Er was eens een nieuwsgierig engeltje, ééntje dat steeds maar vragen stelde aan God... tot de Almachtige het doodmoe werd om alsmaar te moeten anwoorden dat hij besloot om het engeltje naar de aarde te sturen, waar het zelf zijn antwoorden zou moeten gaan zoeken. Na een hele tijd kwam het engeltje terug in de hemel, waar God benieuwd was naar het resultaat.
'En' vroeg hij, 'weet jij nu welk tijdstip ik uitkies om een ziel naar beneden te sturen?' 'Ja' knikte het engeltje overtuigd, 'wanneer een man en een vrouw een dansje gaan wagen...' 'Nee' glimlachte de vader, 'zoiets is geen dansje wagen, dit noem ik vrijen.' 'Nou goed vrijen dan' zuchtte het engeltje, ' Na een tijd zie ik die vrouw helemaal opzwellen?!' 'Tja, dat is het zwanger zijn' klonk het goedmoedig. 'Maar dan... dan zijn die opeens met drie!' 'Juist! Dat heet bevallen, het zieltje is dan eindelijk op aarde en bevindt zich in een aards lichaam.' Hoofdschuddend ging het engeltje verder: 'Een tijdje later zie ik die man en vrouw allebei... met een andere man en vrouw!!' Een diepe zucht ontsnapte nu de borst van het 'Hogere AL': 'Nu komt het scheiden.' 'Er wordt ruzie gemaakt, gescholden en zelfs gevochten om alles en nog wat!' Klonk het verontwaardigt uit de mond van het engeltje. 'Hebzucht viert hoogtij! Je hebt het over de verdeling van hun goederen...' Klonk de stem van het Hoger Al wat vermoeid. 'Dat kleine mensje, vader... dat hoort nergens meer thuis! Het huilt ganse dagen!' 'Klopt, zoiets noem ik kinderleed' zuchtte God en wreef zich over zijn baard. 'Kun jij... kun jij daar dan echt niets aan doen vader?' vroeg het engeltje triest. 'Dat is hun lot!' was het antwoord van de Almachtige, 'Elk mens draagt zijn lot, dit heb ik niet gekozen maar zijzelf, iedereen krijgt de kans op aarde om te leren en om ervaring op te doen...' 'LOT! LOT!' riep het engeltje nu verontwaardigt, 'jij kan dat lot toch omleiden!!' 'Hij' boog zich voorover en keek het engeltje droevig aan, 'Wat voor zin zou dit hebben?? Hoe meer richtingaanwijzers ik in het leven van de mens zet... hoe meer men gaat omrijden.'
God zuchtte en staarde naar de aarde... De mensheid was ondanks alle ellende en verdriet, nog steeds niet geleerd!
door hartstocht gedreven raast ze op scherpe sneden over kristalblauw waar krassen en groeven spiegelglad ontsieren licht weerkaatst en flonkert als dansende elfjes om haar heen witte veren bekronen schoonheid brengen fantasie tot leven en laten tranen zachtjes vloeien tot schitterende ijspareltjes die huid betoveren op tedere klanken voltooien droeve figuren het woordeloos verhaal van de stervende zwaan
getroost je even de moeite dieper te lezen dan de woorden die slechts als bladvulsel dienen
aanschouw voor één keer de letters die volgens de wil van de schrijver als geplooide obstakels een barrière vormen en leesblindheid veroorzaken van witregels
Lippen dwalen in zachtheid van fluwelen kusjes over m’n huid waar poriën huiverend de geur van liefde loslaat. Ogen aanschouwen naaktheid door vingers gestreeld die gevoelig, de snaar bespelen met liefde door jou gestemd in extase drijvend op roze wolken waar hemel en aarde samenvloeien onder een sonnet van engelenkoor die tedere beloftes als Kiemend zaad in hartsverlangen achterlaat
'k kijk niet om ga steeds maar door loop mezelf voorbij hoor niets, ben doof voor wat men zegt de tijd ademt voor mij.
