Ze rolde
Ze rolde zomaar uit mijn ogen
een traan van jong verdriet
toen de herfst aantrad
en jou mee vroeg naar elders
wind zette jou op zijn vleugels
bracht de rust waar jij naar trachtte
in mijn alleen zijn
praat ik met oneindigheid
aan woorden tot ik jouw stem weer hoor
de wenkende hand in de verte
is van hen
die jou voorafgingen.
Edith Oeyen







