Naar de inhoud

't FRONT

1914-1918 & 1939-1945
seniorennet.beseniorennet.be
EERSTE & TWEEDE WERELDOORLOG

De modder van de Westhoek

De modder van de Westhoek

Vertaling van het werk van  MAX DEAUVILLE (Maurice Duwez) “La boue des Flandres”

 

MAX DEAUVILLE (Maurice Duwez)

BIOGRAFIE Maurice Duwez werd geboren te Elsene op 31 augustus 1881. Zijn vader was een briljant oftalmoloog en werkte samen met burggraaf de Spoelberg de Lovenjoul (bibliofiel van Sand, Balzac, Mérimée,…) wiens arts hij was. Hij had een gelukkige jeugd in een traditioneel burgerlijk milieu van die tijd. Zijn anderhalf jaar oudere broer, Gaëtan Duwez, ging studeren aan de Militaire School. Op z’n zestiende begint Maurice Duwez zijn medicijnenstudie aan de Leuvense Universiteit, samen met een jeugdvriend met wie hij de “Cercle d’Art” opricht. Burggraaf de Spoelbergh bij wie hij na de dood van zijn vader in 1901secretaris wordt, introduceert hem in de literaire kringen (La Revue Générale, Brussel) en bij de Parijse uitgever Gaston Calman-Levy. Als beginnend huisarts begint Max Deauville ook te schrijven en in 1907 publiceert hij zijn eerste roman, “La Fausse Route”. Voor de oorlog verschijnen van hem bij Calman-Levy te Parijs nog “Le Fils de ma Femme” in 1909, “L’amour dans les Ruines” het jaar daarna en “Le Métier d’Homme” in 1914. Voor de oorlog had Max Deauville ook bijdragen geleverd voor een aantal literaire tijdschriften: La Revue Générale, Le Mercure de France, Le Thyrre. In 1914 meldt hij zich als vrijwilliger bij de Burgerwacht. Hij neemt deel aan de terugtrekking van het Belgisch leger aan het front in Diksmuide. Na de gevechten bij Steenstrate in april-mei 1915 is hij aangetast door ‘loopgravenkoorts’. Hij verlaat het regiment grenadiers in februari 1916, hij is gifgasslachtoffer en wordt arts aan het Hôpital de Saint Lunaire in Bretagne. In juni 1917 keert hij terug naar het front en op 22 oktober wordt hij ingedeeld bij de ballonvaarders. Hij neemt deel aan het overwinningsoffensief en de bezetting van Duitsland en wordt in december 1918 gedemobiliseerd. Hij kreeg verscheidene eervolle vermeldingen en vele militaire eretekens waaronder het oorlogskruis met twee palmen. Zijn verhalen over de Grote Oorlog verschijnen in “Jusqu’à l’Yser” dat al in 1917 gepubliceerd werd en in “La boue des Flandres” met een eerste editie in 1922. Zoals alle oorlogsvrijwilligers leed Max Deauville onder het onbegrip van al diegenen die onder de Duitse bezetting gebleven waren of die het land verlaten hadden. De oorlog inspireerde hem eerst stoïcijnse gelatenheid, later ontgoocheling, vergiftigd door de speciale sfeer die na de oorlog in bepaalde kringen heerste. Hij heeft deze atmosfeer schitterend beschreven in “Jonas” (dat als toneelstuk werd opgevoerd) en in “Dernières Fumées”.Na de oorlog gaat hij in de Esplanadestraat in Elsene wonen, met zijn moeder, zijn echtgenote en hun zoon die geboren werd in het hospitaal l’Océan in De Panne op 18 augustus 1915, na de slag aan de IJzer, waarnaar hij genoemd werd. Maurice Duwez hield praktijk in zijn In juni 1917 keert hij terug naar het front en op 22 oktober wordt hij ingedeeld bij de ballonvaarders. Hij neemt deel aan het overwinningsoffensief en de bezetting van Duitsland en wordt in december 1918 gedemobiliseerd. Hij kreeg verscheidene eervolle vermeldingen en vele militaire eretekens waaronder het oorlogskruis met twee palmen. Zijn verhalen over de Grote Oorlog verschijnen in “Jusqu’à l’Yser” dat al in 1917 gepubliceerd werd en in “La boue des Flandres” met een eerste editie in 1922. Zoals alle oorlogsvrijwilligers leed Max Deauville onder het onbegrip van al diegenen die onder de Duitse bezetting gebleven waren of die het land verlaten hadden. De oorlog inspireerde hem eerst stoïcijnse gelatenheid, later ontgoocheling, vergiftigd door de speciale sfeer die na de oorlog in bepaalde kringen heerste. Hij heeft deze atmosfeer schitterend beschreven in “Jonas” (dat als toneelstuk werd opgevoerd) en in “Dernières Fumées”.Na de oorlog gaat hij in de Esplanadestraat in Elsene wonen, met zijn moeder, zijn echtgenote en hun zoon die geboren werd in het hospitaal l’Océan in De Panne op 18 augustus 1915, na de slag aan de IJzer, waarnaar hij genoemd werd. Maurice Duwez hield praktijk in zijn privéwoning. Verder was hij controlearts voor de Algemenen Verzekeringen en werd hij benoemd aan het ziekenhuis van Elsene. Hij bleef de geneeskunde beoefenen tot aan zijn pensioen en sluit zijn privépraktijk in 1946; dan nemen hij en zijn vrouw hun intrek in een appartement in de Ridderstraat te Elsene. Hij is altijd een erg sociale arts geweest, met hart voor de minderbedeelden; toch zijn er maar twee boeken waarin hij het heeft over zijn praktijk: “Fourrière” en “La Soledad”. In november 1926 mislukt een afscheidingspoging in Catalonië. De leiders die naar Frankrijk gevlucht waren, worden berecht in Parijs en naar België uitgewezen. Max Deauville ontfermt zich over hen.

Ze gaan in Brussel wonen, waar de dichter Ventura Gassol een goeie vriend wordt van Max Deauville. Fransescos Macia, leider van de eerste opstand, wordt in 1932 benoemd tot voorzitter van de “Generaliteit van Catalonië” en op 12 april 1931 roept hij de onafhankelijke Republiek Catalonië uit. In juni 1931 ontvangt hij Max Deauville en samen maken ze een rondreis door Catalonië. Het verhaal van deze reis wordt gepubliceerd in “Notes sur la Catalogne” (september 1931). Op het internationaal congres van Zürich in 1947, trekt Max Deauville energiek van leer tegen de Duitse misdaden en de vroegtijdige heroprichting van de Duitse Pen Club. Hoewel hij een “zachtaardig, beschaafd, vriendelijk en beminnelijk man” was, vond hij het zijn plicht zijn spreekwoordelijke gereserveerdheid te laten varen.
Na het ontslag van Louis Piérard in 1948, wordt Max Deauville benoemd tot voorzitter van de Franstalige sectie van de Pen Club. In 1956, tijdens het XXVIIIe congres in Londen, neemt Max Deauville ontslag en wordt de derde Franstalige Belgische equipe voorgezeten door Robert Goffin. Hij overlijdt te Elsene op 1 februari 1966.

