Daar zat hij dan, in de stoel waar hij altijd zat als hij op bezoek kwam. Nonkeltje, 92 jaar en kwiek als een veertiger, naar z'n eigen zeggen sprong hij nog steeds over de hoofden van anderen heen, maar tussen zeggen en doen ligt nu eenmaal een hemelsbreed verschil en ik was de laatste die hem er toe zou uitdagen, want hem kennende...
Of ik Valentijn zou vieren, vroeg hij me. Ontkennend schudde ik mijn hoofd waarop hij zijn armen in de lucht stak en zuchtte: 'Vrouwen.' Ik probeerde hem duidelijk te maken dat ik Valentijn te commercieel vond, een rode roos verdubbelde haar prijs op liefjesdag, een menu in een restaurant kostte heel wat euro's meer en... Ik zweeg want zag dat mijn woorden hun doel hadden gemist, heel af en toe of beter gezegd 'hoe het hem paste,' leed hij aan een eigenaardige ziekte 'Oost-Indischdoof' noemden wij het.
Hij voelde wel dat ik hem in de gaten hield, bestudeerde met een kennersblik de sigaar die hij uit zijn binnenzak had gehaald en nam onderwijl een slokje van zijn porto. 'Als alle vrouwen zo denken, zal Valentijn op de duur geen werk meer hebben,' mompelde hij.
Met moeite mijn lachen onderdrukkend maakte ik hem duidelijk dat lang niet elke vrouw zo dacht, want elk mens had een andere ingesteldheid. Voor mij hoefde een romantische avond niet veel geld te kosten, een lekkere wijn met een hapje bij het haardvuur, kamermuziek op de achtergrond, kaarslicht dat weerkaatst in de ogen van je partner, zo eenvoudig maar mooi kan een romantische avond zijn.
Nonkel had zich even door mijn uiteenzetting over romantiek laten meeslepen, maar of hij het zo goed had begrepen betwijfel ik want met een zeker enthousiasme riep hij uit: 'En daar dan een goeie cowboyfilm met John Wayne bij die...'
'Nonkel een cowboyfilm zullen maar weinig vrouwen onder romantiek plaatsen!
‘Maar dat weet ik nog zo niet zulle kinneke! In mijn tijd was naar de cinema gaan ook romantisch, ge weet wel… stiekem handje vasthouden in het donker…’
‘Hihi, en af en toe een kuske?’
‘Neet begot!! Dat zou ik niet gedurfd hebben meiske, tante haar moeder zat altijd neven haar… Peins dat ik nogal een peer tegen mijn oren zou gekregen hebben mocht ik de eer van haar dochter in het openbaar aangetast hebben!’
‘Ja dat was nog een andere tijd dan die van mij, vroeger was het wel te streng vond ik.
‘Absoluut, als ge buiten kwam… Moest de ‘waakhond’ altijd mee.
‘Hihi waakhond…’
‘Hoe moet ge anders zo iemand noemen? Mijn schoonmoeder was erger dan zo’n dobber…hond’
‘Dobberman’
‘Hum, een echte dobber…vrouw haha, ze blafte als het haar niet zinde, gromde als ze haar goesting niet kreeg, jankte als haar dochter sprak van trouwen en beet zich vast in ons huwelijk zodat zij een levensgarantie had de scepter te blijven zwaaien over haar dochter.’
‘Ach nonkelke, elke generatie heeft zo haar eigen verhaal, toen was het ‘te’ maar nu is het ‘te’ in de tegenovergestelde richting, ze laten de kinderen veel te los…’
‘Er zijn geen echte moeders meer kind, dat is het probleem!’ Alleen nog werkende vrouwen die geld en macht verkiezen boven een huishouden en kinderen opvoeden… En dat meiske, is verkeerd! Geloof me! Maar goed, ik ben een oude seniele man in de ogen van de hedendaagse jeugd maar, geef me toch maar mijn tijd zulle, wij wisten wat respect betekende, hardleers hebben wij de waarde van ’t leven ontdekt en dat is iets dat de jeugd nu, nooit of nooit zal ontdekken…Ze leven, ja maar voor wat en wie, dat weten ze niet eens, ze flierefluiten er op los en als ze 30 zijn hebben ze alles uitgeprobeerd waar wij een ganse leven over deden…
Resultaat… Stress, dat is de ziekte van deze eeuw, ze weten met zichzelf geen blijf meer en voelen zich onbegrepen, zien niets nog zitten, het lachen is hun vergaan want genieten van kleine dingen hebben ze nooit geleerd…’
Hij zweeg en ik keek hem enkel aan met een bewonderende blik. Een simpel oud mens droeg de waarheid in zich, maar of deze een luisterend oor vond onder de jonge bevolking… Nee, want alles herhaalde zich en iedere keer we dachten op het punt te staan… vielen we weer naar af. Ook dat zou deze rebelse jeugd nog ondervinden.
Nonkel kwam wat moeizaam overeind, praten over zulke zaken maakte hem doodmoe, volgens hem waren er geen leiders meer die alles in goede banen konden leiden, al betwijfel ik of dit vroeger wel het geval was geweest want is deze jeugd niet het product van ‘hun handel en wandel?’
‘Zo en nu ga ik een hele grote bos rode rozen kopen!’ zei hij bij afscheid.
Ik knikte: ‘Voor je vriendin haar Valentijn.’
‘Nee, voor ’t graf van mijn vrouw, al heeft zij die feestdag nooit gekend, ik wil haar er ook van laten genieten, men moet met zijn tijd mee, maar lief kind… Elk op zijn manier!’
©Marina Geerinck