De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910 - Aflevering 16: 'Geen macht is groter dan de vrijheid om iemand anders het leven te benemen'.
|
De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910 Aflevering 16: 'Geen macht is groter dan de vrijheid om iemand anders het leven te benemen'. In het vijftiende hoofdstuk van zijn boek berekent Adam Hochschild hoeveel slachtoffers werden gemaakt in Leopolds Congo dat duurde van 1885 tot 1908. “In 1924 werd de bevolking vastgesteld op tien miljoen (…). Dit zou volgens de schattingen betekenen dat gedurende de periode-Leopold en in de directe nasleep ervan de bevolking van het gebied met ongeveer tien miljoen mensen was gedaald.” (1) Die decimering is vooral te wijten aan de rubberhausse die ook nog doorging nà Leopold maar er zijn vier grote oorzaken. Vooreerst is er de regelrechte moord waarover veel bericht wordt: “Wanneer een dorp of district er niet in slaagde zijn vereiste rubberquotum af te leveren of terugvocht tegen het regime, doodden soldaten van de Force Publique of 'schildwachten' van de rubbermaatschappijen vaak iedereen die ze tegenkwamen.” (2) Zo werden (volgens de Kölnische Zeitung, 1896) “op één enkele dag 1308 afgehakte handen afgeleverd bij de beruchte districtscommissaris Léon Fiévez. (…)” (3) Missionaris Ellsworth Faris tekent in 1899 op: “Iedere keer dat de korporaal rubber gaat halen, krijgt hij patronen uitgereikt. Hij moet alle ongebruikte mee terug nemen; en voor iedere gebruikte moet hij een rechterhand terugbrengen! (…) In zes maanden werden aan de Momboyorivier zesduizend patronen gebruikt, wat betekent dat zesduizend mensen werden gedood of verminkt. (...) Dat betekent meer dan zesduizend (…) want soldaten slaan ook kinderen dood met hun geweerkolven.” (4) “Tijdens de strafexpedities tegen de Budjarebellen werden meer dan dertienhonderd Budja's gedood. (Er waren nog) tientallen andere opstanden tegen het inzamelen van rubber. (Men moet in rekening brengen dat) soldaten streng gestraft werden voor het 'verspillen' van kogels op niet-menselijke doelwitten. (Volgens Morel) blijkt dat in het jaar 1903, één van de vijfendertig rubberinzamelpunten (…) een totaal van 159 vuurwapens en 40.355 kogels kreeg aangeleverd.” (5) Missionarissen hebben het over gebieden bedekt met lijken met afgehakte rechterhanden. “Veel officieren van de Force Publique hielden verbazingwekkend openhartige dagboeken bij over de dood en vernieling die ze achter zich lieten”. (6) Luitenant Knut Svensson noteert in Bikora 527 dood geschoten mensen in vierenhalve maand tijd. Officier Charles Lemaire schrijft dat Bokanga werd platgebrand, Bolébo platgebrand, Ikengo-dorpen aangevallen, Loliva aangevallen, Nkolé platgebrand, Ipéko platgebrand en de bananenbomen omgehakt, de Bomopodorpen aangevallen door luitenant Sarrazijn. Daarbij werden telkenmale vele dorpelingen gedood. En dat gaat zo maar door, dag na dag. Honger, uitputting en ontbering vormen een tweede doodsoorzaak, want als de dorpelingen vernemen dat de Force Publique in aantocht is met de rubber-terreur, slaan ze op de vlucht. “Als represaille namen de soldaten dikwijls hun dieren mee en verbrandden hun huizen en gewassen, zodat ze zonder voedsel kwamen te zitten.” Dertigduizend mensen vluchtten rond 1900 naar Frans grondgebied. (7) Missionaris William Sheppard tekent in 1899 op dat in een straal van 75 mijl van Luebo 40.000 mensen zonder onderdak in bossen slapen. Een Brits ontdekkingsreiziger, E.S. Grogan schrijft: “Ieder dorp is platgebrand (…) ik zag overal skeletten, skeletten; en die houdingen - welke gruweldaden vertelden die niet”. (8) Er trad