Vertaler

Luk VERLONJE Oostende, 1952. Licentiaat vertaler. Doceert Taalbeheersing Nederlands, Encyclopedie van het vertalen en Vertalen Frans-Nederlands aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken van de Hogeschool Antwerpen. Hij is er verder hoofd van de vakgroep Nederlands en voorzitter van de Onderwijscommissie. Vertaalde o.m. Jean Stengers, De Koningen der Belgen. Macht en invloed. Van 1831 tot nu; Christine de Groote, Van Eden tot vandaag. De geschiedenis van de tuin; Gaston Compère e.a., Een naïeve kijk op België.

Inleider

Piet CHIELENS (1956) is geboren en woont in Reningelst (in de Westhoek van Vlaanderen) waar hij opgroeide met de verhalen en de graven van de Grote Oorlog. Hij studeerde economische wetenschappen en communicatiewetenschappen aan de K.U.Leuven. Hij is coördinator van het In Flanders Fields Museum te Ieper (sinds 1996) en was vijftien jaar artistiek directeur van Vredesconcerten Passendale (1992-2007). De Vredesconcerten creëerden meer dan 20 avondvullende producties met de Eerste Wereldoorlog als inspiratie. Enkele ervan kenden maar een paar voorstellingen, anderen staan na jaren nog af en toe op binnen- of buitenlandse podia.
Het In Flanders Fields Museum werd in 2000 onderscheiden met de belangrijke Museumprijs van de Raad van Europa. Piet Chielens is inhoudelijk verantwoordelijke voor beide instellingen en werkt mee aan hun talrijke publicaties (CD’s, gidsen, catalogi, boeken).

 

Uittreksels

De grond ligt vet. Waar het gras kaalt, vormen zich in de modder plassen die grijs weerspiegelen in de zwarte nacht. Het is drukkend warm. In de vochtige zoelte hangt mist. Aan de hemel schuiven traag de dikke
wolken. De ronde maan plengt haar zilveren tranen in de duisternis. De verhakkelde takken en de piekerige vederbos van de bomen doemen op uit de chaos.

De soepcorvee komt traag op gang, allemaal achter elkaar aan. Er fluiten kogels in het rond. Op de rug van de mannen stuitert het vilt van de aluminium drinkbussen tegen elkaar. De laarzen zinken in de modder en worden er met een klokkend geluid weer uitgetrokken.

Soepcorvee, De modder van de Westhoek, p. 21.

Overdag blijven de mannen binnen en slapen. Het platteland ligt er verlaten bij, af en toe komt een herder langs gewandeld met enkele koeien. Ze loeien en briesen en reikhalzen naar lichte horizonten. Een soldaat komt voorbij met een emmer. Een andere slentert wat rond, de handen in de zakken. Rond de hutten is de grond bezaaid met conservenblikjes. Dit houten dorp ademt nostalgie, als een verlaten tentoonstelling.

De zon schijnt nu, een deugddoende herfstzon die de vochtige
lucht zo tegen de middag wat verwarmd krijgt. De blaadjes aan de bomen zijn geel, andere verzinken in de bruine grond. In de verte buldert het kanon. Dichterbij vuurt een batterij snelle salvo’s. De wegen zijn verlaten. Er rijdt een fietser weg, alleen. De rijkswachter die de wacht houdt, verdoet zijn tijd met in de lucht te staren...

Fokkewerf, De modder van de Westhoek, p. 31.

 

De generaal sprak hen toe in het Frans:
– Dappere karabiniers, bedenk dat ik een van de uwen geweest ben. Ik was toen trots op mijn regiment. Ik hoop dat ik dat nu ook kan zijn. Er zijn daar een paar grappenmakers de IJzer overgestoken. Ik reken op jullie om ze naar de overkant terug te drijven.
De soldaten trokken voorbij zonder hem een blik te gunnen.

Hun gezicht stond hard, hun rug kromde zich onder hun tas en ze omknelden hun geweer. Een van hen was wat verbijsterd, van zijn stuk gebracht, boog zich naar zijn makker en vroeg aarzelend:
– Wa’ zegt hè?
De andere nam hem manhaftig bij de armen en terwijl hij met gefronste wenkbrauwen in de richting van de vijand keek, antwoordde hij:
– Kom, Jef. ‘t Es nichs. Da’s allemo kluterij.
En ook dát was een staaltje van militaire welsprekendheid...

Het mooie defilé, De modder van de Westhoek, p. 64.

 

Uitgeverij de Schorre

- Opgericht in februari 2006, registernummer 10.856 bij de Koninklijke Bibliotheek.

- Wenst geschriften over de Grote Oorlog te verspreiden en in het bijzonder die van de Belgische auteur Max Deauville.

- Is van plan zowel historische als eigentijdse manuscripten en documenten over de Westhoek uit te geven.

http://www.deschorre.net/nl/pages/modder.html

Verkooppunten

- Ieper In Flanders Fields Museum
Grote Markt, 34

- Dienst Toerisme

- Raversijde Domein Raversijde
Nieuwpoortsesteenweg, 636

- Oostende bij New Corman
Witte Nonnenstraat, 38

- Brussel Koninklijk Museum van het Leger
Jubelpark, 3

 

 http://www.deschorre.net/nl/pages/modder.html

Geschreven door DP om 08:59

Dakota C-47A Merville

Hallo,

Zoals  jullie ondertussen waarschijnlijk al weten staat er in Merville aan

de Merville batterij een originele Dakota C-47A het toestel heeft tijdens de nacht van 5 op 6 juni 1944 Amerikaanse parachutisten (101st  Airborne ) gedropt  boven Saint

Mére Eglise. Later werd het toestel ingezet tijdens de operaties "Market Garden" de

Ardennen en de Rijn .

 

De vereniging Association Merville-Dakota is nu meer dan twee jaar aan het werk om  het vliegtuig te restaureren en het is voor 98 % afgewerkt.

Volgens mij is dit een van de mooiste restauraties ooit van een historisch

Vliegtuig dit om de hele simpele reden dat de vrijwilligers er ook in geslaagd zijn

de vroegere bemanning terug te vinden.

De mensen zijn gepassioneerd "staan op met de het toestel en gaan er mee

slapen "

 

 Voor meer info zie op de website!!

