Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
akke.beakke.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Berichten van 1 januari 2012 tot 31 december 2012

Lucas 15.1-10

Lucas 15.1-10

Alle tollenaars en zondaars kwamen Jezus opzoeken om naar Hem te luisteren. Maar zowel de Farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis: ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.”
Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.

Waar geen rechtgeaarde gelovige mee zou omgaan, en volgens de Wet zelfs niet mee mág omgaan, daar gaat Jezus wel mee om. Hij eet en drinkt zelfs met hen. Hij laat zich met hen in, en daarvoor, om dat gedrag te wettigen, begrijpelijk te maken, vertelde Jezus hun die gelijkenis over het verloren schaap.

Te snel rekenen wij ons maar al te graag bij de negenennegentig andere schapen die netjes bij de kudde zijn gebleven, bij hun herder. Maar laten we ons eens vereenzelvigen met dat verloren schaap. Want, het is gewoon een feit: wij zijn dikwijls dat verloren schaap.
Voor de buitenwereld horen we dan misschien netjes bij de kudde, diep vanbinnen geraken we soms verdwaald, zijn we hulpeloos, horen of zien we geen schaap meer, of erger nog: geen herder meer.
Allerlei redenen kunnen hiervan de oorzaak zijn: verslapping van ons geloof, kleine of grote zonden, pijn, teleurstelling, veroordeling van anderen, enz...
Wat de reden ook mogen zijn: we liggen daar toch maar: verdwaald, hulpeloos, kwetsbaar, verstrikt in onszelf.

En dan de Herder: Jezus. Hij komt zoeken. Typisch Hem. Zo is God. Zoeken wat verloren is.
Dat is liefde, namelijk wat verloren is terug brengen tot wat is. En daar àlles voor over hebben. Dat is Jezus.
Mooi in de gelijkenis is de vreugde waarover gesproken wordt nadat het verloren schaap terug is gevonden. Ook dat typeert Jezus, het typeert de hemel, het zou de gemeente moeten typeren. En dan gaat het niet over 'weer iemand gewonnen'; het gaat dan over iets veel diepers, namelijk in de vreugde van de hemel te staan omdat iemand weer thuis is gekomen bij God, zijn meest diepe thuis. Dat geeft vreugde, dat ontroert, dat stemt tot blijdschap en dankbaarheid, dat doet leven.

We zouden naar het voorbeeld van onze Herder, en in zijn naam, zo in de wereld moeten staan. We zouden op zo'n manier vriendschappen moeten aangaan met allen dat ieder thuis kan komen in God. Een liefdevolle, belangloze vriendschap, in naam Jezus, is de sleutel van dit gebeuren.
Vooral het 'in naam van Jezus' is belangrijk. Immers wijzelf zijn niet de oorzaak dat mensen hun thuis zullen vinden in God, maar de Heer zelf zal genadevol met ons, in ons, en door ons de mensen aanraken om hen tot Hem te brengen.

Deze weg zal een diepe vreugde geven waarover het evangelie spreekt. Het is het 'blijde' van de Blijde Boodschap, de vreugde van Pasen, de vrede van God.
Laat ons dragers en uitdragers zijn van dit gebeuren

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:44 Reageer op dit bericht Stuur door

1 Timotheüs 2:1-2 HTB

“Wat ik van je vraag, komt hierop neer: Bid veel voor andere mensen; smeek God of Hij genadig wil zijn; dank Hem voor alles wat Hij voor hen heeft gedaan en wat Hij nog gaat doen. Bid zo ook voor koningen en alle anderen die een hoge positie hebben, opdat wij in rust en vrede mogen leven en de Here vrij in alles kunnen dienen.” 1 Timotheüs 2:1-2 HTB

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:56 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
14, 15-24

Een van de tafelgenoten sprak tot Jezus: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het Koninkrijk van God!’
Jezus vervolgde: ‘Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit. Toen het tijd was voor het feestmaal, stuurde hij zijn dienaar naar de genodigden om tegen hen te zeggen: “Kom, want alles is klaar.” Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen. De eerste zei: “Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” En een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren; tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.” Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn heer verslag uit. De heer des huizes ontstak in woede en zei tegen zijn dienaar: “Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.” Toen de dienaar hem kwam melden: “Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats,” zei de heer tegen hem: “Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en nodig iedereen met klem uit, want mijn huis moet vol zijn. Ik zeg jullie: niemand van degenen die eerst uitgenodigd waren, zal van mijn feestmaal proeven.”’

We zijn allemaal uitgenodigd tot het gastmaal van de Heer. Doch velen van ons zijn kunstenaars in het uitstellen door welke excuses ook. De eenvoud van het onmiddellijk 'ja' zou ons dadelijk binnenleiden in het feest van het Rijk Gods.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:44 Reageer op dit bericht Stuur door

Corinthiër 3:6 HTB

“Hij heeft ons geholpen anderen over Zijn nieuwe verbond te vertellen. Dit is geen verbond door de wet, maar door de Heilige Geest. Want hoe men ook probeert de wet van God te houden, het eindigt altijd met de dood. Door de Heilige Geest komt er leven.” 2 Corinthiër 3:6 HTB

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:40 Reageer op dit bericht Stuur door

Johannes


11, 25-27

Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven.
Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft,
en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven.
Geloof je dat ?
’
‘Ja Heer, zei Marta, ‘ik geloof dat U de Messias bent,
de Zoon van God die naar de wereld zou komen.
’

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:10 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
13, 22-30

Op weg naar Jeruzalem trok Jezus verder langs steden en dorpen, terwijl Hij onderricht gaf.
Iemand vroeg Hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’
Hij antwoordde:
‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.
Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: “Heer, doe open voor ons!”, dan zal Hij antwoorden: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?”
Jullie zullen zeggen: “We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven.”
Maar Hij zal tegen jullie zeggen: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!”
Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het Koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt.
Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het Koninkrijk van God.
En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.’

‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Al bekennen we het zelf niet vlug, toch zijn we af en toe ook bezig met deze vraag. We zouden graag willen weten of we op de wachtlijst naar de hemel staan.

