Bastogne Barracks -Gulf War- Golf oorlog

Tijdelijke tentooenstelling over de Golf oorlog






Bastogne Barracks -Gulf War- Golf oorlog






34th BASTOGNE DECEMBER HISTORIC WALK 1
34th BASTOGNE DECEMBER HISTORIC WALK
34e Marche du perimeter à Bastogne, samedi 10 DECEMBRE 2011.
(Foire aux noix et Marche du perimeter 10 et 11 decembre.)
Op zaterdag 10 december namen we met enkele vrienden deel aan de herdenkingsmars in en rond Bastogne. De koude wind en de gladdige en modderige wegen maakten deel uit van de sfeer 1944, enkel de sneeuw ontbrak!
De Slag om Bastenaken (Bastogne) was een belangrijk gebeuren in de strijd tijdens de Tweede Wereldoorlog in en rondom het Belgische stadje Bastogne als onderdeel van de Slag om de Ardennen. Deze slag begon in 20 december 1944 en kwam ten einde in 27 december 1944. De slag eindigde in een geallieerde overwinning.
De sleutel voor de doorbraak van het 5de Duitse pantserleger was het wegenknooppunt Bastogne. De inname ervan was essentieel voor het succes van operatie Herbstnebel. Bastogne was het centrum van het kleine netwerk van verharde wegen van de Eifel via de Ardennen naar het westen van België. Het was toen een marktstadje met zo'n vierduizend inwoners.
Bastogne ligt op een plateau in een landschap van weiden en glooiende heuvels die een opmerkelijk contrast vormen met het beboste, sterk geaccidenteerde terrein waaruit het grootste deel van de Ardennen bestaat. De omringende heuvels vormden de enige natuurlijke verdediging van het stadje, maar de degelijk gebouwde boerderijen die in concentrische cirkels rond het stadje lagen, boden goede uitgangspunten voor defensieve stellingen. Het hoofdplein van Bastogne lag aan de zuidrand van de stad en was het knooppunt van vijf grote en drie secundaire wegen, waarmee het in militair opzicht voor de Duitsers en Amerikanen van even groot belang was.
1944. La ville de Bastogne est encerclée par les Allemands. Ces derniers envoient un messager demandant la reddition. Il reviendra avec un mot qui deviendra culte « Nuts », que l’on traduit poliment par « des noix », mais qui voulait surtout dire « Allez vous faire voir » Ce mot est inscrit à jamais dans les livres d’histoire.









34th BASTOGNE DECEMBER HISTORIC WALK 2
34th BASTOGNE DECEMBER HISTORIC WALK 2011









34th BASTOGNE DECEMBER HISTORIC WALK 3
34th BASTOGNE DECEMBER HISTORIC WALK 2011





Allerlei beknopte Info WOI &WOIIAllerlei beknopte Info WOI &WOII
Vichte Military Cemetery
Bijna 100 jaar geleden De ruïnes van Zee Brugge; http://bl165w.blu165.mail.live.com/#!/mail/ViewOfficePreview.aspx?messageid=c468a973-c9fc-11df-9f9b-00215ad6eee6&folderid=00000000-0000-0000-0000-000000000001&attindex=0&cp=-1&attdepth=0&n=555310528
FOTO’S ARDENNEN 44-45 photos de l'offensive 44-45 en Ardenne ;
Normandië http://bl165w.blu165.mail.live.com/#!/mail/ViewOfficePreview.aspx?messageid=688d8a9b-090f-11e1-9f4a-00237de4a2d6&folderid=00000000-0000-0000-0000-000000000001&attindex=0&cp=-1&attdepth=0&n=422539813
Amerikaanse begraafplaats te Colleville-sur-Mer in Normandië;
http://bl165w.blu165.mail.live.com/#!/mail/ViewOfficePreview.aspx?messageid=b27d0aef-df78-11e0-82bd-00237de3f4e6&folderid=00000000-0000-0000-0000-000000000001&attindex=0&cp=-1&attdepth=0&n=248287093 Le
11 novembre est pour nous un symbole mémoriel important.;http://bl165w.blu165.mail.live.com/#!/mail/ViewOfficePreview.aspx?messageid=4399476d-090f-11e1-8ff5-00237de4a69c&folderid=00000000-0000-0000-0000-000000000001&attindex=0&cp=-1&attdepth=0&n=820573085
Duitse foto’s 14-18
Slag om Ieper 14-18 La bataille d’ypres 14-18; http://bl165w.blu165.mail.live.com/#!/mail/ViewOfficePreview.aspx?messageid=1cf69375-f970-11e0-b9d4-00237de3346e&folderid=00000000-0000-0000-0000-000000000001&attindex=0&cp=-1&attdepth=0&n=994477007
1915 - Ypres, Belgium; http://ineuropa.nl/programmas/36788896/afleveringen/42972115/
De geschiedenis van Ieper; http://bl165w.blu165.mail.live.com/#!/mail/ViewOfficePreview.aspx?messageid=63fe1257-8d97-11e0-b6c4-00215ad85708&folderid=00000000-0000-0000-0000-000000000001&attindex=0&cp=-1&attdepth=0&n=1040239315
Gent - Gand 1914-18
Bataille de Vimy
La grande guerre
Recontre d’aviateurs - Een ontmoeting van piloten
WO II Affiches
Stelling van Amsterdam & Atlantic Wall IJmuiden
Duits onzichtbaar vliegtuig 1944
BELGIË 1950-1951 (Koningskwestie)
Vlaamse ss The Flandern Legion ( Waffen SS)
http://www.youtube.com/verify_controversy?next_url=/watch%3Fv%3DSQHO8r5APLM%26feature%3Dyoutu.be
Doornik WOII TOURNAI après les bombardements
Dresden in brand
US piloten tijdens de 2de Wereld Oorlog
http://www.youtube.com/watch?v=ff2FN_u9LWY
DE JAREN 1940
Sfeerbeelden van de Last Post van 10-11-2011 in Ieper
Sfeerbeelden van de Last Post van 10-11-2011 in Ieper
Iedere dag even voor acht uur legt de politie van Ieper het verkeer stil aan de Menenpoort. Het dagelijks leven valt even stil om via de Last Postplechtigheid terug te keren naar '14 -18 en om de gevallen soldaten te eren en gedenken. Als plaats voor de Last Postplechtigheid werd de Menenpoort gekozen, de plaats waarlangs vele militairen naar het front trokken, velen van hen keerden nooit meer terug.
De Last Post is oorspronkelijk het klaroengeschal dat in het Britse en andere legers het einde van de werkdag aankondigde. In de context van de Last Postplechtigheid staat het voor een definitief vaarwel aan de gesneuvelden.
Gelijkaardig is het met de Reveille, die traditioneel gespeeld werd bij het aanvang van de dag, om de troepen wakker te maken en hen tot de plicht op te roepen. In de context van de Last Postplechtigheid symboliseert de Reveille niet enkel het terug keren naar het dagelijkse leven na de plechtigheid, maar eveneens de verrijzenis of het ‘eeuwig leven' van de gesneuvelden.
De Last Post Association stelt zich tot doel om deze plechtigheid eeuwig in stand te houden.
De betekenis van de plechtigheid is in de loop de jaren wat uitgebreid: wanneer de Last Post tegenwoordig geblazen wordt, herdenken men niet enkel en alleen de gesneuvelden van het Britse Gemenebest, maar evenzeer de Belgische, Franse en andere geallieerden, die ten koste van alles meevochten. Aan de andere kant lieten ook velen het leven. Vijanden toen, maar partners in het verenigde Europa van nu. Aldus vertegenwoordigt de Last Post niet alleen een kijk op ons verleden, maar ook een signaal van hoop naar de toekomst toe.
www.lastpost.be/nl/index/index/slug/home







