

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
DE DOODSTRIJD
DE DOODSTRIJD
bij werk van Felix De Boeck
Duister omkleedt de laatste uren,
gebroken ogen
hopen nog op kracht,
maar in filterlicht
is verlichting opgeborgen
de dood
heeft reeds een masker op jou gelegd
rimpels tekenden jouw lijden
als vreemde vogels in mijn ogen
avondkruid en altijd duren
hebben een verbond getekend
straks als het licht
in jouw ogen dooft
ontvangt jouw ziel
de blauwe rust
en vindt zij de stilte
van geliefden doden
Edith Oeyen
Te weinig
laten me verdorren in dit stille huis
een onhoorbaar lied
sterft bij het ontwaken van de nacht
verklangen wordt een zoektocht
zonder vinden,
er is een schaduwzijde
... dit wachten.
Edith Oeyen
Kinderen
KINDEREN
Kinderen slapen
dromen zich sprookjes,
de nacht is avondmoe
drijft zichzelf verder
dan de tijd
wanneer kinderogen
guitig lachen
en brabbelmondjes maken,
met rondom hun hoofdje
blonde krullen.
Edith Oeyen
DE GEUR VAN...


DE GEUR VAN
Laat ons nu geduldig luisteren
naar de blauwe beken van stilte
zij zingen een sneeuwwit lied
van vreugde en vrede
zij bewaren het wonder van nieuw licht
dat door de dagen breekt
voorbij de grenzen van haat
verwelkomen wij een kind
sluiten duistere dagen af
en kijken uit naar
de geur van wat komende is.
Edith Oeyen
IN DEZE DOODSTILLE NACHT


In deze doodstille nacht
klinkt een vurig lied van vrede,
ook sterren drijven
verder op dit ritme,
langs heuvels waar duister woont
heeft vlokkenwit
een tapijt van onschuld gelegd.
Het speelse ochtendlicht
maakt zijn doortocht,
angst,
tranen,
verdriet en
verbittering
liggen op zijn weg
wintervleugels beschermen
ons tegen donkere tijden
want kerstvreugde is als een struik
gegroeid uit het zuiverste groen.
Edith Oeyen
HIJ IS EEN BLINDE
HIJ IS EEN BLINDE
Dit ontwijken heeft geen naam
Hoog verbergt de lucht zich
achter de vleugels van mijn schaduw
die zich schaamteloos uitspreidt
over het land
het land dat sterft in eenzaamheid
als straks de sneeuw regen wordt
en de zon wit van onrust
koestert de nachtegaal
het jonge groen,
dat ontsproten onder een blauwe hemel
stikt in grauwheid
adembenemend stijgt dan de angst
en gejaagd weergalmt de echo door de dag
In harmonie speelt ergens de zomerzon
met het brandende zand
dat hij het breken van de avond
grenzeloos wordt weggejaagd
Wanneer dan een kind de jasmijn plukt
en tintelingen voelt in zijn bloed
weet het niet eens meer
hoe vederlicht de lente was
hij is een blinde
in dit landschap
zonder seizoenen.
Edith Oeyen
WEES TE SARAJEVO


WEES TE SARAJEVO
Ashmin
kijk me niet zo
doordringend aan
ik ken het onrecht
ook de werkelijkheid.
Je doolt als wees
scharrelt op een vuilnisbelt
vlucht de angst
zoekt naar warmte.
Ashmin
kijk me niet zo aan
ook ik versta de wereld niet.
Ashmin
nu jij
zo naar mij kijkt
lijkt het alsof ik
onder jouw pijn bezwijk.
Edith Oeyen
Later
LATER
Als een zonderling waad ik
een weg op je strand
sterven wil ik
als jij doodgaat.
vaag verdriet streelt mijn tranen
terwijl ik
naar de eeuwigheid
van de wind tast.
een lucht die blauwe linten weeft
laat zich beminnen om
haar schoonheid.
In onvruchtbaar zand schrijf ik
een afscheidsbrief in oneindigheid aan woorden.
later
veel later,
herinner jij mijn wandelgang
als de stilte zichtbaar wordt.
Edith Oeyen
Zal ik