 

http://www.6juin1944.com

http://www.the-snafu-special.com

 



403258-a97dd3007dddcd1115cfe8d9a9eb98d3.jpg

403258-fda32edc74512ec212d20b9801fedd17.jpg
Geschreven door DP om 08:51

DE BRIGADE PIRON KREEG HUN VERDIENDE PLAATS !

Olivier  Paz burgemeester van Franceville-Merville (Normandië) en de museum-directrice Pascaline Dagorn zochten reeds verschillende jaren een collectie om een bunker ter ere van de bevrijders van Franceville-Merville in te richten.
Het zesde peloton van de eerste compagnie infanterie van Belgische groepering  waren op 17 augustus 19u20 de "definitieve " bevrijders van Franceville.De heer Olivier Paz namen dan ook in de zomer van 2007  contact op met de oud-strijders federatie Brigade Piron.

Kris Michiels beroeps militair bij de genie was hun vaandeldrager van 2002 tot  mei 2009. Hij werd met de jaren "familie" van de Piron veteranen. En leeft letterlijk voor deze mensen waar hij een zeer hechte band mee heeft.Doordat de veteranen hem zien als hun "zoon" kreeg hij zeer belangrijke en historische objecten.

Zijn leuze "ooit komt er een plaats voor de Brigade Piron"  werd door vele buitenstaanders weg gelachen. Het zijn  de veteranen zelf  die aan Kris de vraag stelden " Kris wij zijn te oud wil jij dit voor ons doen"

Generaal Tabary oud pelotons commandant van de Brigade Piron stelde dezelfde vraag aan Kris tijdens een begrafenis van één van zijn overleden vrienden.Voor Kris was dit het teken waar hij reeds jaren had op gewacht en beet zich  als een bezetene vast in dit project dat niet altijd even vlot verliep.

Gelukkig  werd hij door Graaf d'oultremont eveneens een oud-strijder brigade Piron aan de minister van defensie voorgesteld.De minister gaf Kris de toelating mee ter werken bij het interviewen van de oud-strijders  van de Brigade Piron, dit  in samenwerking met de militaire archiefdienst.

Kris kreeg eveneens 16 werkdagen dienst ontheffing om de kazemat te renoveren. Maar zijn oversten waren niet altijd even gelukkig met zijn  "privileges", want  hij is maar een 1ste soldaat loodgieter bij de genie en mag niet naast zijn gaan schoenen lopen!

Kris nam dikwijls zelf verlof, het renoveren van een kazemat doe je niet op 16 werkdagen.1ste soldaat of niet Kris bleef voortwerken dag en nacht spendeerde veel tijd energie en centen in het project , het was voor zijn familie niet altijd even gemakkelijk .Maar het resultaat is er! De jongens van de "Old First Belgian Brigade" ,in de volksmond ook wel  Brigade Piron, hebben hun plaatsje.


Proficiat Kris!

 



364519-394659692a460258b45a99f1424ea357.jpg

364519-efaf98db2eac3a61946ca0282ae6ddd4.jpg

364519-792069df363c9e9a3737d98e38ffb46e.jpg

364519-efc7da8df082905ed77570509e96f33c.jpg

364519-ea0323f5ac1a2b11042a523c8a2c49a1.jpg

364519-5f732a84bfba6ba0230e11ef4e49ba38.jpg

364519-d89f8359edc7d84465db4be60b9b9420.jpg

364519-eb1b6cbb1196e6b6d08af7c5496033b7.jpg
Geschreven door DP om 10:08

Bastogne Historic Walk

Sfeerbeelden van de herdenkingswandeling 2008 te Bastogne.

Bastogne Historic Walk, 13 december 2008.
64th anniversary 1944-2008, in tribute to the 327th Glider Infantry Regiment.

303691-693955801871b2807bf76ea98d94e862.jpg

303691-eb6f6c53442b273444f8bd7aaa08800d.jpg

303691-7d108db512f6a6a929cd0d0ad3b593e8.jpg

303691-270ee74b40f629ca6e9cfb84a1d07b43.jpg

303691-d8f8dedc0591f3b913dbcdf0fdea2687.jpg

303691-5c566df613da4259cbb528ee0c55a8ba.jpg

303691-08182858c5199d31994f3d06d818449b.jpg

303691-fe26d895721d161cc8c0759ce90c6e3c.jpg

303691-4c7fe05244bf2a37eb2562573f36d523.jpg
Geschreven door DP om 11:31

Graf van Prins Murat achterneef van Napoleon I

Graf van Prins Murat achterneef van Napoleon I

 

In  het Franse dorpje Lihons (Somme)  bevind er zich te velde een eenzaam  graf.  Dit is het graf van Prins Murat, hij was een  achterneef van Napoleon Bonaparte. Het grafsteen is gelegen enkele tientallen meters achter de  burgerlijke begraafplaats van Lihons. Maréchal-des-logis Murat was oorlogsvrijwilliger bij  de Franse cavalerie, het 5e Cuirassiers. Hij sneuvelde op 21augustus 1916, op de plaats waar zich nu het graf bevindt , hij was 20 jaar.

 



302633-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg

302633-8d94e718adee5dc95d99a347e478a6e5.jpg

302633-30e62fddc14c05988b44e7c02788e187.jpg

302633-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg

302633-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

Geschreven door DP om 09:35

Monument gesneuvelden en oorlogsslachtoffers van Marke

Monument voor de gesneuvelden en oorlogsslachtoffers van Marke

Op zondag 9 september 1923  werd het Markse herinneringsmonument onthult,  dit herdenkt de gesneuvelde militairen, de weggevoerden en ook de andere oorlogsslachtoffers. Na de Tweede Wereldoorlog werden nog de namen toegevoegd van de slachtoffers van dit tweede mondiale conflict.

Op die grootse plechtigheid die gepaard ging met de inhuldiging waren uiteraard de plaatselijke prominente figuren aanwezig, maar ook Kolonel Verfaille, E.H. Krijgsalmoezenier De Beir en de heer Doornaert voor het ZAB (Zivil Arbeiter) waren present.

Een van de aanwezige muziekkorpsen was dat van heet 22ste Linieregiment

De Gentse beeldhouwer Rooms ontwierp het gedenksteen  en de Markse ondernemer Aloïs Veandenweghe zorgde voor het metselwerk

 



302610-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

302610-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

302610-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg

302610-fe5df232cafa4c4e0f1a0294418e5660.jpg
Geschreven door DP om 09:09

De Wellington steengroeve te Arras (Frankrijk)

 De Wellington steengroeve te Arras (Frankrijk)

 

Sedert maart 2008 is Arras een uitzonderlijk museum rijker, namelijk de Wellington steengroeve. Dit is een ondergronds gangenstelsel, dat onder andere, diende als schuilplaats en strategische basis voor Britse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog en als schuilplaats voor de burgers van Arras tijdens de Tweede Wereldoorlog. De steengroeve is sinds 1 maart 2008 geopend voor het publiek.

