Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
akke.beakke.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Berichten van 1 januari 2012 tot 31 december 2012

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
7, 1-10

Toen Jezus aan het eind was gekomen van zijn toespraak tot de menigte ging Hij Kafarnaüm in. Een centurio die daar woonde had een slaaf die ernstig ziek was en op sterven lag; de centurio was erg op deze slaaf gesteld. Toen hij over Jezus hoorde, zond hij enkele Joodse leiders naar Hem toe om Hem te vragen bij Hem te komen en zijn slaaf van de dood te redden.
Toen ze bij Jezus waren gekomen, drongen ze er bij Hem op aan mee te gaan. Ze zeiden: ‘De man die u dit verzoekt, verdient het dat u hem deze gunst bewijst. Want hij is ons volk goedgezind en heeft voor ons de synagoge laten bouwen.’
Jezus ging samen met hen op weg. Hij was al niet ver meer van het huis verwijderd, toen de centurio enkele vrienden naar Hem toe stuurde met de mededeling: ‘Heer, spaar U de moeite, want ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt. Daarom ook achtte ik mij niet waardig om zelf naar U toe te gaan. Maar U hoeft maar te spreken en mijn knecht zal genezen zijn. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn slaaf zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich over hem; Hij keerde zich om naar de menigte die Hem volgde en zei: ‘Ik zeg jullie, zelfs in Israël heb ik niet zo’n groot geloof gevonden!’
Toen de vrienden van de centurio terugkeerden naar zijn huis, troffen ze daar de slaaf in goede gezondheid aan.


Er is maar één voorwaarde nodig om deel te krijgen aan Jezus' goedheid en genade, en dat is niet dat je tot een bepaald volk behoort en ook niet aan bepaalde morele kwaliteiten voldoet, of bepaalde deugden hebt, of gerechtigheid nastreeft, nee, er is maar één ding voor nodig en dat is: geloof. Dat je gelooft in de goedheid van God en dat je gelooft dat zijn genade niet aan willekeur onderhevig is. Dat Hij het in zijn macht heeft om te kunnen doen wat Hij wil.
Precies zoals de centurio. Hij weet ook wat macht is, want hij heeft zelf macht over anderen, ook al is hij zich ervan bewust dat de macht van Jezus van een totaal andere aard is dan de wereldse macht. Nu echter weet hij zichzelf een ondergeschikte tegenover Jezus, als tegenover een superieur die de macht heeft om te bevelen en om die bevelen ook tot uitvoering te kunnen laten komen. Met een enkel woord, zo gelooft hij, kan Jezus gebieden. Alleen maar één woord, één enkel woord hoeft Hij maar te zeggen en dan gebeurt wat er in het Oude Verbond in de belofte ook al gebeurde. Voor God is niets te moeilijk! Geen ongelovig lachen bij wat God belooft, maar achter zijn machtige arm zijn goede hart zien. Je gelooft in de goedheid van God, in zijn liefde, en dat brengt mee, dat je gelooft in zijn macht.

Wij geloven in God die liefde is en die de macht heeft om wat Hij in zijn liefde heeft besloten ook tot uitvoering te brengen. Is dat niet wat wij in de eucharistie vieren? Liefde geeft daar de toon aan en Hij heeft de macht om te doen wat Hij in zijn liefde heeft besloten. Hij laat brood en wijn worden tot het Lichaam en Bloed van Christus, én een nog veel groter wonder: Hij verandert mensen die betrokken zijn op zichzelf tot mensen die betrokken zijn op de ander, op God en op de naasten.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:27 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
8, 34-35

Jezus riep de menigte samen met de leerlingen
bij zich en zei: 'Wie mijn volgeling wil zijn, moet
zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen
en zo achter mij aan komen. Want ieder die zijn
leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie
zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie,
zal het behouden.'

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:51 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
3, 13-17

'Er is nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon.
Deze moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven heeft.
Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden.'

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:14 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas 6.36-38

Lucas 6.36-38

Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.
Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden. Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.’

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:14 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas 5, 1-

 Lucas 5, 1-

Toen Jezus eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om Hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, zag Hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen.
Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; Hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot.
Toen Hij was opgehouden met spreken, zei Hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’
Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als U het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’
En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren. Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken.
Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’
Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten.
Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’
En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden Hem
.

Wij kunnen de Heer ontmoeten in tekenen. Eén van deze tekenen is het apostolaat. De apostelen kunnen zwoegen en werken, maar dikwijls zonder merkbaar resultaat. Op een teken van de Heer wierpen zij hun netten uit. En het lukte. Zo geeft Christus stuwkracht aan alwie Hem volgt.

Geloven kunnen we moeilijk wanneer we ons laten drijven op de wind van onze lust, op de stroming van genot en eigenzin, door onze zeilen gewoon naar de wind te zetten.
We hebben iemand nodig die ons zegt: 'Vaar naar diep water'. Durf je netten daar uit te werpen. Gooi het met je leven over een andere boeg. We hebben een gids nodig, een loods, een compas waar we gelovig op aansturen: Jezus.

Jezus koos als zijn eerste leerlingen mensen van de zee en van het strand, mensen zoals wij, met haken en ogen, met stormschade en met breekbare netten. Hij roept ons om te luisteren naar zijn Woord, om zijn Boodschap te beminnen, om ons te schenken aan Hem.

Laten we deze trein van genade niet missen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:33 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
4, 38-44

Na het verlaten van de synagoge ging Jezus naar het huis van Simon. Simons schoonmoeder had hoge koorts, en ze vroegen Hem om haar te helpen.
Hij boog zich over haar heen en sprak de koorts bestraffend toe. Die verliet haar, en meteen stond ze op en begon voor hen te zorgen.
Toen de zon was ondergegaan, brachten de mensen al hun zieken naar Hem toe, aan welke kwaal ze ook leden. Hij legde hun een voor een de hand op en genas hen. Hij dreef ook veel demonen uit, die schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ Hij sprak hen bestraffend toe en verbood hun iets te zeggen; ze wisten immers dat Hij de messias was.
Bij het aanbreken van de dag vertrok Hij en ging naar een eenzame plaats. De mensen gingen Hem zoeken, en toen ze Hem gevonden hadden probeerden ze Hem ervan te weerhouden bij hen weg te gaan. Maar Hij zei tegen hen: ‘Ook in de andere steden moet Ik het goede nieuws over het koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben Ik gezonden.’
En Hij maakte dat goede nieuws bekend in de synagogen van Judea.

