Uit het evangelie volgens Johannes
Uit het evangelie volgens Johannes
1, 45-51
Filippus
kwam Natanaël tegen en zei tegen hem: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes
in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon
van Jozef, uit Nazaret!’
‘Uit Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’
‘Ga zelf maar kijken’, zei Filippus.
Jezus zag Natanaël aankomen en zei: ‘Dat is nu een echte Israëliet, een mens
zonder bedrog.’
‘Waar kent u mij van?’ vroeg Natanaël.
Jezus antwoordde: ‘Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder
de vijgenboom zat.’
‘Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ zei Natanaël.
Jezus vroeg: ‘Geloof je omdat Ik tegen je zei dat ik je onder de vijgenboom zag
zitten? Je zult nog grotere dingen zien.’
‘Waarachtig, Ik verzeker jullie’ , voegde Hij eraan toe, ‘jullie zullen de
hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de Mensenzoon.’
De eerste leerlingen van Jezus trokken anderen aan. Maar beslissend voor de geloofsovergave blijft, zoals bij Natanaël, de ontmoeting met Jezus zelf. Hij ervaart doorheen de menselijke gestalte van Jezus iets diepers en wordt erdoor getroffen, zodat hij anders gaat denken en leven. Wie zich bekeert tot Jezus zal de hemel open zien en Gods glorie aanschouwen.
Nathanaël zat onder de vijgenboom. Wellicht in Kana waar hij woonde.
Jezus zei: 'Ik had je al gezien vóórdat Filippus je riep, toen je onder de
vijgenboom zat', zo hoorden we vandaag.
Voor de vrome Jood was het een gebruikelijke plaats
om zich bezig te houden met de dingen van God. Met zijn laag neerhangende
takken kon je er ongestoord en ongezien je wijden aan de studie van de Schrift.
Het is een plek van vrede. Ongetwijfeld heeft Nathanaël daar onder de
vijgenboom zijn verlangen naar de Komende gevoed.
Hij heeft zijn verwachting levend gehouden. Hij heeft gebeden om de komst van
de Messias.
En dan wordt hij geroepen om de Messias te zien en te ontmoeten.
Het is goed voor ieder van ons om zo'n vijgenboom te hebben. Om een plek van rust te hebben, een plek van overdenking en gebed. Een plek waar je her-innerd wordt aan de vrede met God en waar je die vrede kunt oefenen. Een plek ook waar je jezelf voorbereidt op zijn komen in jouw leven.




