De modder van de Westhoek


De modder van de Westhoek
Vertaling van het werk van MAX DEAUVILLE (Maurice Duwez) “La boue des Flandres”
MAX DEAUVILLE (Maurice Duwez)
BIOGRAFIE Maurice Duwez werd geboren te Elsene op 31 augustus 1881. Zijn vader was een briljant oftalmoloog en werkte samen met burggraaf de Spoelberg de Lovenjoul (bibliofiel van Sand, Balzac, Mérimée,…) wiens arts hij was. Hij had een gelukkige jeugd in een traditioneel burgerlijk milieu van die tijd. Zijn anderhalf jaar oudere broer, Gaëtan Duwez, ging studeren aan de Militaire School. Op z’n zestiende begint Maurice Duwez zijn medicijnenstudie aan de Leuvense Universiteit, samen met een jeugdvriend met wie hij de “Cercle d’Art” opricht. Burggraaf de Spoelbergh bij wie hij na de dood van zijn vader in 1901secretaris wordt, introduceert hem in de literaire kringen (La Revue Générale, Brussel) en bij de Parijse uitgever Gaston Calman-Levy. Als beginnend huisarts begint Max Deauville ook te schrijven en in 1907 publiceert hij zijn eerste roman, “La Fausse Route”. Voor de oorlog verschijnen van hem bij Calman-Levy te Parijs nog “Le Fils de ma Femme” in 1909, “L’amour dans les Ruines” het jaar daarna en “Le Métier d’Homme” in 1914. Voor de oorlog had Max Deauville ook bijdragen geleverd voor een aantal literaire tijdschriften: La Revue Générale, Le Mercure de France, Le Thyrre. In 1914 meldt hij zich als vrijwilliger bij de Burgerwacht. Hij neemt deel aan de terugtrekking van het Belgisch leger aan het front in Diksmuide. Na de gevechten bij Steenstrate in april-mei 1915 is hij aangetast door ‘loopgravenkoorts’. Hij verlaat het regiment grenadiers in februari 1916, hij is gifgasslachtoffer en wordt arts aan het Hôpital de Saint Lunaire in Bretagne. In juni 1917 keert hij terug naar het front en op 22 oktober wordt hij ingedeeld bij de ballonvaarders. Hij neemt deel aan het overwinningsoffensief en de bezetting van Duitsland en wordt in december 1918 gedemobiliseerd. Hij kreeg verscheidene eervolle vermeldingen en vele militaire eretekens waaronder het oorlogskruis met twee palmen. Zijn verhalen over de Grote Oorlog verschijnen in “Jusqu’à l’Yser” dat al in 1917 gepubliceerd werd en in “La boue des Flandres” met een eerste editie in 1922. Zoals alle oorlogsvrijwilligers leed Max Deauville onder het onbegrip van al diegenen die onder de Duitse bezetting gebleven waren of die het land verlaten hadden. De oorlog inspireerde hem eerst stoïcijnse gelatenheid, later ontgoocheling, vergiftigd door de speciale sfeer die na de oorlog in bepaalde kringen heerste. Hij heeft deze atmosfeer schitterend beschreven in “Jonas” (dat als toneelstuk werd opgevoerd) en in “Dernières Fumées”.Na de oorlog gaat hij in de Esplanadestraat in Elsene wonen, met zijn moeder, zijn echtgenote en hun zoon die geboren werd in het hospitaal l’Océan in De Panne op 18 augustus 1915, na de slag aan de IJzer, waarnaar hij genoemd werd. Maurice Duwez hield praktijk in zijn In juni 1917 keert hij terug naar het front en op 22 oktober wordt hij ingedeeld bij de ballonvaarders. Hij neemt deel aan het overwinningsoffensief en de bezetting van Duitsland en wordt in december 1918 gedemobiliseerd. Hij kreeg verscheidene eervolle vermeldingen en vele militaire eretekens waaronder het oorlogskruis met twee palmen. Zijn verhalen over de Grote Oorlog verschijnen in “Jusqu’à l’Yser” dat al in 1917 gepubliceerd werd en in “La boue des Flandres” met een eerste editie in 1922. Zoals alle oorlogsvrijwilligers leed Max Deauville onder het onbegrip van al diegenen die onder de Duitse bezetting gebleven