
SPIEGELGLAS
Prettige verzen van een onbekend dichter
Er leefde eens heel lang geleden
Een boerke werkzaam en tevreden
Aan weelde was hij niet gewend
Een spiegel had hij nooit gekend
En eens toen hij aan het spitten was
Vond hij een stukje spiegelglas
Hij nam 't in zijn vereelde hand
't Zat onder 't vuil en onder 't zand
Hij veegde 't aan zijn broekspijp af
Keek er in en stond toen paf
"Mijn vader", zei hij, "sapperloot
die is al vele jaren dood"
"Mijn vader, och die goede man
Hij is het en hij kijkt me an"
Hoofdschuddend stak hij 't in z'n zak
En bekeek het thuis op zijn gemak
En hij begon te overleggen
Wat hij zijn vrouw ervan zou zeggen
En omdat hij daar zo bang van was
Verborg hij 't onder zijn matras
Dat wekte argwaan bij z'n vrouw
En zodra hij weer de deur uit was
Zocht en vond zij 't spiegelglas
"Wat moet hij daarmee", peinsde zij
Ze keerde 't om en keek
Doch raakte toen geheel van streek
"Daar heb je 't nou, ik dacht het wel
Er is een andere vrouw in 't spel
Mijn man, hij heeft geen hart in 't lijf
Waarom houdt hij van zo een lelijk wijf!"