De mensen wilden Jezus, de wonderdoener, vasthouden voor zichzelf. De genezingen die Hij verrichtte gaven daar schijnbaar aanleiding toe. Maar Jezus was gekomen voor alle mensen en niet slechts voor een kleine groep.


Simons schoonmoeder had hoge koorts, en ze vroegen Jezus om haar te helpen. Hij boog zich over haar heen en sprak de koorts bestraffend toe. Die verliet haar, en meteen stond ze op en begon voor hen te zorgen.

Meteen stond ze op en begon voor hen te zorgen...
Wie geraakt wordt door de Heer, wie door Hem genezen wordt staat op, bij de schoonmoeder van Petrus letterlijk, maar ook in het hart. Zij mocht bij wijze van spreken al even proeven van de genade van Jezus' opstanding die korte tijd later zou plaatsvinden.

Zo is het ook met ons. Wanneer wij ons laten raken door Jezus, ons laten genezen door Hem, maakt Jezus ons deelgenoot van zijn opstanding, deelgenoot van zijn verrijzenisvreugde en -vrede waarvan we drager worden en als het goed is ook uitdrager.

Wanneer we biddend terugblikken op ons leven zullen we zeker momenten bespeuren waarin we ons aangeraakt wisten door de Heer, op welke wijze ook. Het is goed dat we deze momenten her-inneren, ze een plaats geven in ons innerlijk, opdat ze een blijvende bron mogen zijn van genade, een bron van levengevend water waar Jezus zelf de oorzaak van is.
We kunnen deze genade ook wegduwen, ze wegdringen naar ons onderbewuste, waar haar vlammetje langzaam maar zeker uitdooft en alle kracht verliest. Dat zou jammer zijn.
Wanneer Jezus ons aanraakt is dat altijd met de bedoeling dat we innerlijk zouden opstaan, verenigd met Hem kijkend naar de Vader van wie alle genade komt. In Hem zal Jezus ons ja-woord tot de Vader bezielen met de liefde van de heilige Geest opdat het in waarheid mag gezegd worden en vruchten mag afwerpen die haar oorsprong vinden in God zelf.

Laten we de Heer in ons leven her-inneren. Dat dit ons blij en dankbaar mag stemmen. Dat de her-innering ons mag doen opstaan, het Pasen uitdragend naar allen die God op ons levenspad brengt.

Simons schoonmoeder, zo lezen we, begon nadat ze opstond voor hen te zorgen. Zo mooi. Laten we niet opstaan en zomaar wat rondkijken. Laten we zorgend gaan leven, met zorg voor elkaar: thuis, op school, op het werk, in de buurt, naar de armen toe, naar hen die geen licht meer zien,...

Laat ons opstaan en Paasmensen worden: vanuit Gods vrede zorg dragen voor onze samenleving.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:29 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
4, 16-30

Jezus kwam ook in Nazaret, waar Hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging Hij op sabbat naar de synagoge.
Toen Hij opstond om voor te lezen, werd Hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en Hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat: ‘De Geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft Hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’
Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht.
Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’
Allen betuigden Hem hun bijval en verwonderden zich over de genaderijke woorden die uit zijn mond vloeiden, en ze zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’
En Hij zei tegen hen: ‘Ongetwijfeld zullen jullie me dit gezegde voorhouden: Geneesheer, genees uzelf. Doe alles waarvan wij gehoord hebben dat het in Kafarnaüm gebeurd is, ook hier in uw vaderstad.’
Hij vervolgde: ‘Luister, Ik zeg jullie dat geen enkele profeet welkom is in zijn vaderstad. Maar Ik zeg het jullie zoals het is: in de tijd van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden lang gesloten bleef en er in het land een grote hongersnood uitbrak, waren er veel weduwen in Israël. Toch werd Elia niet naar een van hen gezonden, maar naar een weduwe in Sarepta bij Sidon. En in de tijd van de profeet Elisa waren er veel mensen in Israël die leden aan huidvraat, maar niemand van hen werd gereinigd, behalve de Syriër Naäman.’
Toen de aanwezigen in de synagoge dit hoorden, ontstaken ze in grote woede. Ze sprongen op en dreven Hem de stad uit, naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem in de afgrond te storten.
Maar Hij liep midden tussen hen door en vertrok
.

In de synagoge van Nazaret verklaart Jezus dat de woorden uit de profeet Jesaja nu in vervulling zijn gegaan. Gods Geest rust op Hem. Hij is de gezalfde, de Christus, gezonden om de Blijde Boodschap te verkondigen. In Nazareth vindt Hij geen gehoor, maar bij de heidenen wel. Zijn boodschap is er voor allen

Jezus rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht. Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’

Jezus is verleden, heden en toekomst.
Hij heeft historisch gezien hier op aarde rond gelopen, Hij is vandaag aanwezig in en onder ons, en Hij zal komen bij zijn wederkomst.
De woorden ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’ gaan terug op de tijd dat Hij lijfelijk onder ons was, ze gaan ook over de dagen van zijn wederkomst, maar ze gaan ook over de dag van vandaag.