Steile bergen omringen m'n dagelijks bestaan ik vlucht naar daar waar 'k wezen moet tastend in ‘t duister ben ik vergeten…waar
Lege holtes vullen zich... openbarstend, gouden regen hoge bomen verschijnen die als naakte kerels wellustig grijpen… zie de horizon verdwijnen
De wind fluistert door ’t bladgroen, hij schudt het zilte nat in banen glinsterend naar beneden waar ’t omhulsel van m’n ziel verkoeling krijgt door tranen
langzaam ontwarren kluwens rondom een wereld van nieuwe hoop waarin ik niet meer volg ’t helse ritme van de levenstrom
ze scheren voorbij die hoog en laagvliegers vaker dan men wil trekken je door ijle lucht waar roze wolken schijnzwangerschap bezorgen euforie van korte duur duwt humeur beneden peil als grauwgrijs weer overheerst
Niets in het leven word je zo maar aangeboden, voor alles moet je moeite doen, als 't ware vechten en vooral veel moed hebben om te doorstaan wat op je levenspad ligt, want geluk... is niet zo vanzelfsprekend. Wat sommigen ook beweren makkelijk is het leven helemaal niet, begrijpelijk als je het verhaal van de schepping met enig inzicht bestudeerd. Het doel dat ieder van ons hier op aarde heeft is verschillend en hangt af van het karma dat je meedraagt. Ingewikkeld? Inderdaad, maar zo moet het anders was het wellicht te simpel en zouden we de aarde weer verlaten zonder enige ervaring en zeker en vast... met dezelfde fouten terugkeren bij onze schepper en zegt men niet; 'Van je fouten leer je?' Raar als je het mij vraagt want waarom worden er dan nog zoveel fouten gemaakt op deze wereld, als ik kijk naar de geschiedenis en naar het heden waarin ik leef, lijkt het alsof een foutloze wereld nooit zal bestaan... Uiteraard wil ik niemands hoop ontnemen en gaat het hier over de gedachten van een enkeling misschien met wat volgelingen... In ieder geval, ik denk als mijn uur is aangebroken ik een onderhoud zal vragen met de Allerhoogste...En hem eens zal zeggen wat ik denk van het leven en van de mens die hij geschapen heeft... Want hier zitten nogal sjarels tussen!
Ze ging dood, o' ja ze wist het heel zeker! De pijn sneed golvend door haar lichaam alsof iemand met een mes diep in het vlees kerfde. Deze keer was er geen ontkomen aan, de man met de zeis was op bezoek, ze voelde zijn adem in haar nek. Met vermoeide ogen keek ze naar de angstige, bezorgde, medelevende gezichten van haar kinderen en kleinkinderen. Gelukkig maar, iedereen leek droevig te zijn om haar vertrek, niet dat ze dit leuk vond natuurlijk want liever was ze nog een poosje gebleven maar ja... Als Hij hierboven besliste om je tot zich te roepen was er geen ontkomen aan. Eigenlijk was doodgaan nog een eerlijke zaak, de enige zaak in de schepping waarin 'Hij' nu eens geen onderscheid had gemaakt tussen arm of rijk, iedereen die op de wereld kwam moest er ook weer af. Nog een geluk dat een mens nooit vooraf wist wanneer zijn laatste uur was geslaan, zou anders wat zijn... Al had zij al vaker de dood in ogen gekeken, althans dat gevoel had ze toch, die zware verkoudheid van onlangs, de buikgriep die haar parten had gespeeld, de allergie die ze opeens had ontwikkeld voor bepaalde metalen... Allemaal levensbedreigende toestanden in haar ogen, alleen vonden haar kinderen dat zij sterk overdreef, al waren ze wel bezorgd hoor. Zoals nu, iedereen was paraat en stond of zat aan