Met heimwee
haar schoonheid verscholen
ongerept de glans in haar ogen
de glinster van maanlicht op het haar
soms was ze als pendelaar aanwezig
met soepele wandeling om haar heupen
nu hinkelt ze ver na
slaakt kreten van geïsoleerdheid
de minnaar heeft steeds
minder tijd
minder
tijd
Edith Oeyen