De Wellington steengroeve onder Arras is uitgehouwen tijdens de Middeleeuwen. Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog  wordt de steengroeve uitgebreid, dit  ten gevolge van een offensief dat door de Britse en Franse legerleiding gepland is in de lente van 1917. Het offensief is bedoeld als afleidingsmanoeuvre en moet Duitse troepen aantrekken om zo een doorbraak van de vijandelijke linies tussen Soissons en Reims te vergemakkelijken. Tunnelgravers uit Nieuw-Zeeland krijgen de taak om een netwerk van tunnels te creëren die onderdak kan bieden aan 24000 man. Tevens wordt het ondergrondse gebied voorzien van douches, keukens en latrines. Dit geeft de Britten de mogelijkheid om in grote getale in een relatief veilige plek te verblijven en dit terwijl ze zich toch maar op enkele meters van de Duitse loopgraven bevinden. Op 9 april 1917 om half zes ’s morgens vallen de Britten de Duisters aan, wat de geschiedenis zal ingaan als de ‘slag bij Arras’,  zal één van de bloederigste slagen uit de Eerste Wereldoorlog worden.

Bezoek

Na een afdaling in een glazen lift tot ongeveer een diepte van 20 meter wordt de bezoeker rondgeleid worden door de Wellington steengroeve. Tijdens deze ontdekkingstocht wordt er meer verteld over, onder andere, de steengroeve in de Middeleeuwen, het werk van de tunnelgravers in 1916 en het doel en de strategie van het lenteoffensief in 1917. De plek biedt de bezoeker bovenal de kans een kijkje te nemen in het ondergrondse bestaan van de soldaten, wiens namen ter nagedachtenis in een herdenkingsteken gegraveerd staan. Na afloop wordt er een film over de slag van Arras gedraaid.

Bezoek de Wellington steengroeve, een plek ter nagedachtenis aan de slag van Arras. Kijk voor meer informatie en openingstijden op www.carriere-wellington.com.



198075-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

198075-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

198075-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg

198075-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg

198075-032b2cc936860b03048302d991c3498f.jpg

198075-18e2999891374a475d0687ca9f989d83.jpg

198075-fe5df232cafa4c4e0f1a0294418e5660.jpg
Geschreven door DP om 03:02

De bevrijding van de regio Beverlo - Leopoldsburg

De bevrijding van de regio Beverlo - Leopoldsburg

 

We zijn september 1944, na de aankomst van de geallieerden en de Brigade Piron verkeert Brussel in een feestroes. De bevolking denkt dat de oorlog voorbij is, maar een groot gedeelte van het land is nog helemaal niet bevrijd.

Op 5 september krijgt de Brigade Piron het bevel om de vliegvelden van Melsbroek en Evere te ontmijnen en te beveiligen en de bruggen over de kanalen te bewaken. Het Pantsereskadron zuivert de driehoek Brussel-Leuven-Mechelen. Er bevinden zich nog overal vijandelijke elementen .

Op 8 september brengt maarschalk Montgomery een bezoek aan Brussel en hij belooft Kolonel SBH Piron de Belgische Groepering zo snel mogelijk terug in te zetten.

 

 De Bevrijding van Beringen-Beverlo-Heppen

Voordat men Leopoldsburg kan bevrijden moet er een bruggenhoofd veroverd worden over het Albertkanaal te Beringen, maar ook Beverlo en Heppen moeten eerst bevrijd nog worden. De aanval wordt geleid door de Guards Armoured Division. De aanval wordt ingezet op 6 september. De 5th Guards Brigade, met als opdracht een bruggenhoofd te veroveren aan de brug Zuidwest-Oostham, is gestopt omdat de brug stuk is en ook omdat de vijandelijke oever toch nog behoorlijk verdedigd word.

De 32nd Guards Brigade gevolgd door de Nederlandse Prinses Irene Brigade moet te Beringen een bruggenhoofd veroveren over het Albertkanaal. Burgers waarschuwen ze dat de brug niet meer bezet is. Zonder enige vijandelijke weerstand te ondervinden en geholpen door de Witte Brigade komen ze aan de brug. De brug is gedeelte­lijk vernielt, maar te voet is ze nog bruikbaar. Tegen dat de brug, de zevende ’s morgens, hersteld is zijn er al vijandelijke versterking aangekomen. De aanval wordt verder gezet en Beringen-Mijn wordt ingenomen door de Irish Guards.  Beverlo is nog steeds in Duitse handen.

Op 8 september nemen de Coldstream Guards de opdracht van de Irish Guards te Beringen-Mijn over en zettten de aanval in die hen over Beverlo en Heppen naar hun eindobjectief het Kamp van Beverlo moet leiden. Te 13.30 uur is Beverlo ingenomen, er worden drie antitank­kanonnen buitgemaakt en honderd krijgsgevangenen gemaakt. Daar Heppen nog bezet is wordt de aanval gestopt.

De aanval op Heppen vertrekt op 9 september te 15.00 uur. Het infanteriebataljon the 5th Batallion Coldstream Guards  zit op kop, het spoorwegstation is een tussenobjectief en even verder op het kruispunt wordt een Duitse Tigertank opge­merkt.

Tegen de avond en na hevige gevechten is Heppen ingenomen. De Britten hebben er zware verliezen geleden. In Heppen, aan het hoofd van zijn compagnie van het 5th Batallion Coldstream Guards, sneuvelt majoor William Covendisch, hij is de markies van Hartington, oudste zoon en erf­genaam van de hertog van Devonshire en gehuwd met Kathleen Kennedy, zuster van John Kennedy, de latere president van Amerika.

 

De Bevrijding van Leopoldsburg

 

Omstreeks de 10de september ’44 staat Leopoldsburg in het middel­punt van de belangstelling. De BBC kondigt verkeerdelijk aan dat de gemeente al is ingenomen en de Daily Telegraph schrijft: " de grote kazernes van Leopoldsburg, omgevormd tot een Duits steunpunt, zijn veroverd door het Britse leger."

Een verkenning door de 4th/ 7th Dragoon Guards toont aan dat Leopoldsburg nog bezet is. Een Duits antitankkanon schakelt twee Britse tanks uit. Het kanon wordt niet teruggevonden. Burgers vertellen de Britten dat de Duitsers terug­getrokken zijn en dat Leopoldsburg bezet wordt door een 60 tal Duitsers, deze hebben enkele antitankkanonnen.