haar bed, af en toe werd er iets gezegd of gezucht. Tussen het tikken van de grote klok door, hoorde ze de felle regen die tegen het vensterglas roffelde. Rotweer!! Zou het in de hemel ook regenen of scheen daar enkel de zon? Ach straks zou ze het weten! Haar jongste dochter bij wie ze inwoonde, verliet de kamer. De dokter is er hoorde ze de achtergebleven kinderen tegen elkaar mompelen, moeten we de pastoor niet... Pastoor?! Neen, geen geestelijke aan haar bed, dat ze dit maar uit hun gedachten lieten, ze had haar buikvol van de zogenaamde goede herders... Tijdens de twee oorlogen die ze in haar leven had meegemaakt, was ze met dit soort mensen te vaak in aanvaring geweest, God is een God voor elke mens, voor elk wezen dat hij schiep en niet enkel een God voor hen die zich tot bepaalde religies keerden! Geloven deed ze zeker, maar wel in God en niet in een pastoor! Gelukkig één van haar kleinkinderen maakte een opmerking in die richting, net toen de deur openging en het grijze hoofd van de dokter zichtbaar werd. Hoe oud mocht die man wel niet wezen? Hij had wellicht ook niet lang meer te goed! Een binnenpretje welde op, zie je doodgaan was nog niet zo erg, je kon zelfs nog grapjes maken met jezelf. Voor ze het besefte, had iedereen de kamer verlaten en was ze alleen met de huisarts die het koude metaal van zijn stetoscoop tegen haar borst drukte en zorgvuldig haar buik betastte. Na het onderzoek schreef hij iets op een papier, wellicht een pijnstiller want bij elke opkomende pijnscheut snakte ze naar adem, het voelde net als barensweeën... Nee, dit was erger, tenslotte had ze zes kinderen op de wereld gezet en wist ze wel hoe het voelde... Haar hele buik deed pijn en was opgezwollen, kanker? Ze was er bijna zeker van, dat zou het verdict zijn! Ze vroeg niets, ze wilde het niet horen... De dokter zei niets, als begreep hij haar blik, klopte met een medelevende glimlach op haar arm en zei "Nog even, nog heel even mevrouwtje en dan bent u er van verlost!" Hij klapte zijn doktertas dicht en verliet de kamer. Starend naar de witte zoldering joeg het door haar hoofd 'Nog even, nog heel even...' Het gepraat voor haar deur verstomde, één van haar kinderen verscheen en zei: 'Even volhouden nog ma, ze zijn naar de apotheek achter 't purgeermiddel !
Mensen hebben al snel de neiging om een oordeel te vellen over personen die niet voldoen aan de normen van de maatschappij. Hierdoor worden deze mensen in een hoek gedreven, meestal door 'hen' wiens oordeel ontstaat doordat ze hun eigen tekortkomingen in zien en zij deze maar al te graag laten weerspiegelen op hun medemens. Beoordelen gebeurd dan weer door het feit dat over de persoon in kwestie, in het verleden reeds een ordeel werd geveld. Beoordelen is een vervolg, maar komt eigenlijk op hetzelfde neer, wie niet voldoet... telt niet mee! Als eenmaal een oordeel is geveld over iemand, zullen anderen hem daar op beoordelen. Na dit heb je dan het veroordelen, na beide voorgaande is dit de 'slotfase'. In feite komt het hier op neer: Iemand moet maar een oordeel over jou vellen, het gevolg is dat iedereen die iemand volgt en jou zal beoordelen, na met een lange resem beoordelen te worden geconfronteerd, word je uiteindelijk veroordeeld. Idere keer komt het op hetzelfde neer, maar het begint bij één iets en eindigt voor sommigen catastrofaal!
