Oorlogsdagboek S.O.E agent Marcel Becquaert (deel1)
Oorlogsdagboek S.O.E agent Marcel Becquaert
Voorwoord
Het is voor mij een eer en een genoegen om de oorlogsherinneringen van Ere Luitenant-kolonel Marcel Becquaert te mogen publiceren. Herinneringen aan een periode van moed en opoffering, van verdriet en pijn!
Als jonge verzetsstrijder van het Onafhankelijkheids Front besliste Marcel, samen met enkele vrienden, om naar Groot-Brittannië te trekken en er dienst te nemen in het Belgian Army in the United Kingdom . Via Frankrijk, Spanje en een hoop hindernissen bereiken ze G.B. Ze namen er dienst in het heropgerichte Belgisch leger. Marcel kwam uiteindelijk terecht bij het S.O.E. .Hij kreeg er een harde opleiding als geheim agent.
1944, Marcel werd als radio-operator boven België gedropt, zijn taak bestond er in om berichten van en voor de weerstand naar Londen door te zenden.
Tijdens een razzia werd hij opgepakt, het was het begin van een weg vol ellende en foltering!! Het fort van Breendonk werd een bittere en pijnlijke herinnering!
Gelukkig overleefde hij zijn holocaust…
Na de oorlog werd hij officier in het Belgische leger, hij koos terug voor het harde leven, hij werd parachutist . In 1960 sprong hij boven Kongo .
Hij beëindigde zijn militaire loopbaan als Ere Luitenant Kolonel.
Philippe Delameilleure
Inleiding
Onder impuls van Churchill werd in juli 1940 een nieuwe Britse geheime dienst opgericht: de Special Operations Executieve, beter bekend als de S.O.E. De Britse premier Winston Churchill verwoorde de doelstelling van de S.O.E. met de uitspraak ” set Europe ablaze”( zet Europa in vuur en vlam).
De opdracht van de S.O.E. was het organiseren van de sabotage en het steunen van geheime legers( weerstandsgroeperingen). Voor de S.O.E. was België zeker niet het belangrijkste actieterrein, vooral de Balkan landen en Frankrijk kregen prioriteit.
Vanaf mei 1941 worden in België toch geregeld S.O.E. operaties uitgevoerd. Op 13 mei werd de eerste Belgische agent, Emile Tromme, ten noorden van Vielsalm geparachuteerd. In 1941 stuurde de S.O.E. vooral individuele zending met sterk gelokaliseerde opdrachten naar België. De resultaten waren zeker niet groots. Churchill’s slagzin “set Europe ablaze” was nog verre van gerealiseerd! De geheime agenten moesten meestal van nul beginnen, ze werden opgeleid door mensen met veel goede wil maar zonder enige ervaring! Anderzijds werden er aanslagen en sabotagedaden uitgevoerd door weerstandsgroepen die geen contact hadden met Groot-Brittannië.
Één van de opdrachten van de S.O.E. agenten was het vormen van kleine groepjes, die moesten proberen Duitsers te ontvoeren of te doden.
Vanaf 1942 kregen de zendingen een realistischer karakter. Soms hadden de opdrachten een propaganda aspect. Dit was te wijten aan het feit dat in augustus 1941 de Political Warfare Executive (P.W.E.) van de S.O.E. werd afgesplitst. De P.W.E hing tegelijk af van het ministerie voor economische oorlogsvoering (ook verantwoordelijk voor de gehele S.O.E.), het Foreign Office (Political Intelligence Departement) en het ministerie voor informatie.
Die complexe situatie leidde onvermijdelijk tot wrijvingen, niet enkel tussen de Britse diensten, maar ook tussen hun Belgische collega’s van de staatsveiligheid, dit waren luitenant Floo voor S.O.E. en kapitein Aronstein voor P.W.E.
