Naar de inhoud

Tisallemaiet

Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet) - © J. Bauwens, Serskamp
akke.beakke.be
Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet ) - © J. Bauwens, Serskamp

Berichten van 1 januari 2022 tot 31 december 2022

De martelaren en de parasieten

De martelaren en de parasieten

Met Allerheiligen worden de martelaren herdacht doch frontsoldaten zijn geen martelaren zoals dictators en kerkhoofden het gezegd willen hebben: in dit soort van verhalen zijn de martelaren altijd weer de onschuldige kinderen. Dictators gijzelen hun eigen burgers en zij plegen chantage op hen middels hun gezinnen en hun kinderen. Om die reden kunnen zij hen dwingen te gaan sneuvelen aan het front want zij stellen desertie voor als lafheid. De soldaten bieden geen weerstand tegen hun dictator omdat zij allemaal gaan lijden aan het Stockholmsyndroom: zij gaan 'sympathiseren' met de gijzelnemer die de dictator wezenlijk is omdat zij zijn wreedheid vrezen: wreedheid jegens henzelf maar eerst en vooral ook jegens hun gezinnen en hun kinderen. De handelwijze van de dictators zou pas hout snijden indien het ook zo was dat zij meer zorg droegen voor de gezinnen en de kinderen dan de vaders zelf. Dat dit allerminst het geval is, blijkt hieruit dat zijzelf nimmer bereid blijken zich persoonlijk in het gevecht te storten: zij houden zich op in schuilkelders en zij beveiligen zich in extreme mate. Op gebied van lafheid wedijveren de dictators zodoende met de kerkleiders die sinds oudsher via de omweg van hun aan tovenarij te danken macht over de lichtgelovige vrouwen en de kinderen, het handelen van de mannen besturen. Dit bewijst tevens dat dictators allerminst leiders zijn en 'kerkleiders' allerminst herders: zeer in tegenstelling tot de dieren, bijvoorbeeld de vissen, die er bij de vorming van scholen voor zorgen dat hun jongen door de ouderen omgeven en beschermd in het midden zwemmen, laten dictators hun vege lijf beschermen door de jeugd die zij naar het front sturen. Dictators zijn parasieten die voor leiders willen doorgaan, precies zoals de zogenaamde 'kerkleiders' wier tronies sinds oudsher smachten in het vet en blinken van het goud en van de parels op hun potsierlijke tiara's. Omdat onschuldige kinderen telkenmale het gelag betalen, is het de verdomde burgerplicht dictators te verjagen. Dat alleen angst de uitvoering van deze plicht in de weg staat, toont zich waar potentaten struikelen: het volk dat anders gelijk een knipmes voor de dictator buigt, kan hem dan niet rap genoeg lynchen.

(J.B., 1 november 2022)

De 'nieuwe wereldorde' - Aflevering 10: Aldus wordt de 'wet van de jungle' tot wet zonder meer

De 'nieuwe wereldorde'

Aflevering 10: Aldus wordt de 'wet van de jungle' tot wet zonder meer

Steeds vaker leest men her en der in magazines en in kranten dat de wetenschappelijke vooruitgang wellicht te danken is aan autisme en daar hebben we alweer een 'theorie' die niet te wijten is aan inzicht doch aan een schromelijk tekort daaraan en die maar beter kan bestempeld worden als een waanzin of een bijgeloof.

Autisme bestaat zoals het wordt omschreven om mensen te typeren die geen sociale contacten kunnen leggen en die derhalve gedoemd zijn om zich op te sluiten in zichzelf. Maar het omdraaien van die implicatie getuigt slechts van een verregaand gebrek aan elementaire logica. De implicatie “Als A dan B” is geenszins equivalent met de implicatie “Als B dan A” maar is alleen equivalent met de implicatie: “Als niet-B, dan niet-A”.

Er zijn met andere woorden mensen die weinig of geen sociale contacten onderhouden terwijl zij op dat vlak helemaal niet onvermogend zijn: zij zijn bekwaam tot sociaal verkeer maar zij willen de intensiteit van sociale contacten die de doorsnee aan de dag legt niet, bijvoorbeeld omdat zij er niet de behoefte aan hebben of omdat hen de tijd daarvoor ontbreekt daar zij met andere zaken bezig zijn welke zij belangrijker achten dan pakweg voetballen of kaartspelen.

Wat gezegd als men bijvoorbeeld zou verkondigen dat het bestaan van meerdere talen zou te danken zijn aan het bestaan van barbaren? Iedereen weet dat de Oude Grieken tijdens hun veroveringstochten volkeren die de Griekse taal onmachtig waren, 'barbaren' noemden, wat wil zeggen: 'brabbelaars'. Zij deden dat omdat zij arrogant genoeg waren om te denken dat een taal die zijzelf niet verstonden, geen echte taal kon zijn maar hooguit gebrabbel. Dezer dagen hoort men evenzeer heel wat Amerikanen zeggen dat Afghanen, om maar één volk te noemen, een brabbeltaaltje spreken waar zij in feite zouden moeten concluderen dat niet de Afghanen doch zijzelf de ongeletterden zijn daar zij alleen maar Engels verstaan.

Arrogantie is dan ook de sleutel tot een beter begrip van het onverstand dat schuilgaat achter de opvatting dat de wetenschappelijke vooruitgang te danken ware aan autisme. Heel wat mensen blijken namelijk niet in staat om het onderscheid te maken tussen enerzijds gebrabbel en anderzijds een geleerde uiteenzetting: vanuit hun enge referentiekader zijn dat twee dezelfde zaken omdat zij die zonder onderscheid positioneren in het vakje van de dingen die zijzelf niet verstaan. Zij merken geen verschil tussen de graffiti die de betonnen pijlers van de viaducten sieren en de wiskundige symbolen in een boek over geometrie of fysica en derhalve concluderen zij dat er ook helemaal geen verschil kan zijn.

Dit is de manier waarop de massa alles wat met kop en schouders boven haar uitsteekt, met de grootst denkbare onverschilligheid wegmaait. Neen, het is beslist niet zo dat genialiteit aan autisme zou te danken zijn: onwetende mensen denken dat omdat zij niet in staat zijn om een onderscheid te maken tussen allerlei zaken en gedragingen die zij niet verstaan en waarvan de ene onder de noemer van autisme vallen terwijl de andere kenmerkend zijn voor een verstandigheid welke zij zelf helaas moeten missen.

Het gevaar van de democratie bestaat erin dat zij op structurele wijze en derhalve onoplosbaar de discriminatie van het sublieme, dat per definitie altijd uitzonderlijk zal blijven, gemeenschappelijk heeft met de wet van de jungle, terwijl ze dit onrecht bovendien tot wet maakt, wat uiteindelijk geschiedt tot haar eigen gigantische nadeel. Het is helemaal geen elite die de 'nieuwe wereldorde' leidt doch een anonieme tendens welke haar blindheid deelt met die van een ordinaire mol. Maar dan met dat verschil dat een mol een bijzonder respectabel dier is.

(J.B., 27 oktober 2022)

(Wordt vervolgd)

De 'nieuwe wereldorde' - Aflevering 8: als de zwarte propaganda het wint van de kennis

De 'nieuwe wereldorde'

Aflevering 8: als de zwarte propaganda het wint van de kennis

Alleen insiders, en dat moeten dan ook nog specialisten zijn, hebben enig zicht op de manier waarop hoogtechnologische spullen werken: 'normale' mensen gebruiken smartphones, downloaden muziek en films en verrichten financiële transacties met de pc zonder ook maar enig benul te hebben van de onderliggende technologische hoogstandjes die de werking daarvan mogelijk maken. Zij peuteren een laptop open en zien slechts een wirwar van metalen stukjes en draadjes waarvan de onmisbaarheid pas duidelijk zou worden door er een stukje uit weg te nemen. Ons lichaam gehoorzaamt aan onze wil zonder dat wij ook maar iets begrijpen over de werking van bijvoorbeeld neuronen maar van zodra een minuscuul fragmentje van ons lijf het laat afweten, kan dit het einde inluiden van ons bestaan. Het autoverkeer wordt mogelijk gemaakt en geregeld door een lange geschiedenis van technologische groei, door patenten en wetten, door een met verkeerstekens, signalen en regels georkestreerd wegennet, door een specifiek opleidingssysteem waaraan alle gebruikers onderworpen worden en door nog talloze zaken meer. De financies van een staat, de taakverdeling van een maatschappij, het functioneren van burgers: het zijn allemaal danig ingewikkelde 'apparaten' dat niemand er nog een zicht op heeft. Zij werken bij de gratie van de navolging van zekere afspraken, uitgebroed door hoogopgeleide en gespecialiseerde vaklui.

Er is een 'technologie' van de natuur, er is de techniek van menselijke instrumenten maar er is ook nog de technologie welke niet het menselijk lichaam tot object heeft of de smartphone maar wel het maatschappelijke handelen, of beter: bepaalde onderdelen daarvan, zoals bijvoorbeeld de vorming van meningen en overtuigingen in de hoofden van specifieke klassen van burgers. En derhalve bestaan er naast de technologen die smartphones in elkaar knutselen zodat zij ons de gewenste muziek laten horen, ook technologen die ervoor zorgen dat mensen zich de (door de overheid) gewenste meningen vormen.

En precies zoals de smartphone zelf zich niet bewust is van de manier waarop hij werkt of zoals de mens die loopt, eet of nadenkt, helemaal niet weet hoe zijn lichaam dat voor mekaar krijgt, zo ook weten burgers door de band quasi niets over de wijze waarop hun mening over allerlei zaken tot stand komt. Wij verkeren veel vaker in de illusie dat wij het heft in eigen handen hebben dan dat dit ook effectief het geval is. Zoals wij onze fysieke prestaties geheel verkeerdelijk toeschrijven aan de werking van onze wil terwijl in feite de natuur aan het werk is die wij onmogelijk kunnen doorgronden, zo ook schrijven wij de oorsprong en de vorming van onze meningen toe aan de kracht van ons denken terwijl zij voor het overgrote deel de resultanten zijn van invloeden waarvan voor ons de oorsprong een grote onbekende blijft, om nog niet te reppen van de achterliggende bedoelingen.

De link met de huidige Europese oorlog ligt voor de hand: zou men de psychologische oorlogsvoering achterwege laten, dan liet men opzettelijk een ruim gedeelte van zijn wapenrusting buiten strijd en dan nog uitgerekend dat stuk waarop men maar moeilijk kan aangesproken worden en dat derhalve ook in tijden van 'vrede' ongehinderd werkzaam blijft.

Psychologische oorlogsvoering is propaganda met het oog op de verzwakking van de vijand. Dat gebeurt bijvoorbeeld met leugens, zoals desinformatie en 'zwarte propaganda' of acties in andermans naam, waarbij slachtoffers zich vaak allerminst bewust zijn van het bedrog en het meest bekende voorbeeld daarvan is de vermeende joodse samenzwering ter verwerving van de wereldheerschappij zoals neergeschreven in de zogenaamde 'Protocollen van de wijzen van Sion', een door de Ochrana opgestelde tekst met het oog op het destabiliseren van de maatschappij. Maar uiteraard maken niet alleen de Russen doch alle partijen gretig gebruik van dergelijke tactieken. Van de hoax, over de neppoederbrieven, tot het islamitische 'gifhandboek'. Ook bangmakerij en terreur zijn beproefde methoden.

Bijzonder moeilijk wordt het wel wanneer het relateren van Covid-19 aan de uitrol van het G5-netwerk door de overheid wordt voorgesteld als desinformatie terwijl de topspecialist bij uitstek, tevens Nobelprijswinnaar, in casu professor en president van het Parijse Institut Pasteur, Luc Montagnier, er persoonlijk voor waarschuwt dat het gevreesde verband reëel is. Wie het verkiezen om geloof te schenken aan onwetende en sowieso onbetrouwbare politici die bij de hele prikzaak immers niet vies zijn gebleken van allerlei vormen van belangenvermenging - wie aan deze malafide lui geloof schenken veeleer dan gehoor te geven aan de waarschuwingen van gedegen wetenschapslui die onbevangen en geheel belangeloos spreken met kennis van zaken, moeten wel niet goed snik zijn. Maar kijk, de voorkeur van dit onafgebroken door de media bespeelde publiek voor de blaaskaken die kennelijk nog veel liever elkaars volk met raketten bestoken dan elkaar te lijf te gaan met retoriek, wordt na de transformatie van menselijke personen tot onmenselijke massaproducten een mainstream waartegen in een democratisch bestel helemaal niets meer te beginnen valt.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 22 oktober 2022)

De 'nieuwe wereldorde' - Aflevering 7: “Want alle vlees is zoals gras”

De 'nieuwe wereldorde'

Aflevering 7: “Want alle vlees is zoals gras”

Niet alleen de bomen, ook de de helft van alle vogelsoorten zijn aan het verdwijnen, om precies te zijn blijken 49 percent van hen 'in verval', zoals wordt gemeld door AnimalsToday d.d. 5 oktober laatst leden. Is hier sprake van causale verbanden en zo ja, waar zitten die dan? Veroorzaakt het einde van de wereld ook het einde van de vogels of is het veeleer andersom en betekent het grote sterven van de vogels ook de dood van de wereld? Uiteraard is het laatste het geval, zo zal men antwoorden maar dan geeft het volgende feit wel te denken: menigeen zal zich herinneren dat ten tijde van de oorlog in Bosnië en omstreken eensklaps alle vogels verdwenen een korte tijd voordat de bombardementen zijn begonnen. Het bericht vulde toen alle kranten maar lokte slechts weinig reacties uit, wellicht vanwege vooroordelen: wanneer 'ongelooflijke' verschijnselen zich voordoen, of verschijnselen welke helemaal niet worden verwacht, heeft men immers de hardnekkige neiging om die te ontkennen. Zoals men ook de neiging heeft om dingen waar te nemen die er helemaal niet zijn, alleen omdat men gelooft dat ze wel moeten gebeuren. Hoe dan ook: sinds korte tijd verdwijnen zowat alle vogelsoorten, dit keer in onze contreien. Op de kauwen na, die als zij de gelegenheid daartoe hebben, vleeseters zijn, precies zoals de gieren, aaseters eigenlijk. En de herfst komt tot bloei, de bomen stoten hun bladeren af en willen sterven omdat hun tijd gekomen is. Das Gras ist verdorret und die Blume abgefallen.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 21 oktober 2022)






De 'nieuwe wereldorde' - Aflevering 6: de eerzucht en de oorlog

De 'nieuwe wereldorde'

Aflevering 6: de eerzucht en de oorlog

Zoals vele andere soorten, planten ook mensen zich geslachtelijk voort en de geslachtelijke voortplanting is in de evolutie een succes gebleken omdat zij een groot voordeel heeft: gebrekkige exemplaren vinden maar zelden een partner en zullen zich derhalve veel moeilijker of helemaal niet voortplanten: 'zieke' genen hebben op die manier maar een geringe kans om naar een volgende generatie over te gaan, wat de gezondheid van de soort ten goede komt.

Gebrekkige genen resulteren immers meestal ook in goed zichtbare kenmerken: dat kan bijvoorbeeld een motorische handicap zijn maar ook gewoon een minder elegant voorkomen of dus een verschijning met een geringere erotische aantrekkingskracht. Geheel gevoelsmatig associëren wij graden van erotische aantrekkingskracht met graden van mannelijkheid of vrouwelijkheid terwijl het in feite gaat om graden van gezondheid, al is veralgemening hier uit den boze.

Bepaalde genen gaan samen met bepaalde uiterlijke kenmerken of fysieke eigenschappen maar derhalve ook met specifieke gedragingen en met zekere maatschappelijke rollen. Gezondheid gaat met andere woorden vaak samen met schoonheid, elegantie, kracht, vastberadenheid, moed, verstand en leiderschap, wat wij op prijs stellen. Maar een uitstekende gezondheid resulteert ook vlotter in agressiviteit, vechtlust en machtswellust - eigenschappen die welkom zijn waar men te maken heeft met wilde dieren en met andere natuurlijke vijanden maar die in de beschaafde wereld eerder gelden als onaangepast of barbaars.

Vechtersbazen beseffen niet dat zij slechts de blinde dienaren zijn van even willoze genen die oorlog voeren met elkaar en men treft hen alom in de dierenwereld aan maar ook bij mensen, al zorgt onze beschaving voor het kanaliseren van de strijd onder soortgenoten in allerlei vormen van maatschappelijke concurrentie, zoals sport maar bijvoorbeeld ook wedijver inzake economie, wetenschap, kunst en zo meer.

De resultaten van wedijver geven aanleiding tot pronkzucht - getuige de verheerlijking van atletische lichamen in kunst en reclame ter gelegenheid van de Olympische Spelen of in andere sporten - omdat met het oog op het etaleren van de goede gezondheid en de excellerende genen niet alleen wordt uitgepakt met (maatschappelijke) prestaties maar ook met aanverwante eigenschappen die minder of geen directe maatschappelijke relevantie hebben, zoals schoonheid, elegantie of gewoonweg uitgesproken mannelijke of vrouwelijke kenmerken zoals de lichaamsbeharing of het timbre van de stem.

Maar “schoonheid is slechts een vel dik”, zoals de volkswijsheid het zegt: de vergankelijkheid van elegantie, gezondheid, kracht, prestatiebekwaamheid en maatschappelijke status is een realiteit die haar hardnekkigheid deelt met de tijd zelf waarvan wij de vergankelijkheid voortdurend ondervinden en verzet daartegen kan slechts de lachlust prikkelen: het beginnende buikje onttroont de atleet en het zich opstapelende heupvet stort de schoonheidskoningin in een depressie. Gevaarlijk wordt het pas waar men niet in staat is in zijn vergankelijkheid te berusten. En hier geldt de gekende regel: hoe hoger men klimt, des te dieper men kan vallen.

Het niet (kunnen) aanvaarden van de vergankelijkheid staat gelijk met het afwijzen van de werkelijkheid als zodanig en jammer genoeg is dit onverstand veeleer de regel dan de uitzondering en zo zijn er sinds het begin der tijden de religies waarin de mens zijn eindigheid verwerpt en er naar streeft aan god gelijk te zijn. Die onvrede met zichzelf en met het eigen lot brengt de mens geen baat maar stort hem daarentegen in het verderf: hij creëert zich een schijnwereld waarin hij almacht, kennis, eeuwige jeugd en onsterfelijkheid kan kopen. Of dan toch een wereld waarin die zaken te koop worden aangeboden. En uiteraard voorzien van een prijskaartje. Over die onvrede en de verregaande gevolgen ervan handelt het hoofdwerk van Rudolf Boehm. (1)

Waar pronkzuchtigen die ooit jeugd, kracht en schoonheid bezaten alsook alle navenante attributen daarvan, niet in staat blijken om het verval daarvan te beamen, zodat zij niet alleen alle zelfspot afwijzen maar zich tevens willen wreken tegenover het lot als zodanig, zullen zij zich in allerlei bochten wringen om zich alsnog te doen gelden. Machtige lui worden dan dictators omdat zij niet verdragen kunnen dat het volk gaat lachen met de rimpels en het buikje dat ook hun deel wordt: zij wreken zich en doen er alles aan om de mensen om te vormen tot een willoze en alleen aan hen gehoorzame massa en die massa hanteren zij dan als een persoonlijk instrument, bijna zoals het eigen lichaam dat mettertijd gebrekkiger geworden niet langer gehoor geeft aan hun wil. Zij zetten dan het volk in als een vervangstuk van het eigen lichaam, bijna letterlijk zoals ook over de kerk gezegd wordt dat zij het lichaam is van Christus na zijn dood. Het resultaat is oorlog, uiteraard: zij willen winnen, heel persoonlijk winnen, zij het middels het leven van ontelbare anderen. Zij willen blijven pronken en zij doen dat met de spierballen en het verstand van derden van wie zij de onderwerping afdwingen door chantage onder de dekmantel van moed, vaderlandsliefde en nog meer leugens van dat soort. Of antwoorden hun slachtoffers dan vanuit hun graven en in koor met “Graag gedaan!”, wanneer op stenen die zich niet verweren kunnen tegen beitels, de woorden staan te lezen dat zij sneuvelden uit liefde voor het vaderland? Vaak weten zij het zelf niet maar ik zeg u dat zij sneuvelden om de belachelijke buikjes van de 'machtigen der aarde' te verdoezelen!

(Wordt vervolgd)

(J.B., 19 oktober 2022)

Verwijzingen:

(1) Boehm, Rudolf. (1977). Kritiek der grondslagen van onze tijd, Het Wereldvenster, Baarn. (Oorspronkelijk: Kritik der Grundlagen des Zeitalters (1973)). Nederlandse vertaling door Willy Coolsaet met een taalkundige revisie d.d. 2011 van Guy Quintelier. De integrale tekst van het werk is beschikbaar op het internet op het volgende adres: https://www.marxists.org/nederlands/boehm/1977/kritiek/index.htm

Een synthese van de inhoud van Rudolf Boehms werk werd verwerkt in onze tekst: J. Bauwens, Panopticum Corona, pp. 946-985.




De 'nieuwe wereldorde' - Aflevering 5: Haar wil is wet!

De 'nieuwe wereldorde'

Aflevering 5: Haar wil is wet!

Omsk Van Togenbirger, het is geen sinecure om u nog ergens aan te treffen!

OVT: Ook een goedendag, ja.

Maar draag je nu een muts in de vorm van een paddenstoel!?

OVT: Ha, iedereen ziet dezer dagen overal paddenstoelen, en het is daarover dat je mijn mening wil, is het niet?

Hoe heb je het geraden!

OVT: Nu, vlug dan, want ik moet een schuilkelder gaan bestellen, mijn vrouw is bang!

Hemeltje, een schuilkelder dan nog!

OVT: Uiteraard zinloos want naast het probleem van de atoomwapens is er nog dat van de overstromingen maar ik zal wel niet de enige zijn die niet de baas is thuis. De irrationaliteit heeft de hele wereld overspoeld en in verband met die atoomwapens is het al eender.

Wat bedoel je?

OVT: Is het u nog niet opgevallen dat China amper 350 atoombommen heeft? Amerika heeft er 5550. Rusland meer dan 6000.

Nu je het zegt! China heeft toch geld genoeg?

OVT: Dat is dus nog een voorbeeld van irrationaliteit.

Ik zie het niet...

OVT: Mijn vrouw wil dus een schuilkelder...

Ja...

OVT: Maar wat kan een mens dan aanvangen met een schuilkelder!? Zie je? Het is totaal irrationeel!

Ik zie het verband niet met de 350 atoombommen van China...

OVT: Wel, als je met 350 atoombommen de hele wereld kunt vernietigen, waarom moet je er dan meer hebben?

Om af te schrikken! Daarvoor dienen ze toch!?

OVT: Haha, juist daarom!

Ik snap het punt niet...

OVT: Elke bom die je teveel hebt, speelt in je eigen nadeel.

Ja?

OVT: Er werd afgesproken dat atoombommen nooit ingezet zullen worden in een oorlog. Alleen conventionele wapens.

Inderdaad...

OVT: Een land is dus het veiligst als het geen atoombommen heeft!

Hoezo?

OVT: Met conventionele wapens kun je atoombommen tot ontploffing brengen waar ze staan!

Denk je dat?

OVT: Ik denk dat niet, het is zo. Zonder de overeenkomst te schenden, kan elk land gewone raketten afvuren naar een kernmogendheid: naar de flatgebouwen daar, naar de spoorwegen, naar de kerncentrales of naar de opslagplaatsen met kernwapens, zoals Kleine-Brogel in ons land.

Maar iedereen heeft luchtafweergeschut!

OVT: Van een zogenaamd rakettenschild is hier bij mijn beste weten helemaal geen sprake en zelf als er eentje is, kan het niet veel voorstellen. Heb je ooit gehoord van de kartonnen tanks?

Dat zegt me iets, ja.

OVT: In feite ging het om opblaasbare tanks, de Britten gebruikten ze als eersten, al in de Eerste Wereldoorlog, de zogenaamde 'spoofs', maar iedereen had er en in de Tweede Wereldoorlog werden ze ook echt ingezet. Er werden ook valse tanksporen gemaakt en de echte werden uitgewist.

Ik snap het al: men kan nepraketten afschieten naar de vijand totdat zijn luchtafweer op is...

OVT: Haha! Mijn beste: ik wil alleen maar zeggen dat het eerste en belangrijkste wapen in oorlogstijd de leugen is. Met leugens en bluf, zo geloofwaardig mogelijk, probeert men zijn vijand van de wijs te brengen. Irrationaliteit betekent in dit geval uiteraard: gehoor geven aan de vijand, rekening houden met wat hij zegt. Massamoordenaars liegen, dat is zo klaar als een klontje. Als zij de waarheid spreken, dan gebeurt dat toevallig en onbedoeld. Dat is juist oorlog. Maar de grootste leugen, ik zei het eerder al maar men heeft er geen oren naar, is het verhaal dat in de oorlog de ene natie tegen de andere vecht, de ene mogendheid tegen de andere.

En dat is niet zo?

OVT: Andermaal, de strijd voltrekt zich niet tussen mogendheden maar tussen klassen.

Klassen van mensen?

OVT: Sociale klassen, inderdaad. De zogenaamde elite voert oorlog tegen het volk door de mensen tegen elkaar op te zetten. Dit keer is het overduidelijk: de orthodoxe patriarch spoort de Russen aan om Poetin te gehoorzamen en de bisschoppen alhier bejubelen wie aan het front tegen de Russen gaan sneuvelen. Het staat allemaal in de kranten, ik heb er bij andere gelegenheden al naar verwezen en ik wil niet in herhaling vallen maar de herhaling is nu eenmaal de beste leermeester; je kunt het natrekken, er is geen speld tussen te krijgen.

De oorlog wordt georkestreerd?