"Ik wist het! Ik wist het hé!" Verbaasd keek ik mijn vriendin aan, "Wat wist je?" vroeg ik omdat ze met een verbeten trek om haar mond en een venijnige blik naar de gsm in haar hand staarde, meestal voorspelde dit niet veel goeds, integendeel... Storm op komst! "Ik wist het!" siste ze nogmaals. "Als jij me nu eens vertelt wat je wist, dan weet ik het ook!" "Die baan... Ik heb ze niet!" "Tja..." "Tja?? Is dat alles wat jij kan zeggen?" Furieus gooide ze de gsm in haar handtas, wenkte de ober en bestelde ons beider nog een rode martini on the rocks. "Wat wil je dan dat ik zeg? Jammer, ja natuurlijk vind ik het jammer al begrijp ik echt niet waarom je nu zo nodig een baan wil zoeken?" "Ik zoek ze niet 'zo' nodig, ik wil er gewoon één!" Klonk het vastberaden. "Heb je al eens geïnformeerd bij een uitzendbureau?" "Uitzend... Bach, nee zeg!" riep ze luider dan gewild en trok een gezicht alsof ik net iets vies had vertelt. " Zo'n interimbureau is een profiterende zaak die leeft van de werkende mens!" "Is dat niet altijd zo in het leven? Kijk maar eens hoeveel instanties er niet draaien op de kap van de werkende mens!" "Ja, nee... Ik wil niets met zo'n bureau, vroeger bestonden die ook niet en de mensen vonden toch zelf werk, dus zal dat nu ook wel lukken." Een goed gedacht is altijd goud waard, dacht ik en verplaatste mijn blik naar het raam. Het was pijpenstelen beginnen regen en opeens schoot me iets te binnen... "Heb jij het dak van je cabrio..." Verder kwam ik niet, ze keek me aan alsof ze het in Keulen hoorde donderen, greep in haar handtas naar de autosleutels, wrong zich tussen de dicht op elkaar staande tafeltjes door, mompelde nog iets dat op een vloek geleek en verdween. Ik zag haar hollen door de gietende regen, nipte van mijn martini en wachtte geduldig tot ze terug kwam. Er was niet eens veel tijd verstreken, toen ze hijgend en kletsnat weer op de zachte fluwelen bank plaats nam. "Hij was verdomme dicht! Ik zag het al van toen ik op de hoek kwam, verdorie mijn kapsel naar de vaantjes! Ze nam haar zakspiegeltje dat ze altijd bij de hand had, en gleed met alle vingers van haar hand door haar haren! Bestudeerde haar gezicht en vroeg ter bevestiging: "Hoe zie ik er uit?" Als een verzopen kat, wilde ik eigenlijk antwoorden maar haar blik hield me tegen en zei: "Goed alleen wat nat, je make-up is niet uitgelopen maak je geen zorgen." "Klote dag is het! Eerst die baan, nu dit!" " Ach kom er zijn ergere dingen in het leven, morgen kun je er om lachen" probeerde ik te sussen, we kenden elkaar al heel lang en wisten wat we van elkaar konden verwachten. "Vertel nu eens waarom je zo graag een baantje wilt want nu weet ik het nog steeds niet!" "Ok, herinner jij je Gertrude? De zoveelste vrouw van Robert!" voegde ze dat laatste er minachtend aantoe omdat ik een bedenkelijk gezicht trok. "O' die!" Antwoordde ik lachend bij de gedachte aan het 'rare vrouwmens' die ons onlangs was voorgesteld, een zeer zelfverzekerend type en voor de eerste keer in zijn leven had Robert een vrouw gevonden die hem niet wou 'om de centjes' De weinige keren dat ik haar had ontmoet, droeg ze een mannenpak met een nonchalant geknoopte das en steeds had ze een handtas bij zich, waar misschien wel haar hele kleerkast in kon, zo'n echt 'Mary Poppins' geval. Het was me opgevallen dat ze steeds dat 'enorme geval' op de tafel plaatste, net voor haar neus. Misschien was ze wel helemaal niet zo zelfverzekerd als ik dacht... en gebruikte ze die handtas alleen maar om zich achter te verbergen. "Juist, die trut!" haalde de stem van mijn gesprekspartner me uit gedachten, "Wel, die werkt ook en iedereen vindt dat mens de max, zelfs... mijn man!" "Jouw man? Omdat ze werkt? Begrijp ik niet, jouw echtgenoot wou toch geen werkende vrouw omdat het niet bij zijn status van tandarts paste?" "Aha, nu hoor ik het ook eens van een ander! Dat is het nu juist, hij beweert dat het mijn keuze is geweest om niet uit werken te gaan in geval er een hele schare kinderen zouden komen... Trouwens, de tijd van moeder aan de haard is voorbij, nu ben