Jezus ziet deze vraag een beetje als een kinderlijke vraag, naïef en niet zo verstandig. Want Hij antwoordt erop als een vader tot zijn kind, geduldig maar toch vermanend: 'Begin alvast maar je best te doen en dan zullen we verder wel zien'. 'Doe alle moeite... ' Jezus antwoordt naar de maat van onze vraag. God is een verstandige Vader. Hij kent zijn kinderen. Hij weet, dat wij, als gelovigen, vaak te laat komen, als de deur gesloten is.

Toch heeft Hij het ons anders geleerd. We zouden er als eersten bij moeten zijn om de wil te doen van de Vader in de hemel en om de nood te lenigen van de mensen op aarde. Vaak zijn we echter de eersten om onze eigen wil en zin door te drijven, en de laatste om zijn wil te laten geschieden. Zo uitgebreid zijn we dikwijls met onszelf bezig dat de nauwe deur waarover sprake is in het evangelie voor ons een flessenhals wordt waarin we onherroepelijk vastlopen. '...want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.'

God is een Vader met doorzicht. Hij is onze excuses voor. Hij kent de argumenten en doorziet de uitvluchten waarmee we voor de dag komen om onze fouten wit te wassen. Hij verklaart ze bij voorbaat ongeldig. Weer is zijn antwoord: 'Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie'.

Geloof wordt ongeloof als wij het met God op een koopje willen gooien. Op zondag aanzitten aan de tafel van de Heer verschaft ons niet automatisch een visum voor de eeuwigheid. Want het Lichaam dat wij nuttigen, en het Bloed dat wij drinken, is werkelijke goddelijke vitamine. Het moet leven en vrucht dragen als wij van de tafel van de Heer worden weggezonden naar het leven van iedere dag. Zijn onderricht is nutteloos als het geen vlees en bloed wordt in ons dagelijks doen en laten.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:11 Reageer op dit bericht Stuur door

Efeziërs 2:8-9

.“Door Zijn genade bent u gered; doordat u in Hem ging geloven. Dat is niet uw eigen verdienste, maar een geschenk van God. Niemand zal zich erop kunnen beroemen het zelf gepresteerd te hebben.”

Efeziërs 2:8-9

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Romeinen 12:1 HTB

 

“Ik zeg u daarom, broeders, dat u zich helemaal aan God moet wijden. Temeer omdat Hij u al Zijn liefdevolle goedheid aanbiedt. Laat uw lichaam een levend offer zijn; heilig, zodat het een vreugde voor God is. Als u zich bedenkt wat Hij voor u heeft gedaan, is dat toch niet teveel gevraagd?” Romeinen 12:1 HTB

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:01 Reageer op dit bericht Stuur door

Marcus

Marcus
10, 46-52

In die tijd kwam Jezus vergezeld van zijn leerlingen in Jericho.
Toen ze, vergezeld van een flinke menigte weer uit Jericho vertrokken, zat daar een blinde bedelaar langs de weg, een zekere Bartimeüs, de zoon van Timeüs.
Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te schreeuwen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’
De omstanders snauwden hem toe dat hij zijn mond moest houden, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’
Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’
Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem: ‘Houd moed, sta op, Hij roept u.’
Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus.
Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’
De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien.’
Jezus zei tegen hem: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’
En meteen kon hij weer zien en hij volgde Hem op zijn weg.

Hebben ook wij op sommige dagen niet het gevoel neer te zitten, zoals de blinde Bartimeüs, aan de kant van de weg? Het zijn de dagen dat wij de indruk hebben dat de zon alleen voor de anderen schijnt, dat voor ons alles duister is. Het zijn de dagen dat wij weigeren onze ogen te openen voor het goede dat er ook is, voor de liefde, die nochtans heel dicht voorbij komt. Wij zijn dan vooral naar onszelf gekeerd en sluiten ons af van het echte leven.

Er zijn zo van die dagen dat een man gewoonweg niet meer wil zien dat zijn vrouw fijngevoelig en teder is. Er zijn zo van die dagen dat een vrouw geen oog meer wil hebben voor de ijver en de verantwoordelijkheidszin van haar man. Er zijn zo van die dagen dat jongeren blind geraken voor de opofferingen en de zorgen van hun ouders jegens hen. En er zijn zo van die dagen dat ouders moedwillig de ogen gaan sluiten voor het verlangen naar zelfstandigheid van hun opgroeiende kinderen. En hoeveel dagen zijn er niet dat wij allemaal de grote nood van de behoeftigen rondom ons niet willen zien. Inderdaad, allemaal zitten wij soms als eenzame blinden langs de kant van de weg. En wij kunnen er lang blijven zitten.

Maar vandaag worden wij uitgenodigd ons te laten genezen van die opgeslotenheid van ons hart en, zoals Bartimeüs, terug mee op te stappen in de stroom van het leven. Want in feite voelen wij ons, juist zoals hij, ook niet gelukkig in onze geslotenheid. Uit het diepst van ons hart klinkt een noodkreet: "Heb toch medelijden met mij!"

Maar nu moet ge eens zien hoe de omstanders reageren. Er zijn twee reacties: "Velen snauwden hem toe te zwijgen". Juist op het moment dat wij de moed opbrengen een eerste kleine stap te zetten naar nieuwe openheid worden wij door sommigen afgesnauwd en terug in onze hoek geduwd. Bartimeüs kroop waarschijnlijk nog dieper weg in de mantel waarin hij zich had ingeduffeld. Bepaalde krachten rondom ons, maar ook wel wat angsten in ons, proberen elke vernieuwing en openheid in de kiem te smoren en maken ons nog meer geïsoleerd. Schrik voor menselijk opzicht doet ons soms lang aarzelen om de zware mantel van onze eigen, veilige afgeslotenheid af te gooien.
Maar gelukkig zijn er ook op onze weg enkelen die heel anders reageren, in naam en uit kracht van Jezus. "Hij bleef staan en zei: roep hem eens hier. En nu riepen sommigen de blinde toe: Heb goede moed! Sta op! Hij roept u!" Allemaal hebben wij ook hen in ons leven, die goede vriend of vriendin, die vader of moeder, die partner of geliefde die ons juist op het goede moment uitnodigt en toeroept: "Komaan! Heb goede moed! Blijf daar niet zo zitten. Sta op! Het leven zelf roept je! De liefde heeft je nodig! Kom mee!"
"Toen, toen wierp hij zijn mantel af, hij sprong overeind en liep naar Jezus toe." Dan durven wij eindelijk opnieuw die zware mantel afgooien waarin wij ons hadden opgesloten. Wij durven opnieuw ingaan op de concrete uitnodiging van de liefde die voorbijkomt op onze weg.

