Aldus verslindt de dood het leven
|
Aldus verslindt de dood het leven Betekenisgeving is een term die welluidend klinkt in de ruimte van de wijsbegeerte en de ethica maar als de wijsheid ons lief is, dienen wij ons te hoeden voor het opdringen van ons eigenste willetje aan de dingen, want dat is wat betekenisgevers in feite doen. Wie de natuur observeren, kunnen vaststellen op eindeloos veel manieren dat de zin van de dingen door de dingen zelf gedragen wordt en ook performant gemaakt: de zin van het zaadje manifesteert zich in zijn groei waarin wij die betekenis ook kunnen terugvinden als wij onszelf ontvankelijk opstellen. Daarentegen is de wil om zelf zin aan de dingen toe te kennen geen ontvankelijkheid doch opdringerigheid en aanmatiging; zingevers meten zich een status en een rol aan die hen niet toekomt omdat het niet aan mensen is om het lot van de dingen te bepalen. Door ezels en paarden als lastdieren te categoriseren, wordt hun wezen verengd tot hun nut in functie van onszelf. Door het te hebben over 'trekpaarden' verraadt men te geloven dat paarden geschapen zijn met de bedoeling onze karren te trekken en door te spreken over 'koppige ezels', waarbij de koppigheid dan geldt als een immorele karaktertrek, veronderstelt men dat volgzaamheid moreel goed is en elk protest tegen de veroordeling tot slavernij, een zonde. Op die manier kennen mensen aan de dingen niet alleen betekenissen toe die deze dingen uit zichzelf helemaal niet hebben maar zij bepalen tevens wat goed en kwaad zal zijn omdat het goede zal worden gezien als dat gedrag (of als dat lot) dat overeenstemt met de toegekende betekenis of zin in kwestie terwijl elk gedrag dat (of elke bestemming die) afwijkt van die toegekende betekenis, als kwaad zal worden bestempeld. Uiteraard schuift men het kwaad zodoende in de schoenen van de gedupeerde dingen of wezens maar in feite ligt het in de zogenaamde 'zingeving' of 'betekenistoekenning' zelf. De term 'zingeving' suggereert dat men de dingen met een zin verrijkt maar het omgekeerde is het geval: door zogenaamde 'betekenistoekenning' aan de dingen verrijkt men alleen zichzelf door de dingen in functie van bijvoorbeeld het eigen nut te definiëren terwijl men ze tegelijk berooft van hun intrinsieke waarde en in het geval waar deze roofbouw zich richt op mensen, beperkt men zodoende hun vrijheid of ontneemt men hen die. Want niet alleen levenloze dingen, planten en dieren zijn aldus ten prooi aan de menselijke arrogantie: ook de medemens deelt in datzelfde lot en zodoende bepaalt de sterkere met zijn 'betekenisgeving' aan de zwakkere het lot van deze laatste. De sterkere bepaalt wat de betekenis van de zwakkere is en wat hij hoort te doen en te laten, met andere woorden wat voor hem als goed en kwaad zal gelden of hoe zijn moraal eruit zal zien. In dezelfde aanmatigende beweging definieert hij zichzelf als ultieme betekenisgever, als schepper van waarde, ja, als boven anderen verheven godmens of godheid. Zo bepaalden ooit blanken de betekenis van zwarte mensen door hen het lot van de slavernij toe te bedelen, alsof de zin van hun leven bestond in het slavenwerk, met andere woorden: in hun nut voor de blanken. Gekoloniseerden worden door de benaming als zodanig betekend en dus gedefinieerd tegenover de kolonisatoren; mensen uit de derde of de vierde wereld worden geopponeerd aan 'beschaafde' westerlingen, waarbij de 'beschaving' bestaat in de onderwerping aan een door derden toegewezen lot en die onderwerping krijg de welluidende naam van beschaving, christianisering, opvoeding, alfabetisering. Actueel is plotseling weer Paulo Freire's werk uit 1970: Pedagogy of the oppressed.1 Want met het zogenaamde wegwijs maken van mensen in de wereld van de informatica worden wij in feite herleid tot agenten van een door een elite bestuurd internet. Het overgrote deel van hun tijd brengen brave burgers heden aan de ketting door want ook de ketting is in deze tijden draadloos en bestaat uit niets dan een uiterst verslavend schermpje en een klavier die de stem, het timbre, het aangezicht, de persoonlijke woordkeuze, de tongval, de taal, het dialect, kortom al het persoonlijke, als volstrekt betekenisloos definiëren door van degenen die aan deze ketting liggen, te eisen dat zij zichzelf herleiden tot een op een dom klavier tokkelende vinger. De computertechnologie beweert zin te geven aan het bestaan maar precies het tegenovergestelde gebeurt: met de computertechnologie en het internet wordt elke intrinsieke waarde onttrokken aan alle mensen die zich daarin vastrijden, al spreekt men hier uiteraard niet over een zich vastrijden maar over een zich bekwamen. Het is nota bene niet de burger die zich bekwaamt en die zich van het internet bedient - dat is de kostelijke illusie van het hele spel: het is de 'instantie' die het internet aan de burger opdringt welke zich bekwaamt, met name in de manipulatie van mensen en in hun reductie tot bedienaren van het instrument waarmee zij zichzelf steeds meer en onherroepelijker vastrijden terwijl simultaan bij hen de illusie toeneemt dat zij zodoende zichzelf bevrijden. Onder het voorwendsel van beschaving, opvoeding, informatie en dies meer, wordt aan de mensheid haar intrinsieke zin ontnomen en krijgt zij de betekenis van een dode machine: niet zomaar een robot, maar een biorobot, meer nog: een bio-socio-robot, een dode machine met levende chips, een levenloze machine die energie verslindt en afval produceert alleen ter wille van zichzelf en die er nu in geslaagd lijkt om met haar welluidende voorwendsels allen die ooit geleefd hebben, tot haar onderdeeltjes te herleiden. Kers op deze taart: de bedienaar van deze dode machine met mensen in de tank is geen elite; het is de machine zelf, het is het niet-leven dat het leven verslindt. (J.B., 27 mei 2024) 1Zie hier de integrale tekst in het Engels: https://envs.ucsc.edu/internships/internship-readings/freire-pedagogy-of-the-oppressed.pdf |