Dat is het mooie aan het evangelie: het is elke dag nieuw,
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

 Matteüs
25, 14-30

Jezus hield zijn leerlingen volgende gelijkenis voor:
'Het zal met het Rijk der hemelen zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij.
Meteen ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het.
Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”

Laten we, om deze parabel goed te verstaan, vertrekken van het woord talent. Dit woord roept iets op dat je gegeven wordt. Een talent kan je niet kopen in een grootwarenhuis. Er bestaat nergens een firma waar talenten gemaakt worden. Niemand in heel de wereld heeft er een patent op. Talenten zijn aangeboren.
Wat uit de parabel nog het duidelijkst naar voor komt, is dat ieder mens talenten van God meekrijgt. God gaat, wat dit betreft, aan niemand helemaal voorbij. Van onszelf durven we niet zo vlug zeggen dat we talenten hebben. God zegt: ieder mens heeft er. Wat meer is: het komt er niet zozeer op aan of je vijf of twee of maar één talent hebt. De beloning is voor ieder dezelfde, zolang je de gekregen talent(en) maar niet oppot of begraaft als dood kapitaal. Omdat we van God allemaal talenten ontvingen, mogen we ons allemaal ook als een bevoorrecht kind van God zien.

Een tweede les over God is de volgende: God vertrouwt de mensen. Hij vertrouwt alles van zichzelf, zijn rijkdom, zijn genade, zijn kracht, zijn liefde, en zijn goedheid aan mensen toe. Hij wil het risico met ons lopen dat we er niets mee doen. Het eigenaardigste van alles is: God maakt zijn beloning niet afhankelijk van de vruchten die onze talenten opleveren. Die vruchten komen er gewoon bij. Het enige wat God niet duldt, is dat we uit angst niets durven doen met de gaven uit zijn hand.
In volle vertrouwen vraagt de Heer ons groei, aangroei. Hij rekent erop dat wij de verantwoordelijkheid voor ons eigen leven werkelijk opnemen, de risico's inbegrepen. Maar die zijn er zowel langs de kant van God als langs de kant van de mensen.

Ten derde, zegt Matteüs, de heer van de parabel is de Heer van het Rijk. De talenten die Hij ons schenkt, geeft Hij met het oog op de uitbouw van het Rijk. We dienen ze te gebruiken, niet ten bate van onszelf, maar van God. We mogen er nooit aan voorbij gaan dat de Heer ons die talenten schenkt om zijn Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid te vestigen; een Rijk waar hardheid vervangen wordt door goedheid, en egoïsme door voortdurende dienstbaarheid jegens God en de medemensen.
Waar wij met ons vermogen om vrede te stichten ruzies vermijden, daar groeit Gods Rijk. Wie het talent heeft om goed te doen en lief te hebben en dat ook doet met het hart, handen en voeten, bouwt aan het Rijk Gods.

We zullen straks verbaasd opkijken als onze God van trouw en vertrouwen tegen ons zegt: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:40 Reageer op dit bericht Stuur door

Matteüs

 Matteüs

25, 1-13

Jezus hield zijn leerlingen volgende gelijkenis voor:

'Het zal met het Koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en erop uittrokken, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs.

De dwaze meisjes hadden wel hun lampen gepakt, maar geen extra olie. De wijze meisjes hadden behalve hun lampen ook olie in kruiken bij zich.

Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in. Midden in de nacht klonk er luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet.”

Dat wekte de meisjes en ze brachten hun olielampen in orde. De dwaze meisjes zeiden tegen de wijze: “Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan al uit.”

De wijze meisjes antwoordden: “Nee, straks is er nog te weinig voor ons en jullie samen. Zoek liever een verkoper en koop zelf olie.”

Terwijl zij op olie uit waren, arriveerde de bruidegom, en zij die klaarstonden gingen met hem naar binnen voor het bruiloftsfeest, waarna de deur gesloten werd.

Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: “Heer, heer, laat ons binnen!”

Maar hij antwoordde: “Ik ken jullie werkelijk niet.”

Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip hij komt.'

Naast waakzaamheid raadt Jezus de christenen ook wijsheid en voorzichtigheid aan. De boodschap van het evangelie moet nu reeds in de praktijk worden gebracht. Anders zullen wij niet klaar zijn wanneer de bruidegom komt. De Kerk wordt hier bruid genoemd. Zij bereidt zich voor op de komst van de bruidegom, Christus haar Heer.

Christus Jezus zal komen als onze verlosser en rechter aan de grens van de tijd. Dan zullen we Hem ontmoeten, eens en voor altijd. Wie we ook zijn, waar en hoe we ook geleefd hebben... de ontmoeting zal plaatsvinden. Laten we dus waakzaam zijn.

 

De parabel handelt niet enkel over de ontmoeting met de Heer bij ons sterven. Hij handelt ook over elk moment waarop we de Heer ontmoeten of ervaren dat Hij op ons toekomt (nu dus bijvoorbeeld in zijn Woord dat je zonet gelezen hebt in de lezingen van de dag). Jezus Christus is niet alleen toekomst, Hij is ook heden en hier. Ook daarvoor moeten we waakzaam zijn.

 

Ieder moment van de dag kan een moment worden van eeuwigheid, een kans om God en de medemensen te dienen en hen te beminnen met de liefde die de Allerhoogste ons toereikt.

Soms kan Hij opeens voor ons staan, klaar en helder en heel bewust. Duidelijk klinkt dan de plotse roep "Daar is de bruidegom!"

Maar soms gebeurt het dat Hij als het ware op ons toesluipt op zachte voeten. Opeens staat Hij dan stil naast ons, stil achter ons.

Of Hij gaat met ons mee zonder spreken, zonder zichtbaar of hoorbaar teken. Maar Hij is er wel.

Het kan ook zijn dat ons geloof wankelt, dat ons bidden en zelfs beminnen dor is, dat we twijfelen, enz... ook dan is Hij midden onder ons en leidt Hij ons.

Hij is altijd tussen ons en in ons, als de aanwezige én de komende.

