Brede Opklaringen bij KLARA volgende week

WEEK VAN 9 TOT 13 AUGUSTUS
Paul Gilson (1865-1942) …was een belangrijk Vlaams componist en pionier van de Belgische blaasmuziek. Zowat de hele Belgische componistengeneratie van het interbellum is bij hem in de leer geweest. Hij richtte de Revue Musicale Belge op waarvan hij hoofdredacteur was. Hij was ook inspecteur van het muziekonderwijs in België.
Paul Gilson liet een uitgebreid oeuvre na dat zowat alle genres omvat: symfonische stukken, cantaten, stukken voor harmonie en fanfare, koormuziek, opera’s, kamermuziek en liederen. Zijn latere werken zijn soms een tikje academisch.
Hij schreef ook enkele theoretische werken en gaf het boek Notes de musique et souvenirs uit.
Joseph Ryelandt (1870-1965)...
Baron Joseph R. behoorde tot de Franssprekende bourgeoisie van Brugge. Hij vond dat hij met zijn muziek maar één iemand moest behagen, de goddelijke persoon, die hem zijn talent gaf. Zijn overwegend religieuze muziek vervalt niet in zoeterige neotaal maar is geschreven in een gedegen eigen polyfoon romantische taal.
In 1924 werd hij directeur van het conservatorium te Brugge. Ryelandt volgde onverbiddelijk zijn eigen weg, wars van de evolutie binnen de muziektaal. "Het enige waar het op aankomt is ware schoonheid te scheppen, iets te zeggen te hebben. Heeft Bach de nieuwe stroming van zijn tijd gevolgd? Neen. Maar het scheelt ons weinig: hij is van alle tijden". Dit was zijn oordeel en credo.
Jozef Ryelandt componeerde heel veel liederen zowel op Franse als Vlaamse teksten, van Verlaine tot Gezelle; kamermuziek, orkestwerken en heel veel religieus werk.
Jef Van Hoof (1886-1959) …
was een bijzonder populaire toondichter van Vlaamse kunstliederen. Jef was een multi-instrumentalist en beheerste ondermeer orgel, piano en fuga. Zijn oeuvre omvat zowat alle genres. Hij schreef een eigen strijdlied, Groeninghe, dat door sommigen de Vlaamse Marseillaise werd genoemd. Van Groeningerwacht, de vereniging die hij zelf oprichtte, dirigeerde hij het mannenkoor.
Jef Van Hoof was ambitieus en bijzonder actief : hij was medestichter van de muziekuitgeverij De Crans, van het Genootschap van Vlaamse componisten, van de Vlaamse concerten en van de Nationale Vlaamse fanfare. De driejaarlijkse prijs Jef Van Hoof werd naar hem genoemd.
Arthur Meulemans (1884-1966) …
zong als jonge snaak in het kerkkoor en speelde piccolo, viool, piano en orgel. Hij studeerde onder Edgar Tinel en Oscar Depuydt en behaalde het hoogste diploma aan het École de Musique Réligieuse (het huidige Lemmensinstituut) in Mechelen. Hij mocht er meteen blijven als leraar harmonie en bleef dat tot 1914. Ook in zijn thuisstad Aarschot en in Tongeren zou hij muziekles geven. De talenten van Meulemans gingen niet onopgemerkt voorbij : het NIR lijfde hem maar wat graag in als dirigent en later directeur van het Groot Radio-Orkest. Na zijn professionele loopbaan stortte hij zich op het componeren. Talrijke onderscheidingen waren zijn deel en in 1956 werd het Arthur Meulemans Fonds gesticht, dat menig compositie van zijn hand heeft uitgebracht.
Jan Blockx (1851-1912) …was een van de eerste leerlingen van Peter Benoit. In zijn jeugdjaren was Blockx bekend onder zijn schuilnaam Scolbini. Na zijn studies verkaste hij samen met Frank Van der Stucken naar Italië. Na zijn terugkeer inspireerde “de man die zijn volk leerde lezen” Blockx tot het schrijven van de Hulde aan Conscience, alsook een Conscience-mars.
Jan Blockx volgde zijn leermeester Benoit op als leider van de Vlaamse muziekbeweging. Zo ontpopte hij zich tot de belangrijkste Vlaamse operacomponist van het einde van de 19e eeuw. Hij pende een indrukwekkend oeuvre bijeen, waarbij hij beïnvloed werd door Benoit, Bizet, Mascagni en Wagner. Op zijn beurt inspireerde hij menig musicus.

François-Auguste Gevaert (1828-1908) …
Arthur Meulemans (1884-1966) …

















