ons oproept te leven uit genade, wordt dikwijls afgekeurd.
God
echter blijft trouw aan de steen die door de bouwers van onze samenleving wordt
afgekeurd en weggeworpen.
Op deze steen bouwt Hij een nieuwe wijze van samenleven van mensen op. In Jezus
begint deze nieuwe wereld. Wie laat zichzelf en zijn omgeving inpassen in het
bouwen van God ?
Uit het evangelie volgens MatteüsUit
het evangelie volgens Matteüs
28, 16-20
De elf leerlingen gingen
naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen had onderricht, en toen ze Hem zagen
bewezen ze Hem eer, al twijfelden enkelen nog.
Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de
aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen
in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze
zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor
ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’
De Vader roept alle naties samen, de Zoon verzamelt hen en de Geest is aan de gelovigen gegeven door het doopsel. De Kerk wordt onophoudelijk geboren uit de Drie-ene God
De Vader was en is van
in het begin. Hij heeft alles geschapen en alles is in Hem. Naar zijn beeld en
gelijkenis zijn wij geschapen.
In zijn Zoon is Hij mens geworden, om ons allen persoonlijk te komen
aanspreken, aanraken. In Christus heeft Hij de wereld verlost door met Hem de
liefde te gaan tot het uiterste om het licht van de Opstanding te schenken aan
ieder van ons.
De Geest heeft Hij geschonken om ons in staat te stellen de Zoon te ontmoeten,
om met Hem, in Hem en door Hem zijn heilige liefde te belichamen.
Uit het evangelie volgens MarcusUit
het evangelie volgens Marcus
11,
27-33
Jezus en zijn leerlingen kwamen weer in
Jeruzalem aan. Toen Jezus zich in de tempel ophield, kwamen de hogepriesters,
de schriftgeleerden en de oudsten van het volk naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Op
grond van welke bevoegdheid doet U die dingen? Wie heeft U het recht gegeven om
zo te handelen?’
Jezus antwoordde: ‘Ik zal u een vraag stellen; als u me daarop antwoord geeft,
zal Ik u zeggen op grond van welke bevoegdheid Ik zo handel. Doopte Johannes in
opdracht van de hemel of in opdracht van mensen? Antwoord mij.’
Ze overlegden met elkaar en zeiden: ‘Als we zeggen: “Van de hemel”, zal Hij
zeggen: “Waarom hebt u hem dan niet geloofd?” Maar als we zeggen: “Van mensen”,
wat dan?’ Ze waren namelijk bang voor de menigte, want iedereen hield Johannes
voor een echte profeet.
Dus zeiden ze tegen Jezus: ‘We weten het niet.’
En Jezus zei tegen hen: ‘Dan zeg Ik ook niet op grond van welke bevoegdheid Ik
die dingen doe.
De Schriftgeleerden vragen Jezus naar zijn gezag. Hij ontwijkt hun vragen, want het zou niets helpen als Hij zou antwoorden. Zij blijven aandringen en staan niet open voor Gods openbaring. Om Hem echt te kunnen ontmoeten en te herkennen als hun Messias, zouden zij meer open en ontvankelijk moeten zijn.
Toen Jezus zich in de tempel ophield, kwamen de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten van het volk naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet U die dingen? Wie heeft U het recht gegeven om zo te handelen?’
Wat deed Jezus dan ?
Kopers en verkopers van het tempelplein afjagen, tafels van geldwisselaars
omver werpen, stoeltjes van duivenverkopers omver gooien, verbieden iets over
het tempelplein te dragen,...
Met welke bevoegdheid ? Met
wie zijn volmacht ?
'Mij is alle macht gegeven
in de hemel en op aarde', lezen we bij Matteüs in hfst 28.
Of bij Marcus al in het eerst hfst:
'Hij sprak niet zoals de schriftgeleerden, maar als iemand die gezag heeft'.
Of elders: 'Voorwaar
voorwaar, Ik zeg u...'. Of gewoon: 'Maar Ik zeg u'.
Het is waar omdat Hij het zegt, Hij die gezegd heeft de weg, de waarheid en het
leven te zijn.
In zijn spreken, in zijn Ik, zit een inwendige zekerheid, een inwendige macht,
de macht van de heilige Geest.
Wat als Hij nu zo eens iets
doet in ons eigen hart ?
Een inwendige tempelreiniging zeg maar.
Zo'n innerlijke reiniging kan allerlei vormen aannemen.
