Over de terroristische aanslag in Berlijn op 25 juli 2026 (vervolg 1)-


|
Over de terroristische aanslag in Berlijn op 25 juli 2026 (vervolg 1) Religies mogen dan al hun aandeel in de verspreiding van aids ter discussie stellen, dat zij een hoofdrol spelen in de repressie van homo's en dat zij via die weg ook verantwoordelijk zijn voor de excommunicatie en de navenante uitbuiting van deze minderheidsgroep, zal door geen zinnig mens in twijfel worden getrokken. Op grond van relatief recente pauselijke uitspraken in de zin van “Wie ben ik om te oordelen over homo's?” kan men weliswaar tegenwerpen dat hier in de jongste decennia aan de minderheid in kwestie zekere tegemoetkomingen worden gedaan, maar uitspraken in de genoemde trend kunnen niet anders opgevat worden dan als sluwe zetten die erop gericht zijn om gevoelens van antipathie vanwege mensen met empathie voor andersdenkenden te onderdrukken in functie van het behoud van het klerikale miljardencliënteel want zij stellen inhoudelijk helemaal niets voor en als puntje bij paaltje komt, blijven de kerkelijke standpunten even ongewijzigd als de heilige en de dogmatische geschriften waaraan ze uitleg verschuldigd zijn en hetzelfde geldt voor de positie van de vrouw en voor alle andere thema's. Homo's die zichzelf respecteren zitten overigens helemaal niet te wachten op 'strafvermindering' daar zij de autoriteit van hun onderdrukkers uiteraard radicaal afwijzen; niemand immers heeft het recht om de vrijheid van anderen op grond van een eigen volstrekt arbitrair mens- en wereldbeeld, wat het beeld van gelovigen in feite is, aan banden te leggen, om aan anderen mensenrechten te ontzeggen of om zichzelf voorrechten toe te kennen. Behalve opportunistisch zijn de genoemde lepe zetten vanwege de kerkleiding tevens bedoeld ter verdoezeling van het afschuwelijke kwaad dat haar discriminatie en haar demonisering berokkenen aan de LGBTQ+-gemeenschap en daardoor ook aan de hele maatschappij. Laten we een ogenblik de abstracties achter ons en bekijken we de feiten, dan kunnen we er samen met de rest van de wereld van getuigen dat de klantenwerving, de acquisitie, de rekrutering van gelovigen, het proselitisme of nog, in de bewoordingen van de kerk zelf, het 'redden van zieltjes' onverminderd een bijzonder agressieve activiteit is gebleven. In de loop van de geschiedenis ging de zogenaamde kerstening of de christianisatie gepaard met onderdrukking, oorlog, bedreigingen en afpersing, zoals men zich herinnert uit de koloniale tijd, onder meer met de kerstening of beter de inlijving - en het tot lijfeigenen maken - van de autochtone bevolking van het Amerikaanse continent sinds de inval van Christoffel Columbus die zich behalve met conquistadores ook wapende met het beruchte 'requierimento' uit 1513, in casu een pauselijk bevelschrift tot onderwerping op straffe van verslaving en dit onder de argumentatie dat men aan de paus, daar hij de vertegenwoordiger op aarde is van de godheid zelf, gehoorzaamheid maar ook totale onderwerping verschuldigd is. Edoch, zo mogelijk nog erger dan de historische agressies alom ter wereld, is het door de clerus aangewende psychologische geweld ter verknechting van haar aanhang, meer bepaald in en rond de praktijk én de theorie van de inlijving met als meest doortastende zet het zogenaamde doopsel, toegepast op mensen buiten hun eigenste medeweten om, daar zij op het ogenblik van het 'ritueel' amper hooguit enkele dagen oud zijn. Verzet vanwege degene die de handelingen ondergaat, is volkomen uitgesloten terwijl volgens de catechismus van de katholieke kerk de handeling van het doopsel een “onuitwisbaar merkteken” aanbrengt in de ziel (van de dopeling) zodat hier van mensenrechten nimmer sprake kan zijn. Uitgerekend de executeuren van het geloof dat claimt het recht op leven van ongeborenen te verdedigen, zijn er als de kippen bij om van zodra de mens in kwestie de moederschoot verlaat, zijn vrijheid te fnuiken en zij doet dat met een vastberadenheid welke zich wapent met het verschrikkelijke dreigement aan het adres van de moeder en van de hele familie, dat wie weigeren om het hulpeloze kind aan deze praktijken over te leveren, verantwoordelijk zijn voor het verloren gaan van de