De aanval start op 11 september om 14.00 uur, met de B Compagnie van het 12th Batallion King 's Royal Rifle Corps en het C Squadron van het 13th / 18th Royal Hussars. Ze ontmoeten weinig weerstand. Het squadron maakt zes krijgsgevangenen (waarvan twee matrozen in burgerkledij). In het spoor van de Britten volgt de 1ste Belgische Groepering ( Brigade Piron). Hun op­dracht is de verovering van het militair kamp en de bewaking en beveiliging van de toegangswegen. Onder bevel van de 8th British Armoured Brigade verlaat de groepering Brussel op 11 september om 08.00 uur. Hun doel is de streek rond Leopoldsburg.

Om 13.30 uur wordt te Beringen het Albertkanaal overge­stoken, dit over een door de Britten geworpen noodbrug.  De brug wordt  bewaakt door een eenheid van de Nederlandse Prinses Irene Brigade. Beringen is ondertussen bevrijdt door de Welch Guards

Met het pantsereskadron op kop bereikt de Brigade Piron  om 14.30 uur Stallekerheide.

Het 1ste peloton trekt door het infanteriekamp, het 2de door het centrum en het 3de door het Cavaleriekamp naar de Quatre-Bras, het kruispunt met de wegen naar Balen en Lommel.

Tegen 14.50 uur zijn alle objectieven bereikt zonder een vijand te ontmoeten. 

De pelotons krijgen een nieuwe opdracht, het 3de  moet verder oprukken richting Balen, het 4de  richting Kerkhoven-Lommel, het 1ste  moet contact houden met het Britse leger in Hechtel, het 5de  moet de grote weg door Leopoldsburg bewaken en het 2de  de noordergrens van het kamp.

Om 15.10 uur wordt het 3de  peloton beschoten  bij de uitgang van Leopoldsburg, het stopt.

Om 16.10 uur  bereikt het 4de peloton Kerkhoven en meldt dat de bruggen over het Zijkanaal verwoest zijn.

Rond 17.00 uur  probeert het 3de peloton een gordijn van mitrailleurvuur voorbij te gaan. Om 17.10 uur wordt een pantserwagen van het 3de  peloton dat de weg naar Balen verkent op 1.200 meter van het kruis­punt Quatre-Bras getroffen door projectielen van twee 88 mm antitankkanonnen.  Het ene vuurt vanuit Immert, het andere kanon staat op de as van de grote baan. De getroffen pantserwagen is die van 1ste wachtmeester Bihay, het voertuig schiet in brand! Onderofficier Bihay is zwaar gewond, hij slaagt erin om zich in de sloot te laten glijden. De chauffeur soldaat Marcel Benoot en  1ste soldaat- kanonnier Lucien Simoen, beiden uit Oostende, worden op slag gedood.

Ondertussen hebben de gemotoriseerde infanterie een­heden ook hun objectieven bereikt. De 1ste Cie bezet het Cavaleriekamp, het station en het centrum van Leopoldsburg en levert de reserve, de 2de Cie beveiligt de grens ten westen  van het kamp, de 3de Cie  is ligt in Beverlo. De batterij artillerie bezet een stelling ten oosten van de weg Beverlo-Heppen. Een waarnemingspost bevindt zich in de toren van het gemeentehuis.

Dezelfde dag sneuvelen nog soldaat Guillaume Debefve en soldaat Jozef Van Oppens bij een hevige artillerie­beschieting op de stelling te Heppen. Onderluitenant Leo Van Cauwelaert wordt naar een ziekenhuis overgebracht.

Op 12 september is Oostham nog steeds door de vijand bezet. Bij een vliegtuigbombardement op het station wordt soldaat Carlos Martin, van de 1ste Cie, gedood. Rond 12 uur komt een patrouille van de 3de Cie, op de grens Heppen-Leopoldsburg, in contact met een dertigtal Duitsers. Een artilleriewaarnemer gaat mee met elke pa­trouille. De artillerie vuurt op Oostham. Rond 19.30 uur, op kop van een patrouille in de Engestraat wordt sergeant (kandidaat officier) Louis Goetz door een scherpschutter gedood. Op 13 september zijn er nog veel patrouilleactiviteiten. De vijand is nog steeds actief rond Oostham en Balen. De Duitse parachutist Luitenant Wendling wordt krijgsgevangen genomen. 's Avonds rond 21.35 uur ligt de 3de Gemotori­seerde Eenheid te Heppen weer onder hevig artillerievuur. Op 14 september wordt op de weg naar Balen nog een Duitse soldaat krijgsgevangen genomen. Alle eenheden trekken nu ten aanval en tegen avond hebben alle Duitsers zich terug­getrokken achter het Verbindingskanaal. De commandant van de artillerie van de Guards Division onttrekt de batterij artillerie aan de 1ste Belgische Groepering. De  Belgische artilleristen moeten, vanuit een stelling in de omgeving van Neerpelt, het ver­trek van de aanval van de landstrijdkrachten voor de Operatie Market Garden gaan steunen. Op 17 september komt de batterij terug bij de Brigade Piron.

 



85317-394659692a460258b45a99f1424ea357.jpg

85317-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

85317-7d108db512f6a6a929cd0d0ad3b593e8.jpg

85317-6dfe8354f0f8d8d2fe2fde1061251636.jpg

85317-4f8490bbdddf6ca2cd95779057e7796d.jpg

85317-4cf6bbd0622ddb1f84d8ad519cbe0a80.jpg
Geschreven door DP om 18:57

BIBLIOGRAFIE HALEN 1914

BIBLIOGRAFIE HALEN 1914

 

Wie meer wil weten dan de beknopte inhoud van deze BLOG  kan de volgende werken in verband met de Slag van Halen raadplegen.

 

Le Combat de Haelen" Ministère de la Défense nationale Bruxelles - 1934.

           

Haelen" (12 aout 1914)-Lt. Gén. de Witte - Bruxelles - 1920.

           

Haelen" (12 aout 1914)-Lt.-Col. Beernaerts - Brugge - 1921.

           

Die deutsche Kavallerie 1914 in Belgien and Frankreich" Gen. von Poseck - Berlin - 1921.

           

Encore Haelen" - Lt.-Gén. de Witte - Bruxelles - 1921.

           

L'Art de la guerre" - Gén. Wanty - Verviers - 1967.

           

L'Histoire des Régiments de Carabiniers et des Bataillons de Carabiniers Cyclistes 1914-1930 - Capt. M. Corvilain Bruxelles - 1933.

           

Historique du 1 Regt des Guides" - Lt. Parmentier Bruxelles - 1928.