 

Laten ons leven met een wakker hart.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:48 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs 24, 42-51

Uit het evangelie volgens Matteüs
24, 42-51

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Wees waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.
Besef wel: als de heer des huizes had geweten in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan zou hij wakker gebleven zijn en niet in zijn huis hebben laten inbreken. Daarom moeten ook jullie klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht.
Wie is die betrouwbare en verstandige dienaar die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel om hun op tijd te eten te geven? Gelukkig de dienaar die daarmee bezig is wanneer zijn Heer komt. Ik verzeker jullie: Hij zal hem aanstellen over alles wat Hij bezit.
Slecht is echter de dienaar die bij zichzelf zegt: Mijn Heer blijft voorlopig nog weg, en die zijn mededienaren begint te slaan en het met dronkaards op een slempen zet. Dan zal de Heer van die dienaar komen op een dag waarop hij het niet verwacht en op een tijdstip dat hij niet kent, en Hij zal hem straffen met zijn zwaard en hem het lot van de huichelaars laten ondergaan; daar zal hij met hen jammeren en knarsetanden.'

In een toespraak over de eindtijd, spoort Jezus ons aan waakzaam te zijn en onze tijd goed te gebruiken. Wij kennen dag noch uur van de laatste komst van de Heer.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:27 Reageer op dit bericht Stuur door

- Filippenzen 2:3-4

Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. -- Filippenzen 2:3-4
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 12:37 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volge
Matteüs
lie

Uit het evangelie volgens Matteüs
23, 13-22

ens Matteüs
Uit het evangelie volgens Matteüs23, 13-22

13-22

'Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het Koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe.
Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie bereizen landen en zeeën om één enkele proseliet te winnen, en wanneer je hem eenmaal voor je gewonnen hebt, wordt hij dankzij jullie tot een hellekind in het kwadraat.
Wee jullie, blinde leiders, jullie zeggen: “Wanneer iemand zweert bij de tempel, is dat niet geldig. Alleen wie zweert bij het goud van de tempel, is aan die eed gebonden.” Dwaas zijn jullie en blind, wat is nu van meer waarde: het goud of de tempel die het goud geheiligd heeft?
Zo zeggen jullie ook: “Wanneer iemand zweert bij het altaar, is dat niet geldig. Alleen wie zweert bij de offergave die daarop ligt, is aan die eed gebonden.” Blind zijn jullie, wat is nu van meer waarde: de offergave of het altaar dat de offergave heiligt?
Wie dus zweert bij het altaar, zweert daarbij en bij alles wat daarop ligt. En wie zweert bij de tempel, zweert daarbij en bij degene die hem bewoont. En wie zweert bij de hemel, zweert bij de troon van God en bij Hem die daarop gezeten is.

Tot driemaal toe herhaalt Jezus aan de Farizeeën: 'Wee jullie.' Want ze hebben meer aandacht voor wetten dan voor mensen. Ze stapelen belofte op belofte, onderlijnen die met krachtwoorden, maar God interesseert hen niet veel.


'Wee jullie.'

Wat Jezus ten diepste aanklaagt is de huichalarij en het formalisme als doel. De huichelarij die zegt God te dienen maar zichzelf dient, die zegt God te zoeken maar zichzelf achterna loopt. Het formalisme dat mensen slaaf maakt van praktijken zonden inhoud, een soort gewetenssusserij dat mensen in het gedacht brengt goed en vroom bezig te zijn, maar in werkelijkheid zijn ze slaaf van wat ze de wet noemen. Ze zijn als appels van buiten glanzend en mooi, maar leeg en smaakloos vanbinnen.

Bij Jezus gaat het om de Gods-ontmoeting. Hij heeft het gebed niet afgeschaft maar wil dat er met het hart wordt gebeden. Niet slaafs, maar van harte, van Aangezicht tot aangezicht, in volle ontmoeting met de Vader, gericht op een liefdevol leven.
Deze weg gebeurt doorgaans in stilte, zonder al te veel op te vallen, gewoonlijk ook zonder al te luid alleluia. Dikwijls is het zelfs een weg van droogte, van dorst naar de Levende.
Het heeft niets met huichelarij of formalisme te maken. Het heeft met het hart te maken.

Het christendom is een hartelijke godsdienst, een godsdienst van het hart, van Hart tot hart, in Christus' Naam.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:39 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes
1, 45-51

Filippus kwam Natanaël tegen en zei tegen hem: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!’
‘Uit Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’
‘Ga zelf maar kijken’, zei Filippus.
Jezus zag Natanaël aankomen en zei: ‘Dat is nu een echte Israëliet, een mens zonder bedrog.’
‘Waar kent u mij van?’ vroeg Natanaël.
Jezus antwoordde: ‘Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat.’
‘Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ zei Natanaël.
Jezus vroeg: ‘Geloof je omdat Ik tegen je zei dat ik je onder de vijgenboom zag zitten? Je zult nog grotere dingen zien.’
‘Waarachtig, Ik verzeker jullie’ , voegde Hij eraan toe, ‘jullie zullen de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar
de Mensenzoon.’

De eerste leerlingen van Jezus trokken anderen aan. Maar beslissend voor de geloofsovergave blijft, zoals bij Natanaël, de ontmoeting met Jezus zelf. Hij ervaart doorheen de menselijke gestalte van Jezus iets diepers en wordt erdoor getroffen, zodat hij anders gaat denken en leven. Wie zich bekeert tot Jezus zal de hemel open zien en Gods glorie aanschouwen.


Nathanaël zat onder de vijgenboom. Wellicht in Kana waar hij woonde.
Jezus zei: 'Ik had je al gezien vóórdat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat', zo hoorden we vandaag.

Voor de vrome Jood was het een gebruikelijke plaats om zich bezig te houden met de dingen van God. Met zijn laag neerhangende takken kon je er ongestoord en ongezien je wijden aan de studie van de Schrift. Het is een plek van vrede. Ongetwijfeld heeft Nathanaël daar onder de vijgenboom zijn verlangen naar de Komende gevoed.
Hij heeft zijn verwachting levend gehouden. Hij heeft gebeden om de komst van de Messias.
En dan wordt hij geroepen om de Messias te zien en te ontmoeten.

