Geld
|
Geld Piet heeft een schitterende tekening gemaakt, hij had er lang op gebroed en nog langer aan gewerkt maar het resultaat mag gezien worden, het is een waar kunstwerk. Het probleem is alleen dat bijna niemand dit pareltje te zien krijgt want Piet heeft geen huis met een uitstalraam in een drukke straat van de hoofdstad en evenmin heeft hij toegang tot het museum, de krant of eender welk medium. Hij kan weliswaar met zijn werk op de markt gaan staan maar niemand is bereid om zoveel te betalen als dit werk waard is, het gaat immers om het beste wat Piet ooit maakte en wellicht zal hij dit in zijn verdere leven niet meer evenaren, de mensen kopen ook liever een poster van een wereldberoemd schilderij om op te hangen aan de muur en helemaal ongelijk hebben ze natuurlijk niet want geen mens ziet het verschil tussen het origineel en de reproductie terwijl het prijsverschil gigantisch is. Piet blijft dus zitten met zijn meesterwerk, hij kan er weliswaar zelf naar kijken en zijn vrienden manen hem aan om dapper voort te doen: dat je er zelf plezier aan beleeft, is het voornaamste, zo zeggen ze, en misschien word je op een dag nog eens beroemd. En op een dag heeft een vriend van Piet een foto van diens tekening getoond aan een meneer van de krant die er onmiddellijk wel wat in zag en zo belandde de tekening zelf op het bureau van de redactie waar de artiest ontboden werd. U bent getalenteerd, zo klonk het, en wij willen uw tekening afdrukken in onze krant maar dan wel op voorwaarde dat u er wekelijks eentje maakt, het lijkt ons immers iets te zijn dat past in onze nieuwste rubriek en wij zoeken een eigen illustrator, de auteursrechten voor het benutten van bestaande tekeningen zijn immers al te hoog, wat denkt u? De kans van je leven, Piet, zo fluisteren zijn vrienden en wellicht hebben ze geen ongelijk: met de opbrengst zal hij niet langer aan zijn zuur verdiende spaarcenten moeten zitten om zijn potloden te betalen en al zijn ander gerief want bij tekeningen maken komt meer kijken dan men kan vermoeden. En Piet zegt toe en tekent een contract bij de krant voor wekelijks een tekening. Hij zal nu wel zijn stijl een beetje moeten aanpassen aan de mode van de dag maar dit probleem wordt overschaduwd door het loon dat hem beloofd werd en dat een substantiële aanvulling betekent van zijn werkmanspree. Wat water bij de wijn want zo hoort het overal, wil men in het leven iets bereiken en Piet gaat aan de slag. Piet verkoopt zijn levenswerk voor vijftig euro, een bedrag dat zelfs de kost van potloden en papier niet kan vereffenen, laat staan de jaren voorbereiding en het feit dat hij wellicht nooit meer iets van dat niveau zal produceren maar het is nu of nooit, zo hebben ze gezegd met begeleiding van een schouderklopje, en de eerste weken gaat het goed: Piets tekeningen worden gepubliceerd in een zekere rubriek van de krant en op een keer komt een van zijn vrienden Piet proficiat wensen met het verschijnen van zijn werk in een tweede krant en dan ook nog in een mondain magazine met glanzend papier dat mensen zoals hij helemaal niet kunnen kopen. Moet ik nu trots zijn? Zo vraagt Piet zich af want de krant waarvoor hij werkt, bracht hem niet op de hoogte van wat Piet terecht een doorverkoop zou noemen maar wanneer de artiest alsnog in een kiosk een exemplaar van het magazine heeft gekocht en er in bladert, moet hij vaststellen, zeer tot zijn ongenoegen, dat niet zijn naam onder de tekening staat maar die van een hem tot dan toe geheel onbekende 'kunstenaar'. Het is een beroemdheid, zo laat iemand zich ontvallen: ben je nu niet fier dat die zijn naam wil zetten onder werk van jou? Plagiaat? Ach, zo gaat het er in de kunstwereld aan toe: Rubens werkte ook met personeel, Madonna is een grote firma en het beroemde beeldhouwwerk van Rodin werd wellicht door een vrouw gekapt. Je weet nog weinig over hoe het eraan toe gaat in de wereld, in de kunstwereld, maar geloof me, zo zegt een meneer van de krant bij wie hij is gaan klagen: het went hoor vent, mijn baas zet gezwind zijn naam onder mijn teksten, het voornaamste is dat hij betaalt, mijn kinderen studeren en je weet, vandaag kost een diploma voor de zoon een heus huis, de buis niet meegerekend en de dochter; ik weet wel, dat is allemaal niet pluis maar het is nu eenmaal niet anders, leg u daar nu voor een keer gewoon bij neer. En, overigens, wees blij want die artikels die door uw tekening worden geïllustreerd, zijn reclameteksten, wat betekent dat een ander voor de publicatie van uw werkjes heeft betaald. Want, vergis u maar niet: u ontvangt een aardige som voor het tonen van uw werk aan de wereld maar de meeste artiesten betalen daarvoor, informeer maar eens wat het kost om in een galerij te mogen hangen, dat is een kleine huishuur! En tot zo ver het verhaal van Piet en met die verhalen kan men al een eeuwigheid de straten plaveien. Edoch, het verhaal waarover we het wilden hebben, is nog een ander. Nog steeds staan in de bewuste wekelijkse rubriek van de krant de tekeningen van Piet en hij is dus alles behalve een uitzondering: zowat de hele inhoud van de krant bestaat uit teksten en uit prenten van grote kunstenaars die klein worden gehouden omdat zij het karig loon dat hen te beurt valt, helemaal niet kunnen missen en artiesten zijn er genoeg, als eentje zich kwaad maakt en opstapt, heeft men reeds 's anderendaags een ander aangeworven die beslist een tijdje mee zal draaien want dat is het geheim van de uitbuiting: tegen de tijd dat de mensen het in de mot krijgen dat zij lustig worden gepluimd, zijn ze oud en versleten en de nieuwelingen weten weer van niks zodat hetzelfde spel zich eindeloos kan herhalen. Om het te houden bij een enkel voorbeeld, neem de grootste aller schrijvers, Fjodor Dostojewski, dan weten wij dat zijn volumineuze meesterwerken niets anders waren dan telkenmale een bundeling van vervolgverhalen in een Russische gazet die aldus lezers lokte. De arme man moest ze wel schrijven daar hij grote schulden maakte, hij was immers gokverslaafd. En kan het dan nog iemand verwonderen als bekend geraakt dat uit te melken kunstenaars vaak aan het lijntje worden gehouden door de firma's die er stinkend rijk van worden met naast het leefloon allerlei verslavingen die immers beter werken dan de zweep dat deed ten tijde van de slavernij? De striemen die zij maken zijn weliswaar niet zichtbaar voor het ongeoefend oog maar zij zijn daarom niet minder pijnlijk, om niet te zeggen niet minder dodelijk. Het verhaal waarover wij het wilden hebben, is het aloude liedje van de middeldoelomkering: het museum is er niet om kunstwerken te etaleren maar de kunstwerken zijn er om het museum vol te krijgen en dat geldt dus ook voor kranten en voor alle andere media. En het gevolg van die praktijk waarbij alles op zijn kop gezet wordt, is dan uiteraard dat het de uitbaters van de media worst zal wezen of het kunst is wat zij brengen of gewoon vulsel, opvulsel van lege plekken die de leegte schuwen omdat zij plek innemen die immers moet renderen, en zo komt het dat de toeschouwer, die overigens figureert in zijn door hemzelf gefinancierde waan van kunstkenner, allang niet meer kan zeggen of deze of gene lege plek in het museum dan een kunstwerk is ofwel gewoon een lege plek waarop een artistiek object ontbreekt. De zaak is dat de eigenaars van onze media, die net zo min de onze zijn als de aarde de zon die zich ook heel leuk 'de onze' laten noemen, door het feit dat zij het zijn die heersen over de toegangsweg tot kunst, bepalen wat schoon is en wat lelijk, wat goed is en wat slecht, wat waar is en wat leugen, wat vals is en wat echt. (J.B., 9 juli 2026) |



