Remembring Private Rufus Rigney 48BN Australian Infantry

REMEMBERing Private Rufus Rigney 48BN Australian Infantry Ngarrindjeri aboriginal (°1898 - +1917)
Op zondag 5 december 2010 Australische kwamen jongeren van het Connecting Spirits project naar het Harlebeke New British Cemetery in de Deerlijksesteenweg in Harelbeke. Daar brachten ze hulde aan aboriginalsoldaat Rufus Rigney. Onder de jongeren bevonden zich twee familieleden van Rufus namelijk Hayley Shaw en Katie Reid. De Australische groep bestond uit 27 leerkrachten en studenten ( waaronder twee familieleden van Rufus Rigney) van de Birdwood High School en de Meningie Area School uit South Australia, Australië. Rufus Rigney heeft een gekend graf maar zijn broer Cyril Rigneydie op het slagveld van Mesen vermist bleef staat op de Menenpoort vermeld. Rufus Gordon Rigney was afkomstig van Point Mc Leay in Zuid-Australië. Op 21 september 1916 vertrok hij uit de haven van Adelaide naar Groot-Brittannië. Na een opleiding in het trainingskamp te Hurdcott in North-Devon werd hij naar het oorlogsfront in Frankrijk gestuurd. Tijden de derde Slag om Ieper (1917) raakte hij zwaar gewond. Duitse brancardiers hadden de halfdode soldaat opgemerkt en brachten hem samen met Duitse gekwetsten naar Feldlazarett nr. 112 in Izegem. Op 16 oktober 1917 overleed hij aan zijn verwondingen. In 1924 kreeg deze Aussie een nieuw graf in Harelbeke. Rufus Gordon Rigney was een van de weinige Australische Aboriginals die de oorlog meemaakten. Bij de Ngarrindjeri-bevolking in Australië wordt zijn naam nog altijd in eer gehouden. Hij groeide uit tot een bekende figuur in Australië.
De Connecting Spirits groep kon opnieuw rekenen op de aanwezigheid en steun van het Stadsbestuurvan Harelbeke en een delegatie van de Australische Ambassade.
De plechtiheid vond plaats om 10 uur 30 en was tevens een hulde aan de andere Ngarrindjeri die tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden en op het slagveld vermist bleven.Tijdens de plechtigheid werden klaprozen en Ngarrindjeri pelikaanveer-bloemen geplaatst en weden er rituele Ngarrindjeri voorwerpen bij het graf Rufus Rigney van gelegd, dit terwijl een „Lament‟ speelde, die uitgevoerd werd met een doedelzak en Aboriginal clap sticks (cd).
Andere Australische Ngarrindjeri aboriginal die werden herdacht:
Private Cyril Spurgeon Rigney 43BN Australian Infantry (°22.02.1897 +03.07.1917 Mesen - België)
Private Francis Alban Varcoe 27BN Australian Infantry (°16.10.1895 +05.05.1917 Bullecourt - Frankrijk)
Private Arthur Thomas Walker 10BN Australian Infantry (°1883 +16.08.1916 Pozières - Frankrijk)
Alle Ngarrindjeri die tijdens de Eerste Wereldoorlog streden op het westelijke front
Alfred Cameron Jnr (°1890 +1949)
Roland Wenzel Carter (°1892 +1960)
Walter Gollan (°1898 +1950)
George Karpany (°1892 +1964)
William Karpany (°1896 +1973)
Miller Mack (°1894 +1919)
Hurtle Charles Ervan Muckray (°1893 +1967)
Andrew James Enoch Rankine (°1898 +1963)
Ridgeway William Rankine (°1896 +1962)
Gordon Wilfred Rigney (°1888 +1953)
Everett Luke Sumner (°1896 +1966)
Wiltshire Sumner (°1894 +1971)
Hubert Frank Tripp (°1891 +1961)
Clifford Tony Wilson (°1890 +1955)
Eustace Garnet Wilson (°1897 +1962)
Lush Wilson (°1896 +1944)
Proctor Martin Wilson (°1888 +1961)
Er bestaan geen precieze cijfers over hoeveel Australische Aboriginals er meevochten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vast staat wel dat Aboriginals tijdens die oorlog in principe niet toegelaten werden tot de strijdende eenheden van het Australische leger. Toch wensten velen toe te treden tot de Australian Imperial Forces, vaak met de hoop dat hen dit na de oorlog gelijke rechten zou geven als blanke Australiërs.Er wordt aangenomen dat er slechts tussen de vier- en vijfhonderd Aboriginals in slaagden om bij het leger te geraken (er namen meer dan 400.000 Australiërs dienst.) Vandaar ook dat er op een totaal van meer dan 61.000 Australische gesneuvelden in de Eerste Wereldoorlog amper een 60-tal Aboriginals zijn.Deze herdenking was een vervolg op de plechtigheid van 4 december 2004, toen Julie Reece met een groep van de Mount Barker High School naar Harelbeke kwam. Toenmalig studente Donna Handke bracht bij die gelegenheid hulde aan Ngarrindjeri Rufus Rigney. Bij het graf werd toen zand uitgestrooid uit het woongebied van de Ngarrindjeri en er werd aarde van bij het graf meegenomen. Die Harelbeekse aarde werd op 23 april 2005 uitgestrooid in het woongebied van de Ngarrindjeri. (Om de in- en uitvoeren van aarde mogelijk te maken werd toen de Australische wetgeving aan-gepast.) Uit deze bijzondere plechtigheden groeide de gedachte om de jongeren van het Ngarrindjeri volk naar hier te brengen zodat zij zelf de plaatsen zouden zien waar hun voorouders gestreden en geleden hadden en om hen de mogelijkheid te bieden om op hun eigen wijze hulde te brengen aan de gesneuvelden. "Connecting Spirits" werd een uniek en ambitieus project waarbij vooral het financiële aspect een bijzon-der zware uitdaging betekende. Dank zij de samenwerking tussen verschillende scholen en heel wat sponsoring slaagden Julie Reece en Donna Handke er toch in om alle aboriginal jongeren die er voor in aanmerking kwamen, de reis te laten ma-ken. Mede daardoor werden de herdenking van 2006, 2008 (en ook die van 2010) een heel bijzonder gebeuren. Opnieuw krijgen enkele aboriginaljongeren de tocht naar de slagvelden van het westelijke front in Frankrijk en België. (Als gevolg van mogelijk terreurdreiging verbiedt de regering van South Australia spijtig genoeg het onderdeel van de reis naar de slagvelden van Gallipoli in Turkije.)Het logo van Connecting Spirits werd in 2006 ontworpen door Ngarrindjeri jongere Rita Lindsay : “De pelikaan is het symbool voor de Coorong rivier, de meren en de zee. De vogel is ook een totem (Ngatji) van het Ngarrindjerivolk. De blauwe strepen stellen heet water, de gele bogen de zon, Gever van alle Leven. De kring van cirkels staat voor het verbinden van de gemeenschappen en studenten met de soldaten van de Eerste Wereldoorlog. De cirkels staan tevens voor het samenkomen van mensen met verschillende achtergronden en woonplaatsen (Europa Australië) voor een ge-meenschappelijk streven. Het witte centrum van elke cirkel staat symbool voor de spirituele link tussen verleden en heden.”
Bron: Johan en Hilde Durnez-Vanhaverbeke en het boek ‘Van den anderen oorlog. Harelbeke, Bavikhove en Hulste 1914-1918' van Fhilip Vannieuwenhuyse
















































