Zal ik net als Melissa wezen
jou de rijkdom leren
en laven met geitenmelk?
Zal ik bomen voeden
herplanten en aansporen tot groei?
Zal ik vragen hoeveel
een park rode rozen biedt?
Winderig waait de storm in de nacht
bijen zoeken honing in de zon
kinderen spelen met de schaduw
en ik zal schelpen vinden aan zee
welke toekomst zal er leven?
Zal ik nog als Melissa wezen
en jou de rijkdom van het land
laten zien
© Edith Oeyen
Uit: De boom van stilte draagt vruchten van vrede'
Ze rolde
Ze rolde zomaar uit mijn ogen
een traan van jong verdriet
toen de herfst aantrad
en jou mee vroeg naar elders
wind zette jou op zijn vleugels
bracht de rust waar jij naar trachtte
in mijn alleen zijn
praat ik met oneindigheid
aan woorden tot ik jouw stem weer hoor
de wenkende hand in de verte
is van hen
die jou voorafgingen.
Edith Oeyen
Met heimwee
haar schoonheid verscholen
ongerept de glans in haar ogen
de glinster van maanlicht op het haar
soms was ze als pendelaar aanwezig
met soepele wandeling om haar heupen
nu hinkelt ze ver na
slaakt kreten van geïsoleerdheid
de minnaar heeft steeds
minder tijd
minder
tijd
Edith Oeyen
Ik wil me behoeden


Ik wil me behoeden
tegen het vallen
slaap elke nacht
warmte in mijn huid
licht leeft in elke beweging
geeft inzicht in mezelf
ik vind weer jou
bij wie ik ademen wil
mijn huis kent vele deuren
ramen worden opengesteld
de stille kleur van het behang
wacht elke avond op je komst
©Edith Oeyen
Dansen
Dansen van vrolijkheid
in boomgaarden waar dieren
uit fabels verdwaald zijn
rijpe druiven persen tot wijn
rinkelen met lege flessen
na avonden uitbundigheid
je belhamel voelen in de bloemenstad
waar kleuren een mozaïek
van schoonheid vormen
onze eenheid vedraagt geen droefheid
in dit prinsdom hoort men
enkel stemmen fluisteren
dansen van vrolijkheid
na avonden uitbundig te
hebben bemind.
Edith Oeyen
DIT IS
Nu de stilte
als wijding is neergestreken
zal ik me beschutten
tegen duisternis
en rusteloosheid
ook zwijgen
kent zijn grenzen
dit vreemd onthouden
is als uitzichtloze troost
als snijden in mijn eigenheid
maar hunker groeit
naar nieuwe hoop
geheel ontdaan van twijfel zijn
is werkelijkheid
rozen uit zomertuinen
laten mijn bloed
weer langzaam stromen.
Edith Oeyen
ZAL IK STERVEN
Zal ik sterven van verdriet
nu ik langzaam voel
hoe alles uit me stroomt
dagen gevuld met zorgen
drijven me als automaat
licht geeft geen kleur
en vreugde is een onbekendheid
ik zoek wat
niet te vinden is
ben jij het die
me leven laat?
Edith Oeyen
uit: Op vleugels van verlegen schaamte
REGENDRUPPELS
Hier voel je de vrolijkheid
goedheid en leven
wij openen het gordijn
ontdekken een landschap
waarin een vijver
dikkopjes dansen laat
of zijn het ballonen
van kinderen op een kermisplein
misschien wel regendruppels
of de blauwdruk
van een ongezongen lied
mogelijk blaasbellen
in een lentelucht
laat ons dit raadselachtig dolen
bezingen met de stem van engelen.
Edith Oeyen
WEES VOORZICHTIG


Wees voorzichtig
nu de stilte is verbroken
laat me geen winters
na de ontdekking
ondenkbare woorden fluisteren:
werkelijkheid of droom?
reeds in de verte
ontwaar ik één of anders tstad.
Edith Oeyen
Voor jou

Voor jou
wil ik mijn schuchterheid
verliezen
zweven als een
dronken bij
in je armen
zal je me verwarmen
als herders hoeden op het veld?
en mijn verlegen schaamte
ontwijken?
Edith Oeyen
Reeds dagen
Reeds dagen ben ik een zwerver
dolend in droefheid
wachtend op liefde
die omschreven wordt.
ach,
er is de tijd
hartstocht heeft me bewogen
en ingetogen beleef ik
de schoonheid van beminnen.
ik wil vluchten uit
de stilte
schooier zijn
en smeken om jouw aanwezigheid.
Edith Oeyen