OVT: Overduidelijk is dat. De Berlijnse kunstenaar Helmut Herzfeld die onder de schuilnaam John Heartfield publiceerde, heeft dit duidelijk in de verf gezet met zijn werk uit 1932, getiteld: “Krieg und Leichen - Die letzte Hoffnung der Reichen", een fotomontage die een hyena met een hoge hoed voorstelt die over de lijken in de loopgraven kruipt.

Doen de wereldleiders dat dan welbewust?

OVT: Ha, wat is bewustzijn, mijn beste? Laten we zeggen dat ze knipogen naar elkaar, begrijp je? Ik zei het al: hun meedogenloosheid treft niet alleen de vijand maar evenzeer de eigen soldaten en het eigen volk en zelf opereren ze vanuit hun bunkers, die kleinzerige lafaards.

Maar waarom dan?

OVT: Herinner je je de pandemie?

Ja...

OVT: Moet ik je nog overtuigen van de irrationaliteit aldaar? En van de achterliggende bedoelingen? Het volk moet uitgedund worden en in het gareel gebracht want de koningen worden dezer dagen uitgejoeld en dat verdragen ze niet, zie je? En hoe maak je daar een eind aan? John Heartfield heeft het duidelijk gezegd! Kijk, ik vind hier nog twee artikels uit 2020, moet je eens lezen, ze zijn geschreven door iemand die heel goed weet wat hij zegt als hij beweert dat wij geregeerd worden door criminelen want het gaat om een burger van Zuid-Afrika, waar tot voor kort de Apartheid van de partij was, over die misdaad tegen de menselijkheid heb je toch al gehoord?

Jazeker...

OVT: “Coronavirus social distancing is eigenlijk een verbloemde, modieuze en gelegaliseerde vorm van apartheid”, aldus luidt de titel van een artikel van Maart 2020. Het is van de hand van de stichter van de Nieuwe Apartheid Studies, professor Nyasha Mboti van het departement Communicatiewetenschappen van de University of the Free State in Bloemfontein, Free State, Zuid-Afrika. (1) Een ander artikel, eveneens van Maart 2020 en van dezelfde specialist in de misdaad van het “divide et impera” waartoe de misdaad van de rassensegregatie behoort, luidt: “Loog de WereldGezondheidsOrganisatie over Covid-19 in haar bewering dat het om een pandemie gaat? Het antwoord is JA”. (2)

Tja...

OVT: “Het kritiekloos aannemen en normaliseren van apartheid onder de dekmantel van zogenaamde 'social distancing' is beschamend en schandalig en moet in vraag gesteld worden”, aldus wordt het eerste artikel van Mboti samengevat en hij werpt cynisch genoeg de vraag op hoe dan de social distancing te handhaven op bijvoorbeeld een slavenschip waarin de lichamen opeen gepakt lagen. Hetzelfde geldt met betrekking tot de talloze armenwijken zoals bijvoorbeeld in Mumbai en in de vluchtelingenkampen. “Een pandemie is een unieke gelegenheid voor de criminelen die ons regeren om dit soort zaken in te voeren”, zo schrijft hij: “De wereld na de pandemie zal radicaal verschillen van de wereld voordien wegens alles wat we aanvaard hebben in plaats van het in vraag te stellen.” (3) Zie je het verband nu met vandaag de dag, de oorlog in Europa, in de wereld?

Ja...

OVT: Mboti kan het weten want hij werd geregeerd door criminelen van 1948 tot 1990, toen de apartheid die, het weze herhaald, een misdaad is tegen de menselijkheid, in Zuid-Afrika een politiek systeem was. De apartheid werd verdedigd door de Protea, een Vlaamse 'vriendengroep' die beweerde de waarheid te zeggen over de Apartheid... men praatte het goed dat de zwarten bijvoorbeeld in apart openbaar vervoer moesten reizen met het bovendien valse argument dat ze vuil waren en derhalve een gevaar voor de gezondheid van de blanke bevolking.

Ik zie het, ja...

OVT: Moet je maar eens lezen... maar nu moet ik mij reppen, het irrationele wint het van de rationaliteit, het is zo in 't groot en ook in 't klein, en zeg eens eerlijk: kan men daar als puntje bij paaltje komt iets tegen beginnen? Haar wil is nu eenmaal wet!

Bedoel je de wil van je vrouw?

OVT: Die van de irrationaliteit, mijn beste!

(Wordt vervolgd)

(J.B., 16 oktober 2022)

Verwijzingen:

(1) https://www.researchgate.net/publication/340077301_Coronavirus_Social_Distancing_

is_Just_Euphemised_Fashionable_Legalised_Apartheid

(2) https://www.researchgate.net/publication/340166089_Did_the_World_Health_Organisation

_WHO_lie_about_Covid-19_being_a_pandemic_The_answer_is_YES

(3) Zie het abstract via de link onder voetnoot “(1)”.

(4) Zie het abstract via de link onder voetnoot “(2)”.




De 'nieuwe wereldorde' - Aflevering 4: Chaos

De 'nieuwe wereldorde'

Aflevering 4: Chaos

De opvatting die ook gangbaar was in de 'nazi-ideologie', namelijk dat de mens de natuur een handje zou moeten helpen, verkapt eigenlijk het goedpraten van de vernietiging van de cultuur en zij gaat daarom paradoxaal genoeg hand in hand met een tekort aan respect voor de natuur, daar het respect voor de natuur een culturele verworvenheid is.

Bijzonder tekenend voor het faliekante gebrek aan respect voor de natuur (afgezien van de ongeremde afvalproductie en de beschadiging van het milieu) is de zich in allerlei vormen manifesterende mening dat het wenselijk is de natuurwetten naar willekeur om te buigen, terwijl dat zelfs niet eens mogelijk is.

Een van de meest hardnekkige misverstanden in verband hiermee is het geloof dat de mens ook inzake zekere natuurwetten het heft in eigen handen moet nemen, alsof hij dat ook al kon. Dit onverstand manifesteert zich bij uitstek waar, geheel in strijd met fundamentele natuurwetten die zich uitdrukken in het goddelijke bevel aan de mens dat hij zijn brood zal eten in het zweet van zijn aanschijn, men denkt dat men geheel ongestraft het gemak en de minimalisering van fysieke inspanningen zou kunnen nastreven en realiseren.

De betreffende wet is nochtans simpel en houdt verband met het proces van verbranding als basis van energiewinning dat vergt dat brandstof en zuurstof worden aangevoerd in optimale verhoudingen. Dat energieleveringsproces is van tel om een kachel optimaal te laten branden maar evenzeer geldt het met betrekking tot de aanvoer van brandstof en zuurstof in het lichaam. Dat men moet eten om (uiteraard naast bouwstoffen) voldoende brandstoffen binnen te krijgen, kunnen wij begrijpen en beamen wij wellicht makkelijker dankzij het bestaan van de eetlust. Edoch, dat wij er tevens moeten voor zorgen voldoende zuurstof op te nemen, lijken wij te vergeten.

Met de zuurstofopname is het immers totaal anders gesteld dan met de opname van brandstof omdat de lust die gepaard gaat met eten afwezig lijkt waar er moet geademd worden. Het probleem situeert zich meer bepaald in een welbepaalde historische verschuiving met betrekking tot de voedselverwerving welke zich heeft voorgedaan in de loop van de menselijke ontwikkelingsgeschiedenis. Waar tot pakweg enkele eeuwen geleden de voedselverwerving voor de meeste mensen gepaard ging met de enorme fysieke inspanningen welke gevergd worden door de jacht en de landbouw, hebben in de jongste decennia allerlei machines de mens niet alleen van de fysieke arbeid ontlast maar er hem ook van beroofd.

Immers, ook het dier mens is zo gegroeid dat voldoende zuurstofopname pas mogelijk is bij voldoende fysieke inspanningen die immers het ritme van de ademhaling en de hartslag opdrijven tot de door de natuur vereiste intensiteit in functie van een optimaal lichamelijk functioneren. Als wij met andere woorden niet langer jagen en wroeten op het veld, krijgt ons lichaam ook niet langer de vereiste portie beweging die noodzakelijk is voor de zuurstofopslag omdat beweging omzeggens werkt als een (onvervangbare) zuurstofpomp.

Het opdrijven van de ademhaling of van de hartslag met bijvoorbeeld chemische middelen kan ons hierin geen stap vooruit helpen omdat dit niet resulteert in een verhoogde zuurstofopname doch veeleer in een verstoring van de evenwichten welke nodig zijn voor een goede gezondheid. Het lichaam van bedlegerigen verzwakt binnen de kortste keren, ook wanneer zij voldoende eten terwijl de ademhaling helemaal niet belemmerd wordt. Die verzwakking toont zich uiterlijk bijvoorbeeld in het atrofiëren van het spierstelsel maar zij geschiedt tevens op minder zichtbare manieren, bijvoorbeeld in de degeneratie van alle lichaamscellen die dan immers te lijden krijgen van een verstoorde celademhaling.

Het aantal ademhalingskrachtcentrales of mitochondriën die instaan voor de energielevering op celniveau neemt af en door het nijpend zuurstoftekort schakelt de cel over op energiewinning middels anaerobe processen of dus gistingsprocessen - een evolutie welke zich vertaalt in het ontstaan van ongeremde celgroei of kanker. Kanker wordt een beschavingsziekte genoemd, niet omdat deze ziekte een gevolg zou zijn van een teveel aan beschaving maar, geheel andersom, omdat zij volgt uit het gebrek aan respect voor de natuur, wat van een tekort aan beschaving getuigt. (1)

Wetenschapsbeoefening is een culturele verworvenheid die mag en moet maar het is een schromelijk misverstand dat zij ook maar iets kon te maken hebben met het wijzigen van de wetten van de natuur. Wat de mens nastreeft in de beoefening van de wetenschappen is onder meer het naar zijn hand zetten van de natuurwetten, als een 'verlengstuk' van het naar zijn hand zetten van de natuurkrachten, wat bijvoorbeeld ook de bever doet wanneer hij een dam bouwt. Die wetenschappelijke en technische activiteiten zijn noodzakelijk voor de zelfhandhaving en voor het voortbestaan van de soort maar zij pretenderen niet de natuur als zodanig te wijzigen. Het is overigens onmogelijk om de wetten van de natuur naar zijn hand te zetten als men er niet eerst voor buigt. De natuurkrachten kan men met andere woorden pas benutten als ze men die eerst kent en erkent. Het in de wind slaan ervan of het geloof dat men ze kon overwinnen of vervangen door wetten van eigen makelij kan slechts resulteren uit mateloze onwetendheid en arrogantie. Dergelijke handelwijzen brengen niet alleen geen aarde aan de dijk: in plaats van die te vernieuwen, vernietigen zij de bestaande wereldorde en laten zij slechts een spoor van chaos achter en van ziekte.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 11 oktober 2022)

Verwijzingen:

(1) Deze problematiek werd uitgebreid behandeld door de medicus, fysicus en pedagoog, dr. Ernst van Aaken in enkele van zijn werken, waaronder Programmiert für 100 Lebensjahre. Wege zur Gesundheit und Leistungsfähigkeit, uitgegeven bij Pohl-Verlag, Celle, 1974. Een bijzonder bevattelijke samenvatting van de basisideeën uit van Aakens werk in het Nederlands is Kris Vansteenbrugges boek: De mens... een loopdier. Zie:

https://www.bloggen.be/kris/archief.php?ID=13




Lucebert

Lucebert



2504862-0dfe3890bc2431dc52ddaca7db3210ef.jpg

De 'nieuwe wereldorde' - Aflevering 3: Complexiteit en kwetsbaarheid, of: “Alles van waarde is weerloos”

De 'nieuwe wereldorde'

Aflevering 3: Complexiteit en kwetsbaarheid, of: “Alles van waarde is weerloos”

Het lagere is relatief eenvoudig, het hogere is complex. Stenen zijn eenvoudigere dingen dan planten maar dat planten complexer zijn, betekent meteen ook dat zij een grotere kwetsbaarheid hebben dan stenen: zij kunnen makkelijker worden herleid tot dood materiaal terwijl stenen slechts verpulverd kunnen worden omdat zij helemaal niet leven. Nog complexer dan planten zijn (alvast hogere) diersoorten met helemaal bovenaan de piramide de mens zodat de mens het meest complexe maar ook het meest kwetsbare wezen is. En onder de mensen zijn er dan opnieuw verschillen tussen de individuen maar ook tussen de vele culturen. De complexiteit van een cultuur of van een maatschappij weerspiegelt zich in de complexiteit maar ook in de kwetsbaarheid van de hele infrastructuur en niet in het minst in die van de menselijke interdependentie. Het bouwen van kathedralen en van hoge torens kan slechts de vrucht zijn van jarenlang hoogtechnologisch werk en van een complexe samenwerking van vele specialisten maar het vernielen van zo'n bouwwerk gebeurt zelfs door één domme vergissing of door een foutief manoeuvre. Het vraagt naast uitzonderlijke talenten, decennia studie om concertpianist te worden maar het verlies van één vinger berooft de betrokkene van al het moeizaam verworvene, van zijn artistieke carrière en van alle te verwachten topprestaties. Het hoger ontwikkelde is waardevoller maar ook complexer en derhalve kwetsbaarder. De Franse paleontoloog en theoloog Pierre Teilhard de Chardin omschreef de ontwikkeling van het leven, van de mens en van de (menselijke) maatschappij als een proces gekenmerkt door voortdurende toename van complexiteit maar zijn waarneming van het verschijnsel dat alles wat opstijgt ook samenkomt - “Tout ce qui monte, converge” - geldt uiteraard niet zonder meer: tegelijk geldt immers dat men dieper kan vallen in de mate dat men hogerop geraakt en dat is uiteraard de mythe van Daidalos en Ikaros. De waarschuwingen van zijn vader ten spijt, vliegt Ikaros met vleugels met was aan zijn armen vastgehecht veel te dicht bij de zon: die doet de was smelten en de overmoedige Ikaros stort neer in zee. (1) Als heden sprake is van het dagen van een nieuwe wereldorde, dan heeft dit helemaal niets te maken met een of andere verandering van bestuur of met de opkomst van een andere orde, laat staan met een verbetering van het actuele: de nieuwe wereldorde is niets anders dan de ineenstorting van de bestaande orde. De overgang van een moreel hoogstaande maatschappij naar een die enkel oor heeft voor de wet van de jungle of het recht van de sterkste is niet een onschuldige terugkeer naar de natuur maar betekent niets minder dan een fataal verlies van de culturele verworvenheden en, met het verdwijnen van de wetten en van de orde, een teleurgang van de maatschappij als zodanig. Dit was ook het geval ten tijde van het nazi-regime in Duitsland waar de nitwits aan de macht het nodig vonden om de natuur een handje te helpen in haar 'natuurlijk selectieproces'. De 'ideologie' welke de onvermijdelijk daaruit voortkomende misdaden moest verantwoorden, was enkel het ontbreken van een ideologie, het was de totale gedachteloosheid, het totale gebrek aan inhoud en zin dat slechts kan resulteren in chaos en in massamoord. Alles van waarde is weerloos, zoals de Nederlandse dichter Lucebert het verwoord heeft. (2)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 10 oktober 2022)

Verwijzingen:

(1) Zie: https://www.bloggen.be/dzeus/archief.php?ID=3101743

(2) Lucebert (1924-1974), in het gedicht: De zeer oude zingt;

Zie: https://neerlandistiek.nl/2022/01/lucebert-de-zeer-oude-zingt/ 




De 'nieuwe wereldorde' - Aflevering 2: Van democratie naar autocratie

De 'nieuwe wereldorde'

Aflevering 2: Van democratie naar autocratie

Vooraleer het te hebben over de ernst van het gevaar wanneer schurken aan de macht komen, dient iets gezegd te worden over referentiekaders. Mensen vellen oordelen over anderen en zij doen dat uiteraard aan de hand van referentiekaders. Die kaders kunnen meer of minder uitgebreid zijn, meer of minder relevant, accuraat, complex, gedegen en ga zo maar door. Geschoolde mensen zullen uiteraard meer genuanceerde referentiekaders hanteren dan mensen die analfabeet zijn of cultuurbarbaar. Specialisten in zekere vakgebieden kunnen ook meer eenzijdige kaders hanteren dan mensen met een algemene vorming. Kortom, de door ons gehanteerde referentiekaders hebben alles te maken met wie wij zijn, met wat wij weten, kennen en kunnen, met wie wij kennen ook en met degenen die macht hebben over ons, zoals onze familieleden, onze werkgevers, zekere politici en zo meer. In het kader van het onderhavige onderwerp is het nu van belang ons te concentreren op een toepassing van het gegeven dat door Spinoza opgeworpen werd, met name dat het feit dat 'het betere' even moeilijk als zeldzaam is. Want zoals dat ook het geval is in de sport, waar de massa slechts toeschouwers zijn, waar vervolgens een grote groep liefhebbers aan sport doen en waar tenslotte de topsport voor slechts enkelingen blijft weggelegd, met één allerbeste op het schavot, eventueel geflankeerd met de ondankbare tweede en derde plaats, zo ook is het gesteld met de relatie tussen het niveau van ontwikkeling van de menselijke geest en de grootte van de respectievelijke groepen die aan een zeker niveau beantwoorden: velen zijn onderontwikkeld, een grote groep is matig ontwikkeld en slechts een kleine groep van mensen zijn bedeeld met een abnormaal hoge intelligentie, kunde, inzicht of hoe men het ook noemen wil. Insgelijks hebben het merendeel van de mensen een simpel doch weinig accuraat en nog minder relevant referentiekader, terwijl slechts een minderheid de dingen in een betekenisvolle context weet te plaatsen. En in een democratie, waar de meerderheid het voor het zeggen wil hebben, kan dat gegeven uiteraard niemand onberoerd laten.

Het is een goede en rechtvaardige zaak dat ook de zwakste leerlingen school kunnen lopen en een plaats krijgen in de maatschappij omdat onrecht sowieso een niet te dulden euvel is maar het is even belangrijk dat oordeelsvorming over zaken die er echt toe doen, niet wordt overgelaten aan de massa of dus aan de referentiekaders van een ondermaats ontwikkelde meerderheid: zij moet in handen blijven van de bekwaamste vaklui met betrekking tot het gebied in kwestie. Want waar een onderontwikkelde meerderheid het voor het zeggen krijgt over het lot van de meer ontwikkelde minderheid, zal de maatschappij waarin zich dit proces voltrekt, ontegensprekelijk vervallen in barbarij. Hoger ontwikkelde mensen zullen moeten vrezen in handen te vallen van wreedaards wanneer die bijvoorbeeld oordelen dat wiskundige formules die zij immers niet kunnen lezen en waarvan zij de betekenis niet eens kunnen bevroeden, afgedaan worden als onzin. Bij de barbaren dienen boeken enkel nog om een tafel met een wat te korte poot mee recht te zetten, zoals een groot romanschrijver het ooit verwoordde. Maar niet alleen de boeken maar ook hun auteurs die zich wagen aan genuanceerde uitlatingen en stellingnames dreigen dan door de massa van onwetenden belaagd te worden, opgejaagd, vervolgd en uiteindelijk, zoals Heinrich Heine het lang geleden al dichtte, gedood. De recente geschiedenis en meer bepaald de periode voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog in nazi-Duitsland spreekt in dit verband boekdelen. Grote geleerden trokken als zij daartoe de kans hadden massaal het land uit, vaak richting Verenigde Staten, terwijl anderen, bij het zien naderen van de dreiging, zichzelf van het leven benamen.

De genoemde dreiging wordt fataal versterkt wanneer bovendien de massa erin slaagt om nitwits en wreedaards aan de macht te brengen en deze laatsten azen daar ook vaker op, wat zich verraadt met een handelwijze welke wordt omschreven als populisme. Op onverwachte of onvoorziene ogenblikken ontpoppen zich dan de betrokken potentaten als volstrekt onbekwaam en zij blijken erin te slagen om hun onwetendheid en onkunde zo lang te verbergen middels allerlei trucs die ook bekend zijn in de dierenwereld en die zich laten benoemen met de term mimicry. Onverstandige lieden kunnen ervoor zorgen dat zij eruit zien als geleerden door een bril te dragen, een frons op het voorhoofd te toveren of een stethoscoop om de nek te hangen. Criminelen doen zich voor als helden met een vlaggetje en enkele medailles op de borst gespeld. Ongeletterden hoeven alleen maar te zwijgen, handjes te geven, duur schoeisel te dragen en een zijden kostuum. Zich door enkele eventueel gewapende bodyguards laten vergezellen garandeert een indruk van belangrijkheid, alsook voortdurend op de polshorloge kijken en schijnbare telefoonoproepen beantwoorden, fluisteren met zijn gezelschap, zekere gebaren maken en zo meer. Rijden in dure wagens en gebruik maken van andere statussymbolen zijn methodes die niet eens hoeven vernoemd te worden omdat elkeen ze kent.

Aldus ontstaat de 'nieuwe wereldorde' en jammer genoeg is zij een bijwerking van de zozeer en heel terecht op handen gedragen democratie die echter haar eigen ondergang structureel in zich verankerd weet om aldus het oeroude mysterie van de tegendoelmatigheid van alle menselijke handelen andermaal te illustreren. Inderdaad, de autocraat is het gevreesde kind van de verweesde democraat.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 10 oktober 2022)






De 'nieuwe wereldorde' - Aflevering 1: de complottheorie en de realiteit

De 'nieuwe wereldorde'

Aflevering 1: de complottheorie en de realiteit

De voorspelling van Omsk Van Togenbirger van 2 oktober l.l. dat Poetin, Ramzan Kadyrov zou gaan rekruteren voor het Russische leger, bleek twee dagen later bewaarheid: eergisteren, op 4 oktober, maakte de Tsjetsjeen zelf bekend dat Poetin hem heeft gepromoveerd tot zijn kolonel-generaal. Op de vraag aan Van Togenbirger welke informatiebronnen hij dan raadpleegt daar zijn voorspellingen dan toch wel bijzonder accuraat blijken, antwoordt hij dat hij helemaal geen Tv kijkt en ook geen kranten leest: de feiten spreken voor zich, aldus Van Togenbirger, maar de leugenachtige media waaronder wij al tijden gebukt gaan, verhinderen juist dat de waarheid aan het licht kan komen, het zijn namelijk de media die het volk emballeren in de virtuele wereld waarover wij het eerder hebben gehad.

Dat men zich omtrent de gang van zaken in de wereld een voorstelling maakt die altijd een stuk mooier is dan de werkelijkheid, heeft niemand minder dan Shakespeare ons geleerd: de bittere waarheid dat wij het nooit zo erg kunnen denken als het is. (1) En zo bestaat het ook dat de complottheorieën, naar aanleiding waarvan allerlei politici en andere zich naar het voorplan wurmende individuen het volk proberen te sussen dat het om verzinsels gaat, in de schaduw gesteld worden van een veel weerzinwekkender realiteit: was het maar waar dat zij die achter de schermen een nieuwe wereldorde bekokstoven geleerden, gezagsdragers, economen en andere erudiete belanghebbenden zijn! Bijzonder rauw komt men in dezer prompt voor de dag met daders van een heel ander allooi: ongeletterde autocraten en moordenaars zoals Kadyrov, met betrekking tot wie wij nu moeten vrezen dat hij de aanvoerder zal wezen van de gigantische schrikwekkende machinerie welke wordt losgelaten op het westen en waarvan ons de onderdelen al voor een deel bekend zijn uit het recente verleden: moslimterreur en ander terrorisme, nucleaire verrassingen waarvan de letale werking niets aan de fantasie overlaat, sadisme en moordlust, vrijheidsberoving en blinde vernietigingsdrang. En het monster dat op ons wordt losgelaten is er eentje dat in dat soort van zaken een ongeremd plezier schept: de geduchte verborgen folterkamers van de Tsjetsjeense bende worden nu uitgebreid tot gans West-Europa en misschien wel tot het Westen als zodanig.

Iedereen heeft gehoord over de vergiftiging met polonium van de Russische dissident Aleksandr Litvinenko in 2006: de moord gebeurde nadat deze voormalige veiligheidsagent onderzoek was gaan doen naar de dood van de Russische journaliste en mensenrechtenactiviste Anna Politkovskaja wiens lijk een goeie maand eerder in een lift werd aangetroffen. Zij werd gedood met een revolverschot, de dader werd opgepakt doch de opdrachtgever werd nooit gevonden. Eerder was al een moordpoging met vergif op haar mislukt. De zaak is dat zij de folterkamers van Kadyrov op het spoor gekomen was. Zij publiceerde over de voor de wereld verborgen wandaden van Kadyrov en van Poetin. (2)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 6 oktober 2022)

Verwijzingen:

(1) “There are more things in heaven and Earth, Horatio, / Than are dreamt of in your philosophy” (Shakespeare, Hamlet).

(2) Anna Politkovskaja publiceerde onder meer: A Dirty War. A Russian Reporter in Chechnya, London 2004; Poetins Rusland (Putin's Russia), Breda 2005; Russisch dagboek (A Russian Diary), Breda 2007.






Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 20. De Verboden Kamer



Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 20. De Verboden Kamer

Tot slot nog dit. De idee dat wij bedrogen worden door een virtuele wereld is allerminst nieuw. In het Hindoeïsme is er het begrip 'maya', een Sanskriet woord uit de vierduizend jaar oude hindoefilosofie, de vedanta ('ved' betekent 'weet' en 'anta' betekent 'einde', waaruit: 'ved-anta' of 'weet-einde', 'het einde van het weten', 'het einde van de kennis'). Maya betekent: magie, illusie of begoocheling. In het hindoeïsme gaat men er namelijk van uit dat de wereld zoals die aan ons verschijnt, niet de echte werkelijkheid is: de ware werkelijkheid verbergt zich achter datgene wat onze zintuigen ons laten geloven wat echt is.