Patrouilleurs aan het IJzerfront. De helden van het niemandsland
PAS VERSCHENEN!
Patrouilleurs aan het IJzerfront. De helden van het niemandsland.
Dit heel interessant en leerrijkboek is geschreven door Robert Lambrecht en is een aanrader voor iedereen die interesse heeft in de historiek van het Belgisch leger!
Robert Lambrecht behaalde in 2010 het diploma van Master in de Sociale en Militaire Wetenschap aan de Koninklijke Militaire School van Brussel. Hij is reeds sedert een tiental jaren gepassioneerd in de geschiedenis van het Belgische leger tijdens de grote oorlog. Dit boek is een herwerking van zijn Masterproef “De Belgische Patrouilleurs (1917-1918)”
Soldaten die vier jaar lang wacht liepen aan een front beschermd door de IJzer en de overstroomde poldervlakte, is het wijdverbreide beeld van het Belgisch leger tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dit boek doorprikt deze mythe.
Het leger telde ook een duizendtal patrouilleurs. Dat waren mannen die als de avond viel over de loopgraven het niemandsland inslopen. Ze wonnen informatie in over de sterkte van de vijand, vielen stellingen aan en probeerden krijgsgevangenen te nemen. Deze mannen die vrijwillig het gevaar opzochten konden zowel van hun oversten als van gewone soldaten op respect en erkenning rekenen. Door hun vrijgevochten leven en de aard van hun opdrachten werden de patrouilleurs wel eens als “een ras apart” beschouwd.
Dit boek brengt het verhaal van deze vergeten helden. Het gaat over moed en koelbloedigheid, over raids en hinderlagen, over geslepen dolken en bajonetten.


Informatiebord Private FG Dancox VC te Poelkapelle



't Hooghe 14-18
“Hotel Kasteelhof 't Hooghe”, met in de tuin mijnkraters uit 1916, 2 Duitse betonconstructies en een opgegraven loopgraaf
Gedurende gans de oorlog werd er heel zwaar gevochten in de omgeving van Hooge. Het gehucht Hooge was door zijn hoogteligging een strategisch heel interessante positie en dit voor beide partijen. Hier stond in 1914 het kasteel van de familie de Vinck. Op Britse militaire kaarten werd het aangeduid als'Hooge Château'. Op 31 oktober 1914, toen de staf van de 1ste en 2de Britse divisie hier vergaderde, was het kasteel het doelwit van een Duitse artillerieaanval, waarbij bijna alle aanwezige officieren gedood werden. Na deze Duitse aanval zou 'White Chateau' nabij 'Hellfire Corner' (Kruiskalsijde) als geallieerd hoofdkwartier tijdens de Eerste Slag om Ieper gebruikt worden. In 1915 werd er hard gevochten om Hooge, waarbij de ruïnes van het kasteel, met zijn omgeving meermaals van bezetter wisselden. Op 2 juni konden de Duitsers de ruïnes van het kasteel toch veroveren. Na deze gevechten lagen de Britten en de Duitsers ter hoogte van Hooge op nauwelijks 50m van mekaar. Er werd een Britse tegenaanval gepland, die uiteindelijk plaatsvond op 19 juli 1915 en voorafgegaan werd door de ontploffing van een ondergrondse mijnlading van 2200kg, wat tot dan toe de grootste mijnlading van de oorlog was. De mijnlading was geplaatst door de '175th Tunnelling Company'. Bij de explosie werden een tiental mannen van de '4th Middlesex' levend onder het neerkomende puin begraven. De geallieerden slaagden er tijdens de daaropvolgende aanval, ondanks alles, niet in om veel verder te geraken dan de krater zelf. Tijdens een Duitse tegenaanval eind juli 1915 gebruikten de Duitsers een nieuw wapen, namelijk de vlammenwerper. Toen was de '8th Rifle Brigade' bij de 'Hooge-krater' gelegerd, met aan de linkerflank de '9th King's Royal Rifle Corps' en aan de rechterflank de '7th King's Royal Rifle Corps'. De Britten werden teruggeslagen. Tijdens een Britse tegenaanval op 9 augustus 1915 konden ze het terrein, dat ze een tiental dagen eerder verloren hadden, de 'Hooge-krater' incluis, opnieuw heroveren. Op 25 september 1915 voerden de Britten bij 'Bellewaerde Ridge' en Hooge een aanval uit op de Duitse stellingen (in het kader van een grootscheepse aanval bij het Franse Loos). De aanval was voorafgegaan door de ontploffing van twee ondergrondse mijnladingen. Tegen het einde van de dag bevonden de Britten zich echter opnieuw in de loopgraven, van waaruit ze 's morgens vertrokken waren, ca. 4000 'verliezen' rijker… Tijdens de Slag om Mount Sorrel lieten de Duitsers op 6 juni 1916 in de omgeving van het Hooge 4 krachtige ondergrondse mijnladingen ontploffen, waarna ze 500 tot 800m konden oprukken. De Canadezen waren er op 13 juni in geslaagd om Hill 62 te heroveren, maar Hooge moesten ze een jaar lang in Duitse handen laten. Aan het begin van de Derde Slag om Ieper slaagde de '24th Brigade' (8th Division) erin om Hooge te heroveren. De omgeving van Hooge werd evenwel een tankkerkhof. Tijdens het Duitse Lente-Offensief (april 1918) werden de Britten teruggedrongen tot het Hooge. Door de Duitse druk besloten ze om een nieuwe positie in te nemen nabij 'Hell Fire Corner' (Kruiskalsijde). Op 28 september 1918 ( tijdens het Eindoffensief) tenslotte slaagden de Britten er in om tot Geluveld op te trekken. De 'Hooge-krater' van 19 juli 1915 had een doorsnede van 40m en een diepte van 6m. De kraterwand bestond uit 5m hoog opgeworpen aarde en was door beide kampen een gegeerde schuilplaats, die veel mogelijkheden bood. De krater werd in de jaren '20 opgevuld. De cirkelvormige diepte rondom de 'Stone of Remembrance' op 'Hooge Crater Cemetery' wil refereren naar deze en andere mijnkraters die in de omgeving werden geslagen. Het kasteel 'Hooge' werd na de oorlog heropgebouwd op de plaats van de vooroorlogse stallingen. Het kasteelpark is bijna volledig in handen gekomen van het pretpark 'Bellewaerde'. De kraters in de tuin van het in Engelse cottage-stijl heropgebouwde landhuis dateren van 6 juni 1916, toen de Duitsers ondergrondse mijnladingen tot ontploffing lieten brengen.