waren of die het land verlaten hadden. De oorlog inspireerde hem eerst stoïcijnse gelatenheid, later ontgoocheling, vergiftigd door de speciale sfeer die na de oorlog in bepaalde kringen heerste. Hij heeft deze atmosfeer schitterend beschreven in “Jonas” (dat als toneelstuk werd opgevoerd) en in “Dernières Fumées”.Na de oorlog gaat hij in de Esplanadestraat in Elsene wonen, met zijn moeder, zijn echtgenote en hun zoon die geboren werd in het hospitaal l’Océan in De Panne op 18 augustus 1915, na de slag aan de IJzer, waarnaar hij genoemd werd. Maurice Duwez hield praktijk in zijn privéwoning. Verder was hij controlearts voor de Algemenen Verzekeringen en werd hij benoemd aan het ziekenhuis van Elsene. Hij bleef de geneeskunde beoefenen tot aan zijn pensioen en sluit zijn privépraktijk in 1946; dan nemen hij en zijn vrouw hun intrek in een appartement in de Ridderstraat te Elsene. Hij is altijd een erg sociale arts geweest, met hart voor de minderbedeelden; toch zijn er maar twee boeken waarin hij het heeft over zijn praktijk: “Fourrière” en “La Soledad”. In november 1926 mislukt een afscheidingspoging in Catalonië. De leiders die naar Frankrijk gevlucht waren, worden berecht in Parijs en naar België uitgewezen. Max Deauville ontfermt zich over hen.
Ze gaan in Brussel wonen, waar de dichter Ventura Gassol een goeie vriend wordt van Max Deauville. Fransescos Macia, leider van de eerste opstand, wordt in 1932 benoemd tot voorzitter van de “Generaliteit van Catalonië” en op 12 april 1931 roept hij de onafhankelijke Republiek Catalonië uit. In juni 1931 ontvangt hij Max Deauville en samen maken ze een rondreis door Catalonië. Het verhaal van deze reis wordt gepubliceerd in “Notes sur la Catalogne” (september 1931). Op het internationaal congres van Zürich in 1947, trekt Max Deauville energiek van leer tegen de Duitse misdaden en de vroegtijdige heroprichting van de Duitse Pen Club. Hoewel hij een “zachtaardig, beschaafd, vriendelijk en beminnelijk man” was, vond hij het zijn plicht zijn spreekwoordelijke gereserveerdheid te laten varen.
Na het ontslag van Louis Piérard in 1948, wordt Max Deauville benoemd tot voorzitter van de Franstalige sectie van de Pen Club. In 1956, tijdens het XXVIIIe congres in Londen, neemt Max Deauville ontslag en wordt de derde Franstalige Belgische equipe voorgezeten door Robert Goffin. Hij overlijdt te Elsene op 1 februari 1966.
Vertaler
Luk VERLONJE Oostende, 1952. Licentiaat vertaler. Doceert Taalbeheersing Nederlands, Encyclopedie van het vertalen en Vertalen Frans-Nederlands aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken van de Hogeschool Antwerpen. Hij is er verder hoofd van de vakgroep Nederlands en voorzitter van de Onderwijscommissie. Vertaalde o.m. Jean Stengers, De Koningen der Belgen. Macht en invloed. Van 1831 tot nu; Christine de Groote, Van Eden tot vandaag. De geschiedenis van de tuin; Gaston Compère e.a., Een naïeve kijk op België.
Inleider
Piet CHIELENS (1956) is geboren en woont in Reningelst (in de Westhoek van Vlaanderen) waar hij opgroeide met de verhalen en de graven van de Grote Oorlog. Hij studeerde economische wetenschappen en communicatiewetenschappen aan de K.U.Leuven. Hij is coördinator van het In Flanders Fields Museum te Ieper (sinds 1996) en was vijftien jaar artistiek directeur van Vredesconcerten Passendale (1992-2007). De Vredesconcerten creëerden meer dan 20 avondvullende producties met de Eerste Wereldoorlog als inspiratie. Enkele ervan kenden maar een paar voorstellingen, anderen staan na jaren nog af en toe op binnen- of buitenlandse podia.