Als we zorgen hebben kan Hij ons op een gegeven ogenblik zeggen: 'Wees niet
bezorgd, Ik ben er toch, Ik ben er voor u, Ik heb zorg voor u. Ik zal uw zorgen
met u dragen, je bent echt niet alleen in het dragen van je zorg.'
Of als het niet meer gaat, kan Hij inwendig zeggen: 'Ik ben er ook nog, je
vergeet me. Probeer innerlijk wat rustig te worden en richt je tot mij die in
je woont. Verenig je met mij opdat je rust en licht vindt in God.'
Of als we dragers van haat zijn, moeilijk kunnen vergeven, dan kan Hij
vanbinnen zeggen: 'Kom naar mij, jij die dat niet uit jezelf kunt, laat me u
tot mij nemen opdat Ik je hart van steen kan veranderen in een hart van vlees,
opdat er leven en verzoening uit mag voortvloeien. Geef je aan mij.'
Of als het gebed droog en duister is: 'Wees trouw, je dorheid dient niet tot
niets, Ik maak je enkel gratuïet in de liefde, Ik maak je volwassen in het
geloof; een geloof dat niet steunt op sentiment maar op pure liefde, op naakt
geloof.'
Enz.
Zo kan Jezus de hele dag, van
de vroege morgen tot de late avond, bezig zijn de tempel van ons hart te
reinigen.
Laten we goede luisteraars worden van ons geweten; de plek waar God ons
zichzelf wil tonen, onszelf in een spiegel plaatst, ons wil reinigen, ten
diepste genezen.
Jacobus 1.26Jacobus 1.26
Wie meent dat hij God dient,
terwijl hij zijn tong niet kan beteugelen,
zit op een dwaalspoor,
en heel zijn godsdienst is vergeefse moeite
mieke mantel
mieke mantel
Uit de eerste brief van Petrus
Uit de eerste brief van Petrus
1, 18-25
Broeders en zusters,
u weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent
vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, maar met
kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus. Al voor de
grondvesting van de wereld is Hij door God uitgekozen, en nu is Hij, aan het
einde van de tijd, verschenen omwille van u. Door Hem gelooft u in God, die Hem
uit de dood heeft opgewekt en Hem laat delen in zijn luister, zodat uw geloof
tevens hoop is op God.
Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid, is uw hart gelouterd en kunt u oprecht
van uw broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief,
met een zuiver hart, als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk
maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord.
‘De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld: het gras
verdort en de bloem valt af, maar het woord van de Heer blijft eeuwig bestaan.’
Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.
De verlossing van het uitverkoren volk uit Egypte wordt hier gezien als een aanzet voor de verlossing van Christus. Hij was het die als een lam zichzelf gaf tot het einde. Het is een aansporing voor alle gelovigen om elkander te beminnen met oprechte broederliefde.

Uit de profeet Sefanja 3, 17
De Heer, je God, zal in je midden zijn,
Hij is de held die je bevrijdt.
Hij zal vol blijdschap zijn,
verheugd over jou,
in zijn liefde zal Hij zwijgen,
in zijn vreugde zal Hij over je jubelen
Uit d brief van Paulus aan de Galaten. 5, 22abUit d brief van Paulus aan de Galaten. 5, 22ab
De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede,
geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof,
zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
als wij GodAls wij ons laten inspireren door Gods geest, dan kunnen wij, in Gods naam, warmte zijn daar waar de relaties tussen de mensen
verkillen. Dan kunnen wij soepelheid brengen daar waar mensen verstarren in onbegrip en onverdraagzaamheid. Dan kunnen wij
echt licht zijn voor de mensen die in de duisternis verkeren. Dan kunnen wij troost zijn voor mensen die verdriet hebben, verlossing
voor mensen die gevangen zitten, gezondheid voor mensen die zwaar ziek zijn. Dan kunnen we verstand zijn voor mensen die geen
raad meer weten. God heeft ons nodig om zijn gaven aan de mensen te geven.
Medeleven met onze medemensen is een voorwaarde om
te kunnen meeleven met God.
Ik wens dat die Geest ons mag blijven bezielen,
Zalig Pinksterfeest
mieke mantel
miike mantel
Uit de eerste brief van Johannes 2, 17Uit de eerste brief van Johannes 2, 17
De wereld met haar begeerte gaat voorbij,
maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid
Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 8, 11Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 8, 11
Als de Geest van Hem die Jezus
uit de dood heeft opgewekt in u woont,
zal Hij die Christus heeft opgewekt
ook u die sterfelijk bent,
levend maken door zijn Geest,
die in u leeft.
