Naar aanleiding van
Tonneken- en Walmkenbrand
"Als akkers lente vuren..."
Gedicht van Karel De Pelsemaeker
nadat de haan een hele winter
op de mesthoop had gekraaid
werd de mest vroeg in de lente
op de akker in kleine hopen
en in lange rijen verspreid
de hopen werden zangoorden:
vogels zongen erbovenop
met man en paardenmacht, werden
de hopen op hun beurt over het veld
gespreid en omgeloegd, de akker
dampte dan vanuit de blinkende
ploegriemen zijn grondgeur uit,
en werd daarna geëgd en ingezaaid
wanneer het veld gezaaid was, werden
er kleurrijke vogelschrikken opgezet
al na amper een dag of acht
kwamen tere groene sprieten in
lange rijen de bewerkte aarde uit;
waarrond mensen met brandende
fakkels in de hand, vrolijk zongen:
"Walmke, walmke brand,
Zeven zakken per dagwand!
Walmke, walmke brand,
Ter ere gebrand!