hongersnood op. “Vele duizenden mensen, vrouwen, kinderen en bejaarden, stierven als gijzelaars. Soldaten hielden hen gevangen in stoffige kralen, dikwijls geketend, waar ze weinig of niets te eten kregen totdat de mannen van het dorp de verlangde hoeveelheid rubber brachten - wat soms weken kon duren. In één palissade bleken er in 1899 drie tot tien gevangenen per dag te overlijden.” (9) Een derde doodsoorzaak was ziekte. “Net als met de decimering van de Amerikaanse Indianen kwamen meer Congolezen om het leven door ziekte dan door kogels. Europeanen en Afro-Arabische slavenhandelaars brachten veel (daar onbekende) ziekten naar (…) de Congo.” (10) Pokken, slaapziekte, long- en darminfecties. Aan slaapziekte stierven alleen al in 1901 een half miljoen Congolezen en de verdedigers van Leopold geven dan ook alle schuld aan de slaapziekte. Edoch, “het verhaal is ingewikkelder, want de ziekte is niet de enige factor. Epidemieën eisen bijna altijd een veel hoger aantal slachtoffers en verlopen in een sneller tempo onder mensen die zijn ondervoed en getraumatiseerd (...).” (11) Van deze waarheid kan de hele wereldbevolking trouwens heden ten dage getuige zijn in het kader van het coronagebeuren: ook in eigen land vielen het grootste aantal doden bij de bejaarden die in voornamelijk OCMW-rusthuizen verbleven, waar men het voor de maaltijden immers moet zien te redden met twee euro per dag. En ook hier wordt de schuld op de epidemie geschoven en zwijgt men zedig over al de rest om aldus zijn verantwoordelijkheid te proberen ontlopen. Een vierde en laatste oorzaak van de terugloop van de Congolese bevolking is de daling van het geboortecijfer met zowat zestig percent in de bewuste periode tussen 1896 en 1903: “(...) gezinnen, geterroriseerd en uit elkaar gerukt door de rubbercampagne , stopten eenvoudigweg met het krijgen van kinderen.” (12) Edoch, de permanente commissie van het Nationale Koloniale Congres van België begon zich pas zorgen te maken over de terugloop van de bevolking op het ogenblik dat een tekort aan arbeiders dreigde... “Waarom ging het moorden dan zolang door? Dezelfde irrationaliteit ligt ten grondslag aan veel andere massamoorden. In de Sovjet-Unie bijvoorbeeld (…) zelfs toen er geen zichtbare tegenstanders (van het regime) meer over waren, werden zeven miljoen mensen geëxecuteerd en stierven nog eens vele miljoenen in de afgelegen kampen van de goelag. (…) Net zoals in Rusland had de massamoord in de Congo zodra hij was begonnen geen impulsen meer nodig. Macht is verleidelijk, en in zekere zin is geen macht groter dan de vrijheid om iemand anders het leven te benemen. Eenmaal aan de gang is massamoord moeilijk te stoppen; het wordt een soort sport, net als jagen.” (13) Die bezetenheid werd ook in de Vietnamoorlog opgetekend: “(...) als we die mensen niet kunnen neerknallen, wat doen we godverdomme dan hier?” (14) Cineast Francis Coppola inspireerde zich voor zijn Apocalyps Now bij... Joseph Conrad. (Wordt vervolgd) (J.B., 31 december 2022) Verwijzingen: (1) Adam Hochschild, De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo, Meulenhoff/Kritak 1998 (in een Nederlandse vertaling door Jan Willem Bos). (Oorspronkelijk: King Leopold's Ghost. A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, Adam Hochschild 1998), p. 234. (2) O.c., p. 227. (3) Ib., p. 227. (4) Ib., p. 227. (5) Ib., p. 227-228. In alle aanleveringspunten samen zouden dat dan jaarlijks 40.355x35 of 1,4 miljoen doden zijn. (6) Ib., p. 228. (7) Ib., pp. 229-230. (8) Ib., p. 230. (9) Ib., p. 231. (10) Ib., p. 231. (11) Ib., p. 232. (12) Ib., p. 233. (13) Ib., p. 234. (14) Ib., p. 235. |





