De waarheid over de derde wereldoorlog - Aflevering 4: Het voorwendsel en het doel
|
De waarheid over de derde wereldoorlog Aflevering 4: Het voorwendsel en het doel De in 1623 in Clermont-Ferrand geboren wis- en natuurkundige, filosoof en theoloog Blaise Pascal was niet de eerste de beste. Iedereen kent de natuurkundige Wet van Pascal die zegt dat een druk op een vloeistof in een vat zich in alle richtingen voortplant (1) maar Pascal was ook degene die samen met de met zijn stelling beroemd geworden Pierre de Fermat de basis legde voor de waarschijnlijkheidsrekening welke op zijn beurt het fundament is voor de kwantummechanica en over Pascal zegde Fermat dat er geen wiskundig probleem was dat deze man niet kon oplossen. Ook de integralen komen van Pascal, de pascaline is de naar zijn uitvinder genoemde eerste mechanische rekenmachine en de twintig jaar jongere Isaac Newton zegde veel aan Pascal te danken te hebben. In zijn Kritik verwijst Rudolf Boehm naar Pascal die de middeldoelomkering heeft besproken. Pascal zegt dat de mens zich gedraagt alsof hij niet moet sterven: hij vermaakt zich (met onder meer de filosofie) alsof het leven een spel was en zijn tijd onbeperkt. Door middel van dit vermaak ('divertissement') vlucht hij in illusies en dit middel is zijn doel. (2) Ook Fichte toont hoe in het tijdperk van het verderf de drift domineert en het leven een spel wordt. De mensen achten zichzelf goden en willen alles doch zij bereiken helemaal niets. Marx laat zien hoe de behoeftebevrediging een voorwendsel wordt om ongeremd te kunnen produceren, waarbij de zin uit de arbeid wegebt en de mens van zichzelf vervreemdt. Parkinson beschrijft de vervreemding in de bureaucratie als vorm van heerschappij: vergrijzende ambtenaren pogen hun eindigheid te verdoezelen door zich vast te klampen aan eindeloze en doelloze arbeid. En Boorstin legt uit hoe de massa haar dominerende levensdoelen (de moderne cultuur) vervult door zich uit te leven in een doelloze omgang met de middelen en dit onheil vloeit voort uit extravagante verwachtingen: de mens doet alsof hij onsterfelijk is en hij speelt zijn leven waardoor hij zijn menselijkheid verspeelt. Terwijl hij gelooft het menselijke te overstijgen, verliest hij het. Uitgerekend in de poging zelf om godgelijkheid te realiseren, komt de verkeerdheid daarvan aan het licht. (3) In zijn Kritik duidt Rudolf Boehm Pascal aan als de ontmaskeraar van de middeldoelomkering, met name in zijn Pensées. Het is de hoogmoed, het streven naar godgelijkheid, wat de mens doet vallen, zegt Pascal: de goddelijkheid van de ellendige mens bestaat alleen in zijn fantasie, in zijn gedachten. Tegen de ellende en de dood valt niets anders te bedenken dan er niet aan te denken. Vandaar zoeken mensen afleiding ('divertissement') om hun dodelijke levenseinde niet te moeten zien: in de filosofie, in de oorlog, in het spel, in de wetenschappelijke arbeid. (4) Daarbij is nu de middeldoelomkering bij uitstek zichtbaar in het spel: we nemen aan dat de gokker speelt (middel) voor geldwinst (doel) maar in feite is het omgekeerde waar: de geldwinst is slechts een voorwendsel (dus geen doel doch een middel) om te kunnen spelen, zodat het spel zelf het doel is. Het voorwendsel is onontbeerlijk maar het doel is het spel, het 'divertissement', de afleiding die ons ons trieste lot moet doen vergeten. Rudolf Boehm verwoordt de essentie van de middeldoelomkering bij Pascal als volgt: “De haas die men achterna rent - men zou hem niet moeten hebben, indien hij zo werd aangeboden ... Deze haas zou ons niet beschermen tegen de aanblik van de dood en van de ellende die er ons nog van afhouden, maar de jacht beschermt er ons tegen.’ De jacht schijnt een middel tot het doel: de haas neerschieten. De haas blijkt een voorwendsel te zijn, hoewel een onontbeerlijk voorwendsel. De jacht is geen louter middel; in de jacht zelf ligt de belangstelling. Hij leidt af.” (5) Karl Marx (1818-1883) bevestigt het vermoeden van Fichte: het tijdperk van het kapitalisme wordt gekenmerkt door productie ter wille van de productie. Men verkoopt niet (wat men kan missen) om te kopen (wat men nodig heeft) maar men begint nu ook (ongeacht wat) te kopen om het te verkopen (met winst), en dat is speculeren, dat is kapitalisme: het eindeloze, rusteloze opkopen en slijten van om het even wat met niet langer de behoeftebevrediging als doel maar wel de eindeloze zucht naar steeds meer winst. De wens om de natuurlijke behoeften te bevredigen is niet langer de motor van de arbeid maar het winstbejag en voor wie zich vermaken met de jacht op winst, speelt alleen de ruilwaarde van de waren nog een rol: hun gebruikswaarde is van geen tel meer, het is nog louter een voorwendsel. Hetzelfde geldt dan uiteraard ook voor de arbeid en voor de arbeiders en de consumenten: wie jagen op winst, interesseren zich niet langer aan mensen die het beste van zichzelf leggen in het voortbrengen van nuttige zaken: alleen de arbeidskracht belangt hen aan en arbeiders worden vervangbaar door nieuwe arbeidskrachten en door machines; het nut van de