Beierse troepen bij de gevechten in en bij de sector van Saint Mihiel
Beierse troepen bij de gevechten in en bij de sector van Saint Mihiel
Zoals al beschreven zijn de Duitse aanvallen op de oostelijke Maasoever bedoeld om een overgang over de Maas te forceren. Men wil zo de aanvoerlijnen voor de troepen in de vesting Verdun afsnijden.
Het Beierse IIIe Lk speelt een zeer belangrijke rol in deze gevechten. Deze vechtpartijen leiden tot de inname van St. Mihiel en het Fort Camp des Romains.
In de nacht van 21 op 22 september rukken eenheden van dit legerkorps op door de dichte bossen ten oosten van St. Mihiel. Zij bezetten hier de westelijke bosranden. Dat vanaf het Bois de Gaumont (op 3 km ten noordoosten van St. Mihiel) tot de Vieux Etaing Ferme (op 4,5 km ten oosten van de stad aan de weg naar Woinville). Dit heeft tot gevolg dat hun voorhoedes zich nu tegenover de forten Les Paroches en Camp des Romains bevinden, alwaar zij zich ingraven. Achter deze lijn wordt op 22 september zwaar belegeringsgeschut in stelling gebracht. Daaronder twee 30,5cm houwitsers van de Oostenrijkse 2e Zware Houwitserbatterij, de 2e en 7e Batterij 28cm houwitsers en enige batterijen 21cm en 15cm houwitsers. Het aanvoeren en in stelling brengen van al deze batterijen verloopt vlot.
De 11e Beierse Infanterie Brigade geraakt in een zware strijd verwikkeld. Op 22 september slaagt het hiertoe behorende 10e (BIR) Beierse infanterie regiment er niet in om de Franse troepen uit Lamorville en van de hoogten ten noorden en ten westen van dit dorp te verdrijven. In tegendeel, want om 10.00 uur gaan de Fransen in de tegenaanval, dat gebeurt vanuit het smalle Belouse-bos bij Lacroix-sur-Meuse dat op 2 km ten noordwesten van Lamorville is gelegen, evenals aan beide kanten van de weg Lacroix - Lamorville (thans de D 162).
Deze aanval wordt door het 10e BIR afgeslagen. Ze worden ondersteund door kanonnen van het 3e Beierse veldartillerie regiment en door eenheden van de 20e Infanterie Brigade van het V e Lk (uit Deuxnouds), de Franse troepen trekken zich terug.
In de nacht van 21 op 22 september nemen de Fransen weer hun oude posities in ten noorden van Lamorville en Spade en voeren versterkingen aan.
De Beierse commandanten besluiten om aan te vallen om zo een mogelijke Franse aanval te voorkomen. In de avond van 23 september vallen ze aan. Dit gebeurt met het 3e Bataljon van het 11e Regiment en het 1e Bataljon van het 6e Regiment. Zij lukken er in om de tegenstander van hoogte 294 (ten noordwesten van Spada en ten westen van Lamorville) te verdrijven en tot Rouvrois-sur-Meuse door te dringen. De Beierse militairen kunnen hier echter niet overleven want gedurende de gehele 24e september liggen ze onder moordend Frans artillerievuur en leiden hierdoor ernstige verliezen. Zij trekken zich terug naar hun uitgangsstellingen zuidoost van Spada. Daarna gaan de Fransen hun oude stellingen op de hoogten tussen Lacroix, Lamorville en Spada weer bezetten. Dus de situatie is weer gelijk als die op de avond ervoor.
Intussen is het zware belegeringsgeschut van het Beierse IIIe Lk in stelling gebracht.
De val van Fort du Camp des Romains en de inname van Saint Mihiel
In de ochtend van 23 september beginnen om 08u30 de kanonnen van het Beierse III e Lk versterkt met negen batterijen van het Beierse 8e veldartillerie regiment, bestaande uit zes batterijen met 7,7cm kanonnen en drie batterijen met 10,5cm houwitsers, aan de beschieting van de forten Les Paroches, Camp des Romains en Liouville. Dat doen ze vanuit hun stellingen in de bossen ten westen van Varvinay en Savonnières, ondertussen neutraliseert de zware artillerie van het Duitse Ve Lk het Fort de Troyon.
De cadans van de granaatinslagen op Camp des Romains bedraagt zes schoten per minuut. Dus in de 44 uren durende beschieting is dit ongeveer 16.000 inslagen.
Al kort na de aanvang van de beschieting explodeert in het fort een munitiedepot. Het fort is net als Les Paroches en Troyon een gemetseld fort uit 1875. Het is niet bestand tegen de zware artilleriegranaten van het moderne Duitse en Oostenrijkse kanonnen.