Geloof het maar, na die eerste, moedige stap van openheid komt ook voor ons de echte ontmoeting. "Heer, maak dat ik kan zien! Maak dat ik vandaag mijn ogen wat meer open voor het goede dat aan mij gebeurt. Ook al lukt mij niet alles, zoals ik het wens, er is toch zoveels goeds dat mij omringt. Maak dat ik er Uw liefde in erken, die mij uitnodigt om weer open te staan en aandacht te hebben voor anderen."

Dat is de stap die ons kan genezen van onze zelfverblinding: de beslissing om onszelf dankbaar te geven en anderen te willen dienen. Zo ontdekken wij weer echt leven. Zo worden wij leerlingen van Jezus. "Nu kon hij écht zien en hij sloot zich bij Hem aan op Zijn tocht!"
Bij het begin van het verhaal was Bartimeus een eenzame verblinde aan de kant van de weg. Op het einde heeft hij opnieuw een gemeenschap gevonden. Door onze openheid vinden ook wij tochtgenoten op onze weg, de gemeenschap van Jezus' broers en zussen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:28 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas 13.1-9

In die tijd waren er enkele mensen aanwezig die jezus vertelden over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met hun offers.
Hij zei tegen hen: ‘Denken jullie dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat ze dat ondergaan hebben? Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen.
Of die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel–denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij.’
Hij vertelde hun deze gelijkenis: ‘Iemand had een vijgenboom in zijn wijngaard geplant en ging kijken of de boom vrucht droeg, maar hij vond geen vijgen. Hij zei tegen de wijngaardenier: “Al drie jaar kom ik kijken of die vijgenboom vrucht draagt, maar tevergeefs. Hak hem maar om, want hij dient tot niets en put alleen de grond uit.” Maar de wijngaardenier zei: “Heer, laat hem ook dit jaar nog met rust, tot ik de grond eromheen heb omgespit en hem mest heb gegeven, misschien zal hij dan het komende jaar vrucht dragen, en zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken.”

Lang geleden profeteerde Jesaja reeds: 'Het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven.'
Zo gaat God, zo gaat Jezus met ons om: met een eeuwig geduld, met een vurige hoop dat de mensheid, ieder individu, zich tot Hem zou (be)keren. Jezus bemiddelt hierin voor ons. In zijn naam mogen we Hem dan ook vragen ons in Gods barmhartigheid neer te leggen, biddend om genade ons te kunnen geven aan zijn leven in ons.

Jezus bemint ons zoals we zijn, met onze fouten en gebreken; wat niet perse wilt zeggen dat Hij daarom onze levenswandel goedkeurt, maar zijn liefde vermindert er niet om. Juist omdat we lauw en daardoor dikwijls zondig door het leven gaan, houdt Hij niet op de grond van ons hart voortdurend om te spitten om er de meststof van zijn liefde in te verwerken. Hij is geduldig, gooit niemand weg, blijft kansen geven.

Zo zouden we ook met elkaar moeten omgaan. Dikwijls zijn we veel te ongeduldig voor elkaar, ook naar onszelf toe, en vervallen we in hard oordeel; ja, ook naar onszelf toe. En da's dodelijk. Dat haalt een mens neer, daardoor verliest hij alle kracht om er weer bovenop te komen.
We zouden met de ander zo moeten omgaan dat het beste in die ander naar boven kan komen, opdat langzaam maar zeker z'n mogelijke duisternis kan verdwijnen en het goede tot volle bloei kan komen.
Hopelijk willen anderen ook zo met ons omgaan, en wij ook met onszelf.

Wat de medemens betreft: daarvan kunnen we enkel hopen dat hij een dergelijke mentaliteit in zich draagt.
Wat Jezus betreft: van Hem mogen we erop aan dat Hij zo'n hart heeft. Dat mogen we weten, dat mogen we geloven, daar mogen we zeker van zijn.

Laten we Jezus welkom heten, nog het meest in onze diepste duisternis, opdat de heling die Hij in ons wilt bewerkstelligen werkelijk ten volle kan geschieden

Jezus is middelaar tussen ons en God. In zijn oeverloze liefde zal Hij het geduld afsmeken van God opdat ieder van ons tot bekering mag komen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:58 Reageer op dit bericht Stuur door

2 Timotheüs 3:16-17

“Al de Boeken zijn door inspiratie van God geschreven en zijn nuttig om ons de waarheid te leren en ons te wijzen op wat er aan ons leven en geloof nog mankeert; ze zetten ons leven op orde en helpen ons in te zien wat juist en goed is. Zo maakt God ons klaar, opdat Hij ons voor alle goed werk kan gebruiken.” 2 Timotheüs 3:16-17 HTB

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:09 Reageer op dit bericht Stuur door

Efeziërs 5:19-20 HTB

“Spreek veel met elkaar over de Here en zing psalmen, lofliederen en geestelijke liederen. Zing met uw hele hart voor de Here. Dank God, onze Vader, altijd voor alles in de naam van onze Here Jezus Christus.” Efeziërs 5:19-20 HTB

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:17 Reageer op dit bericht Stuur door

de tweede brief van Paulus aan Timoteus

de tweede brief van Paulus aan Timoteus
2, 24


Een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken,
maar voor iedereen vriendelijk zijn;
hij moet een goede leraar zijn
en een verdraagzaam mens.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:22 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
12, 35-38

Jezus sprak: 'Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend, en wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van een bruiloft, zodat ze direct voor hem opendoen wanneer hij aanklopt. Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen. Gelukkig degenen die hij zo aantreft, ook al komt hij midden in de nacht of kort voor het aanbreken van de dag.'

