De verborgen factor - Aflevering 16
|
De verborgen factor Aflevering 16 Soelaas vindt men wellicht alleen maar in een heel andere zin en misschien kan die als volgt geformuleerd worden. We bestaan in een tijdperk dat zich wetenschappelijk acht en zeer geleerd, al vallen daar met de verzen van Stijn de Paepe over de dilettant, de querulant, wel enkele kanttekeningen bij te maken. Wat zich presenteert als wetenschap - en wat een woord! - verzamelt in feite niet veel meer dan allerlei beschrijvingen van hoe men de zaken ziet of zou kunnen zien. Soms beschrijft men de dingen die heel simpel zijn met ingewikkelde zinnen en met dode talen die, toegegeven, wel iets mysterieus om het lijf hebben dat tot nadenken stemt, maar bij beschrijven blijft het hoe dan ook en de verbanden die men dan vermoedt, blijken altijd zeer vatbaar voor herziening, zo leert ons de tijd. Over astronomie gaan we het hier niet hebben maar zo bijvoorbeeld is er de biologie die ons vertelt wat er gebeurt als zich het leven voortplant in de wereld. Heel nauwkeurig en gestut door microscopen en nog andere instrumenten wordt daar gemeten en beschreven hoe een cel zich deelt, differentieert, transformeert tot er omzeggens (zoals uit de lichaamsholten van de participanten van een medium een soort van ectoplasma gaat vloeien dat de goed herkenbare gedaanten aanneemt van overleden gewaande verwanten) vormen ontstaan die eerst op wormen gelijken of op vissen maar die tenslotte de gestalte krijgen van mensen zoals u en ik. Want nota bene ook wij allen worden op die vreemde manier geboren. De wetenschap geeft dus beschrijvingen in het lang en in het breed van wat men ziet of denkt te zien als zich dit vreemde gebeuren voordoet, maar verklaren kan ze die dingen niet - die dingen dus waarin wij onze eigen oorsprong vinden. Weliswaar, wij zien het allemaal niet meer klaar zoals het is omdat we daaraan gewend geraakt zijn maar het zou een robotachtig wezen dat van Mars komt (of van nog verder want de kosmos, zo zegt men, is tegenwoordig nog slechts een dorp achter de hoek) met verstomming slaan en de robot zou beslist geloven dat hij een seance van Helena Blavatsky meemaakt waar zij met haar geest, gestut door toverformules, uit eerst vormeloos ectoplasma, zelfstandig bewegende wezens laat verrijzen. Gesteld dat zich nu ineens uit lichamen die allang vergaan zijn - ik zeg zomaar iets -, spontaan opnieuw herkenbare gedaanten zouden vormen, dan zou dit hele spektakel in de grond in feite niet meer ongeloof of verbijstering mogen wekken dan het hoger beschreven proces dat zich ontvouwt bij de oorsprong van het leven waaraan we zelf deelachtig zijn. En hoor ik daar geen stemmen opgaan die niet gespeend van enthousiasme beweren dat voor een tweede keer tot leven komen, zelfs makkelijker denkbaar is dan dit voor een allereerste keer te doen? (J.B., 29 oktober 2026) |






