Vluchtelingen
Lange tijd, tientallen jaren terug, kwamen vluchtelingen die we toen nog 'gastarbeiders' noemden, zonder uitzonderring uit het Zuiden. En voor het eind van de vorige eeuw eijn de meesten van hen zich ook thuis gaan voelen, bijna - hebben in elk geval werk gevonden, hebben zich in de streek ingekocht. Maar de vluchtelingen uit dit nieuwe millennium raken hier absoluut nier meer thuis. En ondertussen komen ze uit alle wereldstreken, het ooksten, het zuiden, ook uit het noorden, ja zelfs uit het verre noorden. De nieuwe vluchtelingen blijven volledig op zichzelf. En opzich betekent niet onder elkaar. Want ze stammen van deur tot deur, en dat ook binnen de huizen, uit geheel verschillende wereldreligies, begrijpen de taal van de naaste buren niet, begrijpen ook van de taal van de hier woonachigen slechts een paar zinnen.
Deze immigranten of vreemdelingen, zoals ze genoemd worden, willen werken, verlangen naar werk, en niet alleen om geld te verdienen - alleen zijn ze door hun vlucht daartoe niet meer in staat, waarschijnlijk voor goed. Ze zijn elk voor zich deze wereld in komen strompelen en tuimelen, als op een open zee, op een open schip, bijna verdronken ... of erger nog echt weggespoeld in het ruime sop.
Ze zijn voorgoed schipbreukelingen, tot niets meer in staat dan van vroeg tot laat zinloos en doelloos zich voort te bewegen in hun gedroomde betere wereld die hen echter uitwerpt ...















