De verborgen factor Aflevering 9
|
De verborgen factor Aflevering 9 Een wereldbeeld dat het micro-reductionisme verwerpt, bezondigt zich alvast niet aan de simplificatie, eigen aan het micro-reductionisme, dat de dingen 'constructies' zouden zijn en (door de tijd heen - op enigerlei wijze -) 'geconstrueerd' werden. Maar om het antwoord te kunnen vinden op de vraag hoe de levende dingen dan wel tot stand komen en/of kwamen, dient men niet alleen de eerder genoemde stelling in acht te nemen (namelijk: dat het leven nergens en nooit voortkomt uit de dode stof maar wel altijd en overal uit ander leven) maar moet nog een tweede stelling onder de loep worden genomen, namelijk de wet dat het levende pas kan in leven blijven op voorwaarde dat het zich voedt met ander leven. Die stelling sluit nauw aan bij de stelling resulterend uit de feitelijkheid van de procreatie: leven komt voort uit ander leven en blijft ook dankzij de consumptie van ander leven, verder leven. En hierbij is het duidelijk dat het zich voeden de inverse is van de procreatie: een wezen dat zich voortplant, voedt zijn voortbrengsel of vrucht, het geeft er voedsel aan, terwijl de vrucht, eenmaal een zelfstandig wezen geworden, voedsel ontneemt aan ander leven, nadat het dat leven heeft gedood. De moeder voedt haar vrucht - haar kind - maar zij ondergaat dat proces veeleer dan het bewust te voltrekken en daarom is het misschien wel beter om te stellen dat het kind voedsel aan de moeder onttrekt. In dezelfde lijn kan dan gezegd worden dat, eenmaal zelfstandig, het gewezen kind voedsel onttrekt aan andere levende wezens na ze gedood te hebben. Nu is het bijzonder bedrieglijk om te gaan geloven dat die onttrekking van leven in de natuur gebeurt volgens het recht van de sterkste want de werkelijkheid toont ons iets heel anders, getuige het in die opvatting onverklaard blijvende feit van de toewijding van de sterkere ouders aan het zwakkere kroost: het is niet de sterkste die aan de zwakkere voedsel - of leven - onttrekt maar het is wel het wezen van de toekomst dat het leven onttrekt aan wezens van het verleden. Met andere woorden is het helemaal niet zo dat de groten de kleintjes opeten maar veeleer lijkt het zo te zijn dat het recht op leven zich situeert bij de toekomstige wezens. Welbeschouwd met een darwinistische bril, kan het ook niet anders aangezien alleen op die manier de toekomst wordt verzekerd. En het proces van het levende dat aldus aan de gang is, lijkt wel het omgekeerde van het proces dat aan de gang is in de wereld van het niet-levende, dat immers onderhevig is aan de wet van de entropie. Vandaar kan het zich samen voordoen van de aan elkaar tegengestelde processen van enerzijds de levende wezens en anderzijds het niet-levende, pas begrepen worden in relatie tot de tijd en meer bepaald in relatie tot de richting van de tijd. (Wordt vervolgd) (J.B., 26 oktober 2026)
|