MENIN ROAD MUSEUM ZILLEBEKE
Menin Road Museum
Meenseweg 470 - 8902 Zillebeke
T 0032(0)57 201 136






DE SOLDATEN VAN DE AMERIKAANSE MILITAIRE BEGRAAFPLAATS FLANDERS FIELD
DE SOLDATEN VAN DE AMERIKAANSE MILITAIRE BEGRAAFPLAATS FLANDERS FIELD
Mijn laatste boek dat ik aankocht luistert naar de titel DE SOLDATEN VAN DE AMERIKAANSE MILITAIRE BEGRAAFPLAATS FLANDERS FIELD. Het is geschreven door Chris Sims en Patrick Lernout. Het is een, om het met de woorden van mijn kameraad Jef Bogaert uit te drukken, Ne kloefer van een boek, een kleine 2 kg met een verhaal ( en met veel fotomateriaal !!!!) van elke gesneuvelde op de begraafplaats; een prachtwerk als je het mij vraagt.
Het is inderdaad een prachtwerk van 632 bladzijden, zeker een aanrader! Hierbij wil ik de beide auteurs feliciteren met hun eersterangs en leerrijk boek!
Er is nog geen officiële persvoorstelling geweest, daardoor zijn er tot nu toe maar twee verkooppunten: Chris en Patrick zelf. Het boek zal ook (in de toekomst) te koop aangeboden worden in het Flanders Field museum in Ieper en mogelijk (maar niet zeker) in Talbot House. Info kan altijd bekomen worden op het e-mail adres op flandersfieldbook@gmail.com. Prijs boek 35€. Hier alvast de verzendingskosten nationaal (boek is € 35) (afhalen of bezorgen kan natuurlijk ook), gewoon: € 8 geregistreerd: € 9, aangetekend; € 12
DE AMERIKAANSE MILITAIRE BEGRAAFPLAATS FLANDERS FIELD
Deze Amerikaanse militaire begraafplaats, gelegen op de hoek van de Wortegemseweg en de Bosstraat, is de kleinste in Europa en meteen ook de enige Amerikaanse begraafplaats in ons land uit de eerste wereldoorlog.
Het stijlvolle 'Flanders Field American Cemetery and Memorial' telt 368 zerken in wit marmer uit Carrara en ligt in een mooi verzorgd park van twee hectare. Begraafplaats: De architekt van de begraafplaats is Dr. Paul P. Cret uit Philadelphia, Pennsylvania. Vanaf de mooie ijzeren poort aan de ingang leidt een kleine, met linden afgeboorde laan naar de 'Memorial Chapel' in het midden van het domein. Links kom je langs de Visitor's Room en rechts langs de vlaggemast, waar dagelijks de Amerikaanse vlag wordt gehesen, op een 15 meter hoge mast.
Op het einde van de kleine laan leiden treden naar de hoek van een verzonken grasplein, met in het midden een indrukwekkende kapel. Bij het betreden van de kapel vindt men de namen van 43 Amerikaanse soldaten, die in een naamloos graf rusten, gebeiteld in rozig getinte marmeren panelen. Parallel, langs iedere zijde van het lager gelegen groen, hebben we vier identieke verdelingen van de begraafplaats.
Vanuit het midden leiden stapstenen naar de drie andere hoeken, naar een kleine met bomen omzoomde ruimte, waar een versierde urne op een voetstuk rust, met daarin gesculpteerd de kentekens van de vier Amerikaanse divisies welke in België gestreden hebben.
De vier identieke verdelingen tellen elk 92 graven in witte marmer. 21 van deze 368 graven bergen de lichamen van onbekende soldaten. Herdenkingsdag: Ieder jaar, op de zondag dichtst bij 30 mei, wordt op de begraafplaats de herdenkingsdag Memorial Day gehouden voor de Amerikaanse oorlogsslachtoffers

