Zij kon


Zij kon als de zon zijn
als het felste middaglicht
zij kon als de maan zijn
als de stilste stilte
zij kon als een ster zijn
als een lantaarn in de straat
zij kon één en al lach zijn
als klaterend water
zij kon als een traan zijn
en beken bevloeien
zij kon een luisterend oor zijn
een vraag zonder antwoord
zij kon toch zoveel zijn
dat wij met domheid geslagen ons afvragen:
Waarom?
Edith Oeyen






