Het fantoom (vervolg 5)

|
Het fantoom (vervolg 5)
Het Proto-Indo-Europees is een taal die nooit geschreven werd maar die verondersteld wordt aan de gemeenschappelijke oorsprong te liggen van de Indo-Europese talen zoals onder meer het Nederlands, het Latijn, het Grieks, het Russisch, het Iers, het Perzisch, het Sanskriet - in totaal een vierhonderdtal. In die veronderstelde oertaal zit de stam 'beh'1 waaruit honderden woorden voortgekomen zijn met betekenissen zoals 'licht', 'verschijning' en 'spraak'. In het Oudgrieks corresponderen daarmee onder meer de woorden φαίνειν/ 'phaínein' en φαντάζειν/'phantázein' die 'zichtbaar maken' of 'tonen' betekenen; φαντάζεσθαι/'phantázestai' of 'verschijnen' en φάντασμα/'phántasma' of 'verschijning'; in het Klassiek Latijn: 'phantasma' of 'geestverschijning', 'schijnbeeld'; in het Volkslatijn: 'fantauma' en 'phantagma' of 'spook', 'illusie'; in het Oudfrans: 'fantosme' en 'fantasma' wat wil zeggen: 'waanbeeld', 'illusie' of 'spook'; in het Middelnederlands: 'fantoem' met als betekenis 'waanidee' of 'zinsbegoocheling', vandaag geëvolueerd tot het woord 'fantoom'. Een fantoom blijkt aldus iets dat voortkomt uit iets anders, iets dat zijn eigen bron niet is doch dat verwijst naar een of andere bron die echter niet aanwezig is - in tegenstelling tot het fantoom, het verschijnsel waarvan wij kennisnemen. Het fantoom is het schijnsel dat voortkomt uit de lichtbron, de spraak die voortkomt uit de spreker, het gevolg dat wordt voortgebracht door een of andere oorsprong, het kind als het ware dat uit een moeder is geboren zoals het licht geboren wordt uit de zon, de getuige die ons vertelt over iets dat we zelf niet zagen. Paradoxaal genoeg is het fantoom derhalve datgene wat ons bereikt terwijl de bron zelf afwezig blijft want men is wellicht geneigd om te denken dat het fantoom de afwezige is. Het fantoom is wat ons bereikt terwijl de bron ervan altijd verborgen blijft en zo moeten we het stellen met de fantomen van de dingen, de fenomenen - het woord 'fenomeen', zoals ook het woord 'fase' - is geconnecteerd met het woord 'fantoom'. Fenomenen staan niet stil, zij vloeien in andere fenomenen over en zo bijvoorbeeld vloeien woorden over in andere woorden, waarbij hun betekenissen overvloeien in andere, verwante betekenissen en soms waaieren die betekenissen zo ver uit, dat er woorden ontstaan met betekenissen die heel ver verwijderd lijken van de oorspronkelijke. Hiermee volgen zij het voorbeeld van het leven dat zich voortplant en vertakt, differentieert, divergeert, totdat het alles bestrijkt wat maar enigszins mogelijk is. Maar geen fenomeen kan bestaan zonder zijn oorsprong; er is geen schijnsel zonder lichtbron, geen taal zonder spreker, geen gevolg zonder oorzaak. De vraag is alleen of er één ultieme oorsprong is, één bron waaruit het allemaal opwelt, ofwel of dit een illusie is. En in dat geval zijn alle fenomenen op hun beurt bronnen - van andere fenomenen - en zijn alle bronnen in wezen slechts fenomenen - van bronnen die op hun beurt fenomenen zijn, wellicht zoals alle kinderen voortkomen uit moeders die zelf kinderen van weer eerdere moeders zijn zonder dat een oermoeder hoeft te bestaan waaruit zij allemaal zouden ontspringen. De verwantschappen onder de woordbetekenissen doorheen de tijd volgen het voorbeeld van het leven zelf en wij beelden ze af in de kunst en bij uitstek in de muziek waar een leidmotief een muziekstuk samenhoudt doorheen de tijd die het bestrijkt en er de rode draad van vormt. Die rode draad ligt aan de basis van de harmonie, zoals de onderschildering van een schilderij waarin reeds de vormen aanwezig zijn welke zich aan elk oog behalve aan het schildersoog onttrekken: de schilder ziet ze, niet omdat ze op het doek staan want hij kijkt via het doek naar een wereld die nog niet bestaat terwijl die wel in zijn bereik ligt omdat hij een 'ziener' is, waaronder we verstaan: iemand die ook zonder ogen ziet omdat het hier een zien betreft van dingen uit een andere wereld. De schilder accentueert de vormen van de onderschildering zoals hij ze ziet, zoals zijn geest ze projecteert - zijn geest die niet behoort tot deze wereld maar die aan deze wereld aldus vorm geeft: de materie is er reeds, als Chaos, zoals de mens voor zijn bestaan er is als klei, maar de lichamen moeten uit het stof worden gehaald en bij de Hellenen gebeurt dat middels de kracht van Eros, die de schilder of de dichter is ofwel bezielt. De kunstenaar als instrument van Eros die de Chaos bevrucht en we schrijven die twee met kapitalen omdat zij goden zijn.2 De fenomenologie, omstreeks 1900 ontstaan bij Edmund Husserl, leerling van Franz Brentano, bestudeert de fenomenen en tracht op basis daarvan tot de essentie door te dringen en dit in tegenstelling tot andere filosofische stromingen die vertrekken vanuit veronderstelde essenties waaruit dan de fenomenen worden afgeleid. Men gelooft niet in een god om vervolgens zijn schepping te verklaren maar men onderzoekt de verschijnselen, de fenomenen of de fantomen. Die benadering van de realiteit staat haaks op het microreductionisme en het materialisme dat onze wereld beheerst en naar den duvel helpt: het is een filosofie van de geest, allerminst simplistisch en zeker niet tegemoet komend aan de eis van de verwende consument met zijn klein rugzakje waar hij alsnog alles in wil kunnen proppen. De fenomenologie laat zich niet vangen door het essentialisme, zij neemt vrede met de fantomen die zij onderzoekt; ook wil zij de dingen niet inpassen in eigen theoretische constructies maar ze laat ze voor zichzelf spreken, zoals de componist doet die getuigt dat de muziek zichzelf schrijft en zoals de schilder doet wiens schijnbaar witte doek een venster op de hogere wereld is. Het zien van de schilder is bij de fenomenoloog de 'Wesensschau', waardoor de werkelijkheid wordt 'verstaan' en niet herleid tot kennis waarvan men zich dan de bezitter kan wanen. En zo situeren de waanbeelden zich niet binnen de geesteswetenschap van de fenomenologie of de studie der fantomen maar wel daarbuiten, namelijk in de materialistische benaderingen van de realiteit die, terwijl zij geloven dat zij nuchter zijn en bij de feiten blijven, alleen maar de waanzin voeden, de illusie dat zij het Zijn kunnen inpakken in de doos van de kennis - die kennis is een fantoom. (J.B., 23 september 2026) 1 Voor de exacte schrijfwijze zie: https://nl.wiktionary.org/wiki/WikiWoordenboek:Lijst_van_Proto-Indo-Europese_wortels 2Cf. Kris Vansteenbrugge, Uit het schuim van de zee. De Griekse mythologie in 136 verhalen, Kris Vansteenbrugge 2012 (2011), pp. 13-15. |






