Oorlogsdagboek S.O.E agent Marcel Becquaert (deel2)

19 augustus 1942
Ontscheping van de Canadezen in Dieppe.
Kregen een mooie brief van twee meisjes die we naar het station gebracht hadden; zij wensten ons veel moed toe.
24 augustus 1942
Kreeg een abces op een tand. De tandarts wilde hem niet trekken.
27 augustus 1942
Gans de dag, als werkzoekende, gewacht op de trappen van het werfbureau. Eindelijk ontvangen door een dokter die zijn studies in België gedaan had. Hij biedt hulp aan.
Nu afwachten of we aanvaard worden, om de vendange in de Beaujolais te doen. Heb reeds 7 kilo verloren in twee maand.
28 augustus 1942
Tand laten trekken niettegenstaande mijn abces.
Zegels gekregen van de Restauration Paysanne voor de maand september.
30 augustus 1942 zondag – moeders feestdag
Gelukkig weet ze niet wat wij hier allemaal tegenkomen en dat we soms goesting hebben om terug naar huis te keren.
Kennis gemaakt met een Belgische handelsreiziger, die heeft me wat tabak gegeven.
01 september 1942 - dinsdag
DCA van Lyon in actie getreden tegen de Britse vliegtuigen.
Namiddag doorgebracht in de stadsbibliotheek.
02 september 1942
Buiten gezet in ons hotel. Ganse dag nieuw logement gezocht. Eindelijk aangenomen in hotel Columbia, alle drie samen op één kamer. Definitief contact met Pierre verloren.
04 september 1942
Een schoenmaker (Algerijn) die mijn slechte schoenen wil herstellen.
06 september 1942
Ons moederke Mevrouw Accary bezorgd ons een paar koekjes en een stuk chocolade.
Na een tweede controle van de politie, vliegen wij terug buiten in het hotel.
07 september 1942
Krijgen geen kamer meer. Dan maar naar Madame Accary in de Rue Montesquieu 15.
Ondertussen had de dochter Alice voor zeep en zegels gezorgd. In resto “Chez Blanche” kregen wij gratis een supplement. Door tussenkomst van een kuisvrouw zijn we bij een Belgische rubberfabrikant geweest, die een adres gaf waar we ons morgen moesten aanbieden “La Collogne – 52 Avenue de la République-Villeur-Banne.
09 september 1942
Samen met André ons aangeboden om 7 uur in de firma. Kregen van Ir. Texier een werkkledij in leen. Ik stond direct aan een boormachine terwijl André specialist “Balayeur” werd.
Robert ontvangt het nieuws dat we aangeworven zijn voor de vendage. Kon dat nu ook geen dag vroeger gebeuren!
10 september 1942 – donderdag
André ontvangt ook zijn convocatie voor de Pouilly Monial. Voor de 20e keer terug pasfoto’s laten maken, want de “Sauf Conduit” ontbreekt ons nog (dat duurt min.3 dagen).
Met tegenzin verlaten we “La Collogne”, de werklieden waren heel vriendelijk voor ons. Ir. Texier zegt dat we na de vendange terug ons werk kunnen hervatten.
11 september 1942
Ontvangen : een pakje met onze werkkledij.
’s Morgens vroeg terug gewekt door de politie. Controle op de wapens. Terug naar
het commissariaat en bureau de chomage, voor het bekomen van een “saufconduit”. In de namiddag naar Perache, waar Mr. Conaud ons gerust stelt. We mogen het
werkkamp vervoegen van zohaast we in regel zijn met onze pas. Op de “secours
national” krijgen we een ticket om gratis te gaan eten.
12 september 1942
Vertrouwen de ganse administratie niet meer en vertrekken met de trein naar Villefranche, vandaar te voet (8 km) naar Pouilly. De gemeentesecretaris stuurde ons naar de hoeve van boer Layat, die in ’40 als militair in België was. We werden er goed ontvangen, eindelijk konden wij ons buikje vol eten.
13 september 1942 – zondag
’s Morgens verhuizen we naar boer Lavenière. De ganse dag gewerkt. Hier ondervinden we wat vendange betekent. Hier valt weinig te lachen. We werken door tot het donker wordt. Van toilet maken geen sprake. Terug moeten wij naar een andere hoeve hier was geen slaapgelegenheid.