Omstreeks 400 jaar voor Christus schreef Plato zijn 'Allegorie van de grot' waaruit een gelijkaardig geloof blijkt: de zintuiglijke wereld is een vergankelijke afschaduwing van de ware realiteit welke de vormenwereld is, de wereld van de onvergankelijke ideeën. Zeshonderd jaar later geloofde Plotinos dat de waarheid niet in de uiterlijke wereld maar in de ziel moest gezocht worden. Dat geloofde ook de grote filosoof en kerkvader Augustinus van Hippo (354-430 P.X.): de kosmos, de Bijbel en de Ziel zijn de drie toegangswegen tot de waarheid, maar de Ziel is de ware weg; de zintuiglijke wereld is niet de echte maar slechts een symboolwereld die verwijst naar een diepere, daar achter liggende werkelijkheid.

De wereld als symbool van een diepere werkelijkheid is weliswaar een mooi verhaal dat de fantasie kan prikkelen van wie zich vervelen maar de werkelijkheid ziet er intussen lichtjes anders uit. Op heel wat plekken wordt de wereld geregeerd door agressieve arrogante nitwits die het leven van miljarden mensen in gevaar brengen alsook alle leven op de blauwe planeet die wij vooralsnog mogen bewonen maar die zeker niet de onze is, ook al hebben wij ons die toegeëigend. Nitwits zoals Poetin en zijn oligarchen, incluis de Tsjetsjeense analfabeet die wil gaan spelen met de paddenstoel van Albert Einstein maar niet minder de Amerikaanse potentaten die hun verkiezingszege danken aan de wapenlobby en aan de moordende economie, met in hun zog de Europese koningen en leiders. Alsook: de leiders van Noord-Korea die hun persoon laten vereren, de onfeilbare paus van Rome die bij hoog en bij laag beweert god op aarde te vertegenwoordigen en de sleutels te bezitten van de hemelpoort. Alsook de evenknie van deze megalomaan in het Oosten waarvan de laatstgenoemde de Russen naar het front jaagt om zoals Poetin het wil tegen het westen te gaan vechten. De bisschoppen van de eerste noemen het dan weer een daad van opperste naastenliefde om te gaan sneuvelen tegen de Russen. Zij allen houden ervan om met het leven van ontelbare mensen te spelen maar geen van allen hebben ze ooit zelf hun nek uitgestoken, integendeel: hun schuilkelders zijn om ter diepst, zij zijn lafhartige bekvechters omringd door hoge muren en door tot de tanden toe bewapende lijfwachten. Maar.

In een kamer die virtueel lijkt maar die dat zeker niet is - zij heet 'de Verboden Kamer' omdat niemand erin mag - staat een eikenhouten tafel zonder eikenhouten stoelen er rond en op die eikenhouten tafel ligt een briefje, of is het een boek? Dat briefje (of is het een boek?) is eigenlijk een lijstje, een verlanglijstje, opgesteld in het grootste geheim, allerminst virtueel doch echt ondertekend door alle burgers van deze wereld. Op dat lijstje staan de namen van een aantal 'leiders', die vooralsnog aanbeden worden, geëerd, lof toegezwaaid en op handen gedragen. De titel van dat lijstje luidt: 'Gezocht'.

In de Verboden Kamer werd door het volk beslist dat voortaan alle soldaten die voorheen bedankt werden om hun leven te offeren voor 'het vaderland', wat dat ook moge betekenen, en die daarop ongetwijfeld zouden antwoorden met: “Graag gedaan!” - laten alle resterende soldaten nu maar eens aan het muiten gaan, aan beide zijden van het front, en voor toeschouwer spelen, het wordt voorwaar een festival van de lach. Plaats de wereldleiders in een arena om de Derde Wereldoorlog onder elkaar uit te vechten met de blote vuist.

(J.B., 4 oktober 2022)






Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 19. 'Wij zijn slechts goddelijke droombeelden

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 19. 'Wij zijn slechts goddelijke droombeelden'

Afgezien van het feit dat wij geloven te balanceren tussen werkelijkheid en virtualiteit, zonder eigenlijk goed te weten wanneer we in de werkelijkheid vertoeven en wanneer we ten prooi zijn aan het virtuele, zijn er grote geesten die reeds lang geleden vermoed hebben dat ons 'werkelijk' bestaan als zodanig niet anders dan 'virtueel' kan zijn en wel hierom, namelijk dat zij geloven dat wij alleen maar bestaan als een goddelijke droom. De Ierse wijsgeer bisschop George Berkeley (1685-1753) schreef hierover in zijn subjectief idealistisch werk, getiteld: A Treatise Concerning the Principles of Human Knowledge. Zijn immaterialisme stelt dat de stoffelijke wereld alleen binnen de geest bestaat omdat iets pas kan zijn als het waargenomen wordt ('esse est percipi'), waaruit volgt dat al het bestaande - wij, mensen, incluis - dit bestaan te danken heeft aan het feit dat het (eerst) in Gods geest bestaat. Op elk ogenblik opnieuw worden wij door God geschapen doordat hij (aan) ons denkt en houdt God op met denken, dan verdwijnt alles onmiddellijk in het niets. De vooraanstaande hedendaagse Roemeens-Amerikaanse filosoof Costica Bradatan, die over Berkeley doctoreerde, schreef in dat verband een belangrijk artikel dat handelt over een essay uit 1905 van de Spaanse filosoof, dichter en romancier Miguel de Unamuno, getiteld: “Vida de Don Quijote y Sancho” waarin hij stelt dat het bestaan van Cervantes' Don Quijote waarachtiger is dan dat van zijn schrijver. Unamuno ontleedt deze geniale literaire kunstgreep in een verhaal uit 1914, getiteld: “Niebla”. Costica Bradatan onderzoekt de bijzondere band tussen realiteit en fictie die zich hierbij openbaart. Bradatans artikel in de Nederlandse vertaling verscheen eerder in het tijdschrift Portulaan en kan gelezen worden via de volgende link:

“Wij zijn slechts goddelijke droombeelden”: het verhaal als Imitatio Dei bij Miguel de Unamuno.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 3 oktober 2022)

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 18. Einstein, God en de barbaren

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 18. Einstein, God en de barbaren

Zoals gezegd zijn de feiten ons altijd een stapje voor ofwel, als zij zich voortspoeden in zevenmijlslaarzen, zijn ze ons wel zeven mijlen voor: reeds heeft Rusland zowat twintig percent van de Oekraïne ingelijfd en dat ook al gevierd met veel bombarie en met bijna letterlijk onze tekst van 29 september daarin verwerkt, verwijzend naar een aantal historische feiten die het westen in een niet al te prettig daglicht zetten. Uiteraard ging de Russische president hierbij nogal selectief te werk, maar bon, dat doen ze overal, toch? De zaak is, zoals nu vrijwel alle historici het beamen, dat de toetreding van de Oekraïne tot de NAVO automatisch de Derde Wereldoorlog in gang zal zetten. En Zelenski duwt de zoveelste aanvraag tot een spoedprocedure onder de neus van von der Leyen die er, alle retoriek ten spijt, nog wel heel eventjes zal moeten over nadenken. Alvast de volgende twee mogelijkheden opperen zich dan quasi onmiddellijk: het westen zal de vijandelijkheden van het Rusland beantwoorden en de strijd breidt zich over de gehele wereld uit, of moet men nu toch spreken over de aarde? Ofwel laten de westerlingen de wapens links liggen en blijven de Amerikanen dreigen met de economische sancties die nu niet alleen de Oekraïners zullen doen steigeren maar ook de rest van de Europeanen. Dat laatst genoemde is misschien wel het meest waarschijnlijke geval omdat met het gewisse optreden van de ongeletterde Kadyrov (die wellicht eerlang door Poetin zelf gerekruteerd zal worden voor het Russische leger) nu eens voorgoed bezegeld wordt dat inderdaad de barbaren het in de wereld voor het zeggen hebben en dat zij, ofschoon zij altijd al moeite hadden met het maken van optelsommetjes, zij toch degenen zullen wezen die beslissingen zullen treffen over het al dan niet inzetten van het door de grootste wiskundige aller tijden ontworpen vernietigingswapen dat niet alleen qua vorm op een paddenstoel gelijkt. En doet dat geval zich inderdaad voor, dan begint het er heel sterk op te gelijken dat in de kortste keren onze identiteitskaarten er lichtjes anders zullen gaan uitzien en zo ook ons burgerschap, incluis ons inkomen, onze vrijheid, de manier waarop wij geïnformeerd worden, opgevoed, gehuisvest en geliquideerd. Niks nieuws aan, dat ongeletterden spelen met het werk van Einstein, aldus Van Togenbirger: het mensdom speelt al tijden met het werk van God...

(Wordt vervolgd)

(J.B., 2 oktober 2022)






Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 17. Wel, we zitten er al een poosje in

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 17. Wel, we zitten er al een poosje in

Hoe men het ook draait of keert, men loopt altijd achter de feiten aan: de mensheid of althans het 'gepapiereerde' deel van de mensheid en dus degenen die op papier bestaan, zij die het voor het zeggen hebben - hadden - zit reeds opgesloten in een virtuele wereld en kan er niet meer uit. Het Westen, dat eeuwenlang de rest van de wereld tot kolonie heeft gehad, dat een exuberante levensstandaard wist te handhaven dankzij telkens een ploeg van vijftig slaven per persoon, het westen dat in een mum van tijd de bodemschatten van de rest van de wereld heeft opgesoupeerd - dat westen zit nu gevangen in een leugen waarvan het zich vooralsnog niet bewust kon worden (ingevolge haar alom triomferende arrogantie en hoogheidswaanzin) en die erin bestaat dat het gelooft de wereldleider te zijn, het genie Einstein (de uitvinder van de atoombom) waar ieder ander naar opkijkt, hij die de beschaving uitdraagt en de wetenschappelijke ontwikkeling, de weldoener vanjewelste die gaat en alle volkeren onderwijst.

In zijn virtuele wereld is het westen de leider, vergadert het westen onder de leiding van dames en heren met adellijke titels en namen, wordt er voor het westen geapplaudisseerd en voor euromultimiljardairs die hun fortuin danken aan de ontelbare verslaafden aan computerspelletjes, gaat het westen her en der op bezoek om naar 'de mensen' te wuiven, (weliswaar vanachter kogelvrij glas) om excuses aan te bieden voor afgehakte zwarte handjes of voor kinderlijkjes op begraafplaatsen van de Heilige Moeder de Kerk (“En nu een kruis erover!”, zo klinkt het, “want, hoera, wij zijn terug!”). Kortom, in de virtuele wereld opgesloten is men blind voor zijn geschiedenis, incluis de hedendaagse, met nota bene de Europese concentratiekampen met daarin gevangen zes miljoen vluchtelingen, nog steeds. Alleen wie niet zelf in de virtualiteit vertoeven, weten hoe de werkelijkheid er vandaag uitziet.

Sinds intussen een goed aantal jaren heeft het communistische China zich in Afrika genesteld, volgens sommigen omwille van de grondstoffen die het voor het eigen volk behoeft, volgens anderen omdat het dit continent wil koloniseren op eens een heel andere manier. Destijds gebeurde dat met slavenhandel en plundering met de medewerking van god-op-aarde, zodat het dit keer niet veel slechter kan, een reden om de andere kant op te kijken. Maar er zijn er die beweren dat China momenteel Afrika aan het bekeren is tot het zogenaamde wereldcommunisme.

In dat kader hebben, intussen ook al sinds enkele jaren, Rusland, China, Brazilië en nog een paar paupers zich verenigd in een alternatieve economische bond, vastbesloten om de, geef toe, oneerlijke wereldhandel een halt toe te roepen. Ook het bombardement op het Wereld Economisch Centrum intussen 21 jaar geleden mag gerust gezien worden in het kader van dit proces dat niet overhaast doch vastberaden de ene stap na de andere zet om quasi onopgemerkt het in zijn virtuele wereld verder dromende westen onder de voet te lopen. Er wordt gezegd dat het graan nu maar eens op boten zijn weg moet vinden naar de paupers die het niet betalen kunnen. Dat de gaskraan nu voorgoed dichtgaat en dat de leveringen van fietsen en uurwerken, om maar iets te noemen, made in China en gefabrikeerd door (niet uw) kinderen, worden stopgezet. Er wordt gezegd dat nu op een sluipende manier de infrastructuur van het ingedommelde westen (dat overal waar men zich niet verweren kon, zijn vuilnis heeft gedumpt) naar de haaien zal geholpen worden: gas, elektriciteit, scheepvaart, luchtverkeer, bruggen en wegen, internet: niet drummen, a.u.b., ze komen allemaal aan de beurt. De westerlingen, zo beweren sommigen, zullen zoals de kreeften die zij eten in hun exquise driesterrenrestaurants levend worden gekookt, wat uiteraard wil zeggen: zonder dat zij er ook maar iets van merken. En dat alles dankzij de virtuele wereld waarin zij lustig verder dromen over hun heerschappij.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 29 september 2022)






Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 16. Fictie en werkelijkheid

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 16. Fictie en werkelijkheid

De verleidingskracht van een virtuele wereld heeft te maken met het zich blind staren op de misleidende attributen van de waarheid en de leugen, met name de last en de lust. Maar de moraliteit herleiden tot een louter persoonlijke kwestie, zoals religies dat meestal doen, ware een vergissing omdat de last welke de waarheid begeleidt - de last, de inspanning en de spanning - buiten de persoonlijke wil en wensen om quasi ondraaglijk kunnen worden, wat in het huidige tijdsgewricht bijvoorbeeld het geval is ingevolge een dreiging welke immers een zaak is van het al dan niet voortbestaan van de wereld - een zaak die in handen blijkt van enkele individuen omtrent dewelke goede redenen zijn om heel sterk te twijfelen aan hun goede bedoelingen en aan hun verstand.

Naarmate die dreiging toeneemt, zal uiteraard ook de verleidingskracht van de virtuele werelden toenemen omdat zij de gelegenheid bieden om, alvast voor een poos, de ogen te sluiten voor het reële gevaar dat de mensheid als een zwaard van Damocles boven het hoofd hangt. Door de gewaarwording van de dreiging weg te nemen wordt weliswaar niet het gevaar zelf weggenomen maar wel wordt dan de spanning verminderd en daarmee ook de last die onze zenuwen op de proef stelt, wat wellicht enigszins besparend kan zijn met betrekking tot onze voor een goede gezondheid onmisbare fysieke en psychische energie.

De klassieke en veelal religieuze voorstellingen van de moraal, van goed en kwaad en van de relatie van het goede en het kwade met lasten en lusten, zijn bijzonder misleidend omdat zij er eigenlijk verkeerdelijk van uit gaan dat mensen puur geestelijke wezens zijn zoals de engelen, die principieel helemaal geen rekening hoeven te houden met fysieke draagkracht alsook vooral met het feit dat psychische draagkracht door fysieke draagkracht evenzeer wordt beperkt als gefaciliteerd.

Bij uitbreiding geldt bovendien dat de menselijke wil geen instrument is waarvan men zich naar believen kan bedienen om zijn moreel verantwoorde keuzes te maken omdat de wil altijd verbonden is met handelingen waarvan de realiseerbaarheid mede afhankelijk is van externe factoren omtrent welke onze adequate kennis niet kan verzekerd worden en wat de zaak nog meer bemoeilijkt is het feit dat tot die externe factoren mogelijkerwijze ook andermans wil behoort welke geheel in strijd kan zijn met de eigen wil: het is voor een individu volstrekt onmogelijk om tussenbeide te komen waar bijvoorbeeld een staatshoofd de nucleaire wereldoorlog ontketent terwijl die daad onmiskenbaar bepalend zal zijn voor ieders lot.

Tevens is geen van alle religies in staat om de zin van het lijden én van het kwaad als zodanig te verklaren zonder de toevlucht te moeten nemen tot een tweede wereld welke moet dienen om een vereffening te maken inzake onverdiend leed en lust dat wordt ondergaan in de huidige wereld. Soms kan het goede morele handelen het leed beperken en soms gebeurt precies het tegenovergestelde en haalt men zich lasten op de nek door het kwaad te bevechten: de zaak is dat er in die dingen geen voorspelbaarheid (mogelijk) is. Het lijden in onschuld alsook het zogenaamde 'geluk van de bozen' zijn problemen die geen oplossing kunnen vinden als niet de hulp wordt ingeroepen van de 'deus ex machina' van een bestaan na de dood, een ultieme vergelding.

Maar het verbinden van morele handelingen met beloning en straf en derhalve met schuld is een consequentie van een zeker personalisme en meer bepaald van de opvatting dat verdiensten verankerd zijn met personen. Met de realiteit de liefde die maakt dat het geluk van de ene afhankelijk is van het geluk van de ander, wordt in de religies vaak helemaal geen rekening gehouden, waardoor ze uiteraard zichzelf a priori hebben veroordeeld en wat hen dan sowieso geheel terecht alle krediet ontneemt.

Virtuele werelden verleiden derhalve niet alleen omdat zij ons (alvast tijdelijk) kunnen bevrijden van ziekmakende spanningen: hun aantrekkingskracht is ook toe te schrijven aan het feit dat zij de zekerheid van hun onechtheid bieden waar datgene wat wij als niet-virtueel beschouwen, ons uiteindelijk in de onzekerheid omtrent hun betrouwbaarheid achterlaat. De scheidingslijn tussen het werkelijke en het virtuele is met andere woorden kennelijk zelf een zaak welke zich afspeelt binnen een zekere virtuele wereld.

Andermaal rijst dan de moeilijke kwestie in hoeverre het maken van een onderscheid tussen fictie en werkelijkheid relevant kan zijn en dan in de eerste plaats met betrekking tot ons (morele) handelen dat wij immers gewoonlijk aan de hand van dat onderscheid oriënteren. Als er al virtuele werelden bestaan welke het gemunt zouden hebben op de mens als waarheidszoekend wezen, dan blijken zij alvast bijzonder moeilijk te detecteren omdat elk referentiekader dat zou toelaten dit te doen, uiteindelijk lijkt te ontbreken.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 29 september 2022)

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten Aflevering 15. Over de betekenis der dingen in het licht van de Omega



Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 15. Over de betekenis der dingen in het licht van de Omega

Als het zo is dat een onpersoonlijke macht bezig is de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken, dan kan die opzet alleen maar slaagkansen hebben als de virtuele wereld genoeg aantrekkingskracht bezit, wat uiteraard betekent dat de virtuele wereld moet kunnen wedijveren met de echte wereld. Op de vraag hoe dan de leugen ooit aantrekkelijker zou kunnen zijn dan de waarheid, kennen wij het antwoord wel: de leugen is listiger dan de waarheid maar de waarheid is lastiger dan de leugen.

Wie kiezen voor de waarheid laten zich met andere woorden door de list van de leugen strikken en de list bestaat er dan natuurlijk in om er voor te zorgen dat het slachtoffer zich blind staart op de last van de waarheid, waardoor hij de waarheid als zodanig uit het oog verliest en in het perspectief waarvan de leugen, die immers zonder last is, verschijnt als een lust. In het blikveld van wie aldus gestrikt worden, zijn het niet de waarheid en de leugen die tegenover elkaar staan maar wel hun verraderlijke attributen, de last en de lust. De waarheid is aantrekkelijker dan de leugen maar een lust is aantrekkelijker dan een last.

Nochtans is een lust niets anders dan iets dat niet is, een niet-zijn, een afwezigheid, namelijk de afwezigheid van een last. Spanning voelt aan als een last maar de ontspanning die op de spanning volgt, voelt aan als een lust en zo is ook elke lust niets anders dan het verdwijnen van een last. Omdat het orgasme de kleine dood wordt genoemd, zou men kunnen denken dat de grote dood of dus de dood zonder meer, waarbij elke spanning verdwijnt, het felste wordt begeerd maar niets is minder waar dan dat. De waarheid blijft nastrevenswaardig ondanks de last die ermee verbonden is en de leugen blijft verwerpelijk, alle lust ten spijt, precies omdat de last de conditie is voor de lust en niet en nooit andersom en om dezelfde reden kan er zonder de waarheid geen leugen zijn terwijl de waarheid best zonder de leugen kan bestaan.

De anonieme macht die verleidt tot het verwisselen van de werkelijkheid voor een virtuele wereld, kan derhalve niets anders zijn dan luiheid en, bij uitbreiding, ondeugd in het algemeen. De morele kwaliteiten blijken derhalve hun ontologische basis te vinden in het onderscheid tussen werkelijkheid en waan, in het verschil tussen realiteit en virtualiteit, in de tegenstelling van waarheid en bedrog. Ens et bonum convertuntur, zo klonk het al in de middeleeuwen: het zijn en het goede vallen samen - met andere woorden: alleen het goede heeft werkelijkheidswaarde; het kwaad is een tekort aan zijn, het is een afwezigheid of een niet-zijn.

De verleiding welke de virtuele wereld uitoefent op de mensheid is derhalve die van de dood: het is de verleiding om de spanning los te laten, om niet langer te volharden in de inspanning welke gevergd wordt waar het ware en derhalve het goede worden nagestreefd. (1)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 28 september 2022)

Verwijzingen:

(1) Dit thema wordt uitvoerig behandeld in: J. Bauwens, Het Einde der Tijden. Over de betekenis der dingen in het licht van de Omega, Serskamp 2003.


Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 14. Gaan zijn zevenmijlslaarzen met de mens aan de haal?

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 14. Gaan zijn zevenmijlslaarzen met de mens aan de haal?

Hermes, de met de joodse engelen vergelijkbare goddelijke boodschapper uit de Griekse mythologie, droeg gevleugelde sandalen die hij leende aan de held Perseus opdat die zou kunnen vluchten voor de zusters van Medusa die hij had onthoofd. (1) In het sprookje van Klein Duimpje, in 1812-1822 opgetekend door de gebroeders Grimm, steelt Klein Duimpje de zevenmijlslaarzen van de reus tijdens diens slaap en ook in het in de zestiende eeuw voor het eerst genoteerde en in 1697 door de bundel Sprookjes van Moeder de Gans van Charles Perrault bekend geworden verhaal van De Gelaarsde Kat spelen zevenmijlslaarzen reeds de rol die vandaag door trans- en posthumanisten wordt toegekend aan de (weliswaar meer gesofisticeerde) hulpstukken die de fysieke maar ook de psychische natuurlijke capaciteiten van de mens moeten uitbreiden. Naast haar laarzen behoren immers ook de grootspraak en de listigheid van de gelaarsde kat tot het arsenaal van haar hulpstukken en tot de uitbreiding van Klein Duimpje's psychische hulpstukken behoren tevens zijn vermetelheid en durf welke ook van de partij zijn in de heldendaden van Perseus terwijl Hermes ook de god werd van de welsprekendheid of de retorica, ook wel genaamd 'de kunst van het liegen'.

Bewonderenswaardige hulpstukken zijn werktuigen en machines en om in de lijn van de zevenmijlslaarzen te blijven, verdient het wiel en dan in het bijzonder de fiets ook alle lof als zeer vernuftig maar ook zeer verdienstelijk en mens- en milieuvriendelijk instrument waarmee de fietser als het ware volledig versmelt. Uiteraard naast de muziekinstrumenten, het arsenaal dat nodig is voor de plastische kunsten en, niet te vergeten, het boek als podium van de literatuur en de wetenschappen, waarvan de hedendaagse vorm eigenlijk de computer is.

En hiermee zijn we beland bij de op hol geslagen fantasie van wie zich transhumanisten noemen: zij die afstevenen op de zelfoverstijging van de mens middels de uitbreiding van zijn fysieke en psychische natuurlijke capaciteiten, en dan nog het liefst in de symbiose van mens en cybernetica. Tussen haakjes: cybernetica betekent stuurmanskunde, in casu: de menselijke besturing van zijn werktuigen of 'verlengstukken'. En precies daar loopt het fout: de wereld is zijn stuurman kwijt, zoals inmiddels al enkele decennia geleden de moraalfilosoof Jaap Kruithof het formuleerde.

Want de auto bijvoorbeeld is vaak veeleer een moordtuig, naast de expliciete wapens, met als kers op de taart, de atoombom, waarvan Rusland er het grootste aantal bezit, namelijk 6255, de Verenigde Staten hebben er 5550, China 350, Frankrijk 290, Groot-Brittannië 225, Pakistan 165, India 156, Israël 90 en Noord-Korea ca. 50.

De V.S. zijn het enige land dat al atoomwapens inzette, meer bepaald in de Tweede Wereldoorlog: de Inola Gay gooide op 6 augustus 1945 in Japan de bom Little Boy (uranium 235) op Hirosjima en drie dagen later werd Fat Man (plutonium) op Nagasaki gedropt. De bommen met een kracht van ongeveer 10 megaton waren eigenlijk bedoeld voor de Japanse hoofdstad Tokio maar mist strooide roet in het eten en zo vielen er in plaats van miljoenen doden amper 100.000 in één klap.

De zwaarste bom die ooit tot ontploffing werd gebracht was de Tsar Bomba: hij ontplofte op 30 oktober 1961 op 3 km hoogte boven Nova Zembla en had een kracht van 50 megaton. De explosie deed in Finland de ruiten breken, de paddenstoel steeg 64 km hoog, de schokgolf ging drie keer rond de aarde. (2) Rusland beschikt inmiddels over bommen van 800 megaton. Gaan zijn zevenmijlslaarzen met de mens aan de haal?

(Wordt vervolgd)

(J.B., 28 september 2022)

Verwijzingen:

(1) Zie: Kris Vansteenbrugge, Griekse mythologie in 136 verhalen, (https://www.bloggen.be/dzeus/ )

(2) Voor de filmopname van de explosie, zie: https://scientias.nl/russen-geven-beelden-vrij-van-de-krachtigste-explosie-die-mensen-ooit-hebben-veroorzaakt/

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 13. Omsk Van Togenbirger andermaal over de virtuele wereld

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 13. Omsk Van Togenbirger andermaal over de virtuele wereld

Omsk Van Togenbirger, ik dank u dat u ons nog eens wilt te woord staan, het zijn bizarre tijden, maar meent u dat nu echt wat u de laatste keer zei, over die technocraten?

OVT: Zij verkopen gebakken lucht, voor écht geld en met dat echt geld kopen zij allerminst gebakken lucht, en dat hoef ik niet te menen of niet te menen, dat zijn de feiten, geloof ik, ja. Of bent u het daar dan niet mee eens?