Remember Private Jarvis Fuller (7th Bn Australian Inf) Info van dhr Johan Durnez
Remember Private Jarvis Fuller (7th Bn Australian Inf)
Info van dhr Johan Durnez
Op dinsdag 7 juni 2011 maakten de jongens van het 2de jaar beroepsonderwijs (VTI Waregem) een uitstap naar de voormalige slagvelden van de Eerste Wereldoorlog.
Tijdens de uitstap maken de jongens kennis met de sporen van het oorlogsverleden in het landschap en kwamen ze ook in contact met streekbewoners voor wie die oorlog 14-18 deel uitmaakt van hun dagelijkse leven.
De dag werd om16 uur afgesloten met een korte herdenkingsplechtigheid aan het graf van de Australische militair, over wie de jongens gedurende het schooljaar het een en ander leerden en die een heel belangrijke link is geweest naar één van de Australiërs die tijdens het voorbije schooljaar (twee keer) op bezoek kwam naar de klassen. Private Jarvis Fuller ligt begraven op het Buttes New British Cemetery, beter bekend als de Britse begraafplaats in het Polygonebos van Zonnebeke.
Dorothy Seers vertelt over haar oom Jarvis Fuller
In deze tekst laat dhr Johan Durnez Dorothy Seers aan het woord. Zij is één van zijn Australische kennissen en de dochter van Jarvis’ broer. Wat zij in de tekst vertelt, is deels gebaseerd op wat hij van haar vernam, deels op de militaire dossiers van Jarvis en zijn broer (National Archives of Australia), deels op het vermistendossier (WWI Red Cross Wounded and Missing), deels op wat hij via Mike Goodwin, Todd Fraser en Johan Vandewalle weet, deels op zijn eigen ervaringen. Vanzelfsprekend kan de tekst veel langer en meer gedetailleerd zijn, maar dit is in de eerste plaats geschreven voor 14-jarigen van het beroepsonderwijs.
Hallo, ik ben Dorothy Seers uit Port Macquarie, een kuststad in het Australische New South Wales, ongeveer 485 kilometer boven Sydney (Ik geniet hier van een rustige oude dag want ik ben niet meer van de jongste : ik werd immers geboren op 31 januari 1921 !
Mijn hele beroepsleven lang was ik lerares en af en toe kriebelt het weer om dingen uit te leggen aan jonge mensen zoals jullie… Vandaag wil ik jullie iets vertellen over mijn oom Jarvis Fuller, een man die ik alleen maar kende van een foto aan de muur.
De soldaat die je op deze oude familiefoto ziet, is mijn vader Mark Ruben Fuller. Maar niemand noemde hem Mark Ruben, iedereen sprak hem aan met Roy. De foto werd gemaakt toen hij in 1915 bij het leger ging. Hij was toen 23 jaar oud. De vier meisjes zijn zijn zussen : Mary (links vooraan), Galena (links achteraan), Pearl (rechts achteraan) en Emily (rechts vooraan.) Er was nog een vijfde zus, Ruby, maar die ontbreekt jammer genoeg op deze foto. Ze woonden met hun ouders in Moonambel in Victoria (dat is de verticale pijl op het kaartje van Australië.)
In augustus 1914 brak de oorlog en uit een jaar later (augustus 1915) zijn mijn vader en Jarvis zich in Ballarat (90 kilometer verderop) gaan melden voor dienst bij het leger. Mijn vader werd meteen aangenomen, maar Jarvis… werd afgekeurd. Dat had te maken met zijn ogen. Hij droeg een bril en uit zijn rechteroog zag hij bijna niets. Jarvis was verschrikkelijk ontgoocheld over het feit dat hij niet naar het leger kon.
Maar ook voor mijn vader leek het avontuur in het leger iets van korte duur te worden : tijdens zijn opleiding werd hij in het ziekenhuis opgenomen voor een blindedarmontsteking. Omdat hij na de operatie (eind februari 1916) niet snel genoeg weer fit geraakte, stuurden ze hem op 1 juni weer naar huis. “Medically unfit for service” stond er op zijn papieren… “niet geschikt voor dienst omwille van medische redenen” !
Maar de broers gaven niet op. Ze wilden kost wat kost hun deel doen in de oorlog en waarschijnlijk hadden ze ook al wel eens een witte pluim (a white feather) gekregen van de één of andere vrouw… Misschien wel vaker dan hun lief was ! Er waren namelijk vrouwen die een witte pluim gaven aan mannen (of in de brievenbus staken) als zij vonden dat die mannen eigenlijk in het leger hadden moeten zijn. Die pluim wilde noch min noch meer zeggen dat je een lafaard was, een mietje dat te bang was om naar de oorlog te trekken. Maar die vrouwen vroegen wel nooit eerst waarom je niet bij het leger was. Want Jarvis en Roy waren allesbehalve lafaards die aan de legerdienst hadden willen ontsnappen !
Toen de toelatingsvoorwaarden om bij het leger te mogen minder streng werden, probeerde Jarvis het halfweg oktober 1916 opnieuw. Hij ging zich weer aanmelden in Ballarat en… deze keer werd hij wél aangenomen !!!
Nog geen twee weken later ging ook mijn vader terug naar Ballarat om opnieuw dienst te nemen bij het leger en… ook hij bleek nu plots wél fit genoeg om soldaat te worden !
De broers kregen allebei de meest noodzakelijke militaire opleiding en nog geen maand later zaten ze al op de boot naar Europa ! Het schip verliet de haven in Melbourne op 23 november 1916 en meerde aan in Plymouth (Engeland) op 29 januari 1917. Een zeereis van bijna tien weken, maar de beide broers genoten van de kameraadschap aan boord en mijn vader had de andere soldaten vermaakt door allerlei liedjes te spelen op zijn blikken fluitje.
Maar toen ze aankwamen in Engeland heerste er daar een heel strenge en koude winter… Kwam het door de uitputtende zeereis of was het omdat Australiërs dat soort winters niet kennen ? In elk geval : halfweg februari werd Jarvis zo ziek door bronchitis dat de legerdokter hem voor alle zekerheid naar het ziekenhuis stuurde voor twee weken. En ook mijn vader kreeg het flink te pakken : in de
tweede helft van maart belandde hij ook in het ziekenhuis met een heel ernstige longontsteking ! Het was al begin juni toen ze hem daar weer lieten vertrekken.
Ondertussen was Jarvis begin mei 1917 met zijn eenheid, het 7de bataljon Australische infanterie, aangekomen in Frankrijk. Die eenheid kwam net terug uit de loopgraven en ging voor lange tijd ‘in rust’ (dat betekende dat ze niet werden ingezet bij gevechten) en daardoor viel het voor Jarvis allemaal nogal mee. Hij schreef regelmatig naar zijn ouders en naar zijn zussen en hij liet weten dat hij zich nog nooit zo fit had gevoeld. Hij schreef ook dat zijn ogen hier zoveel beter geworden waren en dat hij zijn bril niet eens meer nodig had. Dat verraste de familie want hij had die bril sinds zijn twaalfde onafgebroken gedragen en in 1915 hadden de legerdokters zelfs beweerd dat hij helemaal blind was op zijn rechteroog !
Mijn vader kwam pas op 1 september 1917 in Frankrijk en werd ingedeeld bij het 23ste bataljon Australische infanterie. Dat vond hij helemaal niet prettig want hij had gehoopt om bij zijn jongere broer te kunnen blijven. Hij is twee keer op zoek geweest naar Jarvis, maar hij kon niet achterhalen waar ergens in Frankrijk zijn eenheid verbleef.
Op het einde van september 1917 moest het 7de bataljon weer naar de loopgraven. Deze keer werden ze naar Ieper gestuurd. En zo onderging Jarvis op 20 september zijn vuurdoop in the Battle of the Menin Road. In één dag tijd verloor het bataljon 201 manschappen en officieren (doden, gewonden en vermisten) maar Jarvis kwam zonder een schrammetje uit de strijd en hij kon met de rest van de manschappen op rust naar Dikkebus en daarna naar Steenvoorde in Noord-Frankrijk.
Op 1 oktober moesten ze opnieuw naar de eerste linies. Met autobussen ging het weer van Steenvoorde naar Dikkebus. De volgende nacht moesten ze te voet tot de loopgraven van ‘Westhoek Ridge’ in Zonnebeke. Het was een ongelooflijk zware mars in aanhoudende regen en ploeterend door de modder. De rest van 3 oktober brachten de 530 mannen en 28 officieren door in de loopgraven waar ze wachtten en zich klaarmaakten voor de aanval van de volgende morgen.
Op 4 oktober 1917, om kwart voor twee ’s nachts vertrokken ze naar de startpositie van de aanval. Het bleef maar regenen, de modder was een echte verschrikking en men geraakte amper vooruit. Toch bereikten ze hun verzamelplaatsen. Doorweekt en rillend van de kou lagen de mannen daar te wachten op het fluitsignaal voor de aanval. Dat fluitsignaal zou om 6 uur ’s morgens weerklinken.
Maar om 5 uur 20 begon er plots een hevig Duits bombardement. Onverwacht regende het bommen op de Australische troepen die klaar lagen om aan te vallen. Puur toeval maar de Duitsers hadden óók een aanval voorzien op dezelfde plaats en (ongeveer) op hetzelfde uur !!!
Het duurde eindeloos lang tot het 6 uur werd . Eindelijk konden de manschappen oprukken, weg uit het vijandelijke bombardement. Er volgde weer een dag van felle en vreselijke gevechten, maar de Australiërs slaagden erin om de hoogte van Broodseinde in handen te krijgen ! Eindelijk !!! Eindelijk stonden ze op de hoger gelegen weg en konden ze goed uitkijken over de Duitse posities !!!
De gevechten hadden een zware tol geëist… Toen het bataljon van Jarvis zich in de nacht van 5 op 6 oktober van het slagveld terugtrok, had 259 manschappen en officieren verloren aan doden, gewonden en vermisten. Dat was zo goed als de helft !!! (En dat was nog maar van één bataljon. Op 4 oktober verloren de Australiërs liefst 6.500 man.) Eén van de vermisten van die dag was… Jarvis Fuller. Een maand later werd op zijn fiche “killed in action” genoteerd : hij was nu officieel gesneuveld.
Jaren later hoorden wij dat Jarvis gedood werd door een bom die vlakbij hem insloeg. Een soldaat die een zestal meter achter Jarvis kwam, had hem zien vallen en zag dat hij niet meer bewoog. Hij moet op slag dood geweest zijn. Jarvis werd samen met een sergeant Charles Morris Greengrass (ook van het 7de bataljon) begraven op het slagveld. Na de oorlog werden hun stoffelijke resten overgebracht naar het Buttes New British Cemetery in Polygon Wood. Het graf van Greengrass (XXIX D 2) ligt nu twee rijen achter dat van Jarvis (XXIX B 11.)
De soldaten die hem begraven hadden op het slagveld, hadden zijn persoonlijke bezittingen uit zijn zakken gehaald en die aan de officieren overhandigd (zoals dat hoorde.) Wat niet van het leger was, werd immers aan de familie terugbezorgd. En zo ontvingen mijn grootouders in mei 1918 een pakketje met daarin zijn portemonnee met vier munten, zijn portefeuille met wat kaarten en brieven en twee godsdienstige boekjes die hij bij zich had. Een bril ? Neen, die zat er niet bij ! Was die verloren geraakt ? Of… waren zijn ogen echt zoveel verbeterd dat hij geen bril meer droeg op die fatale dag ???
Hoe was het ondertussen met mijn vader Roy ?In september 1917 moest zijn eenheid ook naar de frontstreek van Ieper en hij hoopte dat hij deze keer zijn broer eindelijk zou terug zien want zowel het 7de bataljon van Jarvis als het 23ste bataljon van vader zouden op 4 oktober naast elkaar in actie komen ! Vader was bij die aanval ‘stretcher bearer ‘(= brancardier – een soldaat die de gewonden wegbrengt) en toen hij de mannen van het 7de bataljon zag terugkeren van de loopgraven klampte hij ongeveer iedereen aan met de vraag of ze iets wisten over zijn broer Jarvis. Een sergeant vertelde hem dat hij gewond was en waarschijnlijk al naar een veldhospitaal was overgebracht. Maar vader vond in geen enkel hospitaal een teken van zijn broer… en hij werd helemaal ongerust toen hij zijn naam zag staan op de lijst van vermiste soldaten.
Het werd Kerstmis 1917 en vader schreef aan zijn ouders dat hij helemaal geen plezier had in het kerstfeest omdat hij nog steeds niets had vernomen over zijn jongere broer. Ook na Nieuwjaar schreef hij dat er nog altijd geen nieuws was maar dat hij verder zou blijven zoeken.Enkele maanden later kregen mijn grootouders eindelijk een brief van een officier die liet weten dat hij Jarvis zijn lichaam had gezien kort nadat hij gesneuveld was en dat hij zijn manschappen had opgedragen om hem te begraven. Hij schreef ook nog dat ze fier moesten zijn dat hun zoon gestorven was als een dappere soldaat.
Mijn vader overleefde de rest van de oorlog en op 1 juli 1919 mocht hij eindelijk terugkeren naar Australië. Op 20 augustus kwam het schip aan in Melbourne en een goede maand later werd vader eervol ontslagen uit het leger maar op zijn fiche stond er weer “medically unfit”. Dat betekende dat zijn gezondheid zwaar getekend was door de oorlog. In 1920 huwde mijn vader en hij vestigde zich in Maryborough (niet ver van Moonambel) als bakker. Geen timmerman meer ! Zijn leven lang heeft vader verdriet gehad over het feit dat hij zijn broer sinds hun aankomst in Engeland in het voorjaar van 1917 niet meer had gezien .De herinnering aan ‘uncle Jarvis’ bleef wel voortleven in de namen van mijn broer, één van mijn neven en één van mijn nichten : Gerald Jarvis Fuller (1922), William Jarvis Fuller (1922) en Jarvis McBean (geboren Fuller 1927.)
En toen bleef het stil rond Jarvis Fuller tot in mei 2002 ! Todd Fraser, de kleinzoon van mijn nicht Jarvis McBean (de dochter van mijn vaders zus Pearl) was student in de Mackay North State High School en hij ging dat jaar met 23 medeleerlingen en leerkrachten op reis naar de slagvelden van de Eerste en Tweede Wereldoorlog. De leraar die dat organiseerde was Mike Goodwin. Je weet dat die studenten niet zomaar een reisje maken. Ze studeren een heel schooljaar lang over de Eerste Wereldoorlog en doen opzoekingen over gesneuvelde soldaten die in België, Frankrijk of Turkije begraven liggen. En tijdens die reis gaan ze dan naar die graven en elke student leidt een korte plechtigheid bij dat graf. Todd was op die manier het eerste familielid dat het graf van Jarvis bezocht en hij leidde er ook de herdenking.
Van zijn grootmoeder had hij twee oude foto’s meegekregen : de foto van Jarvis in zijn uniform (zie foto’s) en een foto van het houten kruis dat op het graf stond voor de zerk er kwam. Wat er Todd bezielde, weten we nog altijd niet maar… hij plaatste die twee foto’s bij het graf en dacht er niet aan dat hij daarmee twee unieke documenten zomaar achterliet ! Leraar Mike Goodwin vroeg hem nog of hij wel zeker was dat hij die twee foto’s daar echt wou achterlaten, maar Todd hield voet bij stuk en de foto’s bleven op het Buttes New British Cemetery in Zonnebeke, België. Het was pas toen Todd weer thuis was in Australië en zijn oma hem vroeg waar de foto’s waren dat het tot hem doordrong wat hij eigenlijk had gedaan. Maar jammeren of boos worden zou toch niets helpen, de foto’s waren er niet meer! Dat dachten Todd en zijn familieleden tenminste, want het verhaal was bijlange nog niet ten einde ! Enkele dagen na het bezoek van Todd en de groep van de Mackay North State High School, zag een man tijdens zijn dagelijkse wandeling met zijn hond door het Polygonebos en op de begraafplaats een oude foto op het gras liggen. Een foto van een soldatengraf en op de achterkant stond geschreven “Jarvis Fuller - killed in France”.
De man dacht : “Het kan niet anders of iemand heeft die foto hier verloren. Ik breng hem naar Johan Vandewalle in De Dreve. Johan zal er wel raad mee weten want hij is nogal veel bezig met oorlogsgeschiedenis en er komen ook geregeld oorlogstoeristen binnen in zijn café.”
En zo belandde de foto van Jarvis bij Johan Vandewalle. Johan was natuurlijk meteen heel erg geïnteresseerd, maar hij had er geen flauw idee van wie er die foto zou kunnen verloren hebben.Omdat hij nieuwsgierig was, contacteerde hij een vriend in Waregem die nogal wat kennissen heeft in Australië. Misschien was er langs die weg wel een oplossing te vinden voor het raadsel ?!
De vriend uit Waregem (ook een Johan !) kwam en die ging eens een kijkje nemen op de begraafplaats. Zou daar misschien het graf zijn van die Jarvis Fuller van de foto ?
Waarachtig ! En tot de grote verbazing van Johan en zijn vrouw… bleek er nog een tweede foto (die met het portret) bij het zerkje te staan ! Het raadsel werd nu nog groter : wie had er hier in godsnaam twee originele foto’s van tijdens en kort na de oorlog achtergelaten ? Als ze zomaar in weer en wind bleven staan, zou het niet lang meer duren vooraleer ze helemaal kapot waren.
De foto’s werden meegenomen, zorgvuldig gekopieerd en de kopies werden bij het graf geplaatst. De originelen werden voortaan bij Johan Vandewalle bewaard. Je wist maar nooit dat er op een dag iemand zou binnenkomen om te vragen of er toevallig geen oude foto’s waren gevonden…
Zoals je kon verwachten, konden de Australische vrienden van de Waregemse Johan niet helpen bij het vinden van de eigenaar maar de oplossing kwam in oktober 2002. Een Australiër die iets ging drinken in De Dreve kreeg van Johan ook het verhaal te horen over de foto’s en toen die hoorde dat de soldaat van Moonambel afkomstig was, zei de Aussie dat hij daar nogal wat familie had en eens zou informeren of er iemand van hen nog Fullers kende. En om een lang verhaal kort te houden : zo kwamen ze tenslotte bij mij, de dochter van Roy Fuller, terecht !!!
Ik herinnerde mij natuurlijk nog wel onze Uncle Jarvis, maar ik had er geen flauw idee van hoe die foto’s bij dat graf verzeild waren. Daarom belde ik maar naar mijn nicht Jarvis McBean en toen was het mysterie vlug opgelost : zij vertelde me over haar kleinzoon Todd en hoe hij de foto’s had achtergelaten. Eigenlijk was ze wel blij dat de foto’s niet verloren waren geraakt, maar in de familie hadden ze al vrede genomen met het feit dat ze ze nooit meer zouden terugzien. En daarom mochten de beide foto’s voortaan bij Johan Vandewalle blijven.
De Waregemse Johan contacteerde Todd Fraser en die meldde het hele voorval aan zijn leraar Mike Goodwin. Mike nam contact op met Johan en… die twee werden héél goede vrienden.




