Uit het evangelie volgens Matteüs
Uit het evangelie volge
Matteüslie
Uit het evangelie volgens Matteüs
23, 13-22
ens Matteüs
Uit het evangelie volgens Matteüs23, 13-22
13-22
'Wee jullie,
schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de
toegang tot het Koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar
laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe.
Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie bereizen landen
en zeeën om één enkele proseliet te winnen, en wanneer je hem eenmaal voor je
gewonnen hebt, wordt hij dankzij jullie tot een hellekind in het kwadraat.
Wee jullie, blinde leiders, jullie zeggen: “Wanneer iemand zweert bij de
tempel, is dat niet geldig. Alleen wie zweert bij het goud van de tempel, is
aan die eed gebonden.” Dwaas zijn jullie en blind, wat is nu van meer waarde:
het goud of de tempel die het goud geheiligd heeft?
Zo zeggen jullie ook: “Wanneer iemand zweert bij het altaar, is dat niet
geldig. Alleen wie zweert bij de offergave die daarop ligt, is aan die eed
gebonden.” Blind zijn jullie, wat is nu van meer waarde: de offergave of het
altaar dat de offergave heiligt?
Wie dus zweert bij het altaar, zweert daarbij en bij alles wat daarop ligt. En
wie zweert bij de tempel, zweert daarbij en bij degene die hem bewoont. En wie
zweert bij de hemel, zweert bij de troon van God en bij Hem die daarop gezeten
is.
Tot driemaal toe herhaalt Jezus aan de Farizeeën: 'Wee jullie.' Want ze hebben meer aandacht voor wetten dan voor mensen. Ze stapelen belofte op belofte, onderlijnen die met krachtwoorden, maar God interesseert hen niet veel.
'Wee jullie.'
Wat Jezus ten diepste aanklaagt is de huichalarij en het formalisme als doel. De huichelarij die zegt God te dienen maar zichzelf dient, die zegt God te zoeken maar zichzelf achterna loopt. Het formalisme dat mensen slaaf maakt van praktijken zonden inhoud, een soort gewetenssusserij dat mensen in het gedacht brengt goed en vroom bezig te zijn, maar in werkelijkheid zijn ze slaaf van wat ze de wet noemen. Ze zijn als appels van buiten glanzend en mooi, maar leeg en smaakloos vanbinnen.
Bij
Jezus gaat het om de Gods-ontmoeting. Hij heeft het gebed niet afgeschaft maar
wil dat er met het hart wordt gebeden. Niet slaafs, maar van harte, van
Aangezicht tot aangezicht, in volle ontmoeting met de Vader, gericht op een
liefdevol leven.
Deze weg gebeurt doorgaans in stilte, zonder al te veel op te vallen,
gewoonlijk ook zonder al te luid alleluia. Dikwijls is het zelfs een weg van
droogte, van dorst naar de Levende.
Het heeft niets met huichelarij of formalisme te maken. Het heeft met het hart
te maken.
Het christendom is een hartelijke godsdienst, een godsdienst van het hart, van Hart tot hart, in Christus' Naam.



