
Een gedicht van
Karel De Pelsemaeker
LEVENSTOCHT
DOOR DE VLAAMSE ARDENNEN
Geaccidenteerd landschap,
beboste heuvels, groene dalen, peilbaar diep
smalle en lange dreven op grond van klei en zand
door oerzeeën neergelegd,
en boven mij dat zonnig en blauw met witte wolken.
Hier voelt een mens zich klein maar nooit verloren
De grond peult uit van vruchtbaarheid:
bieten, aardappelen en graan voeden hier 't leven,
de schepping is hier nog lang niet dood.
Elke nieuwe dag brengt zijn verhaal,
maar herkenbaar klinkt tussen struiken en de blonde beek
haar stem, een kolkend gezang:
't geluid dat erosie versleept.
Hoe standvastig is dit land?
Heuvels uit sedimentaire materie
met kapellen, kruis- en heilighartbeelden erop.
Van ver kun je zien waaraan men nood heeft,
maar iedereen voelt zich in pais en vree
met wat ze hier al jarenlang beleven.
Het verglijden van tijd en land,
gaan ook hier, even als de geboorte en sterfte,
hand in hand.
In die oerklei hier rusten vele ouders.
(KDP)