14 september 1942
Morgenstond brengt goud in de mond. We hadden liever wat langer geslapen. Na de soep en de aardappelen, terug naar het veld. Ditmaal tracht ik porteur te worden. De draagriemen snijden in mijn schouders want de “bennes” wegen geladen 100 kg. Gelukkig is het dan bergaf. In alle geval liever dit, dan een ganse dag gebukt te staan.
In de late namiddag moeten wij ons aanbieden bij “le Maire”. Daar aangekomen, wist hij zogezegd van niets. Vertrekken naar een derde boer Barnot, die is niet vriendelijk en het eten laat te wensen over. Als porteur word ik beter betaald en om 11 u en om 15 u krijgen we een casse-croute.
15 september 1942 – dinsdag
De ganse dag op grote afstanden moeten dragen, samen met een Franse collega. We sloten de dag af met een goede slok wijn.
Nadien nog driemaal van boer veranderd. De laatste dag was ik ziek en heb een dag rust genomen. ’s Avonds kreeg ik toch eten van de boerin. Wat was het zalig als we ’s avonds terug in de hooizolder konden kruipen, goesting om naar de meisjes te kijken hadden we niet.
20 september 1942 – zondag
Einde van de vendange, terug naar Lyon. Twee nachten in hotel Faculté en Pasteur geslapen.
5 september 1942
Moeten terug ons hotel verlaten, vreemdelingen zijn niet meer welkom. Door bemiddeling van Mr. Accary, kunnen wij de kamer van Jeanette Perret gebruiken. Een bed voor drie man is wat te smal. Nu we een eigen keuken hebben kunnen we zelf ons eten klaar maken.
8 november 1942
Anglo-Amerikaanse troepen ontschepen in Noord-Afrika.
10 november 1942
Verwachten geen hulp meer van de USA Amb. en verlaten Lyon. Per camion, geladen met hout, naar Limoges, per trein naar Montauban. Duitse colonne staat op het dorpsplein, zijn we in de verkeerde richting gereden? Neen, ze hebben heel Frankrijk bezet.
Vlug verlaten we de stad en komen aan bij boer Portal Marcel Peyre de la Sal – Gasseras. We werden ondergebracht in een afgelegen tuinhuisje.
12 november 1942
Contact opgenomen met de Office Belge in Montauban.
De consul bezorgt ons een rantsoenkaart.
26 november 1942
Brief geschreven aan mijn ouders en aan Paula, gevraagd aan de boer brieven te verzenden na de oorlog.
Hier leerden we de boerenstiel, zelfs het snoeien van bomen.
1 december 1942
Robert Deprez en André Schaepdrijver worden opgeroepen om onmiddellijk te vertrekken, richting Spanje. Ik bleef alleen achter bij de familie Portal.
2 december 1942 – woensdag
Na het ontbijt verwittigd, dat ik, met de trein van 12 u naar Toulouse moest vertrekken. Alle bagage en dagboek achtergelaten. Contact opgenomen met Mr . Emile in Hotel de Paris, te Toulouse. Om 20 u vertrekken in groep (13 man) naar Usat les Bains (Foix). Bij valavond ons verborgen in een gracht, in afwachting dat de gids ons oppikt. De gids was een smokkelaar met een zware rugzak. De tocht over de Pyreneeën begint bij volle duisternis, richting Andorra. We volgen de gids langs kleine bergpaden, soms langs de flank van rotswanden.
03 december 1942
De ganse dag verder gemarcheerd. ’s Avonds even gerust in een kleine hut. De voorraad is op, water ontbreekt. Twee personen moeten achterlaten die gekwetst waren bij een val. Droog gras in brand gestoken, om te verhinderen dat de honden ons spoor zouden volgen.