           

Der Weltkrieg 1914-1918" - Reichsarchiv - Band I - Berlin 1925.

           

Das Dragoner-Regiment n° 18" - Oberlt von Larisch Oldenburg - Berlin - 1924.

           

Die Leibhusaren" - Verlag Mittler and Sohn - Oldenburg Berlin - 1929.

           

Contribution à l'histoire de la guerre mondiale 1914-18" Lt.-Gén. de Selliers de Moranville - Bruxelles - Paris - 1933.

           

Mouvement et opérations des Corps et Division de la Cavalerie" - Maj. E. Péteau - Liège - 1924.

           

Geschichte des 2 Pommerschen Ulanen Regiment Nr. 9" Rittmeister von Etzel - Berlin - 1931.

           

General von der Marwitz - Weltkriegsbriefe" - Gen. der Inf. von Tschischwitz - Berlin - 1940.

           

De Slag der Zilveren Helmen" - Uitgeverij Brems - Herk-deStad - 1980.

           

Bulletin Belge des Sciences Militaires" - E.M. de 1'Armée Bruxelles - 1920.

           

Heft der Kavalerie - Januari 1914 - Berlin.

           

Reglement der Deutsche Kavallerie - Berlin - 1909.

           

La Division de Cavalerie Belge en 1914" - Péteau - Bruxelles 1937.

           

Geschichte des 1 Grossherzoglich Mecklenburgischen DragonerRegiments Nr. 17" - Band 2 - Dr. P. Freiherrn von Troschke Berlin - 1938.

Geschreven door DP om 08:09

DUITSE VERLIEZEN IN HALEN 1914

DUITSE VERLIEZEN IN HALEN

 

 

Over de Duitse verliezen bij Halen zijn er zware absurditeiten verteld. Ze vinden waarschijnlijk hun oorzaak in de nonsenscijfers die de dagbladen direct na de slag verkocht hebben.

De cijfers van 3.111 gedode Duitsers en 1.721 gedode paarden vindt men terug, tot zelfs in zuivere militaire werken. Deze cijfers zijn aan de zeer hoge kant. Immers een Duits ruiterijregiment telde ongeveer 720 bereden paarden. Daar er vier Duitse Regimenten storm liepen, en dan nog onvolledige, komt men tot het cijfer van ongeveer 2.880 maximum. Een simpel vergelijk tussen dit getal en de beweerde verliezen laat duidelijk uitschijnen hoe men overdreven heeft. Analyseren we enkele gegevens. Uit de Regimentsboeken halen we volgende cijfers

           

           17de    Dragonders   geeft           38           gesneuvelden           bij Halen (of 41)    x

             2de      Kurassiers     heeft           11           gesneuvelden bij Halen

             7de      Jagers            heeft          11           gesneuvelden bij Halen

             9de      Jagers            heeft          11           gesneuvelden bij Halen

            18de    Dragonders    heeft          41         gesneuvelden bij Halen

             2de      Leibhusaren (2 CD) geeft    2        gesneuvelden bij Halen

 

            9de       Ulanen        heeft               7          gesneuvelden bij Halen

 

            2de       Garde M6    heeft               1          gesneuvelde bij Halen

 

x    Er zijn 3 militairen opgegeven die in Diest (16 en 24 aug) en in Brussel (15 aug) 

      overleden.

 

Op de Duitse begraafplaatsen die in 1915 bestonden lagen er het volgende aantal doden begraven:

 

            Halen                                               42

 

            Herk (Waterkant)                   10 of 11          xx

 

            IJzerwinning                                    29

 

            Zelk (naast Steenweg op Diest)   21

 

Luitenant Kolonel Beernaerts zegt op blz. 75 van zijn boekje,"dat er juist geteld in Halens vlakte 398 paarden werden begraven".

 

xx        Waarschijnlijk zijn deze doden in maart 1915 naar Halen gebracht, zodanig dat daar het aantal opliep tot 42.De cijfers 10 of 11 komen uit gegevens van de 9de Duitse Jagers.

 

Uit het boek van von Poseck halen we volgende verliescijfers. Dit zijn cijfers van wat ontbrak op het appel direct na het gevecht.

 

 

            17de Dragonders      8 officieren    159 man        165 paarden

 

            18de Dragonders      6 officieren    138 man        163 paarden

 

            2de Kurassiers          6 officieren   71 man           270 paarden

 

            9de Ulanen                 4 officieren        meer als 100 a 250 paarden

 

Maar   dit zijn globale getallen die het aantal doden, gekwetsten, vermisten en gevangenen omvatten. Dergelijke cijfers vindt men ook in zekere Regimentsboeken bvb.

 

In het regimentsboek van het 9de  Ulanen lezen we:

Totale verliezen: 4 Offr. - 121 man - 311 paarden.

Het voegt er aan toe dat na enkele dagen er verschillende manschappen terug gekomen zijn. Zo waren afwezig op de verzameling na de slag: 22 Offr.- 416 man - 438 paarden.

 

2de Kurassiers geven op

Verliezen: 8 Offr. - 77 man - 272 paarden en geeft verder op 24 gekwetsten en 48 vermisten (meestal in krijgsgevangenschap gekomen).

Arthur Bruhe, Kurassier in het 3de Esk schrijft dat er 8 doden waren bij Halen, die hij nominatief opgeeft, en waarvan er twee slechts na een maand stierven te Brussel.

Drie andere, nominatief geciteerde vielen op 11 augustus 1914.

 

18de Dragonder schrijft

 

Verliezen: 41 doden - 36 gewonden - 68 gevangenen -169 paarden verloren.

Ook beweert dit Regimentsboek dat de 4de CD in totaal 107 doden had, de in de hospitalen en in gevangenschap gestorvenen niet meegerekend.

 

Wanneer we naast elkaar stellen;

- de beweringen van het 18de Dragonder regimentsboek;

- het totaal van de doden opgegeven in de verschillende Regimentsboeken;

- het aantal graven in 1915;

- het aantal begraven militairen van het latere "Ehrenfriedhof Halen n° 223" (zie verder),

dan lijkt het ons waarschijnlijk dat Halen aan de Duitsers ongeveer 150 doden en 600 paarden gekost heeft (von der Marwitz schrijft in zijn boek dat er 400 paarden ontbraken). Er zijn geen gegevens over krijgsgevangenen beschikbaar maar in functie van de cijfers van het 18de Dragonder en de inzet van de respectievelijke Regimenten (ogenblik van en plaats van inzet) denken we dat het er een 230‑tal moeten zijn. Vanwaar de cijfers van 3.111 gedode Duitsers en 1.721 paardekrengen komen, getallen maar al te dikwijls inmilitaire werken en artikels overgenomen valt niet te achterhalen.