THE HOME OF THE UNDERGROUND WAR , de rust post voor de fronttoerist, Polygonebos
THE HOME OF THE UNDERGROUND WAR , de rust post voor de fronttoerist
DE DREVE Polygonebos
LANGE DREVE
9980 ZONNEBEKE
Wanneer je de zaak binnenkomt word je onmiddellijk ondergedompeld in een sfeer die doet denken aan de grote oorlog, de muren zijn versierd met talrijke foto's. Niet moeilijk als je weet dat de uitbater , Johan Vandewalle, al van kindsbeen af gepassioneerd is door de Eerste Wereldoorlog.
Hij ligt dan ook aan de basis van vele opgravingen en reconstructies van dug-outs en bunkers in de omgeving.
Dat zijn kennis ook buiten de dorpsgrenzen gewaardeerd wordt, bewijst de reportage in Telefacts op VTM en wordt eveneens bewezen door de erkenning als "Home of the Underground War" in Engeland.
Indien de werkdruk het toelaat of na afspraak is de uitbater altijd bereidt een
woordje uitleg te geven en dit eventueel vergezeld van beeld en klank via projectie op groot scherm
De uitbater Johan Vandewalle schreef ook een boek: Beneath Flanders Fields:
http://www.dedreve.com/boek_inleiding.html