Het Koninkrijk is reeds midden onder ons; anderzijds moet het nog komen. Dit vraagt een voortdurende onthechting en waakzaamheid. Op elk ogenblik moeten we klaar staan om de Heer te ontvangen.
Zo ook voor het leven na onze dood.

Waakzaamheid heeft te maken met drie zaken :

Enerzijds voor de dag van ons sterven. Normaal sterven we als we ‘oud’ zijn. Een jonge mens is daar doorgaans niet mee bezig. Oudere mensen over het algemeen meer. Doch is het voor beide leeftijden belangrijk. Immers, ons sterven zal altijd onverwacht komen. Het kan bij wijze van spreken vandaag nog zijn.
Een trieste gedachte ? Ja, toch wel, een mens wilt immers leven, het zit in de natuur van de mens te willen leven, niet dood te gaan. Toch is het iets waar we niet zullen aan ontkomen, het is ons aller lot. Dit hoeft geen trieste gedachte te zijn. Als gelovigen geloven we immers dat we na onze dood hierboven zullen ontvangen worden in de eeuwige liefde van de Heer.
Vraag is of we er klaar voor zijn. Eigenlijk zouden we zo moeten leven alsof deze dag onze laatste kan zijn. Leven in het licht van de eeuwigheid doet ons immers anders leven. Ons handelen zal gebeuren vervuld van hoop en geloof dat we niet voor niets handelen, maar mét Iemand en voor Iemand. Ons handelen krijgt een eeuwigheidswaarde en zal vervuld zijn van een diepe vrede en vreugde, de deur van de hemel nu reeds op een kier.

Waakzaamheid heeft ook te maken met de aanwezigheid van de Heer vandaag. Immers elke minuut van de dag roept Hij, nodigt Hij uit, trekt Hij aan ons. Waakzaamheid betekent dan je hart afstellen op die aanwezigheid, openstaan voor Christus’ tegenwoordigheid, bereid zijn Gods Liefde in je leven welkom te heten. Zo kan je al je doen en laten laten bevruchten door Gods aanwezigheid, opdat al wat je doet vervuld mag zijn van zijn liefde.
Het is tevens oog hebben voor Jezus in de naaste; Hij die via de andere naar ons toekomt als bedelaar naar liefde. Het is zien en doen.
Het is ook aandacht hebben voor Jezus' aanwezigheid is veelerlei situaties die zich voordoen doorheen de dag. Gewoonlijk beleven we die als zeer vanzelfsprekend. Doch is de Heer er meer in aanwezig dan we doorgaans vermoeden. Doorheen alles wat zich aandient openbaart Hij zich, nodigt Hij uit. De afwas doen, het vegen van de kamer, het schillen van de aardappelen,... het zijn maar voorbeelden.

Waakzaamheid heeft in wezen ook te maken met het maken van onderscheid; onderscheid tussen wat van God komt en wat niet, wat God je aanbiedt of wat het kwade je influistert. Het is onderscheid maken tussen licht en donker, goed en kwaad. En dan kiezen voor het goede, tegen het kwaad in.

Deze drie vormen van waakzaamheid - die in het dagelijks leven naadloos in elkaar overvloeien - zullen vruchtbaar zijn in die mate dat ons leven verbonden is met het leven van de Heer in ons.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
12, 13-21

Iemand uit de menigte zei tegen Jezus: ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen!’
Maar Jezus antwoordde: ‘Wie heeft Mij als rechter of bemiddelaar over jullie aangesteld?’
Hij zei tegen hen: ‘Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht, want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen, zelfs niet wanneer hij die in overvloed heeft.’
En Hij vertelde hun de volgende gelijkenis: ‘Het landgoed van een rijke man had veel opgebracht, en daarom vroeg hij zich af: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn voorraden op te slaan. Toen zei hij bij zichzelf: Wat ik zal doen is dit: ik breek mijn schuren af en bouw grotere, waar ik al mijn graan en goederen kan opslaan, en dan zal ik tegen mezelf zeggen: Je hebt veel goederen in voorraad, genoeg voor vele jaren! Neem rust, eet, drink en vermaak je. Maar God zei tegen hem: “Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen?”
Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’

Men legt Jezus een erfenisbetwisting voor. Maar Hij weigert tussenbeide te komen. Aardse goederen zijn geen verzekering voor het ware leven. Christenen kunnen hun leven niet inrichten zonder rekening te houden met God

Rijk zijn bij God betekent leven van de liefde die Hij geeft; àlles liefhebben vanuit zijn liefde.
Het betekent leven in het bewustzijn dat heel het bestaan van Hem komt, dat Hij schepper is van hemel en aarde.

Het is leven in het levendig geloof dat God in zijn Zoon in ons woont met de bedoeling ons helemaal in zich op te nemen om deel te hebben aan zijn liefde voor de hele mensheid.

Rijk zijn bij God is leven in het bewustzijn dat Jezus ieder van ons verlost heeft; dat we dus mogen leven als verlosten.
Het betekent tevens leven in het besef dat je die verlossing nog niet tenvolle welkom heet, dat je vecht met duistere kanten, zondige plekken, waar het licht van de Heer nog heling moet brengen.
Rijk zijn bij God is je openen voor zijn barmhartigheid opdat Hij jou tot genezing kan zijn en al het duistere kan ombuigen naar zijn licht.

Rijk zijn bij God betekent leven in dankbaarheid omdat God God is.
Het is leven in een geest van voortdurende aanbidding, van Aangezicht tot aangezicht.

Het is een rijkdom die 'de wereld' niet geven kan, maar enkel kan ontvangen worden van Hem die zelf de bron is van z'n eigen rijkdom.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:09 Reageer op dit bericht Stuur door

Marcus

Marcus
10, 42-45


Jezus riep de leerlingen bij zich en zei tegen hen:
‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun
eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken.
Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste
wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de
eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, want ook de
Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar
om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.
’

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
10, 1-9

In die tijd stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan. Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen. Ga op weg, en bedenk wel: ik zend jullie als lammeren onder de wolven. Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand. Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!” Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren. Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard. Ga niet van het ene huis naar het andere. En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet, genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het Koninkrijk van God heeft jullie bereikt.”

