Lucas 15.1-10
Lucas 15.1-10
Alle tollenaars en
zondaars kwamen Jezus opzoeken om naar Hem te luisteren. Maar zowel de
Farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man
ontvangt zondaars en eet met hen.’
Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis: ‘Als iemand van u honderd schapen
heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig
andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot
hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde
op zijn schouders en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren
bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap
gevonden dat verdwaald was.”
Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot
inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig
hebben.
Waar geen rechtgeaarde gelovige mee zou omgaan, en volgens de Wet zelfs niet mee mág omgaan, daar gaat Jezus wel mee om. Hij eet en drinkt zelfs met hen. Hij laat zich met hen in, en daarvoor, om dat gedrag te wettigen, begrijpelijk te maken, vertelde Jezus hun die gelijkenis over het verloren schaap.
Te snel rekenen wij ons maar al te graag
bij de negenennegentig andere schapen die netjes bij de kudde zijn gebleven,
bij hun herder. Maar laten we ons eens vereenzelvigen met dat verloren schaap.
Want, het is gewoon een feit: wij zijn dikwijls dat verloren schaap.
Voor de buitenwereld horen we dan misschien netjes bij de kudde, diep vanbinnen
geraken we soms verdwaald, zijn we hulpeloos, horen of zien we geen schaap
meer, of erger nog: geen herder meer.
Allerlei redenen kunnen hiervan de oorzaak zijn: verslapping van ons geloof, kleine
of grote zonden, pijn, teleurstelling, veroordeling van anderen, enz...
Wat de reden ook mogen zijn: we liggen daar toch maar: verdwaald, hulpeloos,
kwetsbaar, verstrikt in onszelf.
En dan de Herder: Jezus. Hij komt zoeken.
Typisch Hem. Zo is God. Zoeken wat verloren is.
Dat is liefde, namelijk wat verloren is terug brengen tot wat is. En daar àlles
voor over hebben. Dat is Jezus.
Mooi in de gelijkenis is de vreugde waarover gesproken wordt nadat het verloren
schaap terug is gevonden. Ook dat typeert Jezus, het typeert de hemel, het zou
de gemeente moeten typeren. En dan gaat het niet over 'weer iemand gewonnen';
het gaat dan over iets veel diepers, namelijk in de vreugde van de hemel te
staan omdat iemand weer thuis is gekomen bij God, zijn meest diepe thuis. Dat
geeft vreugde, dat ontroert, dat stemt tot blijdschap en dankbaarheid, dat doet
leven.
We zouden naar het voorbeeld van onze
Herder, en in zijn naam, zo in de wereld moeten staan. We zouden op zo'n manier
vriendschappen moeten aangaan met allen dat ieder thuis kan komen in God. Een
liefdevolle, belangloze vriendschap, in naam Jezus, is de sleutel van dit
gebeuren.
Vooral het 'in naam van Jezus' is belangrijk. Immers wijzelf zijn niet de
oorzaak dat mensen hun thuis zullen vinden in God, maar de Heer zelf zal
genadevol met ons, in ons, en door ons de mensen aanraken om hen tot Hem te
brengen.
Deze weg zal een diepe vreugde geven
waarover het evangelie spreekt. Het is het 'blijde' van de Blijde Boodschap, de
vreugde van Pasen, de vrede van God.
Laat ons dragers en uitdragers zijn van dit gebeuren



