De verborgen factor - Aflevering 11
|
De verborgen factor Aflevering 11 De entropie of de overgang van orde naar wanorde die kenmerkend is voor de levenloze stof (die de manifestatie is van het verleden in het heden) bestaat evenzeer als de negentropie of de overgang van wanorde naar orde die het kenmerk is van het levende (dat de manifestatie is van de toekomst in het heden) maar de twee processen bestaan elk in een andere wereld en die twee werelden snijden elkaar in het heden. In het heden vloeit er toekomst naar het verleden, namelijk waar het de ene wereld van het niet levende betreft, maar waar het die andere wereld van het levende betreft, vloeit er verleden naar de toekomst. In feite betekent dit dan dat in het heden de transformatie plaatsheeft van het levenloze naar het levende en die transformatie geschiedt meer bepaald in het vlees. Het vlees is de transformator van het levenloze naar het levende, de overgang van het minder naar het meer geordende. Althans geldt dat voor zover we het levenloze in beschouwing nemen: het levenloze wordt door het levende opgenomen en te baat genomen in het proces van het leven zelf maar tegelijk betaalt het (geordende) leven hiervoor door zelf ten prooi te worden aan de entropie die de orde uit het levende wegneemt en die het levende aldus ter dood veroordeelt. Het levende ontfermt zich over het niet levende en verheft het tot het leven en het betaalt hiervoor de prijs van het eigen leven. Deze 'handel' is een feit dat men kan nagaan ongeacht waar en wanneer zich levensprocessen voordoen. De moeder schenkt haar leven aan haar kind ten koste van haar eigen leven en hetzelfde doet het (altijd uit het levende afkomstige) voedsel dat zich opoffert aan degenen die het tot zich nemen. Dit gebeurt echter alleen maar in de wereld van het levende die zich verplaatst vanuit het verleden in de richting van de toekomst want in de wereld van het levenloze heerst de entropiewet en daar is geen sprake van een leven schenkend proces maar daarentegen van een leven rovende voortgang. Zoals gezegd komen de twee processen tegelijk voor in het heden en meer bepaald in het vlees. Het vlees voedt zich met levenloze dat het verheft tot een functioneel onderdeel van het levensproces en het schiet daar zelf het leven bij in en aangezien dit altijd en overal de gang van zaken is in de wereld van het levende, resulteert dit in een vlechtwerk waarin het leven en de dood zich omheen elkander vlechten tot een streng die weerstand weet te bieden aan de vergankelijkheid der dingen. Maar uiteraard werd hiermee nog helemaal niets gezegd over de opstanding. Die situeert zich in de toekomst en de toekomst laat zich na het gezegde definiëren als de richting waar het levende naartoe wil. Zoals gezegd bestaat de toekomst alleen in de wereld van de levenden: alleen de levenden kennen de richting die het eigenlijke zwaartepunt uitmaakt van hun wezen, wat in feite betekent dat alleen de levenden in staat zijn om als het ware met hun hoofd in de toekomst te vertoeven terwijl er voor het levenloze helemaal geen toekomst is behalve waar die door het levende wordt opgeslorpt of te baat genomen en in het levensproces wordt ingezet. Maar als we hier spreken over het hoofd van de levenden dat in staat is om in de toekomst te verwijlen, bedoelen wij uiteraard de geest: de geest is datgene wat het vlees, dat gedoemd is om zich aan de levenloze stof die zij verheft, te offeren, kan redden door te maken dat het zich naar de toekomst toe verplaatst. En merken we nu samen met Augustinus op, dat de tijd subjectief is of dus helemaal niet bestaat zonder het persoonlijke subject van vlees en bloed dat immers begeesterd is, wat wil zeggen dat het beschikt over een denkvermogen of een geheugen, waarbij de activiteit van de herinnering het verleden creëert en die van de verwachting, de toekomst. Maar bij dit punt aanbeland wordt het bijzonder moeilijk. (Wordt vervolgd) (J.B., 26 oktober 2026) |