Het Koninkrijk van God is onder ons. Ja, de Heer is met ons. Laat ons op weg gaan.

Als je de woorden van Jezus die we vandaag horen omzetten in onze moderne taal, klinkt dat heel gewoon: zoek je kracht niet in je kredietkaarten of je bankrekening, verlies je tijd niet met oppervlakkig gepraat, met vrijblijvende discussies, durf dieper contact nemen met de mensen, met hun verlangens en noden. Straal vrede en vreugde uit. Je komt in een harde wereld terecht, er lopen wolven rond, wees niet naïef; als het hen niet interesseert, ga dan verder, wees goed voor zieken en zwakken.

Er staat ook iets eigenaardigs bij: 'eet wat ze je presenteren'. Let op, het gaat hier niet over beleefdheid! Joden in Jezus' tijd, en nu nog, aten alleen wat zij rein vonden, kosjer, Jezus was dus wel erg revolutionair voor zijn tijd. Eet wat u wordt voorgezet, ook al verbiedt je godsdienst of je cultuur dat. Voor ons betekent dat: als je met vreemden omgaat, hou dan niet halsstarrig vast aan je westerse gebruiken, wordt Griek met de Grieken, Afrikaan met de Afrikanen, Turk met de Turken. Misschien worden die dan ooit wel Vlaming met de Vlamingen, of Nederlander met de Nederlanders.

We horen ook dat er veel werk is aan de winkel. Jezus zegt: genees de zieken. Ook in onze tijd zijn er zieken genoeg. Want nu worden ook veel gezonde mensen ziek, omdat de maatschappij zelf dikwijls ziek is. Mensen raken in de put omdat ze ontevreden zijn, omdat ze alleen maar met zichzelf bezig zijn of omdat er niemand in hun omgeving tevreden is, velen zitten te kankeren en te kritiseren. Werk genoeg dus. Je moet niet eerst een paar jaar gaan studeren om dat soort zieken te helpen. De ziekte van onze tijd is toch duidelijk het materialisme, alsmaar meer willen hebben, nooit tevreden zijn, steeds meer willen profiteren ten koste van de samenleving, ten koste ook van jezelf, van je gezondheid, van je geweten. Je moet geen theologische of zelfs medische opleiding hebben om die diagnose te kunnen stellen, om de mensen te laten aanvoelen dat het materialisme hen ziek maakt.

Wij kunnen een van die tweeënzeventig zijn die niet ziek zijn, die Christus’ vrede uitstralen en de weg tonen naar ware gezondheid, naar bevrijding en diepe christelijke levensvreugde.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:33 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de brief van Paulus aan de Galaten

Uit de brief van Paulus aan de Galaten
5, 18-25

Broeders en zusters,
wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet. Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, afgunst, bras– en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God.
Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.
Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen.
Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst.

Aan zijn vruchten erkent men een boom. Aan de vruchten van de Geest kan men nagaan of wij onze zelfzucht gekruisigd hebben en leven volgens de Geest, om zo het koninkrijk van God te erven

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:31 Reageer op dit bericht Stuur door

Romeinen 12:2 HTB

“U moet niet worden als de mensen die zich niets van God aantrekken. U moet anders worden, door een nieuwe manier van denken. Dan kunt u ontdekken wat God wil. En wat Hij wil, is goed, aangenaam en volmaakt.”
Romeinen 12:2 HTB

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:58 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
10, 25-37

Er kwam een wetgeleerde die Jezus op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’
Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’
De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’
‘U hebt juist geantwoord,’ zei Jezus tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’
Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’
Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen. Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.” Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’
De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’
Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’

De vraag van de wetgeleerde was ogenschijnlijk een zeer goede vraag: 'Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?' Jezus beantwoordt de gestelde vraag met een wedervraag, die de eerste vraag terug opneemt en tegelijk verbetert. Wij zijn de naaste van een ander als wij met hem meevoelen en hem daadwerkelijk helpen met al onze middelen.

Het verhaal dat Jezus vandaag vertelt is een moeilijk verteerbaar verhaal omdat we weten en ervaren dat we vaak met een boog om één van de meest wezenlijke en meest noodzakelijke waarheden van het geloof heen lopen; dat geloven namelijk geen kwestie is van theorie, maar van praktijk, niet alleen van weten en kennen, maar vooral van doen en beleven.

Het is niet de eerste en de enige keer dat Jezus daar de nadruk op legt. Als een rode draad loopt het door heel het evangelie. Het staat als duidelijke wegwijzer langsheen heel zijn levensweg vanaf Betlehem tot op Golgotta. We kunnen er niet omheen, zelfs niet in een boog. 'Niet zij die roepen: Heer, Heer, zullen het Rijk der hemelen binnengaan, maar zij die de wil doen van mijn Vader...'.
Het is ook de enige norm en maatstaf waarnaar we onszelf als gelovige mensen zullen oordelen of veroordelen; de keuzeknop, in onze eigen handen, tussen 'Kom gezegenden van mijn Vader' of 'Ga weg van mij'. Want op de oordeelsdag zal God ons niet met de  niet de tien geboden overhoren, of onze geloofsbelijdenis, ook niet of we de hongerigen, de dorstigen, de zieken of de gevangenen hebben gezien, maar wel of we tegenover die mensen even warm van hart gereageerd hebben als die Samaritaan het deed op zijn weg van Jeruzalem naar Jericho
.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:31 Reageer op dit bericht Stuur door

Genesis

 Genesis
2, 18-24

God, de Heer, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past. Toen vormde Hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en Hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten. De mens gaf namen aan al het vee, aan alle vogels en alle wilde dieren, maar hij vond geen helper die bij hem paste.
Toen liet God, de Heer, de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam Hij een van zijn ribben weg; Hij vulde die plaats weer met vlees. Uit de rib die Hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de Heer, een vrouw en Hij bracht haar bij de mens.
Toen riep de mens uit: ‘Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, een die zal heten: vrouw, een uit een man gebouwd. Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt.