Wel kan bevoorbeeld geciteerd worden dat "Le Soir" van 13 augustus 1914 spreekt van twee à drieduizend gedode of gekwetste Duitsers. De pers draaft in het begin van de oorlog nogal door (bvb. "Le Patriote" van 8 augustus 1914 schrijft dat de Duitsers 25.000 man verloren voor Luik!) zodanig dat Koning Albert I op 13 augustus zijn vleugeladjudant naar het Ministerie van Oorlog stuurde opdat ook deze hun optimisme zouden temperen in de mededelingen die ze aan de pers gaven.

 

 

 

EHRENFRIEDHOF "HALEN" n° 223

 

Na de oorlog worden al de Duitse doden uit de onmiddellijke omgeving naar het Ehrenfriedhof n° 223 bij de IJzerwinning gebracht. Actueel blijft daarvan alleen nog de grote gedenksteen, met daarbovenop het IJzeren Kruis over.

 

 In 1956 worden de overblijfselen van de gekende gesneuvelden overgebracht naar het "Ehrenfriedhof Vladslo" Blok n° 9. De onbekenden naar het "Studentenfriedhof Langemark". Ze liggen er begraven juist achter de ingang. Op "Halen n° 223" lagen er in totaal 111 Duitsers begraven waarvan 91 in een eigen graf en 20 in een gezamenlijk graf als onbekenden .

Van deze 91 in eigen graf was de verdeling als volgt:

 

Van de eenheden die rond Halen gevochten hebben

 

·        17de Dragonder                                 11

·        18de  Dragonder                                30

·        17de of 18de Dragonder                       2

·        2de Kurassier                                                  9

·        9de Ulanen                                           7

·        2de Husaren (Leib)                              1

·        7de Jager                                            10

·        9de Jager                                               9

 

                                                   Totaal            79

 

Van de eenheden die niet in Halen ingezet werden

 

·        7de  Kurassier                                     3

·        3de  Ulanen                                          1

·        1ste    Husaren (Leib)                           1

·        12de  Husaren                                      2

·        17de  Husaren                                      1

·        165ste  Inf . Regt.                                  1

·        52ste  Reserve Inf. Regt.                      1

·        81ste  Reserve Inf. Regt.                      1

 

           Onbekende                                          1

 

                                    Totaal                         12

 

 

De Duítsers vermoeden, in het kerkhofboek van 1939, dat eronder de 20 onbekenden uit het massagraf er verschillende van de 28 vermiste Dragonders zouden zijn.

Als we dus de 20 onbekenden als Dragonders van het  17deof 18de  beschouwen, en ook de één totaal onbekende soldaat, als gesneuveld zijnde in Halen, dan komt men tot 79 + 1 + 20 = 100 doden voor de gevechten bij Halen. Voegen we er nog 50 aan toe van wie men nooit het lijk heeft gevonden (bvb. begraven met hun paard) of die later in de Lazaretten stierven dan komt men aan een totaal van ongeveer 150 man. Het verhaaltje dat de Duitsers hun doden weggevoerd hebben houdt evenmin steek, gezien ze Halen en haar omgeving geëvacueerd hebben tot 18 augustus.

 

Dit is voorgekomen volgens mensen die op 15 augustus opgeëist zijn om de paardekrengen te begraven. Dat er soms onrespectvol met de lijken omgesprongen is en er ook geplunderd is, kan men uit volgende tekst veronderstellen:

 

“... van zohaast de slag is geëindigd, komt een bende schuimers, verachtelijk uitschot, de naam mensen niet waardig... toegesneld en aanstonds begonnen  met de doden te plunderen. Verscheidene hunner moeten een aanzienlijke buit gemaakt hebben in goudstukken en voorwerpen van waarde.”

(uit : Op het Slagveld van Haelen - Drukkerij Booster en Stols Maastricht – 1914,

dit boekje was niet pro-Duits, integendeel).

 

 



65429-eb1b6cbb1196e6b6d08af7c5496033b7.jpg

65429-36c54ecd28deb05fc6c31cb495915cba.jpg
Geschreven door DP om 08:06

BELGISCHE VERLIEZEN IN HALEN 1914

BELGISCHE VERLIEZEN IN HALEN

 

Om deze vast te stellen hebben we als bronnen,

A. Het aantal doden op de begraafplaats van Velpen-Halen. Dit bedraagt momenteel 180 gesneuvelden. Daarvan zijn er echter verschillende die niet in Halen gesneuveld zijn. Ook zijn er gesneuvelden die wel in Halen vielen, maar later naar hun haardstede zijn overgebracht. Daarom verwijzen we naar punt B.

 

B. Er is een lijst met de militairen die oorspronkelijk in Velpen zijn begraven. Ze bevat 189 gekende namen 28 onbekenden. Van deze 189 bekende zijn er in de loop van de jaren 37 afgevoerd. Blijft dus 189 + 28 - 37 = 180 man. Analyseren we de lijst van 189 bekenden en de 28 onbekenden dan komen we tot volgende getallen voor gesneuvelden die in Halen gevallen zijn.

 

4de Linie         96       gekende doden en

                       12       onbekenden

24ste Linie      10       gekende doden

 

Cyclisten        22       gekende doden en

                         3       onbekenden

 

2de Gidsen       2        gekende doden                                            x

 

4de Lansiers    7        gekende doden en

                         1        onbekende

 

5de Lansiers    2        gekende doden en 3           totaal onbekenden  xx

 

                      158                                                                            xxx

 

 

x          Twijfelachtig of ze in Halen gesneuveld zijn.

xx        We rekenen de totaal onbekenden als doden van Halen.

xxx     Als we de twee Jagers van de 4de Jagers te paard,die gesneuveld zijn op 11

           augustus bij Halbeekkasteel bijnemen dan wordt het cijfer 158 + 2 = 160.

 

 

 

C. In "Le Combat de Halen" van het MDN (1934) staan volgende cijfers:

 

             

4de Linie en24ste Linie          samen ongeveer 123 doden

4de Lansiers                                                             7 doden

5de Lansiers                                                             4 doden

Cyclisten        ongeveer 125 doden en gewonden samen

Gidsen           geen verliezen.

 

 

Verdere gegevens voor gewonden

 Het 4de Linie , het 24ste Linie en de Art van 4de Brig. tellen samen ongeveer 400 gewonden

4de Lansiers  12

5de Lansiers  27

A/Ch                 8          

CPP                 3

 

De totale verliezen bij de Belgen zouden ongeveer op de volgende waarden geschat kunnen worden:

Officieren 11 doden en 10 gekwetsten

Troep    689 doden en gekwetsten.

