Het fantoom (vervolg)
|
Het fantoom (vervolg) Mensen herleid tot een massa zijn gedepersonaliseerd (ontdaan van een eigen wil) en geëgaliseerd (ontdaan van hun eigen(aardig)heden) en zij gehoorzamen een leider die hen op die manier ook makkelijk kan sturen, voor een groot stuk via de media. Elk heeft zijn scherm en kan voor zijn scherm gaan zitten of liggen en passief ondergaan wat hem of haar wordt getoond en gezegd. De demagogie waarin reclame en desinformatie hun werk doen middels de welsprekendheid die in de neocortex huishoudt waar zich het bewuste deel van het leven situeert maar meer nog door het bespelen van het limbisch systeem waarvan de werking aan ons bewustzijn onttrokken is waardoor het ons perfect beheerst - of beter: wie dit systeem weten te bespelen, kunnen over ons leven heersen, het bewuste deel incluis omdat, als puntje bij paaltje komt, redenen zich meestal niet zullen verzetten tegen drijfveren zoals ook de allerkrachtigste zwembewegingen niet kunnen blijven wedijveren met een veel te sterke stroming. Passiviteit wordt gevoed met gemakzucht tegen de prijs van het zelfverlies omdat het zelf in stand wordt gehouden met activiteit oftewel met verzet tegen externe sturing. De keerzijde van de gemakzucht die passiviteit voedt en heteronomie, is de slavernij, de afhankelijkheid van een vreemde wil die het in het rijk van het recht van de sterkste uiteindelijk gemunt heeft op de ondergang van de gemakzuchtige: men moet goed uit zijn doppen kijken of men is de prooi van rovers. Gemakzucht betreft naast de fysieke ook de geestelijke activiteit en een luie geest gaat op zoek naar simplificaties: "Zeg dat nu eens in twee woorden!", zo klinkt de eis van de liggende burger wanneer die alles heeft wat zijn hartje lust terwijl hij nu ook nog de relativiteitstheorie van Albert Einstein tot zijn bezit wil weten. Of wil weten te herleiden, want uiteraard past een zo omvangrijke theorie niet in een hoofd dat daarvoor te weinig ruimte biedt en vooral te weinig tijd en inspanningen. Het is de paradox van de hebzucht dat zij zich weliswaar alles kan toe-eigenen maar niet zonder het eerst te reduceren tot een formaat afgestemd op de rugzak van de persoon in kwestie. En in de regel is die rugzak dan een bankrekening: een getal, gekoppeld aan een ander getal dat de persoon in kwestie vertegenwoordigt. De uiteraard sterfelijke persoon, en nu kan men het vervolg allicht vermoeden: het getal van de sterfelijke verdwijnt met diens dood en zo ook de koppeling waarvan sprake. Zo maakt de hebzucht dat wie zij in haar macht heeft, nooit het door hen begeerde kunnen bezitten doch slechts een fantoom, wat letterlijk wil zeggen: iets wat men niet grijpen kan maar dat men wel met rust kan laten zodat het in die toestand alsnog echt lijkt. De illusie waaraan niet getornd mag worden, Sint-Fantoom, eist het bestaan van een moraal die dit verbiedt en die meestal in handen is van een religie, inbegrepen het humanisme. De dwang die uitgeoefend wordt door de moraal is een product van de genoemde reclame en de desinformatie welke via de media worden afgevuurd. Die moraal eist én is (of bewerkstelligt) een simplificatie van de werkelijkheid, incluis van ons eigenste bestaan. Autonomie daarentegen vereist de erkenning van het absurde, het absurdum: datgene wat zonder grond is, zonder uiteindelijk referentiekader, zonder houvast. Wat echter onvoorstelbaar is. En wordt om die reden de moedige koorddanser in Nietzsche's Zarathoestra uiteindelijk niet de prooi van de afgrond? "Wer mit Ungeheuern kämpft, mag zusehn, dass er nicht dabei zum Ungeheuer wird. Und wenn du lange in einen Abgrund blickst, blickt der Abgrund auch in dich hinein."1 Vrij vertaald: "Wie te maken hebben met fantomen, moeten er wel op letten dat zij zodoende niet zelf in fantomen veranderen. Want als men in een afgrond staart, begint op den duur die afgrond ook in u naar binnen te staren." (J.B., 20 september 2026) 1Aforisme 146 in "Sprüche und Zwischenspiele", het vierde hoofdstuk van Jenseits von Gut und Böse (1886).
|