Man en vrouw zijn door God geschapen en hun eenheid is geen gewone eenheid: de onverbrekelijkheid van het huwelijk is Gods wil tegenover het echtpaar.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 15:10 Reageer op dit bericht Stuur door

psalmen

 psalmen
27, 4


Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
Hem te ontmoeten in zijn tempel.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:36 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas
10, 1-12

Jezus stelde tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan.
Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.
Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven.
Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand.
Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!” Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren. Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard.
Ga niet van het ene huis naar het andere.
En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet, genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het Koninkrijk van God heeft jullie bereikt.”
Maar als jullie een stad binnengaan waar je niet welkom bent, trek dan door de straten en zeg: “Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, vegen we van ons af als aanklacht tegen u; maar bedenk wel: het koninkrijk van God is nabij!” Ik zeg jullie: het lot van Sodom zal op die dag draaglijker zijn dan het lot van die stad.'

Tweeënzeventig leerlingen worden door de Heer uitgezonden. Wat God heeft gezaaid, moeten zij oogsten. Als vredelievende mensen moeten zij Gods Rijk aankondigen, als lammeren onder de wolven, zonder aardse zekerhed
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:42 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteus

Uit het evangelie volgens Matteus
4, 18-20


Toen Jezus langs het meer liep, zag hij twee broers,
Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas.
Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers.
Hij zei tegen hen:
‘Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers
van mensen maken.
’
Ze lieten meteen hun netten achter en volgden Hem.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:02 Reageer op dit bericht Stuur door

Job

 Job
1, 6-22

Op een dag kwamen de hemelbewoners hun opwachting maken bij de Heer, en ook Satan bevond zich onder hen.
De Heer vroeg aan Satan: ‘Waar kom je vandaan?’
Hij antwoordde: ‘Ik heb rondgezworven en rondgedoold op aarde.’
De Heer vroeg aan Satan: ‘Heb je ook op mijn dienaar Job gelet? Zoals hij is er niemand op aarde: hij is rechtschapen en onberispelijk, hij heeft ontzag voor God en mijdt het kwaad.’
Satan antwoordde de Heer: ‘Zou Job werkelijk zonder reden zoveel ontzag voor God hebben? U beschermt hem immers, evenals zijn gezin en alles wat hem toebehoort. U hebt het werk dat hij doet gezegend, zodat zijn bezit zich steeds meer uitbreidt. Maar als U uw hand naar hem uitstrekt en aantast wat hem toebehoort, zal hij U ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken.’
Toen zei de Heer tegen Satan: ‘Goed, met alles wat van hem is mag je doen wat je wilt, maar raak Job zelf niet aan.’
Hierop vertrok Satan.
Toen Jobs zonen en dochters op een dag weer in het huis van hun oudste broer zaten te eten en te drinken, kwam er een boodschapper bij Job en zei: ‘De runderen trokken de ploeg en de ezelinnen liepen vlakbij in de wei te grazen, maar plotseling werden we overvallen door de Sabeeërs, die het vee roofden en de knechten met hun zwaarden doodden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’
Nog voordat de boodschapper uitgesproken was, kwam er een volgende met het bericht: ‘Een verwoestende bliksem uit de hemel trof de schapen en geiten en de knechten, en het vuur verbrandde en verteerde allen. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’
En ook hij was nog niet uitgesproken, of er kwam een volgende met het bericht: ‘De Chaldeeën overvielen ons van drie kanten en roofden de kamelen, en ze doodden de knechten met hun zwaarden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’
Ook deze boodschapper was nog niet uitgesproken, of er kwam een volgende met het bericht: ‘Uw zonen en uw dochters zaten in het huis van hun oudste broer te eten en wijn te drinken. Maar plotseling werd het huis getroffen door een hevige storm uit de woestijn, zodat de vier muren instortten, en uw kinderen onder het puin bedolven werden en de dood vonden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’
Toen stond Job op, hij scheurde zijn kleren, schoor zijn hoofd kaal en wierp zich neer in het stof.
En hij zei: ‘Naakt ben ik uit de schoot van mijn moeder gekomen en naakt zal ik in haar schoot terugkeren. De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de Naam van de Heer zij geprezen.’
Ondanks alles zondigde Job niet en maakte hij God geen enkel verwijt

Het verhaal van Job handelt over een rechtvaardig man die door God op de proef werd gesteld, maar die zich toch onderwierp en daarom in ere hersteld werd. Job is het toonbeeld van de vrome die trouw blijft en zich daarom in Gods zegen mag verheugen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:01 Reageer op dit bericht Stuur door

Numeri

 Numeri
11, 25-29

In de dagen daalde de Heer af, in de wolk. Hij sprak tot Mozes en droeg een deel van de geest die op hem rustte, op de zeventig oudsten over. Zodra de geest op hen rustte begonnen ze te profeteren. Dat is daarna niet opnieuw gebeurd.
Twee mannen, van wie de een Eldad heette en de ander Medad, waren in het kamp gebleven; ze stonden wel op de lijst van zeventig maar waren niet naar de tent gegaan. Zodra de geest op hen rustte begonnen ook zij te profeteren, in het kamp.
Een jongeman rende naar Mozes toe en zei: ‘Eldad en Medad zijn in het kamp aan het profeteren!’ ‘Zeg dat ze daarmee ophouden, heer!’ zei Jozua, de zoon van Nun, die van jongs af aan Mozes’ rechterhand was geweest.
Maar Mozes zei: ‘Denk je soms dat jij voor mijn belangen moet opkomen? Legde de Heer zijn geest maar op heel het volk! Profeteerde iedereen maar!’

De Geest is geen voorrecht van enkelen, maar een geschenk dat verder uitgedeeld moet worden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:38 Reageer op dit bericht Stuur door

Johannes

 Johannes
1, 47-51

Jezus zag Natanaël aankomen en zei: ‘Dat is nu een echte Israëliet, een mens zonder bedrog.’
‘Waar kent U mij van?’ vroeg Natanaël.
Jezus antwoordde: ‘Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat.’
‘Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ zei Natanaël.
Jezus vroeg: ‘Geloof je omdat Ik tegen je zei dat Ik je onder de vijgenboom zag zitten? Je zult nog grotere dingen zien.’
‘Waarachtig, Ik verzeker jullie,’ voegde Hij eraan toe, ‘jullie zullen de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de Mensenzoon.’