4 december 1942
Trekken verder over het ijs. Een herder verkoopt melk en brood, maar ik had geen geld. Op een zeker ogenblik was de gids verdwenen, we wisten dat Duitse patrouilles toegang hadden tot Andorra. Rond 4 uur kwamen we aan de Spaanse grens, terug was onze gids verdwenen. Op eigen kracht gingen we verder en trokken Spanje binnen, op handen en voeten, onder het venster van een grenswachtpost. Alles begon zwart te worden voor mijn ogen, ik was doodop. 5 km verder, nabij Seo de Urgel, werden we aangehouden door de Guardia Civil. Vlug heb ik mijn paspoort opgegeten, mijn mes werd afgenomen. Smokkel van deviezen konden ze mij niet aanwrijven, vermits ik geen cent meer had.
05 december 1942
Moesten fiches invullen, ik verklaar mij Canadees, wonende te Detroit, ontsnapte uit de raid op Dieppe. We krijgen zwarte bonen te eten, dat vult wel goed de maag. Daarna vliegen we de gevangenis (calabossa) in. Daar worden ook mijn speelkaarten afgenomen. We slapen voorlopig op de grond, dicht bij elkaar om wat warmte te recupereren.
6 december 1942 – zondag
Geen eten vandaag. Koud, we zitten 2000 m hoog. Moeten naar de mis in de gevangenis, een Poolse priester doet de mis. Nadien krijgen we een paar vijgen. Onze cel is overbevolkt, de rode gevangenen uit de burgeroorlog zitten er samen met ons. Onder de dreiging van kolfslagen moeten we de Bandera leren zingen. Arriba Franco.
9 december 1942
Wat gaat er uiteindelijk met ons gebeuren? Hopen niet uitgeleverd te worden aan de Moffen. We kunnen ons wassen aan de fontein, maar moeten eerst het ijs stukslaan. Werden ingeënt tegen tyfus.
Nooit gedacht dat ik in het jaar 1981 hier terug zou slapen, met dit verschil, ze hadden rond de binnenkoer met fontein een “Parador” (hotel) gebouwd, en het logement was ditmaal niet gratis.
13 december 1942
Zitten reeds met 80 man in de gevangenis (Rojas inbegrepen). Slapen nu op planken.
Mondharmonica omgewisseld voor een korst brood en 8 vijgen. Mijn uurwerk verkocht aan een Spanjaard, kreeg voorlopig 40 peseta’s. Geruchten doen de ronde dat de gevangenis van Lerida en het kamp van Miranda volzet zijn. Hoe lang zitten we hier vast. De solidariteit tussen de Polen is te bewonderen.
Lijst van medegevangenen die samen met mij de tocht over de Pyreneeën gemaakt hebben en hier gevangen zitten :
|
Delvaux André |
Chée de Huy 46 |
Wavre |
|
Jacques Ernest |
|
|
|
Gobert Jules |
Av. des Cailles |
Bruxelles |
|
Serebriani Henri |
Rue des Biches Claires 3 |
Bruxelles |
|
Bodson Victor |
Rue des Bois 78 |
Eghezee |
|
Etienne René |
|
|
|
Kinna Charles |
Kouter 15 |
Overmere – Berlare |
|
Goffin Maurice |
|
|
|
Leceuve Victor |
Schoondalstr.2 |
Koksijde (was ook in het fort Chapoly) |
|
Devuyst Paul |
Av. Winston Churchill 196 |
Bruxelles |
Vermits ik geen speelkaarten meer heb, dan maar combat naval gespeeld.
Vandaag koppen van haring moeten eten.
Voor 2 peseta’s honing gekocht. Mijn tabak geruild voor 10 vijgen. De horlogemaker die mijn uurwerk gedeeltelijk betaald had is vrijgelaten, en mijn centen zijn gaan vliegen.
We trachten in de gratie van de priester te komen, door ons christelijker voor te doen dan de paus, dit om wat eten los te krijgen.
14 december 1942
Eindelijk krijgen we een strozak, dagelijks komen nieuwe Franse en Poolse vluchtelingen aan.
Vervelend, ik heb nu geen enkele notie van tijd meer.
15 december 1942
De priester brengt wat maïsbloem mee. Met 6 man opgesloten in een cel met natte vloer, omdat we teveel geduwd hadden om vooraan te staan bij de bedeling van bonen. Een paar uur later terug naar ons gewoon cachot. Mijn pijp geruild tegen ½ pakje sigaretten. Krijgen een tweede inspuiting tegen tyfus, de hele nacht zware koorts en gedroomd van thuis.
