Les extrêmes se touchent

|
"Les extrêmes se touchent"1 Wanneer politieke partijen hun leden uitnodigen om de 'Pride' te gaan vervoegen, die rond het thema 'Fearless' wordt gebouwd, spreken ze hen persoonlijk aan: “We hebben je nodig!”
Die aanpak lijkt wel geschoeid op de leest van het religieuze proselitisme: godsdiensten werven actief nieuwe leden met slogans zoals: “God needs you!” - in dit geval met een verwijzing naar Jeremia 1:4-10, waar men kan lezen hoe Jahweh zich richt tot de profeet persoonlijk met de mare dat hij voorbestemd is om Hem te dienen en wanneer Jeremia tegenstribbelt en aanvoert dat hij te jong is en niet spreken kan, wordt hij aangemaand tot gehoorzaamheid: onbevreesd moet hij uitrukken en vernietigen.2
“Heb geen vrees!”, aldus klonk ook het devies van de Russisch-Orthodoxe patriarch Kirill van Moskou aan de rekruten bij Poetins inval in de Oekraïne, een oorlog die inmiddels al ruim een kwart miljoen gesneuvelde Russische soldaten heeft opgeleverd en in totaal al meer dan twee miljoen slachtoffers. “We hebben je nodig!”: aldus zet een land zijn onderdanen ertoe aan om in (nakende) oorlogstijd in het leger te gaan dienen en aan het front te vechten en berucht zijn de affiches met daarop de verpersoonlijking van de staat die zijn burgers recht in de ogen kijkt en aanwijst: “Your country needs you!”/ “I want you for U.S. Army”/ “Join the fight, enlist today!” En inzake de Belgische rekrutering bij de Special Forces Group klinkt het: “Who dares, wins”.3
Dat met die uitnodiging 'to dare', tot durf, fearlessness of, in wat andere bewoordingen, roekeloosheid, op de genodigden druk wordt uitgeoefend, hoeft geen betoog want alle leden van de betrokken partij worden aangesproken en zo spreken zij ook elkander aan: “Jij gaat toch ook!?” en het voegwoordelijk bijwoord 'toch' onthult de aansporing in wat eruit ziet als een onschuldige vraag, die dan betekent: “Je gaat ons toch niet teleurstellen!?”; “Je laat ons toch niet in de steek!?”; “Beloof ons dat we op je kunnen rekenen!”; “Jij gaat ons toch niet verraden!?”; “Jij bent toch geen lafaard!?” Of hoe krijgsheren hun wagen laten trekken door het tweespan van de schaamte en de schande. Maar heldhaftigheid en roekeloosheid liggen heel dicht bij elkaar en hetzelfde geldt blijkbaar voor gemeenschapszin en kuddegeest die, paradoxaal genoeg, in juxtapositie misschien wel staan voor elkanders contrapunt, respectievelijk de met gemeenschapszin verbonden verantwoordelijkheid tegenover de onverantwoordelijkheid van de kuddegeest. Zoals de Hellenen betoogden, ligt de deugd in het midden tussen twee ondeugden en zo houdt de moed het midden tussen de lafheid en de roekeloosheid of de overmoed en zo ook lijkt de gemeenschapszin zich te situeren tussen de kuddegeest en het individualisme - of moet men hier spreken over asociaal gedrag? De oproep “We hebben je nodig!” is persoonlijk doch richt zich tegelijk tot velen en hij betekent dat men nodig wordt geacht voor een of andere strijd en dus voor een krijgsmacht of een leger, dat zichzelf sowieso altijd zal bestempelen als 'des heils'. Maar hij is hoe dan ook polariserend, hij zet een vijand in de kijker tegen welke geageerd moet worden en in het geval van de Pride wordt die vijand voorgesteld als 'de haat'. Edoch, haat is een gemoedstoestand en emoties kunnen geen vijanden zijn: omdat haat gericht is tegen personen, gaat hij ook van personen uit en dat zijn de haatdragenden. Maar zijn de haatdragenden dan niet de slaaf van hun gemoedstoestand, onvrij derhalve en nimmer handelend in de hoedanigheid van een (redelijk) persoon? Handelen zij dan niet zoals de dieren die de bewegingen van hun driften volgen? In het geval van de Pride heeft men het heel abstract over 'de haat' omdat men het schuwt om de haatdragenden bij naam te noemen. Zij kunnen niet worden getypeerd als zekere religieuze groepen