|
Het fantoom (vervolg 4)
Een angstaanjagende stroming in de hedendaagse kunst betreft de zogeheten gemutileerde poppen waarvan de zeggingskracht bijzonder groot blijkt, getuige de shock die zij veroorzaken bij vrijwel elke toeschouwer. Een beeldend kunstenaar getuigt: "(...) Ooit een 8-tal [portretten van specifiek gemutileerde poppen] op een expo gezet, en de reacties logen er niet om: bepaalde kinderen mochten niet kijken van de moeder; een andere jongen van ik schat zo'n 11 jaar stond stokstijf te kijken." De shock van deze kunstuiting is dermate heftig dat het gemutileerde beeld bij uitstek dat het (zelden vermelde en bijna onzichtbaar geworden) kruisbeeld is, een ganse (soms macabere) cultuurgeschiedenis om zich heen heeft weten te creëren.
De achterliggende bedoelingen kunnen variëren maar vaak beeldt de verminkte pop een menselijk trauma uit. Pioniers, uiteraard allen in het spoor van Jeroen Bosch (1450-1516), zijn onder meer Goya, Ensor, Munch, Redon, Kubin, Egon Schiele en de Dadaïsten.
Verder is er de tot het magisch-realisme en het surrealisme gerekende Hans Bellmer (1902-1975) wiens potloodtekeningen en etsen, arabesken van wellustige, vaak geschonden vrouwenlichamen zijn, zoals op het titelblad van de uitgave van 1954 van l'Histoire d'O van Pauline Réage.
Bellmers poppen die misvormde lichamen voorstellen, zijn een protest tegen de nazi-cultus van het Arisch perfecte lijf. Eveneens getraumatiseerd door de oorlog en meer bepaald door zijn job bij het luchtafweergeschut, maakt Paul Wunderlich (1927-2010) de sculptuur Raubvogel, een kruising tussen een adelaar en een gevechtsvliegtuig. De Dada-kunstenaar George Grosz fotografeerde 'ontaarde' poppen in een antifascistisch verzet, toegejuicht door André Breton en de Franse surrealisten. De gebroeders Chapman creëerden met de 'Hellscapes' een inferno waarin nazi-soldaten massaal worden verminkt en afgeslacht door skeletten - een speelgoedvariant op de industriële massavernietiging van de Shoah.
Kunstverklaarders verwijzen onder meer naar Das Unheimliche waarin Sigmund Freud verklaart dat gemutileerde poppen ons shockeren omdat ze onze kwetsbaarheid blootleggen, het trauma en het misbruik die lichamen moeten ondergaan, zoals bij Jordan Wolfson en Cynthia Edison: wie zijn wij? De objecten bevinden zich in een angstaanjagende droomwereld waar zij protesteren tegen de oorlog, de schijn van mannelijkheid, het patriarchaat, het fatsoen of het misbruik van de vrouw. Zo monteren Grete Stern en Remedios Varo het hoofd van de huisvrouw op haar apparaten om aldus haar lot (van moderne slavin) aan te klagen.
Naast Berlinde De Bruyckere (met haar gefragmenteerde paarden en wassen mensentorso's verwijzend naar de chirurgie) en Johan Muyle (met zijn griezelig speelgoed) vervoegt ook Dirk D'Hulster de varianten op de Belgische traditie van het surrealisme (René Magritte, Paul Delvaux ) en de groteske (Dirk Biddeloo) met in het brandpunt de dood in het geweld (De geboorte van de oorlog) en in de ziekte (het kunstboek Metastasis - met audio).
Metastasis of uitzaaiing verwijst op een acute manier naar het lichaam dat op een verborgen manier van ons vervreemdt door ziekte, steeds massaler, in het zog van de milieuverloedering: de poppen worden medisch en anatomisch materiaal zoals in The Anatomical Study.
Zoals ook Gary Hill en Hoda Siahtiri (stemvervorming), Yann Leguay (destructie van de geluidsbron) en Aminata Soumaré (gedeconstrueerde media-archieven) trauma's weergeven met gemanipuleerde geluiden, verrijkt ook D'Hulster zijn sculpturen niet alleen door ze te transformeren (middels variaties maar ook met video-effecten) maar vooral door ze te koppelen aan geluidskunst. Geluiden versterken het effect van de mutilatie: het trauma wordt hoorbaar in het gekraak en in het machinaal lawaai.
In de muziekvideo De geboorte van de oorlog worden de poppen 'puppets on a string' in het theater van geweld en dood. Commentaren wijzen erop dat daarin de artiest tevens een subtiele reminiscentie brengt aan de stillevens van de Vlaamse Primitieven en aan de pioniers van de fotografie.
De vrees bestaat dat de soms overstelpende uitleggingen van kunstcritici afbreuk doen aan het directe effect van het object dat, getuige de woorden van de artiest zelf, de toeschouwer sowieso en onmiddellijk paralyseert. De kunstkritiek beroept zich op de dieptepsychologie van Freud en expliceert hoe de verminkingen de wreedheid van de oorlog symboliseren waarbij de pop evolueert van speelgoed naar karkas. Maar De geboorte van de oorlog wordt door critici terecht "een universeel requiem voor de onschuld" genoemd en "een dystopische oorlogsfabriek waar menselijke lichamen louter grondstof zijn."
In der Beschränkung zeigt zich der Meister en daaraan ook ontleent het harde metier met zijn bedrieglijke eenvoud van pen, potlood en penseel, zijn succes. Het wordt door slechts weinigen beheerst en is de vrucht van levenslange toewijding en vaak ook, niet te onderschatten, een kluizenaarsbestaan. Ver van alle glitter en glamour en middels onverdroten dagelijkse noeste arbeid, ontplooit zich moeizaam het oeuvre van de artiest met als patroonheilige 'Sint Vincent'. Daar tegenover worden de nieuwe stromingen soms periodieke opflakkeringen van curiositeiten genoemd en dikwijls is een gebrek aan vakmanschap de reden voor een overstap naar indrukwekkender productiemiddelen - iedereen kent het voorbeeld van de verfilmde roman, die wellicht altijd in de schaduw van het boek en van het doek zal blijven staan. Maar in het werk van Dirk D'Hulster is dit zeker niet het geval.
Dikwijls ook genieten nieuwe kunstvormen geruchtmakende exposities en gesofisticeerd commentaar terwijl zij de tand des tijds niet kunnen doorstaan, onder meer daar de materialen van de installaties vaker vluchtig zijn maar ook complex doch ook op dit punt blijft dit werk waarschijnlijk overeind.
Wel is het in het licht van de jongste geopolitieke wendingen niet onmogelijk dat machthebbers er opnieuw beslag op leggen zoals ten tijde van de beeldenstorm en van de beruchte 'index' van de katholieke kerk. Geslaagde geëngageerde kunst is immers de nachtmerrie van de tiran, het fantoom der potentaten.
(J.B., 22 september 2026)
|