je 'in' als je jezelf als vrouw kan bewijzen in de zakenwereld." Op mijn onderlip bijtend probeerde ik de lachkriebels te onderdrukken, als vrouw 'in' zijn omdat je een plekje veroverd in de zakenwereld? "Weet je, het moet toch fijn zijn als vrouw de baas kunnen spelen over de mannen? Stel je voor meisje... allemaal mannelijke bedienden en een vrouw aan de top!" Ze balde haar vuisten en zei met triomfantelijk blik: "Dat zou mega, mega..." "... Niets zijn voor jou!" maakt ik haar zin af, "Vergeet niet dat je in zulke wereld keihard moet zijn en ervaring moet hebben. Wat ga je op je curriculum vitae zetten? Je studies en daarna in kleine lettertjes.... zoveel jaren huismoeder? Ze zullen je zien komen, onderaan de trap zul je moeten beginnen en bewijzen wat je in je mars hebt." "Als die trut dat kan, dan kan ik dat ook!" "Je vergeet één ding... Die Gertrude, is wel manager maar... waar en van wie? Van papa's bedrijf! Logisch toch dat dochterlief dan een hoge functie bekleedt??" Mijn vriendin zuchtte, keek me aan en zei: "Ja, zelfs al ziet ze er niet uit hé? Stel je voor als je voor haar werkt, hoe heet je bazin? TRUT!" Onze blikken kruisten elkaar waarop we beiden in een lach schoten, "Zullen we maar, het heeft opgehouden met regenen." Nog steeds grinnikend liepen we de straat door, straks zou ze Gertrude wel vergeten zijn, dacht ik nog. Aan de hoek van de straat gekomen, kreeg ik opeens een felle duw van haar arm, "Och nee!! Zeg dat het niet waar is!!" Ik keek in de mij aangewezen richting, de plaats waar we voordien de auto hadden achtergelaten! Net voor haar wagen had zich een eveneens donkerkleurige cabrio geplaatst... Weliswaar met gesloten dak! Voorzichtig kwam ik naderbij en zag naast de afgesloten cabrio er eentje staan waarvan de eigenaar straks niet zo heel gelukkig zou zijn. "Wat nu, alles is kleddernat!" riep mijn vriendin met wanhopige stem en haalde een pakje paieren zakdoekjes te voorschijn waarmee ze de zetels probeerde droog te wrijven. Nog voor ik antwoord kon geven, weerklonk een diepe mannenstem. "Dat is nu typisch iets voor vrouwen hé! Die kunnen nooit eens vooruit denken!" Gelijktijdig draaiden we ons om en keken in het ongeschoren gezicht van een jonge man, die grijnzend naar de open wagen wees. Hij liet een bulderende lach volgen op zijn woorden wat mijn vriendin boos maakte: "Zeg eens snotneus, bemoei je met je eigen zaken, wil je!" De jonge man grijnsde breed en antwoordde met een stem vol leedvermaak: "Ja madammeke gij zult met een natte broek thuiskomen straks!" "En jij... Jij zou maar beter maken dat je weg komt of straks zit jij met een volle pamper!" Kaatste mijn vriendin de bal terug, en keek de man strijdlustig aan. "Kom, laten we maar liever gaan" probeerde ik een eind te maken aan de situatie voor deze uit de hand zou lopen. "Die dame heeft gelijk, ge kunt maar beter gaan enne... vergeet uw dak niet..." "Hersenloze kwezel!" "Zijt blij meiske dat hij... haha, hij...krimpvrij is...haha, als ik deze joke straks aan mijn vrienden vertel..." "Had ik wel gedacht! Zo zie je er ook uit... " "Hoe zie ik er dan uit??" Naar haar wagen toelopend, schokschouderde ze: "Als een ezel die nooit een rijbewijs heeft gehaald en daardoor nog steeds met zijn fiets rondtoert!" Waarschijnlijk had hij er opeens genoeg van, kwam een stapje dichterbij en riep venijnig luid: "TRUT! Stomme trut!" Toen hij zich met forse stappen verwijderde zag ik dat hij fietsspelden droeg aan zijn broekspijpen, vandaar... Mijn vriendin die al weer kon lachen vroeg: "Heb je het gehoord wat die zei? TRUT"
Een os woonde naast een stier die maakte met de meisjes veel plezier troosteloos keek de os dan toe als er weer eens een domme koe viel voor de charmes van dat 'play-boydier'
Heb ik 't niet vaak gezegd? je niet dikwijls genoeg uitgelegd! riep mevrouw Van Praemen omdat haar man teveel snoepte van bramen en nu... tegen buikkrampen vecht
De troubadour speelde op z'n luit z'n metgezel blies op de fluit mensen dansten op de tonen in hun beurzen rinkelden de kronen het gezelschap ontving een flinke duit