De eerste leerlingen van Jezus trokken anderen aan. Maar beslissend voor de geloofsovergave blijft, zoals bij Natanaël, de ontmoeting met de Heer zelf. Hij ervaart doorheen de menselijke gestalte van Jezus iets veel diepers en wordt erdoor getroffen, zodat hij anders gaat denken en leven. Wie zich bekeert tot Jezus zal de hemel open zien en Gods glorie aanschouwen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:54 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

 Lucas
9, 18-22

Toen Jezus eens aan het bidden was en alleen de leerlingen bij Hem waren, stelde hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’
Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, maar anderen zeggen Elia, en weer anderen beweren dat een van de oude profeten is opgestaan.’
Hij zei tegen hen: ‘En wie ben Ik volgens jullie?’
Petrus antwoordde: ‘De door God gezonden messias.’ Hij beval hun op strenge toon dat tegen niemand te zeggen.
Hij zei: ‘De Mensenzoon zal veel moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden worden verworpen en gedood, maar op de derde dag zal Hij uit de dood worden opgewekt.
’

De leerlingen hadden tot het midden van Jezus' openbaar leven het geheim van zijn zending nog niet begrepen. Nu daagt Hij hen uit tot een standpunt in te nemen tegenover Hem en de gangbare meningen. Als zij hebben bekend dat Hij de messias is, dan insisteert Hij dat Hij zijn taak zal uitoefenen door te dienen ten einde toe.

Hij zei tegen hen: ‘En wie ben Ik volgens jullie?’

Ook aan ons, aan ieder van ons persoonlijk, vraagt Jezus: ‘Wie ben Ik volgens jullie?’. Hij weet hoe velen over Hem denken, maar Hij vraagt het aan ons persoonlijk, met de bedoeling een persoonlijk antwoord te geven.
Kunnen wij zeggen, met ons hart, in een diep geloof: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’. Als christen zou het zo mogen klinken.
Maar zijn we er ons van bewust dat de inhoud van deze woorden ons bij het kruis van de Heer brengen, de weg van de Liefde tot het uiterste. Geen romantische liefde, maar een gevende liefde, een lijdens-liefde; een weg die Christus ons niet enkel is voorgegaan, maar waartoe wij ook worden uitgenodigd hem te gaan, en wel mét Hem.

Laat ons – terwijl we ons antwoord geven aan de Heer – het kruis met liefde aanschouwen. In zijn Geest zal Hij ons vanaf het kruis vele genadegaven schenken opdat we ‘àlles’ in Hem zouden dragen, opdragen, en gaan.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
9, 7-9

In de dagen hoorde Herodes, de tetrarch, wat er allemaal gebeurde en raakte in grote verwarring omdat sommigen zeiden dat Johannes uit de dood was opgestaan, terwijl anderen beweerden dat Elia was verschenen, en weer anderen dat een van de oude profeten was opgestaan.
Herodes zei: ‘Johannes heb ik laten onthoofden; wie is dan degene over wie ik dergelijke dingen hoor?’ Hij zocht naar een gelegenheid om Jezus te ontmoeten
.

Johannes de Doper had Herodes heel wat last bezorgd door hem te wijzen op zijn onregelmatig leven. Daarom had hij hem doen onthoofden. Johannes lijkt wel herboren nu Herodes voortdurend hoort vertellen van Jezus die veel gelijkenis vertoont met de Doper. Daarom wil de koning Jezus zien


Herodes zocht naar een gelegenheid om Jezus te ontmoeten.

Herodes is niet dood. Hij leeft midden tussen ons, meer: in ons. Want ook wij zijn geen mensen uit één stuk. Ons hart is een weefsel van zwak en sterk, van goed en kwaad. Op het podium van het leven spelen wij vaak dubbelrollen: de rol van de heilige of van de duivel, of ergens daar tussenin met ingrediënten van beiden.

Het verhaal van Herodes gaat over die eeuwige slingerbeweging tussen goed en kwaad; een beweging waarvan ook wij af en toe zeeziek worden.
Laten we dan niet in slaap vallen, maar er werkelijk wakker van liggen, zodat we door alles heen Jezus mogen blijven zien, naar Hem blijven verlangen, Hem willen ontmoeten.

Dat dit verlangen puur gebed mag zijn...

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Spreuken

Uit het boek Spreuken
30, 5-9

Elk woord van God is getoetst, Hij is een schild voor wie bij Hem hun toevlucht zoeken. Voeg niets aan zijn woorden toe, anders straft Hij je en blijk je een leugenaar.
Twee dingen vraag ik U, gun ze me zolang ik leef: Houd me ver van leugen en bedrog. Maak me niet arm, maar ook niet rijk, voed me slechts met wat ik nodig heb. Want als ik rijk zou zijn, zou ik U wellicht verloochenen, zou ik kunnen zeggen: ‘Wie is de Heer?’ En als ik arm zou zijn, zou ik stelen en de naam van mijn God te schande maken.

 

Zowel armoede als rijkdom zijn gevaarlijke situaties om God uit het oog te verliezen. Daarom bidt de wijze dat God hem het nodige zou geven en dat hij daarmee vrede zou nemen. Dan loopt hij geen kans uit nood of uit overmoed God te loochenen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:22 Reageer op dit bericht Stuur door

lucas

 Lucas
8, 19-21

In die dagen kwamen zijn moeder en zijn broers naar Jezus toe, maar ze konden niet bij Hem komen vanwege de menigte.
Zijn toehoorders zeiden tegen Hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten, ze willen U spreken.’
Maar Hij antwoordde: ‘Mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen.

‘Mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen.’

Jezus vraagt ons om ons onder zijn Woord te stellen, het Woord van Vader. Eigenlijk vraagt Hij om dàt te kiezen als het centrum van ons bestaan en al het andere van daaruit te beleven.