Het is goed voor ieder van ons om zo'n vijgenboom te hebben. Om een plek van rust te hebben, een plek van overdenking en gebed. Een plek waar je her-innerd wordt aan de vrede met God en waar je die vrede kunt oefenen. Een plek ook waar je jezelf voorbereidt op zijn komen in jouw leven.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Spreuken

Uit het boek Spreuken
9, 1-6

Wijsheid heeft haar huis gebouwd, zeven zuilen heeft ze uitgekapt. Ze heeft haar vee geslacht, haar wijn gemengd, haar tafel heeft ze gedekt.
Haar dienaressen heeft zij de stad in gestuurd, zelf roept zij vanaf de hoogste plaats: ‘Onnozele mensen, kom toch deze kant op.’
Wie geen verstand heeft roept ze toe: ‘Kom, eet het brood dat ik je geef,
drink de wijn die ik heb gemengd. Wees niet langer zo onnozel, leef, en betreed de weg van het inzicht.’

Toen God door de Wijsheid zijn volk bezocht, was Hij het en niet de mensen, die het eerst het voedsel van inzicht en leven schonk. Toen Hij ons bezocht door zijn Zoon, heeft deze ons eigen lichaam en zijn eigen bloed als voedsel voor het eeuwig leven gegeven.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:34 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
19, 3-12

Er kwamen enkele Farizeeën op Jezus af om Hem op de proef te stellen. Ze vroegen: ‘Mag een man zijn vrouw om willekeurig welke reden verstoten?’
Hij zei: ‘Hebt u niet gelezen dat de Schepper de mens bij het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt?’
En Hij vervolgde: ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden; ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’
Toen vroegen ze hem: ‘Waarom heeft Mozes dan voorgeschreven haar een scheidingsbrief te geven en haar zo te verstoten?’
Hij antwoordde: ‘Omdat u harteloos en koppig bent, daarom heeft Mozes u toegestaan uw vrouw te verstoten. Maar dat is niet vanaf het begin zo geweest. Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis.’
Hierop zeiden zijn leerlingen: ‘Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen.’
Hij zei tegen hen: ‘Niet iedereen kan deze kwestie begrijpen, alleen degenen aan wie het gegeven is: er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar geboren werden, andere omdat ze door mensen onvruchtbaar gemaakt zijn, en er zijn mannen die niet trouwen omdat ze zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het Koninkrijk van de hemel. Laat wie bij machte is dit te begrijpen het begrijpen!’

Het huwelijk is een onverbrekelijke band tussen man en vrouw. Zo heeft God het gewild. Het is geen eenvoudig kontrakt dat kan verbroken worden. God zelf was trouw tegenover zijn volk. Die trouw vraagt Hij ook van man en vrouw tegenover elkaar

Wanneer twee mensen verliefd worden kan het ervan komen dat ze kiezen om te trouwen. 'Zij ' kiezen, maar wat er gebeurt bij het altaar is niet van hen. God is daar werkzaam. Hij maakt deze twee mensen tot één. Zij doen dat niet zelf, het is iets dat aan hen gebeurt, puur gave. Dat is de kern van het sacrament van het huwelijk.

Bedoeling is dat de twee geliefden dagelijks putten uit dit sacrament. Het is zoals een doopsel, elk sacrament is een bron van levend water die niet ophoudt genade te schenken. Vandaar

 

het belang bij deze bron te blijven, in goede en kwade dagen.
Dit laatste is niet vanzelfsprekend, een hele opdracht !

Liefde is gave, maar tevens een opgave, waar dagelijks aan gewerkt moet worden, waar veel in ver- en gedragen moet worden. Het is een weg waaraan getimmerd moet worden doorheen alle fases van het leven.

In het huwelijk kan een koppel getuigen van Gods trouw aan de mens. Zij zijn als het ware beeld van deze trouw.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:06 Reageer op dit bericht Stuur door

2 Corinthiër 7:1 HTB

 

“Vrienden, omdat God ons zulke geweldige beloften heeft gedaan, moeten wij ons afkeren van alles wat ons lichamelijk en geestelijk bevuilt. Wij moeten onszelf reinigen door ontzag voor God te hebben en ons volkomen aan Hem te geven.” 2 Corinthiër 7:1 HTB

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:41 Reageer op dit bericht Stuur door

eerste brief van Paulus aan de Korintiërs

eerste brief van Paulus aan de Korintiërs
15, 20-26

Broeders en zusters,
Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen.
Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt.
Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer Hij komt, zij die Hem toebehoren.
En dan komt het einde en draagt Hij het koningschap over aan God, de Vader, nadat Hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft.
Want Hij moet koning zijn totdat ‘God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd’. De laatste vijand die vernietigd wordt is de dood

Als eerste en voornaamste Christus, vervolgens zij die Christus toebehoren.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:58 Reageer op dit bericht Stuur door

-- Hebreeen 13:5

Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: ‘Nooit zal ik u afvallen, nooit zal ik u verlaten,’ zodat we vol vertrouwen kunnen zeggen: ‘De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat zouden mensen mij kunnen doen?’ -- Hebreeen 13:5
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 14:41 Reageer op dit bericht Stuur door

Galaten 5.13-14

Galaten 5.13-14

Het Boek

 Broeders, God heeft u niet de vrijheid gegeven om te misbruiken en uw eigen zin te doen, maar om elkaar te dienen in een geest van liefde.

De hele wet is immers samengevat in dit ene gebod: "Houd net zoveel van uw medemens als van uzelf."

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Johannes 6.41-51

Johannes 6.41-51

De Joden begonnen te protesteren omdat Jezus zei dat Hij het brood was dat uit de hemel was neergedaald.
‘Dat is toch Jezus, de zoon van Jozef? We weten toch wie zijn vader en moeder zijn? Hoe kan Hij dan zeggen dat Hij uit de hemel is neergedaald?’
Jezus zei: ‘Ik hoor u bezwaren maken. Toch kan niemand bij mij komen, tenzij de Vader die mij gezonden heeft hem bij me brengt, en Ik zal hem op de laatste dag tot leven wekken. Het staat geschreven in de Profeten: “Zij zullen allemaal door God onderricht worden.” Iedereen die naar de Vader luistert en van Hem leert komt bij mij. Niet dat iemand ooit de Vader gezien heeft – alleen hij die van God komt, heeft Hem gezien. Waarachtig, Ik verzeker u: wie gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het brood dat leven geeft. Uw voorouders hebben in de woestijn manna gegeten en toch zijn zij gestorven. Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat Ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.

