De slagvelden waar Australiërs vochten AIF

De slagvelden waar Australiërs vochten
Chronologische volgorde van de veldslagen waarin Australiërs strijd leveren. Dit vanaf hun aankomst op het Westelijk Front in april 1916 tot in de laatste gevechten van 1918.
In de maanden maart en juni worden ze getraind voor de oorlog tegen een “sterkere” vijand dan de turken. Op 20 maart arriveren de eerste Australiërs in Marseille dit is het eerste ANZAC corps onder bevel van Luitenant generaal Bridwood. In de weken nadat de Australiërs aangekomen zijn in Frankrijk worden ze getraind voor de oorlog in de loopgraven en ook voor de gasoorlog of ze voeren er werkzaamheden uit achter het front
13 juli 1916 aanval op het Duitse loopgraafsysteem genaamd “The Lozenge” ten westen van het plaatsje Le Bridoux. De aanval wordt uitgevoerd door het 6de Bataljon van de 1ste AIF Divisie en de raid staat onder leiding van Luitenant Hyde en Laughlin. De groep bestaat uit 50 vrijwilligers gekozen uit de 400 man die zich hebben opgegeven. Het inleidende bombardement begint om 5 uur in de middag en de raid begint om 01 uur in de nacht. De raid Is een redelijk succes. De Australiërs tellen maar een paar doden en gewonden, ze komen redelijk ongeschonden uit de strijd. ze nemen 6 Duitse gevangen mee, de raid kost 10 Duitsers het leven.
Enkele dagen later zal het serieuze werk beginnen.
Fromelles 19 – 20 juli 1916: de Britten plannen een tweede poging om de salient bij Sugar Loaf te veroveren en vragen de Australiërs om hulp. Van dit plan word afgezien, maar het bericht komt te laat om de Australiërs te doen stoppen met de voorbereidingen voor een tweede aanval. Een aanval met rampzalige gevolgen, de Australische en Britse pogingen om de ‘Sugar Loaf’ in te nemen mislukken volledig. De strijd schakelde de 5de Australische Divisie vele maanden voor aanvallende actie uit.
Pozières 23 juli – 05 augustus 1916: tussen 23 juli en 5 augustus 1916 veroveren de Australische Eerste en Tweede Divisie Pozières en de heuvelrug van Pozières. Gedurende vijf dagen verliest de Eerste Divisie er 5285 man, gedood en gewond. De Tweede Divisie telt 6848 slachtoffers. Dit is het grootste verlies dat er ooit door een Australische divisie tijdens één tocht aan de frontlinie geleden is.
Mouquet Farm 08 augustus – 03 september 1916: in minder dan zeven weken verliezen in de gevechten bij Pozières en Mouquet Farm drie Australische divisies 23.000 man. Van hen zijn er 6800 mannendood of sterven aan hun verwondingen. Dit verlies is vergelijkbaar met de slachtoffers die de Australiërs leden tijdens de acht maanden bij Gallipoli in 1915.
Winter van Flers en de Somme oktober 1916 – februari 1917: de strijd gaat nu vooral om de inname van bruikbare stellingen tijdens de winter, want het is nu onmogelijk om grote militaire operaties uit te voeren … Deze gevechten verlopen in de slechtste omstandigheden die de Australiërs aan het Westelijk Front zullen meemaken, maar het grootste gevecht is de strijd tegen de modder en het afzien in de regen en het voorkomen van bevriezing.
Royal Australian Navy 1916 - 1918: Schepen van de Royal Australian Navy voegen zich in de Noordzee bij de Britse vloot en nemen deel aan de economische blokkade van Duitsland.
Opmars naar de Hindenburglinie februari – april 1917: de Duitsers trekken zich begin 1917 terug in de Hindenburglinie. De nieuwe linie moet rechter en korter zijn waardoor er minder mannen nodig zijn om deze te bemannen.
Eerste Slag om Bullecourt 11 april 1917: de tank is langzamer dan een lopende man, het staal ervan is dun. Het dodelijke vuren van de Duitse artillerie betekent dat er geen enkele tank het prikkeldraad voor de Australische infanterie bereikt. Stafleden van de hogere rangen geloven dat de opmars vooruitgang boekt en niet tegengehouden word. Daarom geeft men de artillerie geen toestemming om te vuren en kunnen de Duitsers moeiteloos tegenaanvallen uitvoeren.
Tweede slag om Bullecourt 03 – 15 mei 1917: zowel Britse als Franse leiders komen overeen om een gezamenlijke Britse en Australische aanval uit te voeren op de Hindenburglinie en dit weer bij Bullecourt waar de vorige attaque zo tragisch mislukte. Eén Australische historicus zal de strijd in Bullecourt beschrijven als de nutteloze inname van een dorpje zonder enig tactisch belan. Dit ten koste van meer dan 7.000 Australische slachtoffers.
De Slag om Mesen 07 juni 1917: de Slag om Mesen wordt een welslagen. Deze verwijdert de Duitse salient ten zuiden van Ieper en effent de weg voor het grote offensief dat op 31 juli 1917 zal beginnen. De twee Australische Divisies tellen er wel bijna 6800 slachtoffers.
De Slag om Menin Road 20 september 1917: op 20 september 1917 vallen er bij de Australiërs 5.000 doden en gewonden, maar de pakken en vasthouden tactiek levert zijn bewij. Het laatste doelwit, op 1.500 meter afstand van de startlinie, word bemachtigd. Tegen de middag hebben de Aussies alle doelen ingenomen en bevinden ze zich aan de westkant van Polygon Wood.
De Slag om Polygon Wood 26 september 1917: de grond is droog waardoor de granaatontploffingen een muur van stof en rook veroorzaken … Zeven divisies, vijf Britse en twee Australische, rukken achter het scherm van granaten op en nemen de meeste doelen in.
De Slag om Broodseinde 04 oktober 1917: de Australiërs nemen al hun doelwitten in op de heuvelrug. Langs de hele linie is de aanval een succesvol. Voor het eerst sinds mei 1915 vangen de Britse strijdkrachten een glimp op van de lage gebieden die achter de top van de heuvelrug liggen.
Passendale 09 en 12 oktober 1917: vooral de Nieuw-Zeelandse Divisie herinnert zich deze strijd als een afslachting. Bij de Aussies vallen er op 12 oktober 3.000 slachtoffers bij de Derde Divisi. 1.000 bij de Vierde Divisie en dit terwijl er geen terrein gewonnen wordt.
Winter 1917-1918: de Australiërs bezetten de sector van Mesen.
Dernancourt 28 maart en 05 april 1918: op 28 maart trachten de Duitsers hun opmars voort te zetten. De gevechten verspreiden zich langs het gehele frontgebied gelegen tussen Dernancourt en Albert. Op 5 april 1918 proberen de Duitsers het opnieuw. De Australiërs gaan in de tegenaanval en slagen erin om de Duitsers terug te dringen.
Morlancourt maart - mei 1918: op 27 maart lossen eenheden van de Australische Derde Divisie, in de driehoek tussen de Somme en de Ancre, er uitgeputte Britse infanteristen af. Ze houden in dit gebied de Duitse opmars op effectieve wijze tegen. Verdere gevechten bij Morlancourt tussen 4 en 9 mei leiden tot de inname van de nieuwe Duitse frontlinie.
Villers-Bretonneux april 1918: de Duitsers proberen om Villers-Bretonneux te veroveren en de rand van het plateau te bereiken dat Amiens binnen hun bereik van hun artillerie kan brengen. Villers-Bretonneux wordt op 25 april 1918 van vijandelijke troepen gezuiverd, dit op de derde verjaardag van de landing van de Anzacs bij Gallipoli. De Australische troepen brengen er in Villers-Bretonneux (Frankrijk) het Duitse lenteoffensief tot stilstand.
De Slag om Hamel 04 juli 1918: wanneer het Duitse offensief eind april 1918 in de richting van Amiens eindigt, vragen de Geallieerde legers zich af waar de Duitsers de volgende keer gaan aanvallen. De Australiërs moeten de linie ten oosten van Villers-Bretonneux bewaken. Vandaar blijven ze de Duitsers tussen april en juli 1918 bestoken met een tactiek die ‘vriendelijke inname’ word genoemd. Alle Australische divisies vechten voortaan onder een eigen Australisch bevel van Sir John Monash. De slag is een voorbeeld van schitterend tijdschema en tactiek.
De Slag om Amiens 08 augustus 1918: de Canadese en Franse aanvallen verlopen goed, net als die van de Australiërs. 25 kilometers van het Duitse front ten zuiden van de Somme worden weggevaagd in een overwinning die alle voorgaande successen van het Britse leger aan het Westelijk Front verreweg overtreft.
Mont St Quentin – Péronne 31 augustus – 02 september 1918: de militairen zijn uitgeput ze hebben dagenlang gemarcheerd en zware gevechten gestreden tegen een vijand die nog lang niet verslagen is. Monash gaat nu nog meer van hen verlangen door Mont St Quentin en Péronne in te nemen. Op deze drie dagen delen de Australiërs - met een verlies van 3.000 slachtoffers - een geweldige klap uit aan vijf Duitse divisies en brengen een algemene Duitse terugtocht teweeg.
Voorpost van de Hindenburglinie: Bellenglise – St Quentinkanaal 18 september 1918: op 18 september 1918 nemen de Australiërs 4300 krijgsgevangenen en veroveren 76 kanonnen, maar dit wel ten koste van 1260 slachtoffers. Ze tonen aan hoe zwak de verdediging van de Hindenburglinie is. Het lijkt nu of het eindelijk mogelijk zal zijn om de oorlog nog voor de winter van 1918-19 tot een einde te brengen.
Hindenburglinie en Montbrehain 27 september – 05 oktober 1918: gedurende de laatste Australische infanteriegevechten aan het Westelijk Front vechten de troepen hevig om de Hindenburglinie te doorbreken en om Montbrehain te veroveren, dit ondanks hun uitputting en onderbemanning 29 september: bestorming van de Hindenburglinie.
11 november: einde van de Eerste Wereldoorlog
Bezetting van Duitsland: de Aussies nemen geen deel aan de bezetting van Duitsland (op één squadron van het Australian Flying Corps en een Casualty Clearing Station na.)In afwachting van hun repatriëring verblijven de Australische troepen nog maandenlang in de omgeving van Charleroi, waar goede vriendschapsbanden met de lokale bevolking ontstaan. De laatste ANZACs verlaten België in mei 1919.








































































