Het Fort de Troyon als sperfort in september 1914
De Duitse opmars mislukt. Ze slagen er niet in om via de Maashoogten de Maas te bereiken en de rivier over te steken. Deze mislukking is voor een groot deel te danken aan de hardnekkige tegenstand van de bemanning van het sperfort Troyon. Dit wapenfeit vindt plaats in de kritieke eerste dagen van de Duitse opmars van 8 tot 14 september.
De taken van de forten langs de Maas zijn:
· Het beveiligen van bepaalde gebieden ten westen van de Maas waarin het eigen veldleger bij mobilisatie gaat concentreren
· Verhinderen dat de vijand in de zwak verdedigde frontsectoren ten oosten van de Maas troepen kan concentreren voor een aanval in de richting van de rivier en zijn bruggen. Zo heeft Troyon onder meer de taak de bruggen bij Ambly en La-croix-sur-Meuse te beveiligen.
· Het kanaliseren van een vijandelijke aanval in deze richting.
Le fort de TROYON : Le fort de Troyon est de type "à massif central" ou encore "à batterie basse", conçu par le général SERE de RIVIERE, construit en 1878.
Dimensions :largeur 320m,longueur 270m, surface 5 ha
Garnison : 800 hommes, mais 450 en 1914
Le fort de TROYON : Armement
Protection des fossés:
6 canons de 12 culasse d´assaut
6 canons révolver Hotchkiss de 40mm
Plates-formes de tir :
12 canon de 90mm en 3 batteries de 4
4 canons de 120mm
Armes de tir indirect:
2 mortiers-bouches "Louis-Philippe" de 15cm en bronze
Le fort disposait de 2 sections de mitrailleuses "Saint Etienne" de 1907 ainsi que 3 observatoires périscopiques. Il n´y avait pas de coupole blindée mais 18 plates-formes doubles pour 2 pièces à l´air libre.
Het fort de Troyon is zoals reeds gezegd een onderdeel van de defensieve linie "rideau défensif des Hauts de Meuse".Het is een ontwerp van Général Séré de Rivières en is gelegen tussen de vesting Verdun en de vesting van Toul.
De bouw start in 1878 en wordt voltooid in 1879. In theorie is dit een bouwtijd van 20 maanden maar in praktijk is het niet meer dan 14 -16 maanden, want 's winters word er niet gebouwd. Het fort, gebouwd in de jaren 1878 -1879, is geheel uit metselsteen opgetrokken en afgedekt met een laag aarde van vijf meter dik. Het metselwerk is later niet met beton versterkt zoals de forten Douaumont, Vaux en Moulainville. Wel zijn er drie uit gewapend beton bestaande infanteriewaarnemingsposten boven op het fort gebouwd. Onder in het fort zijn er enkele bomvrije ruimten in de rotsachtige ondergrond uitgehouwen. Deze doen dienst als schuilplaats voor de fortbemanning en voor de opslag van munitie.
Het project verbruikt 160 000 m3 stenen 40 000 m3 metselwerk. Meer dan 1000 vakmensen hebben dagelijks gewerkt aan de bouw. Dit ingewikkelde bouwwerk, op de top van de heuvel, vereist 240 ton materiaal en meer dan 40 m3 water per dag.
Oorspronkelijk voorziet het fort de huisvesting van een garnizoen van 800 man en 40 vuurmonden, maar ten tijde van de herhaaldelijke aanvallen in september 1914 is het voorzien van een bezetting van 450 man en een dertigtal oude kanonnen. Gesitueerd langs de weg te midden van "Place forte de Verdun" en de "Saillant de Saint-Mihiel", bezorgt het fort een plaats in de eerste linie van het front.
Het fort beschikt dus zoals reeds vermeld over verouderde kanonnen van het type De Bange en heeft geen gepantserde geschutskoepels en artilleriewaarnemingsposten. Er zijn 4 kanonnen van 120mm, 12 kanonnen van 90 mm, 2 gladde mortieren, 4 mitrailleurs en 6 kanonnen van 12mm en 6 revolver kanonnen Hotchkiss van 40mm
Een aantal kanonnen is boven op het fort opgesteld. Ze staan tussen hoge, met aarde gevulde manden en zullen dan ook, zoals later blijkt, bij de Duitse beschieting direct uitgeschakeld worden.
In het centrale deel van het fort bevindt zich de kazerne. Daarin bevindt zich de, de stafsectie, de keukens, de messes, de infirmerie de slaapzalen enz…. Verder zijn er ruimten voor opslag van munitie, levensmiddelen en voor reparatiewerkzaamheden aan bewapening en uitrusting.
Het polygonaal-vormig Fort de Troyon is bijna 320 meter breed en 270 meter diep. Zijn vorm lijkt op een pijlpunt met de punt gericht naar het Noord-Oosten. Het wordt omringd door droge gracht van tien meter diep. Hierin bevinden zich vier caponnières. Deze hebben in totaal zes kanonnen van 12cm en zes revolverkanonnen met een kaliber van 40mm. Een caponnière is een bunker die in de fortgracht, meestal aan de buitenzijde tegenover een hoekpunt van het fort is gebouwd. Ze zijn doormiddel van tunnels met het fort is verbonden. Vanuit een caponnière kan de gehele fortgracht beschoten worden. Zo probeert men te verhinderen dat vijandelijke troepen hierin beschutting komen zoeken of dat ze via de fortgracht op het fort kunnen klimmen.
De keelzijde van het fort wordt verdedigd door zes 12cm kanonnen. Deze zijn in een halve cirkelvorm in het ravelin achter een borstwering opgesteld en onderling door aarden wallen van elkaar gescheiden zijn. Een ravelin is een ongeveer driehoekig buitenwerk dat midden voor het fort gelegen is en dient ter dekking van o.a. de toegangspoort.
Voorts zijn erboven de gracht op het fort achter een borstwering 18 opstellingsplaatsen voor 12cm kanonnen, deze worden gescheiden door met aarde gevulde hoge korven.
In september bestaat de fortbezetting uit 150 artilleristen van het 5e artillerie à pied onder bevel van onderluitenant Semoux en uit 300 infanteristen van het 166e R.I. die staan onder het bevel van kapitein Heym, die tevens de fortcommandant is. De infanterie heeft onder andere de taak om een doorgebroken vijandelijke eenheid te stoppen en te voorkomen dat deze het fort kan aanvallen. Kanonnen van het type Bange worden opgetakeld om op het fort in stelling te worden gebracht.
In de vroege morgen van 8 september wordt Heym door een paar burgers gewaarschuwd. Ze vertellen de kapitein dat er een sterke vijandelijke eenheid, waaronder artillerie, in de richting van Troyon oprukt. Maar zo wie zo is hij al verontrust. Een uitgezonden rijwielpatrouille en een aantal vooruitgeschoven luisterposten, in totaal 31 man, zijn niet op de vastgestelde tijd teruggekeerd.
Op 8 september om 08.20 uur start de beschieting. Het Fort krijgt het bevel om minstens 48 uur stand te houden. Dit verzet is van het grootste belang als men wil voorkomen dat de Duitsers Verdun in hun greep krijgen.
De eerste artilleriegranaat ontploft in op een dicht bij het fort gelegen weide. Een tweede granaat welke nog dichter bij het fort inslaat toont aan dat de vijandelijke artillerie aan het inschieten is. Inschieten; is met een kanon enige granaten afvuren op verschillende afstanden in de richting van het doel, de afstand tot dit doel wordt zo bepaald.Onmiddellijk hierna wordt het fort al door de eerste salvo’s getroffen, die maken een diepe indruk op de mannen in het fort. Het moreel krijgt nog een klap wanneer na het eerste salvo drie slachtoffers vallen. Een luitenant van de artillerie en een kanonnier worden ernstig verwond, een derde kanonnier wordt gedood. De op het fort opgestelde 12cm kanonnen moeten, na slechts een paar granaten te hebben afgevuurd zwijgen. Het vijandelijke vuur is er zo nauwkeurig dat het niet meer mogelijk is om de kanonnen te bedienen. Bovendien is het ook onmogelijk om de vijandelijke batterijen onder vuur te nemen omdat de plaats van hun opstelling niet bekend is. Om 09.15 uur krijgen de bedieners van de artilleriestukken het bevel om zich in de onderkomens en in het munitiemagazijn in veiligheid te gaan stellen. Na drie uren neemt de intensiteit van de Duitse beschieting af. 180 treffers van 15cm-houwitsers hebben al zeven kanonnen en de bovenbouw van het fort zwaar beschadigd. In de namiddag vuren de nog inzetbare Franse 9cm-kanonnen een aantal granaten af op het Bois des Chênots en ook op Duitse loopgraven op 1200 meter van het fort. In de nacht van 8 op 9 september kan nog een Duits zoeklicht, dat met zijn lichtspoor het fort beschijnt, uitgeschakeld worden. Een Duitse artilleriegranaat die via een luchtkoker binnendringt explodeert onder in het fort, een onderluitenant wordt ernstig verwond.
Aan het einde van de eerste gevechtsdag, 8 september, telt de fortbezetting één gesneuvelde en twaalf gewonden. Voorts zijn de 12cm kanonnen onbruikbaar en is de stalen toegangsdeur uit zijn scharnieren geblazen. De taluds hebben de beschieting redelijk goed doorstaan zodat de fortmuren geen directe treffers hebben gekregen.
In de nacht van 8 op 9 september vermindert de beschieting. De bemanning van het fort krijgt zo eindelijk de kans om zich enigszins te verzorgen. Ze kunnen wat eten en rusten. Enige noodzakelijke herstellingen, o.a. aan de bewapening, worden uitgevoerd.
Vroeg in de ochtend van 9 september hervatten de Duitsers de beschieting in alle hevigheid. Om 10.00 uur stopt de beschieting plotseling.
Om 11.00 uur naderen drie Duitse ruiters, een van hen draagt een enorme witte vlag. Kapitein Heym laat ze tot op 30 meter van de fortgracht naderen. Het zijn blijkbaar twee artillerieofficieren en een trompetter. Een van hen is Majoor Neuhoff, een Duist stafofficier van de 10e divisie. Ze zijn gestuurd als woordvoerders, ze sommeren de onvoorwaardelijke overgave van het fort met zijn bezetting en bewapening. Bovendien verlangen zij dat het op hen gericht artillerievuur onmiddellijk wordt gestaakt omdat dit in strijd is met het oorlogsrecht. Het blijkt dat een, vanuit het fort van Génicourt, afgevuurde granaat op 15 meter van de onderhandelaars is ingeslagen! Heym vertelt hen dat hij geen verbinding heeft met Génicourt en deze beschieting dus niet kan tegenhouden. Als antwoord op de Duitse eis zegt hij arrogant tegen de Duitse onderhandelaars: „Nooit! « Capituler? Ne jamais, je preferre de incinérer dans les ruines que capituler! » « Frankrijk heeft het fort aan mij toevertrouwd. Ik laat het liever in de lucht vliegen dan het over te geven”” Hij verzoekt de Duitsers op hun schreden terug te keren.
Vlak na het vertrek van de Duitse delegatie wordt de beschieting van het fort in alle hevigheid hervat. Nu gebeurt dat door de zware belegeringsartillerie, ze vuren granaten af met een kaliber van 28 en 30.5cm. Om nog meer verliezen te voorkomen beveelt Heym de fortbemanning dat ze zich moet terugtrekken in de schuilplaatsen. Deze bevinden zich onderaan in het fort, ook de gewonden worden daar ondergebracht. De waarnemingsposten op het fort en op het glacis blijven echter wel doorlopend bezet.
Tegen het vallen van de avond ontdekken de waarnemers op het glacis gecamoufleerde Duitsers die onopgemerkt de draadhindernissen voor het fort hebben kunnen bereiken. Deze zijn volop bezig om met draadscharen doorgangen te maken in de prikkeldraadversperring. Groepen infanteristen naderen in de richting van de zuidelijke caponnière. Ze zijn gecamoufleerd met strohalmen die zij uit korenschoven op de omliggende velden hebben gehaald.
Om 20.00 uur start de frontale aanval op het fort. Het fort opent het vuur op de aanvallers, dit gebeurt met alle bruikbare kanonnen, mortieren, mitrailleurs en geweren. Kapitein Heym houdt een peloton in reserve om dit indien nodig op het meest bedreigde punt te kunnen inzetten. Wanneer een sterke aanvalsgolf tot op 600 meter is genaderd, schiet de kapitein een lichtkogel af. Zo waarschuwt hij de forten Génicourt en Les Paroches dat Troyon wordt aangevallen en vuursteun nodig heeft. Beide forten openen dadelijk het vuur, maar de aanvallende Duitsers trekken zich niet terug.
De aanval gaat door tot aan het aanbreken van de dag. Met veel moeite slagen de verdedigers erin om een groep mitrailleurs op de borstwering in stelling te brengen. Deze is door de beschietingen grotendeels ingestort en ligt onder een hagel van vijandelijk vuur zowel van geweren als van mitrailleurs. De nog bruikbare kanonnen schieten in een hoog tempo. Een van de kanonnen vuurt een voltreffer af op een Duitse mitrailleur en die vliegt meters hoog de lucht in. Bij het aanbreken van de dag trekken de Duitse aanvallers zich terug. Ze doen dit om hun artillerie de gelegenheid te geven om het fort opnieuw te beschieten.
Tijdens deze aanval van 9 op 10 september tellen de Fransen tien gewonden, waaronder één stukscommandant en zes kanonniers en. Er zijn slechts nog zes 90mm-kanonnen inzetbaar.
De 10de september begint er om 04.00 uur een Duitse beschieting met 30,5cm-houwitsers. Een van de projectielen verwondt kapitein Heym aan zijn benen en rug, het is vrij ernstig. Deze beschieting duurt, met een korte onderbreking tussen 12.00 en 14.00 uur, tot 19.00 uur. Om 18.00 uur slaan twee 30,5cm-granaten zich door het gemetselde gewelf van schuilplaats nr. 9, hierdoor exploderen zes van de daar opgeslagen 90mm granaten. Tengevolge hiervan wordt de tunnel die naar de centrale caponnière leidt door puin geblokkeerd, twee soldaten zijn bedolven.
Om 19.00 uur stopt de beschieting. Franse voorposten bemerken enkele Duitse infanteristen bij de beschadigde prikkeldraadversperringen. Kapitein Heym laat een rode lichtkogel afvuren waarmee hij weer om artilleriesteun vraagt vanuit de forten Génicourt en Les Paroches. Bij het zien van deze lichtkogel trekken de Duitsers zich hals over kop terug. Op 10 september is één Franse infanterist gesneuveld en twee artilleristen verwond.
De nacht van 10 op 11 september is zeer donker en winderig, dit bemoeilijkt de waarneming, maar de verwachte vijandelijke acties blijven uit.
11 september, dag vier, om 05.00 uur beschieten 21cm-houwitsers het fort. Vele salvo’s van vier projectielen treffen het fort, het zwaartepunt van de beschieting ligt op het zuidelijke munitiemagazijn. De beschieting eindigt om 11.00 uur, geen enkel projectiel is tot in dit ondergrondse magazijn doorgedrongen.
Om 13.00 uur hervat de Duitse artillerie de beschieting. Het vuur is nu niet alleen op het zuidelijke munitiemagazijn gericht maar op het gehele fort. De schade is enorm, van twee ondergrondse kazematten zijn de gewelven ingeschoten. Twee luchtverversingskanalen zijn vernield en er ontstaan grote instortingen. De situatie wordt kritiek. Kapitein Heym heeft het bevel om alle belangrijke documenten, waaronder de codeboeken, te verbranden.
Omdat de beschieting na 18.00 uur wordt voortgezet verwacht men weer een nachtaanval. Deze verwachting wordt nog versterkt omdat de nacht van 11 op 12 september weer donker en winderig zal worden. Dat bemoeilijkt de eigen waarneming. Heym laat het voorterrein regelmatig onder vuur nemen. Hij wil zo de Duitsers beletten om ongezien de zwaar beschadigde draadversperring te passeren. Dit onder vuur nemen gebeurt door een gedeelte van de infanteriebezetting. Om de twintig minuten vuurt elke man vier patronen af op de mogelijke naderingswegen en alle nog inzetbaar kanonnen vuurden twee of drie granaten af.
De verwachte aanval komt er niet. Bij het aanbreken van de dag, 12 september, houd het nachtelijke Duitse storingsvuur op. Om 08.00 uur beschiet men andermaal het fort, maar ditmaal minder intens. Om 10.00 uur kunnen 75mm-snelvuurkanonnen van de Franse veldartillerie de Duitse vuurmonden die het fort beschieten uit schakelen. Deze veldartillerie is, tesamen met infanterie-eenheden de Maas overgestoken, dit ter versterking van de Franse troepen op de Maashoogten. Tegen de middag wordt het fort beschoten door één 30,5cm-houwitser. Deze beschieting duurt, met een paar uren onderbreking, tot in de nacht van 12 op 13 september om 02.30 uur keert de rust terug.
Het fort is nu voor het overgrote deel hervormd in een puinhoop. Alle gangen en ruimten zijn ingestort of liggen vol met stenen en vernielt materiaal. Door al dat puin kan de fortbemanning zich zo goed als onmogelijk verplaatsen.
Het tijdstip van 02.30 uur op 13 september wordt beschouwd als het einde van de Duitse poging om Troyon in handen te krijgen. Tegen 07.00 uur bereikt een Franse patrouille het fort. Deze verkenningseenheid meldt dat de Duitsers zich onder de druk van Franse tegenaanvallen hebben teruggetrokken en dat ze hierbij heel wat materiaal hebben achtergelaten. Het fort is er in geslaagd om een complete vijandelijke divisie te beletten de Maas te bereiken.
In de daarop volgende dagen wordt het fort door de overgebleven bemanning weer enigszins gevechtswaardig gemaakt, de noodzakelijke gangen en ruimten worden puinvrij gemaakt.
Tot 22 september wordt Troyon vrijwel niet meer beschoten. Op 24 september om 15.00 uur krijgt het noordelijke munitiemagazijn van het fort een voltreffer, het is geraakt door een 42cm-granaat. Bij deze explosie worden er 18 mannen gedood, ze worden onder het puin van het ingestorte magazijn bedolven. Tot op heden rusten zij nog steeds in dit “fortgraf”. Zij staan met naam en rang vermeld op een gedenkplaat, deze bevindt zich in de gang die naar het ingestorte magazijn leidt.
Het kleine garnizoen heeft de wapenspreuk welke in veel van de forten in de regio Verdun vermeld staat naar de letter: "S'ensevelir sous les ruines de fort plutôt que de le rendre" ("Liever sterven op de ruïnes van het fort dan de overgave!")
Na september 1914 wordt het fort een vooruitgeschoven post in de richting van het vier jaar door de Duitsers bezette Saint-Mihiel. Het fort doet in 1918 dienst als opvang voor de gewonde Amerikaanse soldaten na de herovering van Saint-Mihiel en de 'butte du Montsec'.
Kapitein Heym, die bij de aanval van 10 september vrij zwaar gewond is geraakt, hersteld. Vrijwillig keert hij terug naar het front, maar op 27 maart 1915 zal hij bij Marchéville sneuvelen
Besluit
Verdun was de deur voor de Duitse invasie, en Troyon was het scharnier van die deur. Voor de uiteindelijke victorie van de slag bij de Marne en het weerstaan van de eerste omsingelingspoging van de Duitsers van Verdun, was het van vitaal belang dat de het Fort de Troyon stand zou houden, en het Fort hield stand. Toen op 14 september de zege bij de Marne werd afgedwongen, trokken de Duitse troepen zich Noordelijk van Verdun terug, na een bombardement van meer dan 70 uur en ontelbare infanterieaanvallen op het Fort de Troyon. Na dit feit en het hierdoor mislukken van Oost-West verbinding der Duitse troepen besloot het Duitse 5e leger zijn aanvallen te concentreren op het bij Saint-Mihiel gelegen Fort "Camps des Romains", en bezetten de stad voor een periode van vier jaar waarbij de beroemde "Saillant de Saint-Mihiel" welke pas in 1918 door Amerikaanse troepen weer zou worden heroverd. Het was het einde van de bewegingsoorlog en het begin van de loopgravenoorlog, een voorbode van de slag om Verdun in 1916.
.