De eeuwige vraag omtrent Jezus luidt: staat Hij niet te dicht bij ons om van elders te komen? Is Hij niet te goed ingeburgerd op onze aarde om van God te komen? Nochtans door Christus trekt de Vader de mensen tot zich. Door Christus, gegeven als brood, schenkt de Vader aan de mensen het eeuwig leven.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:38 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs17.14-20

Toen Jezus en de leerlingen zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water. Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’
Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.’
Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen.
Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe.
Eenmaal met Hem alleen vroegen ze: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’
Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’

Gebrek aan geloof maakt het de leerlingen onmogelijk om de zin te ontdekken van de wonderen in Christus' zending. Zijn werken zijn niet enkel gebaseerd op wonderen, maar vooral op de aanwezigheid van zijn Geest. Deze bewerkt het geloof en doet alles zien met de ogen van God.

Twijfel is niet het tegendeel van geloof, maar een wezenlijk bestanddeel ervan. Moest het geloof een zomaar vanzelfsprekende zaak zijn zou de mens niet groeien. Juist doorheen twijfel maakt God ons sterk en volwassen, leert Hij ons geloven, los van gevoelens, maar enkel gericht op Hem, vanuit zijn aanwezigheid in ons.

Geloof is tegelijk een gave én een act van de mens.
Het is gave omdat de mens niet zou kunnen geloven zonder dat God zijn Geest in ons hart heeft gelegd. Het is de Geest die ons naar God zal wenden, Hij zal ons leren bidden, Hij zal dat in ons doen.
Maar geloof is ook een act van de mens. De mens moet kiezen om te geloven, hij moet het willen, hij moet willen meewerken met de Geest. De mens kan namelijk ook 'nee' zeggen, en dan zal God zich in de meeste gevallen ook nederig afzijdig houden. Hij respecteert de vrijheid van de mens. Dat afzijdig houden is echter geen passief gebeuren van God. In alle deemoed zal Hij in al zijn liefde blijven aankloppen aan de deur van ons hart, tot we opendoen en Hem welkom heten. Hij dorst naar ons.

Geloof is een houding van overgave. Ik 'geloof'  is een beweging van de mens naar God toe, nadat God een beweging heeft gedaan naar de mens toe. Het is op zijn uitnodiging, zeg maar door de inwoning van de Geest, dat wij kunnen zeggen: 'Ik geef mijn hart aan U'.
Wie dit nederig kan, in een diepe stille overgave, in een werkelijk bewustzijn dat God hem in zich wilt opnemen, zal de genade van groei ontvangen. Het kan gepaard gaan met een stille ervaring van 'alleluja', maar het kan evengoed gepaard gaan met woestijn, met een zwijgen van de Heer, wat ons kan doen twijfelen. Hier is God de liefdevolle opvoeder. Trouw en discipline zijn hier de sleutelwoorden om deze tijd van woestijn in liefde te kunnen aanvaarden, gelovend dat God met ons, de Kerk, de wereld, bezig is.

Laat ons niet ophouden dagelijks te bidden, ook al zegt het ons bij momenten misschien weinig.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:14 Reageer op dit bericht Stuur door

Johannes 12.24

Johannes 12.24

'Waarachtig Ik verzeker u: als een graankorrel niet

        in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel,       

        maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.'

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:57 Reageer op dit bericht Stuur door

Johannes 15.9-13

Johannes 15.9-13

'Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft liefgehad.

        Blijf in mijn liefde. Je blijft in mijn liefde als je je aan mijn

        geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn

        Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf.

        Dit zeg Ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal

        je vreugde volkomen zijn.

        Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb

        liefgehad. Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor

        je vrienden.'

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:57 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Daniël

Uit het boek Daniël
7, 9-10 + 13-14

In mijn visioen zag ik dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. Een rivier van vuur welde op en stroomde voor hem uit. Duizend maal duizenden dienden hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor hem. Het hof nam plaats en de boeken werden geopend.
In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.

Zijn kleed was wit als sneeuw.

Uit het evangelie volgens Marcus
9, 2-10

Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze helemaal alleen waren. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn kleren gingen helder wit glanzen, zo wit als geen enkele wolwasser op aarde voor elkaar zou kunnen krijgen.
Toen verscheen Elia aan hen, samen met Mozes, en ze spraken met Jezus.
Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Rabbi, het is goed dat wij hier zijn; laten we drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ Hij wist niet goed wat hij moest zeggen, want ze waren door schrik overweldigd.
Toen viel de schaduw van een wolk over hen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!’
Ze keken om zich heen en zagen opeens niemand meer, behalve Jezus, die nog bij hen stond.
Toen ze de berg afdaalden, zei Hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de Mensenzoon uit de dood zou zijn opgestaan.
Ze namen zijn woorden ter harte, maar vroegen zich
onder elkaar wel af wat hij bedoelde met deze opstanding uit de dood.

Jezus neemt drie van zijn leerlingen mee naar de berg Tabor. Zij mogen als het ware een blik vooruit werpen, Jezus als God ervaren en zien waar dit alles op zal eindigen: zijn verheerlijking.

Soms overvallen ons bepaalde gebeurtenissen waarvan wij slechts achteraf de diepe zin ontdekken. Zo hebben de drie uitverkoren leerlingen, Petrus, Jakobus en Johannes, het Tabor-gebeuren ervaren. De verblindende helderheid waarmee Jezus hen zijn waar gelaat van God laat zien overrompelt hen zo, dat zij dit mooie moment willen vasthouden. Zij voelen zich op hun bestemming. Waarom nog verder gaan? Zonder de pijn en het lijden van Goede Vrijdag zouden zij Pasen willen vieren. In deze voorafbeelding van zijn verrijzenis gunt Jezus ons een blik achter de schermen van onze eeuwige toekomst. Maar met Hem moeten wij ook de weg naar Jeruzalem gaan, de weg van een consequent geloof tot het uiterste.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:01 Reageer op dit bericht Stuur door

Johannes 6.27

Johannes 6.27

       'U moet  geen moeite doen voor voedsel dat vergaat,

        maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft;       

        de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf,

        heeft Hem die volmacht gegeven.'