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens Johannes
17, 1-11
Jezus sloeg zijn ogen op naar de hemel en zei:
‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de
Zoon uw grootheid tonen.
Hij heeft van U macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die U
Hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken.
Het eeuwige leven, dat is dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die U
gezonden hebt, Jezus Christus.
Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat U mij
opgedragen hebt.
Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die Ik bij U had
voordat de wereld bestond.
Ik heb aan de mensen die U mij uit de wereld gegeven hebt uw Naam
bekendgemaakt. Zij waren van U, maar U hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw
woord bewaard, en nu begrijpen ze dat alles wat U mij hebt gegeven, van U komt.
Ik heb de woorden die Ik van U ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze
aanvaard en nu weten ze echt dat Ik van U gekomen ben, en ze geloven dat U mij
hebt gezonden.
Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die U mij hebt
gegeven, omdat zij van U zijn - alles wat van mij is, is van U, en alles wat
van U is, is van mij – en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is.
Ik ben al niet meer in de wereld, Ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de
wereld.
Heilige Vader, bewaar hen door uw Naam, de Naam die U ook aan mij gegeven hebt,
zodat zij één zijn zoals wij één zijn.
Jezus' gebed is als het ware een geestelijk testament. Hij roept ons op tot trouw aan onze zending: God brengen in onze wereld. God staat aan het begin en aan het einde van ons leven.
In Christus leven betekent deelnemen aan zijn zending. Het betekent in eenheid
met Hem God aanwezig brengen in de wereld waarin we leven, tot bij de mensen
die wij doorheen de dag ontmoeten, in het werk dat we dagelijks doen.
In Christus leven betekent deelnemen aan zijn Liefde tot God en medemens,
doorheen actie en gebed.
In Christus leven betekent je leven als christen ernstig nemen, fris en
welgezind
Uit de Handelingen van de ApostelenUit de Handelingen van de Apostelen
19, 1-8
Terwijl Apollos in
Korinte verbleef, kwam Paulus na zijn reis door het binnenland in Efeze aan.
Hij ontmoette daar enkele leerlingen, aan wie hij vroeg: ‘Hebben jullie de
heilige Geest ontvangen toen jullie het geloof aanvaardden?’
Ze antwoordden: ‘Nee, we hebben zelfs niet gehoord van het bestaan van een
heilige Geest.’
Hij vroeg: ‘Hoe zijn jullie dan gedoopt?’
‘Met de doop van Johannes’ , antwoordden ze.
Daarop zei Paulus: ‘Johannes doopte de mensen om hen een nieuw leven te laten
beginnen en zei tegen hen dat ze moesten geloven in degene die na hem kwam, in
Jezus.’
Toen ze dat gehoord hadden, lieten ze zich dopen in de naam van de Heer Jezus,
en toen Paulus hun de handen had opgelegd daalde de heilige Geest op hen neer,
zodat ze in klanktaal gingen spreken en profeteerden. De voltallige groep
bestond uit ongeveer twaalf mensen.
De volgende drie maanden ging hij regelmatig naar de synagoge, waar hij
vrijmoedig met de bezoekers sprak over het koninkrijk van God en hen met zijn
uiteenzettingen trachtte te overtuigen
Johannes de Doper was de voorloper van Jezus. Het doopsel dat hij toediende was een voorbereiding op de verkondiging van de Blijde Boodschap en de navolging van Jezus. Te Efeze ontmoet Paulus, lang na de dood van Jezus, enkele leerlingen van Johannes die Christus nog niet kennen. Ze zijn bereid christenen te worden en ontvangen de heilige Geest. Zoals te Jeruzalem gaat deze gave gepaard met een pinksterwonder.
Uit de eerste brief van JohannesUit de eerste brief van Johannes
4, 11-16
Geliefde broeders en zusters,
als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben.
Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons
en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.
Dat wij in Hem blijven en Hij in ons, weten we doordat Hij ons heeft laten
delen in zijn Geest.
En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon
gezonden heeft als redder van de wereld.
Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft
hij in God.
Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop.
God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.
God blijft in ons en wij in Hem door de liefde en door het geloof in zijn Zoon, wat een gave is van de Geest.

Uit de tweede brief van Johannes 1.9b
Wie bij die leer van Christus blijft,
heeft zowel de Vader als de Zoon.
mieke mantel
mieke mantel
Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 8, 38-39Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 8, 38-39
Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven,
engelen noch machten noch krachten,
heden noch toekomst, hoogte noch diepte,
of wat er ook maar in de schepping is,
ons zal kunnen scheiden van de liefde van God,
die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer