ze voer op stille stroom der gedachten naar ooit, toen waardigheid haar ‘merk’ was lang doorstond ze moedig al ‘het zwaar’ tot de lust des levens volledig verdween en ze doodgewoon loos was, zonder één kans als een steen voelde ze zich nu, een domino die klakkend een klik maakte bij ‘t tuimelen alsof het lot haar enkel nood bracht... liever had ze zich een steen van edel gevoeld had ze nu tenminste de air van een diamant
opeens was daar Hein, een magere man afschuwelijk, lelijk en zo bleek als doods hij greep op een plank in de kast van boeken waar het schap, van de grootmeester lichaam uit de hemel, planeet van tijd: Saturnus het mes verborg, dat de draad des levens snoeit zonder meer rekende hij in 'baar' haar kost een zeer hoge som voor de duur van haar leven deze keer was het geen mis van sintjutte wat overbleef was een lijk zonder fortuin
jammer voor de gieren die hun aas wierpen voor ‘t geld
1 reactie op dit bericht
prima