Je onder Gods Woord plaatsen betekent God kiezen als het allerhoogste in je leven, als dé Allerhoogste. Het betekent voortdurend knielen voor zijn grootsheid, zijn majesteit. Hij is immers God: maker, gever, volheid en zin van alle leven. Je onder zijn Woord plaatsen betekent Hem welkom heten in je hart met al wat Hij geeft. Zijn Woord is immers zoveel meer dan 'woorden'; het is àlles wat Hij geeft en àl wat Hij doet.

Op deze wijze mogen we moeder, broeder en zuster zijn van elkaar; wij allen die bewoond zijn door Jezus.
We mogen moeder zijn van elkaar door elkaar te brengen naar het hart van het bestaan: God. Zoals een goede moeder waakt over de diepste geheimen van haar kind, zo mogen wij waken voor elkaar dat we onder Gods Woord blijven, in dat wat waar is, los van de leugen, los van het kwaad. We mogen broeders en zusters zijn van elkaar om het feest van de vrede met elkaar te delen, van Hem ontvangend, aan elkaar schenkend.

Laten we ons plaatsen onder Gods Woord, het be-amen, er gehoor aan geven, om dan samen als een warme gemeenschap Gods liefde te belichamen.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
8, 16-18

Jezus sprak tot de menigte:
'Wie een lamp heeft aangestoken, dooft hem niet meteen weer door hem te bedekken en zet hem ook niet onder een bed, nee, hij plaatst hem op een standaard, zodat iedereen die binnenkomt het licht ziet. Want niets dat verborgen is blijft geheim; alles wat verborgen is zal bekend worden en aan het licht komen.
Let dus goed op hoe jullie luisteren: want wie iets heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij denkt te hebben worden ontnomen.'

Als God ons zijn licht heeft geschonken, is het niet de bedoeling dat we het bedekken. Nee, het mag, het moet schijnen... opdat alles aan het licht zou komen.

Jezus is het licht. Hij heeft het licht van de Vader doen schijnen, meer: Hij geeft zich zo aan ons dat wij in zijn naam het licht van de Vader mogen zijn. Bedoeling is dat wij in ons leven beeld en gelijkenis zijn van de Vader; zijn licht, zijn vrede, zijn liefde. Jezus met ons, door ons, in ons...

Wanneer wij hier op aarde zullen sterven zullen we wéér Jezus ontmoeten, anders dan hier op aarde. Maar Hij zal er staan met hetzelfde licht. Heel ons leven zullen we kunnen overzien vanuit zijn licht, het goede en het zogenaamde slechte. Alles zal aan het licht komen.
Dit hoeft ons geen angst in te boezemen, integendeel. Het zou ons juist vertrouwen moeten geven en vooral een geest van overgave aan zijn tegenwoordigheid. Ja, vandaag, en morgen en alle dagen van ons verdere leven.

Dat Jezus ons mag opnemen in Gods licht om zelf dat licht te worden.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:18 Reageer op dit bericht Stuur door

Jakobus

Jakobus
3, 16 - 4, 3

Broeders en zusters,
waar jaloezie en egoïsme heersen, vieren wanorde en allerlei kwaad hoogtij. De wijsheid van boven daarentegen is vóór alles zuiver, en verder vredelievend, mild en meegaand; ze is rijk aan ontferming en brengt niets dan goede vruchten voort, ze is onpartijdig en oprecht. Waar in vrede wordt gezaaid, brengt gerechtigheid haar vruchten voort voor hen die vrede stichten.
Waar komt al die strijd, waar komen al die conflicten bij u toch uit voort? Is het niet uit de hartstochten die strijd leveren in uw binnenste? U verlangt naar iets, maar krijgt het niet. U bent jaloers en moordlustig, maar bereikt uw doel niet. U bekvecht en twist met elkaar.
U krijgt niets omdat u niet bidt. En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen.

Jakobus ziet een scherp contrast tussen de 'wijsheid van beneden', die wanorde, jaloezie en egoïsme voedt in het leven van de mensen, en de 'wijsheid van boven', die 'voor alles zuiver is en niets dan goede vruchten voortbrengt'. Jakobus zoekt de oorsprong van het kwaad in de slechte hartstochten van goddeloze mensen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:28 Reageer op dit bericht Stuur door

Het nieuwe schooljaar is gestart, net als het cultuurseizoen. En ja hoor, daar zijn ook weer de lezingen in Menen.

Komende zaterdag (22 sept.)
begint de nieuwe reeks, met als thema 'Woorden die blijven', over 1 Johannes.
De eerste lezing heeft als titel 'Woorden van leven' en behandelt 1 Johannes 1:1-4.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

eerste brief van Paulus aan de Korintiërs

eerste brief van Paulus aan de Korintiërs
12, 31 - 13, 13

Broeders en zusters,
richt u op de hoogste gaven. Maar eerst wijs ik u een weg die nog voortreffelijker is.
Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen; had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.
Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen; had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.
Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn; had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.
De liefde is geduldig en vol goedheid.
De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid.
Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid.
Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan; want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen.
Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.
Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde

De leden van een christengemeenschap krijgen verschillende genadegaven tot opbouw van het geheel. Maar zonder de liefde dient dit alles tot niets. De liefde bezielt alle gedragingen. Ze zal ook blijven als wij God definitief zullen ontmoeten

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:18 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas 7, 11-17

Lucas 7, 11-17

 

Jezus ging naar een stad die Naïn heet, en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met Hem mee.
Toen Hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde haar.
Toen de Heer haar zag, werd Hij door medelijden bewogen en zei tegen haar: ‘Weeklaag niet meer.’
Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: ‘Jongeman, Ik zeg je: sta op!’
De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.
Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan’, en: ‘God heeft zich om zijn volk bekommerd!’
Het nieuws over Hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.

God is geen God van doden, maar van levenden. De weduwe van Naïn heeft haar enige zoon verloren. Jezus heeft medelijden met haar. Zoals aangekondigd door Jesaja, zal de Messias zieken genezen, doven doen horen, kreupelen doen gaan, en doden ten leven wekken. Door het leven terug te schenken aan de jongeling werd het de omstaanders duidelijk dat een grote profeet onder hen was opgestaan.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten