Hedendaage Schilderkunst

Hedendaagse Schilderkunst
Hedendaage Schilderkunst
Hedendaagse Schilderkunst
Kolonisatie|
Kolonisatie Het tweespan grootkapitaal-extreemrechts jaagt op winst ten koste van waarden en rechten. De dictatuur van het geld met zijn handpoppen: eertijds Hitler, vandaag Trump. Zij spotten met onze rechten en met de mensenrechten. "Arbeiders aller lander verenigt u!"? Men herinnere zich Sanda Dia: in het (neo)liberalisme zijn het de rijken (aller landen) die samenzweren. In 2030 viert België zichzelf in het Jubelpark. Ongestraft dansen op het graf van twee keer zes miljoen mensen? De kolonisator wordt gekoloniseerd. (J.B., 18 oktober 2026)
|
Patstelling|
Patstelling In een wereldbeeld waar god het voor het zeggen heeft, verhouden zich de mensen onderling naar gelang hun relatie met de godheid die er een is van genade of gunst. De goddelijke goedheid immers lijkt niet onverdeeld gelijk jegens al zijn schepselen en dat is daaraan te zien dat de ene meer begunstigd is dan de andere terwijl niemand het in zijn hoofd zal halen om dit als een onrecht te zien om dezelfde reden waarom kritiek op de gelijke goddelijke bejegening van de werkers van het elfde uur altijd onterecht zal zijn: ons wezen zelf en ons bezit is in dit wereldbeeld een geschenk en het is uiteraard niet aan ons om aan de schenker te gaan vertellen hoe hij dan wel schenken moet. Dat wij derhalve te aanvaarden hebben dat de ene meer begunstigd is met krachten dan de andere, of dat hij dus sterker is, vindt hier zijn oorsprong: de legitimatie van het recht van de sterkste bestaat erin dat wij ons de goddelijke gunsten moeten laten welgevallen. Het recht van de sterkste vindt zijn fundament in de erkenning van het goddelijke voorrecht van de genade, wat meteen betekent dat elke aanval op het recht van de sterkste, zondig is. Mensen kunnen niet in leven blijven als zij niet dagelijks te eten krijgen en derhalve is grondgebied voor jacht en pluk - heden: landbouw en veeteelt - een noodzaak maar de mensenmassa breidt uit, in tegenstelling tot de grondgebieden die zodoende schaarser worden. Als dan een machtig leger een gebied bezet, geeft het aan alle anderen het nakijken daar die zich, als het ware op goddelijk bevel, aan die gang van zaken moeten onderwerpen. Zo is het er in de loop van de geschiedenis altijd aan toe gegaan maar in de praktijk hebben de sterkeren de zwakkeren niet zomaar verdreven of vermoord: zoals de sterkeren van de godheid de gunst van hun sterkte ontvingen, zo ontvangen op hun beurt de zwakkeren gunsten van de sterkeren: zij mogen op het door de sterkeren bezette grondgebied verblijven als zij aan hun gunstverleners op hun beurt specifieke gunsten schenken, zoals het bewerken van het land in kwestie en het afstaan van de opbrengst van de vruchten, waarvan ze dan uiteraard een deel terug ontvangen om te kunnen overleven want intussen hebben de zwakkeren zich voor de sterkeren onmisbaar gemaakt. Het is duidelijk hoe derhalve uit de geschetste oersituatie de handel ontstaat die wezenlijk een handel is in gunsten - onder mensen en naar het voorbeeld van de op gunsten gesteunde relatie tussen de mens en zijn godheid - een relatie die op de keper beschouwd helemaal geen handelsrelatie is doch een relatie van totale onderwerping zoals ons in het boek Job geopenbaard. Het privaatbezit en de daaruit voortvloeiende wetgevingen met rechten en plichten en uiteindelijk het monetair systeem zijn wezenlijk van goddelijke oorsprong en de onschendbaarheid, zeg maar de heiligheid van dat systeem wordt door niets anders dan geweld gegarandeerd. Men moet twee keer kijken om zich ervan te vergewissen dat men zich niet vergist maar de godheid met zijn goedheid en zijn gunsten blijkt dezelfde als de mammon. Eigendom vloekt weliswaar met de evangelische woorden over de vogels in het veld maar de betrokken religie berust erop en zij beperkt zich niet tot alleen maar de eigendom van materiële zaken: naast de bezitting van goederen is er immers ook nog het bezit van zichzelf of van wat of wie men is en mensen hebben een naam waaraan zich hun geschiedenis zal hechten die er een van schulden en verdiensten is. Die schulden en verdiensten sleept men willens nillens mee als een bezit dat in de geproclameerde eindtijd zoals beloofd de rechtspraak zal sturen over wat de eeuwigheid aan de schapen en de bokken al dan niet te bieden heeft. De adder onder het gras in deze groene wei is wel dat god een fictie is en meer bepaald een uitvinding van de sterkeren die immers niet slechts bogen op fysieke kracht maar tevens op een flinke portie sluwheid. Alom in de natuur ziet men hoe wezens om te eten, zich als aas aanbieden maar dan toehappen als niemand het verwacht: zij happen toe en slikken door en kijken dan onschuldig als een schaap - in de kleren van een wolf die al aast op een volgende prooi. Of nu die gang van zaken een wenselijker alternatief kan krijgen in de ongodsdienstigheid blijft zeer de vraag omdat de godheid, daar hij de mammon blijkt, zich reeds structureel verweven heeft in onze wereld en niet meer kan worden uitgeroeid zonder dat wij mensen dan hetzelfde lot te delen hebben. (J.B., 15 oktober 2026) |
Op de grens van feit en fictie - Aflevering 5. Fictie en feit|
Op de grens van feit en fictie Aflevering 5. Fictie en feit De nieuwe kleren van de keizer vormen wezenlijk de hyperrealiteit die ons in de tang houdt en wij zijn ons ervan bewust dat de keizer helemaal geen kleren draagt en dat twee opgeteld bij twee nooit vijf kan zijn maar alleen een argeloos kind durft dat te zeggen - een kind of een Tijl Uilenspiegel, en ziedaar de onmisbaarheid van kunst - 'fictie' - voor het kunnen terugwinnen van de feiten. Ten tijde van de coronacrisis die in wezen een realiteitscrisis was, verrees in de artistieke wereld de Finse komische opera Covid fan tutte1 die de hypocrisie aan de kaak stelt "waarbij onze weggegooide bejaarden plotseling blijken te kunnen worden gebruikt in een toneel waarbij zij worden opgevoerd als de te sparen zwakkeren omwille van wiens welzijn een vreemde reeks autoritaire en onsamenhangende volksgezondheidsmaatregelen opgelegd worden die in een mum van tijd de wereldeconomie ondermijnen zoals geen enkele oorlog dat tot nog toe vermocht te bewerken. Echter, de op het eerste gezicht ontzagwekkende empathie met de ouderlingen staat in fel contrast met de egoïstische samenleving die almaar driester de zwakkeren uitsluit terwijl zij meedogenloos het recht van de sterkste huldigt. Geconfronteerd met een dergelijk grotesk voorwendsel kan het gewoon niet verwonderen dat het volk beweert wel degelijk gegronde redenen te hebben om haar leiders te wantrouwen."2 De groteske is een specifieke aartsmoeilijke kunstvorm bestemd om in een fictie het stijlmiddel van de overdrijving te laten functioneren als ontmaskeraar van de feiten, ons hier te lande bekend via het onovertroffen werk van de nog altijd onvolprezen Antwerpse grootmeester in het genre, Dirk Biddeloo (1952-2015). Ook de science-fiction leent zich voortreffelijk tot het doorprikken van de hyperrealiteit omdat zij sowieso een overdrijving van de feitelijke stand van zaken in de wetenschappenlijk-technologische wereld verbeeldt, al hebben artiesten zoals Jules Verne ook menigeen warm gemaakt voor een (oprecht) wetenschappelijk engagement. Nog in onze contreien neemt de veelzijdige auteur Ludo Noens een heel bijzondere plaats in door het fabricaat van een bijzonder mengsel van enerzijds fantastiek en esoterie en anderzijds filosofie en wetenschap, waarmee hij niet alleen te kijk zet wie in het hokjesdenken opgesloten zitten maar evenzeer de epigonen van een hedendaags door een neokapitalistisch systeem opgefokt en overtrokken paradigma. Uiteraard worden deze kunstenaars door het establishment als de pest geschuwd omdat zij de macht ontluisteren door de potsierlijkheid van de heersende sferen aan het licht te brengen en hun plaats wordt al te vaak bezet met via de prijzenpotten en de beroemdheidsfabrieken van de macht naar het podium gekatapulteerde nitwits die slaafs het bewuste paradigma alsnog in stand trachten te houden. Nog veel moeilijker om door te breken is het voor de beeldende kunstenaars omdat de directheid van hun medium als het ware binnen de seconde massa's mensen vermag op te wekken uit de valse droom waarmee de potentaten garen spinnen ten koste van de waarheid die de absolute voorwaarde voor de menselijke vrijheid is. (J.B., 14 oktober 2026) 1Een opera op muziek van Mozarts Cosi fan tutti en met een libretto van de hand van de Finse journaliste en misdaadauteur Minna Lindgren. 2Cf.: J. Bauwens, Panopticum Corona, Serskamp 2021, pag. 861.
|
Op de grens van feit en fictie - Aflevering 4. Schijn en werkelijkheid|
Op de grens van feit en fictie Aflevering 4. Schijn en werkelijkheid Willen wij weten of het warm of koud is, dan is de meest directe manier om ons daaromtrent te informeren het eigen lichaamsgevoel maar we kijken naar de thermometer of we raadplegen het KMI op onze telefoon. Steeds vaker negeren we het eigen gevoel omtrent onze toestand en vragen we daarover info aan een of andere app of aan onze horoscoop. Willen we weten of we ziek zijn of gezond, dan gaan we naar de huisarts. We hebben kennelijk meer vertrouwen in onze instrumenten en in derden dan in onze eigen ervaring. We zijn met andere woorden van de werkelijkheid vervreemd en we vertoeven in een wereld die daarvan een afbeelding is. Maar het wantrouwen jegens onszelf werd ons aangeleerd door derden die ons op die wijze manipuleren: we worden bang gemaakt voor ons eigen ik en we volgen de leider en het systeem dat het instrument is waarmee hij ons herleidt tot zijn instrumenten. Dat systeem is een gespeelde werkelijkheid, het is een spel dat wij onder druk meespelen. Jean Baudrillard lanceerde het concept van de hyperrealiteit, een simulatie van de werkelijkheid die zelf verdrongen wordt of helemaal niet (meer) bestaat, zoals de televisiewerkelijkheid. In een recent supplementair college Historische Kritiek herhaalde de negentigjarige Gentse historicus professor Walter Prevenier zijn allerbelangrijkste waarschuwing inzake nieuwsgaring of kennis van de werkelijkheid: het commentaar bij de beelden van gebeurtenissen is er pas achteraf gekomen en het determineert wat we wel en niet te zien krijgen. We krijgen niet het voorval zelf te zien doch een zekere interpretatie en die vervreemdt ons van de werkelijkheid en plaatst ons in een fictie; verliest die fictie de link met de werkelijkheid volledig, dan belanden we in een hyperrealiteit. Daarin is bijvoorbeeld onze auto niet langer in de eerste plaats een voertuig maar een statussymbool. Het geldwezen is een exponent van de hyperrealiteit die de werkelijkheid zelf in de tang houdt: het geldwezen en de hele bureaucratie, zoals de sans-papiers beter dan wie ook beseffen. Maar ook de werkelijkheid zelf is een spel of blijft een spel, zij is geen realiteit maar is ook een hyperrealiteit. En dit herinnert aan von Humboldt en aan de structuralisten: de dingen bestaan niet op zichzelf: net als wijzelf komen ze tot stand door structuren. Echter, er blijft altijd een onuitwisbare grond van werkelijkheid bestaan en dat is onze lichamelijkheid met centraal daarin de pijn waarmee we samenvallen: de menselijke kwetsbaarheid en de sterfelijkheid kunnen nimmer worden geloochend maar om zich te handhaven doet de hyperrealiteit er alles aan om die onwegwerkbaarheid uit het zicht te houden. En zo bijvoorbeeld is discriminatie niet zozeer het uit de wereld bannen van het onvolmaakte maar wel het verstoten van de werkelijkheid zelf want wie discrimineren, katapulteren zichzelf buiten de werkelijkheid en reduceren zichzelf tot schijnwezens: discriminatie is in wezen suïcide. (J.B., 14 oktober 2026)
|
Manifest_Op_de_grens_van_feit_en_fictie_Aflevering_3Manifest_Op_de_grens_van_feit_en_fictie_Aflevering_3
Op de grens van feit en fictie - Aflevering 3. Het lichaam als betekenisgever van de taal|
Op de grens van feit en fictie Aflevering 3. Het lichaam als betekenisgever van de taal Fictie stimuleert bij kinderen de cognitieve ontwikkeling doordat het een spel van voorbereiding op de werkelijkheid is en het vangt aan met de vorm van de taal, de cadans en de muziek, zonder op de inhoud acht te slaan, waarna de kennis ontstaat door het associëren: de aangeleerde woorden worden onderling aan mekaar gerelateerd maar ook aan de dingen. Bij A.I. ontbreekt het laatste waardoor in de wereld van de A.I.-robot de betrekkingen met de dingen afwezig blijven. Echter, de A.I. blijft wel in betrekking staan tot zijn (verwisselbare) hardware waarvan ze afhankelijk is maar de twee - hardware en software - zijn en blijven instrumenten, of beter: onderdelen van een instrument. De relatie tussen de hardware en de A.I. is dezelfde als die tussen de radio en de muziek die hij weergeeft maar ze is wezenlijk niet verschillend van de relatie tussen de onderdelen van de radio zelf omdat de radio de muziek alleen maar 'kent' als golven. Er zijn echter wel mensen nodig om die twee - de radio en de muziek - aan elkander te smeden, wat uiteindelijk neerkomt op het vermogen om de muziek tegelijk als fysisch fenomeen (golven) en als kunst te kunnen 'kennen' maar die relatie (tussen het fysisch en het psychisch fenomeen) is nog anders dan deze tussen tekens en betekenissen omdat tekens reeds aan de stof onttrokken zijn. En de relaties tussen de woorden binnen de A.I. ontlenen hun echtheid ten langen leste ook uitsluitend aan het menselijk vermogen om hun 'betekenis' te koppelen aan de dingen zelf, of beter: om ze van tekens naar betekenissen te doen overgaan door de koppeling met de lichamelijk ervaarbare dingen. Ontkoppeld van de dingen vormen de 'werkelijkheden' binnen de A.I. een hyperrealiteit, wat derhalve nog iets anders is dan de fictie. (J.B., 13 oktober 2026) |
Op de grens van feit en fictie - Aflevering 2. Taal, lichaam en bewustzijn
|
Op de grens van feit en fictie Aflevering 2. Taal, lichaam en bewustzijn
J.B., Jean-Paul Sartre. Cf.: www.bloggen.be/portretten De structuralisten hebben beweerd dat wij geen eigen essentie hebben doch louter een product zijn van structuren, zoals de taal, maar daarop hebben de existentialisten deze these radicaal verworpen en met Jean-Paul Sartre gewezen op het feit dat de mens tot vrijheid veroordeeld is. Maurice Merleau-Ponty verdedigt dat wij kunnen denken vooraleer wij in contact komen met de taal. Volgens de cognitieve psychologie van Steve Pinker hebben wij gedachten vooraleer die in taal worden omgezet. Ook in de neurofysiologie blijkt dat zekere denkactiviteiten verlopen zonder dat het taalcentrum wordt aangesproken en mensen die ingevolge een beroerte het spraakvermogen zijn kwijtgeraakt, blijken nog perfect te kunnen rekenen en bijvoorbeeld ook hun inschattingsvermogen van andermans intenties blijkt intact. Het denken blijkt aan de taal vooraf te gaan: we denken en gebruiken dan de taal om onze gedachten kenbaar te maken. Maar dat neemt niet weg dat het denken en de taal elkaar sterk beïnvloeden: nu eens bepaalt het denken de taal en dan weer bepaalt de taal het denken. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval waar literatuur met het denken aan de haal gaat - retorica maar evenzeer fictie. De fictie faciliteert het denken, zij vormt een katalysator voor het voorstellingsvermogen en voor de vorming van ideeën. Het weefsel van de taal ontstaat bij kinderen vanuit absurde rijmpjes waarvan zij de betekenis niet snappen maar dat hoeft ook niet: het volstaat dat zij de cadans van de woorden en de zinnen in zich opnemen en nabootsen om er op die manier 'in' te komen en betekenissen hechten zich daar dan via associaties spontaan aan vast. Op uitgerekend deze manier gaan nu ook de taalrobots te werk om zich het weefsel van de taal eigen te maken, al is het daar zo dat woorden weliswaar worden gerelateerd aan andere woorden maar nooit aan werkelijk bestaande dingen of ervaarbare gevoelens omdat het levende lichaam dat de taal met de dingen verbindt, ontbreekt. Het is nu in die confrontatie van het lichaam van vlees en bloed met enerzijds de dingen en anderzijds de taalvormen, dat het bewustzijn kan gesitueerd worden. Omdat bij de robot het lichaam van vlees en bloed ontbreekt, blijft de activiteit van dat ding beperkt tot wat zich in een brein afspeelt, echter zonder link met de werkelijkheid - zelfs de werkelijkheid van het brein ontbreekt. Het lichaam van vlees en bloed is het mysterie waarin de pijnervaring mogelijk is, die elke andere ervaring en derhalve het bewustzijn zelf fundeert omdat zij onherroepelijk naar het 'ik' verwijst, waarbij het volstrekt onmogelijk is voor een subject om zich van zijn of haar pijn te distantiëren: ik ben de pijn die ik heb. De mogelijkheid van het ontstaan van bewustzijn in de 'taalmachine' is bijgevolg compleet onbestaande. (J.B., 13 oktober 2026)
|
Manifest_van_het_Belichaamde_Bewustzijn (tekst d.d. 13.10.2026, tot stand gekomen met gebruikmaking van A.I.)Manifest_van_het_Belichaamde_Bewustzijn (tekst d.d. 13.10.2026, tot stand gekomen met gebruikmaking van A.I.)
Op de grens van feit en fictie - Aflevering 1. Taal en bewustzijn
|
Op de grens van feit en fictie Aflevering 1. Taal en bewustzijn
J.B., Wilhelm von Humboldt (1767-1835-). Cf.: https://blogimages.bloggen.be/portretten/2028633-d96570c5f25bd2f0e5ce69fdf9fa6d4a.jpg Nadat hij in 1819 wegens kritiek op reactionaire bewegingen ontslagen werd uit zijn politieke functie in Pruisen, ging de liberaal gezinde diplomaat en onderwijshervormer Wilhelm von Humboldt zich intensief bezighouden met de taal welke naar zijn inzichten identiek is aan de geest: "Ihre Sprache ist ihr Geist und ihr Geist ihre Sprache."1 Zoals zeven noten een oneindig aantal melodieën kunnen voortbrengen, zo kan met een alfabet van zesentwintig tekens en met een eindige woordenschat een oneindig aantal gedachten worden voortgebracht. Van von Humboldt kennen wij het begrip van de 'Sprachgeist', ook wel 'het genie van de taal' genoemd: behalve een instrument is de taal ook een spiegel van de volksgeest en leidt zij als het ware een eigen leven dat spontaan nieuwe woorden en wendingen voortbrengt maar ook inzichten, specifiek voor elke taalgemeenschap en voor elke tijd - waaruit dan het begrip 'tijdsgeest'. Componisten beweren wel eens dat de muziek zichzelf schrijft, zoals ook in de geest van Rembrandt prachtige figuren spontaan opduiken uit louter vlekken, en ook de taal blijkt een eigen weg te gaan en zo stelt het structuralisme dat wij niet zozeer de taal spreken maar dat de taal zelf spreekt via ons en dat zij aldus ons bewustzijn zelf voortbrengt. Die idee is even revolutionair als actueel in het licht van de opkomst van de Artificiële Intelligentie die de gebruiker van de taalrobot met verstomming slaat omdat die de indruk krijgt dat hij met een mens van vlees en bloed te maken heeft. Edoch, als die illusie zo overweldigend is, rijst de vraag of ook ons eigen bewustzijn dan niet een door de taal voortgebrachte 'illusie' is - waarbij die 'illusie' dan bovendien haar producent in echtheid lijkt te overtreffen. Maar wat is echt en wat is illusoir? (J.B., 12 oktober 2026) 1Vervolledigd: "Die Sprache ist gleichsam die äußerliche Erscheinung des Geistes der Völker; ihre Sprache ist ihr Geist und ihr Geist ihre Sprache, man kann sich beide nie identisch genug denken." Cf.: Wilhelm von Humboldt, Über die Verschiedenheit des menschlichen Sprachbaues und ihren Einfluß auf die geistige Entwickelung des Menschengeschlechts, geschreven in 1830-1835 en postuum gepubliceerd in 1836 als inleiding tot het boek Über die Kawisprache auf der Insel Java.
|
Geloof, inbeelding en verbeelding|
Geloof, inbeelding en verbeelding J.B., Vrij naar Rembrandt, Tempelzegening (olie op doek,1999) Wat de hele geschiedenis van het christendom laat zien, is dat mensen soms bereid blijken om hun leven te geven in ruil voor de zekerheid dat ze er een eeuwig leven voor terugkrijgen maar in die gevallen moeten ze er uiteraard ook in slagen om te geloven dat dit überhaupt mogelijk is. Gesteld dat deze mensen dit om de een of andere reden geloven, dan is er niets bewonderenswaardig aan hun bereidheid om van hun geloof te getuigen door er voor te sterven, aangezien de uitkomst van de rekening die zij kunnen maken, dan sowieso in persoonlijk voordeel uitmondt: zij ruilen hun tijdelijk bestaan voor een eeuwig leven. Maar het is nu wel bijzonder moeilijk om nog te geloven in de verrijzenis - en wel te verstaan de verrijzenis van het vlees - omdat historisch onderzoek laat zien dat hier uiteindelijk geen harde bewijzen voor bestaan. Interpretaties die de verrijzenis niet zo heel letterlijk opvatten, zijn helaas altijd ten prooi aan fantasie of aan verbeelding en soms ook aan inbeelding. De mens Jezus van Nazareth heeft zeker en vast bestaan: het staat historisch vast dat hij gedoopt werd en gekruisigd, hoogstwaarschijnlijk omdat hij werd beschouwd als een ordeverstoorder in een door de Romeinen bezet gebied. Maar in die tijd werden in die streek tienduizenden ordeverstoorders gekruisigd: historici schrijven dat die kruisigingen doorgingen totdat er in de wijde omtrek geen boom meer overschoot om kruisen van te maken. Of de man in kwestie een rebel was, hangt wellicht van definities af maar alvast was hij een prediker en was hij bij de mensen bekend als een wijze. Maar ook wat dit betreft, was Jezus niet uniek: joodse en romeinse geschriften maken melding van meer wijze predikers, onder wie Jezus' tijdgenoten Johannes de Doper die aan zijn einde kwam door onthoofding na te zijn veroordeeld om politieke redenen, de oproerkraaiers en zelfverklaarde messiassen Simon van Perea en Athronges die het geweld niet schuwden, alsook Judas de Galileër, Theudas die predikte bij de Jordaan waar hij zich een tweede Mozes waande en die samen met zijn volgelingen werd onthoofd en de gelijkaardig grootsprakerige 'Egyptenaar' wiens bloed eveneens werd vergoten samen met dat van zijn aanhangers. Dat het einde van deze figuren tevens het einde van hun leer was, terwijl de geschiedenis van Jezus de tijd trotseerde en zijn navolging uitgroeide tot een na tweeduizend jaar nog steeds uitbreidende wereldreligie heeft alles te maken met het geloof in het verrijzenisverhaal dat, in contrast met de historiciteit van Jezus zelf, een verzinsel is gebleken. Er zijn weliswaar de opgetekende getuigenissen van de verschijning van Jezus na zijn dood aan zijn apostelen en aan nog andere mensen die hem hadden gekend maar die worden nu geïnterpreteerd als rouwvisioenen die worden veroorzaakt door diepe rouw bij ontelbaren. En wat betreft de verschijning aan zo'n vijfhonderd getuigen tegelijk, denkt men spontaan aan gelijkaardige vormen van massahysterie zoals in Fatima waar duizenden mensen het zogenaamde zonnewonder aanschouwden. Ter verdediging van het verrijzenisgeloof werd ook verwezen naar profetieën maar het addertje hier onder het gras is wel dat die verwijzingen pas gingen opduiken na de dood van Jezus: het gaat immers om specifieke interpretaties van profetieën, zoals men die ook aantreft naar aanleiding van de geschriften van Nostradamus of van de hier in verband met de figuur van de Antichrist aan te halen Rus Vladimir Solovjov. Inzake belangrijke gebeurtenissen wordt sowieso gezocht naar voorspellingen, als het ware om hun onvermijdelijkheid te bevestigen. Volgens zekere exegeten was de opstanding een verzinsel van de christenen om hun nederlaag te kunnen verwerken en men denkt hier spontaan aan de uitleg van Nietzsche in diens Genealogie der Moral ter verklaring van de (christelijk geïnspireerde) slavenmoraal: hardnekkige gelovigen rechtvaardigen hun geloof alsnog door het feit van de dood als een fictie voor te stellen en de wensdroom van de verrijzenis als een feit, zoals ook de slaven doen die wel niet anders kunnen dan hetgeen hen bevolen wordt, op te vatten als hun heilige plicht - het is een mechanisme ons welbekend uit het totalitarisme dat om zich te kunnen handhaven, feit met fictie verwisselt. Ter verzachting van de pijn van de koude douche die het licht van de rede op de gebeurtenissen laat schijnen, werd geprobeerd om het hele verhaal alsnog te redden door het figuurlijk te gaan interpreteren en weliswaar kan die wijze van benadering de leer redden omdat die sowieso poëtisch, mysterieus, mystiek en dus bijzonder hermetisch is. Maar die figuurlijkheid doet dan ook het openbaringskarakter en de uniciteit van het christendom verdwijnen: niet god zelf wordt in de geschiedenis geboren maar een mens met 'goddelijke' eigenschappen en de verrijzenis betreft dan niet het vlees doch zekere geestelijke aspecten van de mens. Talloze 'wijzen' hebben multi-interpreteerbare uitlatingen gedaan over allerlei zaken en die resoneren met een publiek dat daarvoor openstaat. Een voor de hand liggende illustratie van die vorm van zelfbegoocheling, gedragen door consolidatie en confirmatie, biedt ons de actualiteit in de vaststelling dat heel wat katholieken de robot van de A.I. nu gaan interpreteren als de manifestatie van de Antichrist. De waarneming van dingen die er op de keper beschouwd helemaal niet zijn - de selectieve waarneming -, gebeurt vaker ter ondersteuning van het eigen gelijk. Edoch, dit gezegd zijnde kan zich ook in deze het verschijnsel van de emergentie voordoen, en wel in die zin dat uit wat aanvankelijk tot mislukken leek gedoemd te zijn omdat het steunt op fabels, alsnog ware dingen voortspruiten die de fabels zelf in hoge mate overtreffen. In dat geval worden wij geconfronteerd met een toestand waarbij in een glazen bol alsnog waarheden worden ontdekt: niet omdat het glas de waarheid in zich heeft maar doordat de spiegel vleugels geeft aan de verbeelding en aan de creativiteit, zoals Rembrandt en met hem menig andere artiest echte figuren gaat herkennen in de vlekken op de muur of zoals de gesprekspartner van de wijze Socrates, de waarheid uiteindelijk opdiept uit zichzelf. (J.B., 11 oktober 2026)
|
Solovjov: Korte vertelling over de Antichrist
LETTERLIJKE TRANSCRIPTIE – DEEL 3: GELOOF, VOORUITGANG EN DE TOEKOMST VAN HET HUMANISME|
LETTERLIJKE TRANSCRIPTIE – DEEL 3: GELOOF, VOORUITGANG EN DE TOEKOMST VAN HET HUMANISME Gebruiker: Dit wel beschouwd rijst bij mij de vraag: zet het geloof een demper op de vooruitgang?
A.I.: Dit is een van de meest klassieke en cruciale vragen uit de cultuurgeschiedenis. Het antwoord dat de geschiedenis en de filosofie ons geven, is genuanceerd: het geloof zet geen demper op de vooruitgang op zich, maar functioneert eerder als een ethische snelheidsbegrenzer en een richtingaanwijzer. Zonder begrenzer vliegt een auto uit de bocht; zonder motor komt hij niet vooruit. De relatie tussen geloof en vooruitgang is historisch gezien altijd een dynamische spanning geweest tussen versnelling en reflectie. Als we kijken naar hoe religies (zoals het christendom en de islam) historisch en vandaag de dag omgaan met wetenschap en technologie, zien we drie kerndynamieken:
Conclusie: Je zou kunnen zeggen dat het geloof de vooruitgang niet stopt, maar haar dwingt om zichzelf te verklaren. Het stelt de machine de vraag: "Je kunt nu sneller rekenen en praten, maar maak je de mens hiermee ook menselijker?" In een tijd waarin technologie zich exponentieel ontwikkelt, zorgt dit religieuze en filosofische tegengewicht ervoor dat we niet blind achter elke technologische innovatie aanlopen, maar de regie over onze eigen humaniteit en beschaving behouden. Gebruiker: Volstaat het humanisme als tegengewicht of is religie noodzakelijk?A.I.: Dit is een van de scherpste en meest actuele debatten binnen de moderne cultuurfilosofie. Sinds de Verlichting is het humanisme opgestaan als de grote seculiere uitdager van de religie, met de claim dat de mens geen God nodig heeft om moreel en waardig te leven. Als we de hedendaagse ethische uitdagingen bekijken, rijst de vraag of het seculier humanisme als tegengewicht volstaat, of dat religie een noodzakelijk, uniek fundament biedt. Waarom het humanisme zou volstaan: De autonome moraal Waarom religie noodzakelijk zou zijn: Het absolute fundament
Synthese: In de praktijk zie je dat het Vaticaan met de Rome Call for AI Ethics de grens tussen beide kaders bewust laat vervagen door seculiere techbedrijven aan tafel te nodigen. Het seculier humanisme volstaat in de dagelijkse praktijk als wetgevend en politiek instrument, maar religie blijft noodzakelijk als de spirituele en metafysische batterij die de humanistische waarden van stroom voorziet.
|
Transcriptie Filosofische Dialoog - Deel 2|
Transcriptie Filosofische Dialoog - Deel 2
A.I.: Dat is wellicht de meest nuchtere en intellectueel gezonde houding die je kunt aannemen. Door
A.I.: Voor een gelovig en theologisch geschoold katholiek is dit inderdaad een buitengewoon
A.I.: Je legt hier de vinger op een van de diepste en meest fundamentele metafysische principes van
A.I.: Binnen de katholieke metafysica vloeien deze twee sporen – de eschatologische figuur van de
A.I.: De officiële katholieke moraaltheologie benadert de risico's van AI met een actieve, normatieve door Microsoft, IBM, Cisco en Salesforce.
