|
De nieuwe arbeid
Iedereen weet wat de pikorde is, de benaming stamt uit de observatie van kippen in de ren, de sterkste zitten op de hoogste sporten en zij pikken de kippen die onder hen zitten en die pikken op hun beurt de nog lager zittende die vaak helemaal kaal gepikt zijn.
Bij mensen, waar het draait om de sociale positie, doet zich sinds kort een vreemd fenomeen voor. Bovenaan zitten namelijk niet langer de 'besten' in de betekenis van het goede van eertijds en dat zijn degenen met de beste schoolresultaten en de hoogste diploma's, degenen die het meeste werk verzetten, zij die hun vak het best beheersen, die hun naaste bijstaan en op wie men altijd kan rekenen. Want de inhoud van het 'goede' werd drastisch gewijzigd en wel onder de invloed van het neoliberale bestel dat momenteel over de wereld woekert en heerst.
Fel in tegenstelling tot de normen en waarden van destijds die aan de religie werden ontleend en aan het humanisme, luisteren de neoliberale normen en waarden die het goede van vandaag bepalen naar imperatieven zoals winst en succes, waarbij uiteindelijk god noch mens baat heeft en waarbij tevens geldt dat de doelen de middelen heiligen. Dat houdt in dat nu goed zijn wie succes boeken, waarbij op de weg naar het succes alle praktijken die sinds oudsher als misdaden geboekstaafd staan, door dat doel worden verschoond.
Dat het hier om een onthutsende evolutie gaat, wordt duidelijk van zodra men inziet dat de nieuwe moraal helemaal niets minder betekent dan dat de buit de diefstal rechtvaardigt. En dat hierbij kennelijk zomaar abstractie kan gemaakt worden van de misdaad en van het slachtoffer, is niet zozeer te wijten aan het feit dat slachtoffers geen rechten zouden hebben want die hebben ze wel, tenminste op papier, want in de praktijk kunnen ze er helaas niet bij.
De beruchte zogenaamde dubbele boekhouding blijkt momenteel helemaal ingeburgerd en garandeert dat ongeacht wie, onder het mom van bijvoorbeeld liefdadigheid, zijn naasten à volonté kan pluimen. De dief verkapt zich als firma of als instituut met weliswaar indrukwekkende titulatuur om zijn slachtoffers met bluf te kunnen verlammen en om elke verantwoordelijkheid te kunnen ontlopen. Want van wat wordt beloofd, komt meestal helemaal niets in huis en wie klagen, worden handig versast naar een duizelingwekkend labyrint dat hen navigeert... van het kastje naar de muur.
Mevrouw M. is tachtig, zij wil een pak geld afhalen van haar rekening maar er is een de afspraak nodig met de bank in de stad waar zij zich persoonlijk moet aanmelden en wel te verstaan: gezond, gewassen, gecoiffeerd en helemaal uitgedost, 'op zijn paasbest' zoals men dat zegt, wat geen sinecure is voor een dame van haar leeftijd maar de banken zijn nu eenmaal onze nieuwe tempels en daar loop je niet zomaar in en uit, de tijd van 'klant is koning' ligt in een al ver verleden en ook de nieuwe hogepriesters eisen ontzag.
Wanneer mevrouw M. uiteindelijk bij de bankbediende arriveert, schrikt zij zich een aap als haar wordt gevraagd zich te verantwoorden voor de afhaling van haar eigen geld maar zij denkt: het kan geen kwaad en ter plekke verzint zij een smoes omdat zij gelooft dat bankbedienden met haar persoonlijke plannen geen krieken te eten hebben. Lang geleden heeft zij om gelijkaardige redenen van privacy haar geloof laten varen en meer bepaald wegens de jaarlijkse paasplichten met de biecht.
Maar mevrouw M. had er beter het zwijgen toe gedaan want de smoes inderhaast blijkt een haring die niet bakken wil en de bediende neemt gebruik makend van A.I. onmiddellijk telefonisch contact op met verwanten en met instellingen allerhande terwijl mevrouw M. geduldig wacht. Zij is zich er helemaal niet van bewust dat het bankje van waaruit zij een recht komt opeisen, op dat eigenste ogenblik aan het veranderen is in een beklaagdenbankje want in haar bijzijn doch buiten haar medeweten wordt nu een roddelcampagne opgezet tegen haar persoon waaruit uiteindelijk de bank munt zal slaan met de medewerking van de eveneens op winst azende eigenste familie van de mevrouw in kwestie.
De smoes die haar privacy beschermen moest, speelt haar nu parten als reden tot het voeden van een vermoeden van problemen met haar geestelijke gezondheid. Met haar handelwijze volgt de bank een ethiek die het vrijwaren van de eigendom van de klant voorop stelt en de familie van de klant speelt het spel van het paternalisme handig mee met als resultaat dat mevrouw M. het beheer verliest over de centen die zij levenslang heeft opgespaard en die ze nu op het punt stond aan een liefdadigheidsinstelling te overhandigen.
De rechten van mevrouw M. werden haar ontnomen op het ogenblik dat zij er gebruik van wilde maken, wat betekent dat zij eigenlijk nooit rechten had doch slechts een illusie daarvan: rechten op papier. Eveneens op papier maar niet zonder praktische gevolgen, wordt zij nu in een mum van tijd van deze rechten 'verlost'. En wie eraan dachten om deze zorgzame bejegening aan kritiek te onderwerpen, beseffen nu maar al te goed dat zij zodoende meteen de eigen geestelijke gezondheid in de waagschaal zouden werpen, daar zij moeten toezien dat het voor hoger geplaatsten in de nieuwe orde, kinderspel is om in het volle licht onschuldige mensen die bij hun volle verstand zijn, 'bij den bok te zetten'.
De strategie van de dubbele boekhouding verheft de roddel tot psychiatrisch besluit en de dieven tot zorgzame vermogensbeheerders. De wet en haar interpretatiemogelijkheden geven carte blanche aan het zich vestigen en voltrekken van een pikorde die niets minder vertegenwoordigt dan de jungle van weleer met zijn roofdieren en prooien, waarbij op de koop toe de activiteiten van de roofdieren als 'arbeid' worden omschreven.
(J.B., 1 mei 2026)
|