omdat religies niet eendrachtig zijn inzake de geloofsleer: naast heilige geschriften zijn er immers nog interpretaties en deze vormen een hele brede waaier met in hun zog telkenmale andersgelovigen. Ook kunnen zij niet worden getypeerd als extreemrechtse groepen omdat ook hier de eendracht zoek is. De 'haat' die hier geviseerd wordt, is een vijand zonder gezicht, een boze geest, een demon. Zo is de Pride een optocht tegen demonen en hij wordt gehouden rond het thema 'Fearless' omdat demonen angst aanjagen. Want over kwade machten is bekend dat zij mensen kunnen bezitten en dat zijn dan bezetenen, in de betekenis van lui die een duivel van hun vrijheid heeft beroofd. Maar uitgerekend de bezetenen diaboliseren zekere medemensen; zij demoniseren hen of stellen hen als duivels voor en zo creëren ze een vijand teneinde op die manier een reden te hebben om jacht op hen te kunnen maken, om hen monddood te kunnen maken en om hen tenslotte ook effectief te kunnen vermoorden. Ongeacht wie kan worden bezeten door de demon van de haat en toeslaan waar en wanneer niemand het verwacht, om lukraak slachtoffers te maken onder degenen die hij eerst gediaboliseerd heeft. En op die manier legt hij al wie hij viseert, aan banden. Als de wereld des duivels is, zijn alle mensen vrijwel zonder uitzondering wel van iets bezeten: iedereen heeft zijn demon of demonen en de mensen groeperen zich rond hun specifieke diabolen die, zoals men kan vermoeden, een onderlinge strijd voeren om de hegemonie. Er is de demon van de afgunst, Leviathan, het machtsmonster dat in de visie van Thomas Hobbes de staat vertegenwoordigt. Leviathan is uiteraard verwant aan de demon van de hebzucht, Mammon, die hen verzamelt die zich het liefst ophouden in de wereld van de centen en de banken, de beurzen, de tollenaren, de schuldeisers, de deurwaarders, de boetes en de opcentiemen. Verwant met de hebzucht is de vraatzucht met demon Beëlzebub, en weer verwant met deze laatste is Asmodeus, de demon van de lust en de onkuisheid: zijn naam stamt van Aëshma-daëva, de demon van de woede in de Avesta, het heilige boek van het zoroastrisme, de religie van de oude Perzen met hun door Friedrich Nietzsche ook in het Westen bekend geworden profeet Zarathoestra. In de Bijbel heet deze demon Amon en de Boeddhisten geloven dat woede alleen met aandacht en vriendelijkheid in toom kan worden gehouden. Belfagor is de demon van de luiheid. En tot spijt van wie het benijdt: boven alle zonden staat de hoogmoed met als demon Lucifer, gekenmerkt door eigenwaan en trots, of: pride. Trots, in het Engels pride, van het Latijnse parare of klaarmaken is verwant met parade, pronkzuchtige optocht, en is niet voor niets de katholieke hoofdzonde: het is de zonde van Lucifer die de Almachtige naar de kroon steekt. De machthebbers in het Westen, die in hun feitelijke theocratieën hun recht op heerschappij verdedigen middels de katholieke theologie, belichamen de pronkzucht maar bij hun onderdanen propageren zij, middels het tot staatsgodsdienst verklaarde christendom, de nederigheid welke centraal staat in de slavenmoraal, die de hoger genoemde wijsgeer in zijn Jenseits von Gut und Böse (1886) en in zijn Zur Genealogie der Moral (1887) heeft verklaard als reactionair ressentiment: slaven beamen hun lot louter uit overlevingsdrang, als een overlevingsstrategie; wat voor de heren zwakheden zijn, bestempelen zij prompt als deugden en andersom laken zij de pronkzucht van hun meesters. Pas op het ogenblik dat de onderdrukten de schellen van de ogen vallen, trachten zij hun geperverteerde waardenstelsel weer recht te trekken: zij willen niet langer nederig zijn en dienen doch trots worden, zoals hun overheersers van weleer. Volgens de katholieke kerkleer die menig dictator in het zadel houdt - met op kop de paus van Rome - zijn zij uiteraard rebellen aangevoerd door de demon