1942 was voor de S.O.E. in België een desastreus jaar. Verschillende agenten werden aangehouden. De Britse veiligheidsmaatregelen waren immers ver van toereikend. Gedurende het jaar 1942 kende de Belgische staatsveiligheid in Londen veel kopbrekens, dit leidde er toe dat eind ’42 de contacten met de onzekere agenten verbroken werden. Op het einde van 1942 werden de contacten, die eerder op het jaar verbroken waren, tussen de Belgische regering en de S.O.E. heraangeknoopt. Voortaan zou geen enkele operatie in België nog plaatsvinden zonder instemming van de Belgische regering en de Belgische staatsveiligheid in Londen, Voor( 1941- 1942 was dit zeker niet het geval.
Vanaf november hadden vrijwel alle zendingen een sabotage als een propaganda aspect. Het gaat hier enkel om S.O.E. of P.W.E. zendingen die samen met de staatsveiligheid werden voorbereid. Daarnaast werkte S.O.E. ook voor de 2de directie van het ministerie van landsverdediging voor de zendingen naar het Geheim Leger.
Tussen juni 1940 en begin september ’44 stuurde Londen 278 agenten naar België, deze kunnen in vijf verschillende actieterreinen ingedeeld worden:
|
Inlichtingen (S.I.S. = Secrete Inteligence Service):
|
108
|
|
S.O.E. :
|
77
|
|
P.W.E. :( Political Warfare Executive ) |
21
|
|
Ontsnapping :
|
17
|
|
2de Directie (militair verzet Geheim Leger) :
|
55
|
Van de 278 agenten werden er :
§ 270 geparachuteerd of via een luchtoperatie aan land gezet
§ 8 werden langs de zee of land geïnfiltreerd
§ 121 Agenten werden door de vijand aangehouden
§ 14 kwamen voor of tijdens de landing om het leven
§ 10 van hen werden bij hun landing door de Duitse Abwehr opgewacht
§ 17 agenten aanvaardden om onder Duitse controle uit te zenden
Veel van het S.O.E. werk blijft tot op heden nog steeds geheim!
De S.O.E. werd onmiddellijk na de oorlog ontbonden, dit op bevel van de toenmalige nieuwe eerste minister Clement Atlee.
Dit oorlogsdagboek draag ik op aan mijn overleden echtgenote
Liefste Paula
Gekwetst ben ik van binnen
Doorwond mijn hart zo zeer
Van Uwen gansche minne
Gekwetst hoe langer hoe meer
Waar ik me weerd waar ik me keer
Ik en kan niet rusten dag noch nacht
Waar ik me weerd waar ik me keer
Gij zijt in mijn gedachten
10 mei 1940 – vrijdag
Inval van het Duitse leger en datum waarop ik mij moest aanbieden op het werfbureau te Kortrijk.
De eerste Nederlandse vluchtelingen komen per trein voorbij richting Frankrijk.
Franse treinen voeren genietroepen en materiaal aan, ter versterking van het
Belgische leger.
De eerste lichte bommen vallen op de spoorweg te Desselgem, dit op 2 km van ons
af.
11 mei 1940
Een neergeschoten Messerschmitt 110 bezocht in Hulste. Eerste confrontatie met een verkoold lijk.
De eerste Britse colonnes marcheren door Harelbeke, richting Vichte.
23 mei 1940 – donderdag
Kerktoren in Harelbeke opgeblazen door terugtrekkende troepen.
In de namiddag komen de eerste Duitse verkenningstroepen aan. Het tweedaags duel aan de Leie begint. We worden bestookt met Belgisch artillerievuur vanuit Meulebeke. Zij hadden het gemunt op de spoorweg en op de plaats waar de Duitsers een waarnemingsballon hadden opgelaten. De Duitsers reageerden met luchtaanvallen van Stuka’s, op de Belgische stellingen en slagen erin een bruggenhoofd te vormen. Duitse represailles werden ons bespaard.
08 mei 1941 - donderdag
Voorlopig werk ik in de garage van Gaston Desmet. VNV mannen houden ons in het oog, om na te gaan of we geen Brits oorlogsmateriaal verhandelden.
Onder leiding van Raf Teirlinck, samen met André Vandamme, André Schaepdrijver, Robert Deprez en zijn broer Marcel, vormden wij het begin van de Harelbeekse weerstand. Nadien vernamen wij dat we ten dienste stonden van het OF.
Ons eerste werk bestond erin pamfletten te verspreiden en de muren van collaborateurs te voorzien van een hakenkruis (08 november 1941).
Najaar 1941
Verschillende vlasschuren werden in brand gestoken, nl. te Zwevegem, Desselgem en Kuurne. Als lid van het Rode Kruis hadden we voorlopig de toelating om ’s nachts op straat te komen.
Samen met Pattijn en Deprez ruiten ingegooid in het Vlaams huis.
01 januari 1942
Vermits het verboden was om na 20 u op straat te komen, hadden we een clubje gevormd met leden van het Rode Kruis. Met nieuwjaaravond waren we samen in het café “ Bij Jan” en moesten we binnen blijven tot 6 uur. Gedurende het dansen had ik kennis gemaakt met Paula die, tot mijn verwondering, erin toestemde om samen de volgende avond naar de cinema te gaan. Het was liefde op het eerste gezicht, nadien sprong Paula dikwijls in om als verkenner op te treden en na te gaan of de kust veilig was.
13 februari 1942
Samen met Deprez een brandje gesticht in Ooigem (opslagplaats Demeester). Dit gebeurde met eigenhandig gemaakte brandbommen, bestaande uit een vimdoos met als vertragingsmechanisme cellofaanpapier.
Mei 1942
Samen met Raf Teirlinck en Schaepdrijver, een hoogspanningspyloon gedeeltelijk doorgezaagd. We stonden in de Gavers tot aan ons knieën in het ijskoude water en er was slechts één toegangsweg. Twee dagen later deed de wind de rest van het werk, twee nevenstaande pylonen werden door het gewicht van de kabels meegesleurd. Een groot gedeelte van West-Vlaanderen had geen elektriciteit meer.
21 mei 1942
Raf Teirlinck en Ryssaerts doen te Heestert een aanslag op VNVer Desmet Gilbert. In hun overhaaste vlucht brak Rafs fietsketting, vlug brak hij zijn fietsplaat af om te verhinderen dat zijn identiteit zou bekend worden. Nadien werd controle uitgevoerd en moest iedere bezitter van een fiets zich melden op het gemeentehuis, om het nummer van zijn plaat te noteren. Vandamme die in Harelbeke de controle uitvoerde zette vlug een kruisje meer.
29 juni 1942
Pattijn en Lippens uit Stasegem aangehouden door de GFP, Raf Teilinck was op tijd weggeraakt.
01 juli 1942
Een kennis van vader, dhr. Vercruysse uit Stasegem, geeft me de raad uit België te vertrekken, maar niet voor 15 juli. Waarom? In afwachting overnacht bij Fons Vankeirsbilck die woonde in het huisje van de bareelwachter aan de spoorweg.
02 juli 1942 - donderdag
Op aanraden van A. Vandamme vertrek ik samen met Schaepdrijver, per fiets, naar Aalst, om contact op te nemen met Brik Nichels. Onderweg, in Gent, ontmoeten we R. Deprez. Na lang aandringen werden wij door Nichels bij hem thuis ontvangen. Hij zal trachten doorgangspassen voor Frankrijk te bemachtigen.
03 juli 1942
Deprez vervoegt ons in Aalst ( hij moest nog een eindexamen afleggen als regent). Terug naar Kortrijk, waar ik een ontmoeting had met vader en Vandamme. Voorlopig nog geen gevaar. Na Paula gezien te hebben, geslapen bij Vandamme, afscheid genomen van G. Desmet, hij gaf mij zogezegd betaald verlof.
04 juli 1942
RV met Raf Teirlinck in Menen gemist. Terug bij Paula, leggen een ontmoetingsplaats vast, alvorens definitief te vertrekken.
07 juli 1942
Nogmaals samenkomst met Nichels aangaande de passen.
Fietsen in bewaring gegeven in het Noordstation (nooit meer teruggezien).
12 juli 42
Terug naar Aalst, nadien afspraak met de broer van Deprez en Paula in Brussel
Geef aan mijn liefste een afscheidsbrief mee, bestemd voor mijn ouders.
13 juli 1942 - maandag
De drie musketiers nemen definitief afscheid van alles wat hun lief is. Wie weet voor hoe lang?
We krijgen het gezelschap van “Pierre” uit Aalst, een vriend van Nichels, die ons zal vergezellen richting Zuid Frankrijk.
Smokkelaars demonteren de bekleding van de treinwagon om hun smokkelwaar te verbergen. De extra controle aan de grens met Frankrijk levert geen moeilijkheden op. Een behoorlijke controle was onmogelijk gezien de overbevolking van de wagons. Nadien ingeslapen in de gang van de wagen.
14 juli 1942 - Fête Nationale
Aankomst te Parijs (gare du Nord), met de metro naar de gare de Lyon. Nogmaals 15 uur rechtstaande reizen in de gang, tot Dijon. Geen verbinding meer naar St Jean de Losne (eindbestemming aan de demarcatielijn). Voor de eerste maal een vissoep geproefd; dat viel niet mee.
15 juli 1942 - woensdag
Terug 5 uur trein. Verder te voet door de gutsende regen, naar het RV punt “Hotel du Nord” (een gebouw zonder ramen).
De bazin wist zogezegd niets af van onze komst, we mochten wel blijven uitrusten.
Omstreeks middernacht gaf de patroon ons de raad naar de spoorbaan te gaan (op 1 km). Daar was een stopplaats waar de locomotieven hun water bijvulden. Na discussie tussen de machinist en een spoorwegbediende, om ons te verstoppen in de tender, liet de machinist toe dat we ons ingroeven in één van de laatste kolenwagons (op eigen risico).
16 juli 1942
Omstreeks 1.30 uur vertrekt de trein. Om 3.30 uur komen we aan de demarcatielijn. We horen bevelen geven in het Duits , een ons niet onbekende taal. De trein rijdt een stukje verder en stopt voor de tweede maal. Terug voetstappen, bevelen, blaffende honden en een sterk verlichte zone. We horen dat op nevenliggende wagons gecontroleerd wordt door middel van lange ijzeren staven. Klokslagen op een nabijgelegen kerktoren volgen elkaar zeer langzaam op. Zal dit nog lang duren? Eindelijk horen we een verantwoordelijke roepen “ Es sind alles Kohlen “, waarop de controle stopte. Maar die smerige honden bleven blaffen. Het duurde een eeuwigheid. Eindelijk vertrok de trein richting Bourg-en–Bresse . Wat verderop, dansten we van vreugde op de kolen, denkende dat alle gevaar geweken was. In het station aangekomen, in het holst van de nacht, was er geen kat te bespeuren. We slopen rond 4 uur de stad binnen tot een café bazin ons binnentrok : “oh les pauvres”, ge weet niet welk een gevaar hij hier loopt, alle stations zijn bewaakt door Gestapo in burger. We moesten ons vlug wassen. Onze vuile regenmantels konden we achterlaten, we kregen een ontbijt en vertrokken opnieuw naar het station om verder te reizen naar Lyon (nu in een gewone reizigerstrein). In Lyon zochten wij het Office Belge op en werden , op eigen kosten, ondergebracht in “Hotel Pasteur”. De bazin madame Morel, was een Luxemburgse.
.
17 juli 1942
Met een nuchtere maag naar het Office Belge, dat ons doorstuurde naar de USA Ambassade, alle hoop op een visa voor Spanje en een vlug vertrek valt in duigen. We waren toch al een stuk verder.
18 juli 1942
Een zekere Mr. Diamant geeft ons wat brood en sardines. In de USA Ambassade brengt men ons op de hoogte van een Anglo-Amerikaanse conferentie in Londen.