 

 

D. In "L'Histoire des Caribiniers" geschreven door R. Kpt. Corvilain (1933) lezen we op blz. 33 dat van het 1ste Cy en 3de Cy er 4 officieren en 120 man ontbraken op het appel (dit zijn uiteraard niet alleen gesneuvelden).

 

In "Haelen" (1921) van Lt. Kol. Beernaerts vindt men (blz. 87-91) volgende dodencijfers terug:

4de Gemengde Brigade      6 Offr.     116 man    =          122

 

Cy                                          2 Offr.        28 man    =            30

 

4de   en 5de  Lansiers            3 Offr.         9  man    =            12

 

2de  Gidsen                                               3  man    =              3

Nota:

Voor de 4de Gem Brig geeft hij 10 onbekenden op en 19 man, alleen bekend door hun immatriculatienummer.

Voor de Cy geeft hij 5 man, alleen bekend door hun immatriculatienummer op.

Voor het 4de en het 5deLansiers geeft hij 5 man, alleen bekend door hun immatriculatienummer, op.

 

Voor het 2de Gidsen geeft hij 3 namen op. Volgens de lijsten waarvan sprake bij de letter B zijn de overlijdensdatums van twee van deze militairen echter niet gekend, en

rusten ze ook niet in Velpen op de begraafplaats. Van één van deze militairen beweert men dat hij op 14 augustus 1914 overleden is.

 

E. In het boekje "Nauwkeurig verslag over deze Slag van Halen met lijst der gesneuvelde Belgische Helden" uitgegeven door Cleeremans en Saels - Halen - na 1918, vinden we volgende aantallen terug.

Begraven op de Belgische Militaire Begraafplaats te Halen

4de Linie 104 waarvan 23 zonder naam

10de  Linie          1

4de  Lansiers     4

Cyclisten          26 waarvan 5 zonder naam

2de Gidsen         1

 

Bij de IJzerwinning begraven

4de Lansiers  1 (= Comd. Demaret)

 

Begraven op het Gemeentekerkhof Halen

Cyclisten        1 (= Kap. Panquin)

 

Begraven op het Gemeentekerkhof Zelk

Cyclisten        1

2de Gidsen     1

 

Begraven in Loksbergen (grensscheiding met Halen)

4de Linie                        12 waarvan 5 zonder naam

4de Lansiers                  4 waarvan 3 zonder naam

 

Begraven op het Gemeentekerkhof Loksbergen

4de Linie                        6 waarvan 2 zonder naam

Cyclisten                       2

3de of 4de Lansiers       2 (beide zonder naam)

2de  Gidsen                   1

Onbekenden                5

 

Samengevat:

4de Linie                         122

Cyclisten                         30

3de  (?) en 4de Lansiers  11

2de Gidsen                         3

Onbekenden                     5

 

In 1915 werden al de Belgische doden overgebracht naar de huidige Belgisch Militaire Begraafplaats in Velpen.

 

Analyseren we deze bronnen dan kunnen we besluiten dat de Belgische verliezen aan doden ongeveer tussen 160 à 180 man moeten geweest zijn, ongeveer te verdelen als volgt:

 

4de Gemengde Brigade        125 man

Cyclisten                                   30 man

4de Lansiers                               7 man

5de Lansiers                               4 man

2de Gidsen                                  2 man (?)

1ste Gidsen                                  nihil

Artillerie                                      nihil

CCP                                            nihil

 

 

BURGERLIJKE VERLIEZEN OP 12 AUGUSTUS 1914

 

Halen  3 doden

Donk   1 dode          

Geschreven door DP om 08:03

CHRONOLOGISCH OVERZICHT VAN HET GEVECHT TE HALEN 1914

CHRONOLOGISCH OVERZICHT VAN HET GEVECHT

 

+/- UUR

 

06u00 Overhandiging van het vaandel aan het 5de Lansiers. Vroeg in de morgen van 12 augustus verplaatst het 5de Lansiers zich naar het Zuidoosten van Loksbergen waar het dan, waarschijnlijk enig feit in de militaire geschiedenis, op het slagveld zelf zijn

Standaard ontvangt uit de handen van Generaal de Witte. Er is geen sprake van

paradekledij of wapperende lansenwimpels. Het Regiment is in gevechtskledij en de

wimpels zijn opgerold rond de lansen, want de vijand is slechts op enkele kilometers.

(Het 5de L is pas opgericht op 13 december 1913)

 

07u00 Opstellen van Artillerie van Belgische C0.

 

07u45 Bevelen tot opstellen van de brigade Gidsen ten zuiden van Loksbergen en de  Brigade Lansiers ten westen van de IJzerwinning.

 

08u10 Eerste Duitse patrouille wordt bij Halen brug afgeslagen.

 

09u25 Comd. CD ontvangt het bericht dat hij versterking krijgt van de 4de Gem. Brig.

 

09u35 3de Cy wordt in Halen versterkt door 1 Cy.

 

10u00 Bevel aan de brigade Gidsen om te voet op te treden.

 

10u30 3de Cy en 1ste Cy trekken terug op station Halen.

 

11u30 Duitse patrouille nabij het station teruggedreven.

De opstelling van de brigades Gidsen en Lansiers is afgelopen rond 11u30, (de Lansiers bevinden zich op de verdedigingslijn ter hoogte van de IJzerwinning,  dit op   voorstel van Generaal Proost)

 

12u00 3de Cy en 1ste Cy opstelling voor IJzerwinning.

 

13u00 Eerste Duitse stormloop (op Zelk).

 

13u30 II/5de L wordt opgesteld.

 

14u30 Laatste Duitse stormloop.

 

14u30 1steen 2de Gidsen trekken terug.

 

14u30 Eerste eenheden van de 4de Gem. Brig. komen op het slagveld aan.

 

14u55 Duitse Infanterie rukt op over holle weg Velpen-Liebroek.

 Cy trekken terug tot op lijn van de Lansiers.

 

15u00 Artillerie van de 4de Gem. Brigade gaat in stelling.

 

16u00 Lansiers rond de hoeve trekken definitief terug. Cy uit worden uit het gevecht getrokken.

 

16u30 4de Gem. Brig. tracht Velpen te nemen. Brigade Gidsen gaat naar Bokkenberg.

 

18u00 IJzerwinning in brand geschoten door de Belgische artillerie en even bezet door de Belgen.

 

18u00 Duits artillerievuur houdt op.

 

19u00 Duits geweervuur houdt op.

 

19u30 Generaal de Witte besluit de strijd te staken.

 

 

 



65423-4525c14beac7397f413835054f27bae7.jpg

Geschreven door DP om 07:59

Meer van 't FRONT

↑ Terug naar de berichten