De bewapening van Camp des Romains bestaat uit verouderde kanonnen met een kaliber van 9 en 12cm. Het zijn artilleriestukken van het type De Bange zonder rem- en vooruitbrenginrichting, ze hebben een lage vuursnelheid en een maximum schootsafstand van 8000 meter. Het fort heeft ook een dertigtal mortieren met een kleine dracht. Het gros van deze vuurmonden en mortieren
zijn zo goed als onbeschermd in de open lucht opgesteld en worden direct door het vijandelijke artillerievuur uitgeschakeld.
In de ochtend van 24 september verklaart de commandant van de Beierse zware artillerie, kolonel Niebann, dat het fort Camp des Romains murw is geschoten en bestormingklaar is. Er zijn grote bressen in de muren geslagen en de vuurmonden van het fort zwijgen. Hierop beveelt generaal Freiherr Von Gebsattel, de commandant van de Beierse 6e infanterie divisie, om het Camp des Romains in een stormaanval te veroveren. Ok St. Mihiel moet ingenomen worden en moet een bruggenhoofd over de Maas te vormen.
De aanval op Fort les Paroches op de westoever van de Maas wordt geannuleerd. De verbeten Franse weerstand zorgt er namelijk voor dat het Beierse Lk en de 11e Infanteriebrigade de tegenover het fort gelegen Maasoever niet kan bereiken.
Het 11e Beierse Infanterie Regiment (minus het IIIe Bataljon) moet het Fort Camp des Romains innemen. Het 6e Infanterie Regiment heeft de taak om de stad St. Mihiel te bezetten en er een bruggenhoofd over de Maas vormen
In de morgen van 24 september zet het 6e Beierse Infanterie Regiment de aanval op de stad in. De Fransen schatten de tactische situatie foutief in. Daardoor zijn er vrijwel geen Franse troepen in de stad aanwezig om de brug over de Maas te verdedigen. Er is weinig Franse tegenstand wanneer het IIe en het IIIe Bataljon van het 6e Beierse Infanterie Regiment de stad binnen dringen. De Duitsers veroveren de brug en ze bezetten ook de hoogten op de westoever van de Maas ten zuiden van Chauvoncourt.
De val van St.Mihiel heeft zeker een grote psychologische uitwerking op de Franse troepen die zich in de regio bevinden. Op 25, 26 en 27 september zijn er Franse tegenaanvallen. Ze hebben als doel de herovering van het bruggenhoofd, de attaques worden afgeslagen. Pas in september 1918 zal onder dreiging van een offensief door U.S. troepen tussen St. Mihiel en de Moezel, het bruggenhoofd ontruimd worden.
Het 11e Beierse Infanterie Regiment rukt op langs de westrand van het Bois Pernosse ten zuiden van de Ferme Marsoupe op. Ze worden ondersteund door de IIe Afdeling van het Beierse Veldartillerie Regiment. Zonder te zijn beschoten bereiken de troepen van het regiment tegen de avond van 24 september, Hoogte 332. Deze hoogte bevindt zich 1 km ten oosten van het fort Camp des Romains.
Op 25 september om 04 uur in de morgen meldt een vooruitgeschoven verkenningspatrouille dat het fort, ondanks de zware artilleriebeschieting, nog niet stormrijp is. De verkenners vermoeden dat er nog een zeer sterke bezetting aanwezig is. Ze zien dat de prikkeldraadversperring op de buitenwallen ondanks alles slechts weinig schade geleden hebben. Deze berichten zijn in strijd met die van de zware belegeringsartillerie. Ondanks deze tegenstrijdige inlichtingen besluit de commandant van de Beierse 12e Infanterie Brigade om de aanval door te zetten. Zijn beslissing wordt ook mede beïnvloedt door het feit dat het fort tot op deze morgen nog geen ondersteuningvuur heeft gekregen van de Franse artillerie vanop de westelijke oever van de Maas. Er zijn op dit moment ook geen Franse troepen, dit zowel oostelijk als westelijk van de rivier, te zien. Hij vermoedt ook dat de situatie waarin het fort verkeert per telefoon is gemeld aan de autoriteiten in Toul en Verdun. Door deze veronderstelling verwacht hij Franse tegenaanvallen als het fort niet onmiddellijk wordt veroverd.
In de loop van de nacht van de 24ste op de 25ste hebben de beide bataljons van het Beierse 11e Infanterie Regiment hun uitgangsstellingen ingenomen. Het Ie aan de noordzijde en het IIe aan de zuidzijde van het fort. Ondertussen hebben de bij deze eenheden ingedeelde pioniers van het 16e Pionierbataljon al doorgangen gemaakt in de prikkeldraadhindernissen.