Een late krans voor Guynemer (studie 120 blz)
Een late krans voor Guynemer (studie 120 blz)
Auteur Luc Vanacker.
De verdwijning van Georges Guynemer op 11 september 1917 blijft gehuld in mysterie. Wie heeft deze Franse “aas” met 53 erkende overwinningen neergeschoten? Meer dan waarschijnlijk niet de Duitse piloot Kurt Wissemann, aan wie de overwinning “officieel” toegekend is. Waar is de Spad van Guynemer gevallen? En wat is er met het lijk van Guynemer gebeurd? Welke van de vier “officiële” Duitse versies benadert het dichtst de waarheid? En welke waarde mogen we hechten aan het relaas van drie tieners en een volwassene die getuige waren van wat “een onbekende Franse piloot” overkomen is op het einde van de zomer van 1917?
Deze kleine studie neemt zich voor om een antwoord te formuleren op water gebeurd is van 11 tot 14 september 1917 op basis van onuitgegeven bronnen. Professionele opgravingen of laattijdige onthullingen kunnen de hypothese nog aanvullen.
Luc Vanacker is leraar geschiedenis te Ieper. Hij heeft al twee werken gepubliceerd over de geschiedenis van de Westhoek aan weerszijden van de grens. Regelmatig publiceert hij ook onderwerpen die verschijnen in het tijdschrift Shrapnel van WFA België.
Deze studie telt ongeveer 120 bladzijden en wordt uitgegeven in eigen beheer: Luc Vanacker, Helvetiastraat 44, 8670 Koksijde en kost 14 euro (+ eventueel 2,5 euro portkosten). Te betalen op rekening BE47.7995.2225.5880, mailadres ljavanacker@yahoo.com
Is ook verschenen in het Frans “Une couronne tardive pour Guynemer”, telt ongeveer 80 blz. en kost
dezelfde prijs.
Georges Guynemer (Parijs, 24 december 1894 – Poelkapelle, 11 september 1917) was een Franse piloot .Hij vloog en vocht gedurende de Eerste Wereldoorlog. Guynemer wilde graag dienst nemen bij de Franse luchtstrijdkrachten maar hij was er te klein en te tenger voor en zijn gezondheid was ook niet top. Hij besloot dan maar om te proberen naar de landmacht en vervolgens ook naar de zeemacht te gaan maar ook daar mocht hij niet binnen wegens zijn te kleine gestalte.
Toch wist hij uiteindelijk, met veel doorzettingsvermogen de luchtmacht te overtuigen en zo begon hij als soldaat bij de luchtmacht maar algauw klom hij op in de hiërarchie van het leger . Later werd hij kapitein. Door zijn prachtige prestaties in de lucht kreeg hij in Frankrijk de bijnaam "Guynemer de legendarische". Hij vloog met een vliegtuig van het type Spad.
Op 11 september 1917 steeg hij op, maar hij zou nooit meer terug komen. Hij vond de dood bij Poelkapelle en werd daar begraven. Tot nu toe is het een raadsel wat er precies gebeurd is. Toen de Britten Poelkapelle veroverden hoorden zij het verhaal van een Spad die daar was neergestort, vlakbij de Duitse loopgraven. Maar kort daarop kwam de plaats onder een drie dagen durende artilleriebeschieting te liggen en alle sporen werden uitgewist. Hij werd een held en legende. Zijn verdwijning van op 11 september 1917 blijft gehuld in mysterie.
In Poelkapelle staat een standbeeld ter ere van Guynemer die maar liefst 53 luchtoverwinningen behaalde. Het laatste dagorder van Guynemer met de opdracht van de Belgische piloten staat in gebeiteld in de steen. De ooievaar bovenop de gedenksteen verwijst naar het Escadrille des Cicognes van Guynemer.
Meer info zie: http://www.langemark-poelkapelle.be/WWW/nl/1742.html