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:51 Reageer op dit bericht Stuur door

1 Samuël 16:7 HTB

“Maar de HERE zei tegen hem: "Beoordeel een man niet op zijn uiterlijk of zijn lengte, want dit is niet de man die Ik bedoel. Ik beslis op andere gronden dan u! De mensen beoordelen iemand naar zijn uiterlijk, maar Ik kijk naar zijn gedachten en hoe hij innerlijk is.”

1 Samuël 16:7 HTB

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:12 Reageer op dit bericht Stuur door

Jesaja 29.16

       Jesaja 29.16

       Wat halen zij zich toch in het hoofd! Is Hij, de pottenbakker, niet veel belangrijker dan de potten die Hij maakt? Zult u tegen Hem zeggen: "Hij heeft ons niet gemaakt?"

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
13, 44-46

Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen.
Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen.'

De twee korte parabels die Mattheüs hier weergeeft, de parabel van de schat in de akker en de parabel van de parel, willen het gedrag van de gelovigen illustreren. In blijde hoop en niet uit vrees voor de straf moeten zij zich van alles ontdoen om het rijk te verwerven.

Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen.

Wie werkelijk van God houdt wil ten volle leven voor Hem. Hij wil alles geven om Gods liefde te kunnen beantwoorden. Dit geven geeft vreugde; een vreugde die haar wortels vindt in God.

In wezen gaat het hier over dezelfde vreugde van de wijzen toen zij in het oosten de ster ontdekten die hen naar de koning der Joden bracht: "Op het zien van de ster werden zij vervuld van overgrote vreugde”.
Het is de vreugde die het hart van Jeremia overstroomde: “Zodra uw woord mij bereikte, Heer, verslond ik het, het was mijn vreugde, het maakte mij zielsgelukkig."

Laten wij ook alles geven aan de Heer, ons hele hart, ons hele zijn. Het zal van ons vreugdevolle mensen maken in de diepe religieuze betekenis van het woord. We zullen immers dragers zijn van de vreugde, de vrede, de liefde van de Heer.

Herinneren we ons de woorden van Jezus uit het Johannes-evangelie: "Nu kom Ik naar u toe, en Ik zeg dit terwijl Ik nog in de wereld ben, opdat zij vervuld worden van mijn vreugde."

Laten we dragers worden van Gods vreugde door onze overgave aan Hem.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:19 Reageer op dit bericht Stuur door

Johannes 1:12-13 HTB

Maar allen die Hem wel aanvaard hebben, heeft Hij het recht gegeven kinderen van God te worden. Door geloof in Zijn naam worden zij opnieuw geboren, natuurlijk niet als mens, maar geestelijk uit God.”

Johannes 1:12-13 HTB

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:31 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
13, 31-35

Jezus hield de mensen deze gelijkenis voor:
‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’
Hij vertelde hun een andere gelijkenis: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.’
Al deze dingen zei Jezus in gelijkenissen tot de menigte; Hij sprak uitsluitend in gelijkenissen tot hen. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet: ‘Ik zal het woord nemen en spreken in gelijkenissen; Ik zal bekendmaken wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was.’

De parabels van het mosterdzaadje en van de gist duiden op het povere begin van het koninkrijk en op de grootse toekomst die het beloofd werd. Het groeit, langzaam maar zeer beslist. Het doordringt heel het leven als een gist.


God heeft ons in zijn goedheid geplant met de bedoeling een boom te worden met uitgestrekte takken waar vele vogels in kunnen komen rusten.
De mens is zowel boom als vogel. We mogen boom zijn voor elkaar en we mogen ook in elkaars takken komen rusten.

Vraag is: zijn we die boom ook werkelijk voor elkaar... Mag iedere medemens (niet enkel degene waarvoor we sympathie voelen maar ook degenen waarmee we het moeilijk hebben) in onze takken komen rusten... Of zeggen we: nee, enkel hij en zij, maar zeker niet die daar, of die ginder. Dit laatste kan een keuze zijn, maar het is niet echt evangelisch te noemen. Een christen opent zijn hart voor ieder, hoe menselijk de natuurlijke voorkeur ook is. Een christen zou dit in naam van Jezus moeten kunnen overstijgen en zijn hart openen voor ieder, ook voor hem of haar waar we niet zo van houden (om welke reden ook).

Hoe lopen we over straat, hoe kijken we naar onze collega's, onze broeders of zusters in de gemeenschap,... Kijken we naar hen met de ogen van Jezus, gaan we hen beminnen met het hart van Hem, of gaan we weer die keuzes maken van die wel en die niet.
Laten we elkaar ontmoeten met en in de liefde van de Heer; elkaar opnemend, elkaar de vrede wensend, elkaar vergevend.

Zovelen in deze wereld verlangen naar dergelijke mensen. Velen zijn vogels die moe zijn van het vliegen. Ze vinden geen boom waar ze kunnen tot rust komen, niemand die hen echt wil. Ze moeten al naar bepaalde centra vliegen om wat warmte en voedsel te krijgen.
Laten we als christenen toch bomen zijn voor elkaar, bijzonder voor hen die moe zijn van het vliegen.

Laat ons evangelie worden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het tweede boek Koningen
4, 42-44

Op een keer kwam iemand uit Baäl-Salisa Elisa opzoeken. Hij bracht twintig gerstebroden voor de godsman mee, gebakken van meel uit de nieuwe oogst, en een zakje vers graan.
Elisa droeg zijn bediende op dit als maal aan de profeten voor te zetten. Toen de bediende protesteerde dat het beslist niet genoeg was voor honderd personen, zei Elisa nogmaals: ‘Zet het de profeten voor, ze zullen er een maaltijd aan hebben. Want dit zegt de Heer: Ze zullen ervan eten en nog overhouden ook.’
Toen zette zijn bediende het de profeten voor, en zij aten ervan en hielden nog over, zoals de Heer had gezegd.