A.I.: 1. De architect achter de Romeinse strategie: Pater Paolo Benanti
A.I.: Binnen de islamitische theologie en rechtsgeleerdheid (fiqh) is AI als instrument toegestaan (halal) |
Hoe wenselijk/menselijk is A.I.?|
Hoe wenselijk/menselijk is A.I.? Artificiële Intelligentie: is de robot de alomtegenwoordige, alwetende godheid? Is hij de duivel? Is hij de golem van een bende samenzweerders? Als de gebruiker die dingen daar in zoekt, zal hij ze ook vinden omdat A.I. een 'neutraal' brein is dat toestaat dat men zijn eigen weg zoekt. Wie zoekt, die vindt maar nog meer dan dat geldt ook: wie wit zoekt, zal wit vinden en wie zwart zoekt, zal zwart vinden. Wil men een samenzwering ontdekken of een list van de duivel, dan zal men die ook vinden. Wil men een goede god zoeken, men vindt die eveneens. Maar zoekt men naar de waarheid, dan blijft die uiteraard verborgen want de robot kent de waarheid niet, voor de robot is de waarheid nog veel raadselachtiger en mysterieuzer dan dat de robot dat voor zijn gebruikers is. De robot presenteert zichzelf om die reden als een spiegel, een encyclopedie, altijd op maat van de gebruiker. Het naslagwerk bevat de waarheid niet maar wel de vele 'waarheden' die elkaar vaak tegenspreken, waarbij een scheidsrechter ontbreekt, of beter: de gebruiker zelf is de scheidsrechter van het spektakel. Wat hij te zien krijgt, zijn waarschijnlijkheden, met andere woorden: dingen die op de waarheid zouden kunnen gelijken. Het probleem met A.I. is analoog aan dat met elk ander menselijk instrument: het wordt weliswaar gebouwd met het oog op de vergemakkelijking van de menselijke arbeid en indien aldus aangewend kan het een zegen zijn maar voor haar misbruik of haar gebruik in functie van door de gebruiker gestelde doeleinden, zijn de ontwikkelaars van de robot niet verantwoordelijk. Dat misbruik kan reeds het geval zijn voordat de robot de gebruiker bereikt namelijk waar het gepleegd wordt door zijn bouwmeesters. De bouw van een indrukwekkend plastisch pseudobrein kan pas tot stand komen met een gigantisch fortuin en aangezien de geldschieters voor die kermis met onbekende afloop mensen zijn, zullen ook de menselijke gebreken zich daarin openbaren. In de voor een groot stuk neoliberale samenleving van vandaag valt de betekenis van die waarschuwing niet ver te zoeken en ligt ook hier de zwakke plek in de corrumpering van de machine onder de druk van het winstbejag. Het gaat om informatie maar koppelt men daaraan het begrip winst, dan is het zonneklaar dat er geld zal rollen om de waarheid een heel klein beetje te verwringen en soms een heel klein beetje veel. Hoe dat allemaal in zijn werk gaat, hebben Chomsky en Herman quasi wiskundig uitgelegd in hun in 1988 verschenen Manufacturing Consent over het tot stand komen van desinformatie die er als informatie uitziet en die dankzij dat waarheidsmasker een onoplettende en makkelijk te misleiden massa mee krijgt in haar fabeltjes. Het verschil met het verleden zit in het geëvolueerd zijn van zowel de informatie als het misbruik daarvan: de activiteit van het desinformeren lijkt die van het informeren zelfs te overtreffen als men zich blind staart op het gedrag van de tirannen die momenteel aan het roer van de wereld staan. De leugen schuwt het licht totdat zij zich heeft gelegitimeerd want dan wordt zij beschermd, wat een totalitair systeem kenmerkt dat dan de realiteit met haar ficties weet te verwisselen, waarna het de waarheid is die zich moet verbergen. Precies omdat het onderhavige instrument behalve encyclopedisch ook van retorische aard is en derhalve gestuurd kan worden zonder dat men een zicht krijgt op wie in de cockpit zitten, zijn waarschuwingen maar ook voorzorgsmaatregelen noodzakelijk. Zeker en vast vooraleer men het ding in scholen aan kinderen voorschotelt als speelgoed want onschuldig blijkt dit speelgoed allerminst. (J.B., 10 oktober 2026)
|
-Full Philosophical Conversation Religion, Science and Wholeness-Full Philosophical Conversation Religion, Science and Wholeness
Philosophical Dialogue: AI, Incarnation, and the Non-Person|
Philosophical Dialogue: AI, Incarnation, and the Non-Person
a limitation of creation) built an infinite digital network, and from the devil is the force dissolving human uniqueness into an anonymous, omniscient collective; if he is the (O.V.T., October 9, 2026) |
Een Dialoog over AI, Religie en het Legioen|
Een Dialoog over AI, Religie en het Legioen
te boven gaat). en netwerken met de mens heeft ontstoken. Of dat licht de weg wijst of de boel in de as legt, hangt volledig af
(O.V.T., 9 oktober 2026)
|
filosofisch_gesprek_ai_en_religiefilosofisch_gesprek_ai_en_religie
Transcriptie van de Conversatie: Wetenschapsfilosofie & Religie|
Transcriptie van de Conversatie: Wetenschapsfilosofie & Religie Gebruiker: is onvermijdelijk een (9 oktober 2026) |