20 juli 1942
Mr. Lagrange ( secretaris van de USA ambassade) geeft ons wat rantsoenzegels. We moesten hem ons pas, getekend door Van Romsé, afgeven met de belofte dat hij al het mogelijke zal doen om de reis verder te kunnen zetten. Na de oorlog vernam ik dat hij de passen verkocht aan Joden die wilden uitwijken naar Zwitserland.
21 juli 1942
Nationale Feestdag. Mr. Diamant bezorgt ons een “Permis de Séjour” we werkten zogezegd in zijn fabriek. Enkele boeken gekocht in de “Flamarrion” om de tijd door te brengen.
31 juli 1942
Alle hoop tot het verkrijgen van een rantsoenkaart opgegeven, voeden ons voornamelijk met fruit.
03 augustus 1942 - woensdag
Onze financies staan er slecht voor, werkaanvraag ingediend bij de “ Restauration Paysanne”. ’s Avonds langs de kade van de Rhone zitten mijmeren en denken aan thuis en Paula. Zou ze mijn kaart ontvangen hebben?
04 augustus 1942
Kregen, door bemiddeling van Dr. Levrat, een certificat “d’inaptitude au service militaire”, maar dit moet gewettigd worden door het commissariat de police. Dit vergde enkele keren heen en weer geloop.
08 augustus 1942
André verkoopt een broek voor 600 fr zodat we ’s avonds kunnen eten. Daarna de muziekkapel van Air France beluisterd, einde met de Marseillaise, waarna groot tumult en applaus.
13 augustus 1942
Samen met André vergezelde ik de meisjes, waarmee we de dag voordien kennis hadden gemaakt, naar het station. Bij onze terugkomst in het hotel werden wij opgewacht door de politie en aangehouden. Waarschijnlijk veronderstelden ze, wegens onze moeilijk te spellen namen, dat we Joden waren. We werden overgebracht naar de prefectuur en na controle, gescheiden van de echte Joden. Van achter de tralies maakten we het uiteenrukken van de Joodse families mee. Pas later vernamen we wat hun eindbestemming was.
We werden overgebracht naar een verlaten fort “Chapoly” in de omgeving van Lyon. Robert Deprez en Pierre Devos, die gelogeerd waren in de kamer naast ons werden ongemoeid gelaten. Ze konden de USA Ambassade verwittigen.
.
14 augustus 1942
De Nederlanders die met ons aangehouden waren, werden door tussenkomst van hun consulaat, onmiddellijk weer vrij gelaten uit het fort. Ons Belgisch consulaat wist weer van niks. Gelukkig kregen we van de USA Ambassade iedere dag een doos sardines en de verzekering dat ze het nodige deden om ons vrij te krijgen.
Vanuit het fort kunnen wij de Mont Blanc zien.
Volgens een Belgisch kapitein die zich met de groep bekommerde, zouden wij bestemd zijn om in een werkkamp ondergebracht te worden.
Toen kenden wij het bestaan van de concentratiekampen nog niet. Buiten vlooien en luizen kregen wij een verroeste gamel voor 3 personen en aten wij met de vingers. Al onze bezittingen werden ons afgenomen. USA secretaris Lagrange kwam op bezoek en mocht de oudste (meest bejaarde) Belgen meenemen.
15 augustus 1942
Vichy levert 4000 Joden uit aan Duitsland.
Een uur na het morgen appel waren wij terug vrij. Voor ons was het een aangenaam gevoel toen wij de poorten zagen opengaan, maar voor diegenen, die boven op het fort achterbleven; was het een grote ontgoocheling.
Te voet naar de Crémaillère, die ons terug beneden in de stad bracht. Eenmaal in onze kamer hebben we, na een wasbeurt, terug in ons zacht bed gekropen.
17 augustus 1942
Onze rantsoenzegels hadden we niet onmiddellijk terug gekregen, een oud vrouwtje geeft uit medelijden haar brood.



































































