Waarheid en leugen
|
Waarheid en leugen Argumenten hebben te maken met de waarheid maar dat is alleen maar zo als er niet mee gemarchandeerd wordt. Van zodra argumenten op tafel worden gegooid zoals men doet met munten of, erger nog, met dobbelstenen, is sprake van een koophandel zoals dat het geval is in een parlementaire democratie: niet het gebeurlijk ene ware argument beslecht daar het pleit doch de stemming welke volgt van zodra de kaarten van alle participanten op tafel liggen. Het gaat dan om een consensus, wat wil zeggen: een overeenkomst - en dat is een samenzwering - en die houdt in dat men onder elkaar afspreekt wat voortaan de waarheid wezen zal. Omdat waarheid het bezit van slechts weinigen kan zijn, zal gebeurlijk de eenzaat met het ene ware argument dan alleen nog voor die keuze staan: ofwel moffelt hij zijn argument rap weg en sluit hij zich stilzwijgend bij de samenzweerders aan, ofwel aanvaardt hij zijn verbanning uit de groep, kiest voor een bestaan ver weg van de samenleving en van de 'beschaving', in een eenzaamheid welke hij weliswaar met zijn waarheid delen kan. Zijn lot is dan dat van bijvoorbeeld menig progressief onderzoeker die wars van de groep desalniettemin zijn eenzaamheid overstijgt omdat de waarheid die hem lief is, hem met alle 'ware' anderen verbindt. En die 'ware' anderen staan dan uiteraard tegenover degenen die zich tot robot laten herleiden in de gelijkschakeling van allen door een regime dat geen individuen verdraagt en dat iedereen instrumentaliseert om de onpersoonlijke machine die zij is, draaiende te houden. Onpersoonlijk betekent dan: niet gehoorzamend aan persoonlijke beslissingen doch door allerlei driften voortgesleurd. De resultaten uit het sociologisch onderzoek inzake confirmatie, consolidatie, groepsaffiliatie en dies meer zijn ronduit verbijsterend maar dat zijn ze alleen maar omdat wij voor een groot stuk onze identiteit ontlenen aan de groep; we ontlenen die zelfs quasi volledig aan de groep waar het geloof in een of andere godheid, of noem het maar heel gewoon het geloof in de waarheid, ontbreekt. De verbijsterende resultaten uit het sociologisch onderzoek inzake de relatie tussen individu en groep betreffen het gemak waarmee de waarheid aan de kant geschoven wordt van zodra men het er over eens geworden is dat de waarheid een leugen is. Eenmaal de waarheid tot leugen werd verklaard, wat immers nodig is om mogelijk te maken dat zekere leugens tot waarheid kunnen worden verheven, heerst niet zomaar goddeloosheid maar wordt de plek die voordien aan de godheid of aan de waarheid toebehoorde, dus prompt ingenomen door een leugen. Als het zo ver is, zullen mensen zonder ruggengraat hierin geen problemen zien omdat zij in staat zijn zich te schikken naar de leugens van de dag; mensen uit één stuk zullen daarentegen onafwendbaar in een existentiële crisis belanden. De leugens die vandaag de scepter zwaaien zijn hallucinant maar zij vormen de mal waarop de wereld zijn huidige vorm aanneemt. De hoofdeigenschap van de leugen is uiteraard dat zij niet waar is maar dat betekent meteen dat zij altijd voor de waarheid op de vlucht zal zijn, wat van haar de rusteloosheid zelf maakt, die men ook ontwaart in de koortsachtige betogen van wie het onverdedigbare alsnog uit de sloot trachten te halen. Waar de waarheid eenvoudig is en vanzelfsprekend, zal de leugen noodgedwongen ingewikkeld zijn en zij zet een complexiteit op touw met geen andere bedoeling dan om op die manier degenen die de waarheid zoeken, van de wijs te brengen. Leugens worden aan het licht gebracht en zien zich om die reden genoodzaakt om te muteren zoals ook virussen dat doen teneinde hun weerbaarheid tegenover hun bestrijders aan te zwengelen. Het hele uitzicht van de wereld zal derhalve onwillekeurig de heerschappij van de leugens verraden en zo is de wereld in de eerste plaats complex en uiterst veranderlijk of wisselvallig, wat ook gezegd wordt van het lot of het fortuin: O Fortuna/ velut luna/ statu variabilis. Om zich in de wereld te kunnen handhaven moet men derhalve de rusteloosheid omhelzen en een uiterste flexibiliteit aanvaarden, wat uiteindelijk inhoudt dat men zichzelf moet kunnen verliezen in elk ogenblik een ander. Men wordt dan zoals een virus waarop jacht gemaakt wordt. Men verandert continu, wat betekent dat men niet langer een zelf bezit, dat men zijn ziel kwijtgespeeld is, dat men eigenlijk niet meer bestaat. (J.B., 3 juli 2026)
|