Op 25 september om 05.30 uur zetten de acht compagnieën de aanval in. Elke compagnie wordt ondersteund door pioniers voorzien van o.a. stormladders, rookpotten, handgranaten, enz…..
De fortbezetting is best onthutst, maar ze herstelt zich snel en de aanvallers worden er onthaald op een hevig mitrailleurvuur en geweervuur. Er wordt uit alle schietgaten, ingangen en granaattrechters gevuurd en in de droge fortgracht doen de revolverkanonnen hun werk. Ondanks de verliezen slagen de aanvallers er in om binnen een korte tijdspanne over de fortgracht te komen en om het fort aan de noord- en zuidzijde te beklimmen. Om de oostzijde wordt er nog verbitterd gevochten. Aan Duitse zijde wordt hier ook nog de mitrailleurcompagnie van het 11e Beierse Infanterie Regiment ingezet. Ook het snel aangevoerde III 3e Bataljon van het 6e Regiment wordt in de strijd geworpen.
Na een strijd van ruim drie uur, slagen de aanvallers er in de oostelijke bovenzijde van het fort te veroveren. Niet veel later dringen ze de hoofdingang binnen. Daarop volgend ontstaat er in de gangen, de galerijen en in de kazematten een verbitterd man tegen man gevecht. De overmacht van de aanvallers is te groot en één voor één worden de laatste Franse weerstandsnesten opgeruimd.
Om 08.30 uur geven de overlevenden zich over. Luitenant-kolonel Grignot, de fortcommandant ondertekent de capitulatie. Van de oorspronkelijke bezetting, bestaande uit 5 officieren en 453 artilleristen en infanteristen, zijn er 50 gesneuveld en 60 man gewond. Ruim 200 man zijn door allerlei andere oorzaken niet meer inzetbaar, zo zijn sommigen door instortingen geïsoleerd geraakt van de rest van de fortbemanning.
In overeenstemming met de capitulatievoorwaarden wordt de gehele fortbezetting als krijgsgevangenen beschouwd. De officieren mogen hun sabel behouden, de exodus van de fortbezetting is voorzien in de namiddag tussen twee en drie uur. De uittocht gebeurt onder militaire eer want de Duitsers hebben achting voor het taaie Franse verzet. De fransen marcheren naar buiten en lopen tussen twee rijen in paradehouding opgestelde Duitse overwinnaars. De fort commandant verlaat als laatste het fort, hiervoor behelpt hij zich met een wandelstok. Wanneer de Duitse legerkorpscommandant, luitenant-generaal Höhn, hem de hand drukt kan Grignot, door emotie bevangen, geen woord meer uitbrengen.
In de hierop volgende jaren stabiliseert het front zich in deze saillant. Het front ligt op een lijn even ten noorden van de weg van St.Mihiel naar Apremont-le-Fôret. In dit gebied wordt er doorlopend gevochten, maar dat gebeurt zonder noemenswaardige terreinwinst maar wel met grote verliezen aan beide zijden. De Franse troepen in dit gebied o.a. in het Bois Brûlé en langs de beruchte Tranchée du Soif, worden ondersteund door vuur van het sperfort Liouville en het hier naast gelegen artilleriefort Ste.Agnant en de Franse veldartilleriebatterijen ten westen hiervan.
De Duitsers bouwen in dit gebied veel permanente met beton versterkte loopgraven, bunkers en onderkomens en dit in meerdere linies achter elkaar. Aan Franse zijde legt men doorgaans veel ondiepe loopgraven en eenvoudige aarden versterkingen aan, die hebben zelden een permanent karakter. Dit is het verlangen van het Franse opperbevel, de troepen mogen zich niet te veilig voelen, want dan gaat de offensieve geest verloren!
Tot op de dag van vandaag zijn de Duitse linies met hun betonnen bouwwerken, vrijwel intact. Tegenwoordig liggen ze in een dicht bos en zijn bij uitstek geschikt om een reconstructie van de hier plaats gevonden gevechten te maken.
Tot aan het Amerikaanse offensief in 1918 blijft dit front intact en dit ondanks de voortdurende aanvallen. Vooral de Fransen vallen veel aan. Ze willen de saillant van St. Mihiel op ruimen om zo de spoorlijn van deze stad naar Verdun weer te kunnen gebruiken.


























































