Toch wel, maar anderzijds...

OVT: Anderzijds?

Wel, niemand kan toch ontkennen dat bijvoorbeeld... Facebook... niet echt bestaat?

OVT: Leugens bestaan echt, inderdaad, dat herhaal ik toch voortdurend? Maar de mensen vragen erom natuurlijk, en sommige van die leugens zijn wel heel verleidelijk, nietwaar? Voor bedrog moet je betalen, het is de fabel van de vos en de raaf, hebben we het daarover niet al eens eerder gehad?

Jazeker...

OVT: Denk maar eens aan een ander kraam: een kraam dat al eeuwen en eeuwen stand houdt met, nu in de afprijzing, haar virtuele wereld die maar niet stuk kan: de hemel en de hel! Of gelooft u dan dat hemel en hel ook echt bestaan?

Euh...

OVT: Jaja, ik merk het wel, mijn beste: het zit zo diep dat u zich er nog altijd niet kordaat durft over uit te spreken, ook al zegt uw nuchter verstand u dat u niet langer hoeft te twijfelen! Maar men wendt dan ook de meest verwerpelijke van alle verkooptechnieken aan... men beliegt godbetert de kinderen! Zij beliegen de mensen nog vooraleer die over enig kritisch vermogen beschikken, omdat zij op die jonge leeftijd voor de volle honderd percent weerloos openstaan voor kennis en alle vertrouwen hebben, en is dat niet schrijnend: alle vertrouwen hebben mensen op die leeftijd in hun ouders én in degenen aan wie hun ouders hen toevertrouwen voor het bijbrengen van kennis!

Tja...

OVT: Zeg mij eens eerlijk: gelooft u dan in de hemel en de hel?

Tja, misschien moet dat allemaal niet zo letterlijk opgevat worden maar veeleer als iets...

OVT: Virtueel?

Als iets figuurlijk, ja...

OVT: Haha! Niet te geloven hoé diep het zit! Maar ik weet het: het valt niet met de rede te verhelpen, het is een zaak van geschonden vertrouwen en de wonden blijven, jammer genoeg. Zij die hun inzichten daaromtrent willen bijsturen, moeten snijden in hun eigenste vlees, wat zeg ik, in het vlees van hun eigenste ziel. U kunt toch ook wel inzien dat de praktijk van de aflaten, om maar iets te noemen, alleen het werk kan zijn van gewetenloze schurken die goedgelovige mensen de zuur verdiende centen afhandig trachten te maken, de centen die bestemd zijn om de hongerige mondjes van hun kinderen mee te spijzen? U hebt toch al gehoord over die handel in aflaten, geloof ik?

Mja...

OVT: Hoeveel moest men betalen voor één dag minder lang in het vagevuur? Eén dag minder lang branden? Maar laten we daar nu over ophouden. Ik vertel het alleen om u daarvoor te behoeden een tweede keer in dezelfde put te vallen. De virtuele wereld die de miljardairs van heden u wensen te verkopen, is compleet dezelfde als deze die de miljardairs van gisteren u hebben aangesmeerd en waarvan u kennelijk nog steeds last heeft, het is compleet dezelfde, mijn allerbeste, al zit hij uiteraard in een hedendaags kleedje: de mode verandert maar de mode als zodanig doet dat uiteraard niet, nietwaar? Of gelooft u dan dat de leurders van gisteren geen miljardairs waren? Hebt u ooit het Vaticaan bezocht?

Neen...

OVT: Misschien kon dat een therapie zijn, heel misschien... Anders leest u maar eens het jongste boek van Frédérick Martel over dat luxehotel, overvol met megalomanen. Wat wij nu beleven is een zoveelste uitgave van hetzelfde. Het gaat hier over de wereldheersers, denkt u dat zelf dan ook niet?

De wereldheersers?

OVT: Dat zei ik, ja. Of gelooft u dat de wereld geleid wordt door arme drommels?

Toch niet...

OVT: We hebben het hier over de allerrijksten dezer aarde, over die beruchte 1 percent die 99 percent van alle wereldse dingen bezitten. En zij hebben hun bezit en macht niet verworven middels kennis en kunde, ook al willen zij graag dat wij dat gaan geloven: neen, zij danken hun bezit en hun macht aan flagrante leugens en aan schaamteloos bedrog. En terloops, mijn beste: u gelooft toch niet dat het arme drommels zijn die de huidige oorlog in Europa hebben gelanceerd?

Neen, zeker niet...

OVT: Zie je wel dat u dat niet gelooft: het zijn inderdaad de allerrijkste aardbewoners die daar zo over beslissen. Zij sturen straks onze kinderen naar het front, zogezegd om het land te gaan verdedigen tegen de vijand, ja? En wie is die vijand, mijn beste? Dat zijn dan de Russen die naar het front gestuurd worden door hun leider omwille van hun kroost? Hemeltje, hemeltje! Wie gelooft nu zulk een sprookjes! Maar helemaal niemand wil naar het front, mijn beste! U ziet toch ook dat het waar is wat ik hier nu zeg? Ja, er blijven uiteraard altijd mensen bestaan die zo oneindig dom zijn dat ze gaan vechten 'voor de goede zaak' of omdat zij nu eenmaal gehoorzame burgers zijn. Maar gelooft u ook niet dat het volk helemaal niet vechten wil? Gelooft u dan echt dat de mensen nu massaal willen sterven?

Euh, neen, natuurlijk niet...

OVT: En zijn het mensen die de mensen naar het front jagen? Zijn het mensen die de mensen opnieuw sprookjeswerelden te koop aanbieden? Zijn het mensen of zijn het misschien dieren? Of sprookjesfiguren? Elfen? Kabouters? Of demonen?

Het zijn mensen, denk ik, ja natuurlijk.

OVT: Juist. En ik vraag het u nu andermaal: zijn het arme drommels die dat zo regelen, mijn beste, of zijn het net die superrijken, degenen die bijna alles bezitten wat eigenlijk toebehoort aan de massa die het maar moeten stellen met bijna niks?

Het zijn zeker en vast de superrijken die dat doen, beslist.

OVT: Juist. En zijn het arme drommels die ons die virtuele wereld willen opdringen of zijn het opnieuw die superrijken?

De superrijken doen dat, denk ik, ja...

OVT: Zeker weten?

Ik denk het, ja...

OVT: En zijn dan de mensen die ons naar het front sturen, recht de dood in, dezelfde als degenen die ons de virtuele wereld willen aansmeren?

Het zijn telkenmale die superrijken die dat doen... dus, ja: het zijn dezelfden.

OVT: En vertel mij eens, mijn beste: de mensen die ons naar het front sturen, hebben die het goed met ons voor?

Kennelijk zeker niet, neen!

OVT: Willen zij ons dood?

Onmiskenbaar, ja...

OVT: En kan je mensen die je dood willen, vertrouwen?

Uiteraard niet begot!

OVT: En wat moet je dan doen als ze u een virtuele wereld willen aansmeren? Koopt u die dan?

Welneen...

OVT: Zij prijzen het nochtans aan als een geschenk?

Dat kan alleen een vergiftigd geschenk zijn...

OVT: Maar, mijn beste: u weet meer dan ik.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 26 september 2022)

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 12. Zuckerberg: reclame voor de virtuele wereld

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 12. Zuckerberg: reclame voor de virtuele wereld

 We vroegen Omsk van Togenbirger om wat commentaar over de virtuele wereld van Zuckerberg. Ziehier zijn repliek:
OVT: Ik heb op dit ogenblik weinig tijd maar, mijn beste, knoop alvast één ding goed in uw oren met betrekking tot die malafide figuren uit Disneyworld: zij maken reclame voor de virtuele werelden die zij te koop aanbieden onder het mom van toekomstgerichtheid, wetenschap en kunst. Edoch, weet dat de eigendommen van die lieden allerminst virtueel zijn: zij bezitten kastelen van echte steen, wat zeg ik, van witte marmer; zij rijden in echte sportwagens en zij vliegen met echte privévliegtuigen door de echte lucht naar echte verre landen; hun vrouwen en mannen zijn geen poppen maar zij zijn van echt vlees en bloed. En al die echtheid, mijn beste, kunnen zij zich veroorloven omdat miljoenen, ja, miljarden mensen betoverd aan hun kermiskraam gaan plakken en hun virtuele spullen kopen, met echt geld. Maar nu moet ik verder, ik heb haast, we zien elkaar nog in het echt, tot kijk!”

(Wordt vervolgd)

(J.B., 26 september 2022)

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 11. Volodymyr Zelensky, Boris Johnson, Meghan Markle, Donald Trump en Popeye the Sailor Man

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 11. Volodymyr Zelensky, Boris Johnson, Meghan Markle, Donald Trump en Popeye the Sailor Man

In het artikel How a Fictional President Is Helping Ukrainians Rethink Their Absurd Politics (1) in het blad Foreign Policy beschrijft Katherine Jacobsen hoe de komiek Zelensky zijn rol van president uit de wereld van de fictie hard maakt op het echte politieke schouwtoneel maar daarmee is Zelensky geen unicum in de geschiedenis. Tot degenen die in werkelijkheid verwezenlijkten wat ze eerst op de planken hebben gebracht behoren volgens Stuart Heritage van The Guardian in zijn artikel Zelenskiy’s Servant of the People: the TV show that made Ukraine’s president van 7 maart 2022 (2) ook figuren zoals Boris Johnson (Have I Got News For You), Meghan Markle (Suits) en Donald Trump (The Apprentice), al springt Zelensky er natuurlijk wel uit.

De verovering van de werkelijkheid door de ficties gebeurt soms ten goede maar ook vaak ten kwade. Zo werden ten tijde van de Tweede Wereldoorlog - maar dan wellicht onbedoeld - flagrante leugens de wereld rondgestuurd met de tekenfilmfiguur Popeye. (3) die zich telkens uit benaderde situaties wist te redden dankzij het eten van een blik spinazie waarover wijd en zijd verkondigd werd dat het krachtvoedsel was omdat het veel ijzer zou bevatten. Dat was echter een misverstand, wellicht voortspruitend uit een oude kopieerfout waarbij een komma werd verschoven maar het werd hoe dan ook geduld omdat toentertijd zuinig diende omgesprongen te worden met vlees.

 

(Wordt vervolgd)

(J.B., 26 september 2022)

Verwijzingen:

(1) https://foreignpolicy.com/2016/12/13/how-a-fictional-president-is-helping-ukrainians-rethink-their-absurd-politics/ De ondertitel van het artikel luidt: “Ukraine is so corrupt that it’s hard to imagine it being otherwise. A new comedy series shows that things could be different.”

(2) https://www.theguardian.com/tv-and-radio/2022/mar/07/zelinskiys-servant-of-the-people-the-tv-show-that-made-ukraines-president

De ondertitel van het artikel luidt: “He starred as a president in this smart satire, only to launch a political party named after it – then win an election. Now on All 4, it may be the most important foreign TV drama ever.”

(3) Popeye was een stripfiguur van de Amerikaanse cartoonisten Elzie Segar en Bud Sagendorf en hij trad later op als tekenfilmfiguur van Max Fleischer en Dave Fleischer.

Video “Popeye the Sailor meets Sindbad the Sailor”:

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/transcoded/8/86/Popeye_the_Sailor_Meets_Sindbad_the_Sailor.webm/Popeye_the_Sailor_Meets_Sindbad_the_Sailor.webm.1080p.vp9.webm


Om te bekijken, klik op de prent:

3300757-3012cd9cb451283f8a3bc40710e5efb9.jpg

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 10. Fantastiek, Zelensky en het armageddon

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 10. Fantastiek, Zelensky en het armageddon

Niet zonder reden werd hier 'Het Verborgen Volk' van de Vlaamse schrijver Ludo Noens te berde gebracht: het boek behandelt weliswaar de wereld van het fantastische maar wie geloven dat de fantasie naast de realiteit staat, slaan de bal flink mis: legio zijn de voorbeelden van hoe de fantasie de realiteit ook letterlijk het zwijgen oplegt en verdringt, ja, vervangt en tot de minst betwijfelbare voorbeelden van die feitelijkheid behoren de religies, de politieke partijen en de zogenaamde wetenschappen. Voor de fantasieën waarmee het katholicisme, het jodendom of de islam uitpakken, geven mensen hun leven en legt men hen deze waarheid voor de voeten, dan voelen zij zich diep beledigd. Hetzelfde doen zij voor hun politieke idealen en partijen en niet in het minst in de wetenschappen speelt de fantasie de hoofdrol en gaan voor- en tegenstanders van bijvoorbeeld de evolutieleer tekeer alsof hun leven ervan af hing. Op een bijzonder bescheiden manier maar tegelijk zeer doortastend stelt Ludo Noens doorheen zijn hele oeuvre de vraag naar de grens tussen fictie en realiteit en voor de goede verstaander laat hij ook doorschemeren dat het antwoord op die vraag allerminst vanzelfsprekend is, ja, wellicht niet tot groot jolijt van de positieve wetenschappers die in hun onverstand zichzelf danig ernstig nemen, maakt deze kunstenaar zonneklaar dat de gezochte grens eigenlijk behoort tot het rijk van de fantasie...

Keren we nu terug naar ons thema: het feit dat en de wijze waarop een onpersoonlijke macht de mensen in een virtuele wereld naar binnen lokt om die daarin op te sluiten. Wie goed toekijken, kunnen zien dat mensen in een virtuele wereld naar binnen worden gelokt doordat de virtuele wereld zelf eerst de mensen tegemoet treedt. Om het heel concreet te maken: de virtualiteit van de cinema beperkt zich niet tot de film en tot het uur dat hij bekeken wordt maar zij treedt de cinemazaal naar buiten en vult geleidelijk de hele wereld met haar onechtheid. Sylvester Stallone vertolkt niet alleen de Vietnamveteraan John Rambo maar hij wordt tevens door de massa die de film voorgeschoteld kreeg met die rol geïdentificeerd zodat hem niet alleen de eer te beurt valt van zijn acteursprestatie maar tevens die van de held die hij niet is doch slechts vertolkt. De film zelf is fictie maar omdat de massa niet in staat is de grens te trekken tussen het spel en de realiteit, krijgen de sprookjes een zekere realiteitswaarde, wat bijvoorbeeld op een bijzonder ergerlijke manier het geval is geweest met de cowboy- en indianenverhalen waarbij de 'goodies' en de 'baddies' een fabricaat zijn van de filmmaker, of beter: van zijn sponsoren die zeker niet gespeend zijn van politieke bedoelingen. De Indianen werden na het aanmeren van Christoffel Columbus door de Spaanse conquistadores uitgemoord en hun land werd door de genadeloze veroveraars ingepalmd maar eeuwen later hebben de V.S. hun uiterste best gedaan om met de leugenfabriek van Hollywood het tegendeel te bewijzen.

Een bijzonder actueel voorbeeld van de overname van de waarheid door de leugen is de Tv-film Dienaar van het volk uit 2015 waarin de geschiedenisleraar Wassil Holoborodko president van Oekraïne wordt, een rol die vertolkt wordt door de acteur Volodymyr Zelensky, die vier jaar later ook in werkelijkheid president wordt van dat land. Het sprookje wordt werkelijkheid, het virtuele is in de realiteit naar binnen gedrongen en heeft hem overmeesterd, de acteur is gelijk geworden aan zijn rol en het eerste slachtoffer van deze agressie is uiteraard de waarheid. In feite doet de reclame helemaal niets anders dan dat: de leugen wordt aan het volk getoond en van zodra het volk deze leugen na-aapt, wordt ze echt, ze wordt waarheid. De waarheid zelf blijft dan uiteraard verweesd achter. En van die overname van de realiteit door de fictie komt dan kennelijk een wereldoorlog en misschien wel het armageddon.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 23 september 2022)






Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 9. 'Het Verborgen Volk' (vervolg)

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 9. 'Het Verborgen Volk' (vervolg)

Goden, engelen, elfen, kabouters, dolende zielen... kortom: niet-menselijke intelligenties zijn geen onbekenden, aldus Ludo Noens, maar jonge kinderen en enkelingen zoals Rudolf Steiner niet te na gesproken, heeft de moderne mens het verleerd contact te leggen met die wezens. Steiner verwijst naar de Rozenkruisers, een geheim broederschap, hoeder van een revolutionaire kennis en van de diepste natuurgeheimen, gesticht door de Duitse ingewijde in de judeo-Arabische Mysteriën, Christian Rosencreutz (°1378). (1)

Rosencreutz leerde Arabisch en vertaalde het islamitische 'Boek van de Natuur' naar het Latijn. Hij werd 106 jaar oud en toen in 1604 zijn graftombe werd ontdekt, bleek zijn lichaam vrijwel ongerept. (2) “De supranormale vermogens van de Rozenkruisers (...) moeten grandioos zijn geweest. (…) Honger, dorst, ziekte en tijd hadden geen vat meer op hen. Onzichtbaar konden zij binnentreden waar zij maar wilden. Zo snel als de gedachten verplaatsten zij zich naar willekeur overal ter wereld. Bovendien stond iedere demon of geest onder hun dwingende bevelen (…).” (3)

Zij geloofden in het bestaan van door ons niet zintuiglijk waarneembare min of meer intelligente wezens zoals elementalen (elementenbewoners) en djinns (genieën, te situeren tussen mensen en engelen), die resideren in een subtiele parallelle wereld en die net zoals de 'wellustige engelen' (uit Genesis 6:1-4) romances kunnen hebben met mensen, waaruit volgens de yezidi's in Koerdistan een blauwogig blondharig volk geboren werd - volgens de Koran had koning Salomon grote macht over hen. (4)

In zijn De Civitate Dei spreekt Sint-Augustinus zijn geloof uit over menselijke seks met demonen, praktijken die ook bij de Tempeliers aan de orde waren en beoefend worden door de soefi's. (5) Andere magiërs zijn John Dee, die de taal der engelen leerde, en Cornelius Agrippa. Engelen werden vaker aanschouwd in visioenen zoals die van de profeten Ezechiël en Jesaja.

De Kabbala verhaalt hoe interagerende spirituele krachten (Sefirot) ons lichaam alsook de wereld beïnvloeden: wangedrag veroorzaakt disharmonie in de kosmos en rechtzinnigheid moet de kosmische balans weer in evenwicht brengen: de 'buitenwereld' (kosmos) gedraagt zich als een schaduw van de 'binnenwereld' (geest). Dionysius de Aeropagiet beoefende in de vijfde eeuw de angelologie met zijn De Coelestis Hierarchia en de dertiende-eeuwse Thomas Aquinas beschreef de soorten engelen en hun activiteiten in zijn Summa Theologiae. (6)

Een volledig hoofdstuk wijdt Noens aan seks met elementalen. Volgens Paracelsus schuilt achter het zintuiglijk waarneembare nog een verborgen helft van de werkelijkheid waarin fijnstoffelijke wezens zich ophouden ('elementalen'). Een huwelijk tussen een mens en een nimf kan mensenkinderen voortbrengen, er zijn huwelijken tussen feeën en mannen, tussen gnomen en vrouwen. Noens verhaalt over sekten en geheime genootschappen zoals de Orde van Melchizedek waarover gezegd werd dat die een totalitaire militaire organisatie was die middels massapsychologie totale wereldcontrole beoogde. (7)

Dit alles is niet wat wij op het oog hebben met de onderhavige tekst over anonieme machten welke mensen gevangen zetten in virtuele werelden maar misschien zijn de histories welke door Noens werden verzameld en ontleed, zinnebeelden voor reële gebeurtenissen die vooralsnog moeilijk te omschrijven zijn terwijl onze ervaringen ons verbieden om te loochenen dat daarin een grond van waarheid huist. In deze wat schimmige gebieden die evenwel niet behoren tot het positief wetenschappelijke domein, hebben zoveel gezaghebbende geleerden onderzoekswerk verricht en daar ook ondubbelzinnig verslag over uitgebracht dat zij evenveel aandacht verdienen als de vele religies, de mythen en de sprookjes welke ten slotte allemaal vertellen over de allerdiepste menselijke ervaringen.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 23 september 2022)

Verwijzingen:

(1) Ludo Noens, Het verborgen volk. Contact met niet-menselijke intelligenties, Aspekt, Soesterberg 2022; pp. 11-15.

(2) Ib., pp. 17-20.

(3) Ib., p. 23.

(4) Ib., pp. 24-27.

(5) Ib., pp. 27-35.

(6) Ib., pp. 35-47.

(7) Ib., pp. 49-66.






Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 8. 'Het Verborgen Volk'

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 8. 'Het Verborgen Volk'

De virtualiteit heeft vele gezichten en zij dient om mensen van de wijs te brengen opdat zij niet zouden beseffen dat zij op het verkeerde been gezet worden, dat ze bij de neus genomen worden, dat ze in de echte wereld niet (meer) welkom zijn, dat ze behoren tot de miljarden die er teveel zijn en die mede de overbevolking veroorzaken of tot degenen die er beter niet waren omdat hun bezit, hun gezondheidstoestand of hun intelligentie de gemiddelden van het geheel naar beneden halen. Mensen worden niet zomaar naar niemandsland verbannen: er wordt hen verteld dat het ginds veel beter is. Zij worden niet zonder meer van de boter weggehaald: er wordt hen verteld dat margarines veel gezonder zijn. Zij worden niet zomaar psychisch uitgeschakeld: er wordt hen voorgelogen dat de voorgeschreven drugs geneesmiddelen zijn. Ouderen worden niet zonder meer uit hun huizen gejaagd en verbannen: men belooft hen dat zij naar zorgcentra worden overgebracht waar zij het comfortabel zullen hebben en geholpen zullen worden. Opvoedelingen worden niet zonder meer dom gehouden: men leert hen allerlei zaken aan waar zij helemaal niets aan hebben maar die wel aan de haal gaan met hun tijd en met hun jeugd die later niet meer terug zal komen om hen de gelegenheid te geven alles te herdoen. Mensen die brood en etenswaren kopen, worden niet met lege handen naar huis gestuurd: zij krijgen in een zalige verpakking waren die alleen de naam van nepvoedsel verdienen. Vluchtelingen worden niet zomaar teruggestuurd naar huis of in concentratiekampen opgesloten: hun dossier wordt bijgehouden en zij belanden in asielcentra waar zij voorlopig moeten wachten op het verdict dat op de spreekwoordelijke lange baan terecht komt, precies zoals de verticaal geklasseerde klachten van wie bij de autoriteiten onrecht hebben aangegeven. Zij allen dienen in de wachtzaal plaats te nemen om daar hun beurt af te wachten, zij zijn immers niet alleen, zo worden zij vermaand. En zij wachten in de wachtplaats en zij houden de deur in de gaten door de welke zij naar buiten zullen gaan als het wachten is verstreken omdat hun tijd gekomen is. Mensen worden niet zomaar veroordeeld tot een levenslange slavernij: er wordt hen beloofd dat zij vergoed worden daarvoor met het eeuwig leven en de hemel. De joden werden ook niet zomaar weggehaald en naar de gaskamers getransporteerd: er werd hen verteld dat zij naar betere oorden gingen, waar hen dan een verkwikkende douche werd beloofd. Men vertelt ook niet aan het vee waartoe het wordt gevoerd en waarheen het wordt gebracht van zodra het een rendabel gewicht gekregen heeft. Maar de slachthuizen zijn een realiteit: of moeten de 'hogere' diersoorten zich dan laten verhongeren? De massagraven bestaan echt en de industrieën die gigantische fortuinen in de wacht weten slepen met de aanmaak van allerlei chemische producten waarvan gewone stervelingen de formules niet ontcijferen kunnen en waarvan zij nog veel minder de letale werking kennen.

De virtualiteit is het lokaas en zal derhalve heel verleidelijk moeten zijn om doel te treffen. De list bestaat bij de gratie van de discrepantie tussen de eigenlijke drijfveren en de opgegeven argumenten en daarom zegt men ook over de laatstgenoemden dat zij regelrechte leugens zijn: de retorica is de kunst van het liegen omdat argumenten enkel functioneren als verkappingen van drijfveren die daarmee vloeken. Aan het gedomesticeerde vee wordt diets gemaakt dat het maar beter op stal blijft omdat het daar droog is en men er wel doorvoed geraakt en mochten aan het vee de eigenlijke drijfveren van zijn kwekers openbaar worden gemaakt, het zou enkel met ongeloof kunnen reageren, want kijk: kippen worden gevoerd om eieren te leggen en met kunstlicht wordt ervoor gezorgd dat het er telkenmale niet één maar twee daags worden en is het kransje uitgelegd, dan zou men denken dat zij dankbaarheid ontvangen voor de geleverde topprestatie maar niets is minder waar: met een korte kap in de nek van het hakmes van de slager die fantaserend over zijn winst een lustig deuntje neuriet, ontvangen ze het lot van massamoordenaars en andere criminelen, zij worden prompt verkocht en met veel smaak verslonden, zelfs een klein bedankje kan er niet meer af, daar mogen zij naar fluiten.

De man die levenslang om vier uur in de regen op zijn trein gaat wachten op een winderig, ijskoud perron om dan naar de fabriek gebracht te worden waar de dagtaak wacht die duurt totdat het alweer donker is, zodat hij alvast in de wintermaanden alleen de noorderzon te zien krijgt, waar vandaan de benaming 'zondag' ook afkomstig is, is geen beter lot beschoren dan de dappere kip en de koe die van zodra haar melkproductie slinkt, in stukjes wordt gezaagd: hij werkt tot zijn pensioen en dan ontvangt hij tot zijn dood een uitkering die, losgekoppeld van de index, gestaag in 't niemendal verdwijnt - de fysieke toestand ingevolge zijn hoge ouderdom laat hem dan helaas niet langer toe om nog te protesteren bij wie hem zo bij den bok hebben gezet en ook zijn nazaten, als hij er al heeft, kunnen daar niets aan doen omdat de uren van een dag geteld zijn en men er - andermaal helaas - niet eentje van bijmaken kan. En ik hoor u nu vragen: welke hogere diersoort die zich toch niet kan laten verhongeren heeft dit dan zo geregeld? Of moet men dan de auteur van 'Het Verborgen Volk' (1) geloven, die samen met een hele resem in doofpotten verdwenen genieën niet-menselijke intelligenties voor dat alles verantwoordelijk acht?