producten is bijzaak, hoofdzaak is dat zij kopers vinden want ook tot kopers worden de mensen in dit systeem herleid en zij zijn pas winstgevend als men hun zaken kan verkopen die hun geld niet waard zijn zodat bedrog de regel wordt. Nuttige en onvervangbare waren zoals (levensnoodzakelijk) voedsel en (eindige) grondstoffen worden vernietigd en mensen worden getaxeerd, tot hun economisch nut herleid en vervangbaar geacht terwijl, paradoxaal genoeg, aan het ruilmiddel geld een (bijna) intrinsieke waarde wordt toegekend: voedsel wordt vernietigd, kostbare grondstoffen weggegooid en mensen afgedankt om de koers van een munt te sturen; (vooralsnog) 'gratis' gezonde lucht en water worden evenmin gewaardeerd als gratuite arbeid en mensen zonder papieren worden massaal en straffeloos ingezet als slaven: zij moeten onderdoen voor rashonden die immers duur worden verkocht. Op die manier gaat uiteindelijk al het intrinsiek waardevolle eraan: de gezondheid wordt vernield van zodra zieken meer renderen en het ongeluk tout-court wordt gecreëerd door wie winst slaan uit het afkopen ervan. De handel in nutteloze en zelfs schadelijke zaken neemt toe als zij maar een hogere ruilwaarde hebben, wat bijvoorbeeld geldt voor drugs, die immers duurder zijn dan brood, ook al doden zij in plaats van te voeden. Op die manier zal het kapitalisme uiteindelijk alles vernietigen.(6) De huidige pandemie illustreert de genoemde wetten uitnemend. Van mondmaskers zeggen specialisten dat zij niet werkzaam zijn als zij niet voorradig zijn en komen zij eenmaal in productie, dan worden zij door diezelfde specialisten aangeprezen en door politici verplicht. Vaccins vermelden de bijwerking van hun onwerkzaamheid voor 5 tot 40 percent van de ingeënten terwijl zij bedoeld zijn om 0,2 percent van de bevolking te redden, een segment dat zich uiteraard situeert binnen de groep van de 5 tot 40 percent voor wie de vaccins onwerkzaam zullen blijven maar deze volstrekt nutteloze en zelfs schadelijk waren moeten en zullen worden verkocht omdat ermee wordt gespeculeerd: de geldwinst staat voorop en dat succes rechtvaardigt het moordende kwaad. Een toenemende door het kapitalisme afgestompte massa acht zich in het bezit van 'gezond verstand' waar zij oordeelt dat wie niet (langer) economisch nuttig zijn, het recht verliezen om te leven. God schept het leven maar het gouden kalf verspert de toegang ertoe en eist als tol het ware, het goede en het schone op maar eenmaal de ziel verdwenen, geeft alras ook het leven de geest. (7) Al het gezegde geldt nu ook voor de oorlog die immers het verlengstuk is van de economie. Hij is een vermaak, precies zoals de jacht waarover Pascal het heeft en het uiteindelijke doel ervan is het doden als zodanig, wat 'triomferen' wordt genoemd. De moordlust is het doel van de oorlog, het botvieren van de moordlust. Dat is eveneens het geval met het fascisme, het totalitarisme, het nazisme: de bedrijvigheid zelf van het doden, het massaal ombrengen van mensen, schenkt voldoening aan het stelletje sadisten dat aldus uit de bol gaat ten koste van straks de hele goddelijke schepping. Als men de kopstukken van ook deze oorlog goed bekijkt en beluistert, weerspiegelen ze alleen maar dezelfde mentaliteit, drift of beter 'duivelse ziekte' die ook Leopold II in de greep had. Met het fortuin buitgemaakt met de handel in ivoor en rubber ten koste van tien miljoen mensenlevens, bouwde de megalomane vorst de Brusselse triomfbogen, waarover Emile Vandervelde zegde dat men die weldra 'de Bogen van de Afgehakte Handen' (8) zou gaan noemen. (Wordt vervolgd) (J.B., 22 december 2022) Verwijzingen: (1) De Wet van Pascal luidt: “Een druk die wordt uitgeoefend op een vloeistof die zich in een geheel gevuld en gesloten vat bevindt, zal zich onverminderd in alle richtingen voortplanten.” (2) Boehm, Rudolf. (1977). Kritiek der grondslagen van onze tijd, Het Wereldvenster, Baarn. (Oorspronkelijk: Kritik der Grundlagen des Zeitalters (1973)). Nederlandse vertaling door Willy Coolsaet met een taalkundige revisie d.d. 2011 van Guy Quintelier. De integrale tekst van het werk is beschikbaar op het internet op het volgende adres: https://www.marxists.org/nederlands/boehm/1977/kritiek/index.htm, ; J. Bauwens, Panopticum Corona, p. 960. (3) Boehm, Rudolf. (1977), par. 17; J. Bauwens, Panopticum Corona, p. 960. (4) J. Bauwens, Panopticum Corona, p. 961. (5) Boehm, Rudolf. (1977), par. 18, eerste deel; J. Bauwens, Panopticum Corona, p. 961. (6) Boehm, Rudolf. (1977), par. 19. J. Bauwens, Panopticum Corona, pp. 963-964. (7) Boehm, Rudolf. (1977), het eerste stuk van paragraaf 20. De (nog te vervolgen) theorie werd hier wat ingeperkt en vereenvoudigd, abstracte formules werden waar mogelijk door voorbeelden vervangen. J. Bauwens, Panopticum Corona, pp. 963-964. (8) Adam Hochschild, De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo, Meulenhoff/Kritak 1998 (in een Nederlandse vertaling door Jan Willem Bos). (Oorspronkelijk: King Leopold's Ghost. A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, Adam Hochschild 1998), p. 169. |