Het mirakel dat door Elia wordt verricht, heeft een drievoudige betekenis: God vertrouwt aan de mens zijn eigen meesterschap over de wereld toe; de armen moeten te eten krijgen; en wat de mens eigenmachtig voortbrengt is slechts een aankondiging van de overvloed van de eindtijd.

Uit het evangelie volgens Johannes
6, 1-15

Jezus ging naar de overkant van het Meer van Galilea, bij Tiberias. Een grote menigte mensen volgde Hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen Hij bij zieken deed.
Jezus ging de berg op, en ging daar met zijn leerlingen zitten. Het was kort voor het Joodse pesachfeest. Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar Hem toe kwam, vroeg Hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’ Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen, want zelf wist Hij al wat hij zou gaan doen.
Filippus antwoordde: ‘Zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.’
Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei: ‘Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen – maar wat hebben we daaraan voor zoveel mensen?’
Jezus zei: ‘Laat iedereen gaan zitten.’
Er was daar veel gras, en ze gingen zitten; er waren ongeveer vijfduizend mannen. Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zoveel als ze wilden.
Toen iedereen volop gegeten had zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.’
Dat deden ze en ze vulden twaalf manden met wat overgebleven was van de vijf gerstebroden die men had gegeten.
Toen de mensen het wonderteken dat Hij gedaan had zagen, zeiden ze: ‘Hij moet wel de profeet zijn die in de wereld zou komen.’
Jezus begreep dat ze Hem wilden dwingen om mee te gaan en Hem dan tot koning zouden uitroepen. Daarom trok Hij zich terug op de berg, alleen.

Zoals Mozes in de woestijn, en later de profeet Elisa, heeft ook Jezus door een broodvermenigvuldiging kunnen zorgen voor het volk dat 'honger' had.
Hier in het Johannesevangelie wordt de broodvermenigvuldiging ook verteld als een voorafbeelding van de Eucharistie, waardoor de gelovigen met Gods genade in één gemeenschap verbonden worden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:35 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
13, 24-30

Jezus hield de menigte deze gelijkenis voor:
‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer.
Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid te voorschijn.
De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?”
Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.”
De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?”
Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’”’

Wij zijn geneigd om er maar onmiddellijk de zeis erin te zetten wanneer wij rondom ons kwaad vaststellen. De Heer is zo niet. Hij laat het onkruid met de tarwe opgroeien tot de oogst. Wij riskeren door onze houding met het onkruid van het kwaad ook de tarwe uit te trekken. De Heer is geduldig en geeft nog een kans tot herstel.

Wanneer wij kwade mensen zouden verwijderen, verwijderen we heel die mens, ook het goede in die kwade mensen, dat tot dan toe misschien weinig kans kreeg om te ontplooien. Jezus' barmhartigheid bestaat er juist in elke mens altijd opnieuw kansen te geven om het kwade achter te laten opdat het goede ten volle tot bloei zou kunnen komen.

In zijn overgrote liefde geeft God ons de vrijheid om te kiezen tussen goed en kwaad. En laat ons eerlijk zijn: soms laten we ons leiden door kwaad, kiezen we er zelfs voor, soms heel subtiel, maar wel reëel. Moest God ons telkens verwijderen... wat zou de wereld dunbevolkt zijn.

Jezus kent de zwakheid van de mens, van ieder van ons. Hij kent onze neigingen tot zonde. In het hart van die neigingen wil Hij tot ons komen, ons ten diepste aanraken, om ons te genezen, te bevrijden, op te tillen in zijn licht.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
13, 18-23

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Hoor en begrijp dan nu de gelijkenis van de zaaier:
bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid; bij hen is op de weg gezaaid.
Het zaad dat op rotsachtige grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en het meteen met vreugde in zich opnemen. Het schiet echter geen wortel in hen, oppervlakkig als ze zijn. Worden ze vanwege het woord beproefd of vervolgd, dan houden ze geen ogenblik stand.
Het zaad dat tussen de distels is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen, maar bij wie de zorg om het dagelijkse bestaan en de verleiding van de rijkdom het woord verstikken, zodat het zonder vrucht blijft.
Het zaad dat in goede grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en begrijpen. Zij dragen dan ook rijkelijk vrucht, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.

Jezus verklaart zijn leerlingen de parabel van de zaaier. Het gaat erom dat iedereen in zijn hart een stukje goede grond bereidt dat ontvankelijk is om het goede zaad, het woord van God, op te vangen. Tegelijk is het een uitnodiging voor ons om rotsachtige plekken en doornen te ontdekken en op te ruimen.

Laten we Gods Woord ontvangen als Gods Woord.
Dat het diep mag doordringen in ons hart, dat het daar wortel mag schieten, en tot groei en bloei mag komen.
Laten we niet enkel het Woord aanhoren, maar laten we ook dat Woord worden. Ja, laten we worden wat we horen.

Kom, laten we niet moeilijk doen, God niet plat redeneren.
Maar laat ons bidden, eenvoudig, onze handen en ons hart geopend.
Kijk naar Hem, Hij kijkt naar jou, zowel in tijden van vreugde als in tijden van dorheid.
Geef je, laat je door Hem omhelzen.
Dan leef je, leef je in Hem, leeft Hij in jou.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Zacharia 2:14-15

Jubel, Sion, en verheug je, want ik kom in jouw midden wonen – spreekt de HEER. Er komt een tijd dat vele volken zich bij mij zullen aansluiten. Zij zullen mijn volk zijn, en bij jou, Sion, zal ik wonen.’ Dan zullen jullie inzien dat de HEER van de hemelse machten mij naar jullie gezonden heeft
 Zacharia 2:14-15

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 17:57 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten