Australiërs aan het Westelijk Front 1916–1918
Wie in Australië rondreist, ziet in elke stad of in elk dorp, hoe klein ook, een monument voor de slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog. ‘Opdat we niet vergeten’, is het opschrift op elke gedenksteen. De Australiërs noemen de Eerste Wereldoorlog de Great War. Veel meer dan de Tweede Wereldoorlog, geeft de Great War Australië in zijn hart en ziel getroffen
Op 1 januari 1901 sluiten de zeven staten van Australië zich aaneen tot één federatie, the Commonwealth of Australië, ze hebben één en dezelfde grondwet. Ze blijven nog steeds een onderdeel van het Britse Rijk, maar ze genieten van een vrij grote zelfstandigheid. Wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, voelen de meeste Australiërs zich nog meer Brits dan Australisch. Als het Britse Rijk in oorlog is, dan is Australië ook in oorlog! Toch zal het deze oorlog zijn die de Australiërs zal leiden tot hun nationale trots en hun nationaal gevoel.
-Voor het eerst treden alle deelstaten samen aan in een buitenlands conflict.
-Het Australische leger is gedurende héél de oorlog een vrijwilligersleger en wetten die de dienstplicht willen opleggen worden steevast weggestemd.
-Hun troepen genieten de faam van stoutmoedig te zijn. Ze veroveren meestal hun doel, ook onder de moeilijkste omstandigheden.
-In de slotmaanden van de oorlog behalen ze hun grootste successen en dit onder een eigen Australisch bevel.
De balans van de Eerste Wereldoorlog voor zal zwaar ZIJN!
Geschatte bevolking van Australië in 1911: 2.470.000.
Vrijwillige dienstneming in de loop van de oorlog: 416.808 = 38,7 % van de mannelijke bevolking tussen 18 en 44 jaar.
Verscheepte troepen van Australië naar Europa: 331.781.
Totaal aantal doden en gewonden: 215.585 = 64,98 % van de manschappen.
- In Europa (Gallipoli, Frankrijk, België) zullen er bijna 62.000 Australiërs sterven:
· ongeveer 38.500 onder hen krijgen een geïdentificeerd graf
· ongeveer 23.400 mannen blijven vermist
- In de strijd om Ieper zullen er ruim 15.000 Australiërs sterven:
· ongeveer 9.000 van hen hebben een geïdentificeerd graf in de omgeving van Ieper en 6.198 blijven vermist en staan vermeld op de Menenpoort
Op 4 augustus 1914 verklaart Groot-Brittannië de oorlog aan Duitsland. De Australische premier doet de belofte dat Australië het moederland zal bij te staan tot de laatste man en de laatste shilling. Vanaf 10 augustus richt men rekruteringsbureaus op. De rekrutering kent meteen een bijzondere enthousiaste respons.
Van 11 september tot 9 december bezet de Australian Naval and Military Expeditionary Force Duits Nieuw Guinea en andere door Duitsland geregeerde eilanden in de Bismarck-Archipel. Op 12 september sneuvelen daarbij de eerste Australiërs.
De 1ste november vertrekt de 1st Division van de Australian Imperial Force van Albany, Western Australia, naar Egypte. Tijdens de volgende maanden vertrekken steeds meer troepenschepen vanuit Australië naar Egypte. Daar wordt de opleiding van de manschappen voltooid en ze moeten er frustrerend lang wachten tot ze eindelijk ingezet worden in de strijd. De trainingskampen in Engeland zitten overvol en daarom worden de Australiërs en Nieuw-Zeelanders in Egypte ondergebracht. Samen met de troepen uit Nieuw-Zeeland vormen de Australiërs het Australian and New Zealand Army Corps, kortweg ANZAC. In de loop van de oorlog wordt dit letterwoord een begrip dat staat voor moed, vriendschap en offervaardigheid. De manschappen worden ANZACs genoemd en de Australiërs zijn te herkennen aan hun typische Slouch hat. De Slouch hat is een breedgerande hoed waarvan ze één kant kunnen opslaan. Volgens de Australische militaire humor is dit om de meisjes te kunnen kussen zonder je hoed af te nemen! Aan de opgeslagen zijde zit de rising sun-badge van de Australian Imperial Force. ( Omwille van de reputatie van de ANZACs, zijn de hoed én de badge nog steeds in gebruik in het Australische leger.)
Op 25 april 1915 is het lange wachten in Egypte voorbij, de manschappen komen voor het eerst in actie. Australische troepen landen bij dageraad op de stranden van Gallipoli, dit is een schiereiland van Turkije. De landing verloopt uiterst moeizaam en kost de eerste dag al het leven aan 2.000 Australiërs. Op 19 mei slaan de Australiërs hevige Turkse aanvallen af en behouden hun stellingen. Tijdens de slag bij Lone Pine van 6 tot 9 augustus verdienen zeven Australiërs het Victoria Cross. Dit is de hoogste onderscheiding voor moed op het slagveld. Op 07 augustus loopt de charge van de Australian Light Horse bij The Nek uit op een dramatische slachting. Pas na de oorlog kan men er de doden begraven. Op een terrein, kleiner dan een tennisveld, vindt men meer dan 300 lichamen.
December 1915, omdat de vijandelijkheden om het schiereiland niets opleveren, maar wel veel mensenlevens kost, besluit het Britse opperbevel het gebied op te geven en zich terug te trekken. De ANZACs zijn bijzonder ontgoocheld. Ze waren ervan overtuigd dat ze het schiereiland pas zouden verlaten als het doel bereikt was. Hun geloof in de Britse legeroverheid is niet bijster groot meer. Op 20 december verlaten de laatste Australische troepen het schiereiland, maar ze laten er wel 10.000 doden achter…
Januari - maart 1916, de ANZACs gaan terug naar Egypte, ze gaan er bekomen van hun expeditie in Gallipoli en gaan daar onder andere helpen met de versterkingen van de verdedigingen van het Suez kanaal. Ze bereiden zich ook voor op hun vertrek naar het westfront. In de loop van maart worden de eerste troepen naar Frankrijk gestuurd.
De Eerste Wereldoorlog, 1914 – 1918, de Grote Oorlog is zogezegd de oorlog die een eind zal maken aan alle oorlogen. In dat oorlogsgebeuren is het Westelijk Front het belangrijkste strijdtoneel. In België en Frankrijk worden er grote slagen uitgevochten, de namen van die afslachtingen klinken door tot in Australië, dagelijks spreekt men er wel ergens over Fromelles, de Somme, Bullecourt, Mesen, Passendale, Dernancourt en Villers-Bretonneux enz...
Van de 295.000 Australiërs die op dit strijdtoneel met de Australian Imperial Force, de AIF, gaan vechten, zullen er velen in de strijd gedood worden of doodgaan aan hun verwondingen. Verspreid over het landschap van België en Frankrijk liggen honderden oorlogsbegraafplaatsen waar deze Aussies begraven liggen. Er staan monumenten waarop de namen van de duizenden anderen die een onbekend graf hebben, de vermisten. in lijstvorm worden vernoemd.
Het is 133 kilometer over de weg van het Belgische Ieper naar het Franse Péronne in Frankrijk. De streek tussen die twee steden, al over het Belgische West-Vlaanderen en al over de Franse gewesten in het noorden Pas-de-Calais en de Somme, is bezaaid met herinneringen aan die oorlog. Midden in de velden of in bochten van landwegen maar ook op heuvels in dorpen of stadjes en grote steden bevinden zich honderden militaire begraafplaatsen. Hier liggen de doden van de befaamde en betreurde veldslagen, waarvan de namen in de hele Engelstalige wereld bekend zijn. Wie heeft er nog niet gehoord van de Somme, Ieper of Arras en over Vimy, Bullecourt, Loos en Amiens?
Het noordelijke derde deel van het Westelijk Front loopt van 1914 tot 1918 door deze regio. De verdediging van dit gebied ligt in handen van de troepenmacht van Groot Brittannië en het Britse Rijk die bijeen zijn gebracht in een samengevoegd leger de BEF ( British Expeditionary Force).
De mannen van de Australian Imperial Force komen in april 1916 naar het Westelijk Front. Ze ruilen hun herkenbare slouch hat voor de Britse Brodie staalhelm. Althans aan het front want achter het front wordt de slouch hat een steeds vaker gezien beeld. De Britten zien de Australiërs als en stel ongedisciplineerde boeren en hebben geen positieve indruk van hun kunnen. Een groot verschil tussen het Brits leger en de Australiërs is natuurlijk dat al de Aussies vrijwilligers zijn. En dat er ook geen doodstraf voorzien is, en dat is zeker een doorn in het oog bij Sir Douglas Haig. De Australiërs zijn niet blij met het feit dat ze onder leiding staan van Britse bevelhebbers. Dit komt in deze begin periode van aankomst in Frankrijk tot onenigheden tussen de Australiërs en Britten.
De Aussies gaan ten zuiden van de Franse stad Armentières de loopgraven in. In begin April 1916 gaan de eerste Australiërs, 6de en 7de brigade, naar het front. Ze komen in de buurt van Armentiers waar ze de linies tegen over het Bois Grenier overnemen van de Britten. Op de gebruikelijke bombardementen na is dit een redelijk rustige sector. In het begin bestaan de werkzaamheden voornamelijk uit het aanleggen van versterkingen en loopgraven. Pas aan het einde van de maand April krijgen de Australiërs hun echte vuurdoop, in de buurt van Armentiers verrichten ze hun de eerste “trenchraids”. Op 26 April krijgen ze voor het eerst te maken met gas, dit wanneer de Duitsers traangas lossen als voorbereiding voor een raid.
Van die tijd tot begin oktober 1918 vechten ze in bijna mee in alle grote militaire acties van de BEF tegen het Duitse keizerlijke leger.
Op 11 november 1918 wanneer de wapenstilstand wordt afgekondigd, is de AIF voorbereidingen aan het maken voor een nieuwe aanval. Gedurende twee en een half jaar zijn er 295.000 Australische militairen, aan het Westelijk Front, in de gevechten betrokken. Er zijn 179.537 (60 procent) slachtoffers. Meer dan 46.000 van hen zijn in de strijd gedood of zijn later door hun opgelopen verwondingen overleden.
Langs het vroegere Westelijk Front liggen er 28.512 Australiërs op Commonwealth War Cemeteries begraven. Ze hebben allemaal een grafsteen waarop hun naam, eenheid en overlijdensdatum is gegraveerd.
Maar er liggen ook 7.200 mannen begraven die niet geïdentificeerd zijn, op hun grafstenen staan opschriften als: AN AUSTRALIAN SOLDIER OF THE GREAT WAR– KOWN UNTO GOD of AN AUSTRALIAN OFFICER OF THE GREAT WAR– KOWN UNTO GOD en zo verder…. Deze mannen vormen een deel van de vermisten die een onbekend graf hebben. Het andere gedeelte van vermisten bestaat uit 11.078 Australiërs waarvan nooit iets is terug gevonden dat kon begraven worden. Samen zijn dit 18.278 mannen die in een onbekend graf of die nog ergens onder de grond van een vroeger slagveld begraven liggen. Hun namen worden op monumenten vermeld.
In de tijd na de Eerste Wereldoorlog rouwt men in duizenden huizen in heel Australië. Mensen treuren om het verlies van iemand die naar de oorlog vertrok en nooit meer is teruggekeerd. Die generatie lijdt enorme persoonlijke verliezen. De echtgenotes, moeders, vaders, broers, zussen, neven, nichten en vrienden van diegenen waarvan de graven en monumenten duizenden kilometers ver weg liggen, leven dan in een tijd waarin buitenlandse reizen ver buiten het bereik van gewone mensen ligt.
De wereld is ondertussen enorm veranderd de mensen zijn mobieler geworden. Duizenden mensen kunnen nu wel naar Gallipoli gaan, velen komen ook het oude Westelijk Front bekijken. Terwijl ze begraafplaatsen en monumenten bezoeken, leggen ze een kruisje of een klaproos in naam van degenen die nooit de gelegenheid hadden om zelf een bezoek te brengen aan hun familielid of vriend die ze verloren. Bij ieder monument en op elke begraafplaats wijzen de herdachte namen op persoonlijke verhalen en op wat het verdriet dat het dood gaan van elke man zijn verre familie en vrienden aandeed.