De Britse Mark IV tank, de D29 Damon II , van Poelkapelle
De Britse Mark IV tank, de D29 Damon II , van Poelkapelle
De Britse tank de Damon II liep op 9 oktober 1917 tijdens de Eerste Wereldoorlog vast op de markt van Poelkapelle. Jack Coghlan (1896-1963), de tankcommandant van de Mark IV (D29, Damon II) kwam op die dag in 1917 voor café De Zwaan tot stilstand in een modderpoel en incasseerde ook nog een Duitse voltreffer. De tank bleef er staan. Vanwege zijn aantrekkingskracht op Britse fronttoeristen bleef het wrak lange tijd onaangeroerd. Kort na de oprichting van het Guynemermonument in 1923, door toedoen van burgemeester Nevejan, werd de tank dan toch verplaatst omdat hij het verkeer hinderde.De tank die voor vele Britse soldaten een teken van hoop was geweest, werd door de inwoners van Poelkapelle gezien als een blijvende herinnering aan wereldoorlog. De kinderen speelden erin, erop en er omheen “oorlogje” en zo kregen ze wel eens wat Pennies van Britse toeristen. Maar de tank werd opgeruimd toen de Duitsers een tweede keer kwamen in 1941. Ook toen was het metaal kostbaar! Zo verdween de tank door toedoen van de Duitse bezetter definitief uit het straatbeeld.
Poelkapellenaar Johan Vanbeselaere werkt aan de terugkeer van de Damon II (replica) Het is de bedoeling een zo goed mogelijke replica te bouwen van een Mark IV tank en die terug op de markt van Poelkapelle te zetten zoals hij er ooit stond tussen 1923 en 1941, met als bedoeling, het op het gebied van oorlogstoerisme wat vergeten Poelkapelle, naast het Guynemermonument, een nieuwe aantrekkingspunt te bezorgen zoals het ooit was in het interbellum. Hij krijgt daarbij de steun van het plaatselijk comité De Poelcapelle 1917 Association of P1917A.
EEN AANRADER!!!!
Boek: de vzw Poelcapelle 1917 Association, kortweg P1917A, heeft ook een heel interessant boek uitgegeven: Poelcapelle '17, een spoor van tankwrakken. Het is geschreven door Dhr. Robert Baccarne.
Naast de Damon II is er ook aandacht voor de Ieperse Damon I en de 'tankkerkhoven' die er ooit waren in 't Hooghe (Ieper) en de Frezenberg (Zonnebeke) en de Fortuinhoek (St.-Juliaan).
Verder kunnen werkzaamheden, zij het met soms wat vertraging, gevolgd worden op
http://www.p1917a.blogspot.com/
Enkele links;
http://poelkapelle.wimme.net/HetTankProject
http://tankmemorial.blogspot.com/2009/06/bouwplan-replaca-damon-ii.html






Tentoonstelling: Congo aan den Yser , in het Memorial Museum Passchendaele 1917
Tentoonstelling: Congo aan den Yser , in het Memorial Museum Passchendaele 1917
27 Congolezen van het Belgisch leger in de Eerste Wereldoorlog nu in een nieuwe tentoonstelling.
Tijdens W.O.I zet België geen koloniale troepen in aan het westelijk front. Maar er dienen wel 27 Congolezen in Belgisch uniform in de loopgraven van 14-18. Wie waren die mannen? Hoe kwamen ze aan het Belgische front en waarom gingen ze in het leger? Wat maakten ze mee en wie overleefde het? Ontdek de geschiedenis van die mannen aan de hand van verloren gewaand archiefmateriaal en nooit geziene foto’s.
Nog tot 30 november 2011 in het Memorial Museum Passchendaele 1917.