Het In Flanders Fields Museum werd in 2000 onderscheiden met de belangrijke Museumprijs van de Raad van Europa. Piet Chielens is inhoudelijk verantwoordelijke voor beide instellingen en werkt mee aan hun talrijke publicaties (CD’s, gidsen, catalogi, boeken).
Uittreksels
De grond ligt vet. Waar het gras kaalt, vormen zich in de modder plassen die grijs weerspiegelen in de zwarte nacht. Het is drukkend warm. In de vochtige zoelte hangt mist. Aan de hemel schuiven traag de dikke
wolken. De ronde maan plengt haar zilveren tranen in de duisternis. De verhakkelde takken en de piekerige vederbos van de bomen doemen op uit de chaos.
De soepcorvee komt traag op gang, allemaal achter elkaar aan. Er fluiten kogels in het rond. Op de rug van de mannen stuitert het vilt van de aluminium drinkbussen tegen elkaar. De laarzen zinken in de modder en worden er met een klokkend geluid weer uitgetrokken.
Soepcorvee, De modder van de Westhoek, p. 21.
Overdag blijven de mannen binnen en slapen. Het platteland ligt er verlaten bij, af en toe komt een herder langs gewandeld met enkele koeien. Ze loeien en briesen en reikhalzen naar lichte horizonten. Een soldaat komt voorbij met een emmer. Een andere slentert wat rond, de handen in de zakken. Rond de hutten is de grond bezaaid met conservenblikjes. Dit houten dorp ademt nostalgie, als een verlaten tentoonstelling.
De zon schijnt nu, een deugddoende herfstzon die de vochtige
lucht zo tegen de middag wat verwarmd krijgt. De blaadjes aan de bomen zijn geel, andere verzinken in de bruine grond. In de verte buldert het kanon. Dichterbij vuurt een batterij snelle salvo’s. De wegen zijn verlaten. Er rijdt een fietser weg, alleen. De rijkswachter die de wacht houdt, verdoet zijn tijd met in de lucht te staren...
Fokkewerf, De modder van de Westhoek, p. 31.
De generaal sprak hen toe in het Frans:
– Dappere karabiniers, bedenk dat ik een van de uwen geweest ben. Ik was toen trots op mijn regiment. Ik hoop dat ik dat nu ook kan zijn. Er zijn daar een paar grappenmakers de IJzer overgestoken. Ik reken op jullie om ze naar de overkant terug te drijven.
De soldaten trokken voorbij zonder hem een blik te gunnen.
Hun gezicht stond hard, hun rug kromde zich onder hun tas en ze omknelden hun geweer. Een van hen was wat verbijsterd, van zijn stuk gebracht, boog zich naar zijn makker en vroeg aarzelend:
– Wa’ zegt hè?
De andere nam hem manhaftig bij de armen en terwijl hij met gefronste wenkbrauwen in de richting van de vijand keek, antwoordde hij:
– Kom, Jef. ‘t Es nichs. Da’s allemo kluterij.
En ook dát was een staaltje van militaire welsprekendheid...
Het mooie defilé, De modder van de Westhoek, p. 64.
Uitgeverij de Schorre
- Opgericht in februari 2006, registernummer 10.856 bij de Koninklijke Bibliotheek.
- Wenst geschriften over de Grote Oorlog te verspreiden en in het bijzonder die van de Belgische auteur Max Deauville.
- Is van plan zowel historische als eigentijdse manuscripten en documenten over de Westhoek uit te geven.
http://www.deschorre.net/nl/pages/modder.html
Verkooppunten
- Ieper In Flanders Fields Museum
Grote Markt, 34
- Dienst Toerisme
- Raversijde Domein Raversijde
Nieuwpoortsesteenweg, 636
- Oostende bij New Corman
Witte Nonnenstraat, 38
- Brussel Koninklijk Museum van het Leger
Jubelpark, 3



























































