Lucifer, de demon van de Pride, maar in hun eigen nieuwe filosofie van zelfbevrijding ontmaskeren de onderdrukten op eigen kracht die zogenaamde theologie als de ketening der slavernij doorheen een geschiedenis van tweeduizend jaar. De historische waarheden met betrekking tot de machtigen der aarde en hun machtsmisbruik zijn immers aan het licht gekomen en steeds krachtiger verheft zich dat licht aan de horizon als de nieuwe hoop der onderdrukten: het is het licht van de Rede, die weerstand biedt aan de verlammende magie waarvan 'tovenaars', zoals godsdienst- en nog andere waanzinnigen mogen heten, zich nog steeds bedienen om baas te spelen over andermans bestaan. Anderen onder de duim houden doet men door hen te definiëren in een mens- en wereldbeeld waarin zij schuldig zijn en moeten boeten. Van zodra zij in hun schuld geloven, willen mensen zich daarvan ontdoen en snakken zij naar straf en boete teneinde zich van die vermeende schuld te kunnen bevrijden omdat geen mens de aanhoudende verwijten van een ander kan verduren, en zodoende zijn zij gelijk een vogel voor de kat. De verwerping van het repressieve mens- en wereldbeeld dat ons van kindsbeen af werd ingelepeld samen met de pap, heeft af te rekenen met een enorme weerstand die van magische makelij is, net zoals het schuldbesef en het besef van zonde: het vergt een overwinning van de aangeprate schaamte maar nog veel meer van de angst voor diabolische represailles. Die manifesteren zich middels door demonen bezetenen die hun aanslagen legitimeren door hun slachtoffers te situeren bij de volgelingen van een of andere demon in hun perverse theologie, filosofie of politieke theorie. De trots die in de Pride aan bod komt, betreft vooreerst een weigering om nog langer mee te draaien in een millennia oud verhaal dat de eigen repressie beaamt vanuit de angst voor het verlies van het fysieke leven. Die weigering van de voortzetting van de slavernij heeft immers af te rekenen met de gekende moordlust van de machthebbers die in die rebellie hun eeuwenoude voorrechten zien sneuvelen en dat is dan ook de reden waarom zij niet zullen nalaten om toe te slaan van zodra zij dat straffeloos kunnen doen, wat wil zeggen: in de openbaarheid. Dat lukt hen nog zolang zij hun openbare misdaden alsnog weten te verbergen, wat nu gebeurt middels hun laatste maar taaie strohalm: de tactiek van de zelfmoordaanslagen. Met dat doel worden gewis mensen gebruikt die onder een verschrikkelijke druk worden gezet: als zij na jarenlange hersenspoelingen alsnog zouden weigeren om op commando een aanslag uit te voeren, worden hun geliefden omgebracht. Overleven zij de aanslag, dan zullen zij blijven zwijgen want zij vallen hoe dan ook in handen van hun opdrachtgevers... die lustig mee marcheren in de optocht. (J.B., 5 augustus 2026) 1Louis-Sébastien Mercier, Tableau de Paris, deel 4 (1782), de titel van Chapitre CCCXLVIII. 2Jeremia 1:4-10: “Het woord des HEEREN dan geschiedde tot mij, zeggende:/ 5 Eer Ik u in moeders buik formeerde, heb Ik u gekend, en eer gij uit de baarmoeder voortkwaamt, heb Ik u geheiligd; Ik heb u den volken tot een profeet gesteld./ 6 Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong./ 7 Maar de HEERE zeide tot mij: Zeg niet: Ik ben jong; want overal, waarhenen Ik u zenden zal, zult gij gaan, en alles, wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken./ 8 Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met u, om u te redden, spreekt de HEERE./ 9 En de HEERE stak Zijn hand uit, en roerde mijn mond aan; en de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond./ 10 Zie, Ik stel u te dezen dage over de volken en over de koninkrijken, om uit te rukken, en af te breken, en te verderven, en te verstoren; ook om te bouwen en te planten.'” Cf.: https://www.statenvertaling.net/bijbel/jere/1.html |






































