
IN DE KILTE VAN NOVEMBER
Trouwe blogbezoeker Karel De Pelsemaeker
schreef ter gelegenheid van Allerheiligen en Allerzielen
een gedicht over een waar gebeurd verhaal waarvan hij een
paar jaar geleden getuige was.
Hij zat vol weemoed
gebogen tegen zijn Leuvense stoof
Zijn rechterarm leunde op de pokenhanger
De peervormige lamp bescheen
vanonder de melkopalen lampenkap
z'n verwarde haren en de verbittering op zijn gelaat.
Had Rembrandt
hem hiet aan 't poseren gezet?
Zijn gefronste voorhoofd,
de uitstekende jukbeenderen
en de wallen onder zijn vermoeide ogen
accentueerden zijn meedogenloosheid
Hij was heel kwaad en dacht nu,
op deze donkere novembermaand,
aan het graf van zijn vrouw,
dat onlangs van het kerkhof verwijderd werd
Tegen de muur onder hun vergeelde trouwfoto,
stond op een wanordelijke tafel,
tussen het brood en de boter,
een boeket kleine witte chrysanten
(Karel De Pelsemaeker)