(Wordt vervolgd)

(J.B., 22 september 2022)

Verwijzingen:

(1) Ludo Noens, Het verborgen volk. Contact met niet-menselijke intelligenties, Aspekt, Soesterberg 2022. Zie: https://www.bloggen.be/ludonoens/






Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 7. Het entertainment in de arena van de wereld



Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 7. Het entertainment in de arena van de wereld

 

3300229-ee10e6fd804025a3e7735f4b875e1bca.jpg

Wie is de pop die in de plaats komt van de mens? Want de mens verdwijnt terwijl het lijkt alsof hij blijft, zijn verdwijning moet immers onopgemerkt gebeuren opdat zij kans op slagen zou hebben. De mens wordt als het ware van binnenuit uitgehold en het omhulsel houdt stand en wordt dan opgevuld met iets heel anders.

Om aan de weet te komen wie de plaats inneemt van de mens, moet men onderzoeken welke eigenschappen maken dat mensen in de huidige samenleving kunnen standhouden en welke de eigenschappen zijn die maken dat hij erin ten onder gaat. Immers, de selectie welke gebeurt, gaat over eigenschappen en zij voltrekt zich zoals ook de natuurlijke selectie zich altijd al voltrokken heeft: wie maximaal aangepast zijn aan de omgeving, hebben de beste overlevingskansen. Rest dus de vraag wat precies de huidige omgeving is waarin mensen zich bewegen: wie beloont zij en wie straft zij af? Hoe ziet deze evolutie eruit? Met andere woorden: welke gedaante heeft in de huidige wereld the survival of the fittest?

De uitdrukking is afkomstig van een van de grondleggers van de sociologie, Herbert Spencer, (1820-1903) die daarmee doelde op het zogenaamde 'sociaal darwinisme': zonder staatsbemoeienis, zo geloofde de liberaal, zouden de zwakkeren (de armen) verdwijnen en zouden er alleen maar bekwame mensen (de rijken) overschieten. Maar uiteraard zijn bekwaamheid en rijkdom heel andere zaken en zo komen we tot een antwoord op de hier gestelde vraag: in de huidige maatschappelijke constellatie worden niet zozeer de bekwaamste mensen beloond en alvast niet de meest bekwame lieden in moreel opzicht maar veeleer degenen die zich er niet van laten weerhouden om - niet alleen desnoods en ook bij voorkeur - hun persoonlijk voordeel te doen op de kap van de zwakkeren. Met andere woorden betekent 'the fittest' in de huidige tijd en wereld: de meest immorele, degene die zich niet laat weerhouden door ethische regels, hij die verboden aan zijn laars lapt, die belastingen ontduikt, die zijn concurrenten een hak zet, hen economisch of anderszins ombrengt en die zich een weg naar de rijkdom rooft. 'The fittest' is niet de meest intelligente en ook niet de sterkste in fysiek opzicht maar wel degene met de minste scrupules, de sluwste, de meest gewetenloze schurk, hij die helemaal geen genade kent, de alleenheerser, de autocraat, de potentaat.

Het onderliggende argument om die genadeloosheid te gaan verdedigen en om aan de sterkste het morele recht toe te kennen om de zwakkere te verdringen, luidt dat het er in de natuur net zo aan toe gaat en dat men zich aan de natuur een voorbeeld dient te nemen. Deze klinkklare onzin werd door de nazi's gepropageerd: zij geloofden dat zij de zwakken moesten elimineren omdat een maatschappij zonder zwakkeren een betere maatschappij zou zijn. Uiteraard is het veel makkelijker om zieken uit te roeien dan om ziekten te bestrijden: een zieke wordt gedood met één enkele kogel terwijl het bestrijden van een ziekte niet zonder jarenlange inzet en studie mogelijk is. Maar kennelijk bestaan er lieden die danig afgestompt zijn dat zij die onzin gaan verdedigen en bovendien zijn er onder hen die het voor het zeggen krijgen en die er ook nog in slagen om hun simplistische onzin door te drijven en tot wet te maken. Andermaal: zij slagen daarin, niet omdat zij bekwamer zouden zijn dan hun tegenstanders maar omdat zij er niet voor terugschrikken om hun concurrenten gewoon om te brengen.

De eliminatie van weerloze ouderen is wellicht het meest schrijnende actuele voorbeeld: de staat wil zichzelf sterker maken en bespaart op de kap van de allerzwaksten door aan het geïnstitutionaliseerde onrecht dat hen uit de wereld bant, de vrije teugel te laten. Hetzelfde gebeurt met de eliminatie van ongewenste kinderen door het toelaten of zelfs het propageren van zwangerschapsonderbrekingen welke feitelijk regelrechte moord betekenen. Subsidies aan andersvaliden worden teruggeschroefd met het uitvlucht dat er geen geld voor is, terwijl de staat een gigantische inflatie creëert door het bijdrukken van bankbiljetten voor subsidies aan de horeca en aan nog allerlei maatschappelijke luxesectoren.

De kapitalistische economie staat er garant voor dat alles maar dan ook alles te koop is en in de eerste plaats: macht. Het democratische bestel waarin zogezegd iedereen mag meebeslissen en waarin de allerzwaksten een stem hebben evenwaardig aan die van de allerrijksten, dient uiteraard tot helemaal niets meer als het kapitalisme het danig perverteert dat sowieso de meest gefortuneerden het uiteindelijk voor het zeggen krijgen. Niet de noeste arbeider die om vier uur in de ochtend de trein neemt om op tijd aan te komen in een ongezonde fabriek waar hij levenslang en voor een hongerloon zijn beste krachten verdoet aan de productie van spullen die alleen de rijken kunnen kopen - niet deze noeste scrupuleuze arbeider komt aan de macht maar wel hij die mensen herleidt tot uit te baten machines, met name door hen met onder meer drugs zodanig te conditioneren dat zij ongeacht wat doen om aan het door hem te innen geld te komen dat zij nodig hebben voor de aanschaf van hun zelfmoordspullen. Onze huidige politici zijn sowieso de handlangers van deze criminelen daar zij dit alles laten begaan, als zij het al niet aanmoedigen omdat ten slotte ook zijzelf daar aardig hun voordeel mee doen: de zwakkelingen die anders met allerlei sociale uitkeringen de staatskas opsouperen, worden immers keurig geëlimineerd en met hun gigantisch kapitaal verlenen de drugsbaronnen electorale steun aan de politici die hen op hun beurt de hand boven het hoofd houden. Drugsbaronnen, wapenhandelaars en noem maar op.

Het antwoord op de vraag wat the survival of the fittest dan betekent in de huidige wereld, moet helaas luiden dat de onmens de wind in de zeilen krijgt terwijl mensen die eraan verzaken om aan anderen kwaad te berokkenen, geslachtofferd worden op het altaar van het gouden kalf. Zij worden zoals destijds in de arena nog altijd voor de leeuwen geworpen, zij worden gestoofd in de messingen stier, zij komen terecht op de brandstapel of zij worden nog anderszins geëlimineerd. Op tal van wijzen maar steeds op grond van hetzelfde systeem wordt de mens bij de neus genomen door de onmens: hij wordt naar binnen gelokt in een virtuele wereld die hem op het verkeerde been zet met allerlei beloften en met leugens, zijn positie wordt danig uitgebuit, hij wordt verzwakt zoals de stier verzwakt wordt door de martelende lanssteken van de picador, totdat uiteindelijk de doodsteek volgt voor het oog van een massa die steeds sadistischer vormen van entertainment eist.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 21 september 2022)






Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 6. De liquidatielist

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 6. De liquidatielist

De echte mens wordt vervangen door een pop omdat de pop perfect doet wat haar maker van haar verlangt: zij heeft geen eigen wil. Op de keper beschouwd bestaat zij ook niet, zij is een verlengstuk van haar bezitter, zij is zijn perfect gehoorzame handlanger. De bezitter van de pop is een mens maar die verlangt van haar dat zij de (andere) mensen uitschakelt, zodat hijzelf uiteindelijk alleen de naam van onmens kan verdienen. De onmens is de alleenheerser, de autocraat. De potentaat wil alleen maar volledig onderworpenen als onderdanen, slaven, neen: volmaakte slaven en dat kunnen uiteraard niets anders dan machines zijn. En om van mensen machines te maken, wordt heel listig te werk gegaan.

Eerst belooft men aan mensen dat zij sneller, groter, krachtiger, kortom beter zullen worden als zij zich bedienen van machines. Het begint heel onschuldig met een bril, die inderdaad een beter zicht verschaft maar alras worden de lenzen weer te zwak, er dient een tandje te worden bijgestoken en dat gaat zijn gang totdat het glas zo dik is dat men er een heuse deuk van krijgt in zijn neus. De lens van de bril helpt immers niet zomaar de ooglens welke opgespannen wordt door middel van fijne spiertjes: zij verzwakt de ooglens ook, zij verslapt de spiertjes die ervoor kiezen lui te zijn omdat zij weten dat hun werk sowieso zal overgenomen worden door de bril. Een verleden methode, zo'n halve eeuw geleden, genaamd 'Beter zien zonder bril', pakte uit met deze theorie en navenante methode en had succes, weliswaar binnen zekere perken, maar desalniettemin getuigden meer mensen dat het oefenen van hun oogspieren hun geen windeieren had gelegd.

Spieren die niet samentrekken, atrofiëren en dat weet elke arts die daarom zijn patiënten aanspoort om te bewegen. Van wie tien dagen in een bed neerliggen, zijn alle spieren van het hele lichaam grotendeels weggekwijnd en deze mensen moeten opnieuw leren lopen, tenminste als zij dat dan nog kunnen, want ook de pezen moeten eraan geloven: zij worden korter en beletten de bedlegerige als hij uit bed komt zelfs om gewoon rechtop te staan.

Atrofiëren doen niet alleen de skeletspieren en de oogspieren maar ook de ademhalingsspieren, bijvoorbeeld wanneer een zieke moet beademd worden omdat hij het aan zijn longen heeft, bijvoorbeeld in gevolge een besmetting met corona. De beademing gebeurt middels een pomp die werkt middels een vacuum dat in feite het lichaamseigen vacuum nabootst hetwelke in beweging wordt gezet door de vele kleine maar onophoudelijk werkende tussenribspiertjes die de ademhaling mogelijk maken.

Kortom: de belofte aan mensen dat zij beter zullen worden van machines is slechts waar op zeer korte termijn: de bril, het bed en de beademingsmachine helpen weliswaar een poosje maar binnen de kortste keren zijn wij van die dure instrumenten helemaal afhankelijk geworden: wij zien niet langer zonder bril, onze skeletspieren atrofiëren en zo ook onze ademhalingsspieren en wel in die mate dat wie beademd werden, zouden verstikken indien zij van hun hulpstuk plotseling werden losgekoppeld. De machines helpen ons een korte tijd en daarna betalen wij de rekening en worden wij er voor altijd afhankelijk van. Eerst leken die machines verlengstukken van ons lichaam maar alras worden de rollen omgedraaid en blijken wij zelf herleid te zijn geworden... tot verlengstukken van onze machines.

De mens wordt afhankelijk van zijn instrumenten en die instrumenten zijn niet alleen de bril die blinden maakt en de auto die kreupelen voortbrengt: ook minder zichtbare instrumenten kunnen ons de das omdoen en zij zijn ook gevaarlijker dan die waarvan we ons wel bewust zijn. Tot die minder zichtbare instrumenten behoort bijvoorbeeld onze economie, die in onze dienst stond tot op de dag dat men van hogerhand ging oordelen dat de coronadoden niet langer moesten geteld worden per stuk maar per aantal verloren levensjaren en blijkbaar heeft het onverstand inmiddels zo'n vlucht genomen dat alvast de betrokken politici niet meer beseffen dat dit betekent dat voortaan de mens een instrument is van de economie in plaats van andersom: zijn waarde slinkt evenredig met zijn leeftijd die een maatstaf blijkt voor zijn economische waarde.

Kortom: de list waarmee de mens als zodanig geliquideerd wordt, bestaat erin dat men hem zogenaamde hulpstukken aanreikt met de bedoeling dat hij die op den duur niet meer kan missen en dat hij vervolgens zélf hulpstuk wordt en meer bepaald: hulpstuk van zijn beloofde hulpstukken. De mens, gedegradeerd tot instrument van zijn instrumenten, wordt door die instrumenten zelf opgeslokt, hij werd een aanhangsel van wat eerst zijn aanhangsels waren en blijkt dan ineens met de noorderzon vertrokken. Op dat ogenblik heeft de machine effectief de plaats ingenomen van de mens van wie geen spoor meer te bekennen valt.

De economie maakt dat de mens minder waardevol wordt dan 'zijn' geld dat dan uiteraard niet langer het zijne is en in het zog van de economie vallen dan tal van andere schijnhulpstukken te bekennen die alleen maar resulteren in de verslaving van de mens en in zijn verdwijning. Gezondheidsorganisaties verslaven mensen aan pillen en de pillenindustrie is in de eerste plaats een bedrijf dat groeien moet: pillen moeten derhalve worden aangeschaft, door mensen uiteraard, die op die wijze de farmaceutische industrie van dienst zijn. De mens leeft voor de pil in plaats van andersom. De technologie van bijvoorbeeld allerlei computers maakt, zoals ooit een groot geleerde heeft voorspeld, dat mensen het vermogen verliezen om te onthouden, om te leren en om te associëren. Ofschoon zij het tegenovergestelde beloven, ontnemen computers de mensen hun verstand.

We moeten onze leerlingen niets meer uit het hoofd laten leren, zo zeggen de moderne pedagogen: het volstaat als zij weten waar zij het gezochte kunnen vinden. Edoch, zij zoeken niets meer omdat zij uiteraard geen benul hebben van ongeacht wat waarvan zij op geen enkele wijze het bestaan kunnen vermoeden. En uiteraard kan dat vermoeden pas ontstaan als er eerst een context is, zoals er eerst een nest moet zijn vooraleer de vogel op het idee kan komen om daarin zijn ei te deponeren. Die context is het nestje in ons hoofd, bestaande uit vervlochten kennis. En het vergaren en vervlechten van die kennis geschiedt door gegevens uit het hoofd te leren om die dan met elkander in verband te brengen.

En zo kan men nog een tijdje doorgaan. De mens verdwijnt in gevolge een list. Het vreemde is nu wel dat die list geen mensenwerk is. Geen mens immers is sluw genoeg om dat te bewerkstelligen.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 20 september 2022)

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 5. De verwisseling van het echte met het virtuele

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 5. De verwisseling van het echte met het virtuele

De principes van het christendom vechten met die van de natuur en om die reden heeft de natuur de neiging om zich hardnekkig te verweren tegen de christelijke principes. De mens is een wezen dat zich grondig van de andere dieren onderscheidt of van de dieren tout court en dat daarom door de (wilde) dieren voortdurend wordt belaagd. De cultuur zet zich af tegen de natuur en waar een cultuur dat niet doet omdat men denkt de natuur een handje te moeten helpen, zoals in de ideologie van het nazisme onder Adolf Hitler, is cultuur pervers en onmenselijk en derhalve onbestaande: er is dan geen cultuur doch een cultus van het kwaad. De wetten van de kosmos over welke (volgens de drama's van Joost Van Den Vondel) Gods stadhouder, Lucifer, waakte, verschillen fundamenteel van de nieuwe orde welke zijn intrede deed bij de schepping van de mens over wie de Schepper wil dat hij door de engelen gediend zal worden.

Het mens-zijn is niet zomaar een resultante van de natuurlijke evolutie maar verschijnt in de geschiedenis van het leven als een breuk. De mens is voor de rest van de natuur hoe dan ook een vreemde eend in de bijt omdat hij naast zijn natuur die zoals die van de dieren en de planten bestaat uit dode stoffen die in het lichaam functioneren ten dienste van het leven, ook een bovennatuur blijkt te hebben, een geest die andere principes volgt dan die welke de dieren drijven, precies zoals het leven reeds andere principes volgt dan die waaraan de dode stof gehoorzaamt. De dode stof is onderworpen aan verval - de tweede wet van de thermodynamica. Het leven verzet zich daartegen en brouwt complexe constructies: wat leeft vervalt niet zomaar doch richt zich op, als het ware in een poging om de zwaartekracht te overwinnen; de dode stof wordt door het leven opgetild. Maar nog een stap verder dan de dode stof en het leven zet de geest, welke het leven in een specifieke richting stuurt. De geest volgt niet zomaar de wetten van het leven dat zich van nature zou verkijken op zelf- en soortbehoud: de geest verheft het leven van een toestand waarin het slechts die activiteiten kent die aansturen op louter overleven tot een hogere toestand waarin meer vrijheid ontstaat, waarin activiteiten plaatsvinden die in een lager perspectief geheel doelloos lijken, zoals bijvoorbeeld zingen en dansen, dichten en wetenschap bedrijven. Daarbij wordt wat wij het hogere noemen helemaal niet aangedreven door het lagere maar, net andersom, stelt het hogere het lagere in zijn dienst met het 'aanzuigeffect' van het vooruitzicht op de aantrekkelijkere toestand met meer vrijheid.

Edoch, voortdurend verzet het lagere zich hiertegen omdat hun beider wetten tegengesteld zijn. Het is een tegenstelling die een spanning opwekt, zoals de spanning waaronder een snaar moet staan om daarmee muziek te kunnen maken. De beweging mag niet eenzijdig overhellen naar het ene of het andere, het blijkt een golfbeweging die op zijn beurt ingesloten wordt door een bredere golf en die weer door een nog bredere. De bewegingen mogen niet uit balans komen, er moet gewaakt worden over de dans die zij voltrekken. De mens ontspringt de dans van de louter dierlijke natuur en als hij daarin gehinderd wordt, bestaat de mogelijkheid dat hij weer verdwijnt zoals ook het leven kan verdwijnen dat de dans van de dode stof ontspringt.

Er zijn krachten tegengesteld aan de krachten die de mens oprichten, krachten die hem belagen. Het meest listige wapen van deze mensvijandige krachten bestaat momenteel wellicht in de list van de virtualiteit. Zoals hoger gezegd is het opdoemen van virtualiteit voor de mens een bijzonder traumatiserende gebeurtenis. Die ervaring is danig overweldigend dat zij overslaat in haar tegendeel en een vreemd soort van enthousiasme wekt, het enthousiasme dat er ook voor zorgt dat het onderdrukte volk applaudisseert en knielt voor zijn dictator die de mensen alleen maar besteelt, foltert en vermoordt.

Zowat vijfenzestig jaar geleden kwamen de eerste televisietoestellen onder de mensen. De eerste in het dorp die een Tv bezat was de elektricien en elke avond stonden de mensen in drommen voor de vitrine van zijn winkel te kijken naar de uitzendingen met Paula Semer die zangtalenten presenteerde. Alras kochten alle mensen een Tv-toestel en elke avond keken ze naar de zangers en de zangeressen, ze luisterden naar de nieuwsuitzendingen en naar de weerberichten. Maar was dat de reden waarom zij Tv keken? Waren er dan geen muzikanten in elk dorp, en dan nog met live performances? Verspreidde het nieuws zich niet sowieso als een lopend vuur en kon men het weer niet lezen in de luchten? In feite had de Tv niets nieuws te bieden, de mensen keken niet naar Tv omdat daar iets te zien zou zijn (er is nog altijd niets op Tv dat het zien waard is): de mensen keken naar Tv omdat zij een Tv aangeschaft hadden en zij schaften een Tv aan omdat zij dat ook konden doen, zij keken Tv omdat het nu eenmaal Tv was: the medium is the message.

Die uitdrukking is afkomstig van de Canadese mediaspecialist Marshall McLuhan (1911-1980) en zij betekent dat de vorm (het communicatiemedium) belangrijker geworden is dan de inhoud (de boodschap). The medium is the message betekent dat de waarde van de boodschap uiteindelijk beoordeeld wordt op grond van het medium dat ze brengt: wat jan met de pet vertelt, is onwaarschijnlijk en onnauwkeurig maar wat door ongeacht wie op de buis wordt geproclameerd, is waar, belangrijk en mooi. De uitdrukking “hij liegt alsof het gedrukt stond”, verraadt het respect voor de pers, voor kranten en boeken, kortom voor de media, voor dat wat niet één keer wordt gezegd maar een ontelbaar aantal keren: iets is waar als het herhaald wordt en als iedereen het zegt; de enkeling die spreekt, is zoals een die roept in de woestijn. De mensen in de straat zijn namaak, alleen wie op de buis paraderen, en dat zijn acteurs of spelers en dus poppen, bestaan echt. En hier worden het virtuele en het echte onderling verwisseld.

McLuhan ziet technische apparaten als uitbreidingen van de mens, als verlengstukken van ons lichaam. Zij veranderen dus vooral onszelf maar om de hoek komt Karl Marx kijken die al veel vroeger waarschuwde dat het omgekeerde het geval geworden is: de machine is geen verlengstuk van de mens maar de mens is een verlengstuk geworden van de machine. Ook McLuhan zag dat de mens geobsedeerd wordt door zijn apparaten die hem eigenlijk beheersen: de mens wordt een onderdeel van een grote machinerie. Hij kijkt Tv, niet omdat er iets te zien zou zijn maar omdat het nu eenmaal Tv is; hij telefoneert, niet omdat hij iemand wil contacteren maar omdat hij er nu eenmaal van houdt te telefoneren; hij rijdt met de auto, niet omdat hij tijd wil winnen want een auto kost meer tijd dan hij kan besparen, maar omdat hij wil autorijden, hij is, zoals de grote Vlaamse dramaturg Dirk Biddeloo het noemde, een 'file-fiel' geworden: hij houdt van de drukte, hij is er verzot op in de file te staan. Tv-kijken, telefoneren, autorijden: die activiteiten verlenen enige status aan wie het doen omdat zij geld kosten terwijl geld aan zijn bezitter status verleent: geld op zich is waardeloos, het is slechts een getal maar wie er over beschikken, schrikken anderen af omdat met geld kwaad kan worden berokkend. Geld is slechts vruchtbaar zoals een wapen vruchtbaar is: het verschaft de toegang tot het bezit van wie ermee bedreigd worden of gedood.

In The Image: A Guide to Pseudo-events in America toont de Amerikaanse historicus Daniel J. Boorstin (1914-2004) hoe nieuws steeds vaker verwisseld wordt met pseudo-gebeurtenissen. Er moet namelijk elke dag nieuws zijn en gebeurt er niets, dan wordt er wel een of ander event gefabrikeerd. Er zijn 'series' die opgevuld moeten worden op een vooraf vastgelegde manier, met een voorgegeven duur van exact zoveel minuten en met ruimte voor een vastgelegd aantal pauzes voor reclameboodschappen welke soms in het werk zelf moeten worden ingelast zodat ze er deel van uitmaken. Series moeten ingevuld worden zoals invulformulieren en die laten slechts toe mede te delen wat reeds gekend is. Men deelt niet iets mee maar men vinkt een vakje aan: 'ja', 'neen' of 'misschien'. 'Multiple-choise' betekent dat men niet langer een mededeling doet: men wordt herleid tot invuller van een geschapen leegte. Men kan nog slechts een keuze maken over wat een ander beslist wat men zoal kan mededelen. Het formulier dat u gevraagd wordt in te vullen, vereenvoudigt de mededeling niet, het versimpelt alleen u zelf en u verklaart zich daarmee eens op het ogenblik dat u het ondertekent. Probeer maar eens te verwijzen naar een voetnoot waarin u zich wat genuanceerder wenst uit te drukken: daar vindt u gewis de waarschuwing: “Maximaal 70 karakters!” Met één karakter teveel kan het formulier helaas niet worden verzonden. Het formulier veroordeelt de mens tot niet-mens: men wordt herleid tot een vervollediger van een voorgekauwd formulier en zodoende schikt men zich in de veroordeling dat men allerminst een uniek persoon is: men is nog slechts een type en derhalve vervangbaar door een principieel eindeloos vermenigvuldigbaar exemplaar.

De Franse socioloog Jean Baudrillard (1929-2007) heeft de idee uitgewerkt dat mensen steeds vaker dingen aanschaffen, niet omdat zij die nodig hebben maar omdat zij gevolg geven aan een specifieke waanzin: zij staan namelijk onder druk om een 'serie' waarin die dingen passen, te vervolledigen. Zij vinken dingen aan en de drang daartoe achtervolgt hen totdat ze dit effectief gedaan hebben. Zij handelen niet vanuit een of andere noodzaak voor zichzelf maar zij werden herleid tot bevredigers van andermans behoeften. Van de vrijheid is dan uiteraard niet langer sprake en zo verdwijnt ook het mens-zijn zelf waarvoor immers de vrijheid een conditie is.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 19 september 2022)

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 4. Lucifer

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 4. Lucifer

Natuurlijkerwijze is de band tussen ons lichaam en de wereld de resultante van een groei die even oud is als de kosmos waarin al wat was, wat is en wat zal zijn, gestalte krijgt: alle elementen die de kosmos rijk is en die er geboren werden in bijzondere omstandigheden waar men nog steeds het raden naar heeft, worden herboren in elk levend wezen in een nieuwe, hogere orde, zodat de binnen- en de buitenwereld van alle schepselen op elkaar zijn ingesteld in een proces dat al vele miljarden jaren aan de gang is. Het oog is een verzameling van cellen welke in de loop van het groeiproces van het betrokken wezen zijn gaan reageren op de aanwezigheid van licht en het zien van kleuren volgt uit de ontwikkeling van lichtgevoelige cellen tot cellen die specifiek gevoelig zijn voor zekere golflengten van licht welke wij als specifieke kleuren benoemen. Analoog resulteert het gehoorszintuig op veel grovere trillingen uit de omgeving die geluiden heten en de tastzin neemt nog andere frequenties waar alsook de druk van allerlei substanties; de smaak- en de reukzin detecteren de chemie van zekere stoffen en ook ons verstand, ons taal- en rekenkundig vermogen, onze communicatievaardigheden en evenzeer ons gevoel voor evenwicht en schoonheid ontspringen aan eindeloze reeksen van wisselwerkingen van ons innerlijke met de buitenwereld, die op deze wijze gefinetuned werden. De intermenselijke relaties maar ook onze relaties met de andere dieren, met de planten en met alle andere delen van de werkelijkheid kunnen in de loop der eeuwen eigenlijk alleen maar worden bijgestuurd of dus verbeteren omdat, om het maar simpel uit de drukken, de ervaring de beste leermeester is. Het plotselinge verschijnen van virtuele werkelijkheden, specifiek in de cultuur van mensen, kan om die reden wel niet anders wezen dan een bijzonder traumatische gebeurtenis.

De virtuele realiteit betekent het werkelijk zijn van het onwerkelijke of het echt bestaan van het onware en dat is het wezen van de leugen. Maar van leugens kan pas sprake zijn waar zij ook als zodanig worden bedoeld (door iemand). Zolang men wordt geconfronteerd met onverwachte reacties uit de buitenwereld, veronderstelt men natuurlijkerwijze dat men zich in zijn verwachtingen heeft vergist vanuit een gebrek aan informatie of vanwege zekere tekortkomingen of onnauwkeurigheden van bijvoorbeeld de waarneming. Die dingen doen zich uiteraard voortdurend voor en zij zijn ook essentieel voor de groei en de vervolmaking welke deze voortdurende feedback vereist. Maar met de opkomst van de leugen en het bedrog in de wereld van de levende wezens, wordt de zaak een beetje ingewikkelder.

Planten en dieren houden elkaar voor de gek om elkaar te kunnen verslinden, om te kunnen paren of om tal van redenen welke dikwijls verband houden met het zelfbehoud en met het behoud van de soort. Het gaat dan bijvoorbeeld om de creatie van illusies: een vis gedraagt zich tegenover een tweede vis als een prooi en op het ogenblik dat die wil toehappen, wordt de vis die toehapt door de vis die zich als prooi voordeed, verslonden. Mimicry kent vele vormen en verbijsterend is de nabootsing door onkruiden van de zaden van tamme gewassen met de 'bedoeling' dat de mens ze zou verspreiden. Bepaalde rupsen bootsen de geluiden na van de mierenkoningin om de mieren te kunnen parasiteren. De koekoek die een broedparasiet is, weet het door hem overboord gegooide volle vogelnest te imiteren. Dat dit alles zou resulteren uit loutere diversificatie en natuurlijke selectie, kon Charles Darwin zelf, de architect van de evolutietheorie, niet eens geloven.

Maar het ineens opdagen van virtuele werelden gaat veel verder dan wat de etiologie ons onderwijst over het sluwe gedrag waarmee dieren zich overeind weten te houden in de jungle van het leven. De creatie van een wereldbeeld dat geen enkel verband houdt met de ervaarbare realiteit in de theologische uitleggingen van allerlei religies is van een andere orde dan wat dieren en planten kunnen verzinnen wanneer zij elkaar voor de gek willen houden. Een godsdienst die sprookjesachtige dogma's in het vaandel voert en die erin slaagt om de belijdenis af te dwingen van miljarden mensen in de zin waarin George Orwell dat in zijn 1984 beschrijft, getuigt van een niets en niemand ontziende terreur waarbij alleen de specifieke wellust welke de uitoefening van die macht begeleidt, wordt nagestreefd: macht bezitten diegenen die aan anderen kunnen verbieden om te beweren dat de som van twee en twee gelijk is aan vier. Macht wordt uitgeoefend waar dit verbod in weerwil van de aantoonbare waarheid standhoudt dankzij de dreiging van geweld en het gruwelijke gebruik ervan. Zeer in tegenstelling tot de mimicry waarmee dieren niets anders nastreven dan de eigen overleving, heeft de machtswellust als motor van een religie geconcretiseerd in een paar miljard belijders van openlijke leugens een sadistisch karakter in de authentieke betekenis van de term: mensen folteren andere mensen (of veeleer: een libertijnse elite foltert het volk) om te ontsnappen aan de verveling.

Want op de keper beschouwd is het dat wat de clerus doet wanneer zij, theologiserend, een virtueel heelal construeert en dit er dan ook daadwerkelijk in hamert bij haar 'gelovigen' - tussen aanhalingstekens want eigenlijk moet men spreken over haar onderworpenen. Gelovigen zijn onderworpenen, armen die openstaan voor principieel grenzeloze uitbuiting en wel door een kaste van vrijgeesten of lieden die het libertinisme beoefenen en dan nog in die mate dat zij zich schaamteloos voordoen als heilige belijders van een leer waarvan zij, zoals Dostojevski het in zijn Parabel van de Grootinquisiteur van Sevilla (1) heeft onthuld, zelf geen jota geloven en die geen ander doel heeft dan de onderwerping van het volk ten dienste van hun eigen gesofisticeerde geneugten. Het lijvige document dat de Franse socioloog en journalist Frédérick Martel hierover in 2019 publiceerde, laat niets aan de verbeelding over: Sodoma: enquête au cœur du Vatican (2) schildert een elite van in luxestaat Vaticaanstad residerende, rotverwende, arrogante, in rijkdom badende en egocentrische materialisten.

Nu de virtuele kosmos van het katholicisme geleidelijk versast wordt naar de musea van de wereldpolitiek en nu steeds bredere lagen van de wereldbevolking hopen dat dit eerlang ook de bestemming van alle andere religies zal wezen, verplaatst zich gestaag het brein van dit gigantische monster dat schermde met het hiernamaals en met het eeuwig leven naar een welhaast volledig uitgewerkt model dat het hiernumaals beoogt met een door de wonderen van de chemie verwezenlijkt allerprettigst bestaan bevrijd van alle leed en met het vooruitzicht op de principiële onsterfelijkheid welke wordt beloofd door een van haar grootste steunpilaren, namelijk de medische wetenschap, die nu reeds een pijnloos levenseinde garandeert en die volgens sommigen ook al de beloofde eeuwigheid te bieden heeft dankzij het cryonisme - voor wie dit wensen, en het uiteraard ook kunnen betalen.

De nieuwe dictatuur houdt wegens de werkelijkheid van het leed en van de dood in feite reeds alle stervelingen in een ijzeren machtsgreep en zij ware misschien niet danig te blameren indien zij verankerd was in louter de wetenschap dat god een creatie is van de mens en dat de mens nu maar zelf eens voor god moest gaan spelen zoals in Muth in de gedichtencyclus Winterreise van Wilhelm Müller welke beroemd werd nadat Franz Schubert die in het jaar voor zijn dood op toon zette: Will kein Gott auf Erden sein,/Sind wir selber Götter. Wat de nieuwe dictatuur gevaarlijk maakt voor ons, is het vaste geloof, welke een consequentie is van haar bittere stellingen, dat de mens een schim is, gedoemd om te vergaan, niet omdat hij slechts een schepsel was met de sterfelijkheid belast maar omdat hij niet meer dan een illusie zou zijn, iets dat in feite nooit heeft bestaan, een verschijnsel waarop wij ons verkijken, precies zoals wij ons verkijken op het vermeende gezicht van de levenloze maan. Voor de 'nieuwe' dictator is de mens een wanschepsel dat moet wijken voor de dood welke de ijzige kosmos uitstalt en in die vloek weerklinkt de stem van hem die reeds protesteerde bij de schepping van het zogenaamde evenbeeld van God, met name Vondels Lucifer.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 17 september 2022)

Verwijzingen:

(1) Zie de zogenaamde raamvertelling in Fjodor Dostojevski zijn in het jaar voor zijn dood verschenen roman: De gebroeders Karamazov, 'De Russische Heraut' ('Ру́сский ве́стник'), 1879-1880.

(2) Frédérick Martel, Sodoma: enquête au cœur du Vatican, Robert Laffont, 2019.

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 3. De moordende plicht zichzelf te wantrouwen



Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 3. De moordende plicht zichzelf te wantrouwen

De verleiding van het virtuele is verwant met het bedrieglijke van de wens omdat het virtuele zich verhoudt tot het echte zoals de wens zich verhoudt tot de wil. En hier loert het sentiëntisme om de hoek, de pijnstillersmentaliteit, de valse leer dat het goede samenvalt met het genot en het kwaad met het leed.

Het gevaarlijke aan de virtuele werelden is dat de ervaring die ze ons over hen bezorgen, niet strookt met de achterliggende werkelijkheid precies zoals het gevoel dat pijnstillers ons geven, de oorzaak van de pijn onzichtbaar maakt in plaats van die te verhelpen: wij voelen ons dan goed maar we zijn het niet, we kunnen ons niet langer op ons gevoel vertrouwen omdat het ons beliegt. Een list heeft ons gestrikt met als resultaat dat wij voortaan verplicht zijn om ons eigenste gevoel, om onszelf te wantrouwen.

De wil onderscheidt zich van de wens doordat de wil met de realiteit verbonden is in die zin dat men pas datgene kan willen waarvoor men ook bereid is wat te doen terwijl de wens zich ophoudt in een fantasiewereld die geen andere inzet vraagt dan de overgave aan bedrog. Dromen mag, dromen zijn verbeelding: dromen zijn alleen gevaarlijk als men zich niet langer bewust is van het feit dat men droomt, en dat is inbeelding, en precies daar ligt het gevaar van virtuele werelden: dat zij ons laten vergeten dat zij eigenlijk onecht zijn; dat wij zodanig opgaan in het spel dat wij vergeten dat we spelen. Doen we dat, dan haalt de realiteit ons in en wel op een allerminst zachtaardige wijze. Het verbergen van de werkelijkheid achter een façade is een activiteit met een zeer beperkte houdbaarheidsdatum.

Immers, het euvel van de virtualiteit brengt malafide lieden op ideeën: zoals de moordenaar een wapen ziet in een schaar die dient om nagels mee te knippen, zo azen zij erop om, meestal met het oog op eigen gewin, anderen te gaan opsluiten in een virtueel bestaan. Mensen die het met anderen niet te best menen, creëren virtuele werelden als een soort van wapens waarmee zij al dan niet vermeende concurrenten soms voor eeuwig en drie dagen op het verkeerde been zetten, afsluiten van de realiteit, blinddoeken, verlammen en feitelijk 'buiten spel' zetten door hen op te sluiten in een vergiftigd spel dat immers dezelfde uitwerking heeft als de middeleeuwse vergeetput.

Reeds vele eeuwen lang beijvert zich de clerus om van mensen 'gelovigen' te maken en in de bundel 'Beminde gelovigen' steekt Godfried Bomans de draak met de onwerkelijkheden die men het volk probeert aan te praten om het te modelleren naar een kudde met het gewenste gedrag: weinig geblaat en veel wol. Bomans was een van de tallozen die het niet langer konden bolwerken om rede en verstand te onderdrukken welke dan in de vorm van spot en soms sarcasme in de gedaante van verzonnen verhalen of zelfs literatuur, ja, kunst, de toegang tot de echte wereld niet meer kon worden ontzegd omdat nu eenmaal ieders krediet verliezen al wie de nar niet in hun midden dulden. Van de virtuele wereld tot dewelke allerlei theologieën het natuurlijke bestaan herschapen hebben, is het katholicisme exemplarisch en dan vooral de middeleeuwse versie, het Thomisme, dat op elke mogelijke vraag omtrent de waarheid wel een antwoord wist te verzinnen.

Totdat het de spuigaten begon uit te lopen uiteraard en het contrast tussen het geloof en de werken bij wie het voorbeeld moesten geven, al te gortig werd alsook het misbruik van de goedgelovigheid der christenen. Terwijl zij elders waar nog honger is en bijgeloof de kerk nog dapper doorgaat met bekeren omdat zij heel goed weet dat mensen oud zijn en versleten tegen de tijd dat hun de schellen van de ogen vallen, heeft zij momenteel in een zeker gedeelte van de wereld waar het licht der rede aangestoken werd, vooralsnog afgedaan. Maar kijk, de booswichten die altijd garen sponnen bij de blindheid van de kudde, hebben zich nu toegelegd op de creatie van nieuwe virtualiteiten welke de sprookjes uit de oude doos gewis een aardige neus zetten.

Een virtuele wereld welke gecreëerd werd als een valluik met de bedoeling mensen 'op te lichten' wat wil zeggen dat hen de vaste grond onder de voeten weggeritst wordt, presenteert zich uiteraard precies zoals ook alle andere leugens zich voordoen, wat wil zeggen: in de vorm van de waarheid en dan nog het liefst in de gedaante van een of andere dringende noodzaak. Zoals ten tijde van Christoffel Columbus de toenmalige paus middels een voor te lezen document (in casu het beruchte Requerimiento) aan de Indianen diets maakte dat hij als vertegenwoordiger van God zelf op aarde het recht en zelfs de plicht had om hen tot bekering tot het alleenzaligmakende geloof te dwingen op straffe van verslaving, wat daadwerkelijke uitroeiing betekende (1), zo plegen vandaag andersoortige maar niet minder te vrezen gezagsdragers een aanslag op de vrijheid van de voltallige wereldbevolking door hen onder meer middels onbetaalbare boetes daarvan te overtuigen dat het volk zich voor zijn eigen bestwil moet gaan onderwerpen aan de verordeningen van de WHO, de nieuwe kerk van het hiernumaals of van gelijkaardige tentakels van de nieuwste dictatuur, welke een voorbereiding vormt op de alleenheerschappij van Moloch, de gevreesde menseneter.

Het allerlaatste boek van de Bijbel, genaamd De Openbaring van Johannes, een apocalyptisch of onthullend visioen, neergeschreven op de berg Patmos, profeteert over de eindtijd. Onder meer wordt daar verteld hoe de vrijheid van de mensen zal beknot worden en hoe men met niets minder dan met zijn leven zal betalen voor zijn redding, zoals bij uitstek het geval is in het martelaarschap. De banneling Johannes zelf werd omgebracht door middel van de messingen stier waarmee christenen werden geëxecuteerd in het Romeinse Rijk. De veroordeelde werd opgesloten in de stier waaronder men vuur maakte zodat het gloeiende messing het slachtoffer roosterde. De constructie zat vol buizen ter versterking van de kreten van de martelaar. Deze Siciliaanse stier is verwant met de Moloch aan wie kinderoffers werden gebracht. Door gebruikmaking van onder meer gematria wordt gewag gemaakt van verborgen betekenissen achter de zichtbare dingen en gebeurtenissen en de gelovigen worden middels dit mystiek symbolisme quasi onherroepelijk weggerukt uit de realiteit en steeds dieper in de door de theologie geschapen virtuele wereld haar binnen gelokt: velen hebben hun ganse leven gespendeerd aan verwoede, vaak vernuftige pogingen om de zogenaamde 'tekenen des tijds' op te sporen en te verklaren. De virtuele wereld die daaruit resulteerde was er een van zuivere waanzin en de waanzinnigen heetten 'exorcisten' of 'duiveluitdrijvers' (die met toverformules de bezetenen verlosten van de duivel, onder wie élke boorling, namelijk bij zijn doopsel) maar ook 'heiligen' of 'gelovigen' zonder meer. Het symbolisme van Sint-Augustinus, later uitgewerkt door de allergrootste kerkvader Thomas Aquinas, is hier zeer voorbeeldig. Deze waanzin van religieuze makelij wortelde zich zo hardnekkig in de wereld dat uitgerekend de ongelovigen die er derhalve aan ontsnapten, als bezetenen of als waanzinnigen konden worden weggezet.

Nu de religieuze waanzin door de wetenschappelijke werd ingehaald, de booswichten hun zwarte pij verwisseld hebben voor een witte kiel en allerlei universitaire instellingen in de plaats gekomen zijn van de voormalige katholieke instituten (waarbij 'universitair' en 'katholiek' exact dezelfde betekenis hebben van 'alomgeldigheid'), explodeert de verwarring die de hernieuwde machtsgreep mogelijk maakt van de verborgen heersers over het uit te buiten volk dat wordt ondergebracht in wat op de keper beschouwd virtuele stallen zijn in analogie met de veestallen waarin dieren door mensen worden ondergebracht om ten slotte te worden opgegeten: het vee weet niet dat het gestald wordt om vetgemest te worden en verslonden maar het ruikt wel onraad wanneer het naar de slachtbank wordt geleid en van deze reukzin zijn vooralsnog een deel van de mensen in het bezit, die dan hoe dan ook lucht geven aan hun bezorgdheid over het onechte en het leugenachtige dat zij alom menen te ontwaren, al valt het bijzonder moeilijk om dit exact te duiden, zoals het ook heel lastig kan zijn om een zekere stank te benoemen en te situeren terwijl men weet dat stank misschien wel brand verraadt, vergif of ander onheil dat om zich grijpt en dat weerloos maakt en doodt.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 16 september 2022)

Verwijzingen:

(1) De belangrijkste auteur van het 'requerimiento' (d.d. 1513) was de Spaanse rechtsgeleerde Juan López de Palacios Rubios (1450-1524). Het document werd voorgelezen aan de Indianen. Daarin werden zij 'gevraagd' zich te onderwerpen als vazallen van de Spaanse vorst en als onderdanen van de paus en als zij weigerden, zouden zij met geweld worden onderworpen en tot de slavernij worden gedwongen. Zie: https://en.wikipedia.org/wiki/Juan_L%C3%B3pez_de_Palacios_Rubios

Een vertaling naar het Nederlands van de hand van Jan De Vos s.j. (in: La Paz de Dios y del Rey, Colección Ceiba, Chiapas, Mexico, 1980, pp. 71-73) van de integrale Spaanse tekst van het Requierimiento van 1513 verscheen in de Vlaamse editie van jaargang 52 van het tijdschrift Streven in een artikel van de hand van Henk Jans, getiteld: Spaanse theologen over de kolonisatie van Amerika. Zie: https://www.dbnl.org/tekst/_str008198401_01/_str008198401_01_0061.php

Zie ook:

https://en.wikipedia.org/wiki/Spanish_Requirement_of_1513 en

https://web.archive.org/web/20070501102909/http://www.ciudadseva.com/textos/otros/requeri.htm

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 2. Zijn en schijn

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 2. Zijn en schijn

De mens is een complex wezen en net zoals een woord of eender welk ander teken, wordt een mens of zijn betekenis niet alleen bepaald van binnenuit en dus door onder meer datgene waaruit hij samengesteld is maar ook van buiten uit, door de context waarin hij zich bevindt. Een 'x' in het woord 'taxi' is een letter, maar geplaatst tussen twee cijfers is het mogelijkerwijze een vermenigvuldigingsteken en op een verkeersbord kan het een verbodsteken zijn. Mensen verschillen onderling van binnenuit en tweelingen die van binnenuit ongeveer gelijk kunnen zijn, kunnen onderling verschillen van buiten uit omdat hun respectievelijke contexten verschillen - de context van elk van ons apart verandert overigens ook voortdurend. Maar mensen kunnen ook van buiten uit onderling gelijk zijn, bijvoorbeeld omdat zij eenzelfde beroep uitoefenen, wat dan soms nog geaccentueerd wordt door het uniform dat hen als het ware onpersoonlijk maakt en waarmee hun vervangbaarheid wordt geaccentueerd maar ook hun willoosheid en hun gehoorzaamheid aan degene van wiens beeld zij klonen zijn.

De mens is een complex wezen maar hij manifesteert zich meestal in slechts kleine onderdeeltjes tegelijk: als wij ons naar school begeven of naar ons werk, dan zijn wij voetganger, fietser, treinreiziger of automobilist. Als wij werken zijn wij arbeider, bediende, ambtenaar of winkelier. Als wij rusten, zijn wij slaper, televisiekijker, muziekliefhebber, restaurant-, café-, cinema- of operabezoeker, schaatser of voetbalspeler. Wij blijven dezelfde maar een veranderende context maakt dat ook wijzelf veranderen en elke specifieke situatie, elke wereld waarin wij ons begeven, eist van ons een aangepaste avatar: een gebruiker van het verkeer die een traject aflegt en verkeersregels volgt, een danser die zijn oefeningen doet, een leraar die lesgeeft voor de klas of een moeder die bevalt van een kind. Naarmate wij andere dingen doen, zijn wij iemand anders: wij niezen, snuiten onze neus, wij eten, koken, lopen, zitten, vertellen, luisteren, wij herinneren ons dingen of wij vergeten namen. Wij danken de Heer, we laten de hond uit, we geven de auto een wasbeurt of we bezoeken een kermis.

Wij ervaren een gevoel van vrijheid omdat wij ons kunnen verplaatsen van de ene naar de andere context waarbij ook wijzelf telkenmale veranderen en die verandering is allerminst oppervlakkig, getuige wat de kampbewakers uit de nazitijd vertellen over het wisselen van kleren na de dagtaak: met het afwerpen van het uniform lijkt het wel alsof ik ook de kampbewaker van mij afgeworpen heb, zo verklapt iemand van hen, tijden na de daden: ik wierp degene van mij af die in de door het uniform aangegeven functie zijn plicht vervulde en moordde op bevel.

De vele werelden waarin wij ons begeven, bestaan ook echt, zij zijn niet virtueel maar tegelijk veranderen wij zelf naarmate wij ons in andere werelden begeven. Wij veranderen onder invloed van de werelden waarin wij ons begeven en die ook echt zijn maar tevens onvolledig. Wij zijn onvolledig in werelden die zelf niet volledig zijn en die werelden spreken elk verschillende onderdelen van ons wezen aan en wekken ze, brengen ze tot leven, terwijl zij andere delen van onszelf laten rusten. Edoch, wat gebeurt er waar wij virtuele werelden betreden en wanneer is een wereld virtueel?

Het Latijnse 'virtualis' betekent: 'slechts als kracht bestaand', 'in potentie', 'potentieel', 'als mogelijkheid'; verder vindt men in de woordenboeken dat 'virtueel' betekent: 'schijnbaar', 'niet echt doch enkel echt lijkend', 'denkbeeldig' of 'op het internet', 'voorwaardelijk', 'niet echt aanwezig'. Maar op grond van deze omschrijvingen rijst meteen de vraag of er ook maar iets kan bestaan dat direct of onbemiddeld aanwezig is want alle communicatie vergt een medium en elk medium transponeert het echte naar iets dat erop gelijkt: de gedachte wordt omgezet in een volzin, in een compositie, in een schets. Het medium draagt de betekenis van de gever naar de ontvanger via het teken dat een codering is van wat het betekent en dat door de ontvanger gedecodeerd moet worden, waarbij er onvermijdelijk een verlies aan betekenis optreedt terwijl, en dat is wel veel ernstiger, een discrepantie blijft bestaan tussen de mededeling en wat echt gebeurt: de zekerheid omtrent de feiten is met andere woorden nooit volkomen, er speelt steeds die mogelijkheid van de leugen, de ontrouw, het bedrog of de list.

Geheel onbemiddeld aanwezig lijkt alleen het 'Zelf' maar ook dat wordt gehuld in een waas van mysterie, getuige de uitgebreide mystiek welke zich daarrond heeft geweven in de loop van vele duizenden jaren. “Splijt het hout en ik ben er”, zo zegt God over zichzelf in spreuk 77 van het Thomasevangelie om zijn Onmiddellijke Aanwezigheid aan te duiden maar uiteraard mislukt die poging voor al wie niet reeds mystiek begaafd zijn. “Tat twam Asi”, “Gij zijt Dat”, zo zeggen de Hindoes over het Onvergankelijke Zelf dat zij met de Godheid of het Absolute identificeren: het volstrekt onbemiddelde, dat op zichzelf bestaat maar zonder het welke niets kan bestaan, het 'hypokeimenon' (ὑποκείμενον), de substantie of de essentie, bestaat zelf slechts als veronderstelling, het is met andere woorden evenzeer denkbeeldig of dus virtueel.

En zo rijst de vraag of tenslotte niet alles virtueel is en of het spreken over virtualiteit niet de verkapte bedoeling heeft om de illusie levend te houden dat er ook echte zaken bestaan. De avatar mag dan wel een masker wezen: 'masker' is ook de betekenis van 'persona' als spreekbuis of 'datgene waar doorheen ('per') men spreekt ('sona')' en waarvan het actuele woord 'persoon' werd afgeleid terwijl wij weten dat iemands persoonlijkheid in tegenstelling tot zijn karakter geen onveranderlijk gegeven is doch gevormd wordt en ook kan veranderen door vorming, door omstandigheden en dus door context en zo wordt ook wel geopperd dat mensen producten zijn van hun tijd. Indien Newton niet geleefd had, dan was er wel een ander die zijn werk gerealiseerd had en hetzelfde geldt dan ook voor ieder ander, zodat men de indruk krijgt dat de gehele inhoud van ongeacht welke persoon uiteindelijk een product is van de context, van de wereld. Zelfs onze genen zouden door langdurig herhaalde processen van 'trial and error' in de 'survival of the fittest' zijn geworden wat zij heden zijn, zodat de zogenaamde kern van ongeacht welk wezen, het zogenaamde 'innerlijk', de 'geest', de 'psyche' of de 'ziel' niet meer was dan een kostelijke illusie en aldus een virtuele realiteit, een denkbeeldig iets, een schijn, een vluchtige droom. En gesteld dat dit inderdaad het geval was en dat uiteindelijk niets ook echt was, dan was er slechts de onderlinge strijd der denkbeeldigheden, een strijd vergelijkbaar met die van de talloze producten op de markt die, in voortdurende concurrentie met elkander, zichzelf aanprijzen.

Edoch, het is ons geraden te veronderstellen dat er enerzijds echte dingen zijn en anderzijds valse; zoals wij ook moeten aannemen dat er waarheid is en leugen, recht en onrecht, schoonheid en lelijkheid. Alleen doen wij er beter aan om dat alles in gradaties te denken, ook al veronderstellen zij uiteindelijk het bestaan van het sublieme: sommige dingen zijn echter dan andere, rechtvaardiger, schoner of waarachtiger. Het virtuele is niet echt maar bijna echt en misschien moeten wij het welkom heten omdat het wel eens een verzachting kon betekenen van het echte dat soms al te rauw is. Wij bekleden als het ware de werkelijkheid met een toneel zoals wij ook de naaktheid bekleden met gewaden, de leegte met allerlei spullen die enkel dienen om die te vullen, de onwetendheid met explicaties die ons geen stap verder brengen maar die comfortabel aanvoelen zoals kussens op een al te harde houten bank en de taal met eufemismen, verkappingen, indirecte redes, oratorische vragen, beeldspraak en verhalen over dieren die in feite zekere mensen representeren.

Gevaarlijk wordt het alleen wanneer het virtuele ons van wat echt is gaat beroven: het lelijke dat de plaats inneemt van het schone, de leugen die zich nestelt waar de waarheid hoort te wonen en het schone dat verdrongen wordt door afzichtelijke taferelen. En dat is mogelijk omdat al hetgeen bestaat in onze aandacht leeft, terwijl de plaats in onze hoofden even beperkt is als de tijd: als wij onze uren doorbrengen met het schenken van gehoor aan mooipraters, betweters en leugenaars, bijvoorbeeld omdat zij zich voordoen als geleerden, leiders en rechtvaardige rechters, rest ons geen tijd meer om te luisteren naar de muziek van Bach en Pachelbel. Als wij de twintigduizend avonden van ons leven (want zo veel of zo weinig avonden worden ons geschonken als wij tenminste het geluk hebben om lang te leven) doorbrengen in het gezelschap van nieuwslezers en commentatoren of, erger nog, van ondermaatse acteurs in oeverloos uitgesmeerde inhoudsloze series op de buis, dan resten ons nog bitter weinig stonden voor het bewonderen van de schilderijen van Monet, Rembrandt, Vermeer en Michelangelo. Als wij ons zakgeld uitgeven aan de sensatiepers en ons volzuigen met roddels, blijven de diepzinnige romans van Dostojevski eeuwig ongelezen, alsook het welluidende Mei van Gorter, Langs de wegen van Stijn Streuvels, De mantel van Gogol, de verhalen van Edgar Allan Poe en Franz Kafka en De goddelijke komedie van Dante Alighieri. De werelden die deze kunstwerken oproepen, zijn allerminst virtueel, zij brengen echtheid in het leven en zuiveren het van schijn en van bedrog.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 15 september 2022)


Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten - Aflevering 1. Dingen, woorden en getallen

Een onpersoonlijke macht is bezig de mensheid in een virtuele wereld naar binnen te lokken om die daarin op te sluiten

Aflevering 1. Dingen, woorden en getallen

De avatar is ons al bekend: het is oorspronkelijk een (Sanskriet) begrip uit het Hindoeïsme dat verwijst naar “(...) het incarneren of verschijnen van een (abstracte) god in de wereld in de persoon van een levend wezen”. (1) Het is een emanatie van de godheid in de mensenwereld. (2) En met betrekking tot de computerwereld is een avatar “de representatie van de persoon van vlees en bloed in de virtuele wereld of fantasiewereld." (3)

Wie zich identificeert met zijn avatar of wie door anderen daaraan gelijkgesteld wordt, treedt een wereld binnen of wordt een wereld naar binnen geduwd die grondig verschilt van de echte werkelijkheid en spontaan denkt men dan aan een spel met eigen regels dat binnen de realiteit bestaat, als het ware als een sub-realiteit. De regels van het spel kunnen grondig verschillen van de onontkoombare wetten van de werkelijkheid en over het algemeen is men zich niet ten volle bewust van de betoverende kracht van het spel en van de macht die het soms over de realiteit weet uit te oefenen. De macht die spelregels kunnen hebben alleen al over ons waarnemingsvermogen wordt bijvoorbeeld uitnemend geïllustreerd door het toneelstuk Dogville van Lars von Trier waarin het decor zich beperkt tot een reeks van afspraken en zo worden muren gerepresenteerd door krijtlijnen op de grond terwijl de toeschouwer binnen de kortste keren een echt decor blijkt waar te nemen.

Maar het gegeven van de subrealiteit of het spel is allerminst nieuw en evenmin nieuw is het verschijnsel waarbij de subrealiteit de plaats van de werkelijkheid zelf gaat innemen terwijl de werkelijkheid zelf verdrongen wordt naar het tweede plan. Dat verschijnsel deed zich namelijk voor van zodra de mens afbeeldingen ging maken van de werkelijkheid, van zodra hij dus is beginnen spreken en vooral schrijven, wat een aanvang neemt met aansprekingen en derhalve met naamgevingen: de naam is de avatar van het werkelijke ding in de wereld van de taal die binnen de authentieke werkelijkheid bestaat maar die eigen regels heeft die van de wetten die over de werkelijkheid heersen, afwijken.

Dat in de loop van de tijd de wereld van de taal de werkelijkheid zelf is gaan overheersen, is omzeggens een publiek geheim dat wij bijvoorbeeld kennen uit het gezegde: "Quod non est in Scriptis, non est in mundo": "Wat niet in de (Heilige) Schrift staat, bestaat ook niet in de wereld". Het beginsel heeft zich genesteld in de rechtspraak waar geldt dat een rechter geen rekening houdt met wat niet in de processtukken staat en wij kennen het principe ook in de politieke wereld waar de sanspapiers behandeld worden als onbestaande mensen omdat men er blijkt van uit te gaan dat men zijn menszijn aan zijn burgerschap te danken heeft.

Dat is overigens een succesrijke theorie welke steunt op de leer dat het denken een verinnerlijking is van de dialoog, het geweten een verinnerlijking van de wetten en het menszijn een product van de staatsvorming. Dit alles overeenkomstig de leer van de Schrift en meer bepaald (vooral) het eerste van de twee scheppingsverhalen in het boek Genesis, de hoofdstukken 1 en 2, waar het woord Gods de dingen beveelt te bestaan. Dat wordt herhaald in het evangelie volgens Johannes: "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen; en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen." (4)

Zo is reeds in de eerste geschreven teksten te zien hoe de wereld van de taal zichzelf fundamenteler is gaan achten dan de wereld die zij benoemt. Aanvankelijk werden de namen op de dingen geplakt maar alras is men gaan geloven dat de dingen hun wezen aan hun namen ontlenen: de dingen worden geschapen middels de woorden die hen bevelen te bestaan.

Chronologisch gaan de dingen vooraf aan hun namen doch ontologisch is het net andersom: pas met hun namen worden de dingen erkend en krijgen zij toegang tot de wereld. En voor het gerechtvaardigd zijn van deze al dan niet schijnbare omkering valt wel heel wat te zeggen. In het hoofdstuk II.4, getiteld: Het wezen van het denken en het wezen van de taal, in: Trans-atheïsme werd deze problematiek al uit de doeken gedaan. (5)

Ofschoon er heel wat te zeggen valt voor het aanvaarden van het ontisch voorafgaan van de namen aan de dingen, moet toch een onderscheid worden gemaakt tussen het (natuurlijke) statuut van de dingen en het (culturele) statuut van de taal waaruit dan weer blijkt dat de omkering waarvan sprake in een heel ander perspectief geheel onterecht blijkt. Met kan hier ter verduidelijking een analogie maken met het statuut van de realiteit van het geld dat uiteraard van een lagere orde is dan de realiteit van de natuurlijke dingen.

Het geld ontleent zijn waarde aan menselijke afspraken zoals het zaad zijn groeikracht ontleent aan de natuur maar de vruchtbaarheid waarop het geld aanspraak maakt wanneer het zichzelf aanprijst bij de beleggers, is niet van dezelfde orde als de vruchtbaarheid van het zaad dat op de akkers groeit en dat de vruchten voorbrengt waarmee alles wat leeft zich voedt op straffe van niets minder dan de dood. Dat niemand zonder voedsel kan leven is een natuurlijk gegeven maar het gezegde dat niemand kan zonder geld, geldt niet omdat geld levenschenkend zou zijn maar omdat geld in staat is om voedsel onbereikbaar te maken (namelijk: voor wie er niet voor betalen). Voedsel schenkt leven maar geld is slechts een chantagemiddel, het is pas een noodzaak door de misdaad welke ermee verbonden is, het onthoudt immers het levenskrachtige voedsel aan wie er niet voor betalen. De legende van koning Midas kan bijzonder verhelderend zijn voor wie danig betoverd zijn door de illusie van het geld of het goud waarvan de houdbaarheidsdatum enerzijds door ontrouw wordt gefnuikt maar anderzijds ook door het gegeven van de schaarste: waar een tekort is aan brood, kan men het zelfs met al het goud van de wereld niet kopen.

Nu worden sinds vele jaren de mensen aan banden gelegd middels de virtuele werelden van de namen (de taal, verbonden met de kwaliteiten) en de getallen (het geld, verbonden met louter kwantiteiten) maar de vormen van virtualiteit die zich vandaag meester dreigen te maken van de werkelijkheid, blijken van een nog heel andere orde.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 13 september 2022)

Verwijzingen:

(1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Avatar_(hindoe%C3%AFsme)

(2) Ib.

(3) https://nl.wikipedia.org/wiki/Avatar_(computer)

(4) Joh. 1: 1-18.

(5) Samenvatting: “Afbeeldingen van de werkelijkheid verleiden de waarnemer tot het identificeren van deze afbeeldingen met de werkelijkheid zelf: hij kijkt met de ogen van de afbeelder, die aldus het monopolie over zijn Zien, en dus macht over hem verwerft. Tussen de waarnemer (/de denker) en de werkelijkheid hebben zich aldus clusters van macht gevestigd; de waarnemer (/de denker) is van de werkelijkheid vervreemd: het is niet langer zijn eigen waarnemen en zijn eigen denken dat hem leidt. Hij heeft de werkelijkheid geruild voor een droom, en via zijn droomarbeid wordt hij uitgebuit. Het bedrog is onmogelijk zonder de misdaad tegen de waarheid, die er het eerste slachtoffer van is. Het gaat dus steeds om een misdaad tegen God. God buitensluiten gebeurt door hem af te beelden. Afbeelding is ont-ordening of miskenning van de Geest die aan de basis van de werkelijkheid van het afgebeelde ligt. Het is de miskenning van de tweede persoon als diegene die men aanspreekt: men herleidt hem tot een derde persoon waarover men spreekt als over een object. Onze houding tegenover de werkelijkheid is niet langer een aanspreking maar een afbeelding, zodat de ware werkelijkheid aan ons ontsnapt. Wij verarmen zodoende onze werkelijkheid en onszelf. Alleen door er te zijn, niet door iets te doen, looft de schepping haar Schepper. Sprekend en denkend maken wij voortdurend afbeeldingen, die echter Gods afbeelding zelf overschaduwen en er de toegang toe verhinderen. Alleen Gods woord - zijn naamgeving - is schepping: Hij beveelt de dingen te bestaan. De list van de duivel bestond erin de mens te laten geloven dat ook hij zich de goddelijke bevelen kon bemachtigen. Maar de mens kan enkel de namen van de bevelen uitspreken: hij heeft de macht noch het recht om ze als bevelen uit te spreken. Zo kan de boom van de kennis de mens niet baten, want hij behoort hem niet toe. Die vermeende kennis heeft de mens uit het paradijs gestoten. Zijn lot is zoals dat van de waarnemer die voortaan met de lens van de afbeelder kijkt. Zoals de afbeelder aan de toeschouwer de afbeelding verkoopt voor de prijs van de werkelijkheid, zo ook verkoopt de duivel aan de eerste mens de wereld voor de prijs van het paradijs, waarvoor hij voortaan blind is omdat hij kijkt met de ogen van de duivel. De verslaafdheid aan de wereld is een verslaafdheid aan een droom. De droom verslaaft omdat hij lust geeft, en daarom zal de bevrijding leed meebrengen. Bevrijding vergt daarom inzicht en toewijding: de mens moet ophouden met objectiveren; hij moet afstand doen van zijn vermeende macht en tot de erkenning van de ander komen. Het denken zelf is niet verwerpelijk, maar wel het instrumentaliserend denken tegenover de medemens, tegenover God, en tegenover de schepping als zodanig: respect sluit objectivering uit. Alle zijn is de vrucht van erkenning, of de liefde. Het einddoel van waarachtige kennis is niet bezit maar wel verwondering of aanbidding: wie aanbidt, objectiveert niet langer: hij staat tegenover een ‘Gij’ - een persoon. De zin van het denken is de verwondering, die een aanbidding is. In de aanbidding vindt de mens zijn bestemming. Zonder de verwondering, de aanbidding, of de intersubjectieve dimensie, is het denken volkomen inhoudsloos. In de mystieke geest wordt niet afgebeeld maar wel uitgenodigd - tot gemeenschap. Het betreft niet louter een gemeenschap van gedachten of een consensus, maar wel een één-zijn met het wezen zelf van wat niet langer afbeeldbaar is: het heilige. Taal verenigt haar gebruikers. Elk ding is zijn zin, tastbaar geworden in een patroon, en alle patronen zitten in hogere patronen ingebed. Bewegingen maken steeds deel uit van omvattender bewegingen. Tot op zekere hoogte is dat ook het geval met de taal, die dan louter interactie is. Interacties vertonen geen breekpunten: ze zijn continu, ze bepalen elkaar of worden door elkaar bepaald. Alleen hun ultieme oorsprong en hun ultiem doel ontsnappen daaraan. Taal als louter interactie spiegelt ons het beeld voor van een structuralistische wereld. Maar de taal vindt haar hoogste zin en dus haar eigenlijke wezen in communicatie: communicatie is een vorm van interactie, maar interactie is niet noodzakelijk communicatie. Interactie bevindt zich op het niveau van de natuurwetten; communicatie verbreekt deze wetten. Afspraken onder personen, en dus ook afspraken met zichzelf, leiden tot activiteiten die ontsnappen aan de traagheidswet. In wezen zijn zij naamgevingen, identificaties van dingen met namen, die deze dingen verheffen naar een hoger betekenisniveau. Ze zijn mogelijk dank zij de trouw. De trouw fundeert de mogelijkheid tot het maken van afspraken, welke de communicatie funderen. Interacties zijn continu, maar afspraken verbreken deze continuïteit en vergen specifieke inspanningen van de betrokkenen die aldus ingrijpen in het louter interactieve. Het is het vermogen tot trouw, dat aan de oorsprong ligt van elk nieuw betekenispatroon. Zo ligt aan de oorsprong van de alles omvattende werkelijkheid, de trouw van God jegens zijn schepselen, en niet bepaalde fundamentele natuurwetten, zoals het materialisme gelooft. Communicatie is geen voortgezette interactie, maar is een totaal nieuwe en andere activiteit dan het interageren. Elk universum ontspringt aan een gegeven woord, en alle dingen zijn door het Woord geworden. Taal is in wezen trouw, of: gegeven woord. Trouw is wezenlijk discontinu, want hij overwint de natuurwetten. Intersubjectieve afspraken constitueren universa voor de betrokken subjecten, en zo ook werd het Universum bij uitstek geconstitueerd. De menselijke taal is als een schaduw van Gods woord, die het goddelijke in de wereld naar binnen brengt, en hem daardoor verlicht. Cruciaal in de communicatie of de dialoog is de aanspreking, waarvan de naamgeving hun fundament is: ze betekent een erkenning of een ont-objectivering, een verheffing van het object tot subject. In de erkenning, in de naamgeving, wordt de persoon geschapen - in Gods erkenning en in onze erkenning van de medemens. Zoals het woord, verwijst ook de naam naar iets afwezigs, en hij is daarom een belofte. Iemand erkennen betekent: iemands bestaan-voor-ons beloven, en daarom is de naamgeving wezenlijk een persoonlijk engagement. In de naamgeving nodigt men de ander uit om zijn aanspreekbaarheid te aanvaarden, en om zich zodoende te positioneren in de geestelijke werkelijkheid, met het oog op eenwording. Men aanvaardt dan tevens de onvoltooidheid van de gegeven werkelijkheid én de plicht tot participatie aan de voltooiing. Aanspreken is gebieden tot trouw aan het te voltooien project van de liefde. Uit de oorspronkelijke aanspreking vloeien de tien geboden voort. In de structuur van de taal vindt men de structuur van de werkelijkheid zelf terug. De structuur van de taal weerspiegelt haar betekenis: de tekens worden door betekenissen bepaald, en niet andersom. In het geestelijke gaat het doel vooraf aan de middelen en lijkt de tijd omgekeerd te zijn. Maar omdat het hogere het lagere fundeert, is het de tastbare wereld zelf die wij ‘omgekeerd’ waarnemen. De orde van de taal keert de orde van een vervallende wereld om. Diep in de structuren van de taal zelf, ligt het geheim van het leven. Maar tot de boom des levens mag de mens geen toegang hebben. De werkelijkheid is overvol van taal. Omdat wij pas kunnen zien wat wij kennen, weerspiegelt de werkelijkheid onze eigen ziel. Tegelijk is de werkelijkheid een uitnodiging: elke eerlijke vorser verwondert zich; hij staat voor een mysterie dat hem aanspreekt; hij ontmoet Iemand. Het object van onze waarneming is een betekenisvol patroon. Betekenissen zitten verweven in steeds weer hogere en dwingendere betekenispatronen, waaraan wij al dan niet participeren. Zo zal hetzelfde object voor de goede een totaal andere betekenis hebben als voor de boze, en het zal dus ook een totaal ander ding zijn: de dingen zijn ‘slechts’ datgene waarvoor ze bestemd worden. We geven een eigen kijk op het dogma van de transsubstantiatie, en we besluiten dat onze participatie aan de liefde de werkelijkheid kan verenigen in zijn voltooiing.” (J. Bauwens, Transatheïsme. Een christelijk geïnspireerde verrijzenis uit het hedendaags materialisme, Serskamp 2003, samenvatting hoofdstuk II.4, pp. 734-737.) Zie: 168587.pdf (seniorennet.be) .

ab c

ab c

ab d

ab d

Gevaccineerde kinderen hebben 5100 pct. meer kans om te overlijden dan ongevaccineerde kinderen

Gevaccineerde kinderen hebben 5100 pct. meer kans om te overlijden dan ongevaccineerde kinderen:

https://www.globalresearch.ca/children-risk-death-increases-5100-following-covid-19-vaccination-compared-unvaccinated-children-according-official-ons-data/5779075

David en Goliath - Andermaal over de hetze rond Mattias Desmet

David en Goliath

Andermaal over de hetze rond Mattias Desmet

Dat Mattias Desmet zich in het oververhitte interview met de Amerikaanse complotdenker Alex Jones zou laten ontvallen hebben dat hij persoonlijk een openhartoperatie zag plaatshebben onder hypnose en zonder verdoving is een 'simplificatie' die hem door zijn tegenstanders niet gauw zal vergeven worden maar die hij zeer zeker deed in functie van de toegankelijkheid van de inhoud van niet eenvoudige doch ware wetenschappelijke stellingen voor een groot en niet altijd even geleerd publiek. Het is een methode waarvan bij uitstek politici zich bedienen - tot in het absurde waar zij met een enkele slogan immers een hele ideologie proberen te omvatten maar zij doen het uiteraard omdat in een democratie de middenmoot doorweegt.

Dat hypnose bij operaties verdoving kan vervangen is overigens een feit en wie daarvan op de hoogte is en meteen ook weet dat het om een voor velen moeilijk voorstelbaar gegeven gaat, zal door omstandigheden noodgedwongen wel zijn toevlucht moeten nemen tot simplificaties want anders dreigt zijn betoog niet op te schieten en ik durf niet te gokken hoeveel één seconde zendtijd in de States wel kosten kan!

Als zijn tegenstanders daar graten in zien (en uiteraard willen zij niets minder dan zijn vel want in zijn optreden ontwaren zij gewis een schending van een door hen geheiligd taboe - met name de [soms wettelijk bekrachtigde] onschendbaarheid van hun gezag), dan eisen zij in feite dat Desmet aan een door de band ongeletterd, onaandachtig en massaal Tv-publiek in een tijdspanne van luttele seconden uiterst moeilijk toegankelijk wetenschappelijk materiaal gaat doceren en koesteren zij bovendien de absurde verwachting dat ook maar iemand daarin kon slagen. Dat die verwachting welke een eis is, op zijn zachtst gezegd onrealistisch moet heten, wordt al bewezen door het feit dat de betrokken leerstof zelfs voor heel wat psychologiestudenten te moeilijk blijkt, daar zij zich te vierklauw naar de media spoeden om daar hun beklag te doen over wat zij dan bestempelen als 'onverstaanbaar'. Indien het feit dat zekere studenten zakken voor het examen de verantwoordelijkheid was van de prof die het dan allemaal niet duidelijk genoeg zou uitgelegd hebben, dan kon men dat ook met zekerheid zeggen met betrekking tot een Tv-publiek maar het talent en de inspanningen moeten uiteraard van twee kanten komen, ook in culturen waarin mensen eraan gewend geraakt zijn om alles ingelepeld te krijgen. Neen, die eis van Desmets tegenstanders is niet onrealistisch doch zonder meer malafide en dat zelfs het door hun vermeende 'tegenstander' aangebrachte excuus van de 'expert-blindness' hen nog bezwaarlijk als verontschuldiging kan dienen is uiteraard hun eigen verantwoordelijkheid.

Het feit dat Desmets vergelijkingen van het 'coronatotalitarisme' met dat van de nazi's bij sommigen verbijstering wekken, kan slechts worden toegeschreven aan de ongeletterdheid van de laatstgenoemden: zij blijken geheel onwetend omtrent het optreden van exact dezelfde verbijstering reeds meer dan een halve eeuw geleden bij de Amerikaanse psycholoog Stanley Millgram die dan beroemd werd met zijn zogenaamde 'gehoorzaamheidexperiment' dat met altijd eendere resultaten tot in den treure werd herhaald.

Desmet deelt de afmattende frustratie welke erin bestaat de moeilijk toegankelijke waarheid met zekerheid te kennen en niet te kunnen mededelen omdat er geen oren naar zijn, met tal van waarheidssprekers, zowel politieke dissidenten als grote geleerden in het zog van Copernicus. Maar dat de theorie van Desmet allerminst nieuw is doch slechts een toepassing van wat onder gestudeerde mensen bijna een eeuw lang verworven kennis zou moeten zijn, laat zien hoe ver een door arrogantie aangetaste samenleving kan afglijden naar de blindheid van het onverstand.

(J.B., 10 september 2022)

Mattias Desmet over groepsaffiliatie



‘In de coronacrisis is de publieke opinie in de greep van absurde oordelen’

Mattias Desmet

Professor klinische psychologie aan de Universiteit Gent.  29-08-2020, 07:40



Lees hier het artikel van Mattias Desmet in Knack van 29 ausgustus 2022:

https://www.knack.be/nieuws/wetenschap/in-de-coronacrisis-is-de-publieke-opinie-in-de-greep-van-absurde-oordelen/

Totalitarisme ten voeten uit De vervolging van Mattias Desmet, symptoom van de totalitaire staat

Totalitarisme ten voeten uit

De vervolging van Mattias Desmet, symptoom van de totalitaire staat

Onder de titel: “‘Onzinnig en wetenschappelijk ondermaats’: ook lesmateriaal van Mattias Desmet nu onder vuur” schrijft de krant De Morgen d.d. 9 september 2022: “Psychologieprofessor Mattias Desmet (UGent) gebruikt zijn eigen boek [n.v.d.a.: Het betreft het in januari van dit jaar verschenen werk getiteld: “De psychologie van het totalitarisme"] als leermateriaal voor het vak dat hij onderwijst. Is dat wel geoorloofd voor een boek dat zo gecontesteerd is. ‘Het is compleet onzinnig en wetenschappelijk volledig ondermaats.’”

Filosofieprofessor Etienne Vermeersch publiceerde in 1988 De ogen van de panda, een bestseller die overigens nog steeds in de handel verkrijgbaar is, en in zijn colleges kondigde de auteur telkenjare dit boekje aan als te kennen leerstof waaruit tenminste één examenvraag zou gesteld worden. Als deze 'toonaangevende filosoof', zoals hij door velen terecht wordt genoemd, een boek van zijn hand“als leermateriaal gebruikt voor het vak dat hij onderwijst”, waarom dan zou professor Mattias Desmet dat dan niet mogen doen? De Morgen suggereert dat dit misschien wel niet geoorloofd is “voor een boek dat zo gecontesteerd is” maar dat was De ogen van de panda ook en wel om meer dan één reden. Afgezien van het feit dat dit essay over milieu-ethiek volgens Vermeersch' collega Rudolf Boehm niet bijster origineel was daar het zich zou geïnspireerd hebben op een eerder artikel van Boehm in diens tijdschrift Kritiek waarin deze de problematiek van het WTK-bestel aankaartte, meer bepaald de marxistisch geïnspireerde theorie dat het samenspel van Wetenschap, Techniek en Kapitalisme rampzalig is voor het milieu, waarbij Boehm wel degelijk verwijst naar de bron, met name het maatschappijkritisch werk van Herbert Marcuse uit de zestiger jaren - afgezien daarvan kan men zich de vraag stellen of het wetenschappelijk gerechtvaardigd zijn van de aanwending van ideologisch gekleurde teksten als te kennen leerstof aan een universiteit niet sowieso betwistbaar is, al moet men dan ook de regel dat niet mag gemeten worden met twee maten en met twee gewichten in acht nemen voor op eender welk geloof geïnspireerde publicatie: in hoeverre is die niet onzinnig en niet wetenschappelijk ondermaats en waar eindigt de heksenjacht als men die lijn doortrekt?

Maatschappijkritiek is per definitie volstrekt onmogelijk van zodra het taboe wordt geheiligd om gangbare praktijken (in dit geval: de aanpak van de coronacrisis door de WHO) te contesteren en is niet precies dat het kenmerk bij uitstek van een totalitair regime? En waarschuwt uitgerekend De ogen van de panda ons niet met aandrang voor de actuele praktijken onder het juk van het gouden kalf dat immers maakt dat het Kapitaal de Techniek en de Wetenschap corrumpeert?

(Jan Bauwens, 9 september 2022)

Over het verkapte grootschalige pesten

Over het verkapte grootschalige pesten

Over pesten werd al heel veel geschreven maar opvallend genoeg gaat men in de meeste definities eigenlijk totaal voorbij aan de essentie van pestgedrag. Pesten heeft weliswaar te maken met het berokkenen van kwaad aan een ander maar het bijzondere aan pesten is wel dat de dader ervoor weet te zorgen dat hijzelf altijd buiten schot blijft: hij handelt zodanig dat men hem niet kan aanwrijven wat hij doet, hij let erop dat zijn slachtoffer zich niet kan verweren, dat niemand hem met de vinger kan wijzen: hij komt met zijn misdaad weg.

Dat is ook wat zijn slachtoffer, dat vaak ook de enige getuige is, mateloos frustreert en tot wanhoop drijft. Het woord 'pesten' bevat nochtans deze kern waar het betekent dat men iemand de pest aandoet of met de pest besmet want wie iemand besmet, in casu met de pest, kan in feite moeilijk met de vinger worden gewezen omdat het gaat om een kwaal waarmee men eerst zelf besmet moet worden vooraleer men ze kan doorgeven, zodat ook in dit geval de eigenlijke aanstoker van het kwaad niet aanwijsbaar en dus onvindbaar blijft en ongestraft, onaangepakt, altijd onverholpen. Pesten is in wezen aan een ander kwaad verrichten en er daarbij op toezien dat men zelf straffeloos blijft en, meer dan dat, ook vrij van schuld - of dan toch van mogelijke beschuldigingen. Pesten heeft derhalve te maken met recht en onrecht: pesten is mogelijk waar recht onmogelijk werd.

Er is dezer dagen wat te doen omtrent gepersonifieerde autonummerplaten welke door hun houder worden gebruikt om zekere kwade intenties aan anderen en dan uiteraard vooreerst aan de slachtoffers daarvan duidelijk te maken terwijl tegelijk gezorgd wordt voor voldoende dubbelzinnigheid zodat beschuldigingen altijd onterecht gaan lijken wegens het beginsel van het voordeel van de twijfel.

Met bijvoorbeeld het verspreiden van verholen want dubieus gehouden nazisymboliek in het verkeer en dus in de openbaarheid worden welbepaald door pesters beoogde slachtoffers getroffen en wel op zo'n wijze dat zij hiertegen helemaal geen verweer hebben omdat de daders zich, als puntje bij paaltje komt, zullen verschuilen achter het dubieus karakter aangaande hun malafide uitlatingen. Zolang de letter van de wet gerespecteerd wordt en precies doordat die wordt gerespecteerd, kan haar geest worden verkracht en dat dit continu gebeurt op grote schaal, is een publiek geheim.

Gepersonifieerde nummerplaten zijn eigenlijk klein bier vergeleken bij heel wat dieper wortelende handelwijzen waarbij men niet meteen aan pesterijen zal denken als men, zoals hoger reeds gezegd, voorbijgaat aan de essentie van het pestgedrag dat immers ligt in de listigheid van de dader die zelf buiten schot weet te blijven en die derhalve geheel straffeloos aan een ander kwaad kan (blijven) berokkenen. Die blindheid voor de essentie van het pesten maakt dat dit kwaad in de openbaarheid kan geschieden terwijl geen haan er zal naar kraaien.

Een schrijnend voorbeeld is het populisme bij zekere politici die bijvoorbeeld aan langdurige werklozen, geheel strijdig met de mensenrechten, pensioen willen ontzeggen of hen tot ongeacht welk karwei willen kunnen verplichten - het populisme waarvan gezegd moet worden dat het wezenlijk behoort tot de ergste misdaden van deze tijd en wel vooral omdat het onmiskenbaar genocidale effecten heeft. Politici die zich hiervan bedienen, verdienen niets minder dan onmiddellijke ontzetting uit hun ambt, levenslang verbod om nog politieke functies waar te nemen, vermeerderd met de vrijheidsberoving waarmee zij feitelijk hun talloze slachtoffers opzadelen.

In de hedendaagse theologie wordt de hel niet zonder redenen gedefinieerd als een toestand waarbij men beroofd is van elk contact met anderen: de isolatie van mensen of hun sociale uitsluiting is namelijk de allerergste straf gebleken die men iemand kan doen ondergaan. Nu participeren mensen aan de samenleving pas middels hun persoonlijke bijdrage naar best vermogen en dat is hun arbeid, waarvan in de huidige constellatie een geldige waardering zich quasi uitsluitend manifesteert als de financiële vergoeding in de vorm van loon. Arbeid is dan ook in de allereerste plaats een elementair mensenrecht en uitgerekend politici moeten ervoor instaan dat aan alle burgers zonder uitzondering dit recht zal worden verschaft.

De veroordeling van mensen aan wie dit recht ontzegd wordt, is de reinste pesterij omdat aan de slachtoffers aldus niet één maar twéé keer onrecht wordt gedaan: een eerste keer waar zij geen toegang krijgen tot de arbeidsmarkt en een tweede keer waar zij daarvoor zelf verantwoordelijk gehouden worden (zij worden aldus nota bene vals beschuldigd) en wel uitgerekend door degenen die voor de werkgelegenheid verantwoordelijk zijn (waardoor dezen de eigen schuld verdonkeremanen) en dat zijn de politici.

Politici die middels hun alom gekende openbare uitlatingen (welke zij geheel onterecht bestempelen als vrije meningsuitingen) deze slachtoffers pesten, houden zichzelf buiten schot door de schuld van het kwaad in de schoenen van hun slachtoffers te schuiven en zij weten het gelijk aan hun kant te krijgen middels de instemming van een helaas immer in aantal toenemende, onnadenkende en immorele massa met stemrecht.

Deze verkrachters van de geest van de wet dreigen verkozen te worden zoals ooit Adolf Hitler en zijn trawanten verkozen werden waarna de ondergrondse misdaden eensklaps wet werden: zes miljoen joden, zigeuners, homo's en nog andere in de ideologie van het nazisme ongewenste categorieën van mensen werden ondergebracht in kampen en aldaar vergast met de medewerking van het voltallige staatsapparaat: deskundige artsen, scheikundigen en nog andersoortige geleerden werkten de massamoordplannen concreet uit, gerenommeerde bedrijven leverden het gas en de uitrusting bedoeld om in de kortst mogelijke tijd zo veel mogelijk mensen om te brengen, nette burgers achtten het hun plicht om gehoorzaam de bevelen uit te voeren die niet langer van ondergronds kwamen maar van hogerhand omdat een gewetenloze kiezersmassa de criminelen aan de macht bracht: de bevelen om miljoenen mensen op te ruimen - een betere oplossing konden deze politici niet bedenken, het was hun 'Endlösung', hun eindoplossing.

De massa aan zelfmoordenaars die bij uitstek ons eigen land bezwaart en waarvan geweten is dat zij hun wanhoopsdaad steeds vaker stellen ingevolge een gebrek aan waardering voor hun elementaire rechten - deze eindeloos aanwassende colonne aan jammerlijke doden heeft, voor wie het nog niet zouden gesnapt hebben, uiteraard ook daders.

En deze daders weten zich te onttrekken aan hun verantwoordelijkheid, in hun listigheid weten zij zelf buiten schot te blijven, zij slagen erin om hun slachtoffers te beschuldigen van de misdaden die niet deze slachtoffers maar zijzelf begaan en zij kunnen dat doen omdat zij het volgen van de wet naar de letter benutten om aldus haar geest geweld te kunnen aandoen. Deze massamoordenaars gaan vrijuit omdat zij als geen ander niet alleen de retorica beheersen of de kunst van het liegen maar ook nog uitmunten in die andere kunst, met name de 'kunst' van het pesten. Homo homini lupus is een spreuk die, getuige de dode taal waarin wij haar onthouden hebben, uit reeds lang vervlogen tijden stamt.

Nog meer verborgen dan het pesten middels verholen symbolen en het pesten middels populisme, is die vorm van pesten welke erin bestaat het volk te pluimen ('bestelen' is een veel te onschuldige term) 'op pesters wijze', wat dus wil zeggen: zonder dat de bestolenen zich kunnen verweren, en dit alleen al omdat zij het niet door hebben dat zij bestolen worden.

Zoals algemeen bekend, wordt van het arbeidersloon van elke burger een groot deel bij de bron afgehouden om de kas van de sociale zekerheid te spijzen, waaronder de ziekenkas. Het geld van de ziekenkas is het bezit van het volk, het is een solidariteitskas, bedoeld om wie ziek worden, bij te staan. De ganse medische sector leeft derhalve quasi uitsluitend van het geld uit deze kas dat door alle arbeidende mensen werd verdiend. Het zijn omzeggens de arbeiders die de medici tewerkstellen.

Als iemand ziek wordt, gaat hij naar de huisdokter en die stuurt hem door naar de kliniek voor een onderzoek of, vaker nog, voor een ganse reeks van onderzoeken. Dan volgen de behandelingen door specialisten. In principe doen al deze geleerde vaklieden hun uiterste best om hun patiënten te helpen om weer gezond te worden of om hun lijden te verlichten maar het probleem is dat zij allen arbeiden met middelen die niet de hunne zijn, zoals peperdure machines voor het nemen van röntgenfoto's, scanners en nierdialysetoestellen alsook een gigantische wereldwijd georganiseerde en georkestreerde infrastructuur, een netwerk van ziekenhuizen, verbonden aan universitaire opleidingen en een zich alom vertakkende en voortdurend vernieuwende farmaceutische industrie. De medici zelf zijn slechts arbeiders in een systeem van een georganiseerde specialistische bedrijvigheid welke in feite volledig aan hun controle ontsnapt en aldus bevinden zij zich in de positie waarin sinds de aanvang van de industriële revolutie ook de fabrieksarbeiders zich bevinden: zij werden van langs om meer herleid tot verlengstukken van machines die ver boven hun hoofd uit tornen en die een eigen dynamiek volgen welke uiteindelijk gestuurd wordt door de moordende wetten van een kapitalistische economie. Zij werden opgeleid om eigenhandig hun patiënten te helpen maar als puntje bij paaltje komt, dienen zij blindelings te gehoorzamen aan bevelen 'van hogerhand' die, zoals ook onlangs ter gelegenheid van een wereldwijde gezondheidscrisis blijken mocht, niet altijd stroken met de opgedane inzichten en met de te volgen ethische regels, als zij daar niet al regelrecht tegenin druisen.

Er bestaat een kaste van mensen die zich, te oordelen naar hun ogenschijnlijke gigantische rijkdom, in feite geheel onttrekken aan de wetten die het volk als zodanig in de pas houden en omdat macht ervoor zorgt dat zij onzichtbaar blijft, weten wij weinig of niets over die andere wereld waarvan niemand het bestaan kan ontkennen zonder de ogen te sluiten voor het licht. Een en ander gaat lekken van zodra onderzoeksjournalisten erin slagen om bijvoorbeeld aan te tonen dat - om in de medische sector te blijven - het somtijds helemaal niet de bedoeling is om mensen te genezen: steeds vaker heeft het er de schijn van dat patiënten worden aangewend als louter middel voor het versassen van kapitalen van de ziekenkas naar de niet nader te noemen organisatie welke zich in deze tijden positioneert op die plekken die tot voor kort nog ingenomen werden door de kerk met haar voorgewende macht over niet alleen het leven maar bovendien het eeuwige leven. Die fabels over het hiernamaals doen het sinds kort niet meer in alvast een goed deel van de meer ontwikkelde wereld maar andere fabels over het hiernumaals nemen vandaag hun plaats in en zij zijn zo mogelijk nog absurder dan de verzinsels van weleer. Zo kon men onlangs lezen dat gerenommeerde astronomen (die nota bene met miljarden spelen) bekenden hoe beelden van het heelal, zogezegd gemaakt met ruimtetelescopen, in feite foto's waren van een schijfje salami. Over de onverschilligheid over dergelijke toestanden die mensen met gezond verstand tot wanhoop drijven, schrijft Primo Lévy, die de concentratiekampen overleefde, dat zij nog erger zijn dan de holocaust: zij maken dat die pest welke alle andere plagen in hoge mate overtreft, kan doorgaan totdat al het schone wordt gebagatelliseerd en alleen nog het geweld van de oorlog zal overschieten.

Ivan Illich was met onder meer zijn Medical Nemesis een van de stoute tongen die het aandurfde om een tipje op te lichten van de sluier die een kwaad bedekt dat groter is dan het geloof van stervelingen kan bevatten maar vandaag zijn deze zogenaamde verspreiders van nepnieuws een beetje verstomd of dan toch onhoorbaar geworden, onder meer ingevolge welbepaalde soorten van vervolging waarvan men zou denken dat zij alleen in China gepraktiseerd worden of in het Rusland van Vladimir Poetin. Uiteraard past in dit plaatje de nog niet verleden coronahistorie waarbij een bijzonder kleine groep van superpesters de voltallige wereldbevolking den duvel heeft aangedaan, gewis voor nog een niet te tellen aantal jaren. En in het verlengde daarvan duikt dan uiteraard het spook op van de oorlog, schitterend vertolkt als de hyena met de hoge hoed die over lijken gaat in de collage van John Heartfields Krieg und Leichen, die letzte Hoffnung der Reichen. In het Westen applaudisseren de katholieke bisschoppen voor de Oekraïners die met onze wapens aan het front tegen het Oosten gaan sneuvelen omdat zij aldus de naastenliefde als geen ander zouden dienen en in het Oosten jaagt de orthodoxe patriarch de Russen de dood in naar datzelfde front tegen het Westen. Poetin rekruteert kanonnenvlees bij daklozen en schooiers zoals men ook doet in Amerika of in het vreemdelingenlegioen in Frankrijk waar gevangenen kunnen kiezen voor de gevaarlijke vrijheid van de frontstrijd. Altijd al heeft men de 'nuttelozen' als kanonnenvlees verschoten, getuige de begraafplaatsen uit de beide wereldoorlogen in de westhoek waar de bordjes op de zerken bijna uitsluitend Afrikaanse en Aziatische namen van uit de kolonies gerekruteerde frontsoldaten dragen.

De medische sector is een dankbaar voorbeeld omdat gezondheid ons ook aanspreekt door onze natuurlijke afschuw voor het lijden maar in feite is elke sector aangetast door die niet nader te benoemen pest: het onderwijs beschouwt haar leerlingen als klanten, de economie reduceert mensen tot producenten-consumenten; kortom: zijn werktuigen heersen over de mens en het is dan uiteraard de vraag of die kaste van supermensen die zich aan elke wet lijken te onttrekken wel echt bestaat, met andere woorden: of zij niet een fata morgana is, terwijl in werkelijkheid een volstrekt anoniem en onpersoonlijk systeem het mensdom beheerst en beheert: de onpersoon bij uitstek, de gewezen stadhouder van de Schepper van hemel en aarde, die sinds oudsher bekend staat als zijn tegenstrever, de diabolos, de superpester of de duivel.

(J.B., 7 september 2022)

Kunst als wapen Krieg und Leichen, die letzte Hoffnung der Reichen

Kunst als wapen

Krieg und Leichen, die letzte Hoffnung der Reichen

De Antwerpse stadsdichteres Ruth Lasters is lang niet de enige artiest die gemuilkorfd wordt omdat zij kunst als wapen gebruikt tegen de moordende dwaasheid van de machthebbers. Kunst als zodanig verdient die naam niet langer als zij zich niet engageert omdat elke vorm van negationisme slechts een vervalst beeld van de werkelijkheid kan brengen. Exemplarisch is de zieke en moordende droom van het nationaalsocialisme dat in dat verband waarheidsgetrouwe kunst veroordeelde als 'entartete Kunst': kunst kon nog slechts als staatspropaganda. Het nationaalsocialisme werd inzake de aanwending van kunst als instrument van de macht voorafgegaan door bijvoorbeeld het bastion van de katholieke kerk met haar belachelijke 'index'.

Het begrip 'extreem rechts' stamt uit de Franse Revolutie en “verwijst naar personen of occasionele verenigingen die het verdwijnen van de maatschappij van het Ancien Regime [waarbij de macht zich zogezegd 'naar Gods wil' situeert bij de adel en in de kerk] betreuren en zich tijdens de eerste parlementaire vergaderingen resoluut rechts positioneren (ten opzichte van het bureau van de voorzitter).” (1)

(1) https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/artikels/extreem-rechts.html

Extreemrechts wil dus geen revolutie, het wil terugkeren naar de simpele 'orde' van weleer met erkenning van het gezag van koning en paus. Extreemrechts heet dan 'contrarevolutionair' te zijn of teruggrijpend naar vroeger, 'reactionair'. Het begrip 'extreemrechts' is intussen danig geëvolueerd dat men er alle kanten mee uit kan, zoals dat ook het geval is met de andere posities in het politieke spectrum en zo bijvoorbeeld zegt men over het anarchisme dat er zoveel anarchismen zijn als er anarchisten zijn. Er zijn vele soorten liberalisme, socialisme enzovoort. Vandaag echter blijken extreemrechts en extreemlinks elkaar te vinden in hun afkeer voor het kapitalisme maar ook dat is niet meer het geval omdat afkeer van staatsinmenging vrij spel geeft aan liberalisme en derhalve aan kapitalisme. Dezelfde paradox vindt men trouwens terug waar men ziet hoe extreme vrijheid resulteert in monopolievorming (economische dictatuur) en derhalve in absolute onvrijheid.

De kwestie van het rechtse extremisme wordt al te vaak verkeerd gesteld als een zaak van samenscholing rond een zekere ideologie welke te vrezen valt. In werkelijkheid gaat het oorspronkelijk veeleer om de verwerping van zekere ideologieën, waarna een leegte ontstaat die dan wordt opgevuld met een al te simplistische ideologie en dat is vaker de opvatting dat men de natuur als voorbeeld moet nemen en dat men die best een handje helpt, wat neerkomt op een hulde aan het recht van de sterkste, een miskleun van een ideologie die Hitler inspireerde voor de installatie van zijn concentratiekampen maar die tevens vrij spel geeft aan het ongeremde liberalisme met zijn kapitalistische economie waarvan het onafwendbare verlengstuk de regelrechte oorlog is.

Extreemrechts vindt weliswaar dikwijls zijn bron bij een gevoel van groeiende onzekerheid dat voortspruit uit maatschappelijke onduidelijkheid die grondt in de vaststelling dat bewindslieden onbetrouwbaar zijn en niet capabel om bijvoorbeeld de belangen van het volk te verdedigen en dan gaat het heel vaak om de veiligheid. Maar dat is niet wat extreemrechts van andere ideologieën onderscheidt want in een onvrede met het bestaande vinden ze zowat allemaal hun voedingsbodem.

De voedingsbodem van revolutionaire partijen is weliswaar een bewind dat niet langer het krediet van het volk geniet omdat het dat ook niet verdient. Bewindslieden zijn vooralsnog op legale wijze aan de macht gekomen en zij weten zich telkenmale opnieuw verkiesbaar te maken middels een zekere macht en allerlei invloedssferen waarmee zij kiezers onder druk zetten en hun in feite in een keurslijf dwingen. Katholieke partijen zijn hiervan het schoolvoorbeeld omdat zij onderwijsinstellingen, klinieken, ouderlingentehuizen en vele andere instituten besturen en derhalve de lakens uitdelen inzake jobs, inkomens en dus materiële bestaanscondities. De socialistische partij heeft vergelijkbare handelwijzen en ook de liberale en de andere zuilen: allemaal dwingen zij het deel van het volk dat uit hun handen eten moet tot een stemgedrag dat niet steunt op vrije wil en op verstandelijk overleg maar dat zich louter oriënteert op materieel gewin of op vooruitzichten inzake bestaansmogelijkheden. De ideologische argumenten of de partijstandpunten, voortspruitend uit een specifieke retorica of leugenaarskunst, dienen bijna alleen nog om de eigenlijke, hierboven genoemde motieven te verkappen en dit aperte gebrek aan ideologie dat maakt dat er als het ware nog slechts één koek overschiet waarmee iedereen elke richting uit kan, enerveert de kiezers dermate dat zij overgaan tot een zekere weigering, een zeker verzet. In feite verzet men zich tegen de huichelarij welke ontstaat waar argumenten vloeken met motieven, men verzet zich tegen onbetrouwbaarheid, men pikt het niet langer dat politici weg komen met gemeen bedrog. Omdat men er niet in slaagt om via de geëigende wegen hieraan iets verhelpen daar deze wegen bezet worden door wie de macht hebben, gaat men als het ware ondergronds. Het is nu dit zich ondergrondse ophouden dat onrust veroorzaakt alsook angst voor het onzichtbare complot, voor de verborgen samenzwering.

In feite ontbreekt in principe elke organisatie van de massa die niet langer tevreden is maar deze massa wordt gedetecteerd door lieden die zichzelf dan als leiders naar voor schuiven, soms zonder dat zij zelf deel uitmaakten van de ontevreden burgers als zodanig. Deze leiders komen ofwel uit het niets ofwel uit een eerdere mislukte 'wettige' politieke carrière en zij slagen daarin omdat zij niet via verkiezingen aan de macht komen maar via allerlei sluikwegen welke alleen gedijen waar partijvorming ondergronds gebeurt. De motieven van ook deze 'politici' zijn niet altijd even edel en men kan bijvoorbeeld denken aan de leden van extreemrechts in de Amerikaanse burgeroorlog zo'n 160 jaar geleden: zij vormden het zuiden van de V.S., waren racistisch en voor het behoud van de (neger)slavernij omdat zij daar (overigens meestal van thuis uit en dus door hen beschouwd als een verworven recht) grof geld mee verdienden terwijl de abolitionisten in het noorden minder afhankelijk waren van uitbuiting en mensenhandel. De partijvorming in het zuiden betrof gedeelde belangen, met name rauw materieel gewin, terwijl de abolitionisten in het noorden met grote woorden schermden en met hoogstaande morele principes. Zij konden het zich veroorloven, zo fluisterden wellicht de stoute tongen en een vergelijking met de toestand vandaag is misschien niet eens zo ver naast de waarheid gegrepen: ontevreden burgers zijn vaker mensen die alvast geloven dat hun levensstandaard zal te lijden hebben onder bijvoorbeeld immigratie, omdat migranten beneden de prijs werken, overuren kloppen, kortom: 'vals spelen' op de arbeidsmarkt die mensen van hier niet langer controleren. De leden van de meer gesettelde burgerij zijn geschoold en hebben banen die geen concurrentie hoeven te vrezen van de veelal ongeschoolde immigranten en daarom ook kunnen zij het zich veroorloven om ethische principes om u tegen te zeggen te blijven verdedigen. Eenzelfde kloof gaapt tussen het volk en de elite waar het de veiligheid betreft: rijkelui resideren in goed bewaakte wijken, zij hebben ruimte en hun leefruimte is ook overzichtelijk; armen daarentegen zitten opeen gepakt in flatgebouwen waar heel vaak misdaad aan het oog (van de politie) onttrokken blijft.

Edoch, opvallend genoeg is het niet zo dat het racisme zich beperkt tot de armere lagen van de bevolking: de (zelfverklaarde) leiders van bijvoorbeeld extreemrechts zijn vaker rijkelui en bovendien opportunisten. Misschien is het wel zo dat het volk door zijn zelfverklaarde leiders wordt misleid in een zeer specifieke zin. Het gaat immers slechts schijnbaar om een strijd van het eigen volk tegen de andere omdat de plots opduikende leiders dat zo voorstellen. Zij doen dat om de aandacht af te wenden van de feiten want als men beter toekijkt, ziet men het om een klassenstrijd gaat: het is de elite die vreest voor machtsverlies omdat zij op een vreemde kudde helemaal geen vat hebben. Zij gebruiken de eigen kudde om de vreemde die zij niet beheersen kunnen te bestrijden en zij doen door middels de beproefde methode van demonisering, zij zaaien angst en zij creëren vijanden waar er geen zijn. Het volk als zodanig is immers best bereid om samen met andere volkeren in zee te gaan, zij hebben immers allen dezelfde 'eenvoudige' doelstellingen en problemen, het is pas de 'elite', het soort van mensen dat zich verveelt en dat nooit genoeg heeft, welke tweestrijd zaait vanuit haar beveiligde schuilkelders. En dit doet denken aan het Kunstwerk uit 1932 van de Berlijnse dadaïst John Heartfield (Helmut Herzfeld), een fotomontage getiteld: “Krieg und Leichen, die letzte Hoffnung der Reichen”. (°)

(°) https://heartfield.adk.de/node/5609

Kunst als wapen. (°°)

(°°) Zie: https://www.br.de/kultur/heartfield-ns-dokumentationszentrum-100.html

(J.B., 4 september 2022).

Stad Antwerpen weigert kritisch gedicht van haar stadsdichter Ruud Lasters over hoe politici kinderen brandmerken:



Stad Antwerpen weigert kritisch gedicht van haar stadsdichter

Ruth Lasters

over

hoe politici kinderen brandmerken:

Stad Antwerpen weigert kritisch gedicht van haar stadsdichter Ruud Lasters over hoe politici kinderen brandmerken:

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/09/01/ruth-lasters-neemt-ontslag-als-stadsdichter-van-antwerpen-omdat/



"Het stadsdichterschap moet verbindend zijn", zo werpt de Antwerpse schepen van cultuur tegen.

Alsof het gedicht ook maar iets anders deed dan verbinden wie de politici uiteen dreven! Van het gedicht dat zij samen met haar leerlingen maakte, ziehier het eerste vers:

“Olie-, oliedomme staat die leerlingen vanaf twaalf jaar
nog altijd letterlijk met ‘A’ labelt of ‘B’. Welkom in het middelbaar!”

Meer van Tisallemaiet

↑ Terug naar de berichten