Totalitair
|
Totalitair "In het leven zijn er gevers en krijgers, zorg ervoor dat je bij de gevers bent" - aldus klonk toentertijd de 'goede raad' van een pater Jezuïet op school. Dit devies klinkt mooi maar er zit een flinke adder onder het gras, want om te kunnen geven, moet je eerst hebben, en zo klinkt de 'goede raad' in wezen: "In het leven zijn er die hebben en die niet hebben, zorg ervoor dat je bij de hebbers bent." Edoch, om te hebben moet je eerst krijgen, en zo komt het dat de pater tenslotte eigenlijk zegt: "In het leven zijn er gevers en krijgers, zorg ervoor dat je bij de krijgers bent." Dit voorbeeld is niet uit de lucht gegrepen en het laat zien met wat voor een 'moraal' opvoedelingen zoal op pad worden gestuurd en dan nog door naar men aanneemt zeer geleerde pedagogen - het devies in kwestie is overigens tevens bijzonder polariserend. En dat is ook de hele Abrahamitische moraal met zijn schapen en bokken op het einde der tijden: het is een systeem ten behoeve van de dictatuur die burgers in de pas laat lopen middels angstaanjagende visioenen, waarbij de controle van de religie gaat waar geen potentaat vermag te komen: in de slaapkamers van de mensen, in hun hoofd en in hun hart, dat zij vol berouw uitstorten in de biechtstoel ten gehore van een verzamelaar van de intiemste informatie die deze doorgeeft aan zijn oversten met als welbekende kers op de taart de paus van Rome met zijn roze schoentjes aan. Ja, het betovert, een man die zich uitgeeft voor de spreekbuis van god zelf en als hij zich verplaatst, volgt zijn kudde om hem toe te juichen en te beamen: "Waarlijk, Zijne Heiligheid, U bent de plaatsvervanger van de goede god die ons geschapen heeft! Aan u en aan niemand anders zijn wij alle dank en eer en gehoorzaamheid verschuldigd!" En dan vieren zij de mis en eten het lichaam van hun messias op zoals het kannibalen past. Eenmaal dood, laten ze zich gebalsemd begraven in putten van witte marmer binnenin hun kastelen, om de ontbinding tegen te gaan van het vege lijf waarvan de mond altijd gelogen heeft over 'broeder ezel' om de slavernij goed te kunnen praten en gediend te worden met al wat lekker is. En zo diep zitten hun leugens in ons binnenste gebrand van kindsbeen af want de weerlozen hebben zij verkracht met hun giftige fabels, dat wij ervoor terugdeinzen om de waarheid uit te spreken: niet omdat wij vrezen voor de leugen, geheel in tegendeel zelfs, maar omdat wij in hun betovering gevangen zitten, het taboe vrezen en de wraak van de duivel met zijn hellevuur. Het hele systeem draait op dood en leven, op mens en materie, en tot de materie behoort naast de witte marmer en het dure parfum vooral de harddrug alcohol waaraan de hele clerus haar fantasieën dankt en ook de beestjes die zij helder ziet bij het verschijnen van de onvermijdelijke kater, de hellemonsters. Het menselijke van het systeem zijn dan de celibatairen, de eerwaarden en de zeer eerwaarden, de eerste zijn verslaafd aan wijn, de volgenden consumeren kortere dranken met als favorieten schuimwijn en cognac. Zij worden gerekruteerd in de humaniora onder degenen die niet huwen zullen en die daarom genoopt zijn om een roeping te fingeren - op die manier behoeden zij hun volk voor schande, de massa immers laat zich imponeren door verkleedpartijen en die zijn er in overvloed met goudomzoomde rokken en mijters met borduursels uit brokaat, potsen getooid met opalen die zo onbetaalbaar zijn dat zij in één klap de honger uit de wereld hadden kunnen helpen. Men kan het zo gek niet verzinnen, zo klinken hun fabels, met heiligen die met een vingerknip wonderen verrichten die echter aan het menselijk oog onttrokken blijven, paters die leviteren als zij in vervoering komen door gebed en verstervingen om u tegen te zeggen. Over al hetgeen zij uitkramen, durven wij zelfs geen kond te doen omdat ons wacht de dood die ons zal brengen naar het oordeel van de opperrechter van wie zij zich als de rechterhand uitgeven en men kan nooit weten of het dan niet waar zal blijken, niemand immers is de zottigheid wijs. Vandaag de dag is de sekte vervangen door een nieuwe bende en het zijn criminelen die zich veel beter dan hun voorzaten verbergen kunnen en wiens ingrepen nog veel doortastender zijn. U weet beslist wie hier bedoeld worden maar wij doen er het zwijgen toe want overal hebben zij oren, geen taal verbergt voor hen nog geheimen, geen rat kan aan hun vallen ontkomen, geen kat geen kind. (J.B., 2 oktober 2026)
|