Fietsen van Diksmuide naar IeperMet de fiets tussen de Boterstad en de Kattenstad.
Of: van Diksmuide naar Ieper. Afwisseling troef: jaagpad, kattenstad Ieper (tegenwoordig Vredesstad), voormalige spoorweg, om dan via golvende wegen langs de sporen van de Eerste Wereldoorlog terug te fietsen naar Diksmuide. Het stadje is ook de moeite waard en dan is er de IJzertoren nog. Trek gerust een ganse dag uit voor deze tocht!
http://www.fietstoeren.be/Archief/KUST/kattestad/kattestad.htm
fietssite: www.fietstoeren.be
Joe MANN monument aan de Boslaan-zuid in Best (NL)
Private First Class Joe Eugene Mann
Joe Eugene Mann diende als Private First Class in Company H, in het 502nd Parachute Infantry Regiment, van de101e AIRBORNE DIVISION (Luchtlandingsdivisie) van het Amerikaanse leger. Joe E. Mann werd in Reardon ,Washington, geboren.
In Seattle, Washington, trad hij als vrijwilliger toe tot de Paratroepers.
17 september 1944
Op 17 september 1944, tijdens de eerste fase van operatie Market Garden, sprongen duizenden Amerikaanse paratroepers boven het bezette Nederland.Het 502de vertrok in ongeveer 135 vliegtuigen richting Nederland. Private First Class Joe E. Mann en de mannen van het 502de werden gedropt boven de dropzone 'B' gelegen tussen Son en St. Oedenrode. Na de vernietiging van de brug over het Wilhelminakanaal bij Son stuurde generaal Taylor een compagnie, waaronder Joe Mann, naar de brug over het Wilhelminakanaal bij Best om te kijken of die nog intact was en zo mogelijk te bezetten. De brug bij Best zou geen grote omweg zijn voor de opmars naar Arnhem.Generaal Maxwell Taylor vond dat de verkeersbrug over het Wilhelminakanaal bij Best een belangrijk alternatief was voor de brug bij Son, dit ondanks het feit dat de brug bij Best niet direct op de route naar het noorden lag. Een tactische zet van generaal Taylor waar tot op heden nog steeds verhitte discussies over gevoerd kunnen worden.In de bossen tussen Best en Son bevonden zich sterkere Duitse troepen dan verwacht. De diverse Amerikaanse pelotons die op weg waren naar de brug raakten het onderlinge contact kwijt. De opdracht bleek onuitvoerbaar en de compagnie trok zich terug, behalve een groep van achttien mannen onder leiding van luitenant Ed Wierzbowski. Zij wisten niet van de terugtrekking en bleven achter langs het kanaal. Het Amerikaanse hoofdkwartier raakte daar niet van op de hoogte. Wierzbowski hield zich aan zijn oorspronkelijke opdracht om de brug in te nemen. Zijn groep lag, in de stromende regen, voortdurend onder vuur en dat ging zo door tot 3 uur in de nacht.
18 september 1944
Op 18 september probeerde het peloton van Joe E. Mann om de brug over het Wilhelminakanaal te veroveren. Deze poging zorgde ervoor dat het peloton omsingeld raakte door een Duitse overmacht, die onder andere over zware artillerie beschikte. In het morgenlicht zagen de mannen dat ze tegenover een force majeure aan Duitse troepen lagen. De brug werd om 11 uur tot ontploffing gebracht, waarmee hun opdracht niet langer uitvoerbaar was. Twee man, Hoyle en Mann, deden een uitval en stelden met een bazooka twee Duitse 88mm-kanonnen buiten gevecht.
In zijn functie als 'lead scout' kroop Pfc Mann, gewapend met een bazooka, tot binnen de schootsafstand van een vijandelijke geschut positie. Terwijl hij onder vijandelijk vuur werd genomen schakelde hij een Duits 88mm kanon uit en blies hij tevens een munitiebergplaats op. Zonder stil te staan bij het persoonlijke risico dat hij liep nam hij vervolgens zijn M1-geweer en begon hij de vijand één voor één uit te schakelen Mann raakte door twee kogels gewond aan beide schouders. Later werd het groepje aangevallen door een Hawker Typhoon die hen voor Duitsers aanzag, niemand raakte gewond.
Nadat hij op een beschermde positie verpleegd was weigerde Mann om zich rustig te houden. Om drie uur in de middag zetten de Duitsers een aanval in, die werd afgeslagen. Daarbij werd soldaat Luther gedood, de genieofficier luitenant Watson en soldaat Northrup raakten gewond, maar ook Joe Mann werd weer tweemaal geraakt. Allebei zijn armen werden verbonden en hij kon ze niet meer gebruiken.
Later deden luitenant Laier en sergeant Betras een uitbraakpoging om hulp te halen. Die mislukte, beiden raakten gewond. Laier gaf zich over en Betras kwam weer terug. Korporaal Corman roeide met een bootje het kanaal over en haalde verbandmateriaal op bij Britten gelegen aan de zuidkant van het kanaal. De Britten probeerden op verzoek van Wierzbowski om zijn positie aan het hoofdkwartier door te geven, maar dat lukte niet. De Amerikanen staken het kanaal niet over, omdat de Britten hen aankondigden dat er gauw hulp zou komen.Wat later stuitte een patrouille van E-compagnie toevallig op de groep mannen, even later vertrokken ze weer, maar ook zij gaven niet door dat er een groep mannen in de buurt van de brug zat, maar wel dat de brug inmiddels vernield was.
In het begin van de avond werd de groep versterkt door een verdwaald peloton van D-compagnie onder leiding van luitenant Mottala. Die besloot die nacht daar te blijven. Midden in de nacht volgde een aanval door de Duitsers. Mottala en zijn mannen staken nadien het kanaal over naar de Britten . De mannen van Wierzbowski wisten dat niet want ze warern oververmoeid en sliepen. De Britten namen de gewonden van Mottala mee, denkend dat de groep van Wierzbowski overgestoken was en zij berichtten dus niemand over het achtergebleven peloton.Kolonel Michaelis heeft al op deze dag de eenheid van Wierzbovski als verloren opgegeven.
19 september 1944
In de ochtend was er dichte mist. Ook de Duitsers dachten dat er geen Amerikanen meer waren nadat Mottala's groep overgestoken was. Een Duitse patrouille stuitte echter op de groep van Wierzbowski. Joe zat met zes anderen in een dekkingskuil. Er volgde een kamp waarbij handgranaten werden gebruikt, o.a. door sergeant Betras. Een granaat ontplofte in het gezicht van Laino die daardoor uiteraard verblind was. Hij voelde even later nog een andere granaat vallen en kon die nog juist terug gooien. Lawrence Koller werd door een kogel in de slaap geraakt, maar hij overleefde het. Een volgende handgranaat kwam bij Joe Mann terecht. Die kon hem niet teruggooien wegens de verwondingen aan zijn armen. Hij riep: “grenade”! en gooide zich ruggelings op de granaat. Hij stierf kort na de ontploffing. Dankzij zijn opoffering werden er van de zes mannen in de kuil slechts drie vrij lichtgewond, nl. Anthony Atayde, soldaat Paxton en luitenant Wierzbowski,de rest bleef ongedeerd.
De Duitse aanval hield aan en Wierzbowski besloot tot overgave. Bij een grootscheepse aanval later op die dag wist de groep zich weer te bevrijden, en nam daarbij hun bewakers gevangen. Voor de verovering van het gebied bleek een halve divisie, met tanks, nodig te zijn.
Private First Class Joe Eugene Mann werd begraven op de Netherlands American Cemetery and Memorial in Margraten in Nederland. Op 8 juni 1949 werd zijn lichaam overgebracht naar de VS, waar hij met militaire eer werd herbegraven op Greenwood Memorial Terrace in Spokane in de staat Washington.
Het verhaal van Mann werd pas later bekend in de regio van Best , dit door een publicatie in de "Bata Koerier" van 22 oktober 1954.
Op 30 juli 1945 kreeg Mann voor zijn daden postuum de hoogste Amerikaanse militaire onderscheiding: de Medal of Honor .
In het gebied waar hij stierf zijn diverse zaken die aan Mann herinneren:
Het Amerikaanse leger heeft een schip naar hem genoemd, USNS Private Joe E. Mann. In Fort Campbell, USA, waar het 101ste gevestigd is, is een theater naar Joe E. Mann vernoemd.







Gevallen voor het Vaderland- Pro Patria


Museum Bevrijdende Vleugels







