
WOORDSPELINGEN
Een van mijn Blogbezoekers vraagt mij een onderwerp
te besteden aan "woordspelingen". Bij het taalgebruik worden soms
letterlijk en figuurlijk bedoelde dingen door elkaar gegooid of
in eenzelfde zin gebruikt met een komisch effect tot gevolg.
Bijvoorbeeld
Word bokser. Meer kans op slagen
Bokser is letterlijk op te vatten, maar slagen figuurlijk.
Maar in zo een zin doet slagen aan iets letterlijk denken: slagen
bij het boksen geven of krijgen.
Andere voorbeelden
Bij de geboorte van een kind worden moeder en vader ouder.
Wat doen weekdieren in het weekend?
Hij wacht op een levertransplantatie, maar de levertijd kan lang duren.
Van mensen die nooit wat geven (letterlijk), daar krijg ik wat van (fig.)
Toen ik de prijs van de sla zag, kreeg ik een krop in de keel.
De slankheidscursus telt drie nieuwe leden, maar er vielen er ook drie af.
De lessen lassen zijn afgelast.
Een van de twee drielingen vierde op de vijfde van de zesde maand
zijn zevende verjaardag.
Afbeelding met tekst: "Let op je woorden, schat"
vergeet de komma niet