betrokken ziel in het eeuwigdurende hellevuur. Immers, de clerus liegt de lichtgelovige wereld voor dat het ritueel in kwestie een duiveluitdrijving is. Het heuse exorcisme zou allernoodzakelijkst zijn omdat, krachtens een sprookje dat de kerk wereldwijd in onze universiteiten als een in haar door iedereen ernstig te nemen theologie ingebedde erfzondeleer weet te verkopen, verkondigt dat de mens door eigen schuld in de macht van de duivel gevangen zit. Edoch, terwijl de kerk middels de genoemde tactiek principieel elke mens op aarde en feitelijk zowat een derde van de totale wereldbevolking in haar greep heeft, slaagde zij er tot voor kort ook nog in om de mensen in deze bij den bok gezette massa tegen elkaar op te zetten en wel door zekere minderheden (en ik wik en weeg mijn woorden) psychologisch te verminken en sociaal te vermoorden. Deze misdaad voltrok zich gepland uit het zicht van buitenstaanders en de enige getuigen waren, behalve de daders, de slachtoffers die in de onmogelijkheid werden gesteld om van de gruwel die zij moesten ondergaan, kond te doen. Hier volgt nog heel beknopt een schets van de tactiek die we elders al genoodzaakt waren te bespreken. De katholiek en derhalve homovijandig opgevoede ouders van pubers met homofiele gevoelens gingen in paniek te rade bij de huisarts, die hen ervan verzekerde dat dit een zaak was van voorbijgaande aard. Echter, kort daarop maakte deze vertrouweling de puber onder vier ogen diets wat hem te doen stond om het 'schandaal' waaraan hij op dat moment zelf werd vastgenageld, te vermijden. Dat kon hij alsnog doen door zichzelf te verloochenen, door zich levenslang te onthouden, door alsnog in het huwelijk te treden zoals iedereen of door een roeping te veinzen. Met die laatste uitweg uit de schande deed de kerk prompt nog haar voordeel, wat blijkt uit het feit dat de homo-emancipatie gelijke tred hield met het achterwege blijven van de roepingen. Maar wat de betrokkene ook koos: hij kreeg levenslang met de veroordeling om zich voor te doen als iemand die hij helemaal niet was en die hij ook onmogelijk kon zijn, terwijl zijn gemoed werd aangevreten door de onverteerbare overtuiging dat hij slecht was en dat hij dit tot elke prijs diende verborgen te houden. Hij werd zoals men dat nu uitdrukt, in de kast gestopt en veroordeeld tot een dubbelleven wat er eigenlijk op neerkwam dat hij of zij als sociaal wezen levend werd begraven. Vaak werden geneesmiddelen voorgeschreven ter onderdrukking van alle menselijke gevoelens en werd chemische castratie toegepast, als al niet tot castratie zelf werd overgegaan, waarvoor men zich alhier wendde tot de in het Nederlandse Heiloo residerende dokter Aimé Wijffels, bijgenaamd de 'castreur'. De castratiepraktijk was gangbaar totdat omstreeks de jaren zeventig van de vorige eeuw hiertegen vanuit zelfhulpgroepen algemeen protest ontstond en de onmenselijke praktijken aan het licht waren gekomen. Vandaag bestaat er geen excuus meer voor dergelijke misdaden en navenante wantoestanden maar het onverstand is hardnekkig: wars van ethiek maar ook van wetenschappelijkheid, verrijst de repressie alom in de vorm van allerlei overigens bijzonder gevaarlijke conversietherapieën en onder druk van religieuze maar ook politieke extremisten zouden zij floreren indien zij niet werden afgeremd door wettelijke verbodsbepalingen en aanzienlijke bestraffingen. De promotie ervan is in handen van nitwits met poen, en kapitaalkracht is economische en derhalve ook politieke macht welke sinds oudsher samenzweert met religieuze potentaten. Waar machtsstructuren maken dat de top geen enkele voeling meer heeft met degenen die het eigenlijke werk verrichten, is alle empathie zoek en komen een soort van mensen uit de bus die zichzelf werkgevers noemen maar die in feite spelen met het leven van hun 'ondergeschikten'. Ze kunnen omschreven worden als kapitaalkrachtige megalomanen, rijk doch onderontwikkeld; lui wiens geld hen enige macht geeft maar die daardoor gaan geloven dat zij het recht hebben om naar willekeur over het leven van andere mensen te beschikken, wat overigens als normaal wordt beschouwd in tijden van oorlog – edoch, de oorlog is niets anders dan een verlengstuk van de (kapitalistische) economie. Onderontwikkeld betekent ongenuanceerd, wat bijna synoniem is voor extremistisch en het is in deze middens dat men die lui aantreft die conversietherapieën promoten of dus met de medische wetenschap strijdige en experimentele pogingen gelijkaardig aan deze welke werden uitgeoefend in de concentratiekampen van de nazi's, om via allerlei conditioneringsmechanismen van homo's, hetero's te maken. De praktijken van samenzwering van deze schurken met de kerk zijn een historisch gegeven en uit de tweede wereldoorlog herinnert men zich van bij ons de kerkelijke propaganda via donderpreken voor de rekrutering van strijders aan het oostfront, in feite kanonnenvoer tegen de communisten: het ten bate van de kapitalisten in de frontstrijd gooien van jonge mensen die sowieso hun leven lang in fabrieken moeten slijten. Ook herinnert men zich hoe hoge functionarissen in de kerk er na de nederlaag van Hitler voor gezorgd hebben dat de kopstukken van het nazisme met hun misdaden konden wegkomen door voor hen een vrijgeleide te fabriceren naar het Zuid-Amerikaanse continent waar velen onder hen, onder de hoede van dictators, nog een rustige oude dag hebben gekend en soms zelfs konden doorgaan met hun wreedaardige experimenten. Andermaal: excuses snijden allang geen hout meer en het enige correcte antwoord op de genoemde en nooit bestrafte misdaden kan alleen nog bestaan in de radicale afwijzing van de waanzin van alle religieuze instituten, een antwoord dat alvast verbeeld wordt in die kunst die nog maagdelijk is gebleven, die zich niet verliest in commercialiteit, onnozelheden en schijndiscussies over esthetiek en die haar maatschappelijke verantwoordelijkheid ernstig neemt: uiteraard wordt zij doodgezwegen door de kapitaalkrachtige burgerij en afgedaan als provocatie maar in het licht van de misdaden die zij aanklaagt, kan zij nooit genoeg shockeren.
(Illustraties: Kris Lippeveld.) Met dank aan de kunstenaar Het eigen lichaam van de kunstenaar is sowieso een medium of een instrument voor het doorgeven van zijn boodschap: de schilder en de pianist gebruiken naast hun hersenen en hun zintuigen vooral hun handen en de danser ontwikkelt voor zijn artistiek spel zijn hele musculatuur maar waar de kunstenaarshuid de plek inneemt van het canvas, kerft de artiest zijn ets op zijn vel, wat onvermijdelijk aan mutilatie doet denken of aan automutilatie. Martelaren gaan nog een stap verder, hun verminkte lichamen zijn de tekenen van hun getuigenis met als voorbeeld de vijf kruiswonden van de Heiland, die als stigmata opnieuw verschijnen op de lijven van zekere heiligen, al is het maar zeer de vraag of zij inderdaad de tekenen zijn van hun identificatie met het leed van de Verrezene ofwel of zij die middenin een psychose aan zichzelf toebrachten - niet ter verwerking van een psychisch leed doch om als held te kunnen scoren op de fora van de toenmalige (middeleeuwse) machtige religieus getinte saga's - onder meer de heilige pater Pio wordt daarvan verdacht, mede daar hij voorafgaand aan het verschijnen van de wondtekenen carbolzuur bestelde bij een apotheker alsook krachtige pijnstillers en hij is lang niet de enige gebleken. Kunstenaars zijn evenwel geen martelaren maar waar zij het vanuit hun ethiek en verantwoordelijkheidszin opnemen voor wie onrecht moeten ondergaan, riskeren zij wel hun vel maar de motivatie voor hun handelwijze kan verschillen naar gelang de situatie. Waar zoals hier de religies worden geviseerd, heeft de artiest het over het door de kerk aangebrachte brandmerk waartegen hij het verzet op zijn borst laat tatoeëren om het niet langer als een doornenkroon te moeten meedragen in zijn hoofd en niet het doopsel wordt hier geviseerd: het onuitwisbare merkteken in zijn ziel is de door de katholieke excommunicatie aangebrachte wonde bij de puber die nog geheel weerloos zijn veroordeling aanhoort en die, zoals alle kinderen dat spontaan doen, het verdict vanwege zijn meerderen die verondersteld worden voor zijn opvoeding te ijveren, aanvaardt en in zijn hart sluit, waar het zich echter ontpopt als een traag werkend en bijzonder pijnlijk gif dat hem zal opvreten voor de hele duur van zijn verdere bestaan. (J.B., 28 juli 2026) |