17 december 1942
De rode Spanjaarden worden van ons gescheiden. Een Engelsman vervoegt ons en meldt ons dat Turkije ook in de oorlog betrokken is.
Vertrek, manana. Deze morgen me laten scheren, de eerste maal sinds ons vertrek uit Toulouse. Opnieuw 3 Belgen die ons komen vervoegen . Kregen deze middag vers brood en boter. Ik sta niet op de lijst om te vertrekken. Nogmaals 3 Belgen komen aan, waaronder 1 uit Kortrijk. Vaccin tegen pokken ingeënt.
18 december 1942 – vrijdag
Een van de drie Belgen die gisteren aankwamen, heb ik reeds ontmoet in Lyon. Alle drie werden ze gestraft en kaal geschoren, omdat een houten bord, waarop ze geslapen hadden, beschadigd was. Vertrek nogmaals beloofd, voor morgen en maandag.
20 december 1942 – zondag
Eerste contingent gevangenen vertrokken naar Miranda.
Voor de eerste maal mijn broek kunnen uittrekken om te slapen.
22 december 1942 – dinsdag
We vertrokken ’s morgens in een bittere koude, per autocar (een krakende kas) 2richting Lerida. We volgden de loop van de Rio Segre, vanaf de hoogte van een paar duizend meter. Op een bepaald ogenblik staken we een ravijn over. De brug die opgeblazen was gedurende de burgeroorlog, was vervangen door twee stalen balken, die juist op spoorbreedte van de autocar lagen. Het was indrukwekkend, hoe de chauffeur boven die afgrond, in alle kalmte zijn oude kar veilig overbracht. De dorpen die we nu voorbij reden waren nog half verwoest.
De bus stopte aan de gevangenis, er was geen plaats meer, dan maar te voet verderop naar een oude kazerne, om in één zaal met 130 man samengeperst te worden. De ganse vloer was ’s nachts volledig bedekt met lichamen. Verluchting was er voldoende , want de ramen ontbraken.
23 december 1942
Slechte voeding, wie geld heeft kan een brood kopen. De Polen spelen hier de baas, ze ontvangen 50 à 95 pes/per week.
24 december 1942
Mijn kousen die ik te drogen heb gehangen zijn verdwenen. De Spanjaard die me brood moest geven in ruil voor mijn stylo, was niet meer te vinden. Heb een weinig gekregen uit de colli’s die de Franse cadetten krijgen als kerstgeschenk van hun consulaat.
25 december 1942
Na een ijskoude nacht doorgebracht te hebben, moeten we een openlucht mis bijwonen. Vandaag een extra maaltijd, er was vlees en aardappelen in de soep. Daarna als dessert, 2 mandarijnen.
26 december 1942
Rond de middag onverwachts de lijst van het 2e konvooi dat zou vertrekken. Bij het appel werd mijn naam niet vermeld, bij de tweede afroeping was ik er wel bij. Rond 16 uur vertrek per trein naar Saragossa, aankomst rond 22 uur. Geen plaats in de gevangenis. In het station moeten wachten ( zonder eten) op een trein die ons verder zal brengen.
27 december 1942 – zondag
Rond 7 uur vertrek naar Miranda, we zaten in een 2e klas rijtuig, geen glas in de ramen erg koud. Aan een leurende vrouw, mijn hemd gewisseld voor een stuk brood.
Militairen, uitgedost met rode muts en mooie laarzen, behorend tot de “Division Azul”, vertrekken uit Saragossa naar Rusland. Ze begrijpen ons ideaal, zij vertrekken om hun familie uit de nood te helpen en nadien een staatsbetrekking te krijgen.
Om 16 uur aangekomen in Miranda, het kamp ligt op 200 m van het station. We twijfelen welke nationaliteit aan te geven. We ontvangen een deken, poncho, gamel en strozak worden voorlopig ondergebracht in de gang van barak 15 (bij de Canadezen).





































































